Verslag van een commissiedebat : Verslag van een commissiedebat, gehouden op 14 januari 2026, over verkiezingen
35 165 Verkiezingen
Nr. 104 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 19 februari 2026
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft op 14 januari 2026 overleg gevoerd
met de heer Rijkaart, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, over:
– de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 9 januari
2026 inzake evaluatie Tweede Kamerverkiezing 29 oktober 2025 (Kamerstuk 35 165, nr. 102);
– de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 5 december
2025 inzake kabinetsreactie op voorlichting Raad van State over geschilbeslechting
in het verkiezingsproces (Kamerstuk 35 165, nr. 99);
– de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 1 december
2025 inzake deel 1 van advies Kiesraad over termijnen voor vervroegde verkiezingen
(Kamerstuk 35 165, nr. 98);
– de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 28 oktober
2025 inzake reactie op het verzoek van het lid Dassen om voor de aankomende Tweede
Kamerverkiezing in gesprek te gaan met de grote techbedrijven over hun rol en verantwoordelijkheden
om buitenlandse inmenging te voorkomen (Kamerstuk 35 165, nr. 97);
– de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 26 september
2025 inzake uitvoering van de Europese Verordening betreffende transparantie en gerichte
politieke reclame (Kamerstuk 36 013, nr. 5);
– de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 19 september
2025 inzake waarborgen passief kiesrecht (Kamerstuk 29 614, nr. 185);
– de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 19 september
2025 inzake voorbereidingen Tweede Kamerverkiezing 2025 en gemeenteraadsverkiezingen
2026 (Kamerstuk 35 165, nr. 93);
– de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 4 juli
2025 inzake tegengaan van risico's op buitenlandse beïnvloeding in het verkiezingsproces
(Kamerstuk 36 552, nr. 12);
– de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 6 december
2024 inzake evaluatie Europees Parlementsverkiezing 6 juni 2024 (Kamerstuk 35 165, nr. 86);
– de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 18 november
2024 inzake evaluatie experiment met een nieuw stembiljet tijdens de Europees Parlementsverkiezing
op 6 juni 2024 (Kamerstuk 35 455, nr. 21);
– de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 7 oktober
2024 inzake voorlichting Raad van State over geschilbeslechting in het verkiezingsproces
(Kamerstuk 35 165, nr. 84);
– de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 19 juni
2024 inzake hoofdlijnen wetsvoorstel Bijstand in het stemhokje (Kamerstuk 35 165, nr. 81);
– de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 11 juni
2024 inzake peilingen voorafgaand aan een verkiezing en bezorging verkiezingspost
(Kamerstuk 35 165, nr. 77);
– de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 22 april
2024 inzake opzet evaluatie experiment met een nieuw stembiljet bij de Europees Parlementsverkiezing
op 6 juni 2024 (Kamerstuk 35 455, nr. 20);
– de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 16 april
2024 inzake versterking van de kandidaatstellingsprocedure (Kamerstuk 35 165, nr. 74).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de commissie, Van Eijk
De griffier van de commissie, Honsbeek
Voorzitter: Sneller
Griffier: Kling
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Tijs van den Brink, Clemminck,
Erkens, Lammers, Sneller, Tseggai en Vermeer,
en de heer Rijkaart, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Aanvang 15.01 uur.
De voorzitter:
Ik open de commissievergadering van de commissie voor Binnenlandse Zaken. Oeh, daar
komt toch een andere potentiële voorzitter binnen! Dit is het commissiedebat Verkiezingen.
Hartelijk welkom aan de Minister van Buitenlandse Zaken. Ik kijk ook even naar de
zijde van de Kamer. Hartelijk welkom aan de woordvoerders: de heer Vermeer namens
de BBB, mevrouw Tseggai namens GroenLinks-PvdA, de heer Tijs van den Brink namens
het CDA, mevrouw Lammers namens de PVV-fractie, de heer Clemminck namens JA21 en de
heer Erkens namens de VVD-fractie. Ik zal aan het eind het woord voeren namens de
D66-fractie. Vanaf 18.15 uur neemt iemand anders het voorzitterschap over. We hebben
vijf minuten spreektijd per fractie afgesproken. Ik heb gezorgd dat iedereen zich
kan installeren. Ik kijk naar de heer Vermeer om te zien of hij klaar is voor zijn
inbreng. Dat is het geval. Ik geef hem graag het woord namens BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Verkiezingen vormen het fundament van onze democratische rechtsstaat.
Het vertrouwen daarin is allesbepalend, of zoals de Minister zelf schrijft: «Verkiezingen
nemen binnen de democratische rechtsstaat een centrale en cruciale plek in. Door verkiezingen
zijn burgers in staat om op democratische wijze te bepalen wie hen vertegenwoordigt.
Wanneer verkiezingen openlijk of heimelijk worden beïnvloed of er ongefundeerde en
onterechte twijfels worden gezaaid over de uitslag, schaadt dit het vertrouwen in
het verkiezingsproces zelf en uiteindelijk de legitimiteit van de volksvertegenwoordiging.»
Laat ik daar meteen bij zeggen dat dat vertrouwen in Nederland gelukkig nog stevig
staat. Onze verkiezingen zijn eerlijk, transparant en controleerbaar. Dat is geen
toeval. Dat is te danken aan duizenden vrijwilligers, stembureauleden en onze gemeentes.
Zij zijn de ruggengraat van onze democratie. Met de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht
is dat extra relevant. Gemeentes staan opnieuw onder enorme druk. Verkiezingen organiseren
is geen bijzaak; het is een kernverantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid verdient
respect, middelen en ondersteuning.
Onlangs ontving de commissie een brief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten,
de VNG. Daarin verwijst zij naar een onderzoek uit 2024 waaruit blijkt dat de vergoeding
voor de reguliere kosten voor de organisatie van de verkiezingen nog lang niet op
het niveau van de werkelijke kosten zit. Nu zou slechts 40% vergoed worden via het
gemeentefonds en ontbreekt er structureel 70 miljoen euro. Allereerst wil ik de Minister
bedanken voor de 60 miljoen die hij bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen heeft
vrijgemaakt voor de gemeentes. Toch de eerste vraag: deelt de Minister de analyse
van de VNG dat er sprake is van een structurele disbalans tussen de werkelijke kosten
van de verkiezingen en de vergoedingen via het gemeentefonds? Zo ja, hoe gaat hij
deze disbalans concreet oplossen richting de aankomende gemeenteraadsverkiezingen
en daarna?
Voorzitter. Dan het nieuwe stembiljet waarmee een pilot is gedraaid. De Minister stelt
dat kiezers het goed begrijpen en dat het aantal ongeldige stemmen is gedaald, in
ieder geval ten opzichte van een eerder experiment. Tegelijkertijd lees ik in de stukken
dat landelijk gezien bij gemeentes met het oude stembiljet 0,26% van de uitgebrachte
stemmen ongeldig was en dat bij stemlokalen waar met het nieuwe stembiljet gestemd
kon worden 0,47% ongeldig was. Dat is gewoon een hoger percentage fouten. Kan de Minister
uitleggen hoe dit zich verhoudt tot de conclusie dat het nieuwe biljet beter werkt?
Worden deze cijfers straks eerlijk meegenomen bij de evaluatie na de gemeenteraadsverkiezingen?
Persoonlijk vind ik het nieuwe biljet eigenlijk ook een achteruitgang wat betreft
de herkenbaarheid van de individuele kandidaten en het aantal voorkeursstemmen op
individuele kandidaten. We stemmen uiteindelijk op volksvertegenwoordigers, niet op
partijen.
Dan het advies van de Kiesraad over snellere verkiezingen. De Kiesraad zegt: als we
sneller naar de stembus willen na een kabinetsval, moeten we de grondwettelijke termijn
van 90 dagen als uitgangspunt nemen. Daar zitten stevige consequenties aan, want er
is dan sprake van minder voorbereidingstijd, zwaardere druk op gemeentes, grotere
gevolgen voor politieke partijen en risico's voor de toegankelijkheid. Wij zijn het
met de Kiesraad eens dat snellere verkiezingen ervoor zorgen dat er sneller een nieuw
mandaat van de kiezer ligt. Daarom heb ik de volgende vragen. Hoe kijkt de Minister
tegen dit spanningsveld aan? Is snelheid echt belangrijker dan zorgvuldigheid of is
het andersom? Hoeveel extra druk kun je gemeentes nog opleggen voordat het systeem
gaat kraken? Wordt dat meegenomen in een vervolgadvies van de Kiesraad?
Met het oog op de aankomende gemeenteraadsverkiezingen tot slot een punt dat de BBB
zeer raakt – ik hoop dat dit nog mag qua tijd, voorzitter – over de mensen die onze
democratie dragen: raadsleden, wethouders en lokale bestuurders. De intimidatie neemt
toe en de werkdruk is torenhoog. In kleine gemeentes wordt het wethouderschap bijna
ondoenlijk. En nee, ik pleit hier niet voor fusie van gemeentes. In de meest recente
monitor uit 2024 geeft 45% van alle decentrale politieke ambtsdragers aan in het afgelopen
jaar te maken te hebben gehad met een vorm van agressie. Dat is een verdubbeling ten
opzichte van 2014. Ik wil graag nogmaals horen wat de Minister concreet doet tegen
intimidatie van lokale politici, hoe raadsleden beschermd kunnen worden tegen onlinehaat
en bedreiging, en wat hij en wij kunnen doen om het wethouderschap in kleine gemeentes
werkbaar te houden. Als niemand het nog aandurft om lokaal verantwoordelijkheid te
nemen, dan verliest de democratie namelijk haar basis.
Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Tseggai, die spreekt namens GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil natuurlijk even beginnen met het geven van complimenten
aan al die vrijwilligers die de afgelopen Tweede Kamervoorzieningen mogelijk hebben
gemaakt. Dat was geen sinecure. Ik ben natuurlijk ontzettend blij dat het wederom
een zorgvuldig en betrouwbaar proces is geweest in Nederland. Dat is niet vanzelfsprekend.
Ik vind het dan ook heel goed dat de Minister in zijn brief duidelijk afstand neemt
van een suggestie van de PVV dat de verkiezingsuitslag niet betrouwbaar zou zijn.
Daarover een compliment aan de Minister.
Voorzitter. Ik heb een aantal punten vandaag, allereerst de vervroegde verkiezingen.
De tijd tussen het besluit om in Nederland nieuwe verkiezingen te houden en de uiteindelijke
verkiezingsdatum is erg lang. Naar aanleiding van de motie-Timmermans c.s. heeft de
Minister aan de Kiesraad om advies gevraagd over hoe die termijn verkort zou kunnen
worden. Het eerste deel van het advies is net binnen. De kabinetsreactie komt pas
nadat de Kiesraad een tweede advies heeft uitgebracht, maar toch geeft het eerste
advies alvast handvatten. Wat gaat het kabinet doen om de adviezen van de Kiesraad
over het versnellen van de termijn tussen de val van een kabinet en de tussentijdse
verkiezingen te realiseren? Zou de Minister daar alvast iets over kunnen zeggen op
basis van het eerste deel van het advies van de Kiesraad?
Dan de toegankelijkheid van stemmen. Ik denk dat misschien wel het allerbelangrijkste
tijdens het organiseren van verkiezingen is dat iedereen zijn stemrecht uit kan voeren
of daar gebruik van kan maken. Ik denk dat er meerdere wegen zijn naar het toegankelijker
en eenvoudiger maken van stemmen. Dat begint allereerst bij de toegankelijkheid van
stembureaus. Kiezers moeten natuurlijk, als het ook maar enigszins kan, zelfstandig
kunnen stemmen. We hebben ons al eerder hardgemaakt voor meer stembureaus waar ook
met een lichamelijke beperking gestemd kan worden. Sinds mei dit jaar kenen we ook
het Actieplan Toegankelijk Stemmen. Toen is er een nulmeting uitgevoerd. Kan de Minister
al zeggen of dit bij de laatste verkiezingen tot verbetering heeft geleid? Of horen
we dat bij de uitgebreidere evaluatie van de Tweede Kamerverkiezingen? Ik hoop natuurlijk
dat eerste, want ik zou graag zien dat het bij de gemeenteraadsverkiezingen al tot
verbeteringen gaat leiden, en die zijn op zeer korte termijn.
Voorzitter. De toegankelijkheid neemt ook toe als we niet langer dat huidige onhandige
stembiljet hoeven te hanteren. Meneer Vermeer zei het al: er liep een experiment.
Ik vind de resultaten daarvan veelbelovend. Kiezers en stembureauleden zijn tevreden,
er wordt meer op voorkeurskandidaten gestemd, alleen is het aantal ongeldige stemmen
hoger dan bij het normale stembiljet, zoals de heer Vermeer ook al zei.
De voorzitter:
Ik heb het vermoeden dat er een interruptie op dit punt is.
De heer Vermeer (BBB):
Ja, voorzitter. Mevrouw Tseggai zegt namelijk dat er meer op voorkeurskandidaten gestemd
is, maar dat is toch niet correct of heb ik verkeerde cijfers gezien?
De voorzitter:
Dit was een van de vier interrupties van de heer Vermeer, zeg ik erbij.
De heer Vermeer (BBB):
Daar komt u nu mee!
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Mag ik hieruit opmaken dat de heer Vermeer deze interruptie intrekt?
De heer Vermeer (BBB):
Nee.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Volgens mijn gegevens is er meer op voorkeurskandidaten gestemd, maar ik wil daar
best even op terugkomen in een eventuele tweede termijn. Misschien hebben meneer Vermeer
en ik het allebei anders gelezen.
Waar ik het over wilde hebben, is het aantal ongeldige stemmen. Ik vraag me af of
het een kwestie van gewenning is dat het aantal ongeldige stemmen hoger is dan bij
het normale stembiljet. Ik vind het dan ook geen goed teken dat een van de vijf gemeenten
die hieraan meededen, heeft besloten uit het experiment te stappen. Hoe ziet de Minister
dit allemaal? Wat mij betreft zijn de voordelen van het nieuwe stembiljet namelijk
groter dan de nadelen. Ik hoor dus graag hoe de Minister daarnaar kijkt.
Daarnaast is op 1 december het eerder beloofde wetsvoorstel over hulp in het stemhokje
naar de Kamer gestuurd. Het valt mij nu al op dat voor mensen met een lichamelijke
beperking de mogelijkheid blijft bestaan om door iedereen te worden geholpen, terwijl
dat voor mensen met een verstandelijke beperking alleen stembureauleden mogen zijn.
Ik heb daar een beetje mijn vraagtekens bij, dus ik kom er bij de behandeling van
de wet zeker op terug, maar misschien kan de Minister alvast iets zeggen over de reden
waarom hij die keuze gemaakt heeft.
Dan mijn laatste punt over toegankelijkheid. We zien bij elke verkiezing weer dat
de stempas voor sommige mensen een struikelblok vormt. Mensen die laaggeletterd zijn,
mensen die geen vaste woon- of verblijfplaats hebben of gewoon toevallig net verhuisd
zijn en mensen die ver van een gemeentehuis wonen, raken hun stempas vaak kwijt of
vinden het moeilijk om een nieuwe aan te vragen. Ziet de Minister wellicht alternatieven
voor de stempas? En, zo nee, ziet hij mogelijkheden om het in ieder geval makkelijker
te maken om een nieuwe stempas aan te vragen?
Voorzitter, ik kijk naar u.
De voorzitter:
U zit twintig seconden over uw tijd, dus als dit ...
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Oké, ik heb nog één laatste punt.
De voorzitter:
Dat is dan helaas voor de tweede termijn. O, het was inclusief de interrupties. U
heeft nog een halve minuut.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Oké, dan had ik het goed begrepen.
Als laatste wil ik een zeer belangrijk punt aankaarten, namelijk het feit dat de meeste
partijen hier het gelukkig heel normaal vinden dat vrouwen gebruikmaken van hun actieve
én hun passieve kiesrecht, maar dat er één partij in ons midden is die dat niet normaal
vindt. Dat is de SGP. De Hoge Raad heeft hier een uitspraak over gedaan. De Minister
heeft daar iets over gezegd, maar heeft het eigenlijk een beetje doorgeschoven naar
een volgend kabinet. Ik vind dat toch jammer. Zou de Minister een nadere toelichting
willen geven op wat hij nou precies vindt en op wat hij op korte termijn zou kunnen
doen? Welke optie vindt hij het meest gepast?
Daar hou ik het bij, voorzitter.
De voorzitter:
Dan gaan we naar de heer Van den Brink, namens het CDA.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Onze democratie staat of valt met verkiezingen die
betrouwbaar, toegankelijk en uitvoerbaar zijn. Daarbij wil het CDA expliciet uitspreken
dat wij volledig vertrouwen hebben in de Kiesraad en wij die steun ook graag breed
in deze Kamer zien. Onafhankelijke instellingen zoals de Kiesraad vormen een fundament
van onze democratische rechtsstaat. Dat betekent dat insinuaties zonder aanleiding
die het gezag van deze organisaties kunnen ondermijnen ongepast en gevaarlijk zijn.
De vele evaluaties die wij vandaag bespreken, laten zien dat er veel goed gaat, maar
ook dat verbeteringen noodzakelijk blijven.
Allereerst het verkiezingsproces zelf. Gemeenten, stembureauleden en de Kiesraad werken
hard. Het CDA is blij met de inzet van zo veel professionals en betrokken vrijwilligers.
De rapportages laten zien dat het grote stembiljet leidt tot fouten, lange teltijden
en frustratie bij kiezers en tellers. Het CDA vindt dat het kleinere stembiljet niet
langer een experiment mag zijn. Het nieuwe stembiljet is uitvoerbaar, overzichtelijk
en toegankelijker voor mensen met een beperking, en het verlicht de werkdruk. Wat
ons betreft mag dat zo snel als verantwoord is landelijk worden ingevoerd. Kan de
Minister aangeven wanneer hij een voorgenomen besluit tot landelijke invoering naar
de Kamer stuurt?
Dan de toegankelijkheid. Jaar na jaar blijkt dat een substantieel deel van de stemlokalen
niet rolstoeltoegankelijk is en dat kiezers moeite hebben met privacy in het stemhokje.
Welke concrete maatregelen neemt de Minister voor de gemeenteraadsverkiezingen van
2026 om dit te verbeteren?
Voorzitter. Ook de betrouwbaarheid vraagt aandacht. De nieuwe procedure vaststelling
verkiezingsuitslagen is een stap vooruit, maar gemeenten ervaren administratieve complexiteit
en grote tijdsdruk. Telverschillen blijven voorkomen, zeker bij decentrale telling.
Wat gaat de Minister doen om gemeenten beter te ondersteunen bij de keuze voor een
centrale stemopneming, die aantoonbaar tot minder fouten leidt?
Dan de weerbaarheid tegen buitenlandse beïnvloeding. In de beantwoording van onze
schriftelijke vragen over de trollenlegers die onder andere vanuit Nigeria en Ghana
hebben geprobeerd de Tweede Kamerverkiezingen te beïnvloeden, erkent de Minister dat
pogingen tot beïnvloeding via buitenlandse trollenlegers ernstig zijn en raken aan
onze democratische veiligheid, maar stelt hij dat de vastgestelde impact beperkt is.
Tegelijkertijd wordt aangegeven dat «het zicht op statelijke actoren per definitie
onvolledig is en dat beïnvloeding zich met name rondom verkiezingen kan voordoen».
Dat roept bij het CDA de vraag op hoe het nou zit. Als het zicht op die statelijke
actoren per definitie onvolledig is, hoe weet u dan dat de impact beperkt is gebleven?
