Verslag van een wetgevingsoverleg : Verslag van een wetgevingsoverleg. gehouden op 18 juni 2025, over voorjaarsnota en Suppletoire begroting
36 725 X Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 7
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Vastgesteld 4 juli 2025
De vaste commissie voor Defensie heeft op 18 juni 2025 overleg gevoerd met de heer
Brekelmans, Minister van Defensie, en de heer Tuinman, Staatssecretaris van Defensie,
over:
– het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds
voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (Kamerstuk 36 725 K);
– het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie
(X) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (Kamerstuk 36 725 X);
– de brief van de Minister van Defensie d.d. 13 mei 2025 inzake investeringen in grenspolitietaak
KMar (Kamerstuk 30 176, nr. 39);
– de brief van de Minister van Defensie d.d. 17 juni 2025 inzake verslag houdende een
lijst van vragen en antwoorden inzake Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie
van Defensie (X) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
(Kamerstuk 36 725 X) (Kamerstuk 36 725 X, nr. 6);
– de brief van de Minister van Defensie d.d. 17 juni 2025 inzake verslag houdende een
lijst van vragen en antwoorden inzake Wijziging van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds
voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (Kamerstuk 36 725 K) (Kamerstuk 36 725 K, nr. 4).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de commissie, Kahraman
De griffier van de commissie, De Lange
Voorzitter: Faddegon
Griffier: De Lange
Aanwezig zijn vier leden der Kamer, te weten: Olger van Dijk, Faddegon, Nordkamp en
Rajkowski,
en de heer Brekelmans, Minister van Defensie, en de heer Tuinman, Staatssecretaris
van Defensie.
Aanvang 20.15 uur.
De voorzitter:
Ik open deze vergadering. Welkom aan de Minister, aan de generaal en aan mevrouw ...
Ik heb uw naam niet helemaal doorgekregen. Welkom aan de Staatssecretaris, hier vanavond
aanwezig, en aan de Kamerleden. Welkom ook aan de mensen op de publieke tribune en
aan de mensen die thuis meekijken.
We hebben vanavond een interessant wetgevingsoverleg op de agenda staan. Ik stel voor
dat wij beginnen bij de twee Kamerleden. Op speciaal verzoek geef ik eerst de heer
Van Dijk het woord. Het was niet uw verzoek, maar het was wel een verzoek. U bent
als eerste.
De heer Olger van Dijk (NSC):
Hartelijk dank, voorzitter. Dat verzoek was mij niet bekend, maar ik doe dat met veel
liefde.
Vandaag hebben we het niet slechts over de cijfertjes van de Voorjaarsnota, maar ook
over onze veiligheid, onze internationale verantwoordelijkheid en onze inzet voor
de mannen en vrouwen die dagelijks dienen voor een betere en veilige wereld. Namens
Nieuw Sociaal Contract wil ik dan ook als eerste mijn dank en waardering uitspreken
aan onze militairen en onze veteranen.
Voorzitter. Recent is bekend geworden dat Defensie heeft besloten af te zien van het
contract voor de aanschaf van de Tomahawkraketten voor de huidige en de nieuwe onderzeeboten.
Dat roept niet alleen grote vragen op over onze operationele capaciteiten, maar ook
over de betrouwbaarheid van onze langetermijnplanning. Deze raketten zouden bijdragen
aan de slagkracht en de afschrikking van onze marine, in het bijzonder voor de nieuwe
onderzeeboten en fregatten. Kan de Minister, of misschien de Staatssecretaris, aangeven
waarom de Kamer nog niet geïnformeerd is over het afzien van de Tomahawkraketten?
Kan hij daarbij toelichten waarom er niet eerder tot de conclusie is gekomen dat de
aanschaf van de raketten niet doelmatig zou zijn, met de wetenschap dat de raketten
niet meer gemaakt worden en het proces om ze alsnog te maken zeer kostbaar is? Welke
alternatieven worden nu onderzocht? Kan de Minister iets zeggen over de vertraging
die hierdoor ontstaat?
Dan Damen Naval. Wij hebben daar eerder over gesproken. Er is van alles aan de hand.
Kan de Minister of de Staatssecretaris de stand van zaken geven ten aanzien van het
contract met Damen Naval? Wat zijn de gevolgen voor de Nederlandse aanbesteding naar
aanleiding van het strafrechtelijk onderzoek en de nieuwe informatie over de Duitse
aanbesteding? Wordt er rekening gehouden met vertraging?
Voorzitter. In de Voorjaarsnota is extra budget vrijgemaakt voor de intensivering
van de grensbewaking. NSC steunt in principe die investering. Maar is die ook effectief?
Worden de doelen gehaald? De Algemene Rekenkamer is klip-en-klaar in zijn rapport.
De Rekenkamer denkt namelijk van niet; die doelen worden niet gehaald. Met de herinvoering
van de binnengrenscontroles wil het kabinet irreguliere migratie en grensoverschrijdende
criminaliteit tegengaan. Maar de eerste resultaten laten zien dat die intensievere
controles niet sneller of effectiever werken dan de eerdere MTV-controles. Kan de
Minister op de conclusies van de Algemene Rekenkamer reflecteren? Waarom is voor deze
aanpak gekozen?
Daarnaast een opmerking over de personele capaciteit van de Koninklijke Marechaussee.
Die staat al langer onder druk. De KMar geeft aan dat er op allerlei deeltaken tekorten
aan capaciteit zijn. Zo kan in het Caribisch deel van Nederland de marechaussee op
piekmomenten niet altijd alle passagiers controleren. Kan door de bewindspersonen
worden aangegeven of het extra budget dat ter beschikking wordt gesteld voor deze
taak ook daadwerkelijk leidt tot voldoende personele capaciteit? Want met geld alleen
koop je nog geen mensen in tijden van personeelskrapte.
Voorzitter. Vanuit NSC hebben we ook zorgen over het risico van verdringing tussen
de drie hoofdtaken van Defensie door alle geopolitieke ontwikkelingen. Deze zorgen
hebben we ook eerder geuit, maar uit het Algemene Rekenkamerrapport De derde hoofdtaak
van de krijgsmacht blijkt dat de ondersteuning aan de civiele autoriteiten bij nationale
rampen, de derde hoofdtaak van de krijgsmacht, onder druk staat door personele tekorten
binnen de marechaussee en door de verschuiving van prioriteiten naar de eerste hoofdtaak.
De Algemene Rekenkamer concludeert in zijn rapport dat de focus op die ene hoofdtaak
gevolgen heeft voor de mate waarin de krijgsmacht andere hoofdtaken kan uitvoeren.
Zolang de gevolgen van de focus op die eerste hoofdtaak voor de derde hoofdtaak niet
uitgewerkt worden, blijft het risico op onderlinge concurrentie en verdringing tussen
de verschillende hoofdtaken voortbestaan. Graag een toezegging van de Minister dat
hij de gevolgen van de focus op die eerste hoofdtaak voor de derde hoofdtaak gaat
uitwerken en zal delen met de Kamer.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U mag interrumperen zo veel u wilt. We hebben nu zo veel tijd.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ja, voorzitter. Ik dacht: dan neem ik het er ook maar van. Dank.
