Verslag van een commissiedebat : Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 juni 2025, over Natuur
33 576 Natuurbeleid
Nr. 462
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 14 juli 2025
De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft op 19 juni
2025 overleg gevoerd met de heer Rummenie, Staatssecretaris van Landbouw, Visserij,
Voedselzekerheid en Natuur, over:
− de brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
d.d. 31 maart 2025 inzake verzamelbrief natuur (Kamerstuk 33 576, nr. 443);
− de brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
d.d. 7 april 2025 inzake reactie op verzoek commissie over de positionpaper van Spreekbuis
Wildopvang en Dierenambulances ten behoeve van technische briefing Contouren landelijk
aanvalsplan invasieve exoten (Kamerstuk 26 407, nr. 156);
− de brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
d.d. 17 april 2025 inzake uitvoering van twee moties van het lid Kostić inzake de
wolf (Kamerstuk 33 576, nr. 436 en Kamerstuk 33 576, nr. 437) (Kamerstuk 33 576, nr. 448);
− de brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
d.d. 8 mei 2025 inzake instemming Europees Parlement met verlaging beschermde status
wolf (Kamerstuk 33 576, nr. 449);
− de brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
d.d. 27 mei 2025 inzake elfde conferentie van het Intergouvernementeel Platform voor
Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (Kamerstuk 26 407, nr. 157);
− de brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
d.d. 27 mei 2025 inzake reactie op verzoek commissie over de brief van de Unie van
Waterschappen (UvW) over het belang van een geborgde stikstofaanpak, natuurherstel
en het landelijke aanvalsplan invasieve exoten (Kamerstuk 36 600 XIV, nr. 82);
− de brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
d.d. 16 juni 2025 inzake reactie op verzoek commissie over de notitie Waar zijn onze
vlinders? (Kamerstuk 33 576, nr. 450);
− de brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
d.d. 16 juni 2025 inzake reactie op verzoek commissie over achteruitgang biodiversiteit
(Kamerstuk 26 407, nr. 159);
− de brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
d.d. 16 juni 2025 inzake verzamelbrief natuur juni 2025 (Kamerstuk 33 576, nr. 451);
− de brief van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
d.d. 17 juni 2025 inzake stand van zaken wolvenbeleid (Kamerstuk 33 576, nr. 452).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de commissie, Aardema
De griffier van de commissie, Jansma
Voorzitter: Bromet
Griffier: De Keijzer
Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Bromet, Flach, Holman, Kostić, Nijhof-Leeuw,
Van der Plas en Veltman,
en de heer Rummenie, Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en
Natuur.
Aanvang 13.03 uur.
De voorzitter:
Welkom aan de Staatssecretaris, de mensen op de publieke tribune en de Kamerleden.
Zij zitten ter linkerzijde. We gaan van start met het commissiedebat Natuur in de
vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Ik wil voorstellen
dat we vier interrupties doen. Voor degenen die hier nieuw zijn – welkom aan mevrouw
Veltman – even het volgende. Interrupties tellen niet als ze onder de 30 seconden
zijn. Als ze boven de 30 seconden zijn, dan tellen ze voor twee. We doen er vier.
Als je officiële interrupties op zijn, mag je ook geen korte interrupties meer plegen.
Dit verlevendigt het debat. Het is gister hartstikke goed gegaan, dus ik wilde het
nu ook weer toestaan.
Er is een complicerende factor. We komen net uit de plenaire zaal, waar we waren voor
debatten op het LVVN-terrein. Zo meteen zijn er ook nog stemmingen. Dus als er straks
stemmingen zijn en wij niet geschorst zijn, dan wil ik even schorsen voor de stemmingen.
We hebben tot 18.00 uur de tijd. Volgens mij moet het makkelijk lukken. Er staan niet
zo heel veel stukken op de agenda, omdat een aantal stukken dat uit het ministerie
kwam, niet op tijd voor onze procedurevergadering is aangekomen. Daarom konden we
het niet op de agenda zetten. Er was namelijk een procedurevergadering over de controversieelverklaringen.
Dat houdt de Kamerleden volgens mij niet tegen. Als eerste wil ik het woord geven
aan het lid Kostić van de Partij voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. We staan op een kantelpunt voor de natuur in Nederland. Terwijl
het kabinet demissionair is, grijpen de BBB-bewindspersonen dit moment aan om beleid
door te drukken dat ingrijpend, onzorgvuldig en onomkeerbaar is. Er wordt beleid gemaakt
dat diep ingrijpt in de natuur, zonder draagvlak, zonder brede inspraak waar iets
mee wordt gedaan en zonder fatsoenlijke onderbouwing. De BBB-bewindspersonen volgen
alleen de jagers en de agro-industrie. Dat is echt onacceptabel. De Kamer moet dat
een halt toeroepen.
Kijk naar de staat van de Nederlandse biodiversiteit. Het Statusrapport Nederlandse
biodiversiteit 2025 maakt pijnlijk duidelijk dat vrijwel alle soortgroepen in Nederland
achteruitgaan. Het aantal vlinders is sinds 1992 gehalveerd. Geen van de veertien
biodiversiteitsdoelen voor 2030 staat op groen. We liggen niet op schema. En dan druk
ik het nog heel zachtjes uit. Dat betekent eigenlijk gewoon dat we moeten versnellen.
Dat is ook in lijn met de motie-Kostić, ingediend met nog heel veel andere Kamerleden
hier. Die motie is onder andere gesteund door de PVV in 2024. De motie vraagt om te
kijken waar we de doelen niet lijken te halen, waar het misgaat met de soorten, en
om te zorgen dat je extra stappen neemt. Ik heb nog steeds niet gezien wat de Staatssecretaris
daarmee gaat doen. Graag een uitgebreide reactie daarop.
Zie ook het vergunningsbesluit voor de garnalenvisserij. Tot 2045! Dat is besloten
door een demissionaire Staatssecretaris, zonder aanvullende natuurbescherming. Terwijl
we weten hoe kwetsbaar de Waddenzee en de Noordzeekust is, kiest hij voor sectorbelang
boven natuurherstel. Zo’n langetermijnbesluit hoort niet thuis in een demissionair
kabinet. Ik zie een interruptie.
De voorzitter:
Er is een interruptie van de heer Flach van de SGP.
De heer Flach (SGP):
Wij waren als SGP heel blij met dat besluit voor de garnalenvisserij, omdat het langjarig
zekerheid geeft voor garnalenvissers. Als je zo’n bedrijf hebt of wilt investeren,
bijvoorbeeld juist om te verduurzamen, dan heb je, als je bij een bank komt voor een
financiering, een lange horizon nodig. Juist die lange horizon kan weleens heel goed
zijn voor de doelen waar we naar streven. Dat is één. Laat ik het hier even bij laten.
Is collega Kostić zich daarvan bewust?
De voorzitter:
Meneer Flach, dit was meer dan 30 seconden, dus het zijn meteen twee interrupties.
Best zonde. Het gaat snel, hè?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank voor deze vraag. Als het goed is, kent de SGP de Partij voor de Dieren als een
partij van langetermijndoelen. We geven juist visie en duidelijkheid aan boeren, vissers,
de natuur en burgers. Dat is nou juist het probleem van dit kabinet en – ik moet eerlijk
zijn – ook van heel veel voorgaande kabinetten. Steeds werd er gewerkt op de korte
termijn en op basis van één economisch belang. In plaats daarvan moet je kijken wat
het algemeen belang is, voor Nederland. We zien dat het niet goed gaat met de natuur.
De garnalenvisserij draagt daar helaas niet op een positieve manier aan bij. We moeten
het kwetsbare gebied gewoon beschermen. Vanuit onze visie – ik weet dat die verschilt
met die van de SGP – is het inderdaad belangrijk om duidelijkheid te geven aan de
garnalenvissers. Die duidelijkheid zou als volgt moeten zijn: «Lieve mensen, we willen
jullie prima helpen, compenseren of wat dan ook, maar dit is nu gewoon klaar. De natuur
moet nu echt even vooropstaan. Jullie moeten weten dat er geen ruimte meer voor is.»
Dus die vergunning zou er juist niet moeten komen. Dat geeft ook duidelijkheid. Ik
snap dat de SGP daar anders in staat.
De heer Flach (SGP):
Dat is dan een hele harde boodschap: er is dus geen plek meer voor jullie. Ze hebben
al zo veel moeten inleveren, ook met de Maasvlakte en dergelijke. Dus wij denken hier
inderdaad anders over.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja. Dat kan respectvol, gelukkig. Ook internationaal laat Nederland het afweten. Terwijl
landen wereldwijd in actie komen om de oceaan te beschermen, schittert Nederland door
afwezigheid op het VN-oceaanverdrag. Dat verdrag moet ervoor zorgen dat 30% van de oceanen in 2030 worden beschermd.
En wat doet Nederland? Het tekent niet. Terwijl de Noordzee, die ons zuurstof, voedsel
en energie levert – dat zeg ik maar even expliciet richting de partijen aan mijn linkerkant
– nu slechts 5% bescherming kent tegen intensieve visserij. Dat zou minstens 15% moeten
zijn. Dit is tekenend voor dit kabinet: overal waar natuurbelangen botsen met de economische
belangen op korte termijn van een relatief kleine groep, kiest het voor de kortste
weg en de langste termijn schade.
Voorzitter. Dan het wolvendossier. De Staatssecretaris probeert beleid te maken op
basis van eigen wetenschappelijk onhoudbare definities van de probleemwolf en een
probleemsituatie. Daarmee ontstaat in de praktijk een regime van structurele bestraffing
van natuurlijk gedrag en het doden van wolven zonder dat dit juridisch onder artikel
14 van de Habitatrichtlijn valt. Het wordt nu in regels gegoten die de deur onnodig
ver openzetten voor afschot zonder objectieve beoordeling. Ondertussen wordt de input
van de samenleving genegeerd. Terwijl honderden mensen en organisaties reageerden
op de internetconsultatie, lag het ontwerpbesluit van deze Staatssecretaris al dezelfde
dag bij de Kamer. Er is geen draagvlak in deze Kamer. Er is al helemaal geen serieuze
publieke discussie.
Daarom is het goed om twee punten heel duidelijk te stellen, niet alleen voor deze
Kamer, maar ook vooral voor mensen thuis. Eerste punt. De huidige beschermingsstaat
van de wolf biedt al ruimte om in te grijpen bij reëel gevaar. Dat biedt hij al. Het
afzwakken van de bescherming is dus volstrekt onnodig. Het is puur politiek gestuurd.
Het tweede punt. Andere landen, zoals Portugal, kiezen ervoor om de strikte bescherming
te behouden, ook na de EU-versoepeling. Dat kan Nederland ook doen, dus daar gaan
we zeker op sturen.
Voorzitter. Er dreigt nog een risico. De nationale regelgeving die volgens het ontwerpbesluit
bescherming moet blijven bieden zodra de EU de wolf van bijlage 4 haalt, treedt pas
in werking na 8 juli, dus op een moment dat nog volstrekt onzeker is. Als we niet
oppassen, valt de wolf straks in een juridisch gat met alle gevolgen van dien. Kan
de Staatssecretaris garanderen dat dit niet gebeurt? Ik maak me ook zorgen ...
De heer Flach (SGP):
Heeft collega Kostić weleens gesproken met burgermeesters en gedeputeerden en hun
gevraagd of ze vinden dat het voldoende en goed geregeld is in de huidige regelgeving?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Jazeker, ik heb met heel veel mensen in dit land gesproken. De meningen daarover wisselen,
dus het is dan maar net wie je het vraagt. Het gaat erom dat er, aangejaagd door de
politiek, helaas onder anderen door deze BBB-bewindspersonen, een beeld wordt geschetst
dat er een enorm gevaar is, waarop met hele zware maatregelen per direct ingegrepen
moet worden, en dat de bescherming van de wolf moet worden afgezwakt. Nogmaals, als
een wolf een reëel gevaar vormt voor de mens, mag er al onder de huidige regels worden
ingegrepen. Dat zijn de feiten, maar dat wordt niet verteld. Heel veel mensen worden
bang gemaakt door heel veel partijen hier en, moet ik zeggen, helaas ook door de SGP.
De heer Flach (SGP):
Als die gesprekken dan zijn geweest, dan is de collega ook vast ter ore gekomen hoe
kwetsbaar die bestuurders zijn. Op het moment dat zo’n besluit later wordt aangevochten
bij de rechter, dan kunnen ze jarenlang juridische stappen verwachten. Dat moet haar
toch ook aan het hart gaan.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik begrijp de vraag niet. Misschien wil mijn collega die herhalen.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, als ik die mag verduidelijken? Of is dat opnieuw een interruptie?
De voorzitter:
Nee, want u blijft nu keurig onder de 30 seconden. Dus als u korte vragen stelt, kunt
u er 100 stellen.
De heer Flach (SGP):
Oké. Op dit moment kunnen burgermeesters of gedeputeerden vervolgd worden voor een
milieudelict. Dat is een dreiging waardoor ze die keuze niet durven te maken in het
belang van de veiligheid van mens en dier.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Volgens mij hebben wij heel veel knappe koppen in dit land in de vorm van goede advocaten
en goede juristen die de burgermeesters of de bewindspersonen goed kunnen bijstaan.
De regels zijn duidelijk: als er een reëel gevaar is en er geen alternatieven zijn,
kan er worden ingegrepen. Dat is waar een burgermeester of een ander bewindspersoon
zich op kan beroepen. Feit is dat het afzwakken van de huidige beschermstatus totaal
onnodig is als het echt gaat om het beschermen van mensen tegen een echt zeer gevaarlijke
wolf. De realiteit is dat de wolven in principe niet gevaarlijk zijn. Je moet ze gewoon
met rust laten en je moet ervoor zorgen dat je maatregelen neemt, zodat we kunnen
samenleven. Ongeveer elke expert zegt ook dat dat kan. Alleen, deze politiek stuurt
al vanaf het begin op afschieten, afschieten, afschieten en zegt al vanaf het begin
dat de wolf hier niet hoort. Zo werkt het niet. In dit land moet je op een beschaafde
manier werken. Dat betekent dat we allemaal een beetje inschikken en ruimte maken
voor elkaar.
De voorzitter:
Dank u wel. Kunt u voortgaan met uw betoog of was u klaar?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mag ik nog verder?
De voorzitter:
Ja.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Oké. Ik was gebleven bij dat ik me zorgen maak over het proces van faunastelselherziening.
Ik zou de Staatssecretaris om meer informatie willen vragen over hoe dit proces is
ingericht en over met wie er allemaal is gesproken en hoe vaak. Ik wil de stukken,
dus alle ambtelijke en juridische adviezen tot nu toe en de tijdlijn. Ik wil weten
door wie er input is gegeven, met welke partijen er is gesproken en wat in die gesprekken
al is meegegeven. Die informatie wil ik voor het tweeminutendebat hebben dat ik straks
ga aanvragen en dat ik het liefst ingepland wil hebben voor het reces.
Voorzitter. Ik wil graag een bevestiging van de Staatssecretaris dat hij, zolang hij
demissionair is, geen onomkeerbare stappen zal zetten in het wolvendossier en de faunastelselherziening,
conform de wens van de Kamer.
Heb ik nog een beetje tijd? 30 seconden?
De voorzitter:
Ja, 30 seconden.
Kamerlid Kostić (PvdD):
In juni oordeelde het Europese Hof van Justitie dat lidstaten alleen beheermaatregelen
mogen nemen als de soort zich aantoonbaar in een gunstige staat van instandhouding
bevindt. Die beoordeling moet gebaseerd zijn op de meest recente wetenschappelijke
gegevens. Als aan een van de voorwaarden niet is voldaan, mogen lidstaten geen versoepeling
toestaan, ook niet onder artikel 14. Dat wordt hier volkomen genegeerd door deze Staatssecretaris.
Ik wil graag een reactie van de Staatssecretaris hierop en een onderbouwing.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Keurig binnen de tijd. Dan is het woord aan de heer Flach van de SGP.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. De natuur is een zegen voor de mens. De onvoorstelbare diversiteit
in de natuur laat iets zien van de grootheid van de Schepper die dit alles heeft gemaakt.
Voor ons schept dat verantwoordelijkheid, voor burgers in de achtertuin, boeren op
het land, ondernemers op het bedrijventerrein, natuurbeheerders en de overheid. Dat
is in een dichtbevolkt land wel spannend. De SGP zet zich graag in voor goed natuurbeheer.
We moeten doen wat mogelijk is, zonder ons daarbij te verliezen in onhaalbaar wensdenken,
alsof er in ons land niet gewoond en gewerkt wordt.
De SGP ziet graag meer agrarisch natuurbeheer. Hoe zorgt de Staatssecretaris ervoor
dat beschikbare middelen snel op het boerenerf belanden, om die extra stappen te zetten?
Ik zie hiervoor kansen in het Natuurnetwerk Nederland. Rijk en provincies hebben afspraken
gemaakt over het verwerven van extra gronden. Ik pleit ervoor om ook landbouwgronden
waar stevig agrarisch natuurbeheer wordt toegepast, mee te tellen. De Kamer heeft
een motie hierover aangenomen. Hoe pakt de Staatssecretaris dit op? Kijkt hij ook
naar het overnemen van natuurgronden van bijvoorbeeld Staatsbosbeheer door boeren,
die hier dan zware beheerpakketten toepassen? Ik hoor te vaak dat het maaibeleid van
TBO’s slecht aansluit op wat de natuur nodig heeft. Boeren kunnen dat vaak beter.