En kan de Minister toelichten hoe hij vóór de gemeenteraadsverkiezingen van dit jaar
borgt dat detectie, platformverantwoordelijkheid en Europese handhaving samenkomen,
zodat wordt voorkomen dat die verkiezingen worden beïnvloed? Platforms spelen een
cruciale rol. Het CDA vindt dat het herhaald falen van platforms om buitenlandse nepaccounts
te verwijderen, gevolgen moet hebben. Hoe gaat de Minister borgen dat de handhaving
van de DSA, de nieuwe verordening over politieke reclame en de nationale regels tijdig
en daadwerkelijk kunnen worden toegepast, vóór de volgende verkiezingen?
Voorzitter. Tot slot de vraag of verkiezingen sneller na de val van een kabinet georganiseerd
kunnen worden. De termijnen bij vervroegde verkiezingen zijn nu krap en leggen grote
druk op uitvoerders. De Kiesraad heeft op 25 november het advies «Sneller naar de
stembus bij tussentijdse verkiezingen» uitgebracht. Daaruit blijkt dat versnelling
alleen mogelijk is met fundamentele keuzes en structurele investeringen in permanente
verkiezingsgereedheid, onder meer bij gemeenten, kiezers buiten Nederland én politieke
partijen. Hoe beoordeelt de Minister de aanbeveling dat Nederland moet investeren
in een structureel robuuste verkiezingsorganisatie voordat verkorting überhaupt haalbaar
is? Ook willen we graag weten welke onderdelen van dit advies de Minister overneemt.
Voorzitter. Het CDA wil verkiezingen die begrijpelijk, toegankelijk en betrouwbaar
zijn voor iedereen. We zien uit naar concrete toezeggingen voor de verkiezingen van
18 maart. Dank u wel.
De voorzitter:
Uitstekend, dank u wel. Als u de microfoon weer uitzet, gaan we naar mevrouw Lammers
namens de PVV-fractie.
Mevrouw Lammers (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Bij de afgelopen verkiezingen zijn opnieuw bijna 3 miljoen
Nederlanders thuisgebleven. Het vertrouwen in Den Haag is op een dieptepunt. Dat komt
niet uit de lucht vallen. Structureel laat de politiek na de echte problemen van Nederlanders
serieus te nemen en daadwerkelijk aan te pakken. Neem migratie. Nederlanders worden
jaar in, jaar uit voor de gek gehouden met leuzen als «grip op migratie», maar die
grip komt er nooit. Sommige partijen zijn liever het schoothondje van Brussel dan
dat ze luisteren naar de mensen thuis. Dat is onacceptabel. Wij zijn niet gekozen
voor Brussel. Dit is Nederland, en wij zijn als Nederlandse parlementariërs gekozen
om op te komen voor de belangen van ónze mensen.
Wat er in dit huis wél doorgaat, zijn de spelletjes, het uitsluiten van partijen,
zoals opnieuw de PVV door bijna de hele Kamer wordt uitgesloten. 1,7 miljoen kiezers
worden aan de kant gezet. Het is ongehoord en onacceptabel. Ik ben benieuwd wat deze
BBB-Minister vindt van deze twee zaken en hoe hij denkt dat het vertrouwen in de politiek
kan terugkeren.
Ik ga verder, voorzitter. Bij de afgelopen twee verkiezingen heeft in vijf gemeenten
een experiment plaatsgevonden met een nieuw stembiljet. Dat zou praktischer en overzichtelijker
zijn. Echter, wat blijkt: dit kleinere biljet leidt tot veel meer ongeldige stemmen.
Bij de Europese verkiezingen was 0,74% van de stemmen met dit biljet ongeldig, tegenover
0,16% van de gewone stembiljetten. Ook bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 zien
we dit verschil: 0,48% ongeldige stemmen bij het nieuwe biljet tegenover 0,27% bij
gewone stembiljetten. Dat moeten we niet willen. Stel dat het experiment landelijk
was uitgerold tijdens de Tweede Kamerverkiezingen, dan zou dit zo'n 50.000 ongeldige
stemmen hebben opgeleverd. Dat zijn tienduizenden ongeldige stemmen meer dan met het
ouderwetse stembiljet. De Minister spreekt van gewenning en een leereffect, maar daar
kunnen wij niets mee. Deze ongeldige stemmen zijn definitief en beïnvloeden de uitslag.
Wij willen daarom dat de ouderwetse, grote stembiljetten blijven, totdat er een serieus
en goed alternatief komt. Daarom mag wat ons betreft dit experiment niet landelijk
worden uitgerold.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
De leider van de PVV had de dagen na de verkiezingen hele harde woorden over de betrouwbaarheid
van de verkiezingen. Daar hoor ik mevrouw Lammers nu niet over. Neemt u die verdachtmakingen
dan terug? Stelt u vast dat de verkiezingen eerlijk en transparant zijn verlopen?
Wat is nu het standpunt van de PVV hierover?
Mevrouw Lammers (PVV):
Nee, dat neem ik zeker niet terug. Onze fractievoorzitter heeft vragen gesteld bij
berichten die op internet zijn verschenen. Daar is onderzoek naar gedaan. Door de
Kiesraad is de uitslag gepubliceerd en die hebben wij overgenomen. Dus ik begrijp
de vraag niet zo goed.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dus de PVV neemt dan wél terug dat de verkiezingen niet eerlijk en transparant zijn
verlopen? Of vindt de PVV de verkiezingen niet betrouwbaar? Dat is mij onduidelijk.
Mevrouw Lammers (PVV):
Nee, de PVV neemt niks terug. Er is bijvoorbeeld – ik weet niet meer precies in welke
provincie, maar ik meen Limburg – een voorzitter van een stembureau opgestapt. Dat
was dus een legitieme vraag en daaruit is dat dus ook gebleken. Uiteindelijk is door
de Kiesraad de verkiezingsuitslag vastgesteld, en daar hebben wij ons altijd aan gehouden.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dit is niet helemaal in lijn met wat de heer Wilders in de dagen na de verkiezingen
heeft getweet. Ik heb mevrouw Lammers ook niet gehoord over deze ongeregeldheden tijdens
de verkiezingen, terwijl dit dan toch de plek is waar je dat soort dingen kunt aankaarten.
Ik zou de PVV dus willen oproepen om, als zij vindt dat de verkiezingen niet goed
verlopen zijn, die punten dan ook hier op tafel te leggen.
Mevrouw Lammers (PVV):
Onze fractievoorzitter heeft daar vragen over gesteld. Dat is onderzocht. Uiteindelijk
is door de Kiesraad de uitslag vastgesteld. Onze fractievoorzitter heeft ook gezegd:
wij houden ons aan de uitslag van de Kiesraad. Daarmee is dat volgens mij geen probleem
meer.
De voorzitter:
Oké, dan komt er een einde aan de inbreng van mevrouw Lammers en gaan we luisteren
naar de heer Clemminck namens JA21.
De heer Clemminck (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Er is een grote diversiteit aan onderwerpen. Ik kies er vier
uit voor een nadere toelichting in dit debat. Allereerst de geschilbeslechting en
het verkiezingsproces. We hebben een voorlichting gehad van de Raad van State en een
kabinetsreactie. Het moet mij van het hart dat wij als JA21 principiële bezwaren hebben
tegen de noodzaak van dit traject. Het is afkomstig vanuit internationale jurisprudentie
van het EVRM. Daardoor worden wij als volksvertegenwoordigers verplicht om ons aan
een bepaald stramien te houden, terwijl wij misschien zelf als nationale volksvertegenwoordigers
andere keuzemogelijkheden zouden willen hebben gehad. We zien dat mechanisme van Europese
verdragen en jurisprudentie van rechters wel vaker terugkomen, wat uiteindelijk toch
wel de keuzemogelijkheid beperkt die wij als volksvertegenwoordigers in Nederland
hebben, ook in dit geval. Tegelijkertijd is dat de politieke realiteit en hebben we
het te doen met het systeem waarin we zitten. We zouden dan zeggen: doe het met frisse
tegenzin en wees voorzichtig in de aanpak. Ik meen tussen de regels door te lezen
dat dit ook wel een beetje de houding van het kabinet is. Ik hoor daar graag een toelichting
op van de Minister.
Het kabinet wil een procedure voor vaststelling van de verkiezingsuitslag aanvullen
met een nieuwe onafhankelijke kiesinstantie, mogelijk de Kiesraad, lees ik. Mijn vraag
is of de burgers op dit moment eigenlijk niet al voldoende mogelijkheden hebben om
bezwaar te maken tegen het verkiezingsproces? Wat voegt deze extra stap nou eigenlijk
toe aan de bestaande praktijk?
Politieke groeperingen hebben ook de mogelijkheid om bij de Afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State bezwaar te maken tegen de uitslag. Dit gaat in tegen het principe
van het parlementaire privilege. Ik heb daarover een aantal vragen aan de Minister.
Allereerst: wat bedoelt de Minister met «politieke groeperingen»? Zijn dat alleen
partijen die ook een zetel hebben gekregen na de verkiezingen of zijn dat alle partijen
die zich hebben geregistreerd voor de verkiezingen? Wellicht kan de Minister daar
een toelichting op geven.
Ik vraag me ook af of er nog andere mogelijkheden zijn dan het doen van een rechterlijke
uitspraak, waarbij het parlementaire privilege niet teniet wordt gedaan, bijvoorbeeld
door de aanpassing van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer. Er bestaat namelijk
best wel een verschil tussen de casus in België, die aanleiding was voor de jurisprudentie,
en die in Nederland. Ik hoor graag van de Minister of het klopt, maar ik heb begrepen
dat in België de nieuwe Kamer een beslissing neemt en dat in Nederland de Kamer in
de oude samenstelling een beslissing neemt over de verkiezingsuitslag. De mogelijkheid
zou zijn om bijvoorbeeld in het Reglement van Orde op te nemen dat Kamerleden die
opnieuw verkozen zijn, geen lid zijn van de commissie voor de Geloofsbrieven. Ook
dat zou een manier kunnen zijn om de onpartijdigheid van het proces te duiden. Dan
hebben we dus geen rechterlijke toetsing nodig. Graag een reactie van de Minister.
Voorzitter. Het is al eerder genoemd: de termijnen voor vervroegde verkiezingen. Volgens
mij zijn wij het er allemaal over eens dat we zo snel mogelijk verkiezingen moeten
kunnen organiseren na de val van een kabinet. Tegelijkertijd is er de zoektocht naar
een balans met een goede organisatie en een goed proces. Zeker voor de gemeenten betekent
dat ook best wat. Waar mijn partij niet veel enthousiasme voor heeft, is de optie
die genoemd wordt in het rapport van de Kiesraad om de registratie van nieuwe partijen
te sluiten en niet meer toe te laten na de val van een kabinet. Dat zou bijvoorbeeld
in de praktijk betekend hebben dat NSC bij de vorige verkiezingen in 2023 niet met
een logo en een naam mee had kunnen doen. Dat had voor mijn eigen partij betekend
dat het ook maar net krap aan was. Volgens mij is het voordeel en de kracht van het
huidige systeem dat wij nieuwe politieke partijen veel ruimte en mogelijkheden bieden
om mee te doen aan het democratisch proces. Het beperken daarvan zou niet mijn voorkeur
hebben. Tegelijkertijd is tijdswinst wellicht wel mogelijk en in ieder geval ook wenselijk.
Wij zoeken het eerder in bijvoorbeeld het aanpassen van het proces rondom stemmen
vanuit het buitenland. Wellicht is daar nog tijdswinst te behalen. Als er voor het
robuust en permanent optuigen van verkiezingsprojectteams bij gemeenten investeringen
nodig zijn, zijn we daar zeker toe bereid. Ik hoor graag een reactie van de Minister.
Voorzitter. Dan het waarborgen van passief kiesrecht. Het ging in de stukken over
de SGP en het passief kiesrecht voor vrouwen. We hebben eerder geluiden gehoord uit
de politiek om partijen zonder interne democratische processen ook uit te sluiten
van verkiezingen. Dat heeft echt niet de voorkeur van JA21. Ik denk dat we op de inhoud
partijen in een debat kunnen wijzen op hun organisatie, maar ik vind niet dat wij
als wetgever te veel in interne partijorganisaties moeten treden. Dat zou zeker niet
mijn voorkeur hebben. Ik denk dat juist de kracht is dat partijen mee kunnen doen
aan de verkiezingen. Laat het dan maar in het debat terugkomen in scherpte en laat
het aan de kiezer om daar een keuze in te maken.
Voorzitter. Ik heb volgens mij nog een paar seconden. Mijn laatste onderwerp is: wat
te doen met peilingen? Ik kan eigenlijk de kabinetsreactie wel volgen. Ik denk dat
het belangrijk is dat kiezers, onze burgers, informatie hebben over verkiezingen.
Peilingen horen daar dus gewoon bij. Tegelijkertijd zie ik ook allerlei handhavingsproblemen
optreden. We zien dat in de praktijk in Europese landen die al zo'n verbod op peilingen
hebben. Dan gaat het over peilingen in het buitenland, die dan toch uiteindelijk in
het land waar het verbod geldt van belang kunnen zijn.
Voorzitter. Ik ben over mijn tijd heen, dus ik hou het hier even bij. Dank u.
De voorzitter:
U bent heel netjes. Dan ga ik naar de heer Erkens, voor zijn inbreng namens de VVD.
De heer Erkens (VVD):
Dank u, voorzitter. Ik wil allereerst ook mijn waardering uitspreken voor alle mensen
die weer geholpen hebben bij het organiseren van de Tweede Kamerverkiezingen. Dat
zijn mensen die in stembureaus hebben gewerkt en alle andere relevante taken hebben
uitgevoerd, vaak als vrijwilliger naast de drukke dagtaak die ze al hebben. Op deze
mensen rust een grote verantwoordelijkheid, dus dank aan hen, ook via u, voorzitter.
Voorzitter. Dan naar de inhoud. Onze verkiezingen in Nederland kennen een relatief
hoog vertrouwen en een relatief hoge opkomst, ook vergeleken met andere landen. Alle
vormen van modernisering moeten we kritisch bekijken. Leidt het tot een beter proces,
of veranderen we met elkaar zaken die eigenlijk gewoon nog goed werken? Veel van de
initiatieven die tot modernisering moeten leiden, hebben wel het effect dat we verkiezingen
complexer maken, bureaucratiseren of verder juridisch maken. Daardoor maken we zaken
ook foutgevoeliger. Dat lijkt ons onverstandig. Dat begint bij de Europese verordening
omtrent het gebruik van labels bij politieke advertenties. Dit zorgt voor extra regeldruk
bij partijen en adverteerders. Het brengt ook een noodzaak tot middelen voor handhaving
met zich mee voor iets wat vrij weinig meerwaarde heeft. Welke mogelijkheden ziet
het kabinet om dit versoepeld in te voeren in Nederland of in ieder geval de administratieve
lasten die hierbij komen kijken te versoepelen? Zouden drempelwaardes hierbij kunnen
helpen? Zoals het nu bij de landelijke verkiezingen werkt zou het namelijk heel moeilijk
worden voor gemeentelijke verkiezingen. Daar zijn toch vaak kleine afdelingen en lokale
partijen verantwoordelijk voor naleving van regels die heel complex zijn.
Daarnaast heb ik vragen over de juridificering van de geschilbeslechting bij de vaststelling
van de verkiezingsuitslag. Op dit moment beslist de oude Tweede Kamer over een mogelijk
geschil. Het inbouwen van een procedure zou er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat
ook in een demissionaire periode, waarin er weinig nieuw beleid gemaakt wordt, langer
kan gaan duren. Ziet het kabinet dit risico? Ziet het kabinet ook het risico dat wanneer
zo'n juridisch proces bijna standaard en vrij makkelijk gestart kan worden, dat het
vertrouwen in de verkiezingen verder kan verlagen in Nederland? De VVD is hier dan
ook geen groot voorstander van.
Onze vraag is dan ook, gelijk aan die van JA21: moeten wij vooruitlopen op deze uitspraak
in België of kunnen wij als Nederland meer de tijd nemen om na te denken over welk
model bij ons zou passen? Want wij gaan het natuurlijk proactief invoeren op basis
van de uitspraak die in België heeft plaatsgevonden, maar nog niet in Nederland op
dezelfde manier aanhangig is geweest.
Voorzitter. De VVD is op dit moment ook geen groot voorstander van het uitbreiden
van bijstand in het stemhokje. Er wordt voorgesteld dit te laten doen door leden van
het stembureau. We gaan de wet binnenkort behandelen, maar we zijn hier niet positief
over omdat het stemgeheim cruciaal is. We bouwen steeds meer deurtjes in om ondersteuning
te bieden aan mensen. Dat is goedbedoeld, maar dat maakt het wel een complexer en
fraudegevoeliger proces. Mochten er incidenten plaatsvinden waarbij individuen onder
druk gezet worden in het stemhokje, dan vergroot dat de kans dat het vertrouwen in
de verkiezingen lager wordt.
Voorzitter. Dan de voorstellen voor een kleiner stembiljet. Wat is het voornaamste
probleem dat het kabinet hiermee wil oplossen? Zit het ’m in de toegankelijkheid voor
kiezers of in de simplificatie van het tellen van de stemmen? De opkomst in Nederland
is hoog. Het aantal ongeldige stemmen is heel laag. Kiezers zijn tevreden met het
huidige proces. Gaan we door met miljoenen uitgeven aan het traject voor een nieuw
stembiljet? Het is een ander formulier. Kiezers krijgen daarmee minder informatie,
want je ziet niet direct in een oogopslag de naam en de woonplaats van de kandidaat.
Er wordt geconcludeerd dat het experiment een succes was, terwijl er wel vier à vijf
keer zo veel ongeldige stemmen zijn uitgebracht. Graag een reactie daarop van de Minister.
Ik krijg ook graag een verduidelijking op het interruptiedebatje tussen BBB en GroenLinks-PvdA
over de vraag of er in het experiment meer of minder voorkeurstemmen werden uitgebracht,
want daar ben ik nu wel benieuwd naar.
De heer Vermeer (BBB):
Daarover moet ik even melden dat ik abuis was. Er was wel een bijzonder fenomeen aan
de hand. Mensen die op de plek stonden die gelijk was aan het lijstnummer, kregen
namelijk meer voorkeursstemmen. Of er per saldo echt meer voorkeurstemmen waren, moet
nog even goed geanalyseerd worden, maar als u op lijst 3 staat, adviseer ik u te proberen
op nummer 3 te komen.
De voorzitter:
Gratis tip!
De heer Erkens (VVD):
Dank u wel voor deze tip. Ik ben heel benieuwd naar de verduidelijking van de Minister
over de vraag over voorkeurstemmen en de vraag of het individueel mandaat van Kamerleden
net zo sterk of zelfs sterker kan worden of juist verzwakt kan worden in zo'n model.
Dit gaat ook over de regionale binding van kandidaten.
Voorzitter. Ik heb nog twee overige punten ter afronding. De periodes tussen het opstappen
van het kabinet en het moment waarop wij verkiezingen hebben, zijn inderdaad ontzettend
lang in Nederland. Wij zijn voor het verkorten van die termijnen bij tussentijdse
verkiezingen. Het zou een goede eerste stap zijn om dit naar drie maanden te brengen,
maar dat voelt nog steeds als best lang. Waarom kan het in andere landen in een aantal
weken en in Nederland niet, vraag ik aan de Minister, ook op basis van het onderzoek
dat nu is uitgezet. Ik zag daarin een aantal termijnen. Ik snap hoe het in de huidige
wet- en regelgeving staat, maar zijn er nog mogelijkheden om zaken aan te passen als
we met elkaar willen dat het sneller gaat? Is de Minister bereid om in ieder geval
ook uit te werken of in gang te zetten dat die drie maanden mogelijk de standaard
gaan worden, zodat we die ook gaan hanteren in Nederland? Wil hij daarvoor de voorbereidingen
in gang zetten?