Het is goed dat we het in dit debat ook hebben over de focus op de grenscontroles
en het rapport van de Algemene Rekenkamer. We hebben dit debat uiteraard ook in de
commissie voor Asiel en Migratie. Daar hebben we een brief mogen ontvangen van bewindspersoon
David van Weel. Daarin geeft hij aan dat er inderdaad resultaten zijn geboekt, maar
dat met alleen extra mensen aan de grens niet de grote resultaten worden geboekt.
Daarom stelt hij voor om in te zetten op slimmere manieren van toezicht. Begrijp ik
het dan goed dat ik mijn collega van NSC aan mijn zijde vind als ik zeg dat we niet
alleen moeten kijken naar meer mensen aan de grens, maar vooral ook naar hoe we slimmer
kunnen controleren?
De heer Olger van Dijk (NSC):
Dank voor de vraag. Ik denk dat het heel verstandig is om te kijken hoe je met de
middelen de doelen zo goed mogelijk kan halen. Ik denk dat slimmer toezicht daar onderdeel
van zou kunnen zijn. We voeren nu een debat over de Voorjaarsnota en over in hoeverre
de middelen die nu worden toegezegd voor die grenscontroles, ook het doel bereiken.
Dat lijkt nogal tegen te vallen, in ieder geval op basis van wat hier nu staat. Maar
aan die doelen zelf willen we ons als NSC zeker committeren. Als we die op een andere
manier beter kunnen bereiken, moeten we dat zeker doen. Links- of rechtsom zullen
we verstandig moeten omgaan met de beperkte capaciteit, ook bij de KMar. Ik denk dat
dat ook hierbij een uitdaging is.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan u, mevrouw Rajkowski.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De wereld is onveiliger dan hij in jaren is geweest. Rusland
voert nog steeds een brute aanvalsoorlog tegen Oekraïne en digitaal wordt het Westen
al jaren aangevallen. Digitaal leven we meer in oorlog dan in vrede. Dat is genoeg
reden om in actie te komen, en dat doet Nederland dan ook. Het is terecht dat onze
NAVO-partners een beroep doen op ons allemaal. Nederland komt in actie, maar dat had
van de VVD veel eerder en veel steviger gemogen. Veiligheid is immers geen sluitpost,
maar een kerntaak van de overheid. We zien nu, via deze Voorjaarsnota en de eerste
suppletoire begroting, dat het kabinet de nodige stappen begint te zetten: miljarden
euro's extra naar Defensie.
Het totale Defensiebudget in 2025 komt uit op 26,1 miljard euro. Met deze investeringen
halen we dan eindelijk de 2%-norm van de NAVO. Dat is een belangrijke stap voor de
VVD. In aanloop naar de NAVO-top van volgende week kan secretaris-generaal Mark Rutte
dan ook een eerste succes melden: alle bondgenoten halen dit jaar de oude investeringsnorm
van 2%. Dat is een belangrijke stap in onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om ons
veilig te houden. Niet meer leunen op anderen, maar ook zelf investeren. Alleen zo
houden we onze landen veilig en vrij. We mogen voor onze veiligheid niet afhankelijk
zijn van al die andere landen.
Voorzitter. Laten we wel eerlijk zijn: we zijn er nog lang niet. De krijgsmacht kampt
al decennialang met achterstallig onderhoud. Willen we daadwerkelijk aan onze bondgenootschapsverplichtingen
voldoen, dan moet er structureel 16 miljard tot 19 miljard euro bij, elk jaar, boven
op de huidige ontwerpbegroting. Dat zou ons brengen richting 3,5% van het bbp. Daarin
zit dus nog een forse opgave.
Ik wil het kabinet complimenteren met een aantal concrete stappen. Ten eerste zijn
de loon- en prijsbijstellingen van iets meer dan 400 miljoen en 54 miljoen euro verwerkt
in de Defensiebegroting. Het is essentieel om personeel te behouden, maar ook om nieuwe
mensen aan te trekken. Daarnaast is een intensivering van de grensbewaking door de
Koninklijke Marechaussee een belangrijke stap, zeker in een tijd van toenemende migratiedruk.
Mijn collega begon hier ook al over. Ook de steun aan Oekraïne blijft robuust. In
2025 gaat het om 2 miljard euro. Dit is geen liefdadigheid; dit is ook investeren
in onze eigen veiligheid.
Tegelijkertijd zien we dat er veel geld vastloopt. Leveringen worden vertraagd en
contractonderhandelingen slepen voort. Er schuift veel geld door naar latere jaren.
De VVD roept het kabinet dan ook op om deze realisatie te versnellen. Maak daarbij
gebruik van de kennis en innovatie van het bedrijfsleven. Het opzetten van het SecFund,
met een verhoging van 75 miljoen euro, is hierin een positieve ontwikkeling. Maar
ook hiervoor geldt dat het geld niet op de plank moet blijven liggen.
Voorzitter. Afsluitend. Voor de VVD is het duidelijk: elke euro voor Defensie is op
dit moment onmisbaar. We moeten onszelf kunnen verdedigen, en onze bondgenoten moeten
op ons kunnen rekenen. Onze militairen verdienen het beste, om hun werk te kunnen
doen met de allerbeste middelen in de best mogelijke omstandigheden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie.
De heer Olger van Dijk (NSC):
Ik ben blij met dit betoog. We hebben gisteravond al gezien dat de VVD en NSC echt
samen optrekken als het gaat over het optrekken van de norm en de steun aan Oekraïne
en het daartoe reiken. Tegelijkertijd is het natuurlijk ook belangrijk – misschien
kan mevrouw Rajkowski daar iets over zeggen – hoe we dat gaan betalen. Dat wordt een
belangrijk thema de komende maanden. Ik realiseer me dat zij het vandaag overneemt
van haar collega, maar wellicht kan zij namens de VVD de eerste gedachten aangeven
over die rekening. Ik ken de VVD namelijk als een partij van prudent begrotingsbeleid.
Hoe gaat die rekening richting 3,5% de komende jaren betaald worden?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ja, daar kan ik zeker een inkijkje in geven. Dat heeft onze fractie eigenlijk gisteren
ook gedaan in het debat over de NAVO-top. Dat betalen kan bijvoorbeeld gebeuren door
een kleinere overheid en door scherp te kijken naar wat de overheid nog wel en niet
moet doen, maar we hebben het ook gehad over ontwikkelingsbudget. Zo zijn er nog een
aantal voorbeelden. Hoe dat er precies uit gaat zien, wordt aan een onderhandelingstafel
besproken. Maar het inkijkje is gegeven, en dat kan ik hier zeker herhalen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ga uw gang, meneer Van Dijk.
De heer Olger van Dijk (NSC):
Dank, helder. Toch over dat ontwikkelingsbudget, want daarin verschillen wij wel.