Met een pennenstreek wil de Minister 18 miljoen euro bezuinigen op de nationale parken,
terwijl vorig jaar een nieuw beleidsprogramma is afgesproken, twee maanden geleden
een manifest is getekend en medeoverheden voor de vereiste cofinanciering hadden gezorgd.
Het is goed om kritisch te zijn op de uitgaven die worden gedaan. De reparatie van
kapotte aanlegsteigers moeten we niet gaan betalen. Maar het Rijk heeft wel een verantwoordelijkheid
als het gaat om bijvoorbeeld educatie over ons cultuurhistorisch erfgoed. Hoe gaat
de Minister bestuurlijk gejojo ten koste van onze nationale parken voorkomen? Ik zeg
hier «Minister», maar die is hier niet, dus die vraag is gericht aan de Staatssecretaris.
Ik zie in het natuurdossier hoge ambities: er mag geen enkele vorm van verslechtering
zijn en in 2030 moet 30% van de Natura 2000-habitattypen in een gunstige staat van
instandhouding verkeren. Om van een gunstige staat van instandhouding te kunnen spreken,
moet minimaal 90% een goede kwaliteitstoestand hebben. Een belangrijke achterliggende
vraag is: wanneer vind je dat het goed gaat met de natuur of dat het achteruitgaat?
Op dit punt zie ik te weinig realisme en te veel idealisme. Eerder heb ik een serie
Kamervragen ingediend waarin ik de vinger leg bij de oppervlakkige manier waarop maar
wordt gezegd dat habitats verslechteren, in de zin van de Habitatrichtlijn.
Voor nu pak ik het voorbeeld van habitattype estuaria, in de Westerschelde en de Eems.
De gedachte is nog steeds dat de natuur daar pas goed is als er eenzelfde ecosysteem
als tientallen jaren geleden komt en er duizenden hectares extra onder water worden
gezet. Er is inmiddels een pijnlijke ontpoldering gerealiseerd. Waarom wil de Staatssecretaris
nu zijn handtekening zetten onder een nieuwe doelstelling voor uitbreiding van deze
oppervlakte? Dat betekent nog meer ontpoldering. Hoe gaat de Staatssecretaris zorgen
voor meer realisme?
De Europese Commissie moet voor 1 augustus in beeld hebben gebracht wat de kosten
zijn van de invoering van de Natuurherstelverordening en wat de beschikbare middelen
zijn. Ik constateer dat we zelf nog niet eens weten wat de kosten zijn. Waar blijft
de uitgebreide impactanalyse van de kosten voor bijvoorbeeld de landbouw in ons land?
Voorzitter, tot slot: de wolf. De Staatssecretaris heeft een ontwerpbesluit naar de
Kamer gestuurd met de regels voor de bescherming van mensen tegen wolven. Hij gaf
eerder aan dat dit nodig is om de versoepelde beschermingsstatus door te kunnen vertalen
naar Nederland. Die versoepelde beschermingsstatus geldt sowieso. Het Beleidskompasformulier
meldt dat het besluit de ruimte om in te grijpen inperkt en inkadert. Dat verraste
me wel. Betekent dit dat provincies zonder besluit dus nu al meer ruimte hebben om
in te grijpen?
De Staatssecretaris spreekt van een probleemwolf als de wolf binnen twee weken ten
minste twee keer beschermd vee heeft aangevallen. Dat is te beperkt wat de SGP betreft.
Als een wolf een paar keer over een wolfwerend raster is gegaan, is hij daaraan gewend.
Dan is de termijn van twee weken te beperkt. Waarom kiest de Staatssecretaris hier
niet voor een langere termijn?
Voorzitter, tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Nijhof-Leeuw van de PVV.
Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):
Dank u, voorzitter. De PVV vindt natuur belangrijk, maar dat betekent niet dat we
moeten doorschieten in wereldvreemd beleid waarin modellen belangrijker zijn dan metingen.
Het is tijd voor realistisch natuurbeleid, geen beleid dat leeft op papier, maar dat
met beide benen in de klei staat. We moeten natuurbeleid voeren zonder dat onze boeren,
bouwers en vissers daar keer op keer de rekening van krijgen. Wat de Staatssecretaris
«investeren in natuur» noemt, betekent in de praktijk vaak meer regels, meer Natura 2000,
meer modeldenken en minder vrijheid.
Voorzitter. Het kabinet wil de werkelijke staat van de natuur centraal stellen. Maar
waarom zien we dan dat er opnieuw gestuurd wordt op modelgegevens, juridische abstractie
en AERIUS-stikstofmodellen? Gebruik echte metingen, in plaats van wat een model denkt
dat er zou kunnen gebeuren in een zone van 250 meter rondom een hexagon. Als u doelen
vernieuwt, doe dat dan op basis van Europese minimumeisen, niets meer.
Dan de Natura 2000-kaart. Die moet op de schop. We zien kleine versnipperde postzegelgebiedjes
die hele regio’s blokkeren. Neem het Lieftinghsbroek in Groningen. Eén plukje blauw
gras, een geïsoleerd exemplaar, vormt voldoende aanleiding om het volledige stikstofbeleid
en vergunningstraject te blokkeren: een complete ontwikkelstop voor de omgeving. Dat
is geen natuurbeleid. In de brief heeft de Staatssecretaris het over het herijken
van Natura 2000-gebieden en het lostrekken van de vergunningsproblematiek. De PVV
ziet de herziening van Lieftinghsbroek dan ook als uitgelezen kans voor deze Staatssecretaris.
Graag een reactie hierop.
Voorzitter. De Staatssecretaris blijft praten over het robuust maken van de natuur.
Wat bedoelt hij daarmee? Nieuwe natuurgebieden erbij? Verbreding van bufferzones?
Het lijkt op een sluiproute om de kaart van Natura 2000-gebieden verder uit te breiden,
tegen de geest van het regeerakkoord in. De PVV wil geen hectare erbij. Nederland
is al vol. Voor robuustheid hoeft u niet uit te breiden. U kunt ook slim beheren.
En dan het beheer, voorzitter. TBO’s krijgen miljoenen, maar hoeven nergens verantwoording
over af te leggen. Sterker nog, ze planten extra stikstofgevoelige soorten aan om
de subsidiepot op te rekken. Dat is geen natuurbeheer. Dat is subsidieoptimalisatie
ten koste van onze boeren en burgers.
Voorzitter. Dan de uitheemse rivierkreeft. Het is een stille ecologische ramp die
zich onder water afspeelt, een plaag die hele watergangen aantast, oevers ondermijnt,
riet verdringt, biodiversiteit vernietigt, nutriënten verslechtert, waterbeheer belemmert,
KRW-doelen ernstig belemmert. Kortom, de rivierkreeft zorgt voor een ernstige verslechtering
van onze waterkwaliteit. Boeren kunnen hun sloten niet meer beheren en vissers zien
hun vangst verdwijnen. Waarom beperkt de Staatssecretaris de bestrijding tot Natura 2000-gebieden,
alsof de kreeften zich houden aan de beschermingsgrens? Dit is een landelijk probleem,
dus pak het ook landelijk aan. Geef beroepsvissers de ruimte, verlaag de bureaucratische
drempels en schakel indien nodig ecologische aannemers in. Maar blijf niet toekijken
terwijl deze kreeft ons complete ecosysteem leeg vreet.
Voorzitter. De Nederlandse natuur heeft geen behoefte aan meer regeltjes, maar aan
gezond boerenverstand. Geef boeren de ruimte, jagers het vertrouwen, vissers het perspectief.
Bescherm de echte natuur in plaats van het papieren model. Wij kijken uit naar de
reactie van de Staatssecretaris.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag van het lid Kostić van de Partij voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Omdat het zo’n leuk onderwerp is: de Amerikaanse rivierkreeft. Het is belangrijk dat
we dat effectief doen. Het gaat om natuurbescherming, hoor ik de PVV zeggen. De Amerikaanse
rivierkreeften veroorzaken wat schade. We weten nu vanuit waterschappen dat het beste
middel om ze te bestrijden is door de natuur te versterken, dus bijvoorbeeld door
te werken aan natuurlijke oevers. Ziet de PVV dat ook?
Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):
Wij zien dat de aantallen exorbitant doorgroeien en dat ze zich steeds verder over
Nederland verspreiden. Daar maken wij ons heel erg zorgen over, want als je dat niet
inkadert ... Natuurlijk moet je kijken naar de oevers, maar wij zien ook dat ze de
oevers enorm aanvreten. Ik heb er dus te weinig zicht op of dat echt effectief is
en of dat zal werken. Wij maken ons er wel enorm zorgen over dat we ze steeds verder
in alle watergangen in Nederland zien oprukken, totdat we ze door heel Nederland verspreid
zullen zien. Eén ding is zeker: we gaan de KRW-doelen zeker niet allemaal halen, omdat
we de rivierkreeft nog hebben.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik zou mijn collega van de PVV aanraden om niet alleen maar te praten met de sector
en de vissers, maar om een keer te kijken naar de praktijk van onze waterschappen.
Rijnland heeft bijvoorbeeld gezegd dat het wegvangen van de rivierkreeften geen duurzame
oplossing is, want de kosten zijn enorm hoog en het wegvangen dient om de paar jaar
herhaald te worden. Je jaagt de belastingbetaler dus gewoon op hoge kosten. Zij zeggen
juist: wij hebben experimenten gedaan met natuurlijke oevers; daar moet je juist heel
veel op inzetten. Wetenschappers zeggen dat ook. Dat is ook kosteneffectief. Is mijn
collega van de PVV bereid om daar meer naar te kijken?
Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):
Ik heb ook richting de Staatssecretaris aangegeven dat een investering in alleen Natura 2000-gebieden
gewoon niet zinvol is, omdat ze zich heel snel verspreiden. Ze lopen gewoon over straat.
Ze verspreiden zich heel erg snel. Als je alleen maar op hele kleine gebieden gaat
inzetten en ze zich verspreiden, dan is dat inderdaad weggegooid belastinggeld, dat
we beter kunnen inzetten.
De voorzitter:
Tot slot.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, tot slot. Nogmaals, informeert u zich alstublieft, collega, zeg ik via de voorzitter.
Wat mijn collega van de PVV nu zegt, slaat namelijk nergens op. Het maakt niet uit
of het op grote of op kleine schaal gebeurt, afvangen is niet de meest effectieve
manier om om te gaan met de Amerikaanse rivierkreeft. De meest effectieve manier –
dat is de basis – is door versterking van de natuur, bijvoorbeeld door te investeren
in natuurlijke oevers.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Holman van Nieuw Sociaal Contract.
De heer Holman (NSC):
Dank u, voorzitter. Natura 2000-gebieden: hoe gaan we daarmee om; wat is de status
daarvan op dit moment? We hebben er iets van een goede 160. Een goede 130 daarvan
zijn verzuringsgevoelig. Dan hebben we nog de categorie de Peel en de Veluwe. De rechter
heeft in de Greenpeace-zaak gezegd: u moet wat doen met de Natura 2000-gebieden, vooral
met de Peel en de Veluwe. De Staatssecretaris heeft daar terecht veel aandacht aan
gegeven en geeft daar veel aandacht aan, omdat daar de meeste winst is te behalen.
Maar wat betekent dat dan voor de overige 130 verzuringsgevoelige gebieden? Wat is
de inspanningsverplichting? Welk plan wordt daarvoor gemaakt, om goed om te gaan met
de invloed op de natuur?
In artikel 6.2 van de Habitatrichtlijn staat dat als er significante invloed is op
nabijgelegen Natura 2000-gebieden – dan heb je het niet alleen over stikstof, maar
over alle drukfactoren – je je daar rekenschap van moet geven en je moet zorgen dat
die factoren geen invloed hebben. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiertegen aan? Voor
de Veluwe en de Peel is het voorstel dat je een strook van 250 meter benoemt tot significantiestrook.
Dat wekt de indruk dat je, door in die significantiestrook stikstof aan te pakken,
hebt voldaan aan je inspanningsverplichting vanuit artikel 6.2 van de Habitatrichtlijn.
Als je rekenschap wilt geven van de invloed op het Natura 2000-gebied, kom je in die
zone van 250 meter tot reductiedoelstellingen van wel 75% voor bijvoorbeeld een boerenbedrijf.
Dat is gewoon niet te halen. Dat is voor een boer nooit te halen. Wat betekent dat
dan en welk perspectief heeft een dergelijke boer binnen de significantiestroken van
250 meter op de Veluwe? Hoe gaan we daarmee om? Gaat u die verplaatsen, uitkopen,
of hoe gaat u dat doen?
Een beetje aansluitend bij de vraag van de heer Flach: wij hebben het oude plan voor
meting van de natuur verlaten om te komen tot een nieuwe systematiek; wanneer kunnen
we de nieuwe plannen tegemoet zien en hoe zien die eruit? Hoelang duurt het voordat
wij een andere systematiek hebben en daarmee ook een start kunnen maken met het voldoen
aan de verplichtingen? Hoe kijkt de Staatssecretaris aan tegen wat Brussel vindt dat
wij zouden moeten doen? Hoe verhouden de plannen die Nederland aan het ontwikkelen
is, zich tot de Brusselse plannen, zodat we in het kader van de discussie van gisteren
tot een plan kunnen komen dat geborgd en duidelijk is, en op grond waarvan rechtszaken
vlot worden getrokken? Doen we dat niet ... We hebben gisteren ook de discussie gevoerd
om te proberen voor Prinsjesdag met een plan te komen. Wij hebben nu één keer de kans
doordat het kabinet gevallen is. Als ons dat niet lukt, ben ik bang – dat heb ik gisteren
ook gezegd – dat het overgedragen moet worden aan een volgende Minister en dat we
de komende anderhalf jaar niet in staat zijn om Nederland van het stikstofslot te
halen – met alle gevolgen van dien.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het nu de beurt aan een relatieve nieuwkomer, in ieder geval in
onze commissie: een welkom aan mevrouw Veltman van de VVD.
Mevrouw Veltman (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Fijn dat ik hier inderdaad voor het eerst het woord mag voeren.
Voor de VVD is het helder: natuur heeft waarde. Zelf woon ik aan de rand van de Veluwe.
Als ik van Den Haag naar huis rijd, realiseer ik mij iedere keer weer hoe mooi het
is. Alle inwoners van het mooie dorp waar ik woon, genieten er van de wandeling met
de hond en er wordt gesport; ook komen er toeristen – en die willen ook graag genieten.
Zij zijn ook van groot belang voor de lokale economie. Wij zijn zuinig op onze omgeving.
Tegelijkertijd kent Nederland grote ruimtelijke opgaven: de woningbouw, infrastructuur,
landbouw en Defensie vragen ruimte. De kunst is het vinden van een balans wat mij
betreft, waarbij de economische ontwikkeling en natuur hand in hand gaan.
Voorzitter. Voordat ik de Kamer in ging, hield ik mij bezig met natuurbranden. Ik
werkte voor de brandweer, die fantastisch werk verricht als het gaat om het blussen
van natuurbranden. Zij zijn de boots on the ground als het misgaat. Zij zetten hun
levens soms in de waagschaal, ook bij natuurbranden. Maar de brandweer kan nooit opgewassen
zijn tegen de toenemende kans op onbeheersbare branden. Door opwarming van het klimaat
leiden langere, natte periodes tot meer vegetatie, en in combinatie met een droge,
warme zomer zorgen ze voor meer brandbare massa, waarmee het risico op snelle, intense
natuurbranden groter wordt. Het aantal zogenaamde brandgevoelige dagen is aantoonbaar
toegenomen: het is verdubbeld sinds 1950. Grote delen van Nederland zijn dan tegelijkertijd
kwetsbaar.
Een natuurbrand is geen abstract ecologisch risico. In een dichtbevolkt land als Nederland
betekent het risico op natuurbrand ook risico voor mensen, woningen, zorginstellingen,
drinkwaterwinning en vitale infrastructuur. Brandweerlieden die omsingeld raken door
vuur: dat zagen we begin april bijvoorbeeld op de Eder Heide, waar de brandweerploeg
van Barneveld zelfs in het nauw kwam. Campings die moeten worden ontruimd. Het zijn
geen hypothetische scenario’s meer. De infrastructuur en hulpdiensten zijn er onvoldoende
op toegerust. De enige manier om hiermee om te gaan, is voorkomen dat een brand onbeheersbaar
wordt. De winst zit ’m in preventie; daarvoor is werk aan de winkel.
De VVD is heel blij dat Minister van der Wal vorig jaar 70 miljoen euro heeft vrijgemaakt
om dit aan te pakken. Voor voortgang op dit dossier zijn regie en daadkracht nodig,
maar dat zie ik onvoldoende. Ik heb hierover een aantal vragen aan de Staatssecretaris.
Wanneer wordt het lang aangekondigde Convenant Natuurbrandbeheer getekend? Wat is
de status van het beloofde en in onze ogen noodzakelijke expertisecentrum? Welke provincies
en terreinbeherende organisaties hebben al concrete natuurbrandbeheersingsprogramma’s
opgesteld? En zou, als vervolg hierop vanwege het toenemend risico op die onbeheersbare
natuurbranden, voor de veiligheid van mensen en ter bescherming van de natuur verankering
in een wet niet beter zijn dan een convenant?