Voorzitter. Het laatste punt gaat over de rol van peilingen. Het is vrij bijzonder
dat de grootste peilingbureaus in Nederland compleet andere voorspellingen kunnen
doen over de uitslag van de verkiezingen. Ze hebben wel degelijk impact op de uitslag.
Dat zien we ook in de openbare onderzoeken van EenVandaag, Maurice de Hond en ga zo
maar door. We zien dat kiezers daarop strategisch hun stemkeuze baseren. Dat is niet
per se erg, maar in verschillende talkshows worden verschillende peilingen neergezet
als de waarheid. Het is wel belangrijk om de methodiek die eraan ten grondslag ligt,
openbaar te krijgen. Wij zijn zelf geen voorstander van een peilingverbod, ook door
alle handhavingscriteria die daarbij komen kijken en de complexiteit ervan. Maar is
de Minister wel bereid om met de peilers af te spreken dat die methodiek verplicht
openbaar gemaakt wordt, wil zo'n peiling terug kunnen komen in talkshows en dergelijke?
Dan kunnen we extern getoetst krijgen of die peilingen representatief zijn of niet.
Dank u, voorzitter.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik had nog even een vraag aan de VVD over het passief kiesrecht voor vrouwen. De Minister
heeft vlak voor het kerstreces een brief gestuurd met een aantal opties om dat te
waarborgen. Denk daarbij aan een quotum of het aanpassen van de subsidievoorwaarden
voor politieke partijen. Ik ken de VVD als groot voorstander van vrouwenrechten, dus
ik ben wel benieuwd hoe de VVD hiernaar kijkt.
De heer Erkens (VVD):
Wij als partij zouden daarin heel andere keuzes maken en dat doen we ook. Ik vind
er persoonlijk ook wat van dat vrouwen niet op een lijst kunnen staan. Tegelijkertijd
vinden wij het ingrijpen in de interne aangelegenheden van een andere partij best
een zwaar middel. Ik zou willen zeggen dat wij daar voorzichtig in zijn. Als je hierin
stappen gaat zetten met elkaar, wat is dan de volgende stap? Wanneer gaan we ingrijpen
bij andere partijen in deze Kamer? Ik vind dat een mooi onderwerp voor een volgend
kabinet om zich verder over te buigen. Het is wat ons betreft een proces dat we heel
zorgvuldig moeten doorlopen met elkaar. Wij gaan hier niet heel snel een knoop over
doorhakken.
De heer Van Baarle (DENK):
Nog even over de manier waarop de heer Erkens voorstelt om te gaan met peilingen.
Hij geeft aan dat op het moment dat de methodiek bij een peiling door een peilingbureau
niet is geopenbaard, dat gevolgen zou moeten hebben voor het openbaren of bespreken
daarvan in talkshows. Zoiets zei hij. Moet ik dat dan zo zien dat hij voorstaat dat
er een soort wettelijke regeling komt die bepaalt dat er een bepaalde methodiek moet
zijn voordat een peiling gepresenteerd kan worden? Of ziet hij liever dat de Minister
probeert daarover het gesprek te voeren met peilingbureaus? Hoe ziet hij dat in de
praktijk voor zich?
De heer Erkens (VVD):
In de praktijk zie ik voor me dat de Minister met de drie grote peilbureaus – er zijn
daarnaast nog een aantal kleinere peilbureaus in Nederland – een gesprek aangaat om
te kijken of de methodiek op vrijwillige basis openbaar gemaakt kan worden: hoe groot
is de steekproef, op welke manier wordt gewogen en op welke manier corrigeer je voor
groepen waarvan je weet dat die erin ondervertegenwoordigd zijn? Ik denk dat er voldoende
slimme mensen en wetenschappers in Nederland zijn die als die methodiek openbaar is,
alle haken en ogen kunnen aangeven die daarbij komen kijken. Ik hoop dat dat dan ook
op die manier meegenomen wordt in de verslaggeving. Maar ik denk inderdaad dat het
onwenselijk is om vanuit de overheid een methodiek te verplichten. Het gaat om transparantie
over wat er gebeurt.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat is voor mij een helder antwoord.
De voorzitter:
Uitstekend. Dan geef ik u graag het woord, meneer Van Baarle, namens de DENK-fractie.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. Ook ik begin natuurlijk met een woord van dank aan al de mensen
die de verkiezingen mogelijk hebben gemaakt, al de mensen die tot laat in de avond
en de nacht bezig waren met het tellen van de stemmen. Die vrije verkiezingen zijn
het fundament van onze prachtige democratie.
Bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen heeft gelukkig 78,3% van de Nederlanders gebruikgemaakt
van het stemrecht. Dat is iets meer dan bij de verkiezingen daarvoor, maar als je
inzoomt op ons land, zie je nog steeds grote verschillen. In mijn thuisgemeente Rotterdam
lag het opkomstpercentage op 63%. Ik zal er maar niet van uitgaan dat dat ermee te
maken heeft dat ik er woon! Als je verder inzoomt, zie je bijvoorbeeld dat in de wijk
Bloemhof in Rotterdam-Zuid niet eens twee op de vijf stemgerechtigden een stem hebben
uitgebracht. Dat geldt niet alleen voor Bloemhof; in het Transvaalkwartier in Den
Haag was er een opkomst van 52,9% en in de wijk Geuzenveld in Amsterdam kwam slechts
de helft van de stemgerechtigden opdagen.
Natuurlijk hebben wij als politici in de Tweede Kamer een grote verantwoordelijkheid
om het vertrouwen in de politiek te herstellen. Wij moeten het goede voorbeeld geven.
Dat kunnen we allemaal, zonder uitzondering, beter doen. Tegelijkertijd zijn we er
dus ook nog niet, ondanks de publiekscampagnes die de overheid uitvoert. Met het oog
op de gemeenteraadsverkiezingen in maart vraag ik de Minister hoe hij de opkomstbevordering
verder gaat versterken. Welke dingen gaat hij slimmer en extra doen? Hoeveel budget
is daar bij de aankomende gemeenteraadsverkiezingen voor beschikbaar? Is dat meer
dan bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen of wordt er minder aan uitgegeven? Kan
de Minister daar iets over zeggen?
Voorzitter. Als overheid ...
De voorzitter:
Excuus, er is een interruptie van de heer Clemminck.
De heer Clemminck (JA21):
De publiekscampagnes van de overheid zijn vrij algemeen. Mijn vraag aan de heer Van
Baarle is of hij van de overheid verwacht dat die meer specifieke groepen gaat benaderen
met een opkomstbevorderende campagne.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik heb de brief van de Minister over opkomstbevordering gelezen. Daarin zegt de Minister
eigenlijk vrij algemeen dat ze proberen te leren van eerdere campagnes en in te zoomen
op specifieke groepen, zoals jongeren. Ik denk dat dat goed is. Ik denk dat we een
weg in moeten slaan waarbij we bij alle publiekscampagnes die de overheid voert, goed
nadenken welke belangrijkste groepen het doel van de campagne zijn. Dat zijn de groepen
waarbij de opkomst bij de verkiezingen achterblijft. Dat zijn verschillende groepen.
Ik denk dat je dat gewoon op een objectieve, wetenschappelijke manier kan vaststellen
en dat je op grond daarvan als overheid moet kijken hoe je die groepen het beste kan
benaderen. Ik denk dat we daar als politiek niet in zouden moeten shoppen, want dan
ga je als politiek zeggen: bij de ene groep gaan we wel de opkomst bevorderen en bij
de andere niet. Dat is ook weer niet zuiver. Laten we dat aan de wetenschappers overlaten.
Als overheid moeten we ook het stemproces zelf zo eenvoudig en toegankelijk mogelijk
maken. In de evaluatie zien we dat er rond de verkiezingen ongeveer 20 miljoen stempassen
zijn bezorgd, maar we zien ook dat het mis kan gaan met de bezorging. In Amsterdam
werden er bijvoorbeeld 1.300 stempassen niet bezorgd. Ook in andere gemeenten waren
er problemen. De verkiezingen daarvoor was het in Rotterdam aan de orde. Welke stappen
gaat de Minister nou zetten om dit in de toekomst niet meer te laten gebeuren? Naar
aanleiding van de verkiezingen in 2023 zijn er namelijk afspraken gemaakt, onder andere
met PostNL, maar we zien dat er in wijken in Amsterdam weer zoveel stempassen niet
bezorgd zijn. Wat gaat de Minister dus extra doen?
De vraag is ook of het voor ons niet tijd is om kritischer te kijken naar het gebruik
van die stempas. Ook mevrouw Tseggai zei daar wat over. In andere landen kan je namelijk
stemmen door je legitimatiebewijs te gebruiken. Is de Minister bereid om te verkennen
of we in Nederland uiteindelijk ook toe kunnen gaan naar een systeem zonder stempas
waarbij je kan stemmen met je legitimatiebewijs? Is hij bereid om te kijken naar de
ervaringen in andere landen waar dit nu al gebeurt? Dat is volgens mij iets concreets
waarmee we een hoop bureaucratie kunnen voorkomen.
Voorzitter. Dan de deelnemende partijen. Zeker nieuwe of kleinere partijen lopen bij
het deelnemen aan verkiezingen soms vast in de procedures. Sommige gemeenten beantwoorden
vragen niet altijd uniform. Controles zijn verschillend of komen pas laat in het proces.
Welke stappen kan de Minister zetten om dit verder te uniformeren? Is de Minister
bereid om te werken aan een landelijk vervroegd voorinlevermoment, zodat partijen
eerder weten waar ze aan toe zijn en niet tegen verrassingen aanlopen? Wanneer maakt
de Minister digitale ondersteuningsverklaringen mogelijk, met een fysieke route als
alternatief voor wie dat nodig heeft? Deelt de Minister de opvatting dat het onwenselijk
is dat partijen werken met kopieën van identiteitsbewijzen en privacygevoelige documenten?
Kunnen we eindelijk toegaan naar instemming en verificatie van kandidaten mogelijk
maken met een centraal digitaal systeem, zodat de administratieve lasten naar beneden
gaan en ook de bescherming van persoonsgegevens beter wordt? Tot zover het boodschappenlijstje
van mijn partijorganisatie.
Voorzitter. Als we de opkomst structureel willen verbeteren, moet we ook investeren
in de volgende generatie kiezers. Sinds onze oprichting pleiten we al voor een lagere
stemgerechtigde leeftijd. Wat ons betreft is die 16 jaar. Dat hoeft niet overal in
één keer. We kunnen ook beginnen zoals andere landen dat hebben gedaan, bijvoorbeeld
België en Duitsland bij de Europese verkiezingen. Mijn vraag aan de Minister is of
hij bereid is om te verkennen of we de stemgerechtigde leeftijd in Nederland ook kunnen
verlagen om jongeren bij de politiek te betrekken.
Dan het experiment met de nieuwe stembiljetten. Bij het nieuwste experiment daalde
het aandeel ongeldige stemmen, maar het ligt nog steeds boven het landelijk niveau.
Dat kan een leereffect zijn. Ik ben benieuwd naar de duiding van de Minister. Tegelijkertijd
is de vraag welk probleem we oplossen als het percentage ongeldige stemmen nog steeds
hoger ligt dan het landelijke. Hoe ziet de Minister het vervolg van dit experiment?
Ik ben benieuwd naar zijn duiding.
Naast opkomstbevordering is het, mede hierdoor, voor mijn fractie ook van belang om
in de publiekscampagnes aandacht te geven aan hoe men correct stemt, om fouten te
voorkomen. Ik krijg tijdens de verkiezingen vaak van die stemfoto's van mensen. Soms
zit daar een foto tussen waarop ik zie dat mensen helaas verkeerd gestemd hebben.
Volgens mij hebben we dat allemaal weleens meegemaakt. Het gebeurt nog te veel. Het
is een groot percentage. Moeten we daar niet meer aandacht aan geven in de publiekscampagne?
Tot slot de brief van de VNG over de financiering. Zij heeft het erover dat een groot
gedeelte van de tegemoetkoming van de kosten van verkiezingen niet vergoed wordt.
Wat vindt de Minister daarvan?
De voorzitter:
Dank u wel. Er zijn geen interrupties meer. Dan geef ik graag het voorzitterschap
over aan de heer Vermeer.
Voorzitter: Vermeer
De voorzitter:
Dank u wel, ex-voorzitter. Ik geef graag het woord aan de heer Sneller van D66.
De heer Sneller (D66):
Dank u wel, voorzitter. In de mediadynamiek gaat het soms zo dat je op de voorpagina
heel groot nieuws maakt en dat de correctie dan ergens op pagina 18 blijkt te staan.
Dat is ook wat de Minister eigenlijk is overkomen. Hij zei op 7 november niet zo'n
moeite te hebben met de tweets van de heer Wilders. In de brief die wij afgelopen
vrijdag, twee maanden later, mochten ontvangen, staat eigenlijk dat hij zijn zorg
daarover wil uitspreken. Dat is weinig opgepikt in de media. Ik wil hem dus graag
de gelegenheid geven om daar nog wat meer over te zeggen, zeker gezien de grote woorden
dat dergelijke uitingen het vertrouwen in onze democratie kunnen ondermijnen en enorm
onrecht doen aan de inzet van betrokkenen. Daar sluit ik mij van harte bij aan.
Dan het verkorten van het tijdpad voor verkiezingen. Volgens mij is dat een interessant
eerste advies van de Kiesraad, met een hele reeks no-regretmaatregelen. Ik hoor graag
van de Minister hoe hij daarmee nu al aan de slag gaat. Eerder heeft onder andere
het CDA aandacht gevraagd voor de fiscale vrijstelling voor de vrijwilligersvergoeding
voor stembureauleden. Hoe staat het daarmee? Ook de meewerkplicht voor gebouwenbeheerders
vond ik een interessante maatregel, niet per se een no-regretmaatregel, want er gaat
wel iets achter vandaan komen, maar wel een interessante maatregel om verder te verkennen
wat mij betreft. Zo ook het registreren van meer Nederlanders in het buitenland. Volgens
mij is een hele grote groep nog niet geregistreerd. In het advies van de Kiesraad
staat: hierop moet de communicatie worden versterkt. Wat mij betreft gaan we dat inderdaad
alvast met Buitenlandse Zaken oppakken, om te zorgen dat onze posten in het buitenland
dat beter gaan doen. Ik hoor graag wat Minister op dit punt al met zijn collega-minister
heeft besproken of bereid is in gang te zetten. Wat mijn fractie betreft gaan we ook
een pilot doen met digitaal stemmen voor Nederlanders in het buitenland. Dan gaat
het dus niet alleen om het digitaal opsturen van het briefstembewijs, dat je kunt
uitprinten, maar ook om echt digitaal stemmen, zoals dat ook in andere landen wel
gebeurt.
Dan het fameuze nieuwe stembiljet. Ook ik ben benieuwd naar het percentage stemmen
op lijsttrekkers, want tijdens de behandeling van de experimentenwet was dat een van
de aandachtspunten, terwijl ik dat nu in de korte evaluatie van deze keer eigenlijk
niet teruglees als een relevant gegeven. Ik hoop dus dat we daar na de gemeenteraadsverkiezingen
wat uitgebreider informatie over krijgen.
Aan de ene kant heb je de ongeldige stemmen die zijn uitgebracht. Volgens mij is dat
een relevante factor om naar te kijken. Aan de andere kant heb je ook minder telfouten,
als het goed is. Ik hoop dat dat ook inzichtelijk wordt gemaakt, want dat is een van
de redenen waarom het enthousiasme groot is onder kiezers, stembureauleden en gemeenten.
De uitvoerbaarheid van verkiezingen is wel degelijk een probleem op dit moment, maar
dat moet er niet toe leiden dat de kandidaten verdwijnen en alleen de partijen naar
boven komen. Met het toesturen van het hele overzicht van kandidaten kun je juist
meer informatie geven over de kandidaten die op het stembiljet staan. Dat gebeurt
nu nog niet, maar de leeftijd of geboortedatum van kandidaten kan voor bepaalde kiezers
een hele relevante factor zijn bij het uitbrengen van hun stem, terwijl dat een gegeven
is dat nu niet wordt gecommuniceerd.
Ook goede voorlichting is van belang. Bij de verkiezingen voor het Europees Parlement
heb ik zelf in Alphen aan den Rijn gestemd, omdat dat een van de deelnemende gemeenten
was. Volgens mij krijg je daar goede voorlichting, maar die krijg je pas vlak voordat
je gaat stemmen. Misschien is het wel nuttig om daarvan te leren. Ik ben benieuwd
wat er al geleerd is over de manier waarop je voorlichting geeft. Staat er ook iets
in de lokale krant voor de gemeenteraadsverkiezingen in je gemeente, zodat je dat
thuis al op je gemak tot je kunt nemen? Dat is, zeker afhankelijk van je doenvermogen
en van hoe spannend je het vindt om te gaan stemmen, volgens mij relevant voor het
omlaagbrengen van het foutenpercentage.
Dan de beroepsmogelijkheid. Daar was ik ook al voor voordat het Europees Hof daar
een uitspraak over deed, want ook de OVSE als verkiezingswaarnemer heeft ons er al
een aantal keer aan herinnerd dat die belangrijk is. De bezwaren die worden genoemd,
met name het bezwaar over de termijnen, zijn natuurlijk wel heel relevant. Ik ben
er eigenlijk voor om de beroepsmogelijkheid breder toegankelijk te maken, maar ja,
wat betekent dat voor de termijnen, die we juist willen verkorten met dat Kiesraadadvies?
Ik hoor dus graag wat daar, ook wat kwantitatiever, de verwachtingen van zijn. Nu
is het een kwalitatieve inschatting, ook in het advies van de Raad van State, maar
ik zou daar graag wat meer duidelijkheid over hebben.
Ten slotte de weerbaarheid. De Minister zegt dat de impact op de verkiezingsuitslag
beperkt is. Ik ben benieuwd waar hij dat precies uit afleidt en hoe lang hij dat nog
droog kan houden, als je ziet hoe snel de ontwikkelingen van desinformatie gaan. De
Russische trollen uit West-Afrika werden al even genoemd, maar er zijn heel veel andere
manieren waarop het ook gebeurt. Ik zie dat BZK, met zijn trustedflaggerstatus, zoals
dat dan heet, precies één post van X en Meta onder de aandacht heeft gebracht. Nadat
eerst gezegd was dat die post nergens mee in strijd was, is die uiteindelijk drie
dagen later pas verwijderd, terwijl we in rapporten hebben gelezen hoe snel het gaat.
Ik hoor dus graag van de Minister wat hij als vervolg hierop gaat doen.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Sneller, voor uw bijdrage. Ik draag het voorzitterschap graag weer
aan u over.
Voorzitter: Sneller
Minister Rijkaart:
Er zijn wat behoorlijk technische en juridische vragen gesteld. Daar zijn we druk
mee bezig. Het gros van de vragen komen we echter wel uit. Na een halfuurtje hoop
ik in ieder geval zo veel mogelijk van uw vragen te kunnen beantwoorden.
De voorzitter:
Dan gaan we om 16.20 uur weer verder. Ik schors de vergadering.
De vergadering wordt van 15.50 uur tot 16.20 uur geschorst.