Het is goed om helder te krijgen waar die verschillen tussen partijen in zitten. Daar
zitten die zeker. Wij hebben gisteren ook een pleidooi gehouden voor conflictbeheersing
en mediation, juist ook om te voorkomen dat conflicten ontstaan en dat daar weer zekere
Defensie-uitgaven voor nodig zijn. Vind ik de VVD aan onze zijde als ik zeg dat we
juist die uitgaven wel moeten blijven doen, dus dat we moeten blijven investeren in
conflictbeheersing?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Het zal altijd belangrijk zijn om verder te kijken dan alleen naar Nederland en Europa.
Ik denk dat we hier wel kunnen constateren dat we het in eerste instantie misschien
niet eens zullen worden over wat dit gaat betekenen voor de hoogte van het budget
voor ontwikkelingssamenwerking. Misschien worden we het in tweede instantie wel eens.
Laten we daar het gesprek over blijven voeren. Als wij in Nederland en in Europa niet
veilig zijn, dan is het voor de VVD wel duidelijk waar we de euro als eerste aan gaan
uitgeven, maar onze verantwoordelijkheid in de wereld zullen we nooit zomaar laten
vallen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan meneer Nordkamp voor zijn inbreng.
De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):
Dank u, voorzitter. Vandaag spreken we over de Voorjaarsnota en de suppletoire begroting.
Het meest opvallende bedrag daarin is een bedrag van 1,1 miljard extra voor Defensie
in 2029. Dat lijkt fors, maar als we beter kijken, ziet het er toch net iets anders
uit. Meer dan 700 miljoen euro van dat bedrag lijkt geen nieuw geld. Het gaat om een
loon- en prijsbijstelling die eerder al was gereserveerd, maar boekhoudkundig was
geschrapt en nu als nieuwe investering wordt gepresenteerd. Mijn vraag is of wij dat
goed zien.
Ook zien we dat Defensie steeds meer taken uitbesteedt aan de markt. Hier heb ik al
vaker over gesproken met de bewindspersonen. Externe krachten vervangen mensen in
vaste dienst. Dit maakt Defensie afhankelijk, versnipperd en duurder. Een stille privatisering
van essentiële delen van een publieke kernfunctie als Defensie mogen we nooit normaal
vinden. In de suppletoire begroting lezen we dat het budget dat gereserveerd was voor
externe inhuur, ten opzichte van de begroting met 60% is toegenomen.
Een extreem voorbeeld daarvan is het kerndepartement. Voor externe inhuur op het kerndepartement
staat in de begroting voor 2025 een bedrag van 6 miljoen gereserveerd, maar in de
actuele suppletoire begroting, waarin het ministerie de begroting aanpast op recente
ontwikkelingen, lees ik een bedrag van 50 miljoen. Hier ook de vraag of dit klopt.
Graag een verklaring daarvoor en een duiding daarbij. Deze cijfers onderstrepen de
groeiende afhankelijkheid van Defensie van externe inhuur. Deze trend roept vragen
op over de effectiviteit en de efficiëntie van de huidige personeelsstrategie binnen
het ministerie.
Dan is er nog de stikstofimpasse. Uit onderzoek van TNO blijkt dat vrijwel alle Defensielocaties
in de knel komen omdat het kabinet weigert serieus werk te maken van stikstofreductie.
Zonder stikstofruimte is er niet alleen geen woningbouw, maar ook geen uitbreiding
van kazernes, oefenterreinen of opslaglocaties. Kortom: zonder natuurherstel geen
nationale veiligheid. Hoe kijkt de Minister van Defensie hiernaar? En hoe kan het
dat de VVD onze veiligheidsplannen heeft laten saboteren door de BBB de sleutels van
het stikstofbeleid in handen te geven? Ja, dat moest even gezegd worden, jongens.
Voorzitter. We leven in een instabiele wereld. De dreiging uit Rusland blijft reëel.
Het Amerika waar Europa decennialang op leunde, verandert.
Ik denk dat ik een interruptie krijg. Dit zou een logisch punt zijn.
De voorzitter:
Dit zou een mooi punt zijn, dus dan geef ik u het woord voor uw interruptie, mevrouw
Rajkowski.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Begreep ik nou goed dat GroenLinks-Partij van de Arbeid het investeren in veiligheid
voorwaardelijk maakt voor natuurherstel? Ik hoor u zeggen: zonder natuurherstel geen
veiligheid. Is dat dan een voorwaarde die u stelt aan bijvoorbeeld het verhogen van
de NAVO-norm?
De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):
Nee, dat is bij lange na niet wat ik bedoelde. Het is meer dat als we onze natuur
niet herstellen, er dus ook geen uitbreiding mogelijk is van kazernes, oefenterreinen
en opslaglocaties, zoals TNO onlangs heeft onderzocht. In die zin zul je dus de natuur
moeten herstellen, anders kun je dat niet doen. Vandaar de uitspraak «zonder natuurherstel
geen nationale veiligheid».
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dan begrijp ik het toch nog niet helemaal. Natuurherstel duurt wel even. En ja, u
vindt de VVD aan uw zijde als u zegt dat dit iets is wat we serieus moeten nemen.
Maar gelet op de oorlogsdreiging en alle onveiligheid die wij fysiek en digitaal ondervinden,
vraag ik me af of de mensen willen wachten tot de natuur op een bepaalde manier hersteld
is. Die mensen wachten daar niet op, volgens mij. Dus toch nog een keer een verduidelijkende
vraag: wilt u het werken aan natuurherstel tegelijk met het investeren in onze veiligheid?
Of wilt u eerst natuurherstel, zodat er stikstofruimte komt, en dan veiligheid? Wat
is de volgorde die mijn collega kiest?
De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):
Als ik mijn collega goed heb begrepen, denk ik dat ik het laatste wat zij schetst
bedoel. Volgens mij werkt stikstofreductie niet zo dat wij moeten blijven wachten
tot de natuur daadwerkelijk hersteld is, maar moeten wij zorgen dat er voldoende stikstofruimte
komt, zodat de vergunningen aangevraagd en vergeven kunnen worden voor die kazernes,
oefenterreinen en opslaglocaties.
De voorzitter:
Nog een interruptie? Ga uw gang.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Toch nog één vraag. Vergeef me; ik ben niet de woordvoerder op dit terrein. Volgens
mij wordt er ook gewerkt aan versnelde procedures hiervoor. Is dat dan de richting?
Het klinkt nog steeds alsof het voorwaardelijk is, dus dat we eerst iets anders moeten
meten en moeten zien voordat we iets kunnen doen. Vind ik mijn collega dan aan mijn
zijde als we ook kunnen kijken naar versnelde procedures ten behoeve van ruimte voor
Defensie? Natuurlijk moeten we ook werken aan natuurherstel, maar we hoeven daar volgens
ons niet op te wachten. Want Poetin wacht ook niet, kan ik u vertellen.
De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):
Nee. Nogmaals, zoals u het schetst, bedoel ik het niet. Het is niet zo dat we moeten
wachten totdat de natuur hersteld is. Dat is geen voorwaarde van GroenLinks-PvdA.