Voorzitter. Daarnaast wil ik aandacht vragen voor de knellende regels die in de weg
zitten bij het treffen van brandpreventieve maatregelen. Een blusvijver kan niet worden
gerepareerd en in werking gesteld omdat er een zeldzaam diertje huist. Een tweede
vluchtweg van een camping kan niet worden aangelegd omdat er geen stikstofruimte is.
Wat kan de Staatssecretaris doen om veiligheid in zulke gevallen voorrang te geven?
Kan hij toezeggen uit te zoeken wat hiervoor nodig is en hierin de noodzakelijke stappen
zetten?
Ook vraag ik de Staatssecretaris naar de inzet van beheerbranden. Beheerbranden zijn
in andere landen een effectief en geaccepteerd middel om natuurbrandrisico’s te beperken
en de ecologische functie van het landschap te versterken. In Nederland lopen we vast
in juridische blokkades. Is de Staatssecretaris bereid om te verkennen of beheerbranden
onder voorwaarden toch kunnen worden ingezet als preventief instrument? Tot slot over
natuurbranden. Hoe krijgt de natuurbrandbeheersing, en dan doel ik met name op maatregelen
die de inrichting van het landschap en de vegetatie betreffen, een plek binnen de
brede ruimtelijke keuzes van ruimte voor landbouw en natuur?
Voorzitter. Dan de groene boa’s. Zij spelen een cruciale rol in onze natuur en het
buitengebied. Er vindt dumping van giftige stoffen uit drugslabs plaats in de natuur,
met grote milieuschade en gevaar voor mens en dier tot gevolg. Agrarische ondernemers
die het soms al zo moeilijk hebben, worden onder druk gezet door criminele netwerken
om bijvoorbeeld hun stallen beschikbaar te stellen voor de productie van drugs. Toezicht
in het buitengebied is daarom van groot belang. We hebben deze oren en ogen hard nodig.
De VVD heeft in de afgelopen jaren gezorgd voor aanvullende financiële middelen en
gepleit voor een passende bewapening. Ik verneem dat het niet goed gaat met het voldoen
aan de minimale uitvoering van toezichts- en handhavingstaken bij Staatsbosbeheer
en andere terreinbeherende organisaties. Ik wil van de Staatssecretaris weten waarom
dit niet goed gaat. Ik vraag hem om in overleg te gaan met de provincies die hierop
moeten inzetten. Wat gaat de Staatssecretaris doen?
Voorzitter. In september 2026 moet de eerste versie van het nationaal herstelplan
klaar zijn. De impact van de Europese verordening is aanzienlijk voor natuur maar
ook voor ruimtegebruik, kosten en uitvoeringscapaciteit. De VVD was nooit voorstander
van deze verordening vanwege de juridificering en stapeling van verplichtingen. Daar
de Natuurherstelverordening toch is opgelegd, heeft de Kamer vorig jaar de motie-Van
Campen aangenomen, met het verzoek om bij het opstellen van dit plan geen aanvullende
nationale regels en restricties op te leggen, en oog te houden voor lastendruk en
een gelijk Europees speelveld. Kan de Staatssecretaris bevestigen dat deze lijn leidend
blijft? Hoe gaat deze lijn verwerkt worden in het Natuurplan dat wordt opgesteld?
Welke bestuurlijke en politieke keuzes liggen er nog op tafel voor de uitwerking van
dit plan?
Voorzitter. De VVD zoekt naar een aanpak waarbij natuur, veiligheid en maatschappelijke
opgaven in balans zijn. Maar dan moeten we wel weten waar we aan toe zijn. Ik verwacht
van de Staatssecretaris helderheid, tempo en oplossingsgerichtheid.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Ik ben blij met de uitgebreide aandacht voor natuurbranden en de kennis daarvan bij
collega Veltman. Door een werkbezoek van de Tweede Kamer heb ik kennisgenomen van
de activiteiten van de handcrew. Die zijn ontzettend belangrijk daarin. Kunnen wij
samen optrekken om te kijken of die op meer plekken geplaatst zouden kunnen worden,
dus of er meer van die handcrewteams in Nederland zouden kunnen komen?
Mevrouw Veltman (VVD):
Ik weet dat er nu gewerkt wordt aan de uitbreiding en de kennisontwikkeling van brandweermensen
omdat het fenomeen van de natuurbranden iets is waar de kennis over opgebouwd moet
worden, omdat we er in feite nieuw mee te maken hebben – tenminste, het is iets van
de laatste jaren. Ik denk allereerst dat het heel belangrijk is dat het begint bij
die kennisontwikkeling, zodat je ook precies weet wat je wanneer en waar kunt doen.
Dat is stap één. Ik weet dat de brandweer nu bezig is met de ontwikkeling van die
handcrews en om die kennis goed bij die handcrews te brengen. Daar zijn ze heel hard
mee bezig. Dus ik wil vooral inzetten op hoe de brandweer daar nu zelf de beste stappen
in denkt te kunnen zetten.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van der Plas van BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Een tijdje geleden hebben wij een belangrijk debat over de
wolf gehad. De Staatssecretaris is ook heel voortvarend bezig met zijn Landelijke
Aanpak Wolven. Het is goed dat nu duidelijk is dat veel onderzoekers ook adviseren
om zo snel mogelijk zo veel mogelijk wolven te zenderen. Wanneer wordt er opdracht
gegeven om te beginnen met het zenderen van wolven, zo vraag ik de Staatssecretaris.
Op het congres Wolves Across Borders, waar wetenschappers van over de hele wereld
hun laatste onderzoeksresultaten konden presenteren, bleek ook weer dat het zenderen
van wolven wereldwijd gezien wordt als de basis van goed beleid, goed bestuur, goede
bescherming en waar nodig goed beheer. Alleen als we weten welke wolven zich waar
misdragen, kunnen we ingrijpen. Zo kunnen we ervoor zorgen dat er minder dieren afgeslacht
worden door wolven, en er minder schapen door wolven aan stukken worden gescheurd.
Hopelijk kunnen we een situatie zoals in Italië voorkomen, waar sommige wolvenroedels
nu zelfs de voorkeur hebben voor het vangen van honden.
Op het congres bleek ook weer dat onderzoek naar hybriden niet alleen nodig is, maar
vanuit Europa feitelijk ook verplicht is in het kader van de bescherming van de soort.
Met «hybriden» bedoel ik dan dus wolven die ook hondengenen hebben, omdat de overgrootouder
of ouder een hond was in plaats van een wolf. Bovendien zijn in de landen om ons heen
ook hybriden gevonden, en is het niet onwaarschijnlijk dat ook in Nederland hybriden
voorkomen. Hoe wil de Staatssecretaris omgaan met het onderzoek naar hybriden?
Een korte vraag over de kosten van alle wolvenprogramma’s: kan dit betaald worden
uit het LIFE-subsidieprogramma in Europa? Dat programma heeft een budget van 5,43
miljard euro en Nederland heeft als enig Europees land nog nooit aanspraak gemaakt
op het budget. Waarom niet?
Voorzitter. Bij de stelselherziening faunabeheer lijken nu steeds meer problemen te
spelen. Twee weken geleden zou er een update zijn voor verschillende belanghebbenden.
Waarom is die op het laatste moment geannuleerd? Welke organisaties hadden daarbij
aanwezig zullen zijn? Wie wordt om input gevraagd voor de stelselwijziging en is dat
een goede afspiegeling van de verschillende belanghebbenden?
Voorzitter. De consultatie over de vernieuwde Natura 2000-doelen is pas afgesloten.
Mensen hebben dus de kans gekregen om daarop input te leveren. Wij hebben het zelf
ook gelezen, en ik was her en der wel verbaasd, want er zijn echt heel veel doelen
die elkaar tegenspreken. Als je twee doelen in één gebied hebt die elkaar tegenwerken,
hoe ga je daar dan mee om? En streven we dan nu niet onmogelijke doelen na, gewoon
om maar doelen na te kunnen streven? Het lijkt een beetje op een hamster rennend in
een rad, maar het doel komt niet dichterbij; we putten onszelf uit en toch staan we
stil. Een voorbeeld van die doelen is de Peel, met daarin bijvoorbeeld een hoogveengebied
dat uiterst stikstofgevoelig zou zijn, en toch willen we daar meer rietganzen hebben.
We weten inmiddels dat ganzen de volledige KDW, kritische depositiewaarde, voor hun
rekening kunnen nemen in een gebied. Waarom zo’n tegenstelling? Kan de Staatssecretaris
alle tegengestelde doelen op een rijtje laten zetten en dan aan de Kamer aangeven
welke van de doelen voorrang gaan krijgen en welke we laten varen?
Er zijn ook heel veel ecologische tegenstellingen in de beoordeling van de toestand
van soorten en gebieden, waardoor wij gaan twijfelen aan de beoordeling. Ik noem een
paar voorbeelden. Over eidereenden wordt gezegd dat ze last zouden hebben van kokkel-
en mosselvissers. Dat terwijl mosselkwekers juist zorgen voor méér mosselen. Begin
deze maand werd nog bekend dat er nog nooit zo veel mosselbanken in de Waddenzee waren.
Over de brilduiker wordt gezegd dat die een slechte staat van instandhouding heeft,
door met name een te klein aanbod aan driehoeksmosselen, maar de brikduiker eet alle
soorten weekdieren: insecten, wormen en kreeftachtigen – zeker niet alleen driehoeksmosselen,
die overigens exoten zijn in Nederland en steeds meer voorkomen.
Over het habitattype grijze duinen wordt eerst gezegd dat Nederland een relatief groot
oppervlakte aan goed ontwikkelde grijze duinen kent, maar twee zinnen later wordt
de staat van instandhouding als «matig ongunstig» beoordeeld, omdat het oppervlak
en de structuur onvoldoende zouden zijn. Zo hangt het hele document aan elkaar van
onwaarschijnlijkheden, en overal wordt geroepen dat er uitbreidingsruimte nodig is.
Die doelen moeten goed onderbouwd zijn en niet doorspekt met politieke ideologie.
We hoeven de Nederlandse economie ook niet op het spel te zetten voor allerlei onhaalbare
en onnodige doelen, waarmee we de natuur waarschijnlijk ook nog alleen maar tegenwerken.
Kan de Staatssecretaris toezeggen dat hij de ecologische tegenstrijdigheden laat onderzoeken
en dat de doelen vanwege die tegenstrijdigheden worden aangepast?
Dan vraag ik me nog af waarom bij de doelen niet langer de begrippen «haalbaar en
betaalbaar» worden gebruikt, maar alleen nog «het maximaal ecologisch haalbare». Dat
is natuurlijk van de zotte. In de Vogel- en Habitatrichtlijn staat dat «lidstaten
alle nodige maatregelen nemen om de populatie van de in artikel 1 bedoelde soorten
op een niveau te houden of te brengen dat met name beantwoordt aan de ecologische,
wetenschappelijke en culturele eisen, waarbij zij tevens rekening houden met economische
en recreatieve eisen.» Dus het is juist de bedoeling dat we rekening houden met haalbaar
en betaalbaar.
Tot slot, voorzitter. De natuur in Nederland zou zo belangrijk zijn «omdat mensen
ervan kunnen genieten, en het doet de inwoners goed dat ze daar kunnen recreëren».
Dat zou best eens waar kunnen zijn, we kunnen het alleen niet merken, want steeds
meer natuur is ontoegankelijk. Terreinbeherende organisaties sluiten de grootste delen
van de natuur af voor bezoekers, parkeren wordt onbetaalbaar gemaakt op sommige plekken
en paden worden niet onderhouden maar afgezet of ...
De voorzitter:
Kun u afronden? U bent over uw tijd heen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
... afgesloten. Oké, ik heb nog één vraag en dat is echt ook de laatste. Hoe gaat
de Staatssecretaris ervoor zorgen dat de natuur weer toegankelijk wordt, zodat mensen
kunnen genieten van de natuur, waarvoor Nederland miljarden aan belastinggeld uitgeeft?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Had u nog een vraag, mevrouw Kostić?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nee, zeker niet.
De voorzitter:
Dan zou ik even aan mevrouw Van der Plas willen vragen of zij het voorzitterschap
van mij wil overnemen.
Voorzitter: Van der Plas
De voorzitter:
Dat wil ik en dan geef ik nu het woord aan mevrouw Bromet van de fractie van GroenLinks-PvdA.
Ga uw gang.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Wat me opvalt, in het debat gisteren en vandaag ook weer,
is dat natuur heel vaak beoordeeld en besproken wordt als een levensgroot probleem,
een bak vol ellende, terwijl het inderdaad iets is waar je ontzettend van kan genieten.
Dat doe ik ook. Dat is ook een van de redenen dat ik de politiek ben ingegaan, namelijk
om de natuur te beschermen, want die staat onder hele grote druk in Nederland.
Dus aan de ene kant moeten we het hebben over die grote problemen die er zijn, maar
aan de andere kant moeten we ook niet vergeten dat het iets heel waardevols is. Omdat
ik toch een beetje moedeloos was van dit kabinet en deze Staatssecretaris, die ik
weleens de Staatssecretaris tégen de natuur heb genoemd, heb ik een essaywedstrijd
georganiseerd. Er zijn ontzettend veel mooie essays binnengekomen over hoe je tot
beter natuurbeleid kan komen. Ik ben ook superblij dat het kabinet gevallen is, en
ik hoop ook dat wij als de verkiezingen geweest zijn, kunnen komen tot een positief
natuurbeleid, waarbij natuur niet meer een probleem is maar waarbij natuur ook een
oplossing is voor een heleboel andere problemen.
Maar, voorzitter, zover is het nog niet. We zitten met een inbreukprocedure vanuit
Brussel, omdat we niet goed genoeg zorgen voor onze nationale vogel, de grutto. Wanneer
verwacht de Staatssecretaris een met redenen omkleed advies van de Europese Commissie
aangaande de inbreukprocedure? Wat gaat de Staatssecretaris doen als de reactie van
de Europese Commissie op de Nederlandse plannen negatief is? Wat blijft er nu al over
van de aangekondigde maatregel om het agrarisch natuurbeheer aanzienlijk uit te breiden
en te versterken in gruttokerngebieden? En waarom is de ambitie voor het areaal agrarisch
natuurbeheer inmiddels verlaagd, van 280.000 naar 195.000 hectare? Hoe zit het nu
met het realiseren van langjarige contracten? De Minister zegde in het vorige debat
2027 toe. Hoe staat het hier nu mee? Wanneer gaan we nou eens concrete acties zien
die resultaten opleveren voor de weidevogels? En dan heb ik het niet over die weidevogelfokmachines,
die de Staatssecretaris wil gaan inrichten, want dat is gewoon van de natuur veehouderij
maken. Ik zou juist liever de omgekeerde richting zien. Voor een grutto heb je leefgebied
nodig. Daar heb je uitbreiding van natuur voor nodig, daar heb je hulp voor boeren
bij nodig, om ze in staat te kunnen stellen iets later te maaien en de waterpeilen
wat hoger te zetten. Het is allemaal niet zo heel ingewikkeld. Ik sprak laatst een
boer bij mij in het dorp. Die is in vijf jaar tijd van 80 gruttoparen naar 500 gruttoparen
gegaan. Hij zei dat het hem wel heel veel werk kostte, maar hij deed het met heel
veel liefde en genoot er ook heel erg van. Hij vond het ook echt heel leuk om aan
mij te vertellen.
Voorzitter. Het PBL heeft in 2017 gesteld dat de afronding van het NNN, het natuurgebied
in Nederland, goed was voor zo’n 40% van de te verwachten winst in het doelbereik
van de Vogel- en Habitatrichtlijn tussen 2015 en 2027. Dat zou dus topprioriteit moeten
zijn. Wat gaat deze Staatssecretaris daar nog aan doen?
Voorzitter. Dan de vergunningverlening voor de garnalenvisserij. Er wordt gesuggereerd
dat er nu duidelijkheid is voor de garnalenvissers, maar de milieuorganisaties hebben
aangekondigd om rechtszaken te starten, dus dat noem ik helemaal geen zekerheid –
en dat is niet de schuld van de milieuorganisaties maar dat is de schuld van de Staatssecretaris.
Ik vind dat er kansen gemist worden voor de natuur in de nota over ruimte voor Defensie.
Ik heb gisteren ook al aan de Minister gevraagd: als je nou naar Brussel gaat voor
een ADC-toets ... Dat is een uitzondering die je wil aanvragen om stikstof te mogen
uitstoten voor Defensie. Daar kijkt GroenLinks-PvdA op zich welwillend naar, maar
dan zul je ook na moeten denken over compensatie. Compensatie is niet iets wat je
later doet. Dat heb je nodig om te bewijzen dat je iets gedaan krijgt van Brussel.
Maar goed, dat zit niet in het systeemdenken van deze Staatssecretaris.
Tot slot. De wolf. Ik vind dat de Partij voor de Dieren daar behartigenswaardige woorden
over heeft gesproken. Er is een wolfvriendelijke meerderheid in de Kamer. Het kabinet
is gevallen. Wij zullen bij het tweeminutendebat, dat de Partij voor de Dieren gaat
aanvragen, proberen om die wolfvriendelijke meerderheid te verzilveren.