De voorzitter:
Het is 16.20 uur. We hadden afgesproken dat we dan weer zouden beginnen, dus ik heropen
de vergadering en geef het woord graag aan de Minister van Binnenlandse Zaken.
Minister Rijkaart:
Voorzitter, dank u wel. Zoals te doen gebruikelijk – wellicht voor de nieuwe leden –
zal ik beginnen met een korte inleidende spreektekst en daarna zal ik per blokje de
diverse vragen zo goed mogelijk proberen te beantwoorden. Dat zal gaan via de Tweede
Kamerverkiezingen, de gemeenteraadsverkiezingen, het nieuwe stembiljet, een kopje
weerbaarheid en een kopje varia. Dan kunnen we vanaf daar kijken hoe verder.
Allereerst dank voor de gelegenheid om te spreken over de verkiezingen en het verkiezingsproces.
Ook dank voor de vele complimenten die u heeft gegeven aan de vele vrijwilligers.
Laat ik ook meteen maar even zeggen hoeveel dat er dan zijn: dat zijn er meer dan
100.000. En over de aard en omvang: het is eigenlijk het grootste evenement dat Nederland
kent in die orde. Dan tel ik natuurlijk iets als een voetbalevenement even niet mee.
Het geeft wel aan hoe groot dit is.
Vrije en eerlijke verkiezingen zijn de ruggengraat van onze democratie en daarom moeten
we dat koesteren. We koesteren dan ook dat de verkiezingen in Nederland vrij en eerlijk
zijn en dat het vertrouwen van burgers hierin heel erg groot is. Om dat vertrouwen
vast te houden en te voorkomen dat de verkiezingen worden ondermijnd of heimelijk
worden beïnvloed, werk ik aan het verder beschermen en verbeteren van het verkiezingsproces.
Zo zorgen we ervoor dat onze verkiezingen robuust, toegankelijk, uitvoerbaar en weerbaar
zijn en blijven.
29 oktober waren de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer. We kunnen samen
terugkijken op goed verlopen verkiezingen. Een verkorte evaluatie van deze verkiezingen
heb ik begin deze week aan uw Kamer gestuurd. Hierin ligt de focus op de ervaringen
van de verkiezingen die van belang zijn voor de aankomende gemeenteraadsverkiezingen
van 18 maart. Ook ga ik in deze brief in op de eerste ervaringen van het experiment
met het nieuwe stembiljet dat tijdens deze verkiezingen heeft plaatsgevonden. Een
uitgebreide evaluatie van zowel de Tweede Kamerverkiezingen als de gemeenteraadsverkiezingen,
inclusief verslagen van de uitgevoerde onderzoeken en het experiment met het nieuwe
stembiljet, volgt na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026. Op dat moment zal ik ook
een geactualiseerde versie van de verkiezingsagenda aan uw Kamer toesturen. Samen
met de Kiesraad, de VNG en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken maak ik hierin
afspraken over de gewenste verbeteringen in het verkiezingsproces in de komende jaren.
Om te zorgen dat iedereen kan stemmen, werken gemeenten en de Kiesraad hard aan de
organisatie van robuuste, eerlijke en toegankelijke verkiezingen en daarbij ondersteun
ik hen waar nodig.
De beantwoording van de vragen doe ik aan de hand van de volgende onderdelen: Tweede
Kamerverkiezingen 2025 en de gemeenteraadsverkiezingen 2026, het nieuwe stembiljet,
weerbaarheid en varia. Dat brengt mij bij het eerste kopje: de Tweede Kamerverkiezingen
en de gemeenteraadsverkiezingen. Ik doe per blokje even een korte inleiding, voor
de beeldvorming.
Op 29 oktober waren dus de verkiezingen voor de leden van de Tweede Kamer. De opkomst
was bij deze verkiezingen met 78,3% hoger dan die bij de Tweede Kamerverkiezingen
van 2023, die op 77,7% bleef steken. Ik concludeer dat de verkiezingen mede dankzij
de inzet van gemeenten, duizenden vrijwilligers en de Kiesraad goed zijn verlopen.
De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft geconcludeerd dat de verkiezingen
eerlijk, transparant en controleerbaar zijn geweest. Er zijn geen aanwijzingen dat
er ongewenste verkiezingsbeïnvloeding heeft plaatsgevonden die effect heeft gehad
op het verloop of de uitkomst van de verkiezingen. Toch is het niet vanzelfsprekend
dat onze verkiezingen behoed zijn voor heimelijke beïnvloeding of andere vormen van
ondermijning. Het Ministerie van BZK neemt daarom maatregelen om het verkiezingsproces
weerbaar te houden, ook richting de gemeenteraadsverkiezingen. Daar kom ik zo op terug
in het blok weerbaarheid.
Dan de vragen. De heer Van Baarle van DENK vroeg: gaat de Minister de opkomstbevordering
versterken? Wat gaat hij slimmer doen en hoeveel budget is daarvoor beschikbaar bij
de komende gemeenteraadsverkiezingen? Is dat meer dan bij vorige gemeenteraadsverkiezingen?
In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen gaan we een activerende publiekscampagne
starten. Daarbij ligt de nadruk op het belang van het gevoel dat stemmen er überhaupt
toe doet. In de campagne gaat extra aandacht uit naar specifiek twee doelgroepen,
de situationele niet-stemmers en de jongeren. Dit zijn de groepen kiezers die soms
wel en soms niet stemmen. Zo is er bij de afgelopen verkiezingen een subsidie toegekend
aan de Nationale Jeugdraad en De Kiesmannen. De NJR ontwikkelde de campagne Alles
= Politiek. De Kiesmannen verzorgden verkiezingsshows op mbo-scholen. Overigens heb
ik hier de afgelopen maanden ook regelmatig aan bijgedragen. Ik kan u allen met het
nodige enthousiasme aanraden om, mocht u gevraagd worden, daar vooral aan mee te doen,
want het is ontzettend leuk en motiverend om met de jongeren daarover in gesprek te
gaan.
Gemeenten worden ondersteund met een toolkit waarmee ze lokaal gerichte en toegankelijke
informatie kunnen delen met kiezers.
Dan over het budget. Het budget voor de opkomstbevorderende campagne is 1,2 miljoen.
Voor maatwerkcommunicatie aan specifieke doelgroepen is dit € 400.000. Het budget
voor de campagne en het budget voor de communicatie aan specifieke doelgroepen zijn
bij de komende GR gelijk aan het budget dat we hadden bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen.
De heer Van Baarle stelt ook dat uit onderzoek blijkt dat de opkomst nadrukkelijk
samenhangt met het vertrouwen van burgers in de politiek. Hierin zou een belangrijke
taak liggen voor volksvertegenwoordigers. Ik kan uw oproep eigenlijk alleen maar van
harte ondersteunen. Zoals u zei, zijn we er allemaal voor om het vertrouwen in de
politiek te vergroten. U vindt mij daarin geheel aan uw zijde.
De heer Sneller: kan de Minister meer zeggen over de uitspraken over twijfels over
het verkiezingsproces? Mijn opvatting is en blijft dat we goede verkiezingen hebben
gehad. Het proces is eerlijk verlopen. Ik heb grote waardering voor alle vrijwilligers
en ambtenaren die zich hiervoor hebben ingezet. Ik heb de democratie, net als u allen,
hoog zitten. We hebben een heel robuust verkiezingsproces, dat ook internationaal
hoog in aanzien staat. Ten eerste is het een papieren proces. Dat maakt dat we eigenlijk
altijd terug kunnen kijken naar hoe de uitslag tot stand is gekomen. Ten tweede bevat
het verkiezingsproces veel controles, zoals de mogelijkheid tot hertellingen, gemeentelijke
stembureaus die naar de tellingen kijken, de Kiesraad die controle na controle doet
en een commissie van de Tweede Kamer die nogmaals een check uitvoert voordat de uitslag
definitief wordt vastgesteld. Ten derde wordt het proces uitgevoerd met behulp van
tienduizenden burgers en ambtenaren. Die werken allemaal samen bij de stemming, het
tellen en de totstandkoming van de uitslag. Zij doen dat met elkaar. Ze kijken met
elkaar mee en controleren elkaar. Ik ben recent bij een stembureau geweest. Mocht
u een keer in de gelegenheid zijn om hier in Den Haag bij het centrale bureau te kijken,
dan ziet u hoe zorgvuldig dat gaat en hoeveel tolpoortjes je door moet voordat uiteindelijk
de uitslag wordt ingevoerd. Een aanrader.
Iedereen kan tijdens het verkiezingsproces meekijken en melding maken als men denkt
dat er ergens een fout is gemaakt. Dit wordt dan onderzocht en indien nodig wordt
er herteld. Zoals de Kiesraad en de Tweede Kamer hebben vastgesteld en zoals ikzelf
ook al heb benadrukt, hebben zich geen onregelmatigheden voorgedaan die de betrouwbaarheid
van de verkiezingen in twijfel trekken. De uitslag is inmiddels officieel vastgesteld
en daar heeft iedereen zich aan gecommitteerd. Dat is terecht. Dat is een bevestiging
van het feit dat we een solide en betrouwbaar proces hebben met elkaar. Ik voeg daaraan
toe dat ik graag zie dat we net zulke goede verkiezingen zullen hebben bij de aankomende
gemeenteraadsverkiezingen als bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen.
Het lid Sneller vraagt om inzichtelijk te maken in hoeverre er minder telfouten zijn.
Ik heb van de Kiesraad begrepen dat het tellen rustiger verloopt als er minder verschuivingen
lijken te zijn. Dat gaat dan voornamelijk over het tellen met het nieuwe stembiljet.
Ik onderschrijf dat. Er heerst echt een serene rust in het stembureau. Ook geven ambtenaren
aan dat het nieuwe stembiljet zorgt voor rust en snellere tellingen en dat het tellen
van de stemmen gemakkelijker verloopt dan met het huidige stembiljet. Met dat grote
biljet is het echt een ratelen van wat bijna behangrollen aan stempapier zijn. Die
worden doorgegeven over hele grote tafels. Als je dan het verschil ziet met dat kleine
stembiljet, dan kan ik me indenken dat de tellers daar echt mee geholpen zijn.
«Kan de Minister reflecteren op de grote groep niet geregistreerde kiezers in het
buitenland?» In de evaluatie van de gemeenteraadsverkiezingen zal ik ook een actualisering
van de verkiezingsagenda opnemen. Hierin zal ik ingaan op de communicatie richting
de kiezers in het buitenland en eventuele maatregelen die hierin kunnen worden meegenomen
om de registratie van deze kiezers te vereenvoudigen en vooral de opkomst te vergroten.
Ik verwacht u deze brief dan ook voor de zomer toe te sturen.
De voorzitter:
Ik zeg het van tevoren, meneer Vermeer: vier interrupties.
De heer Vermeer (BBB):
Om op het laatste puntje van de Minister terug te komen: bij de laatste verkiezingen
hebben nogal veel mensen uit het buitenland ons benaderd om aan te geven dat de afstanden
daar vele malen groter zijn dan hier in Nederland. Gaat de Minister in de brief die
hij gaat sturen, ook kijken naar dat concrete probleem om kiesgerechtigde in het buitenland
te worden?
Minister Rijkaart:
De heer Vermeer geeft een aandachtspunt mee. Ik ben uiteraard bereid om dat in die
brief mee te nemen.
De heer Vermeer (BBB):
Ik had bij dit blokje nog een punt. Ik was eigenlijk verbaasd dat in de experimenteergemeentes
een stem waarbij iemand alleen de partij aangevinkt heeft en niet de kandidaat, als
geldige stem geïnterpreteerd is. Ons hele systeem kent officieel namelijk helemaal
geen partijen. Het zijn verkiezingen voor volksvertegenwoordigers. Hoe kan dat dan?
Ik wil daar graag een juridisch antwoord op. Daar mag schriftelijk op teruggekomen
worden. Hoe kan dat als een geldige stem geïnterpreteerd worden die automatisch aan
een lijsttrekker toegekend wordt? Wij kennen volgens de wet helemaal geen partijen,
volgens mij, en al zeker geen lijsttrekkers binnen een partij, die dan automatisch
een stem zouden krijgen.
De voorzitter:
Ik heb genoteerd dat het derde blokje het nieuwe stembiljet is, maar ik ga naar de
Minister.
Minister Rijkaart:
Wij hebben van tevoren, toen wij onder de noemer van dit experiment met dat kleine
stembiljet aan de gang gingen, hiervoor een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Daarin
zit het antwoord op de vraag van de heer Vermeer, namelijk dat dit een van de uitzonderingen
is die daarin zijn gezet.
Nu we toch bij het kleine stembiljet zijn ...
De voorzitter:
Nee, ik moet u onderbreken. De heer Clemminck heeft een interruptie en daarna de heer
Van Baarle.
De heer Clemminck (JA21):
De Minister zei dat hij de opkomst van de buitenlandse stemmers wil vergroten. Tegelijkertijd
zijn we aan het zoeken naar mogelijkheden om het proces tussen de val van het kabinet
en nieuwe verkiezingen te versnellen. Een van de opties die de Kiesraad in het eerste
deel van zijn advies meegeeft, is om naar het proces van buitenlandse stemmen te kijken.
Daarin een versnelling aanbrengen zou kunnen betekenen dat de opkomst wellicht minder
groot is dan nu. Betekent de opmerking van de Minister dat hij de opkomst van de buitenlandse
stemmers wil vergroten dus dat hij niet kiest voor de opties die de Kiesraad meegeeft
om het buitenlandse stemproces te versnellen?
Minister Rijkaart:
Kiezers in het buitenland kunnen zichzelf al doorlopend registreren. Heel veel zaken
die u hier vandaag als commissie aan de orde stelt, vragen een nadrukkelijke balans,
in de zin van of we linksaf gaan met negatieve gevolgen voor rechts enzovoort. We
willen graag allemaal dat het sneller gaat, maar dat heeft ook gevolgen die negatief
uitpakken. Daar moeten we het echt later nog een keer over hebben, ook in relatie
tot bijvoorbeeld het nieuwe stembiljet en alles wat wij hier aan het doen zijn. Er
zal wat betreft het buitenland inderdaad veel gericht worden op communicatie, hoe
we dat dan gaan doen en hoe we die stemmers dan gaan bereiken. Of het daar echt een-twee-drie
sneller kan, met alle negatieve gevolgen van dien, betwijfel ik eerlijk gezegd.
De heer Clemminck (JA21):
Uiteraard gaan we daar op een ander moment wat verder op in, maar ik hoor de Minister
ook zeggen de opkomst van de buitenlandse stemmers te willen vergroten. Ik interpreteer
dat als een doelstelling. Als dat een doelstelling is, hoe verhoudt die zich dan tot
de opties die wij nog met elkaar moeten bediscussiëren om het proces te versnellen?
Dat zou kunnen betekenen dat die doelstelling niet te handhaven is. Ik zoek dus naar
het volgende: betekent deze keuze eigenlijk ook iets voor de keuze over de procesversnelling,
mogelijk via aanpassing van het proces van stemmen vanuit het buitenland?
Minister Rijkaart:
Ik denk dat we daar bij de latere uitwerking nog dieper op in moeten gaan, maar u
heeft wel een terecht punt, namelijk dat het één het ander lijkt te bijten. Ik denk
dat we in de communicatie nog wel wat kunnen winnen.
De voorzitter:
Dat was de heer Clemminck. Dan gaan we naar de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
De Minister geeft aan dat er een activerende publiekscampagne gericht op de situationele
niet-stemmers en jongeren gevoerd gaat worden en dat het bedrag dat we daarvoor vrijgemaakt
hebben, gelijk is aan het bedrag dat we vrijgemaakt hebben bij de gemeenteraadsverkiezingen
in 2022. O, bij de Tweede Kamerverkiezingen! Aha, dan begrijp ik het goed! Nu vraag
ik me het volgende af. We hebben het over een bedrag van 1,2 miljoen plus € 400.000.
We hebben 342 gemeenten en 13,4 miljoen kiesgerechtigden. Als we zien dat de opkomst
echt al een tijdje aan het dalen is, met name bij de lokale verkiezingen, dan vraag
ik me af of we dan met dit budget en de inspanningen die Minister voor ogen heeft,
wel voldoende inspanning leveren op het gebied van de opkomstbevordering. Ik zou dus
graag iets meer willen horen over hoe hij denkt hier echt het verschil mee te kunnen
maken.
Minister Rijkaart:
We hebben al enigszins het verschil gemaakt in de afgelopen campagne. Het is u mogelijk
niet echt opgevallen, maar het verschil met voorgaande campagnes was dat we in de
voorgaande campagne aankondigden dat de verkiezingen eraan kwamen. Punt. Dat werkte
maar matig. Deze campagne heeft zich veel meer gericht op «de verkiezingen komen eraan»
én «ga stemmen». De specifieke doelgroepen waren dan wel de situationele niet-stemmers
en de jongeren. De proef op de som zijn de gemeenteraadsverkiezingen. De komende tijd
zal uitgewezen moeten worden of het ook een effect heeft op de gemeenteraadsverkiezingen.
De marge aan de bovenzijde voor deze verkiezingen is vrij klein. De opkomst is bij
Tweede Kamerverkiezingen traditioneel de hoogste. Daar hebben we toch een kleine winst
weten te boeken. Ik moet wel zeggen dat ik zelf een iets optimistischer doelstelling
van 80% had gesteld. Dat is niet gelukt helaas. De gemeenteraadsverkiezingen moeten
het gaan uitwijzen.
Daarnaast doen gemeentes zelf ontzettend veel. Ook tijdens deze verkiezingen ben ik
bij diverse gemeentes geweest die zich echt juist focussen op die wijken waar de opkomst
heel erg laag was. Dat doet men met buurtteams. Ik heb hele creatieve oplossingen
gezien met het inzetten van jongeren. Er zijn wijkregisseurs. Ik heb van alles voorbij
zien komen. Gemeentes doen echt hun uiterste best om de mensen te mobiliseren. Ik
denk echt dat we de evaluatie van deze verkiezingen moeten afwachten om te kunnen
bekijken of die hele campagne, die massale inzet, tot resultaat gaat leiden.
De voorzitter:
Dat is voldoende van de kant van de Kamer voor dit blokje. We gaan terug naar de Minister.
Minister Rijkaart:
Dan begin ik nu toch echt aan het experiment met het nieuwe stembiljet. Het huidige
stembiljet is groot en lastig te hanteren voor kiezers en stembureauleden. Ik zei
dat al. Met name bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer worden alle grenzen van
het papier opgezocht om alle partijen, namen en overige gegevens op dat biljet te
krijgen. Voor uw informatie zeg ik dat het overigens echt zo was van: meer kan niet;
dit was het maximum. Het resulteert in een onhandzaam en voor veel kiezers onleesbaar
stembiljet. Dit geldt in het bijzonder voor blinde en slechtziende kiezers. Ook mensen
met een motorische beperking, zoals bijvoorbeeld mensen met parkinson, hebben met
het huidige stembiljet grote moeite om zelfstandig te kunnen stemmen. Ook de commissie
voor het onderzoek van de Geloofsbrieven benoemt dit en geeft aan dat veel klachten
van kiezers gaan over de grootte. De grootte van het huidige stembiljet is aanleiding
voor veel klachten van kiezers en deze gaan vooral over het gebrek aan privacy, de
grootte, de leesbaarheid en de begrijpelijkheid van het stembiljet.