Maar het is ook geen mening van GroenLinks-PvdA. TNO heeft onderzocht dat we met de
huidige stikstofimpasse geen kazernes, oefenterreinen et cetera kunnen realiseren.
Dat is het verhaal. Dat is ook niet per se een mening. Het is iets wat is vastgesteld.
Volgens mij is de planning dat er eind dit jaar wetten komen over hoe we het een en
ander sneller kunnen organiseren. Wij hebben daar een positieve grondhouding over.
Maar ook met een versnelde vergunningsaanvraag lossen we de stikstofproblematiek niet
op. Dit is een beetje het verhaal.
De voorzitter:
U kunt verder met uw inbreng.
De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. We leven in een instabiele wereld. De Russische dreiging blijft
reëel. Het Amerika waar Europa decennialang op leunde, verandert: autoritairder, meer
onvoorspelbaar en afstandelijker. Daarom moeten Nederland en Europa zelf verantwoordelijkheid
nemen voor hun veiligheid. GroenLinks-PvdA staat pal achter die opdracht. Wij steunen
dan ook de inzet van het kabinet voor de onderhandelingen over de nieuwe NAVO-norm.
Die is nodig voor onze gezamenlijke afschrikking, en daarmee voor onze vrede en veiligheid.
We nemen onze verantwoordelijkheid. Wat ons betreft zouden veiligheid en solidariteit
hand in hand moeten gaan. Wij zijn voor een sterke defensie, maar ook voor een rechtvaardige
manier van financieren.
Het politieke debat over onze defensie is te lang vernauwd gebleven tot het tegen
elkaar opbieden met percentages. Ik hoop echt dat we met elkaar nu het bredere debat
kunnen voeren over vrede en veiligheid, diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en uiteraard
die sterke defensie en krijgsmacht. Wij moeten het debat voeren over bredere vormen
van conflictpreventie dan enkel militaire afschrikking. Het gaat over een veilig Nederland
in een sterk Europa, maar ook over het weer opbouwen van onze eigen samenleving. Want
een sociale samenleving is een sterke samenleving. Laten we met elkaar vanuit visie
en een brede oriëntatie op vrede en veiligheid aan de slag gaan.
Het maatschappelijk debat van de komende tijd zal gaan over de wijze waarop wij de
hogere Defensie-uitgaven gaan betalen. Andere partijen willen dit doen door verdere
versobering van zorg, onderwijs en sociale zekerheid. Dat is wat ons betreft niet
de weg vooruit. GroenLinks-PvdA kiest voor solidariteit en voor een eerlijke bijdrage
van de mensen en de bedrijven die die bijdrage het beste kunnen dragen. GroenLinks-PvdA
kiest voor een samenleving die veiliger en sterker wordt van ons Defensiebeleid en
er niet door wordt uitgekleed.
Voorzitter. Juist nu we fors investeren in Defensie, moet het financiële toezicht
op orde zijn. De Algemene Rekenkamer spreekt van grote gebreken in de bedrijfsvoering.
In zijn rapporten over 2023 en 2024 heeft de Algemene Rekenkamer aanzienlijke budgetoverschrijdingen
en beheerproblemen bij het Ministerie van Defensie vastgesteld. Deze overschrijdingen
zijn vooral zichtbaar in grote investeringsprojecten en materieelprogramma's. We investeren
miljarden extra, en terecht, maar met hogere investeringen groeit ook de noodzaak
van serieuze parlementaire controle. Op het terrein van Defensie schuurt dat soms,
want daar is sprake van een reëel spanningsveld tussen de openbaarheid die nodig is
voor democratische verantwoording en de geheimhouding die nodig is voor onze nationale
veiligheid. Dat is een lastig maar onvermijdelijk dilemma. We willen inzicht in hoe
miljarden worden besteed, maar tegelijkertijd moeten we voorkomen dat gevoelige informatie
in verkeerde handen valt. Onze vijanden hoeven niet te weten wat onze zwakke plekken
zijn en hoe we deze versterken, maar het parlement moet dat wel kunnen controleren.
We moeten geld verantwoord uitgeven, maar we moeten ook verantwoord controleren. Dat
vraagt om volwassen politieke keuzes en om een professioneel ingericht systeem van
vertrouwelijke informatievoorziening. Dat betekent dat er actief gestuurd moet worden
op wat wel en niet openbaar kan worden, dat er tijdig vertrouwelijke briefings beschikbaar
zijn voor Kamerleden en dat het parlement op hoofdlijnen zicht houdt op risico's,
voortgang en financiële kaders, ook wanneer dit niet tot op de komma openbaar gesteld
kan worden.
Voorzitter, tot slot. De miljarden die nu naar Defensie gaan, mogen niet alleen verdwijnen
in de zakken van de industrie. Investeren in veiligheid betekent ook investeren in
onze mensen bij Defensie, in fatsoenlijke huisvesting, schone kantines, medische zorg
en loopbaanperspectief. Alleen dan bouwen we de krijgsmacht die we nodig hebben en
die we recht in de ogen kunnen kijken. GroenLinks-Partij van de Arbeid kiest voor
een sterke krijgsmacht binnen een sterke samenleving, door te kiezen voor investeringen
middels rechtvaardige financiering, omdat we moeten beschermen wat ons dierbaar is.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dat betekent dat we aan het einde zijn van de
eerste termijn van de Kamer. Ik kijk even naar de bewindslieden. Hoeveel tijd heeft
u ongeveer nodig?
Minister Brekelmans:
Niet zo lang, maar we zitten helemaal achter in de gang op de derde verdieping. Twintig
minuten? We proberen het sneller te doen, maar het gaat er meer om hoe snel we kunnen
lopen.
De voorzitter:
Twintig minuten schorsen is uitstekend, dus tot uiterlijk 20.55 uur, en als u er allemaal
eerder bent, beginnen we gewoon weer als we er allemaal zijn. Ik schors de vergadering
tot 20.55 uur.
De vergadering wordt van 20.37 uur tot 20.56 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering voor de eerste termijn van het kabinet. Ik geef het woord
aan de Minister.
Minister Brekelmans:
Dank, voorzitter. We hebben onze stappenteller weer vol weten te maken voor vandaag.
Normaal gesproken werk ik met blokjes, maar ik heb maar drie vragen gekregen, dus
ik houd het overzichtelijk. Ik permitteer het mij toch om vooraf één ding te zeggen.
Ik loop al een tijdje mee in Den Haag, maar het is de eerste keer dat ik heb gezien
dat een begroting onthamerd is en degene die die suppletoire begroting onthamerde
niet bij het debat aanwezig is. Ik ben graag bereid om voor ieder debat te komen,
maar als ik dan zie dat in de ambtenarenkamer twintig mensen heel hard zitten te werken
en ikzelf een belangrijk werkbezoek met mijn Belgische collega in Den Helder eerder
heb moeten afbreken om hier te zijn, dan verwacht ik van degene die het debat aanvraagt
ook wel het respect om daaraan deel te nemen. Maar goed, dat even als persoonlijke
noot vooraf.