Dank u wel. Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage, mevrouw Bromet. Ik geef het voorzitterschap weer terug
aan u.
Voorzitter: Bromet
De voorzitter:
En dan gaan wij voor de beantwoording van de Staatssecretaris twintig minuutjes schorsen,
tot 14.05 uur.
Er wordt gevraagd om een langere schorsing. We hebben overleg gehad met de voorzitters
van de commissies, en die vinden dat er veel te lang geschorst wordt. Dus ik wil in
dit geval 25 minuten doen, maar de Kamerleden moeten in de gelegenheid zijn om antwoorden
te geven en vragen te kunnen stellen. Als er te lang geschorst wordt – dit is echt
breed met alle voorzitters van alle commissies gedeeld – dan is dat zonde van de tijd.
Dus we gaan nu schorsen tot 14.10 uur.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik snap de voorzitter, maar dit is een vrij kleine groep. We zijn best wel vlot. Ik
moet ook nog eten. Het zou wel fijn zijn om dat halfuurtje te pakken.
De voorzitter:
Ik ben een beetje streng, maar dat is omdat ik ook een punt wil maken van de schorsingen.
In dit geval zal ik coulant zijn in verband met de lunchpauze die we hebben moeten
missen vanwege het debat van net, maar ik wil zeggen dat we straks ook nog moeten
schorsen voor de stemmingen. Er is – dat is overigens ook goed om te weten voor de
aanwezige leden – ook een hoofdelijke stemming aangevraagd. Die zal dus vanmiddag
ook nog plaats gaan vinden. Ik zal nu bij uitzondering schorsen tot 14.30 uur, maar
dat is de volgende keer echt niet meer zo.
De vergadering wordt van 13.48 uur tot 14.32 uur geschorst.
De voorzitter:
Dames en heren, we gaan weer verder met het debat over natuur. Er zijn een paar onzekerheden
over het verloop van deze vergadering, omdat we nog niet precies weten hoe laat de
stemmingen zijn. De hoofdelijke stemmingen zijn in ieder geval vervallen, maar er
is straks wel een moment van stemming waar ik zelf heen wil. Dan zal ik even inventariseren
of ... Misschien is het beter om dat nu te doen. Kan ik het voorzitterschap dan even
overdragen aan mevrouw Van der Plas of wilt u ook naar de stemmingen? Ja? Oké. Dan
gaan we gewoon even schorsen voor de stemmingen. We spreken dat alvast af.
Dan het verzoek aan de Staatssecretaris om heldere antwoorden te geven zonder te veel
inleidingen, want dat kost alleen maar tijd. Succes met de beantwoording.
Staatssecretaris Rummenie:
Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch wel even, zeker nu ik demissionair ben, beginnen
met wat ik nog van plan ben. Maar voordat ik dat doe, denk ik dat het handig is dat
ik even de blokjes aangeef. Er is een blokje over de daadwerkelijke staat van de natuur,
Natura 2000. Dan heb ik een blokje over de grutto, een blokje over wolven, een blokje
over de herziening van de jacht en een uitgebreid blokje overig.
Ik zal het kort houden, maar ik wil toch ook beginnen door te zeggen dat het, om voortgang
te boeken op al mijn dossiers, natuurlijk uitermate belangrijk is dat de Kamer instemt
met de Voorjaarsnota, want zonder geld draait niks. Het kabinet is, zoals u weet,
sinds 3 juni demissionair. Ook als demissionair Staatssecretaris zal ik me blijven
inzetten voor boeren, tuinders, onze vissers en de natuur. Er liggen, zoals u weet,
grote uitdagingen, ook op het gebied van de natuur, die niet kunnen wachten op een
volgend kabinet. Denk aan de herijking van Natura 2000-gebieden, de vergunningverlening
rondom luchthavens, de verbetering van de natuurmonitoring, de implementatie van de
Natuurherstelverordening, de bescherming van onze weidevogels en de wolf.
Ik wil de komende tijd dan ook heel graag met uw Kamer blijven werken aan deze onderwerpen.
Mijn lijn blijft daarin hetzelfde als ik al eerder aan de Kamer meldde: uiteindelijk
streef ik naar robuuste natuur. Dat is natuur die tegen een stootje kan. Dat doen
we onder andere door te werken aan natuurherstel en beheer in natuurgebieden, door
bijzondere dieren en planten te beschermen en door natuur in heel Nederland met elkaar
te verbinden. We doen al heel veel om de natuur te beschermen waar het herstel het
hardst nodig is, want als wij goed zorgen voor de natuur, dan zorgt de natuur voor
ons. Nou, ik zou zeggen: korter kan het niet.
Dan ga ik naar het blokje daadwerkelijke natuur en Natura 2000. Ik had een vraag van
mevrouw Nijhof, over sturen op de staat van de natuur: «Goed dat de inzet is om de
werkelijke staat van de natuur centraal te stellen. Maar waarom zien we dan dat er
opnieuw gestuurd wordt op modelgegevens, juridische abstracties en AERIUS-stikstofmodellen?»
Mevrouw Nijhof, ik vind het net als u heel belangrijk om te kunnen sturen op de daadwerkelijke
staat van de natuur. Ook ik wil weg van de modelmatige werkelijkheid en de eendimensionale
focus op stikstof. Ik zet daar op verschillende manieren op in. De natuurdoelanalyses
worden verbeterd en verbreed naar alle andere drukfactoren en voor alle Natura 2000-gebieden.
Ik wil onder andere inzetten op monitoring van omgevingscondities. Ik wil bijvoorbeeld
zo snel mogelijk starten met structurele bodemmetingen. Met de bodemmeting stellen
we de daadwerkelijke staat van de natuur centraal en blijven we juist weg van de modelmatige
werkelijkheid.
Dan had ik een vraag van de heer Flach: wanneer gaat het wel of niet goed met de natuur?
De heer Flach zegt: de natuurambities zijn hoog, maar wanneer vindt de Staatssecretaris
eigenlijk dat het goed genoeg is? Wat goed is, meneer Flach, staat duidelijk omschreven
in de Habitatrichtlijn en de verdere uitwerkingen daarvan door de Europese Commissie.
Dat is voor mij de maatlat. Niets meer dan dat, want ik wil absoluut geen nationale
koppen.
Dan had ik ook een vraag van u over ...
De voorzitter:
Er is een interruptie van de heer Flach.
Staatssecretaris Rummenie:
... realisme in estuaria.
De heer Flach (SGP):
Daar ben ik ook benieuwd naar, maar wanneer worden de natuurdoelanalyses herzien?
Wat is het tijdpad daarvoor?
Staatssecretaris Rummenie:
Dat loopt op dit moment. Ik verwacht dat die vrij snel – dan heb ik het over deze
zomer – herzien zijn.
Dan had u ook een vraag over realisme in de doelen van estuaria. Er is in dit geval,
wat u vraagt, geen sprake van een nieuw doel. Het nu geldende doel voor estuaria,
waar u, naar ik begrijp, op duidt, is uitbreiding zonder bovengrens. Ik zorg voor
meer realisme in de bestaande doelen door de uitbreidingsdoelen in dezen af te bakenen
tot wat nodig is voor de Europese verplichtingen en daarbij goed te kijken of dat
ook ecologisch haalbaar is. Een voorbeeld is dat het huidige doel voor broedende kemphanen
verlaagd wordt van 1.000 naar 50.
De voorzitter:
Een interruptie van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Ik waardeer die intentie, maar dat betekent toch nog steeds dat er duizenden hectares
extra ontpolderd kunnen gaan worden?
Staatssecretaris Rummenie:
Het is gewoon nog niet concreet gemaakt hoeveel de uitbreiding moet zijn voor de estuaria,
maar er zijn wel suggesties van experts hiervoor. Ik weeg die zorgvuldig af. Maar
ik kan niet ontkennen dat er vanuit Brussel verplichtingen op dit gebied liggen.
Dan had mevrouw Nijhof een vraag over investeren in natuur.
De voorzitter:
Even tussendoor. Mevrouw Nijhof moet heel even naar een andere bijeenkomst. Ze komt
weer terug. Maar dat is geen desinteresse, zeg ik er maar even bij.
Staatssecretaris Rummenie:
Nee, nee. Dat had ze me al gezegd.
Mevrouw Nijhof zei: wat de Staatssecretaris «investeren in natuur» noemt, betekent
in de praktijk vaak meer regels, meer Natura 2000, meer modeldenken en minder vrijheid.
Nee, investeren in natuur betekent voor mij niet meer regels of minder vrijheid. Hoe
beter de natuur ervoor staat, hoe makkelijker de vergunningverlening wordt, want kleine
effecten zijn dan minder snel significant. Daarom investeren we in robuuste natuur,
in natuur die tegen een stootje kan. Dat doen we natuurlijk met zo weinig mogelijk
regels en zonder nationale koppen.
Dan had u nog een vraag: als u doelen vernieuwt, doe dat dan op basis van de Europese
minimumeisen, en niets meer. Dat klopt. Er zitten geen nationale koppen tussen de
vernieuwde landelijke doelen. We voldoen aan de minimumeisen, en niets meer.
Dan had u nog een vraag, over herijking: «In de brief heeft de Staatssecretaris het
over herijking van Natura 2000-gebieden en het lostrekken van de vergunningenproblematiek.
De PVV ziet herziening van het Lieftinghsbroek dan ook als uitgelezen kans voor de
Staatssecretaris.» Ik heb de provincies in november gevraagd om natuurdoelen te inventariseren
die in aanmerking kunnen komen om elders beter gerealiseerd te worden. De provincies
hebben het beste inzicht in ons decentrale systeem om die voorstellen goed te onderbouwen.
Deze zorgvuldige onderbouwing is noodzakelijk en vormt daarom de sleutel tot succes.
Later dit jaar geven de provincies aan in welke gebieden natuurdoelwijzigingen kansrijk
worden geacht. Ik heb op dit moment al tientallen cases aangeleverd gekregen om het
Natura 2000-programma haalbaarder en efficiënter te maken.
Dan had u nog een vraag over herijking: «Wat bedoelt u precies met het robuust maken
van natuur? Gaat het om uitbreiding of om slimmer beheer binnen de bestaande Natura 2000-gebieden?»
Voor robuuste natuur zetten we, denk ik, in op een integrale aanpak, gericht op alle
drukfactoren. Denk hierbij ook aan het aan de orde stellen van hydrologie en uiteraard
aan het bestrijden van invasieve exoten. We zorgen voor helderheid over doelen en
de benodigde maatregelen. Daarna richten we ons op de daadwerkelijke staat van de
natuur, en zorgen we dat deze, waar nodig, slimmer en efficiënter in een goede staat
komt.
Dan had meneer Holman ook een vraag over de landelijke doelen voor Natura 2000: «Hoe
snel hebben we een andere systematiek en voldoen we aan de verplichtingen? Hoe kijkt
de Staatssecretaris naar de visie van Brussel, zodat we tot een goed geborgd plan
kunnen komen en rechtszaken kunnen voorkomen?» Ik ben bezig, zoals ik net zei, met
het vernieuwen van de landelijke doelen en kan daarmee ook nationale koppen voorkomen.
Het zorgvuldig beantwoorden van zienswijzen vragen wel tijd. Er wordt dus op dit moment
gewerkt aan het Natuurplan, zodat het op tijd kan worden ingediend. Daarmee voldoen
we aan de Europese verplichtingen en vernieuwen we gaandeweg de systematiek. De visie
van Brussel is neergelegd in de Natuurherstelverordening en de Vogel- en Habitatrichtlijn.
Mijn ambitie is om aan het minimumniveau in deze verordeningen te voldoen.
Ik had een vraag van mevrouw Van der Plas over de vernieuwde landelijke doelen. Die
bleken elkaar hier en daar tegen te spreken. «Hoe gaat de Staatssecretaris om met
de situaties waarin doelen elkaar in de weg zitten, zoals met stikstofgevoelig hoogveen
en rietganzen in hetzelfde gebied?» Het gaat om doelen op landelijk niveau, mevrouw
Van der Plas. Die zijn met de beste wetenschappelijke kennis ontwikkeld en op haalbaarheid
getoetst. Op landelijk niveau passen de vernieuwde doelen in het Nederland van nu.
Tijdens de internetconsultatie is een aantal zaken naar voren gebracht, waaronder
de voorbeelden die mevrouw Van der Plas noemt. De komende maanden zal goed gekeken
worden of sommige doelen toch nog aangepast moeten worden. Daar doe je zo’n internetconsultatie
ook voor. Desgewenst zal ik de Kamer informeren over deze aanpassingen.
Op gebiedsniveau kunnen doelen wel tegenstrijdig zijn. Als een beheerder doelen tegenstrijdig
vindt, kan er met een goede ecologische onderbouwing een keuze worden gemaakt. Het
Rijk legt die keuze dan vast in het aanwijzingsbesluit, zodat de tegenstrijdigheid
wordt opgelost. Hoe dat precies werkt, is uitgelegd in het Beleidskader Doelwijziging.
Daarin zijn de regels rond de Natura 2000 verduidelijkt. Bovendien is de natuur dynamisch.
Daarom zullen landelijke doelen in de toekomst vaker tegen het licht worden gehouden.
Uiteraard zal er dan ook aandacht zijn voor de mogelijke tegenstrijdigheid van doelen.
Door regelmatiger te actualiseren zal het Nederland niet nogmaals overkomen dat we
met onhoudbare doelen komen te zitten. Dat is met de vigerende doelen uit 2006 helaas
wel het geval.
Dan had u nog een vraag over haalbaar en betaalbaar, mevrouw Van der Plas. Ik ga nu
gewoon even de artikelen af. Volgens artikel 1 van de Vogel- en Habitatrichtlijn moet
een gunstige staat van instandhouding op ecologische overwegingen worden vastgesteld.
Wat gunstig is voor een soort, is een ecologische vraag. Daarom worden de doelen voor
de gunstige staat gesteld op wat minimaal nodig is voor een gunstige staat. Dit geldt
tenzij dat niveau ecologisch niet haalbaar is in Nederland. Dan ligt het doel op wat
ecologisch realistisch is. Volgens artikel 2 van de Vogel- en Habitatrichtlijn moet
rekening gehouden worden met sociaal-economische vereisten bij het nemen van maatregelen.
Maatregelen worden dan dus haalbaar en betaalbaar.
Dat was het eerste blokje, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. We kunnen over tot mijn favoriete ... O, er is een vraag van mevrouw Van
der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De Staatssecretaris zegt dat de natuur dynamisch is en dat er altijd aandacht zal
zijn voor tegenstrijdigheden. Maar die tegenstrijdigheden zitten er nu gewoon al in.
Ik heb gewoon concrete vragen gesteld. Ik vroeg bijvoorbeeld waarom er zo’n tegenstelling
is in de Peel, met die ganzen. Ik heb ook gevraagd of de Staatssecretaris alle tegengestelde
doelen op een rijtje kan laten zetten en of hij de Kamer kan aangeven welke doelen
voorrang gaan krijgen en welke doelen we gaan laten varen. Daar heb ik geen antwoord
op gekregen. Ik vroeg of de Staatssecretaris kan toezeggen dat hij de ecologische
tegenstrijdigheid laat onderzoeken en dat de doelen vanwege tegenstrijdigheden worden
aangepast. Daar heb ik geen antwoord op gekregen. Haalbaar en betaalbaar? Er staat
nu gewoon: maximaal ecologisch haalbaar. Er staat niet: haalbaar en betaalbaar. Ik
zou dus graag gewoon een antwoord van de Staatssecretaris krijgen op mijn concrete
vragen.
De voorzitter:
Dat waren twee interrupties. We doen er in deze termijn weer vier. Deze was boven
de 30 seconden. Dit waren er dus al twee. Onder de 30 seconden is het gratis en voor
niks.
Staatssecretaris Rummenie:
Mevrouw Van der Plas, u begrijpt ... Kijk, de internetconsultatie wordt op dit moment
verwerkt. Uiteraard kan ik u op de hoogte stellen van wat daaruit is voortgekomen.
Ik kan u ook op de hoogte stellen van de tegenstrijdigheden die daarbij naar boven
zijn gekomen. Dat is geen enkel probleem. Maar we zijn de internetconsultatie nog
aan het verwerken.
De voorzitter:
Wanneer, vraagt mevrouw Van der Plas buiten de microfoon.
Staatssecretaris Rummenie:
Het streven was, dacht ik, het derde kwartaal. Maar het is niet zeker of het dan al
klaar is.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kunnen we over naar het volgende blokje, mijn favoriet: de grutto.