Het nieuwe kleinere stembiljet, waar nu mee geëxperimenteerd wordt, is sinds 2010
in ontwikkeling en uitgebreid getest door diverse doelgroepen. Het is kleiner, omdat
de namen van de kandidaten niet meer op het stembiljet staan, maar op het overzicht
van de kandidaten dat in het stemhokje direct raadpleegbaar is. In vijf gemeenten
is tijdens de verkiezingen geëxperimenteerd met het nieuwe, kleinere stembiljet. Uit
de eerste resultaten van de evaluatie die is gehouden onder kiezers, stembureauleden
en gemeenten blijkt het enthousiasme voor het nieuwe stembiljet groot. Ook de commissie
voor het onderzoek van de Geloofsbrieven benoemt in haar verslag de voordelen van
het stembiljet en de positieve ervaringen daarmee. Zo benoemt de commissie dat kiezers
het stembiljet overzichtelijk en handig vinden. De commissie adviseert de Kamer en
de regering op korte termijn stappen te zetten met het kleinere stembiljet. De commissie
vindt het daarom noodzakelijk de Kamer en de regering erop te wijzen dat het op deze
manier, met het grote stembiljet, echt niet meer kan. Ik ben dit eens met de commissie.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen wordt in elf gemeenten, namelijk Alphen aan den Rijn,
Boekel, Gouda, Leiden, Meierijstad, Midden-Delfland, Nijmegen, Noordoostpolder, 's-Hertogenbosch,
Soest en Tynaarlo, opnieuw met het kleinere stembiljet geëxperimenteerd. Ik heb daar
vorige week Gouda aan toegevoegd. Die documenten zal ik u eerdaags doen toekomen.
Het enthousiasme om deel te nemen aan dit experiment is onverminderd groot. Dit voorjaar
verwacht ik uw Kamer verder te informeren over de uitgebreide evaluatie van het experiment
met het nieuwe stembiljet. Gelet op de ervaringen van kiezers, stembureauleden en
gemeenten bij de eerste experimenten sta ik uitermate positief tegenover dit nieuwe
stembiljet. Op basis van de evaluatie van het experiment ben ik dan ook voornemens
om een raamwerk op te stellen voor de landelijke invoering hiervan.
Er waren ook diverse vragen over het nieuwe stembiljet, onder anderen van de heren
Van Baarle, Vermeer en Erkens. «Klopt de lezing dat het ongeldigheidspercentage bij
het nieuwe stembiljet, 0,47%, hoger is dan bij het huidige stembiljet, 0,26%? Kan
de Minister uitleggen hoe dit zich verhoudt tot de conclusie dat het nieuwe biljet
beter werkt? Worden deze cijfers straks eerlijk meegenomen bij de evaluatie na de
gemeenteraadsverkiezingen? Graag een reactie van het kabinet op wat met het nieuwe
stembiljet opgelost wordt terwijl er vier tot vijf keer zoveel ongeldige stemmen zijn
uitgebracht.» De daling die ik in de evaluatiebrief benoem, betreft het aantal ongeldige
stemmen dat is uitgebracht bij het tweede experiment met het nieuwe stembiljet ten
opzichte van het eerste experiment, dat in 2024 werd gehouden bij de verkiezingen
voor het Europees Parlement. Het percentage was toen 0,74% en dat is bij de recente
verkiezingen dus gedaald naar 0,47%. Dat zijn weliswaar vier tot vijf keer zoveel
ongeldige stemmen bij de verkiezingen voor het Europees Parlement, maar nog geen twee
keer zoveel ongeldige stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen. Dat is dus een aanmerkelijke
verbetering. Het klopt dat het percentage ongeldige stemmen bij het nieuwe, kleinere
stembiljet nog wel hoger is dan bij het huidige stembiljet. Dat kiezers moeten wennen
aan een nieuw model stembiljet waardoor er in eerste instantie meer ongeldige stemmen
worden uitgebracht, ligt ook wel in de lijn der verwachting, maar de twee experimenten
laten terdege zien dat er een lerend vermogen onder de kiezers is. Ook is naar aanleiding
van het eerste experiment de voorlichting aan kiezers verbeterd.
De heer Vermeer (BBB):
Maar dat is dus inclusief de uitzondering die al gemaakt is voor mensen die alleen
de partij aangevinkt hebben, terwijl dat feitelijk een incorrecte manier van stemmen
is? Feitelijk moet dat percentage daar dus ook nog bij opgeteld worden om het aantal
foutstemmers goed te kunnen bepalen. Ik neem aan dat zodra de experimenteerfase voorbij
is, de Kamer niet akkoord kan gaan met het aanvinken van een partij, omdat dat feitelijk
gewoon niet klopt.
Minister Rijkaart:
Beginnend met dat laatste: tenzij de Kamer de regelgeving aanpast. In het huidige
experiment is een stem zoals u die schetst, op een partij, dus niet als een foutstem
aangemerkt, omdat we daar een uitzonderingspositie voor hadden gecreëerd in verband
met de experimenteerruimte die we hierin zochten. Dan moet je het ook nog in breder
perspectief bezien. Denk aan de opkomst en dergelijke. Dan ben ik nog steeds uitermate
positief over het huidige experiment.
GroenLinks-PvdA: «Alleen het aantal ongeldige stemmen is bij het nieuwe stembiljet
hoger dan bij het normale stembiljet. Is het een kwestie van gewenning? Het is geen
goed teken dat een van de gemeenten uit het experiment is gestapt. Hoe ziet u dit?»
De gewenning is er zeker. Ik was zelf overigens in Alphen aan den Rijn. Er staan dan
begeleiders om nogmaals te benadrukken dat het een nieuw stembiljet is. Daar werd
door de kiezers zelf aangegeven: nee, ik weet al hoe het gaat, want ik was er de vorige
keer ook. Dat is een opmerking die ik veel heb gehoord. Het is dus zeker gewenning.
Borne heeft inderdaad besloten om uit het experiment te stappen. Dat is zeker jammer,
want voor ieder experiment moet de gemeenteraad van de desbetreffende gemeente instemmen
om daaraan mee te doen. Borne heeft gezegd: we hebben dit gedaan en we doen dat niet
nog eens. Dat werd destijds gemotiveerd door het ongeldigheidspercentage. Tijdens
de Tweede Kamerverkiezingen bleek dat het ongeldigheidspercentage aanzienlijk is gedaald,
maar het college van Borne heeft toch besloten om niet voort te gaan en niet mee te
doen met het experiment. De ruimte wordt ruimschoots ingevuld door andere enthousiaste
gemeenten. De uitslagen daarvan zullen kort na de gemeenteraadsverkiezingen wel weer
gepresenteerd worden. Ik hoop eerlijk gezegd dat de stijgende lijn daarin wederom
zichtbaar is.
«Kan de Minister aangeven wanneer hij een voorgenomen besluit tot landelijke invoering
van het nieuwe stembiljet naar de Kamer stuurt?» Zoals ik al zei, ben ik op basis
van de twee experimenten uiterst positief hierover. Na een positieve evaluatie van
het experiment tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 zal het proces van landelijke
invoering dan ook opstarten. Dan ga ik het proces ook met uw Kamer delen.
Dan rest de laatste vraag van dit blokje. Die vraag, gesteld door de heer Sneller,
ging voornamelijk over voorlichting. Hij vroeg om een voorbeeld van de voorlichting
die her en der gestuurd wordt. Ze ontvangen een flyer met voorlichting over het nieuwe
stembiljet. Dan worden ze verwezen naar de website nieuwstembiljet.nl, waarop ze in
de weken voorafgaand aan de verkiezing alle informatie kunnen vinden. Daarnaast doen
de gemeenten ook aan lokale huis-aan-huisbladenpromotie over het nieuwe stembiljet
en ze gebruiken hiervoor ook nog social media. Ook bij de kandidatenlijst die de kiezers
thuis ontvangen zit informatie over het nieuwe stembiljet. Die flyer wordt ook nog
verspreid via bibliotheken, buurthuizen enzovoort. Als je dan uiteindelijk in het
stemlokaal belandt, dan is er ook nog een extra stembureaulid aanwezig dat aan iedere
kiezer informatie verstrekt. Dan ben je volgens mij van begin tot eind aardig geholpen.
Dat brengt mij bij het einde van het blokje over het nieuwe stembiljet, voorzitter.
De heer Erkens (VVD):
Het is goed om te horen dat die leereffecten er inderdaad zijn en dat je ziet dat
het aantal ongeldige stemmen afneemt. Tegelijkertijd, als je ’m de volgende keer landelijk
uitrolt, zul je aan het begin met een hoger percentage eindigen, omdat iedereen door
die leercurve moet. Het is wel een feit dat je er beter over leert communiceren als
overheid. 0,47% komt nog steeds neer op circa 50.000 stemmen bij de laatste verkiezingen.
Er waren heel veel ongeldige stemmen. Welke lessen ziet de Minister hierin die ook
breder getrokken kunnen worden als je dat landelijk zou uitrollen? Zou de verwachting
dan inderdaad zijn dat je wel op een lager percentage kan uitkomen na deze experimenten?
Minister Rijkaart:
Als we zover gaan dat we het landelijk uitrollen, dan is ook een landelijke campagne
mogelijk. Dan kun je die communicatie, die nu nog heel lokaal plaatsvindt, ook daarvoor
benutten. Het percentage is ook afhankelijk van wat er gaat gebeuren bij de komende
gemeenteraadsverkiezingen. Dat wil je natuurlijk zo laag mogelijk hebben. Heel Nederland
zal inderdaad door een leercurve moeten. Anderzijds kun je dus ook massaler inzetten
op de communicatie daaromheen. We hebben het over 50.000 op een totaal van 3 miljoen.
Dat percentage moet natuurlijk zo laag mogelijk blijven. Dat blijft altijd het streven.
Het is raadzaam om te kijken wat er gaat gebeuren nu we het experiment uit gaan breiden
om daar zo goed mogelijk op in te kunnen zetten.
De heer Erkens (VVD):
Het gaat nog steeds om één à twee zetels bij de Kamerverkiezing als we kijken naar
het aantal ongeldige stemmen. Die impact is dus wel degelijk vrij groot. Ik ben wel
benieuwd – daar kan het misschien ook wat uitvoeriger over gaan in de tweede termijn –
naar de kosten als je het landelijk zou uitrollen. Want je krijgt natuurlijk andere
processen: je moet het gaan begeleiden, gaan opzetten en gaan communiceren. Als er
een voornemen naar de Kamer gestuurd wordt, zal de Kamer daar ook zelf mee moeten
instemmen. Komt er een voorhang van een dergelijk besluit, zodat we als Kamer de afweging
kunnen maken over de kosten en baten van een dergelijk nieuw stembiljet?
Minister Rijkaart:
U schetst de procedure volgens mij inderdaad correct. U zegt dat de impact groot kan
zijn. Het kan gaan om twee zetels in totaal. Ik denk dat we ons allemaal realiseren
dat het zeer, zeer, zeer uitzonderlijk zou zijn als die twee zetels allebei bij één
partij zouden landen. Maar ik onderschrijf de aandacht die u erop vestigt. Daar moeten
we ook oog voor blijven houden in het hele proces dat we uiteindelijk met elkaar ingaan.
De voorzitter:
Voor de mensen thuis: 50.000 stemmen is niet genoeg voor twee zetels. Misschien is
het goed om even te benadrukken wat u bedoelt.
De heer Erkens (VVD):
Bij het eerste experiment ging het aantal ongeldige stemmen bijna richting 1 procentpunt.
Nu is het verbeterd en gaat het om 0,47%. In de eerste ronde zou dat zich doorvertalen
naar bijna twee mogelijke zetels. Nu is het naar één gedaald. Het effect bij een landelijke
uitrol zou wel weer aan de hoge kant zitten in de beginnersdagen.
De voorzitter:
Dat is dan duidelijk voor iedereen thuis.
De heer Vermeer (BBB):
Wordt er ook een dataset ter beschikking gesteld waaruit blijkt in welke hoek die
fouten gemaakt worden? Gaat het om specifieke partijen? De stemmers op verschillende
partijen hebben namelijk verschillende profielen. Ik noem bijvoorbeeld theoretisch
of praktisch opgeleide mensen. Voor de een is een formulier en een instructie makkelijker
te lezen dan voor een ander. Wordt er ook een analyse gemaakt waaruit blijkt of het
gaat om mensen met specifieke kenmerken? Het kan namelijk zo zijn dat het procentuele
verschil bij een bepaalde doelgroep vele malen hoger is dan het gemiddelde.
Minister Rijkaart:
Ik snap de wens, maar hier komt toch ook een klein moeilijkheidje om de hoek. Vanwege
het stemgeheim kunnen we niet alles waar hier over gesproken wordt helemaal destilleren
en analyseren met statistieken. Daar waar mogelijk kunnen we een en ander analyseren,
maar als we heel specifiek de kwalificaties van de stemmer in het stemhokje gaan proberen
te achterhalen, dan wordt dat wel een beetje een probleem.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik begrijp het antwoord op de vraag van de heer Vermeer. Tegelijkertijd begrijp ik
ook de vraag van de heer Vermeer. Is de opzet van het nieuwe stembiljet wetenschappelijk
getoetst? Is dit gesimuleerd? Is er ook gekeken of uit wetenschappelijk onderzoek
blijkt dat er verschillen in uitkomsten zijn bij bepaalde groepen? Dat kan je namelijk
wel doen, zonder dat je te maken hebt met het stemgeheim. Wat blijkt daaruit?
Minister Rijkaart:
Het is al getest door diverse groepen stemmers. De mensen met een beperking zijn daarbij
vooral ruim aan bod gekomen. Daar zijn evaluaties van geweest. Die erkennen dat het
nieuwe stembiljet voor hen prettiger werkt. Daarnaast weten we ook dat het nieuwe
stembiljet in uiteindelijke vorm voor bijvoorbeeld een kostenreductie op gemeentelijk
niveau gaat zorgen, omdat het stembiljet zelf automatisch in een nieuwe stemmal past.
Het grote stembiljet past daar niet in. Dat zorgt iedere keer weer voor een nieuwe
stemmal. Ik ga er even van uit dat iedereen weet wat een stemmal is. Dat is het geval;
ik zie iedereen knikken. Die zou bij elke verkiezingen opnieuw gemaakt moeten worden,
à raison van ongeveer € 2.000 per stuk. Dat zijn toch forse kosten. Die ondervang
je hier ook mee. Dat zijn dus de dingen die onder andere in het testen en evalueren
naar voren zijn gekomen, waar we ook aandacht voor hebben.
De voorzitter:
De Minister vervolgt zijn beantwoording.
Minister Rijkaart:
Voorzitter. Dan kom ik bij blok nummer drie: de weerbaarheid van onze verkiezingen.
Ik heb ook hier weer een korte inleiding bij. We zijn ons bewust van de dreigingen
en zijn dus waakzaam. We nemen maatregelen om onze verkiezingen hiertegen weerbaar
te maken. We doen dit met waarborgen, zodat we niet verliezen waar het in essentie
om gaat: een vrije en open samenleving. We leven in een grimmige tijd, met een geopolitieke
technologische ontwikkeling die grote druk zet op onze democratie. De diensten en
de NCTV waarschuwen al langer voor hoe statelijke actoren onze democratie kunnen en
willen ondermijnen. Pogingen tot heimelijke beïnvloeding van onze democratie door
een statelijke actor is, op welke schaal dan ook, volstrekt onwenselijk.
Tegelijkertijd hebben we een robuuste democratische rechtsstaat en verkiezingen die
transparant en controleerbaar zijn. Ik sta ervoor dat onze verkiezingen vrij en veilig
zijn verlopen. Er zijn geen aanwijzingen dat het verloop of de uitkomst van de verkiezingen
zijn beïnvloed. Dat neemt niet weg dat er op het internet ook allerlei campagnes plaatsvinden
van nepaccounts die bepaalde profielen pushen. Dat is zeer onwenselijk voor het vrije
en open publieke debat en raakt de kern van onze democratie. Wij blijven waakzaam.
Dat brengt me dan ook nu bij het woord «weerbaar». Uw Kamer is door mijn ambtsvoorganger
geïnformeerd over hoe risico's op buitenlandse beïnvloeding in het verkiezingsproces
worden tegengegaan. Voor de verkiezingen heb ik u geïnformeerd over het contact met
de socialmediaplatformen. De AIVD onderzoekt heimelijke beïnvloeding door statelijke
actoren en kan waar nodig de samenleving en instanties informeren. We zijn alert op
signalen van risico's en monitoren deze. We nemen ook gerichte aanvullende acties.
Die zijn gericht op het tegengaan van buitenlandse beïnvloeding en dat platformen
hun verantwoordelijkheid nemen. We werken aan de inrichting van detectiecapaciteit
voor buitenlandse beïnvloedingscampagnes die onze democratie en maatschappelijke stabiliteit
willen ondermijnen. We laten ons daarbij inspireren door voorbeelden uit Zweden en
Frankrijk. Ook halen we ervaring en kennis op bij de Europese Dienst voor Extern Optreden
en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.
We moeten onze democratische rechtsstaat niet verliezen terwijl we haar aan het beschermen
zijn met weerbaarheidsmaatregelen. Onze inzet doen we daarom met inachtneming van
democratische en rechtsstatelijke waarborgen. Bevoegdheden van de overheid voor bijvoorbeeld
detectie van desinformatie vormen een inmenging op grondrechten, waaronder privacy.
We werken aan een vorm die recht doet aan de noodzaak die we zien, met een dragende
onderbouwing voor de uitvoering. Daarnaast hebben we verschillende onderzoeken lopen
waarvan de resultaten in 2026 worden verwacht, onder andere over de impact van desinformatie
op onze samenleving en welke rol het maatschappelijke middenveld voor zichzelf ziet
bij desinformatiedetectie.
Hoewel verkiezingen een nationale aangelegenheid zijn, zijn de dreigingen internationaal.
Het is daarom van groot belang dat we de ervaringen hiermee op Europees vlak met elkaar
delen en een gezamenlijke aanpak voeren. We staan dan ook niet alleen. Zoals u weet,
werkt de Europese Commissie aan het Europees democratieschild en een resilience centre
om de verkiezingen te beschermen tegen verspreiding van desinformatie door statelijke
actoren.
Socialmediaplatformen moeten hun verantwoordelijkheid nemen en maatregelen treffen
tegen illegale content en desinformatie. Ik steun de Europese Commissie in het houden
van toezicht op de DSA en de lopende onderzoeken naar bigtechbedrijven. Ook in Europees
verband wordt met de platformen gesproken. Op 2 december kwam Meta langs bij de Horizontal
Working Party on Enhancing Resilience and Countering Hybrid Threats. Tijdens deze
bijeenkomst is gesproken over het beleid van Meta in het licht van de campagnes die
worden blootgelegd, en ook over de berichten dat er vanuit hen weinig met de meldingen
zou worden gedaan. Ik vind het belangrijk om vóór de gemeenteraadsverkiezingen de
platformen te spreken over hun verantwoordelijkheid voor het beschermen van het publieke
debat en het verkiezingsproces. Bij deze gesprekken betrek ik de Europese Commissie
en, waar nodig, de nationale toezichthouders. Het belang om actief in gesprek te blijven
met de techbedrijven over de DSA wordt ook onderstreept door de visumrestricties die
door de VS zijn opgelegd aan enkele personen. Ik sta voor onze Europese regelgeving,
die democratisch tot stand is gekomen en door de parlementen van de 27 EU-lidstaten
en het Europees Parlement is aangenomen.