De voorzitter:
Daar wil ik als voorzitter toch heel even op reageren. Wij weten niet iemands motivatie
om hier niet aanwezig te zijn. Het kan natuurlijk zo zijn dat er andere verplichtingen
zijn, in de familie of wat dan ook. Ik denk dat we voorzichtig moeten zijn om daar
nu een oordeel over te vellen. Dat wilde ik u toch even meegeven.
De heer Olger van Dijk (NSC):
Voorzitter, ik begrijp uw opmerking. Maar hebben we dan een afmelding ontvangen? Want
dat is toch het minste wat we hadden mogen horen van de collega die dit heeft aangevraagd.
De voorzitter:
Als laatste reactie daarop. Ik zit hier niet om iets voor mensen goed te praten. Ik
geef alleen aan dat er andere motieven of argumenten kunnen zijn, die we op dit moment
niet kennen. We zijn in dit land onschuldig tot onze schuld bewezen is. Dus vandaar.
Laten we verdergaan.
Minister Brekelmans:
Oké, voorzitter. Ik begin met de algemene vraag van de heer Nordkamp of de 737 miljoen
extra geld is. Het antwoord daarop is ja. Het totaalbedrag dat aan de begroting is
toegevoegd, is 1,1 miljard. Daarvan is 420 miljoen om aan 2% van het bbp te voldoen,
dus eigenlijk de automatische bijstelling omdat de economie harder groeit. Die gebruiken
we ook met name voor prijs- en looncompensatie. De 737 miljoen daarbovenop, die ertoe
leidt dat we meer zullen uitgeven dan 2% van het bbp, kunnen we dus ook gebruiken
voor aanvullende investeringen en voor nieuwe uitgaven die nog niet in de Defensienota
2024 stonden.
Dan had ik twee vragen van NSC. De eerste vraag van de heer Olger van Dijk ging over
het intensiveren van de grenspolitietaak van de KMar en hoe ik daarnaar kijk, ook
naar het rapport van de Rekenkamer daarover. Ik zeg op voorhand als disclaimer toch
even dat die vraag iets meer past bij de Minister van AenM dan wel JenV, maar als
beheerder van de KMar wil ik daar wel iets over zeggen. De KMar werd al ingezet voor
mobiel grenstoezicht en is nu ook meer ingezet voor de grenspolitietaak, dus om meer
grenscontroles uit te voeren. Als beheerder van de KMar, die ook het totaaloverzicht
van de inzet van de KMar ziet, heb ik steeds gezegd dat het niet zo kan zijn dat de
extra grenspolitietaak bijvoorbeeld ten koste gaat van de inzet op Schiphol of op
andere plekken, want ook daar zien we capaciteitstekorten. Er is dus voor gekozen
om de capaciteit van de KMar die al werd ingezet voor het mobiel grenstoezicht, in
te zetten voor het meer traditionele grenstoezicht. Ik lees inderdaad de conclusie
dat je niet kunt vaststellen dat dit tot meer resultaat heeft geleid. Het heeft aan
de andere kant dus ook niet heel veel meer capaciteit gekost. Het is meer zo dat bestaande
capaciteit anders is ingevuld. Vragen over details en de precieze cijfers passen beter
in het debat met de Minister van AenM. Voor mij als beheerder, kijkend naar het totaaloverzicht
van de KMar, is het vooral van belang dat er niet extra capaciteit bij andere taken
is weggetrokken.
Dan had de heer Van Dijk ook specifieke vragen over de Carib. We zijn voor de KMar
in de Carib inderdaad aan het werven: 35 fte in de periode 2026–2028. Een deel van
het extra budget voor de grenspolitietaak is dus ook voor de Carib. Het is inderdaad
een uitdaging om die mensen aan te nemen. Dat zegt de heer Van Dijk terecht. Voor
de KMar in brede zin, maar dus ook daar, geldt bovendien dat we bekijken hoe we tegelijkertijd
zo veel mogelijk kunnen digitaliseren, zodat we meer van digitale middelen gebruikmaken,
waardoor we minder mensen hoeven aan te nemen. Op dit moment maken we plannen voor
het werven van 35 fte.
Dan kom ik op de laatste vraag van de heer Van Dijk, over hoofdtaak 1 en 3. De heer
Van Dijk vroeg om een toezegging dat ik met een analyse kom over de vraag of er geen
verdringing plaatsvindt en of ik die met de Kamer wil delen. Die toezegging wil ik
graag doen. Zoals ik in een eerder debat zei, zijn we in kaart aan het brengen of
de uitbreiding of de intensivering van hoofdtaak 1 ertoe leidt dat er spanning komt
te staan op hoofdtaak 3. Uit onderzoek bleek dat we tot nu toe aan alle verzoeken
hebben kunnen voldoen. Dat is mooi, maar het zou in de toekomst wel steeds ingewikkelder
kunnen worden. Van de andere kant is het ook wel weer zo, net zoals ik de vorige keer
tegen de heer Van Dijk heb gezegd, dat we werken aan de uitbreidingstaak van de krijgsmacht.
Als militairen in Nederland zijn, omdat ze niet op uitzending of oefening in het buitenland
zijn op het moment dat er bijvoorbeeld een overstroming plaatsvindt, dan kunnen die
militairen natuurlijk snel worden ingezet. Dan zijn ze dus wel dedicated voor hoofdtaak
1, omdat ze voorbereidende handelingen doen om in de toekomst aan de oostgrens te
worden ingezet, maar terwijl ze in Nederland zijn, kunnen ze, wanneer nodig, ook ingezet
worden voor hoofdtaak 3. Maar goed, die analyse willen we maken. Ik zeg de heer Van
Dijk toe dat wij voor het einde van het jaar een brief of een analyse met hem delen.
We bekijken nog even wat de beste manier is om dat te doen.
Ik word erop gewezen dat er nog een vraag was van de heer Nordkamp, of misschien was
het meer een opmerking, over het feit dat het toezicht op orde moet zijn. Ook zei
hij dat we ervoor moeten zorgen dat we het geld op een fatsoenlijke manier uitgeven.
In het vorige debat zei ik al dat het mooi is dat we heel hard groeien en dat onze
uitgaven snel omhooggaan. Het afgelopen jaar zijn we voor 30 miljard aan verplichtingen
aangegaan. Dat is zelfs meer dan onze begroting. De Rekenkamer heeft geconstateerd
dat het aantal onrechtmatigheden echter niet is toegenomen, dus we geven het geld
op een juiste manier uit. In het vorige debat zei iemand, ik denk de heer Van Dijk:
zoek nou de grens op, maar ga er niet overheen. Dat is precies wat we proberen te
doen. We proberen processen te versnellen. We proberen soms, als dat nodig is, meer
risico te nemen, maar we proberen het extra budget wel op een rechtmatige manier uit
te geven. Tot nu toe lukt dat gelukkig.
Dat was ’m, voorzitter.
De voorzitter:
Er is een interruptie.