Staatssecretaris Rummenie:
Dat is dan leuk, mevrouw de voorzitter, want dat is ook mijn favoriet. Het gaat over
de inbreukprocedure rondom richtlijnen inzake de grutto. «Kan de Staatssecretaris
informeren wanneer het advies van de grutto wordt verwacht? Wat gaat de Staatssecretaris
doen als de reactie van de Europese Commissie negatief is? Wat blijft er nu al over
van de aangekondigde maatregel om agrarische natuur weer uit te breiden en te versterken
in de gruttokerngebieden? Waarom is het areaal agrarisch natuurbeheer verlaagd? Hoe
zit het met het realiseren van langjarige contracten? In het vorige debat was het
doel 2027. Hoe staat het hiermee?» Nederland heeft, zoals u weet, in november 2024
de reactie op de aanmaningsbrief verstuurd naar de Europese Commissie. Nederland heeft
aangegeven die inbreukprocedure te starten. Op dit moment ben ik in afwachting van
de reactie van de Europese Commissie. Medio juli komt de Europese Commissie naar verwachting
met een reactie. Het is aan de Europese Commissie om te beoordelen of de reactie van
Nederland voldoende is in het kader van de inbreukprocedure. Hier ga ik nu niet op
vooruitlopen.
Wel wil ik vaart maken met het versterken van de inzet van het Agrarisch Natuur- en
Landschapsbeheer in de leefgebieden van de grutto. De Voorjaarsnota geeft me de ruimte
om een extra inzet te doen. Ik kan met deze middelen en het ANLb uitbreiden naar circa
195.000 hectare. Voor een verdere uitbreiding zijn extra middelen nodig, zoals in
het hoofdlijnenakkoord ook is opgenomen. Ik stuur uw Kamer nog voor het zomerreces
een brief over de uitwerking van het agrarisch natuurbeheer. Daarbij ga ik ook in
op de besluitvorming over langjarige contracten. Ik vind die namelijk heel belangrijk
om de doelen voor de grutto te kunnen realiseren.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat was het tweede blokje. Het derde blokje is de wolf.
Staatssecretaris Rummenie:
Een vraag van het lid Kostić. «De beschermde wolf valt straks in een juridisch gat.
Kan de Staatssecretaris garanderen dat dat niet gebeurt?» De verlaging van de beschermde
status van wolven in de Habitatrichtlijn is onlangs vastgesteld en zal binnenkort
worden gepubliceerd en in werking treden. Het aanpassen van de nationale regelgeving
heb ik met grote spoed opgepakt. De AMvB ligt bij uw Kamer voor. Het is van het grootste
belang dat deze regelgeving zo spoedig mogelijk in werking treedt, zodat de overgangstermijn
tussen de inwerkingtreding van de Habitatrichtlijn en de nationale regelgeving zo
kort mogelijk is. In de periode tussen de inwerkingtreding van de richtlijnwijziging
en de inwerkingtreding van de AMvB geldt de zorgplicht voor soorten. Er is dus geen
juridisch vacuüm. Maar u zult begrijpen dat de snelle behandeling van de AMvB door
uw Kamer voor mij zeker de voorkeur heeft.
Dan had ik een vraag van de heer Flach. «Waarom hanteert de Staatssecretaris een termijn
van twee weken om een probleemwolf te definiëren en niet bijvoorbeeld een van vier
weken?» Bij de definities voor de probleemwolf heb ik zo veel mogelijk aangesloten
bij de provinciale Interventierichtlijnen, meneer Flach. Door de provincies is de
termijn van twee weken acceptabel bevonden. Ik ben het eens met deze visie.
Mevrouw Van der Plas vroeg wanneer de opdracht wordt gegeven om te beginnen met het
zenderen van de wolven. Ik zie, net als het lid Van der Plas, zenderen als een goede
mogelijkheid om inzicht te krijgen in het gedrag van wolven. Het wordt ook in diverse
andere landen al toegepast. In mijn brief van 17 juni heb ik u geïnformeerd over de
mogelijkheden tot het zenderen. Onderzoek met zenders kan starten zodra de benodigde
vergunningen zijn verkregen. Er is allereerst een pilot nodig, omdat er geen ervaring
is met zenderen in de Nederlandse situatie. Daarna kan er een uitgebreider onderzoek
volgen. Het zou natuurlijk mooi zijn als zo’n pilot snel zou kunnen starten. Ik merk
tegelijkertijd op dat dit onderzoekskosten met zich meebrengt. Mijn ministerie heeft
daar op dit moment nog geen middelen voor. Ik zie hier trouwens ook een taak weggelegd
voor de provincies. Ik wil met hen onderzoeken of we middelen beschikbaar kunnen gaan
maken voor het zenderen.
Dan had ik een vraag van mevrouw Van der Plas over de omgang met het onderzoek naar
hybriden. U heeft deze vraag al vaker gesteld, mevrouw Van der Plas. Er zijn in Nederland
geen hybride wolven aangetroffen. Bij het DNA-onderzoek na een wolvenaanval wordt
onder andere bepaald of er sprake is van een hybride wolf. BIJ12 wordt geïnformeerd
wanneer er hybride wolven aanwezig zijn in Nederland. Dat is tot nu toe niet het geval.
In opdracht van BIJ12 en de gezamenlijke provincies wordt daarnaast een paar keer
per jaar onderzoek gedaan naar de genetische oorsprong van wolven. Daarbij zou ook
een hybride afkomst duidelijk worden. Gelderland heeft in 2024 onderzoek laten doen
naar hybridisatie en de afkomst van wolven in Nederland. Uit de DNA-analyses blijkt
dat er geen hybridisatie is aangetroffen.
Mevrouw Van der Plas vroeg naar de kosten van wolfprogramma’s. «Kan dit betaald worden
uit het LIFE-subsidieprogramma? Waarom wordt dit niet door Nederland benut?» Ik heb
zoals u weet de WUR en de RVO de opdracht gegeven om onderzoek uit te voeren naar
EU-fondsen en de inzet hiervan voor de wolf, inclusief LIFE. De resultaten hiervan
worden de komende dagen verwacht. Ik informeer de Kamer hierover voor de zomer.
De heer Holman had een vraag over verzuringsgevoelige gebieden. «Hoe gaan we daarmee
om? Wat is de status ervan op dit moment? De rechter heeft in de GP-zaak gezegd dat
hier wat mee gedaan moet worden in de Peel en de Veluwe, omdat daar de meeste winst
te behalen valt. Wat betekent dit voor de overige 130 verzuringsgevoelige gebieden,
inclusief de invloed hiervan op de natuur?» Ook in die andere gebieden, meneer Holman,
zal voldoende reductie van stikstofdepositie moeten plaatsvinden waar dat nodig is.
Een goede aanpak van andere drukfactoren op de doorontwikkeling van de natuurdoelanalyses,
waarin we focussen op de daadwerkelijke staat van de natuur, vormt voor mij daarbij
de kern. Dat was het blokje wolven.
De voorzitter:
Dan zijn we aanbeland bij het blokje jacht. Dank voor de prettige, concrete beantwoording.
Het lid Kostić heeft een vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb een gemiste vraag, eigenlijk, als dat mag.
De voorzitter:
Ja. Als u onder de 30 seconden blijft, kunt u 100 vragen stellen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
O! Dank u wel. Ik had de vraag of de Staatssecretaris wil bevestigen dat hij geen
onomkeerbare stappen wil zetten rondom de wolf.
Staatssecretaris Rummenie:
Ik krijg net wat vragen binnen van mijn ondersteuning, dus kennelijk was men boven
iets vergeten. Excuus daarvoor. Op mijn blaadje staat: «Geen onomkeerbare stappen
op het wolvendossier conform de wens van de Kamer. Graag ontvang ik een bevestiging».
Uw Kamer heeft mij inderdaad verzocht om dat niet te doen. Aan dat verzoek zal ik
uiteraard voldoen. Tegelijkertijd verzoek ik uw Kamer toch ook om de concept-AMvB
met spoed te behandelen in de voorhangperiode van vier weken. Die loopt tot 8 juli
aanstaande. Ik wil haast maken met deze AMvB, omdat hij de verlaging van de beschermde
status van de wolf en de definitie van een probleemwolf vastlegt. Deze maatregelen,
lid Kostić, zijn hard nodig om effectief te kunnen optreden bij incidenten met probleemwolven.
Ik zal dit verzoek om snel te behandelen ook zeer binnenkort per brief bij uw Kamer
neerleggen.
De voorzitter:
Daar is een vraag over van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Tenzij de Staatssecretaris nog meer vragen gaat beantwoorden in dit blokje. Dan laat
ik het nog even zitten. Ik mis namelijk ook nog een vraag.
Staatssecretaris Rummenie:
De vraag die ik net heb aangeleverd gekregen, was niet van u.
De heer Flach (SGP):
Ik had nog gevraagd of het zo is dat de provincies zonder de besluiten, dus nu al,
meer ruimte hebben om in te grijpen. Dat staat namelijk in het Beleidskompasformulier.
Staatssecretaris Rummenie:
Ik doe eerst even de vraag van Kostić, als u dat goedvindt. Ik heb kennisgenomen van
de uitspraak van het Europese Hof van Justitie over de staat van instandhouding van
de wolf. Ik zal deze met interesse bestuderen, lid Kostić. Uiteraard hou ik me in
mijn beleid en regelgeving aan de Europese kaders. Voor wolven in Nederland is de
staat van instandhouding nog niet bekend. Daarom heb ik hier onderzoek naar laten
doen. De uitkomsten hiervan zal ik u zo spoedig mogelijk toesturen.
De voorzitter:
Het lid Kostić heeft nog een wolvenvraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is heel gek dat de Staatssecretaris er niet naar heeft gekeken, terwijl hij wel
AMvB’s heeft liggen. Ik wil graag dat hij in de brief die hij naar de Kamer gaat sturen,
wel duidelijk maakt hoe hij dit gaat betrekken of heeft betrokken bij de AMvB’s.
Staatssecretaris Rummenie:
Ik wil dat er best bij betrekken. Ik hoop alleen niet dat dat tot vertraging leidt
van het insturen van de brief. Ik kan die informatie natuurlijk ook separaat doen.
Dat lijkt me beter.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, de vertraging ... Dit moet zorgvuldig. De Staatssecretaris probeerde dit er gewoon
doorheen te drukken zonder het goed en zorgvuldig te hebben onderbouwd. Dan kom ik
op mijn internetconsultatievraag. Er is een internetconsultatie geweest, maar op dezelfde
dag dat die internetconsultatie is afgerond, is het ontwerpbesluit gepubliceerd. Dus
ik wil ook graag van de Staatssecretaris horen hoe hij al die reacties in die internetconsultatie
heeft verwerkt en meegenomen. Ik wil dat ook uitgebreid uitgelegd zien in die brief
die hij straks aan de Kamer gaat sturen.
Staatssecretaris Rummenie:
Het lijkt me natuurlijk logisch dat ik dat ga doen. Maar ik ben toch een beetje verbaasd,
als ik dat mag zeggen, dat u niet de noodzaak van urgentie inziet als u ziet wat er
tot nu in Nederland is gebeurd, in de meest dichtbevolkte lidstaat van de EU. Zoals
u weet, heb ik daar al gesprekken over gevoerd met Roswall. Dus ik vraag u toch echt
goed na te denken. Dit gaat nog niet over de staat van instandhouding. Dit gaat gewoon
over de definitie van «probleemwolven», om aan de slag te kunnen gaan met het ingrijpen
daartegen, waar lokale bestuurders moeite mee hebben en waarvoor ze de instrumenten
niet hebben. Je moet die twee dingen wel scheiden in mijn ogen.
De voorzitter:
Overigens gaat de Kamer over de planning van de behandeling van zo’n AMvB. De brief
waar net over gesproken werd vanuit de procedurevergadering is erop gericht dat de
Staatssecretaris geen onomkeerbare stappen neemt. Dat zeg ik even ter verheldering.
Staatssecretaris Rummenie:
Ik ben dat ook niet van plan, dus ik weet niet waarom u dit nu opmerkt. Ik mag wel
een verzoek doen om de AMvB met spoed te behandelen.
De voorzitter:
Zeker. Lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
De Staatssecretaris maakt dit politiek. We hebben hier gewoon een rechtsstaat. Er
moet een zorgvuldig, goed onderbouwd proces zijn. Er moeten mensen worden meegenomen.
Er is een internetconsultatie geweest, waar heel veel input in gegeven is, maar het
lijkt helemaal niet te zijn meegenomen in de AMvB’s, dus wil ik gewoon graag per brief
uitgebreid uitleg hoe dat alsnog is meegenomen of heel duidelijk van de Staatssecretaris
horen dat hij dat blijkbaar terzijde heeft geschoven. Ik wil dat horen in de brief
die de Staatssecretaris toch al van plan was om naar de Kamer te sturen.
Staatssecretaris Rummenie:
Lid Kostić, u kent mij lang genoeg. Ik schuif helemaal niks terzijde. Er komt een
nota van toelichting bij de AMvB en er komt een document over de internetconsultatie,
dus u krijgt alle informatie waar u naar vraagt.
De voorzitter:
Mooi. Dan wachten we dat af. Is dit het blokje wolf geweest?
Staatssecretaris Rummenie:
Nee, want ik moest de vraag van de heer Flach nog beantwoorden. Er zijn inderdaad
provincies die nu ook al een vergunning hebben gekregen. Zoals u weet behoort Gelderland
daartoe. Dus die ruimte is er natuurlijk wel degelijk. Ik weet niet of u dat bedoelt.
De heer Flach (SGP):
«Zonder dit besluit zijn er minder adequate aangrijpingspunten voor toetsing en inkadering
vooraf van de gevallen waarin ingrepen als het doden of vangen van wolven zijn toegestaan.»
Dat staat in het Beleidskompasformulier. Dat is een wat raadselachtige zin waar ik
iets meer tekst over zou willen horen.
Staatssecretaris Rummenie:
Dan kom ik daarop terug in de tweede termijn. Mijn antwoord is dat daar juist die
AMvB zo belangrijk voor is, om die armslag duidelijk te maken. Maar goed.
Volgens mij hebben we de wolf nu dan gehad.
De voorzitter:
Dat betekent dat we overgaan op het blokje jacht.
Staatssecretaris Rummenie:
Ik had een vraag van het lid Kostić: met wie gesproken, stukken tijdlijn, wie input
gegeven, met welke partijen gesproken, wat meegegeven, worden er onomkeerbare stappen
genomen inzake de stelselherziening? Ook in dit project van de stelstelherziening
wordt een zorgvuldig proces gevolgd, waarbij provincies en stakeholders op allerlei
momenten worden betrokken en er stukken met hen worden besproken. Voor het zomerreces
zal u als Kamer schriftelijk worden geïnformeerd over de voortgang op het traject
van de stelselwijziging. Daarin wordt aangegeven met welke partijen over de stelselwijziging
wordt gesproken en wat de onderwerpen zijn waarover wordt gesproken. De stukken die
u vraagt, zal ik bijvoegen. De plannen zijn nog niet in een dermate gevorderd stadium
dat al precies kan worden aangegeven wat met de input van de verschillende partijen
wordt gedaan. Daar wordt nog met partijen over gesproken. Wanneer de plannen in een
verder gevorderd stadium zijn, zal daar natuurlijk wel inzicht over worden verschaft.
Het onderwerp stelselwijziging is niet controversieel verklaard. In de afgelopen procedurevergadering
is gesproken over «geen onomkeerbare stappen», waarbij het ging om de AMvB Beschermingsstatus
wolf, maar niet om de stelselwijziging. Er worden op dit moment nog geen voorstellen
ter besluitvorming voorgelegd. Er is dus nog geen sprake van onomkeerbare stappen.
Dan had ik ook een vraag van mevrouw Van der Plas over de zorgen over de gevolgen
van de stelselherziening voor de jacht en het faunabeheer. Over de stelselherziening
ben ik goed in gesprek met provincies, mevrouw Van der Plas. We zijn immers samen
verantwoordelijk voor het natuurbeleid, dus ook voor deze stelselherziening. Provincies
hebben bij mij aangegeven dat ze nog verder willen spreken over de hoofdlijnen van
de stelselherziening. Dat doen wij na de zomer. Over de stelselherziening vindt ook
regelmatig afstemming plaats met de belangenorganisaties uit de geledingen landbouw,
dierenwelzijn, jacht, natuur en terreinbeherende organisaties. Dat vind ik een hele
goede afspiegeling van alle, alle, belanghebbenden. Vorige week, 11 juni, toen ik
in Japan was, stond inderdaad een stakeholdersbijeenkomst gepland, waarvoor al deze
stakeholders waren uitgenodigd. Een deel van de betrokken organisaties heeft echter
aangegeven niet aan deze stakeholdersbijeenkomst deel te kunnen nemen. Daardoor werd
de deelname aan deze bijeenkomst onevenwichtig. Ik vind het heel belangrijk dat we
in gesprek zijn. Om die redenen is besloten om de bijeenkomst van alle stakeholders
samen tot na de zomer uit te stellen en om voor de zomer met de organisaties van de
verschillende geledingen apart om de tafel te zitten. Voor het zomerreces informeer
ik uw Kamer met een brief over de voortgang van de stelselherziening.
De voorzitter:
Er is een vraag van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Een stelselwijziging doorvoeren vraagt vaak om een evaluatie van het bestaande stelsel,
inclusief het kijken naar de financiële structuur en praktische uitvoerbaarheid. Is
de Staatssecretaris van plan om dat ook te doen voordat er stappen worden genomen
in de stelselwijziging?
Staatssecretaris Rummenie:
Dat lijkt mij een logisch onderdeel daarvan, ja.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dan is mijn vraag: wat is de planning daarvan? Want die evaluatie moet nog plaatsvinden.