Dat brengt mij bij de vragen, onder anderen van de heer Sneller en de heer Van den
Brink. «Als het zicht op statelijke actoren per definitie onvolledig is, hoe weet
de Minister dan dat de impact op de verkiezingen beperkt is gebleven?». Nou, onder
andere doordat we zo'n robuust en transparant verkiezingsproces hebben. En door ons
pluralistische stelsel van evenredige vertegenwoordiging zijn we automatisch al minder
kwetsbaar dan bijvoorbeeld een «winner takes all»-systeem. Daarnaast is de impact
van een campagne afhankelijk van een aantal factoren: het bereik van de berichten
uiteraard, maar ook waar kiezers hun informatie om te stemmen vandaan halen. Gelukkig
zie ik dat veel misleidende en onjuiste berichtgeving al voorafgaand aan de verkiezingen
weersproken wordt, bijvoorbeeld door factcheckers en mediaorganisaties, maar veelal
ook door burgers zelf.
«Wat gaat de Minister als vervolg doen met de flaggerstatus ten aanzien van de inzet
van de verkiezingen en de opvolging door X en Meta?». Ja, we hebben twee keer gebruikgemaakt
van de zogenaamde flaggerstatus: eenmaal richting Meta en eenmaal richting X. Met
de verkiezing van de flaggerstatus kan BZK platformen erop attenderen dat er berichten
circuleren die een risico vormen voor die integriteit van het verkiezingsproces. Het
is aan de platformen zelf om de berichten te controleren op strijd met de gebruiksvoorwaarden
van het platform. We hebben geen bevoegdheid om de platformen te verplichten om berichten
te verwijderen, en dat doen we dan ook niet.
De voorzitter gunt zichzelf een interruptie.
Voorzitter: Vermeer
De heer Sneller (D66):
Ik heb een aantal vragen op dit punt, want dit is volgens mij ook richting de toekomst
wel relevant. Het is één post, die volgens mij is aangedragen door Justice for Prosperity
bij BZK tijdens de hele campagne, waarbij BZK deze status heeft ingezet. Ik zou toch
een reflectie willen op het volgende: kan het zijn dat het die ene post is die gaat
over twee vakjes rood maken als je GroenLinks-PvdA kiest? Duidelijke desinformatie.
Dat is de enige die is aangemeld bij socialmediaplatforms. Was dat nou het enige bericht
tijdens de hele campagne dat daarvoor in aanmerking kwam? En vervolgens zie je dat
X en Meta allebei in eerste instantie zeggen: nee, geen violation of community policies.
Zo was de reactie van de socialemediabedrijven. Wat is de reflectie van de Minister
daarop?
Minister Rijkaart:
Zoals ik in de inleiding zei, voordat je gaat ingrijpen in een proces als dit heeft
dat ook te maken met diverse rechten die mensen hebben, bijvoorbeeld het recht op
vrije meningsuiting enzovoort. Je wil daar niet te snel in gaan zitten, dus de lat
om dat te doen ligt wat ons betreft vrij hoog, ook bijvoorbeeld om te voorkomen dat
wij door het inzetten van die status ervan beschuldigd zouden kunnen worden dat wijzelf
een bepaalde invloed zouden hebben op het sturen van de uitkomst van verkiezingen,
omdat we zouden zeggen dat iets werkelijk onwenselijk is. Dus voor de inzet van die
flaggerstatus en het aanmerken ligt die lat echt heel hoog, juist ook om te voorkomen
dat wij het transparante en eerlijke proces zelf zouden beïnvloeden.
De heer Sneller (D66):
Daarmee mis ik nog de reflectie op het feit dat zowel X als Meta vervolgens zegt «nee
hoor, helemaal niks aan de hand» en ze pas nadat het Ministerie van Binnenlandse Zaken
nog een keer zegt – waarvoor lof – dat het hierover meer uitleg wil, tot actie overgaan.
En dat was in beide gevallen meerdere dagen, terwijl we uit onderzoek weten hoe snel
dit soort berichten van desinformatie zich verspreiden. Dus ik zou daar graag nog
een reactie op willen.
En als de Minister weer in gesprek gaat met de platformen: ik miste X in het overzicht
van gesprekspartners. Ik was dus ook benieuwd of daar wel actief mee is gesproken.
Of blijven ze erbuiten?
Minister Rijkaart:
Volgens mij is het wel de bedoeling om ook met X in gesprek te gaan. Dus ik ga nog
even na of dit werkelijk klopt, maar volgens mij gaan wij dat wel doen. Uw eerste
vraag ging als ik u goed begrijp meer over de snelheid waarmee dat gaat. U zegt: dat
ging toch allemaal vrij traag. Wij hebben als kabinet dus niet de bevoegdheid om dusdanig
in te grijpen dat we kunnen zeggen: haal dat bericht weg. Dat lukt niet. De snelheid
hangt ook een beetje samen met de zorgvuldigheid waarmee we dat doen. Ik herken dat
sommige desinformatie zich heel snel kan verspreiden. Het liefst zou je daar dus nog
dichter op willen zitten. Ik zie niet echt mogelijkheden om dat nóg sneller te doen
zonder de zorgvuldigheid uit het oog te verliezen. Ik voel uw ongemak, maar ik wil
u wel meegeven dat in dit geval, met de acties die we wél gezien hebben, de beïnvloeding
zeer minimaal is. Ik heb weleens een rekensommetje gemaakt. Voor de beeldvorming:
er gaan per dag in Nederland 3 miljoen X-berichten de deur uit. Je moet dus echt wel
een behoorlijke campagne opzetten, wil je daar forse tractie op krijgen. Voor de beeldvorming
is het wel goed om dat te weten. Dus we willen er zo dicht mogelijk op zitten, maar
ook niet zo dicht dat we te snel instappen en bepaalde vrijheden beperken.
De voorzitter:
Meneer Sneller, u heeft nog een interruptie?
De heer Sneller (D66):
Dat snap ik. Het gaat mij ook niet om de voortvarendheid van Binnenlandse Zaken, maar
om de voortvarendheid van de platforms om daar vervolgens op te acteren. Zeker als
het er maar één is geweest, en het dus zo selectief wordt ingezet, ga er dan ook serieus
op in als platform als je een brief krijgt van het Ministry of the Interior. Daar
zie ik weinig voortvarendheid. Dan lees ik in de brief ook dat de ACM aan deze very
large only platforms en search engines heeft gevraagd om een postelectorale review
te doen. Is het mogelijk om die ook te krijgen als Kamer op het moment dat die klaar
is? Over hoe snel het kan gaan, is onlangs het rapport Van botnet tot beeldvorming
verschenen. Volgens mij kan je daar best heel snel een grote megafoon op zetten. Dus
ik zou graag horen of dat rapport en de aanbevelingen kunnen worden meegenomen in
de follow-up.
De voorzitter:
U heeft dus twee vragen in één interruptie gesteld.
Minister Rijkaart:
De rapporten zijn opgevraagd, maar we zijn wel afhankelijk van of platformen die dan
ook gaan leveren. Wel blijven we onverminderd aan de Europese Commissie vragen om
druk te zetten op die platformen om actie te ondernemen waar dat nodig is. Want zoals
u weet, loopt het toezicht op de DSA via Europa. En wat was uw tweede vraag?
De heer Sneller (D66):
Dit was een verzoek, niet van de Europese Commissie, maar van de Autoriteit Consument
& Markt, de Nederlandse toezichthouder op de DSA. De andere vraag ging over het rapport
van Justice for Prosperity met de titel Van botnet tot beeldvorming, met een aantal
aanbevelingen aan het ministerie om te zorgen dat het toezicht effectiever wordt.
Minister Rijkaart:
Nu ken ik dat rapport niet helemaal uit mijn hoofd. Ik moet echt later terugkomen
op wat daar allemaal in staat, voordat ik daar een concrete toezegging op kan doen.
De voorzitter:
Prima. Dan geef ik de voorzittershamer terug aan de heer Sneller.
Voorzitter: Sneller
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van den Brink heeft nog een interruptie.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
U zegt dat wij als overheid niet zo snel kunnen reageren, omdat dan ook onze onpartijdigheid
in het geding kan komen. Althans, u kunt beschuldigd worden van partijdigheid. Zou
u het toezicht daarop dan niet bij een externe partij moeten beleggen?
Minister Rijkaart:
U doet een suggestie. Op dit moment heb ik niet de indruk dat wij daar onze neutraliteit
mee verliezen, juist omdat we er echt, zoals ik net al zei, aandacht voor hebben om
dat niet te doen en om die lat niet te hoog te leggen. Dus je kunt de afslag nemen
en het extern beleggen. Ik weet overigens niet of het proces daar sneller van wordt,
maar op dit moment heb ik er heel veel vertrouwen in dat wij dat als ministerie op
de juiste en correcte manier doen.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik aarzel. Het is dan nu goed gegaan en het is niet heel groot geworden. U zegt dat
de impact beperkt is gebleven. U treedt zelf ook terughoudend op. Je zou dus kunnen
zeggen dat het wel heel snel kan gaan. Als u dan niet snel kunt ingrijpen omdat u
onpartijdig wilt blijven – dat snap en waardeer ik – is het wel fijn als er een andere
veiligheidsklem is.
Minister Rijkaart:
Die is er natuurlijk wel, alleen is snelheid niet alleen afhankelijk van onze onpartijdigheid.
Dat gaat ook over hoe snel een melding bij ons binnenkomt, en welke maat en omvang
het heeft. Zoiets moet wel altijd beoordeeld worden. Als je een account hebt met één
volger waar één berichtje op staat, ga je daar dan het hele departement voor in werking
zetten? Nee, dat niet.
Ik ga nog wel eventjes in op het rapport: die aanbevelingen worden meegenomen. Dat
kwam net binnen via het separate kanaal.
Mevrouw Lammers, die niet meer aanwezig is, vroeg: «Wat vindt de Minister van het
feit dat de PVV wordt uitgesloten en dat parlementsleden hier alleen voor Brussel
zitten en niet voor de Nederlanders? Hoe denkt hij dat het vertrouwen in de politiek
hersteld kan worden?» Op de vraag hoe het vertrouwen in de politiek hersteld kan worden,
ben ik al ingegaan in mijn reactie op de opmerking van de heer Van Baarle. Daar zijn
we volgens mij met z'n allen bij. Ik ga niet mee in deze kwalificatie. Volgens mij
is de opmerking van mevrouw Lammers vooral een discussie onderling in de Kamer waard.
De heer Van den Brink vraagt hoe de Minister gaat borgen dat de nieuwe verordening
over politieke reclame vóór de landelijke verkiezingen in de nationale regels wordt
opgenomen en daadwerkelijk wordt toegepast. De Europese verordening inzake transparantie
en gerichte politieke reclame is per 10 oktober 2025 van toepassing. Momenteel leg
ik de laatste hand aan de uitvoeringswet. Ik verwacht die op korte termijn bij uw
Kamer in te kunnen dienen. «En wat is dan korte termijn?» Ik hoor het u al bijna denken.
Dat is in ieder geval in Q1. Daarnaast heeft het kabinet de door de beoogde toezichthouders
gevraagde middelen vrijgemaakt om hen in staat te stellen de taken die volgen uit
de verordening, goed uit te voeren. Het kabinet verwacht dat daarmee het toezicht
en de handhaving van de regels uit de verordening bij de volgende landelijke verkiezingen
goed zijn geborgd.
Een vraag van de VVD: «Welke mogelijkheid ziet het kabinet om de Europese verordening
in Nederland níet in te voeren of de desbetreffende administratieve lasten te versoepelen?
Zouden de drempelwaardes hierbij kunnen helpen?» De Europese verordening is per 10 oktober
rechtstreeks van toepassing in alle lidstaten van de Europese Unie. Er bestaan geen
mogelijkheden om daarvan af te wijken. Omdat niet alle Nederlanders politieke reclame
als zodanig herkennen, onderschrijft het kabinet de doelstelling van de verordening.
Ik vind het wel van groot belang dat de regels uitvoerbaar zijn. De administratieve
lasten die volgen uit de verordening zijn voor politieke partijen te overzien. Ik
ben in gesprek met uitgevers van politieke reclame over de uitvoeringslasten. Dit
is eveneens onderwerp van gesprek met de Europese Commissie en andere lidstaten en
tussen toezichthouders, bijvoorbeeld voor wat betreft de gemeenteraadsverkiezingen,
waarbij veel kleine reclamecampagnes voor relatief lage bedragen worden ingekocht.
Het is uiteindelijk aan de Europese Commissie om te bepalen of met drempelbedragen
kan worden gewerkt.
De heer Erkens (VVD):
Ik vind het nog steeds een vrij vreemde verordening, want je krijgt allemaal labels,
alsof het gaat om een pakje sigaretten waarop staat «roken is dodelijk», zo van «politiek
en stemmen hebben zo'n effect». In subjectieve zin vind ik daar iets van, maar goed,
de verordening is wat die is. Is de Minister bereid om bij zijn Europese collega's
en de Commissie te pleiten voor het invoeren van die drempelwaardes?
Minister Rijkaart:
Zoals ik al zei, lijken de lasten op dit moment nihil te zijn. We kunnen het gesprek
wel voeren en kijken hoe dit verdergaat. Op dit moment krijg ik nog geen hordes aan
klachten die erop wijzen dat het niet uitvoerbaar zou zijn. Mogelijk komen die gaandeweg
nog. Mocht dat wél spelen, dan kunnen we dat opnieuw evalueren en onder de aandacht
brengen.
De heer Van den Brink heeft gevraagd of ik kan toelichten hoe ik zal borgen dat vóór
de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 detectie, platformverantwoordelijkheid en de
Europese handhaving samenkomen, zodat wordt voorkomen dat die verkiezingen worden
beïnvloed. «Hoe ga ik voor de volgende landelijke verkiezingen borgen dat de DSA wordt
gehandhaafd?» Platformen zijn onder de DSA bij iedere verkiezing, dus ook bij de gemeenteraadsverkiezingen,
verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen ter bescherming van het publieke debat
en het verkiezingsproces. Bij overtredingen kán de Europese Commissie handhavend optreden.
Zoals ik al zei, blijf ik met de platformen in gesprek over hun verantwoordelijkheden
tijdens de verkiezingen. Verder werken we aan ruimere mogelijkheden voor detectie
van buitenlandse beïnvloedingscampagnes die onze democratie willen ondermijnen. Ondertussen
werk ik aan een pilot voor detectie die vóór de gemeenteraadsverkiezingen zou moeten
starten. Hierover ga ik u dan ook op korte termijn nader informeren.
Voorzitter, tot zover het blokje weerbaarheid. Dat brengt mij bij het laatste blok:
diversen, ook wel «varia» genoemd.
Diverse fracties hebben een vraag gesteld over het advies van de Kiesraad over de
mogelijkheden om de termijnen voor de organisatie van vervroegde verkiezingen in te
korten. Ik heb gemeend het eerste deel van het advies al naar u toe te moeten sturen.
Ik verwacht het komende jaar het tweede deel van het advies. Ik heb de Kiesraad gevraagd
om in dit vervolgadvies aandacht te besteden aan de gevolgen voor de uitvoering van
het verkiezingsproces. Dat geldt ook voor eventuele gevolgen voor gemeenten. Na ontvangst
van het tweede deel zal ik het advies in zijn geheel tot me nemen en u er ook in zijn
geheel een reactie op doen toekomen. Hierbij zal ik uiteraard stilstaan bij de balans
tussen het belang van een zorgvuldige organisatie en het belang van een snelle organisatie
van de verkiezingen na de val van een kabinet.
«Wat doet de Minister concreet tegen bedreiging en intimidatie van lokale politici,
ook online? Wat doet hij om het wethouderschap in kleine gemeenten werkbaar te houden?»
Dat is eigenlijk een overkoepelende vraag. Ik herken die zorgen natuurlijk. Het is
de afgelopen tijd veel in het nieuws geweest. Veel mensen hebben zich ook bij mij
gemeld. Natuurlijk heb je dan zorgen over de aantrekkelijkheid van het politieke ambt,
ook in decentrale setting. Het moge duidelijk zijn: bedreiging en intimidatie, in
elke vorm die daarbij komt kijken, zijn volstrekt onwenselijk en keuren wij scherp
af. Onderzoek laat echter gelukkig nog steeds zien dat burgemeesters, wethouders en
raadsleden hun werkplezier nog steeds met een hoog cijfer waarderen.
Maar het staat wel onder druk. Een lager werkplezier kan op zijn beurt invloed hebben
op de intentie om door te gaan of zelfs die om aan het politieke ambt te beginnen.
Uit onderzoek blijkt dat deze impact hoger is bij vrouwen dan bij mannen. Daar hebben
we op geacteerd. Het programma Weerbaar Bestuur werkt aan de weerbaarheid van decentrale
politieke ambtsdragers en hun organisatie, zodat zij zonder vormen van oneigenlijke
druk hun ambt kunnen vervullen. Het programma zet in op preventie, reactie en nazorg
bij agressie en intimidatie.
Daar hebben we ook een aantal concrete acties voor. Het Ondersteuningsteam Weerbaar
Bestuur is 24/7 bereikbaar bij incidenten en maakt een tour door het land met voorlichting
en gesprekken met politieke ambtsdragers. Het CCV voert veiligheidsscans uit voor
volksvertegenwoordigers. Ook kunnen decentrale bestuurders een beveiligingsadvies
op maat krijgen. Daarnaast bestaat nog het Steunpakket tegen Online Agressie en Intimidatie,
met een overzicht van praktische tips in de preventie, reactie en nazorgfase na online-agressie
en -intimidatie. Ook hebben we recent 3 miljoen beschikbaar gesteld voor decentrale
overheden voor veilige vergaderingen van gemeenteraden, provinciale staten en algemene
besturen.
In de Kamerbrief «waardevol ambt» van vorig jaar heb ik maatregelen aangekondigd ter
verlichting van de werkdruk. Dat was een vraag van de heer Van den Brink, meen ik.
Het gaat om betere ondersteuning en het stimuleren van de instroom.
Daar zitten ook wat concrete zaken bij. Ik bereid een wetsvoorstel voor om de norm
van het aantal wethouders te verruimen, zodat de werkdruk beter kan worden gespreid.
Dat was een vraag van de heer Vermeer. Ook worden verlof- en vervangingsmogelijkheden
verruimd. Dat wetsvoorstel is nu in consultatie. Ik werk ook aan een bredere instroom
in het ambt door oriëntatieprogramma's structureel te financieren. Ook investeer ik
in meer opleidings- en ontwikkelmogelijkheden voor decentrale bestuurders en volksvertegenwoordigers.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
De Minister benoemt dat hij ziet dat de impact op vrouwelijke politici vaak groter
is dan op mannelijke politici. Hij zei dat hij daar een deel van zijn aanpak op toespitst.
Maar vorige week nog is er een onderzoek van Pointer uitgekomen waaruit blijkt dat
ook politici met een migratieachtergrond vaker te maken hebben met intimidatie en
bedreigingen, evenals politici met asiel- en lhbti+-rechten in hun portefeuille. Dat
weten we trouwens ook al langer. Doen deze feiten nog iets met de aanpak van de Minister?
Is hij misschien voornemens om deze aanpak nog iets specifieker te maken? Een heel
algemene aanpak lijkt me zonde als we vrij precies weten waar de kwetsbaarheden zitten.
Minister Rijkaart:
Ik moet het onderzoek van Pointer nog even goed bekijken. Mocht er inderdaad een uitbreiding
van de groepen zijn die een verhoogde kwetsbaarheid hebben, om het zo maar eens te
zeggen, dan wil ik er zeker even naar kijken of er een differentiatie-uitbreiding
of iets van dien aard in moet komen. Buiten de microfoon wordt gevraagd of ik daarop
terug kan komen. Ja, daar kom ik later op terug.
Mevrouw Tseggai vroeg naar het Actieplan Toegankelijk Stemmen. We kennen het actieplan.