De heer Olger van Dijk (NSC):
Dank voor de beantwoording van de Minister. Ik heb toch nog een vraag over de KMar
gezien vanuit de beheerdersrol van de Minister. Ik vraag me eigenlijk af of die vraag
misschien toch bij de Staatssecretaris thuishoort, maar ik stel de vraag toch maar
even, omdat die wel is naar aanleiding van de beantwoording. We weten allemaal dat
Defensie enorm moet groeien de komende jaren. We hebben vier krijgsmachtonderdelen.
De KMar heeft een specifieke uitdaging. Die willen we intensiveren. Is het nou moeilijker
om mensen die bijvoorbeeld een dienjaar of anderszins iets hebben gedaan, te interesseren
om voor het onderdeel KMar te gaan werken? Dat is mijn beeld, maar misschien is dat
beeld niet correct. Wordt daar specifieke inzet op gepleegd, zodat de instroom specifiek
bij de KMar op orde is? Op die manier kunnen ze de intensivering doen.
Minister Brekelmans:
Ik hoor de mensen hier naast mij zeggen: juist niet. Misschien kan de Staatssecretaris
er nog meer over zeggen. Mijn beeld is niet dat de KMar per definitie minder populair
is dan de andere krijgsmachtonderdelen. Het mooie van de KMar is voor heel veel mensen
dat de KMar vooral taken heeft die in Nederland gebeuren. Als je bijvoorbeeld in een
gezinssituatie zit, waarbij je niet veel op uitzending of naar het buitenland wilt,
dan is de KMar daarvoor een ideale plek. Wat mij altijd opvalt bij de KMar, is dat
relatief jonge mensen al heel veel verantwoordelijkheid krijgen. Het is echt een platte
organisatie. Ik zou zeggen: ga een keer naar Schiphol! Misschien heeft u dat weleens
gedaan. Het is echt fantastisch om te zien hoe mensen van eind 20 al hele teams aansturen
en de hele boel op Schiphol runnen. Daarnaast heeft de KMar ook met alle moderne uitdagingen
te maken, of het nou gaat om criminaliteit of alles met een militaire taak. Het is
wat dat betreft dus ook nog een heel veelzijdige organisatie om voor te werken. Tot
zover mijn promotiepraatje voor de KMar. Maar het is ook oprecht zo. Het is echt een
heel mooie organisatie, en gelukkig zien mensen dat ook.
Dan geef ik graag het woord door aan de Staatssecretaris voor de overige vragen.
De voorzitter:
Ga uw gang.
Staatssecretaris Tuinman:
Dank u wel, voorzitter. Ik zal nog even een paar dingen zeggen over het personeel.
Het klopt wat de Minister zegt over de KMar. Wat de aantrekkingskracht vanuit de arbeidsmarkt
betreft is het met de KMar best gesteld. De KMar heeft ook een eigen opleiding in
Apeldoorn. Die gaat ook hartstikke hard. Die barst gewoon uit zijn voegen wat betreft
leslokalen, schietbanen en dat soort zaken meer. Voor de KMar is ook het dienjaar
versterkt. Dit jaar hebben we dubbel zo veel dienjaarders die daadwerkelijk ook een
KMar-traject gaan draaien. Dienjaarders krijgen een opleiding van drie maanden. Dan
zijn ze nog niet helemaal klaar met hun takenboek, maar zoals de Minister al zei:
ze gaan er in Schiphol eigenlijk meteen mee aan de slag. Want het is wel heel aantrekkelijk
voor mensen dat ze er in de praktijk direct mee aan de slag kunnen. Ik besef wel heel
goed dat de groei bij de KMar echt wel significant is ten opzichte van de andere OPCO's.
Daaraan zie je wel hoeveel de KMar uiteindelijk kan opnemen. Wat betreft de jongens
en meiden, de mannen en vrouwen, die daadwerkelijk op Schiphol aan de gate staan:
dan doet het ertoe dat je ervaren onderofficieren hebt die daar in de buurt zijn en
die dat goed kunnen begeleiden. Daar zijn we nu ook hard mee aan de slag. Maar ik
wil u vooral uitnodigen om morgen naar het commissiedebat Personeel van Defensie te
komen. Daar kunnen we er nog specifieker en dieper op ingaan.
Dan had u een vraag over de Tomahawk. Misschien dat u het gemist heeft, maar we hebben
gisteren de Kamerbrief over de Tomahawk gestuurd. Dus die ligt er. Die geeft eigenlijk
precies antwoord op uw vraag. Het enige wat ik erover zeg, is dat de Tomahawk wel
degelijk doorgaat, maar dat die uiteindelijk op de bovenwaterfregatten komt te zitten.
Bij de onderwaterfregatten, de onderzeeboten, moet die horizontaal in plaats van verticaal
uit de lanceerbuis komen. Dat ding wordt niet meer gemaakt. Om dat weer in productie
te kunnen nemen, moet je kosten maken die ongeveer de kosten van de vervanging van
de onderzeeboten evenaren. Dat was ook een mooie kans om in de Joint Strike Missile
Submarine Launched te stappen, samen met de Spanjaarden en de Noren. Dat wordt een
Europees project. Ik hoor vaak: daar zit een ontwikkeltraject aan. Dat klopt, maar
die Joint Strike Missile bestaat al. Die wordt nu gebruikt op oppervlakteschepen.
De Amerikanen gebruiken ’m trouwens ook, hoewel het een Europese missile is. Daar
gaan we nu vol op doorzetten. Dus die kunnen we straks direct integreren in de Orka-klasse.
Dan kom ik bij de vraag met betrekking tot Damen. Ik wil daar heel kort over zijn.
Twee dagen geleden hebben we daar uitgebreid over gesproken. Sindsdien zijn er geen
wijzigingen. We zijn ermee bezig en we houden het in de gaten. Zodra er bijzonderheden
zijn die bij uw Kamer gemeld moeten worden, dan zullen we dat direct doen.
De heer Van Dijk had nog gevraagd of ik kan aangeven of het extra budget leidt tot
extra personeel. Dat doet het wel degelijk. Dat kun je bijvoorbeeld zien in de Defensienota.
Daarin is significant geld vrijgemaakt voor mensen. Ik spreek eigenlijk altijd over
mensen en niet zozeer over personeel. Je ziet het bijvoorbeeld ook aan het additionele
investeringspakket, en u zult het straks gaan zien aan de bijzonderheden in de brief
over de Voorjaarsnota. Wij investeren eigenlijk altijd additioneel in mensen. Dat
is noodzakelijk om uiteindelijk te kunnen groeien richting die 100.000. Het is uitdagend,
maar ook noodzakelijk en realistisch. Ook daarvan zeg ik: de specifieke details wil
ik morgen uitgebreid met u bespreken in het personeelsdebat, als u dat goedvindt.
Mevrouw Rajkowski deed de oproep aan het kabinet om realisatie te versnellen en om
het bedrijfsleven te vragen mee te werken aan innovatie. Dat is een oproep naar mijn
hart. Een kleine anekdote: ik ben gisteren teruggekomen van de Paris Air Show. Daar
is alles te zien op het gebied van wat er in de lucht vliegt, zowel civiel als militair.