Naar mijn weten is dat nog niet gedaan. Wat is de planning daarvan?
Staatssecretaris Rummenie:
Ik heb net al gezegd dat ik u eerst informeer over de huidige stand van zaken. Hoelang
dit nog gaat duren, kan ik op dit moment niet zeggen.
De voorzitter:
Er is ook een vraag van mevrouw Van der Plas van de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zouden wij van de Staatssecretaris de lijst kunnen krijgen van de namen van de belangenorganisaties
die bij die bijeenkomst zijn?
Staatssecretaris Rummenie:
Uiteraard. Die doe ik u van harte toekomen.
De voorzitter:
Zijn we dan nu bij het blokje overig beland? Ja.
Staatssecretaris Rummenie:
Een vraag van het lid Kostić: «Verschillende natuurdoelen worden niet behaald. Het
beleid moet versneld worden, ook tijdens de demissionaire status van het kabinet.»
Ik ben trouwens erg blij om dat te horen. «Graag een reflectie van de Staatssecretaris.»
Het lid Kostić doelt hierbij onder andere op haar eerder ingediende motie. Over de
uitvoering van deze motie heb ik uw Kamer geïnformeerd in mijn brief over de NHV op
16 juni, opnieuw in mijn verzamelbrief natuur. In het kader van de NHV ben ik in kaart
aan het brengen in welke mate bestaande programma’s bijdragen aan de NHV-doelen, zodat
duidelijk wordt wat de resterende opgave is. Ik zal uw Kamer hierover na de zomer
informeren. Overigens gebeurt er nu ook al veel, zoals ik eerder heb betoogd. Zoals
ik op een rij heb gezet in mijn Beleidsagenda Natuur is er meer dan 8 miljard beschikbaar
in de periode tot en met 2030. Dat is voorwaar niet niks.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het verzoek van de motie was tevens om maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat
de negatieve trend voor verschillende dierpopulaties, onder andere de wilde bij en
vlinders, zo snel mogelijk wordt gekeerd. Ik wil daar gewoon een duidelijke brief
over. Met welke van die populaties gaat het nu slecht en welke maatregelen gaan we
nemen om die trend te keren? Die brief heb ik na meer dan een jaar nog niet gekregen.
Staatssecretaris Rummenie:
Dat spijt me dan zeer, want we hebben dat wel in beeld gebracht. Het is trouwens niet
zo zwart-wit als u stelt. Met sommige vlinders gaat het goed en met andere vlinders
gaat het niet goed. Maar ik zal mijn ambtenaren dan vragen waarom u tot op heden nog
geen antwoord heeft gekregen.
De voorzitter:
Kunt u zeggen wanneer die brief dan wel komt? Want dan kunnen we dat noteren als toezegging.
Staatssecretaris Rummenie:
Voor de zomer.
De voorzitter:
Oké, dank u wel.
Staatssecretaris Rummenie:
Dan had ik een vraag van de heer Flach: «Hoe voert u de motie uit over het meetellen
van ANB-gronden bij de realisatie van het NNN? Wordt daarbij gekeken naar het overnemen
van natuurgronden van TBO’s voor boeren?» De motie waar de heer Flach naar verwijst,
verzoekt de regering de juridische en ecologische mogelijkheden in kaart te brengen
om natuurgebieden in het kader van het Natuurnetwerk Nederland te realiseren met behoud
van agrarische bestemming, en te bezien welke rol agrarisch natuurbeheer kan vervullen
bij de realisatie van het natuurnetwerk. Dit najaar wordt de motie verder uitgewerkt
als onderdeel van de verdere uitwerking van het agrarisch natuurbeheer. Daarbij wordt
niet gekeken naar het overnemen van natuurgronden door boeren.
De heer Flach (SGP):
Een hele korte vraag: waarom niet?
Staatssecretaris Rummenie:
Omdat dat toch een andere categorie is.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Staatssecretaris Rummenie:
Als additionele informatie: in het huidige ANB kan dat niet.
Dan had ik een vraag van mevrouw Nijhof over de aanpak van uitheemse rivierkreeften:
«Wat betreft de bestrijding van de rivierkreeften zegt de Staatssecretaris zich te
richten op de Natura 2000-gebieden. De PVV wil graag een landelijke aanpak. Geef beroepsvissers
de ruimte, verlaag bureaucratische drempels en schakel, indien nodig, ecologische
aannemers in.» LVVN is, mevrouw Nijhof, op grond van de Exotenverordening de eerstverantwoordelijke
voor de beheersmaatregelen tegen uitheemse rivierkreeften. De verordening heeft tot
doel, en zo wordt dit trouwens ook steeds bevestigd door de Europese Commissie, het
beperken en matigen van de effecten van de invasieve exoten op de biodiversiteit.
De Exotenverordening geeft ruimte om te prioriteren in het treffen van beheersmaatregelen
tegen wijdverspreide invasieve exoten, zoals uitheemse rivierkreeften.
Dat moet ook wel, omdat de aanpak van een wijdverspreide soort kostbaar kan zijn en
vaak maar beperkt of kortdurend resultaat heeft. Daarom richt ik mij bij alle wijdverspreide
invasieve exoten vooral op de biodiversiteitsdoelstellingen van de Vogel- en Habitatrichtlijn.
Dit geldt dus ook voor de uitheemse rivierkreeften. Wat de uitheemse rivierkreeften
betreft doe ik het volgende. Ik werk aan regelgeving om het overheden mogelijk te
maken om selectieve vangtuigen in te zetten om uitheemse rivierkreeften te vangen.
Mijn voornemen is, als de Voorjaarsnota door het parlement wordt goedgekeurd, om een
handreiking op te stellen waarmee beheerders kunnen afwegen welke maatregelen ze tegen
uitheemse rivierkreeften gaan nemen.
De voorzitter:
Er is een vraag van mevrouw Veltman van de VVD.
Mevrouw Veltman (VVD):
Ik wil graag even een vraag stellen over de rivierkreeft. Mijn voorganger heeft dat
ook veelvuldig gedaan. Zijn er nog mogelijkheden om, ook in relatie tot waar u nu
mee bezig bent, sportvissers daarbij toch nog ruimte te bieden? Want die kunnen mogelijk
helpen.
Staatssecretaris Rummenie:
Ik begrijp dat de regelgeving dat niet toelaat en dat het alleen door andere overheden
kan gebeuren.
Mevrouw Veltman (VVD):
Als dat Nederlandse regelgeving is, kan die aangepast worden. Hoe ziet de Staatssecretaris
dat?
Staatssecretaris Rummenie:
Ik ga kijken of ik het aan kan passen.
De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Waar is dit in vredesnaam op gebaseerd? Er is duidelijke regelgeving. Niet voor niets
is het voor onder anderen hobbyvissers verboden om hiermee te stoeien. Je moet hier
verantwoord mee omgaan. Dit overlaten aan bijvoorbeeld hobbyvissers, kan tot meer
problemen leiden. Ik wil dus dat de Staatssecretaris dit nu intrekt en dat hij, als
hij dit verder wil brengen, eerst met een brief naar de Kamer komt op basis van hoe
experts hiernaar kijken. Dit kan namelijk echt niet. Je kan dit niet even uit de losse
pols verkondigen.
Staatssecretaris Rummenie:
Ik vind het niet zo erg als gisteravond, maar er wordt hier weer terminologie gebruikt ...
Ik trek niks in. Ik ga het onderzoeken, lid Kostić. Daar heb ik alle recht toe.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daar even op inhakend. De huidige Visserijwet en de voorgestelde wijzigingen wat betreft
de mogelijkheden om vangtuigen te gebruiken, bieden waarschijnlijk voldoende ruimte
om rivierkreeften effectief te bestrijden. Sportvisserij Nederland heeft al gezegd
graag in overleg te treden, dus ik wil de Staatssecretaris vragen om Sportvisserij
Nederland ook uit te nodigen voor zo’n gesprek.
Staatssecretaris Rummenie:
Ik zal dat zeker doen als onderdeel van mijn onderzoek.
Mevrouw Veltman (VVD):
Kan ik de opmerking van de Staatssecretaris van zojuist als toezegging opvatten?
Staatssecretaris Rummenie:
Ik heb net een toezegging voor onderzoek gedaan.
De voorzitter:
Alleen, als het een toezegging is, moet er ook een datum bij. Kunt u dan ook zeggen
wanneer u daarmee komt?
Staatssecretaris Rummenie:
Ik moet nog met het onderzoek beginnen. Ik denk dat het na de zomer wordt.
De voorzitter:
Na de zomer.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Verantwoord bestuur betekent ook goed informatie ophalen, dus niet alleen van één
belanghebbende, maar ook vanuit de wetenschap. Als u toch in gesprek gaat, wil ik
ook dat u na de zomer terugkoppelt over het gesprek dat u heeft gevoerd met ecologen
die verstand hebben over wat wel en niet werkt.
Staatssecretaris Rummenie:
Lid Kostić, ik vind toch echt dat we allemaal moeten beseffen dat dit een enorme plaag
is. Ik heb uw oplossing over oevers trouwens ook eerder gehoord. Daar ben ik het ook
helemaal mee eens. Maar laten we nou gewoon met z’n allen constructief kijken hoe
we dit probleem het beste kunnen aanpakken. Het is een immens probleem. Er komen enorme
kosten bij kijken. Dit is niet zo eenvoudig op te lossen. Ik zal dit dus uiteraard
zorgvuldig doen. Ik zal rekening houden met alles. Maar ik denk niet dat we hier vandaag
kunnen ontkennen dat we hierbij helaas te maken hebben met een al uit de hand gelopen
invasieve exoot en dat het echt belangrijk is dat we er alles aan doen om daar enige
controle op uit te oefenen. Dat doe ik uiteraard met alle andere medeoverheden, zoals
infrastructuur, waterschappen en noemt u ze maar om.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat gaan we in de brief lezen. Ik hoor de bel voor de stemmingen. Dat
betekent dat wij gaan schorsen voor de stemmingen. Na de stemmingen komen we weer
terug.
De vergadering wordt van 15.15 uur tot 16.05 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan weer verder met het commissiedebat Natuur. De Staatssecretaris was nog bezig
met de beantwoording van de vragen in het blokje overig. Het woord is aan de Staatssecretaris.
Staatssecretaris Rummenie:
Dank u wel, voorzitter. Ik had een vraag van de heer Holman over de Peel en de Veluwe.
«Hoe gaan we om met de boeren in relatie tot onze 250 meterstroken, bijvoorbeeld in
de Veluwe en Peel? Gaan we bijvoorbeeld verplaatsen of uitkopen?» Die hoort eigenlijk
een beetje bij het debat van gisteren met de Minister. Dit wordt op dit moment uitgewerkt
met bijvoorbeeld de provincies en landbouworganisaties. Nadere uitwerking gebeurt
ook nog in het kader van het MCEN-traject. De Kamer wordt hierover richting het najaar
geïnformeerd via het reguliere begrotingsproces.
Dan gaan we aan het blokje Veltman beginnen. De eerste ...
De voorzitter:
Ik dacht het blokje brandweer, maar ...
Staatssecretaris Rummenie:
Dat is het voor een groot gedeelte ook. Het onderwerp is natuurbranden. «De brandweer,
infrastructuur en hulpdiensten zijn moeilijk opgewassen tegen toenemende risico’s
op natuurbranden. Die zijn onvoldoende toegerust, dus dat moet worden voorkomen. Wanneer
wordt het convenant natuurbranden getekend?» Ik ben het uiteraard met u eens dat het
voorbereiden van Nederland op meer natuurbranden heel erg belangrijk is. Op dit moment
ben ik in gesprek met de partijen, de provincies, de gemeenten, de brandweer en de
natuurbeheerders, om een integrale aanpak van natuurbrandbeheersing op te zetten.
Er wordt naar gestreefd om het convenant in het begin van 2026 te tekenen.
Dan had u nog een vraag: welke provincies en TBO’s hebben al concrete brandbeheersprogramma’s
en zou het verankeren van toenemende risicobescherming van natuur en veiligheid in
de wet niet beter zijn dan een convenant? Alle provincies, mevrouw Veltman, zijn bezig
met het opstellen van voorstellen voor beheersplannen die passend zijn voor hun provincie.
Hiervoor heb ik gelukkig ook voor iedereen de middelen beschikbaar kunnen stellen.
De Kamer wordt dit najaar verder geïnformeerd over de investeringen en de stand van
zaken rond de natuurbrandbeheersing.
Dan had u nog een vraag: «Beheerbranden zijn in andere landen effectief. In Nederland
lopen we vast. Is de Staatssecretaris bereid beheerbranden in te zetten als effectief
instrument?» Ik wil dit uiteraard graag met de natuurbrandexperts in Nederland bespreken.
Ook hierover wordt u dit najaar geïnformeerd.
Dan had u de vraag: «Een blusvijver kan niet in werking worden gesteld vanwege soorten
en beperkte stikstofruimte. Wat kan de Staatssecretaris doen om veiligheid in deze
gevallen voorrang te bieden?» Ik zal dit signaal zeker meenemen in de gesprekken die
ik heb met de provincie. Dit is alleen niet mijn bevoegdheid, maar ik deel uiteraard
dezelfde prioriteit waar u aan denkt.
Dan vroeg u: hoe kunnen maatregelen rond vegetatie een plek krijgen binnen de brede
ruimte voor landbouw en natuur? In zowel het landelijk gebied als in natuurgebieden
zet ik hierop in via het agrarisch natuurbeheer. Voorbeelden van maatregelen gericht
op vegetatie die bijdragen aan natuurkwaliteit, zijn landschapselementen en kruidenrijk
grasland.
Dan had u een vraag over groene boa’s: «De VVD heeft gezorgd voor aanvullende financiële
middelen voor toezicht en handhaving van milieucriminaliteit, maar voldoen aan toezicht
en handhaving bij TBO’s schiet tekort. Wat gaat de Staatssecretaris hieraan doen?»
De TBO’s, en in het bijzonder Staatsbosbeheer, hebben inderdaad aangegeven dat het
aantal groene ...
De voorzitter:
U doet niks fout. Mevrouw Veltman heeft een vraag over het vorige blokje. Het is dus
misschien goed om haar daar even de gelegenheid voor te geven.
Mevrouw Veltman (VVD):
Ik had ook een vraag gesteld over wat de Staatssecretaris ervan vindt om er eventueel
juist een wet aan te wijden in vervolg op een convenant, gezien het belang van de
stappen die gezet moeten worden. Misschien wil de Staatssecretaris daar nog even op
reageren.
Staatssecretaris Rummenie:
Ik ben daar niet principieel in, mevrouw Veltman. We zijn bezig met een convenant,
maar ik ben bereid om naar wetgeving te kijken als blijkt dat die misschien nog effectiever
is.
Mevrouw Veltman (VVD):
Oké. Dank voor die opening. Goed om dat te horen. Ik had ook gevraagd naar het expertisecentrum.
Dat is een van die onderdelen van het integrale plan van aanpak dat is gemaakt. Ik
vroeg me af wat daarvan de stand van zaken is.
Staatssecretaris Rummenie:
Ik kom daar zo in de tweede termijn op terug.
Als u het goedvindt, ga ik verder met de vraag over groene boa’s. In verband met de
financiële krapte is dit niet altijd mogelijk. Daarnaast is Staatsbosbeheer op dit
moment genoodzaakt om het aantal groene boa’s te laten dalen in verband met financiële
uitdagingen, namelijk een tekort van 2 miljoen. Zowel het Ministerie van LVVN als
het Ministerie van Justitie en Veiligheid hebben verkend of er oplossingen mogelijk
waren, maar momenteel zijn er, onder andere door de noodzakelijke inzet op andere
dossiers, geen middelen die vrijgemaakt kunnen worden. Dit geldt zowel voor het tekort
van Staatsbosbeheer als voor het tegemoetkomen van de TBO’s in het algemeen wat betreft
het laten groeien van het aantal groene boa’s. Afgezien van de financiële problematiek
zijn er geen andere factoren bekend, zoals arbeidsmarktproblematiek, waarmee het tekort
aan toezichthouders, zowel met als zonder boa-status, zou kunnen worden verklaard.
Ik werd hier ook mee geconfronteerd bij een recent werkbezoek aan de Biesbosch. Je
kunt het geld helaas maar één keer uitgeven. Ik zie het probleem ook. Ik heb toen
namelijk ook geleerd hoeveel boa’s er in de Biesbosch zijn; dat houdt niet over.
De voorzitter:
Mevrouw Veltman wil daar toch nog iets over zeggen.
Mevrouw Veltman (VVD):
Dank voor de antwoorden. Ik kan me voorstellen dat er dan gekeken wordt naar wat er
toch nog mogelijk is binnen de beperkingen die er zijn. Er is namelijk ook aangegeven
dat er een bepaald minimum is waar men aan wil voldoen. Misschien zijn er wel samenwerkingen
mogelijk, of kan er worden gemerkt met pools of wat dan ook. Daar kan ook creatief
naar gekeken worden. Zou de Staatssecretaris dit in ieder geval in een overleg met
Staatsbosbeheer en de andere TBO’s nog eens willen agenderen? Ik neem aan dat hij
binnenkort wel weer een overleg heeft hierover. Zou hij, in het belang van die zaken,
willen kijken of dit opgelost kan worden?