Daarvoor is een nulmeting uitgevoerd. «Kan de Minister al zeggen of dit bij de laatste
verkiezingen tot verbeteringen heeft geleid? Of horen we dit bij de uitgebreidere
evaluatie?» De toegankelijkheid van stemlokalen is natuurlijk uiterst belangrijk.
We hebben in samenspraak met belangenorganisaties het Actieplan Toegankelijk Stemmen
opgesteld. De toegankelijkheid van stemlokalen maakt deel uit van dat totale actieplan.
De nulmeting die voor dit actieplan is uitgevoerd staat niet op zich, want in 2027
en in 2029 doen we nieuwe metingen, om de voortgang van de acties te meten en waar
nodig aanpassingen in het actieplan door te voeren. Natuurlijk evalueren we bij elke
verkiezing. De toegankelijkheid is een uitgebreid onderdeel hiervan. Bij de uitgebreide
evaluatie na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 gaan we dieper op het onderwerp
in, omdat er dan ook meer informatie beschikbaar is.
Waarom is er een verschil tussen hulp voor mensen met een fysieke beperking en anderen?
Dat was ook een vraag van mevrouw Tseggai. We hebben een wetsvoorstel, namelijk het
wetsvoorstel Bijstand in het stemhokje, dat op 1 december 2025 aan de Tweede Kamer
is toegestuurd. Op 22 januari is de inbreng voor het verslag over het wetsvoorstel.
Ik stel voor om in mijn reactie daarop de vragen die hierover gaan te beantwoorden
in plaats van hier nu op vooruit te lopen. Dan gaat het in één proces mee.
Wil de Minister reflecteren op de verkenning omtrent het passief kiesrecht voor vrouwen
en de maatregel die zijn voorkeur heeft? Het ging dan specifiek over de kandidatenlijst
van de SGP. Dat is een interne aangelegenheid van de partij zelf, maar als Minister
draag ik de verantwoordelijkheid om het actief en passief kiesrecht in Nederland te
waarborgen. Dat omvat onder andere de plicht om maatregelen te treffen indien blijkt
dat vrouwen niet op gelijke voet worden behandeld bij deelname aan een democratisch
proces. De recente ontwikkelingen bij de SGP riepen bij mijn voorganger vragen op.
Daarom heeft er afgelopen zomer een gesprek met de SGP plaatsgevonden. In de verkenning
die ik voor de kerst aan de Kamer heb toegezonden – ik benadruk even dat die in de
volle breedte is gedaan – heb ik een aantal mogelijkheden geschetst om het passief
kiesrecht voor vrouwen aanvullend wettelijk te borgen. Uit die brief blijkt dat dat
geen eenvoudige keuzes zijn. Hierover moet dan ook het debat worden gevoerd met de
Kamer. Gezien de demissionaire status van dit kabinet vind ik het echter passend om
dat aan een volgend kabinet te laten.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik snap op zich dat het niet eenvoudig is om in te grijpen bij interne partijaangelegenheden,
maar zoals de Minister zegt, is het zijn taak om het passief kiesrecht van vrouwen
te waarborgen. We kunnen het weer doorschuiven naar een volgend kabinet, maar intussen
zijn er alweer gemeenteraadsverkiezingen et cetera. Ik vind het wel lang duren. De
Hoge Raad heeft hier al vijftien jaar geleden een uitspraak over gedaan. Het is toch
niet zo heel ingewikkeld om bijvoorbeeld de subsidievoorwaarden aan te passen?
Minister Rijkaart:
Dat zegt mevrouw Tseggai op zich heel terecht: ja, dit duurt al lang. Je ziet dat
er in het afgelopen jaar wel een versnelling heeft plaatsgevonden door deze specifieke
casus aan te pakken en het gesprek daarover aan te gaan. Daarna heeft de partij ook
toegezegd verbeteringen door te voeren. U heeft het over maatregelen. Die komen voort
uit een gesprek dat onder andere uw Kamer nog moet hebben. Er zijn ook in dit gremium
zojuist al bedenkingen geuit. In hoeverre wil je ingrijpen in partijeigen zaken? Die
keus is ogenschijnlijk eenvoudig zo even op tafel gelegd, maar die vereist echt een
dieper debat. Ik heb daarvan gezegd dat het aan een volgend kabinet is. Dat is met
mijn demissionaire status niet meer van toepassing. Het gesprek en de verkenning die
ik heb gedaan, zijn voor deze periode dus het maximale wat ik eruit kan halen.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik snap dat. Ik snap dat als je uitkomt op het doorvoeren van wetswijzigingen die
ook ingrijpen in het kiesstelsel, de Minister kan zeggen: dat is iets van de langere
adem. Tegelijkertijd snap ik mevrouw Tseggai ook. Deze Minister is verantwoordelijk
voor het waarborgen van het passief kiesrecht en is de hoeder van het stelsel van
de parlementaire democratie. Vanuit die verantwoordelijkheid kan het niet zo zijn
dat op het moment dat we een vorm van institutionele discriminatie zien, de Minister
zegt: daar gaat een volgend kabinet over. Wat kan de Minister vanuit zijn rolopvatting
op dit moment wél?
Minister Rijkaart:
Het is natuurlijk niet zo dat we hier geconstateerd hebben dat er institutionele discriminatie
plaatsvindt en dat deze Minister zegt: dat heb ik geconstateerd en daar doe ik niks
mee. Daar hou ik mij dan ook verre van. Als we inderdaad nu dit proces ingaan met
elkaar, is het toch echt in belangrijke mate aan mijn opvolger, zeker gezien de recente
ontwikkelingen, om daar verder vorm aan te geven en te bezien of we een wetswijzigingstraject
met dit als onderlegger willen ingaan. Dat is echt aan mijn opvolger. Dat meen ik
nog steeds.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik wil het toch nog even proberen. Ziet de Minister dan geen mogelijkheid om dit te
regelen door bijvoorbeeld de Wet op de politieke partijen aan te passen? Wat is volgens
de Minister zelf de beste optie om dit goed te regelen? Ik zou denken dat je daarvoor
toch voorbereidende werkzaamheden kunt verrichten.
Minister Rijkaart:
Dat is makkelijk gezegd, maar dan kom ik toch weer terug op het eerdere punt, namelijk
dat dit ook iets is waarover de Kamer met elkaar in debat zal moeten gaan. Want anders
geef ik een voorzet van de mogelijkheden die ik zelf zie, en zoals ik al heb gezegd,
past dat niet bij mijn demissionaire status. Dat laat onverlet dat ik vind dat het
passief kiesrecht voor vrouwen een groot goed is dat we moeten borgen. Dat heb ik
met deze hele exercitie ook proberen duidelijk te maken. Een verder vervolg is echter
aan een nieuw kabinet in combinatie met een onderling debat in de nieuwe Kamer. Helaas
zitten we nu even in het grijze gebied dat nu eenmaal zo is ingericht. Wat mij betreft
is het gelet op mijn demissionaire status niet meer aan mij om daar verder op vooruit
te lopen.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
De rechtsstaat is niet demissionair. Het hoeden van de rechtsstaat is de taak van
de Minister van Binnenlandse Zaken, die, zo wil ik daar even bij zeggen, tevens coördinerend
bewindspersoon Discriminatie is. Ik snap dat het kabinet demissionair is, maar sommige
onderwerpen kunnen niet wachten. Als wij met z'n allen én deze Minister vaststellen
dat hier sprake is van discriminatie van vrouwen, dan kan het kabinet wel demissionair
zijn, maar dan heb je naar mijn mening de morele plicht om in te grijpen. Ik vind
het jammer dat deze Minister dat niet doet.
Minister Rijkaart:
Ik zei al dat we hierbij een aantal zaken hebben ingezet. We hebben onder andere gesprekken
gevoerd met de partij die het betrof. Daarna hebben we nog een verkenning gedaan.
Het is dus niet zo dat deze Minister uiteindelijk niets heeft gedaan. We hebben u
ook nog een brief over passief kiesrecht gestuurd. Ik kijk even. Ondertussen krijg
ik nog wat info, maar dan nog blijft staan dat het echt aan een volgend kabinet en
een volgende Kamer is om met elkaar in te vullen hoe je dit onder andere door een
verandering van wet- of regelgeving verder wil gaan aanpakken. Die twee passen immers
naadloos in elkaar als dat traject daadwerkelijk vorm wordt gegeven. Ook deze commissie
heeft al gezegd dat het niet meer aan mij is om echt te gaan ingrijpen in partijen
en partijstructuren. Dat laat onverlet dat discriminatie een zeer verwerpelijke zaak
is en dat daarop ingegrepen moet worden. Nou, die indicatie hebben wij hier gegeven
en binnen de mogelijkheden die we op dit moment hebben, hebben we daar invulling aan
gegeven.
De voorzitter:
De Minister vervolgt zijn beantwoording.
Minister Rijkaart:
Ondertussen beantwoord ik de vraag of ik koffie wil.
Dan kom ik op de vraag van GroenLinks-PvdA en DENK over alternatieven voor een stempas
of, anders, over het makkelijker maken of mogelijk maken van stemmen met een ID-bewijs.
Iedereen ontvangt de stempas thuis. Iemand die geen stempas ontvangt of de stempas
kwijtraakt, kan een vervangende stempas aanvragen bij de gemeente. Dat kan schriftelijk
of op het gemeentehuis zelf. Als dat echt niet mogelijk is, zou je ook nog het een
en ander kunnen doen via een volmacht. Er zijn dus best wel wat mogelijkheden. Op
dit moment zie ik echter geen alternatieven voor de stempas, want met een stempas
kunnen mensen in elk stemlokaal in hun gemeente stemmen, wat goed is voor de toegankelijkheid
van de verkiezingen. Zou stemmen ook kunnen met alleen een ID-bewijs, en dus zonder
stempas – dat suggereerde de heer Van Baarle – dan zouden mensen echt op een vast
stembureau moeten gaan stemmen, waar dan een lijst aanwezig is van personen van wie
de naam wordt afgevinkt, en dat is dan weer niet wenselijk. Of er zou bijvoorbeeld
als alternatief een centrale digitale database moeten zijn die op elk moment en op
elk stembureau kan worden geraadpleegd. Dat zie ik niet als een realistische optie.
We hebben immers al eerder met elkaar vastgesteld dat digitale systemen, hoewel zij
best mooi zijn bij het vergemakkelijken, ook kwetsbaar zijn voor het proces waar we
met z'n allen voor staan.
«Kan de Minister reageren op het voorstel voor een pilot met digitaal stemmen voor
kiezers in het buitenland?» In het Nederlandse verkiezingsproces is het papieren proces
leidend. Voornamelijk voor de verkiezingswaarborgen zoals transparantie en het stemgeheim
is dat natuurlijk een groot goed. Ik zei het net al. Dat geldt ook voor de stemmingen
van kiezers in het buitenland. In het Cybersecuritybeeld Nederland 2025 wordt hier
nogmaals op gewezen. Eerdere kabinetten hebben daarom het standpunt ingenomen geen
digitale kwetsbaarheden te introduceren in het verkiezingsproces. Het is aan het nieuwe
kabinet om dit standpunt ten aanzien van digitaal stemmen opnieuw te overwegen indien
er daarvoor aanleiding is. Op dit moment is het papieren proces dus het meest veilige
proces.
Dan de vraag: welke concrete maatregelen neemt de Minister voor de gemeenteraadsverkiezingen
van 2026 om de toegankelijkheid werkelijk te verbeteren? In samenspraak met de belangenorganisaties
hebben we dus het Actieplan Toegankelijk Stemmen opgesteld. Dat hebben we u in mei
van 2025 toegestuurd. Voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen stuurt de Kiesraad
nieuwsbrieven over de verkiezingen aan de gemeenten. Ook beheert de Kiesraad de toolkit
voor verkiezingen. Daarin wordt ook informatie over de toegankelijkheidscriteria meegenomen.
In de instructies voor stembureauleden wordt dan nog extra aandacht besteed aan de
toegankelijkheid van de stemlokalen. Daarnaast brengt de Kiesraad bestaande handreikingen
voor het toegankelijk maken van stemlokalen bij gemeenten nog eens onder de aandacht,
zoals via de VNG, de Oogvereniging en stichting Alzheimer Nederland. BZK geeft subsidie
aan de Open State Foundation voor de website www.waarismijnstemlokaal.nl. Hier kunnen kiezers zien welke voorzieningen er in de stemlokalen zijn, zodat ze
weten waar ze terechtkunnen om zo zelfstandig mogelijk hun stem uit te brengen.
Wat gaat de Minister doen om gemeenten beter te ondersteunen bij de keuze voor centrale
stemopneming, die aantoonbaar leidt tot minder fouten? Dat was een vraag van de heer
Van den Brink. De keuze voor centrale of decentrale stemopneming is echt aan de gemeenten.
Het college van burgemeester en wethouders weet namelijk het beste welke variant het
beste past bij de gemeentelijke context. Gemeenten die sinds jaar en dag succesvol
en naar tevredenheid een decentrale stemopneming hebben, ga ik niet opleggen dat dat
anders moet; dat zou ook wel weer vreemd zijn. Gemeenten zijn en worden nog steeds
op verschillende manieren door de Kiesraad ondersteund bij het maken van deze keuze,
onder andere door informatie in een toolkit, instructies voor het organiseren van
de zitting en een afwegingskader voor de keuze tussen centrale of decentrale stemopneming.
De VVD en JA21 hebben vragen gesteld over het voorstel tot wijziging van het stelsel
van geschilbeslechting in het verkiezingsproces. In 2020 heeft het Europees Hof voor
de Rechten van de Mens uitspraak gedaan in een Belgische zaak over geschilbeslechting
in het verkiezingsproces. In die uitspraak stelt het Europees Hof dat het systeem
van geschilbeslechting aan bepaalde eisen moet voldoen om verkiezingsgeschillen effectief
en in lijn met het EVRM te beslechten. In lijn hiermee hebben ook de Kiesraad en de
OVSE geadviseerd om een beroepsmogelijkheid te overwegen. Om het Nederlandse systeem
te versterken in lijn met de eisen die volgen uit de uitspraak van het EVRM, heeft
de toenmalige Minister van BZK in januari 2024 aan uw Kamer gecommuniceerd voornemens
te zijn deze beroepsmogelijkheid te introduceren. In zijn voorlichting heeft de Raad
van State dit voornemen onderschreven. Er zijn goede redenen om de procedure van geschilbeslechting
tegen het licht te houden. Ik erken echter wel – daar ben ik het dan ook wel mee eens –
de door de VVD en JA21 geschetste risico's. Daarom kom ik binnenkort schriftelijk
op de door de fracties gestelde vragen terug. Ik verwacht u deze brief nog dit voorjaar
te doen toekomen.
De heer Erkens vroeg of de voordelen van het wetsvoorstel Bijstand in het stemhokje
opwegen tegen de nadelen van mogelijke fraude. Het wetsvoorstel Bijstand in het stemhokje
is u dus al toegestuurd. Op 22 januari kom ik daar in zijn totaliteit op terug. Tenminste,
op 22 januari is dan de inbreng voor het verslag voor het wetsvoorstel en dan kom
ik daar daarna bij u op terug.
De VVD is voor het verkorten van de termijnen bij tussentijdse verkiezingen. Dat naar
drie maanden brengen zou een goede stap zijn, zei de heer Erkens. Hij vroeg: waarom
kan dit in andere landen wel en bij ons niet, en is de Minister bereid om in ieder
geval de driemaandentermijn nu al standaard te gaan vastleggen en om voorbereidingen
daarvoor in gang te zetten? In 2024 hebben de Universiteit Twente en de Universiteit
van Amsterdam in opdracht van ons departement een internationaal vergelijkend onderzoek
naar de termijnen gedaan. Daaruit blijkt dat er geen eenduidig antwoord valt te geven
op de vraag waarom het elders wel sneller kan. De belangrijkste observaties zijn dat
het onder andere ligt aan de grondwettelijke termijnen, de termijnen voor registratie
van de politieke partijen en de kandidaten, en de termijnen voor de registratie en
het benaderen van kiezers in het buitenland en de regels daaromtrent. Ik ben voornemens
om de conclusies van dit onderzoek waar opportuun te betrekken bij mijn reactie op
het tweede deel van het advies van de Kiesraad. Zoals ik u al heb gezegd, volgt dat
later dit jaar. Deze reactie zal toezien op het gehele proces van de organisatie van
vervroegde verkiezingen. Ik vind het niet passend om daar nu al op vooruit te lopen
en in te gaan op onderdelen van dit proces, zoals de driemaandentermijn. Die komt
dan wel terug in het geheel van de reactie.
«Is de Minister bereid om de methodiek van de grote peilers verplicht openbaar te
maken?» Om meer inzicht te krijgen in de wijze waarop grote peilers omgaan met de
openbaarmaking van hun methodiek ga ik het gesprek met de peilbureaus aan. Dat gesprek
wil ik graag nog vóór de gemeenteraadsverkiezingen houden. Verplichte openbaarmaking
komt er nu nog niet, maar ik ga er wel aandacht voor vragen bij de partijen en de
peilers. Er waren zorgen over ...
De voorzitter:
Excuus. De heer Van den Brink wil graag een vraag stellen op dit punt.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
U zegt: nu nog niet. Heeft u wel plannen in die richting?
Minister Rijkaart:
Nee, op dit moment heb ik geen plannen voor een verplichting, maar ik ga hier dus
wel aandacht voor vragen bij de partijen – u zei dat er drie grote peilbureaus zijn –
om te kijken of zij op hun website of iets van dien aard de wijze waarop zij hun peilingen
vormgeven, kenbaar kunnen maken.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
U gaat het ze vriendelijk verzoeken en daar laat u het voorlopig bij?
Minister Rijkaart:
Inderdaad. Om nu al meteen met een soort dwingende hamer te komen terwijl we elkaar
nog moeten spreken, is misschien ook wat onsympathiek, toch? Dat zeg ik uiteraard
via de voorzitter.
De heer Van Baarle vroeg naar de bezorging van de stempassen. Over het algemeen is
de postbezorging goed verlopen. Bij een verzending van 13 miljoen stempassen gaan
er natuurlijk ook weleens wat dingen fout. Gelukkig hebben gemeenten in samenwerking
met PostNL in deze gevallen actie kunnen ondernemen. Er is ook snel op geacteerd.
U haalde een voorbeeld aan van 1.300 stempassen in Amsterdam. Daar is direct op ingegrepen
en actie op ondernomen door vervangende stempassen te verstrekken. Het is wel van
belang dat kiezers tijdig hun stembescheiden ontvangen. Daarom houd ik ook aandacht
voor het waarborgen van de kwaliteit van de bezorging van de stembescheiden samen
met PostNL en de gemeenten. Om dit te verbeteren kijk ik of de wettelijke termijnen
voor bezorging van die stembescheiden kunnen worden verruimd. Dit doe ik bij de uitwerking
van het wetsvoorstel voor verstrekking van de kandidaatstellingsprocedure.
«Hoe kijkt de Minister naar een verlaging van de stemgerechtigde leeftijd naar 16 jaar?»
Ik begrijp die discussie heel goed, maar achtereenvolgende kabinetten hebben het niet
opportuun geacht om de kiesgerechtigde leeftijd, die in de Grondwet is vastgelegd,
te verlagen naar 16 jaar. Dat is dus ook nog wel even een proces. Je verandert een
Grondwet niet zomaar, zoals u allen weet. In de discussie speelt mee dat jongeren
in onderzoek zelf aangeven geen voorstander te zijn van het verlagen van de kiesgerechtigde
leeftijd. Dat is een onderzoek van I&O Research. Ik moedig wel op andere manieren
de betrokkenheid aan van jongeren bij politiek en bestuur. Daar heb ik u al een aantal
voorbeelden van gegeven. Jongeren kunnen bijvoorbeeld al op diverse manieren hun invloed
uitoefenen, bijvoorbeeld door lid te worden van een jongerenraad in een gemeente.