Alles wat vliegt, is eigenlijk dual use, is te gebruiken voor beide kanten. Dan spreek
ik ook met het bedrijfsleven. Dat gaat echt van de innovatiekant, van TNO, onze onderzoeksinstituten,
tot en met daadwerkelijk de producten. Mijn punt daarbij is ook altijd: wat goed genoeg
is voor Nederland, is ook goed genoeg voor anderen. Die innovaties zijn soms ook het
breekijzer voor onze Nederlandse partners om producten verder te brengen. De Nederlandse
markt is klein, dus dat betekent dat we in die internationale poot goede zaken moeten
doen. Op die manier zorgen we ervoor dat er meer productiecapaciteit komt, zodat het
uiteindelijk goedkoper wordt en we meer kunnen verkopen. Maar we zorgen er voornamelijk
voor dat de zaken waar we echt goed in zijn, ook de standaard voor Europa worden.
Daar ben ik dag en nacht mee bezig. Op de NAVO-top die eraan komt, is er ook een industrieforum.
Ook daar zullen we dezelfde boodschap geven.
We hebben ook DEFPORT opgericht. De Minister is er veel mee bezig om het publiek-private
partnerschap inzicht te geven in de capability's die we de komende tien à vijftien
jaar nodig hebben en hoe we er met de industrie voor kunnen zorgen dat de juiste orders
worden weggezet, zodat we niet alleen aan de behoeftes van de krijgsmacht voldoen,
maar ook de productiecapaciteit versterken. Dan bieden we niet alleen de bedrijven
een langetermijnperspectief, maar kunnen we uiteindelijk ook de krijgsmacht van andere
landen versterken.
Dan was er een vraag van de heer Nordkamp. Hij sprak over uitbesteden, over de externe
inhuur die is toegenomen met 60%, over de 50 miljoen en over het kerndepartement.
Daar wil ik nu op inzoomen en in detail op ingaan. Die andere zaken kunnen we morgen
in de breedte meenemen.
Die 50 miljoen klopt, maar u moet goed beseffen dat die 50 miljoen – eigenlijk is
het 52 miljoen – voor de inhuur is gestegen. 7 miljoen daarvan gaat naar het kerndepartement.
Daarbij wil ik aangegeven dat we een tijdje terug de Wet op de defensiegereedheid
in consultatie hebben gebracht. Dat gaat om meer dan 180 pagina's met juridische teksten.
De laatste jaren hebben we specifieke expertise ingehuurd. Die expertise komt dan
terecht in het A-gebouw, zoals wij dat noemen, hierachter op het kerndepartement.
Het gaat dan om juristen, maar bijvoorbeeld ook om ecologen. We doen nu ook veel meer
aan natuurbeheer. Het gaat ook over inkoop. Voor sommige zaken hebben we gewoon specifieke
expertise nodig. Die huren we dan ook in.
Als overheid moeten we onder de Roemernorm van 10% voor externe inhuur blijven. We
zitten nu op 7,9% van de totale personeelsuitgaven. Een deel daarvan zit daadwerkelijk
in operationele capaciteit. Ook daar gaan we morgen verder over spreken. De externe
inhuur van instructeurs vormt ongeveer 10% van onze instructeurs- en instructiecapaciteit.
Over het algemeen zijn dat reservisten. Het zijn voornamelijk oudgedienden die eerder
bij ons hebben gewerkt.
De voorzitter:
Ik ga u heel even onderbreken voor een interruptie van de heer Nordkamp.
De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):
Kort hierop. Het verhaal is op zich goed te volgen. In verband met de Wet op de defensiegereedheid
hebt u bepaalde expertise nodig die niet per se bestaat uit gevechtskracht en ook
geen onderdeel is van de kernfunctie van Defensie. Daarmee wil ik die expertise natuurlijk
niet tekortdoen. U noemt de Roemernorm van 10%. Wat betreft de instructeurs zitten
we nu op 10%. Dat zei de Staatssecretaris zojuist. Erkent de Staatssecretaris met
mij dat de trend is dat de inhuur eerder meer wordt dan minder? Als dat zo is en we
nu al op die 10% zitten, wat gaat de Staatssecretaris dan doen om ervoor te zorgen,
rekening houdende met de trend dat de inhuur stijgt, om te voorkomen dat we boven
die Roemernorm komen?
Staatssecretaris Tuinman:
Die norm gaat over het totaalpakket. Als Defensie doen wij het eigenlijk heel goed
als je het vergelijkt met de rest van de markt. Bij de capaciteit voor opleiden en
trainen gaat het niet alleen over de basisopleiding, maar bijvoorbeeld ook over onze
militair verpleegkundigen. Als je dat wil verdubbelen, is het wel slim om daar extra
capaciteit voor in te huren. Het gaat ook over technische opleidingen en over de wijze
waarop we samenwerken met scholen en bedrijven. Ik geef wel aan – dat zal ik morgen
verder expliciteren en verder uitleggen – dat wij meer capaciteit nodig gaan hebben
vanuit de markt op het gebied van opleiden en trainen. Op het moment dat we het dienjaar
nog verder zouden opschalen dan we nu doen, is er extra capaciteit nodig. Als ik dat
niet doe, zullen we eenheden stil moeten gaan zetten. Dat gaat ten koste van onze
NAVO-gereedheid. Ik wil – dat willen we allemaal – dat we de gereedheid te allen tijde
zo hoog mogelijk houden en dat we afschrikwekkend zijn voor iedereen die ons kwaadgezind
is. Daarbij gebruik ik alle mogelijkheden die ik heb. Dat zal in de toekomst, en vrij
snel, eerder toenemen dan afnemen.
Dan had de heer Nordkamp nog een opmerking over stikstof. Dit kabinet heeft, ook in
demissionaire staat, stikstof en het feit dat Nederland op slot zit hoog op de agenda
staan. Daar hebben de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel voor. Wat mij
betreft had daar ook «Veiligheid en Defensie» bij kunnen staan. We hebben echt wel
een koerswijziging ingezet op het stikstofbeleid. Dat moet ervoor zorgen dat Nederland
en de krijgsmacht uiteindelijk van het stikstofslot af gaan komen. Een belangrijk
voorstel dat het kabinet net ook naar de Kamer heeft gestuurd – volgens mij wordt
er op dit moment nog over gedebatteerd – is de rekenkundige ondergrens. Als die door
de Kamer wordt omarmd, kunnen veruit de meeste activiteiten vergund worden. Daar werken
we hard aan.
U had ook nog een opmerking over natuur en natuurmaatregelen. Dat klopt: het gaat
natuurlijk over het verslechteringsverbod voor de natuur. Dat komt uit Europese wetgeving
op het gebied van de Vogel- en Habitatrichtlijn en wat dies meer zij. Ik wil erover
zeggen – dat staat ook heel duidelijk in het TNO-rapport – dat Defensie een zeer beperkte
bijdrage heeft aan emissie en depositie, van 0,05 tot op sommige plekken maximaal
0,1. Ten tweede heeft Defensie een uitdaging op het gebied van onze activiteiten.