Staatssecretaris Rummenie:
Zeker, mevrouw Veltman. Bij dat bezoek was ook het hoofd van Staatsbosbeheer aanwezig.
Wij hebben het daar dus uitgebreid over gehad. We hebben ook toegezegd dat we nog
verder naar dat probleem zouden kijken. Om u een idee te geven: in de Biesbosch waren
er, als ik het goed heb, twee boa’s beschikbaar. Helaas neemt de lokale politie geen
taken over. In die natuurgebieden worden zij ook steeds meer geconfronteerd met drugsafvalproblematiek.
Dit is dus wel een probleem; daar ga ik niet omheen draaien.
Mevrouw Veltman (VVD):
Nadat daar nog verder over gesproken is – ik ben blij dat de Staatssecretaris dat
gaat doen – is het misschien goed om de Kamer te informeren over hoe dat verloopt,
zodat daar in ieder geval geen dingen vastlopen als dat niet nodig is.
Staatssecretaris Rummenie:
Uiteraard.
De voorzitter:
Maar dan hoort daar weer een datum bij. Wanneer doet u dat? Want dan is het een toezegging.
Wanneer komt u met een brief daarover?
Staatssecretaris Rummenie:
Ik moet hierover nog verder rond de tafel zitten. Ik denk dus niet dat dit nog voor
de zomer komt. Dat wordt na de zomer.
De voorzitter:
«Na de zomer» is een hele lange periode. Betekent dat vóór de winter? En van welk
jaar?
Staatssecretaris Rummenie:
Ik eindig altijd in discussies daarover.
De voorzitter:
Dat is niet om kinderachtig te doen, maar een toezegging is pas een toezegging als
er een datum bij staat. Dan kan de Kamer er ook op terugkomen.
Staatssecretaris Rummenie:
Het derde kwartaal.
Dan was er nog de vraag die u net al noemde, over de motie-Van Campen. Welke politieke
en bestuurlijke keuzes liggen er voor ten aanzien van dit plan? De Natuurherstelverordening
vraagt om verschillende politieke en bestuurlijke keuzes. Om het proces goed vorm
te geven, is daarom in eerste instantie een programmaplan noodzakelijk. Dat programmaplan
beschrijft de aanpak, inspanningen en samenwerkingen om de NHV-doelstellingen te bereiken
en schetst daarmee het wat, hoe en wanneer van de route naar het Natuurplan. Na de
zomer informeer ik uw Kamer over het programmaplan om te komen tot dit Natuurplan.
In het programma kunt u zien hoe we van de ambtelijke voorbereiding tot de bestuurlijke
besluitvorming gaan komen wat betreft het concept-Natuurplan. Dit is voorzien voor
de zomer van 2026.
Dan was er een vraag van mevrouw Van der Plas over de toegankelijkheid van de natuur.
Hoe zorgt de Staatssecretaris ervoor dat natuur weer toegankelijk wordt voor recreanten,
nu steeds meer gebieden worden afgesloten? Mevrouw Van der Plas, ik vind het uiteraard
belangrijk dat mensen zo veel mogelijk kunnen genieten van natuurrecreatie. Dat vind
ik echt een belangrijke waarde. Ik weet dat natuurbeheerders hier ook heel veel waarde
aan hechten. Het grootste gedeelte van het geld dat aan natuurbeheer wordt uitgegeven,
komt vanuit het Subsidiestelsel Natuur en Landschap en dus vanuit de provincies. In
het SNL is als voorwaarde opgenomen dat er in de gebieden waaraan subsidie wordt verstrekt
in beginsel gebieden moeten worden opengesteld voor recreatie. Daarnaast worden natuurgebieden
niet zomaar afgesloten voor recreanten. Dat gebeurt alleen wanneer daar aanleiding
toe is, zoals bij ingrijpende natuurmaatregelen of vanwege de veiligheid. Unieke en
soms kwetsbare natuur willen we graag allemaal van dichtbij kunnen ervaren, maar soms
is het nu eenmaal noodzakelijk om die natuur, al dan niet tijdelijk, ongestoord haar
gang te laten gaan. In mijn ogen is en blijft de natuur toegankelijk, zodat mensen
kunnen blijven recreëren in de Nederlandse natuur. Ik vertrouw erop dat beheerders
hierbij ook de goede afwegingen maken.
De voorzitter:
Er is een vraag van mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
In mei was ik in Noorwegen. Daar kennen ze het allemannsretten. Dat betekent het allemansrecht.
De natuur is toegankelijk voor iedereen. Er zijn wel wat kleine regeltjes, maar iedereen
moet van de natuur kunnen genieten. Daar blijkt ook dat mensen zich ook echt heel
goed aan die regels houden, juist doordat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor
de natuur. Ik zou de Staatssecretaris willen vragen of hij eens zou willen kijken
naar het Noorse model, het allemannsretten, of hij eens zou willen bekijken of wij
in Nederland niet iets soortgelijks kunnen hebben binnen de Nederlandse kaders, en
of hij daar misschien een keer op terug wil komen in een volgend debat.
De voorzitter:
Uw interrupties zijn nu op.
Staatssecretaris Rummenie:
Ik vind het een interessant idee. Ik ga er dus zeker naar kijken. Als je ervan geniet,
heb je ook een verantwoordelijkheid.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, wilt u een toezegging hierop?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, het zou mooi zijn als u bij het volgende debat Natuur de Kamer daarover eens kunt
informeren, zodat we het eens kunnen hebben over welke mogelijkheden er zijn binnen
de kaders van Nederland.
Staatssecretaris Rummenie:
We gaan daar zeker naar kijken.
De voorzitter:
Ik zie de Staatssecretaris inderdaad knikken. Dat betekent dat hierover een brief
komt voor het volgende debat Natuur. Dan is het een toezegging. Dank u wel.
Staatssecretaris Rummenie:
Dan had ik nog een vraag van u, voorzitter, over de Vogel- en Habitatrichtlijn en
het NNN, dat in 2027 een prioriteit zou moeten zijn. Wat gaat de Staatssecretaris
daar nog aan doen? Zoals u weet, mevrouw Bromet, werken de provincies hard aan het
verder brengen van het NNN tot 2027. Er zijn ook versnellingsacties afgesproken. De
Kamer wordt hier via de voortgangsrapportages over op de hoogte gehouden.
Dan had u ook nog een vraag over de compensatie voor Defensie. Met betrekking tot
de Defensie-uitbreidingen speelt een groot, en natuurlijk algemeen belang. De bijdrage
van Defensie aan de stikstofdepositie is relatief beperkt. Door de additionaliteitstoets
is binnen de reguliere werkwijze weinig mogelijk, zowel binnen bestaande als in nieuwe
gevallen. De Wet op defensiegereedheid biedt oplossing, niet generiek maar wel voor
specifieke activiteiten. In overeenstemming met de werkwijze van de ADC-toets wordt
er dan ook een compensatieprogramma opgezet.
De voorzitter:
Ik hoop dat de commissie mij toestaat om hier even een vraag over te stellen. Ik heb
niet gevraagd of er compensatie zou plaatsvinden – want dat hoort er gewoon bij –
maar of er ook al nagedacht wordt over op welke plekken en op welke manieren die compensatie
dan plaats gaat vinden. Dat moet je namelijk wel weten voor je zo’n verzoek doet,
natuurlijk.
Staatssecretaris Rummenie:
Ten eerste gaan de Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Defensie daar
natuurlijk over. Maar er ligt nog geen concreet uitgewerkt plan op tafel.
De voorzitter:
Oké, dank u wel.
Staatssecretaris Rummenie:
Dan had ik nog een vraag van de heer Flach. Maar die is er niet, zie ik. Ik had ook
nog een vraag van mevrouw Veltman over het expertisecentrum natuurbranden. We zijn
in gesprek, mevrouw Veltman, met Justitie en Veiligheid, met provincies, met de WUR,
met Deltares en met het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid. In 2026 wordt het
expertisecentrum opgericht.
Zal ik de vraag van de heer Flach nu beantwoorden of wilt u dat ik dat later doe?
De voorzitter:
Nee hoor. U kunt die beantwoorden. Zijn medewerker luistert vast mee.
Staatssecretaris Rummenie:
De heer Flach vroeg om meer duiding over de tekst uit het Beleidskompas, namelijk:
«Zonder dit besluit zijn er minder adequate aangrijpingspunten voor een toetsing en
inkadering vooraf van de gevallen waarin ingrepen als het doden of vangen van wolven
zijn toegestaan.» Die duiding kan ik geven. Het is inderdaad een best lastig opgeschreven
tekst. Wat we met de tekst bedoelen, is dat het door de AMvB sneller mogelijk wordt
om in te grijpen bij een probleemwolf. Als aan deze definitie wordt voldaan, is namelijk
ook automatisch voldaan aan het vereiste dat er geen andere bevredigende oplossing
is. Dan is het doel van ingrijpen, te weten de veiligheid, ook gegeven. Dat is wat
er met die tekst bedoeld wordt.
Dat waren bij mijn weten alle vragen.
De voorzitter:
Dank u wel voor de antwoorden. Het leidt toch nog tot een paar vragen. Allereerst
van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik was benieuwd wanneer de Staatssecretaris komt met een juridische onderbouwing van
het begrip «probleemwolf» en een uitleg over hoe die rijmt met de Europese regelgeving.
Staatssecretaris Rummenie:
Dat zit al in het voorstel, heel erg specifiek zelfs. Ja, zeker. Acht gevallen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dan moet er toch echt wat meer komen. Maar goed, dan ga ik dat schriftelijk opvragen.
Staatssecretaris Rummenie:
Dat is prima. Het staat er zeer specifiek in, lid Kostić.
De voorzitter:
Zijn er bij de andere leden nog vragen overgebleven? Nee. Dan gaan we meteen maar
even over naar de tweede termijn van de Kamer. Als eerste wil ik daarin het woord
geven aan lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik vraag alvast een tweeminutendebat aan, het liefst voor
het zomerreces. Ik wil nog benadrukken dat we hier onlangs de heer Delgado Rosa, directeur
biodiversiteit bij het DG Milieu van de Europese Commissie, hadden. Die was heel duidelijk:
het gaat onderaan de streep echt heel slecht met de Nederlandse natuur. Er is naast
een klimaatcrisis ook een natuurcrisis, bevestigde hij. Dat is gewoon een wetenschappelijke
consensus. Waar ik moeite mee heb bij deze Staatssecretaris, is dat het lijkt alsof
hij die realiteit niet erkent. Het gaat heel slecht met vrijwel alle soortgroepen
in Nederland. Dat blijkt ook uit het Statusrapport waar ik net naar verwees. Dan begint
de Staatssecretaris over een bepaalde soort waar het wel goed mee zou gaan. Maar zo
werkt het natuurlijk niet in de natuur. Kan de Staatssecretaris deze realiteit bevestigen?
Kan hij gewoon bevestigen dat het heel slecht gaat met de natuur, conform wat de wetenschappers
ook zeggen?
De wolf kan een fantastische bijdrage leveren aan de versterking van de natuur. De
Staatssecretaris zei namelijk dat je dan ook meer ruimte krijgt voor andere activiteiten
en dat de vergunningen voor andere activiteiten dan ook makkelijker verleend worden.
Pak die kans, zou ik zeggen. De Staatssecretaris doet dat niet. Hij pakt niet de kans
om meer in te zetten op preventie. We zien de effectiviteit daarvan, als er maar op
ingezet wordt. Maar de Staatssecretaris doet dat veel te weinig en sorteert veel te
snel voor op veel meer ruimte om gewoon die wolf af te kunnen schieten wanneer de
wil er maar is. Ik ga er met deze Kamer voor zorgen dat dat niet gaat gebeuren en
dat we de wolf gewoon blijven beschermen, zoals Portugal ook doet.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Nijhof-Leeuw van de PVV. Die heeft geen
inbreng en meneer Holman ook niet. Dan is het woord aan mevrouw Veltman van de VVD.
Mevrouw Veltman (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor een aantal toezeggingen. Ik heb in ieder geval
ook een toezegging gehoord op het voeren van het gesprek over beheerbranden en over
wat daarbij mogelijk is omdat daar veel juridische blokkades zitten. Ik denk dat dat
heel goed is, omdat het echt mogelijkheden biedt om ellende te voorkomen. Op een aantal
onderwerpen wil ik toch graag wat meer een gevoel van urgentie zien, of er in ieder
geval om vragen, bij de Staatssecretaris. Ik hoor dat het mogelijk is om een convenant
te sluiten, in 2026, volgens mij. Maar ik wil vragen of het in ieder geval gereed
kan zijn voor het volgende natuurbrandseizoen. Ik had het eigenlijk mooi gevonden
als het voor dit natuurbrandseizoen al was gesloten. Het is immers een jaar geleden
dat besloten is dat te gaan doen. Hetzelfde geldt voor het expertisecentrum. U bent
met allerlei partijen in gesprek. Er wordt nu dus al een jaar met allerlei partijen
gesproken, maar als ik hoor dat het in 2026 nog wordt opgericht, denk ik toch: voor
je het weet, ben je weer een jaar verder. Ik vind echt dat er wat meer haast achter
gezet mag worden. Concreet vraag ik dus om versnelling op dit dossier.
Tot slot. Over het in gesprek gaan met de provincies over preventieve maatregelen
hoorde ik de Staatssecretaris zeggen: «Dat ligt niet helemaal bij mij. Ik ga erover
in gesprek met provincies.» Ik denk dat juridische blokkades wel degelijk bij de stelselverantwoordelijke,
nu de Staatssecretaris, liggen, namelijk bepaalde wetgeving, bepaalde regels in besluiten
en wetten die eraan in de weg kunnen staan om de maatregelen te kunnen treffen om
het risico van natuurbranden uiteindelijk te verminderen. Dat is in ieder geval een
reactie die ik daarop wil geven.
Het allerlaatste is dat ik blij ben met de toezegging om te kijken wat de sportvisserij
kan gaan doen aan en de rol die zij kan spelen bij het bestrijden van de plaag van
de rivierkreeften. Alles moet erop gezet worden om die plaag terug te dringen, dus
dank dat de Staatssecretaris dat verder gaat onderzoeken. Overigens sluit dit mooi
aan bij de motie op stuk nr. 12 (36 410 XIV) van mijn collega Van Campen, want daar staat het ook al in, maar het is goed om dat
nog eens een keer te bevestigen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Mooi dat u dit thema, dat echt de niche van de heer Van Campen was, zo bevlogen overneemt.
Tot slot mevrouw Van der Plas voor de tweede termijn.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. In mijn eerste termijn had ik niet genoeg tijd om de Staatssecretaris
nogmaals een groot compliment te geven voor wat hij voor garnalenvissers heeft gedaan.
Hij heeft daar hard aan gewerkt. De garnalenvissers hebben nu eindelijk zekerheid.
Wij horen al verhalen van garnalenvissers die weer toegang krijgen tot de bank. Er
was een prachtige rapportage bij het NOS-journaal van een garnalenvisser die weer
op zijn boot kon om op garnalen te vissen. In vele visserijgemeenschappen en vissersdorpen
gaat letterlijk de vlag uit, de BBB-vlag, zeg ik daarbij. We hebben daar foto’s van
gekregen. Ik wil de Staatssecretaris dus toch nog bedanken voor die inzet, want deze
Staatssecretaris ziet wat de onzekerheid doet met mensen in Nederland. Hoewel het
een kleine groep is, maar wel een heel essentiële groep – visserij hoort gewoon bij
de Nederlandse cultuur en tradities – heeft hij keihard voor ze gevochten. Het is
gewoon fantastisch dat dat is gebeurd. Dat wilde ik eigenlijk alleen nog even toevoegen
aan mijn inbreng uit de eerste termijn.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de Staatssecretaris.
Staatssecretaris Rummenie:
Dank u wel, voorzitter. Ik wil allereerst ingaan op wat het lid Kostić zei. Ik zie
het inderdaad niet zo zwart. Ik vind ook: wat helpt ons dat nou? Er zijn wel degelijk
resultaten van het natuurbeleid. U heeft ook de Living Planet Index gezien. We hebben
een vooruitgang van 14% in de biodiversiteit. Ik wil het verhaal nu niet te lang maken.
Eerder heb ik in verschillende brieven nuances aangebracht over met welke vogels het
beter gaat en met welke niet. Dat houdt helemaal niet in, lid Kostić, dat ik niet
zie dat er werk aan de winkel is. Maar dit land grossiert zo langzamerhand wel – als
ik dat mag zeggen – in altijd alleen maar te doen alsof alles nu alleen maar slecht
gaat. Dat is niet het geval. Maar dat houdt absoluut niet in dat ik mijn schouders
er niet echt onder zal zetten waar dat nodig is. Dat heb ik vandaag trouwens in verschillende
antwoorden al gezegd. Gezien de financiële beperking die we daarbij hebben, zetten
we ons ook duidelijk daar in waar dat het hardst nodig is.
Maar ik ben niet voor niets Staatssecretaris van Natuur. Dat wil ik bij dezen echt
even onderstrepen. Ik vond het begin van het debat ook echt niet leuk. Iedereen moet
het voor zichzelf weten om te zeggen dat ik de Staatssecretaris ben tégen natuur.