In de Wet stroomlijning verkiezingsproces wordt bovendien geregeld dat stembureaus
ondersteuners in kunnen zetten vanaf 16 jaar. Door dit mogelijk te maken kunnen jongeren
ook al snel in aanraking komen met de verkiezingen.
«Wanneer maakt de Minister digitale ondersteuningsverklaringen mogelijk? Deelt de
Minister dat het onwenselijk is dat partijen werken met kopieën van ID-kaarten en
privacygevoelige informatie, en kan hier een systeem voor komen?» Dat was ook een
vraag van de heer Van Baarle. Er wordt momenteel gewerkt aan een wetsvoorstel voor
versterking van de kandidaatstellingsprocedure. Uw Kamer is hier in april 2024 over
geïnformeerd middels een Kamerbrief. Met dit wetsvoorstel wordt de kandidaatstellingsprocedure
gedigitaliseerd middels een digitaal centraal systeem. Met dit wetsvoorstel moet het
in de toekomst ook mogelijk worden om ondersteuningsverklaringen digitaal in te dienen
met een terugvaloptie voor mensen die minder digitaal vaardig zijn. De Kiesraad gaat
dit systeem voor de digitale kandidaatsstelling ontwikkelen. Ik verwacht dat het wetsvoorstel
in Q4 van dit jaar bij uw Kamer ingediend gaat worden. Ik deel niet de mening dat
het onwenselijk is dat er wordt gewerkt met kopieën van bijvoorbeeld ID-bewijzen.
Deze worden bij de centrale stembureaus ingediend en die gaan hier zorgvuldig mee
om.
«Graag ook een verduidelijking op het debatje tussen BBB en GroenLinks-PvdA over de
voorkeursstemmen.» Volgens mij had u een onderling debat en heeft de heer Vermeer
het antwoord gegeven dat ik eigenlijk moest geven aan mevrouw Tseggai. Dat is dus
geregeld.
De voorzitter:
Dat ging volgens mij over de EP-verkiezingen, de Europees Parlementsverkiezingen.
De vraag ging ook over de gemeenteraadsverkiezingen, dus of er een indicatie is van
het aantal stemmen op de lijsttrekkers versus het aantal stemmen op andere kandidaten.
Minister Rijkaart:
Richting de gemeenteraadsverkiezingen doen we verder onderzoek naar het kiesgedrag.
Dat wordt gedaan door een gespecialiseerd onderzoeksbureau. Als dat bekend is, zullen
we dat uiteraard ook delen. Ik zie een reactie van de heer Vermeer.
De voorzitter:
Dat is zijn vijfde en dus echt zijn allerlaatste interruptie.
De heer Vermeer (BBB):
Ik dacht: ik probeer het. Dank u wel, voorzitter. Als daar een gespecialiseerd onderzoeksbureau
naar gaat kijken, dan kunnen wij ook wel om dat hele AVG-probleem heen. Dan kunnen
we ook meteen bekijken of er meegenomen kan worden wat het profiel is van de mensen
die fouten gemaakt hebben. Ik wil de Minister verzoeken om dat dan in de onderzoeksopdracht
mee te nemen.
Minister Rijkaart:
Dat geeft zelfs in de uitvoering nog wel wat problemen. Dat heeft er voornamelijk
mee te maken dat we niet mee mogen kijken in het stemhokje, wie daar achter het gordijntje,
dat je volgens mij vroeger had, staat. Dat bemoeilijkt de detaillering.
Voorzitter. Een vraag van de heer Van Baarle. Nieuwe kleine partijen lopen vast bij
procedures voor deelname aan de verkiezingen. Welke stappen kan de Minister zetten
om dit verder te uniformeren? Is de Minister bereid om te werken aan een landelijk
voorinlevermoment? Er is inderdaad wat organisatiecapaciteit nodig om mee te doen
aan een verkiezing. Dat herken ik wel. We mogen ook van partijen en van personen die
volksvertegenwoordiger willen worden, wel enige inzet verwachten. Tegelijkertijd is
het natuurlijk niet de bedoeling dat nieuwe of kleine partijen vastlopen in een systeem
van kandidaatstelling. Alle stappen van de kandidaatstelling zijn vastgelegd in de
Kieswet. Ook wordt alle informatie over deelname aan de verkiezing duidelijk en helder
uitgelegd op de website van de Kiesraad. Een voorinlevermoment, waar de heer Van Baarle
op doelt, bestaat al. De partijen kunnen hun kandidatenlijst en bijbehorende stukken
vaak al vóór de dag van de kandidaatstelling laten controleren. Bij de gemeenteraadsverkiezingen
is niet de Kiesraad maar de gemeente het centrale stembureau waar de stukken moeten
worden ingeleverd. Gemeenten worden in deze rol actief begeleid door de Kiesraad middels
onder andere nieuwsbrieven en digitale inloopspreekuren. Partijen kunnen daarnaast
ook altijd terecht bij het informatiepunt van de Kiesraad.
De heer Van Baarle (DENK):
Het klopt dat de gemeenten verantwoordelijk zijn. Met mijn vraag bedoelde ik dat ik
denk dat het van belang is dat deze Minister vanuit zijn rol bekijkt hoe hij voor
die 342 gemeenten die we hebben, deze processen verder kan uniformeren. Daarover ging
bijvoorbeeld ook de vraag over het centraliseren van dat voorinlevermoment. Als je
dat voor al die gemeenten op één moment doet, maakt dat het voor partijen overzichtelijker.
Ik zit niet helemaal in die procedure, hoe dat werkt in de backoffice, maar de vraag
is: kan de Minister een inspanning leveren om het voor al die gemeenten verder te
uniformeren, bijvoorbeeld door het maken van afspraken?
Minister Rijkaart:
Allereerst: in het wetsvoorstel van het najaar wordt ook naar deze procedure gekeken.
Ik heb overigens tweemaal het genoegen mogen hebben om deze procedure te doorlopen.
Het gevaar van een uniformering ... De procedure zelf is al uniform; die is voor iedereen
gelijk. Je kunt je echter wel afvragen of je dat centraal moet gaat doen voor alle
gemeenten. Dat kan een nadeel hebben. Dan kan je dus vanuit ergens bij Maastricht
of in Friesland – ik noem maar wat plaatsen – gevraagd worden om naar Den Haag te
komen. Dat willen we misschien ook niet. Dat heeft zo zijn nadelen. Ik heb wel goeie
ervaringen met een landelijk voorinlevermoment. Dat bestaat inderdaad. Dan wordt er
gecheckt of het allemaal klopt of dat een en ander nog aanpassingen nodig heeft vóór
de definitieve datum. Die datum is namelijk wel vrij definitief, kan ik u uit ervaring
vertellen.
De voorzitter:
Wat we aan de heer Vermeer toestaan, staan we ook aan de heer Van Baarle toe.
De heer Van Baarle (DENK):
Dat vind ik fijn. Zoals u weet ben ik tegen het maken van onrechtmatig onderscheid.
Inderdaad, meneer Erkens, wie is dat niet? Dat is een terechte vraag, maar daar zullen
we het niet in dit debat maar in een ander debat over hebben. Dit was trouwens geen
suggestieve opmerking naar de heer Vermeer. De Minister geeft aan dat er landelijk
zo'n centraal voorinlevermoment is en dat we niet alles centraal moeten regelen omdat
het lokale verkiezingen zijn. Allemaal mee eens! Tegelijkertijd ben je nu in de procedures
afhankelijk van een aantal zaken, zoals de manier waarop individuele gemeenten het
geregeld hebben in relatie tot de politieke partijen. Ik denk dat er best wel een
slag gemaakt kan worden. Er zijn een aantal elementen in dat proces waarover je bijvoorbeeld
in VNG-verband afspraken kan maken, om die gelijk te trekken. Zo wordt het voor politieke
partijen iets overzichtelijker. Mijn vraag is: kan de Minister die slag maken?
Minister Rijkaart:
Wat u schetst, herken ik niet helemaal. Dat zou namelijk betekenen dat er een differentiatie
is binnen gemeenten in hoe zij met deze procedure omgaan. Met het digitale systeem
waaraan wij werken, is dat in één klap ondervangen, want dan is het voor iedereen
gelijk. Ik zou daar ten volle op willen inzetten. Wij nemen uw suggestie daar natuurlijk
in mee.
Voorzitter. Ik heb hier nog één vraag liggen van de heer Van Baarle over aandacht
in de publiekscampagnes voor hoe mensen correct stemmen, om te voorkomen dat mensen
incorrect stemmen. We krijgen vaak foto's van ongeldige stemmen. Dat gebeurt te veel.
Hij vraagt: moeten we daar in de publiekscampagne niet meer aandacht aan geven? Kiezers
worden al op verschillende manieren geïnformeerd over het correct uitbrengen van hun
stem, bijvoorbeeld in de bijsluiter van de stempas. Via informatie in het stemlokaal
wordt ook nog uitgelegd hoe je correct kan stemmen. We hebben ook nog een toolkit
met communicatiemiddelen en informatie beschikbaar voor gemeenten en belangenorganisaties.
We hebben huis-aan-huismiddelen; die noemde ik al even. We hebben ook nog infographics,
video's en socialmediacontent. In samenwerking met belangenorganisaties en bijvoorbeeld
ProDemos zet het ministerie ook nog extra communicatie in in de richting van specifieke
groepen kiezers. Na elke verkiezing evalueren we hoe de informatievoorziening rondom
de verkiezingen nog verbeterd kan worden. Dat zal ook nu gebeuren. Er wordt dus al
heel veel gedaan. Ik heb op dit moment niet de indruk dat er op een specifiek onderdeel
echt nog extra inzet nodig is. Maar, zoals ik zei, na elke verkiezing evalueren we.
Mocht daar toch aanleiding toe zijn, dan zullen we daar ook op acteren.
Voorzitter, dan ben ik erdoorheen.
De voorzitter:
Uitstekend, dank u wel. Dan stel ik voor dat we direct doorgaan met de tweede termijn.
U heeft daarin een derde van de eerste termijn aan spreektijd. Dat is 1 minuut en
40 seconden. Dan geef ik het woord aan de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil slechts de Minister en zijn team bedanken voor de antwoorden
die we gekregen hebben. Hopelijk zien we hele succesvolle verkiezingen met een hoge
opkomst tegemoet.
De voorzitter:
Mooi. Mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Dank aan de Minister voor de antwoorden. Het enige antwoord dat ik nogal
onbevredigend vond, was dat over het passieve kiesrecht van vrouwen. Mijn fractie
zal kijken hoe we dat per amendement op de Wet op de politieke partijen toch kunnen
regelen. Ik wil daar namelijk graag wat vaart achter zetten, vijftien jaar na de uitspraak
van de Hoge Raad.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Tijs van den Brink.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik dank de Minister voor zijn beantwoording. Ik heb geen verdere vragen.
De voorzitter:
De heer Clemminck.
De heer Clemminck (JA21):
Nee, geen verdere opmerkingen. Dank voor de beantwoording van de vragen.
De voorzitter:
De heer Erkens.
De heer Erkens (VVD):
Voorzitter. Dank voor de beantwoording. Nog twee vragen van mijn kant. Ik heb nog
een vraag over de Europese verordening omtrent het gebruik van labels. Ik snap de
beantwoording van de Minister ten dele. Tegelijkertijd komen de gemeenteraadsverkiezingen
eraan. Er is gewoon veel onduidelijkheid, bij ons, maar ook bij veel afdelingen van
lokale partijen. Ik heb dus toch het verzoek of de Minister kan ingaan op het volgende.
Er wordt namelijk toch regeldruk ervaren. Er is onduidelijkheid over de verordening.
Er is überhaupt niet veel over bekend bij heel veel lokale fracties. Wat kunnen wij
aan de voorkant doen om te voorkomen dat er ongelukken ontstaan met fracties die iets
niet hebben, daardoor een flinke boete krijgen en ga zo door? Ik heb het volgende
verzoek. Volgens mij moeten we Europees gezien nadenken over hoe we de administratieve
lasten kunnen minimaliseren. Tegelijkertijd gaat de Minister uiteraard wel over de
handhaving bij de gemeenteraadsverkiezingen, die vrij snel komen. Misschien kan hij
daar wat over zeggen.
Voorzitter. Ik heb ook nog een vraag over de peilingen. Ik ben blij dat de Minister
in gesprek wil gaan met de peilbureaus over dit voorstel. Op welke termijn verwacht
hij de Kamer daarover te kunnen informeren?
De voorzitter:
Uitstekend. De heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. Ik blijf vraagtekens bij het volgende houden. Als je echt substantieel
iets wil doen om de opkomst bij de lokale verkiezingen te verhogen, dan vraag ik me
af of het bedrag dat op dit moment beschikbaar is gesteld voor publiekscampagnes,
voldoende is, ook als je dat vergelijkt met wat daar internationaal aan uitgegeven
wordt. Dat gaan we bij de evaluatie met elkaar bekijken. Het is nu, in aanloop naar
de gemeenteraadsverkiezingen, moeilijk om daar een gezaghebbende uitspraak over te
doen.
Dan het nieuwe stembiljet. Ik vraag me echt het volgende af. Als we zien dat het percentage
foutstemmen hoger is, lossen we daar dan een probleem mee op? Ik snap dat het een
budgettaire afweging is, maar wat mij betreft mag onze parlementaire democratie best
wat kosten. Als de Minister aangeeft naar aanleiding van de evaluatie met een raamwerk
te komen voor hoe we dit gaan invoeren, dan zou ik hem toch de vraag willen stellen
of we dan niet op een iets te snelle en onzorgvuldige manier een fuik in aan het gaan
zijn. De Minister zegt dat hier evaluaties en onderzoeken aan ten grondslag liggen.
Ik zou die graag willen krijgen voordat we het daarover hebben. Dat is dus ook een
vraag.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Mijn vraag over de fiscale vrijstelling van de vrijwilligers voor de stembureaus
uit de eerste termijn is blijven liggen. Verder zie ik af van een tweede termijn.
Dan geef ik graag het woord aan de Minister voor zijn beantwoording.
Minister Rijkaart:
De heer Erkens zegt: meer info en duidelijkheid naar gemeenten over hoe verder en
over de waarborgen. Het lijkt mij prima om daarover in de brief die ik naar verwachting
eind februari 2026 aan de gemeenten zal sturen, het een en ander mee te nemen. Ik
verwacht eind februari overigens ook het gesprek met de peilbureaus te hebben en dan
lever ik ook de terugkoppeling daarvan aan.
De heer Van Baarle vroeg of hij een aantal onderzoeken toegestuurd kon krijgen. Volgens
mij hebben we die al met de Kamer gedeeld.
De voorzitter:
Ik wil tussendoor even iets zeggen. Daarover is de afgelopen veertien jaar veel gediscussieerd
met de Kamer, maar de Kamer is sindsdien ook weer voor ongeveer honderd procent vernieuwd.
Het is trouwens niet helemaal honderd procent; dat neem ik terug. Het verzoek van
de heer Van Baarle was volgens mij of op het moment dat er weer een wetsvoorstel of
een vervolgstap wordt voorgesteld, ook de rapporten kunnen worden meegestuurd.
Minister Rijkaart:
Wij denken dat alle rapporten er inmiddels zijn, maar we kunnen wel even een overzicht
geven van die rapporten.
Gezegd werd ook nog even: ik heb toch echt wel mijn bedenkingen bij de foutmarge van
het nieuwe stembiljet en vooral bij de kosten daarvan. Staan die in verhouding tot
wat we proberen op te lossen? Het gaat om meer dan alleen de kosten. Het gaat ook
om de werkdruk, de wijze waarop mensen met elkaar omgaan, de enorme druk op het stembureau
en de tellingen. Het gaat dus om meer. Mag dat wat kosten? Ja, soms mag dat ook wat
kosten, maar primair heeft de Kamer natuurlijk budgetrecht. Als we met z'n allen zeggen
dat het meer mag kosten om iets te doen en als we de nadelen accepteren, dan horen
we dat graag. Dat is iets voor later. Nogmaals, mijn indruk is dat het nieuwe stembiljet
echt een aanmerkelijke verbetering en verlichting op gaat leveren op heel veel vlakken
en fronten. Dat heb ik al uitgebreid uitgelegd en bij dezen benadruk ik dat nogmaals.
Voorzitter, dan de fiscale vrijstelling. Momentje! Wat betreft de fiscale vrijstelling
gaat er ineens wel een belletje rinkelen bij deze Minister, zo van: hoe zat dat ook
alweer? Ik moet dat echt even uitzoeken. Misschien is het goed om de fiscale vrijstelling
ook mee te nemen in de brief van februari. Daarin kom ik er dan op terug.
De voorzitter:
Uitstekend, veel dank. Ik kijk naar de kant van de Kamer. Daar zijn geen nadere vragen.
Dan rest mij nog even de toezeggingen voor te lezen en door te nemen. Het is een zevental.
– De Kamer ontvangt voor de zomer van 2026 de uitgebreide evaluatie van de Tweede Kamerverkiezing
2025, inclusief de actualisering van de verkiezingsagenda en het plan voor de opkomstbevordering
van de Nederlandse kiezers in het buitenland.
Ja. Dit wordt herkend.
– De tweede toezegging. De Kamer ontvangt dit voorjaar een uitgebreide evaluatie van
het experiment met het kleinere stembiljet.
– De Kamer ontvangt in het eerste kwartaal van 2026 de Uitvoeringswet van de Europese
verordening inzake transparantie en gerichte politieke reclame.
– Nummer vier is een toezegging aan mevrouw Tseggai. De Kamer ontvangt een brief met
een reactie op het onderzoek van Pointer naar bedreiging van lokale politici en wat
dat eventueel verandert aan de aanpak en de differentiatie daarin.
Een seconde. Ik weet niet of daar een termijn aan is gesteld. Wanneer kan dat komen?
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik ben het helemaal eens met de toezegging, maar die brief hoeft voor mij niet alleen
maar toegespitst te zijn op het onderzoek van Pointer. Er zijn meerdere onderzoeken
die dit al eerder hebben aangegeven. Het mag van mij dus best ruimer opgevat worden.
De voorzitter:
Wanneer zullen we daarvoor noteren? Het voorjaar! Ik prik ’m op het voorjaar. 2026!
– De beantwoording van de tijdens dit commissiedebat gestelde vragen over bijstand in
het stemhokje wordt meegenomen in de nota naar aanleiding van het verslag van het
wetsvoorstel Wijziging van de Kieswet in verband met het stellen van nadere regels
voor bijstand in het stemhokje.
– De Kamer ontvangt dit voorjaar een brief met de beantwoording van de gestelde vragen
over geschilbeslechting in het verkiezingsproces.
– De zevende toezegging is gedaan aan de heer Erkens. De Kamer ontvangt eind februari
een terugkoppeling op het gesprek met peilbureaus.
Heb ik geen toezeggingen gemist? Nee.
Dan wil ik de Minister en zijn ondersteuning hartelijk danken voor de beantwoording
en de Kamerleden voor hun aanwezigheid. Ook dank ik de ondersteuning hier in de Kamer.
Ik wens u allen een fijne avond.
Sluiting 17.50 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
G.C. Honsbeek, griffier