Daar gaat het over: we moeten uitbreiden, en meer activiteiten en een ander soort
activiteiten verrichten. We hebben ook een groeiopgave, met kazernes, schietbanen
en andere activiteiten, door andere soorten munitie en dat soort dingen. Waar het
voor ons knel zit, is de vergunningverlening. We moeten dus heel goed bekijken hoe
we die vergunningverlening loskrijgen. Dat is het eerste spoor van de ministeriële
commissie: je moet de vergunningverlening aanpakken. De andere kant heeft te maken
met stikstofreductie. Het startpakket is daar de eerste aanzet van. Daar zijn wij
ook blij mee. Het tweede is dat je, als je goed kijkt naar Defensie, ziet dat er weinig
te reduceren is op het gebied van stikstofemissie.
Daar heb ik een paar voorbeelden bij. Kijk naar Woensdrecht, waar we een vliegbasis
hebben liggen en ook de F-35-motoren testen. We werken ook nauw samen met private
partijen aan de andere kant van het hek. Het ligt aan de Brabantse Wal. Daar ligt
in een hexagoon een Natura 2000-malletje van een hectare, dus een zeshoek, eigenlijk
bijna tot aan de start- en landingsbaan. Het bijzondere is dat het daar gaat over
schraal grasland – ik ben even kwijt hoe dat habitattype precies heet, hoor. Maar
daar zitten de veldleeuwerik en dat soort dingen allemaal. Die zitten echt gewoon
op het vliegveld zelf. Waarom zitten die daar? Omdat wij een jaar of 30 geleden begonnen
zijn met de beheersmaatregel dat we maaisel afvoeren om veilig te kunnen vliegen vanaf
Woensdrecht. Dat is echt een superbelangrijke natuurmaatregel. Als je het maaisel
afvoert, krijg je minder stikstof in de grond. Daardoor krijg je kruidenrijke mengsels.
Dan komen die vogels terug. Maar waarom doen we dat? Dat doen we niet zozeer om de
natuur beter te maken, maar omdat grazers, zoals ganzen en dergelijke, daardoor het
gebied niet in komen. Dat maakt het vliegveilig.
Zo zie je eigenlijk dat we dat met allerlei zaken best wel goed doen. Dat doen we
ook op het gebied van hydrologie en op het gebied van oefenterreinen. Ongeveer 50%-55%
van Natura 2000 is ook ons oefenterrein. Ik blijf aangeven dat dit eigenlijk best
wel een goed huwelijk is. We hebben daar ook heel veel onderzoek over, ook van ecologen,
natuurkoepels en natuurorganisaties. Zij zeggen ook: de natuur en Defensie gaan eigenlijk
heel goed samen.
Ik wil afsluiten met het multifunctioneel gebruik van ruimte. Dat is echt een van
mijn grootste boodschappen. Die boodschap draag ik elke keer uit. Ik maak daar echt
hard werk van. We weten allemaal dat ruimte schaars is. Als we alle opgaves op of
naast elkaar willen leggen, dan gaat het niet passen. We moeten wat dat betreft ook
een heleboel doen op het vlak van energie en wonen. We moeten dus zaken op elkaar
gaan stapelen. Munitiecomplexen en natuur gaan hartstikke goed samen. Eigenlijk is
dat win-win. Dat is niet zo omdat ik dat vind, maar omdat we al jaren ervaring daarmee
hebben. Hetzelfde geldt op het gebied van oefenterreinen. Je ziet dat het daar ook
kan.
Het laatste wat ik daarover zeg, is dat we een supergrote opgave hebben op het gebied
van vastgoed. We gaan ongeveer twee derde van alle kazernes revitaliseren. Dat doen
we allemaal emissievrij. We zijn niet de operationele voertuigen, maar wel alle dienstvoertuigen
en onze bedrijfsvoering op alle vlakken emissievrij aan het maken.
En dan echt het allerlaatste: energieverbruik kost ons iets meer geld, maar de overheid
heeft er een halfjaar of driekwart jaar geleden ook voor gekozen om ervoor te zorgen
dat alle energie die we afnemen, groene energie is en niet uit andere zaken voortkomt.
Defensie was daarin de koploper.
Dan is de laatste opmerking ook van de heer Nordkamp. Hij gaf aan dat het belangrijk
is om te blijven investeren in kazernes, infra en dat soort zaken. Hij had het over
«onze mensen». Ik ben het helemaal met hem eens. Hij ziet daarom ook dat we hier met
het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie rekening mee houden. Onze mensen moeten
kunnen trainen. We zijn ook bezig met de revitalisering. Een mooi voorbeeld is in
Schaarsbergen, waar onze 11de Luchtmobiele Brigade zit. Het is daar gewoon echt heel
schrijnend. Op sommige plekken moeten onze mensen die daar in de kantoortjes zitten,
van de ene kant naar de andere kant van het gebouw, want als het regent, komt het
water gewoon door het dak heen. Die kazerne heeft hele hoge prioriteit, maar die zit
wel in een Natura 2000-gebied of ertegenaan.
Daarvan zeg ik: jongens, alsjeblieft, onze totale emissie wordt alleen maar minder
als we revitaliseren en daar moeten we echt stappen zetten. Dat zijn we nu gaan doen.
Ik ben blij dat zowel de gemeente als de provincie nu akkoord zijn gegaan. We hebben
een bestuurlijke overeenkomst daarvoor getekend. We gaan nu ook snel weer volgende
stappen zetten, zodat die kazerne snel op orde is. De heer Nordkamp heeft helemaal
gelijk: als je mensen gemotiveerd wilt houden, dan moet je ze een veilige en functionele
plek bieden, die wat dat betreft ook inspireert.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik naar de kant van de Kamer om te zien of er behoefte is aan
een tweede termijn. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. Dat bespaart het kabinet
wat werk.
Dat betekent dat we naar de toezegging van vandaag gaan. Ik heb hier het volgende
staan.
– De Minister van Defensie zegt toe dat hij een analyse van een mogelijke verdringing
van hoofdtaak 3 door hoofdtaak 1 uiterlijk eind 2025 aan de Kamer zal doen toekomen.
Dat is een toezegging aan het lid Van Dijk.
Tot zover. Dan wil ik graag het kabinet, de Minister, de generaal, mevrouw en de Staatssecretaris
van harte bedanken voor hun aanwezigheid. Ik wil de Kamerleden en de mensen op de
tribune bedanken. Ik wens de mensen thuis nog een prettig avond. Dan sluit ik hierbij
deze vergadering.
Sluiting 21.23 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
I. Kahraman, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
T.N.J. de Lange, griffier
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
---|---|---|
PVV | 37 | Voor |
GroenLinks-PvdA | 25 | Voor |
VVD | 24 | Voor |
NSC | 20 | Voor |
D66 | 9 | Voor |
BBB | 7 | Voor |
CDA | 5 | Voor |
SP | 5 | Tegen |
ChristenUnie | 3 | Voor |
DENK | 3 | Tegen |
FVD | 3 | Tegen |
PvdD | 3 | Tegen |
SGP | 3 | Voor |
Volt | 2 | Voor |
JA21 | 1 | Voor |
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.