Zo zit ik er absoluut niet in. Ik wil daaraan echt toevoegen dat we ook eens goed
moeten nadenken over waar onze waarnemingen op gebaseerd zijn. Daar ben ik hard mee
aan de slag. Dat zijn bodemmetingen om eens uit de modelrealiteit te stappen, waarbij
ik ook alle drukfactoren in kaart ga brengen en niet alleen de stikstof. Ik denk dat
het uiteindelijk het herstel van de natuur alleen maar ten goede komt als je het op
alle drukfactoren aanpakt. Dus nogmaals: er is mij heel veel aan gelegen om de mooie
Nederlandse natuur – dat heb ik vandaag al een paar keer gezegd – robuuster te maken,
maar ik zie ook vooruitgang.
De voorzitter:
Ik heb de taak op mij genomen om voorzitter te zijn omdat er geen voorzitter beschikbaar
was, maar ik moet zeggen: als ik geen voorzitter was geweest, was ik nu echt wel van
mijn stokje gevallen en had ik wat vragen gesteld. Dat ga ik nu niet doen. Ik laat
het even over aan mijn collega Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dit is dus de bevestiging waar ik al bang voor was. Dit is de wetenschap in twijfel
trekken. Het rapport van de Living Planet Index zegt juist dat het slecht gaat met
de Nederlandse natuur. Dat is de eindconclusie. De Staatssecretaris kan natuurlijk
zeggen: met deze soort gaat het wel goed. Maar je moet ook erkennen dat het onder
de streep gewoon heel slecht gaat. Dat is de wetenschappelijke consensus. De Staatssecretaris
ontkent dat, betwijfelt modellen, betwijfelt wetenschappelijke conclusies, betwijfelt
alles wat we weten van de natuur van topwetenschappers. Dan kan ik er geen vertrouwen
in hebben dat deze Staatssecretaris gaat doen wat nodig is om de natuur te beschermen.
Ik hoop dat de Staatssecretaris dat begrijpt.
Staatssecretaris Rummenie:
Nee, lid Kostić, dat begrijp ik niet. U weet – om dan maar een voorbeeld van de wetenschap
te noemen, namelijk het AERIUS-model – dat zelfs het RIVM zelf heeft toegegeven dat
dit gebruik, op hexagonenniveau, totaal geen weerspiegeling is van de realiteit. Daar
heb ik het over. Waar ik naar op zoek ben en waarvoor ik ook heel veel werk ga verrichten,
is om op basis van daadwerkelijke metingen in de natuur een helder beeld te krijgen
van wat we allemaal moeten doen. Maar om dat nu om te draaien? Ja, mevrouw de voorzitter,
u zucht, maar er zijn gelukkig ook mensen die de realiteit onder ogen willen komen
en zich tegelijkertijd willen inzetten voor verbetering van de natuur. Nog langer
doorwandelen in dit land op een eendimensionaliteit die alleen maar naar de drukfactor
stikstof kijkt? Ik zou zeggen: kijk om je heen wat ons dat tot nu toe gebracht heeft.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Er wordt in dit land ook gewoon gemeten. We hebben hier ook instanties voor die ons
hierover adviseren zoals de Ecologische Autoriteit, maar we hebben ook de wetenschappelijke
rapporten. We hebben IPBES, we hebben de Living Planet Index. Er wordt in het land
ook gewoon gemeten. De natuur in Nederland staat er onder de streep gewoon slecht
voor. Zegt de Staatssecretaris dat die uitspraak niet klopt en dat hij die betwist?
Dan wil ik een brief, nog voor het tweeminutendebat, waarin hij dat wetenschappelijk
onderbouwt.
Staatssecretaris Rummenie:
Ik dacht dat ik begon met te zeggen dat ik er niet zo zwart tegen aankijk als u en
dat ik ook positieve ontwikkelingen zie. Daarmee heb ik helemaal niet ontkend – dat
heb ik trouwens al een paar keer gezegd – dat er ook veel werk aan de winkel is.
De voorzitter:
We komen er niet uit, denk ik. Ik wil mevrouw Van der Plas nu even het woord geven.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb een punt van orde, voorzitter. U bent voorzitter van deze commissie. Althans,
op dit moment bent u de voorzitter. U dient als voorzitter neutraliteit uit te stralen.
Net, in uw reactie, deed u dat niet. U zei: als ik geen voorzitter was, zou ik nu
van mijn stokje zijn gevallen en zou ik vragen stellen, maar dat doe ik nu niet. Door
die opmerking bent u gewoon niet neutraal. Ik vind dat gewoon niet ...
De voorzitter:
Dank u. Dan doe ik een ordevoorstel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, ik ben volgens mij nog steeds aan het woord ...
De voorzitter:
Ik ben nu de voorzitter. Ik geef dan graag even het voorzitterschap over aan mevrouw
Van der Plas. Dan mag zij optreden als voorzitter. Dan ga ik eventjes wat vragen stellen
aan de Staatssecretaris. Ik geef dan graag het woord aan mevrouw Van der Plas. Ik
dacht het praktisch op te lossen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee ...
De voorzitter:
Ik dacht: ik heb het hele debat niet kunnen interrumperen. Dat vind ik allemaal prima.
Dan geef ik graag het voorzitterschap over aan u en dan ga ik even zelf wat vragen
stellen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, dat doe ik graag. Dat is een normale procedure. Dat is ook wat u in eerste
instantie had kunnen doen, maar u sprak net als voorzitter op een niet-neutrale manier.
Ik vind dat gewoon niet oké. Ik vind dat niet kunnen. Dan moet u er gewoon voor kiezen
om geen voorzitter meer te zijn, als u zich dan toch niet kunt bedwingen, of er inderdaad
voor te kiezen om te willen reageren en het voorzitterschap over te geven. Ik wil
ook dat het de volgende keer niet meer gebeurt. Ik vind dat niet oké. Dat kan niet
in onze democratie. Voorzitters dienen neutraal te zijn.
Ik neem het voorzitterschap van u over en dan kunt u aan de Staatssecretaris uw vragen
stellen als Kamerlid van GroenLinks, GroenLinks-PvdA.
Voorzitter: Van der Plas
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
GroenLinks-PvdA. En, voorzitter, dit is de laatste keer dat ik deze corveetaak op
me genomen heb. Ik ben voorzitter van de commissie OCW. Daar ben ik onafhankelijk
voorzitter. Dat doe ik altijd heel neutraal. Maar ik ben hier ook Kamerlid en ik zit
hier, en de voorzitters zijn niet komen opdagen. Ik dacht dit eventjes praktisch op
te lossen. Dat wordt niet gewaardeerd, dus daarmee ga ik ook mijn beurt niet meer
weggeven. Ik heb geen enkele interruptie kunnen geven in dit debat, terwijl ik af
en toe echt op mijn stoel heb zitten wiebelen.
Dat komt omdat dit inderdaad de Staatssecretaris tegen natuur is. Hij ontkent het,
maar hij is alleen maar bezig met het bestrijden van de wolf, met het afzwakken van
natuurdoelen, met het herverdelen van Natura 2000-gebieden; het loopt me gewoon helemaal
over de schoenen van idiotie. En dan nog zeggen dat het wel prima gaat met de natuur,
terwijl we gisteren een eindeloos debat hebben gevoerd over de stikstofkwestie, die
al zes jaar duurt? Ik kan er gewoon niet bij dat iemand die een zo mooie taak toebedeeld
krijgt als Staatssecretaris voor de natuur, alleen maar bezig is met de natuur een
kopje kleiner te maken. Ik zou aan de Staatssecretaris willen vragen: heeft hij überhaupt
wel liefde voor de natuur? Waar wordt hij nou warm van?
Staatssecretaris Rummenie:
Allereerst, mevrouw Bromet, houd ik er niet van dat mensen mij woorden in de mond
leggen die ik niet heb gezegd. Ik heb niet gezegd dat het prima gaat met de natuur.
Dat is een stijl van u die u wel vaker bezigt, maar u moet ophouden met mij dingen
in de mond te leggen die ik niet heb gezegd.
Dan even terug naar mijn jeugd. Ik had hele lieve ouders en ik ben van jongs af aan
met de natuur opgegroeid. Wij woonden in Amstelveen en wij waren niet religieus, maar
wij gingen elke zondag – dat was wel grappig; de straat dacht vaak dat wij wél religieus
waren want wij reden ook op zondag weg – naar het Jac. P. Thijssepark of naar het
Amsterdamse Bos. Ik ben door mijn ouders van jongs af aan opgevoed met respect voor
de natuur.
Ik vind ook vandaag weer: wat hebben we er nou aan als we elkaar zwart of wit gaan
zitten maken? Dat geldt ook voor die garnalenvergunning: ik ben zowel Staatssecretaris
van Visserij als Staatssecretaris van Natuur. Ook bij de garnalenvergunning liggen
er honderden bladzijden ecologische onderbouwing, specifiek voor die gebieden waar
nog gevist kan worden. Ik betreur zeer – dat heb ik al een paar keer gezegd – dat
de natuurorganisaties bij de onderhandelingstafels zijn weggelopen, want we zijn nog
bezig met de toekomstvisie van de garnalenvisserij. Een onderdeel daarvan is ook dat
wij nog gaan kijken: in welke gevoelige gebieden wel en in welke niet?
Als u er genoegen in schept om mij hier steeds zwart neer te zetten als iemand die
tegen de natuur is, dan zeg ik «ga ermee door», maar ik weet zelf dat ik van jongs
af aan met heel veel respect voor de natuur ben opgegroeid. Ik ben ook niet voor niets
in Wageningen gaan studeren. Nou ja, goed; ik laat het hierbij. Ik vind niet dat ik
nog meer moet laten zien van mezelf.
U zei dat ik «alleen met de wolf bezig ben». Ik begrijp het echt niet. Als u, en ook
lid Kostić, een echt groot hart voor de natuur hebben, wat is er dan fout aan dat
ik mijn uiterste best ga doen, ook al is mijn tijd beperkt omdat we demissionair zijn
geworden? Ik weet ook dat er al veel metingen zijn verricht bij de bestaande meetpunten.
Ik ga daar ook gebruik van maken. Maar wat kan iedereen er nou tegen hebben, als je
hart hebt voor de natuur, om daadwerkelijk metingen te gaan doen om te zien hoe de
bodem zowel in bosgebieden als in natuurgebieden erbij staat? Wat is daar in godsnaam
fout aan, terwijl we al ik weet niet hoelang hebben gehoord dat zelfs het RIVM zelf
zegt dat er beperkingen zitten aan hun model?
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, ik vind het prettig als u de Staatssecretaris corrigeert als hij mij direct
aanspreekt, want we spreken hier altijd via de voorzitter. Ik vind dat onaangenaam.
Ik zal zeggen wat ik tegen die meting heb. Ik heb niks tegen metingen, maar ik denk:
we hebben een Ecologische Autoriteit, ingesteld door het vorige kabinet. Toen werd
ook gezegd: we gaan kijken hoe de daadwerkelijke staat van de natuur is, hoe de natuur
ervoor staat. Het zijn afleidingsmanoeuvres. Steeds meer onderzoek levert geen betere
natuur op, ook niet als we straks hebben ontdekt dat het met de bodem prima in orde
is. Dan weten we nog steeds dat het elk jaar slechter gaat met de grutto. Er moeten
maatregelen komen. Dan kan de Staatssecretaris in zijn jeugd prima naar het Thijssepark
zijn geweest – ik vind het daar ook prachtig – of naar het Amsterdamse Bos, maar het
gaat erom dat hij in de rol van Staatssecretaris actie had kunnen nemen en dat ik
nog geen enkele actie voor de natuur heb gezien. Dat frustreert mij. Daarom zit ik
hier ook. Ik heb helemaal niks tegen de Staatssecretaris. Ik vind het fijn dat hij
van de natuur houdt, maar ik voel me er soms machteloos over dat het elk jaar slechter
gaat met de natuur en dat er mensen aangewezen zijn zoals de Staatssecretaris en de
Minister, die bagatelliseren dat het slecht gaat met de natuur en die er gewoon helemaal
niks aan doen. Ik ben blij dat er bijna een einde aan is gekomen. Ik ben ook klaar
met dit debat.
De voorzitter:
Mevrouw Bromet, u heeft gelijk in het aanspreken met «u». Hier is het inderdaad de
regel dat we dat ofwel via de voorzitter doen ofwel zeggen «mevrouw Bromet» of «lid
Kostić». Excuus dat ik dat niet heb gecorrigeerd. Bij dezen. U bent inmiddels ook
door uw interrupties heen, denk ik, maar ik geef u het voorzitterschap terug.
Voorzitter: Bromet
De voorzitter:
Heeft de Staatssecretaris alle vragen beantwoord?
Staatssecretaris Rummenie:
Ik heb bij mijn weten alle vragen beantwoord.
De voorzitter:
Dan ga ik over tot het voorlezen van de toezeggingen. Er is een tweeminutendebat aangevraagd
door het lid Kostić. Dat wordt doorgeleid naar de Griffie plenair, alsmede het verzoek
om dat voor het zomerreces in te plannen.
De volgende toezeggingen zijn gedaan.
− De Staatssecretaris van LVVN zal de Kamer in het derde kwartaal van 2025 informeren
over de reacties op de internetconsultatie inzake de vernieuwde landelijke Natura 2000-doelen,
de eventuele tegenstrijdigheden in deze doelen die worden genoemd en de eventuele
wijzigingen die hieruit volgen. Dit is een toezegging aan mevrouw Van der Plas.
− De Kamer zal voor het zomerreces een brief ontvangen over het agrarisch natuurbeheer.
− De Kamer ontvangt voor de zomer de resultaten van het onderzoek door WUR en RVO naar
EU-fondsen en de inzet hiervan voor de wolf, inclusief LIFE.
− De Staatssecretaris van LVVN zal de Kamer op zeer korte termijn per brief informeren
over de verwerking van de reacties op de internetconsultatie inzake het ontwerpbesluit
houdende de wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Besluit
kwaliteit leefomgeving (bescherming wolf en goudjakhals). Dat is een toezegging aan
het lid Kostić.
Daarvan wil ik nog even weten wat de exacte termijn wordt.
Staatssecretaris Rummenie:
Voorzitter, ik herken de laatste toezegging niet.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is raar. Dat heeft de Staatssecretaris toegezegd: om over meerdere zaken met een
brief te komen, waarin hij reflecteert op deze zaken.
Staatssecretaris Rummenie:
Nee, het ging over een internetconsultatie van de wolf en de goudjakhals, hoorde ik
net. Dat heb ik helemaal niet toegezegd.
De voorzitter:
Ik zal de toezegging nog een keer voorlezen.
De Staatssecretaris van LVVN zal de Kamer op zeer korte termijn per brief informeren
over de verwerking van de reacties op de internetconsultatie inzake het ontwerpbesluit
houdende de wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en van het Besluit
kwaliteit leefomgeving (bescherming wolf en goudjakhals).
Kunt u aangeven wat u wel heeft toegezegd over de internetconsultatie van de wolf
en de goudjakhals?
Staatssecretaris Rummenie:
Voorzitter, ik heb toegezegd dat het als annex bij de AMvB komt. Dat heb ik toegezegd:
de oogst, zeg maar, van de internetconsultatie bij de wolf. Dat heb ik toegezegd,
bij de AMvB.
De voorzitter:
En wanneer kunnen we die verwachten?
Staatssecretaris Rummenie:
In het najaar.
De voorzitter:
Ik ga u niet het woord geven, lid Kostić, want dit is wat de Staatssecretaris toezegt
en niet iets anders. U kunt bij het tweeminutendebat moties indienen.
− De Staatssecretaris van LVVN zegt toe om voor het zomerreces de Kamer te informeren
over de voortgang van de stelselherziening faunabeheer, inclusief de uitkomsten van
de gesprekken met belanghebbenden.
− De Kamer ontvangt voor het zomerreces een brief inzake dierpopulaties.
De Staatssecretaris zal ... Lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik hoor de voorzitter zuchten. Ik snap het. Ik snap de zucht. Maar dit gaat even concreet
over de motie die is aangenomen. Daarin stond dat het slecht gaat met de populaties
van een aantal diersoorten. De motie vroeg om daar maatregelen op te nemen. Hoe gaat
de Staatssecretaris dat doen? Daar wilde ik een brief over. Dat wilde ik even concreet
stellen.
De voorzitter:
Ik zie hem knikken. De Staatssecretaris is er dus uit.
− De Staatssecretaris zal de Kamer na de zomer informeren over het onderzoek en de mogelijkheden
inzake het aanpassen van regelgeving voor het vissen op rivierkreeften door sportvissers,
en de gesprekken met diverse belanghebbenden hierover.
De vraag was nog wanneer na de zomer die brief zal komen.
Staatssecretaris Rummenie:
Ik heb toegezegd dat ik in gesprek ga en dat ik feedback daarover zal geven.
De voorzitter:
De vraag is dus wanneer die brief aan de Kamer over die gesprekken naar de Kamer gestuurd
wordt.
Staatssecretaris Rummenie:
In het najaar.
De voorzitter:
Ja, dank u wel.
− De Kamer wordt later dit jaar geïnformeerd over investeringen in natuurbrandbeheersing
en de mogelijkheden met betrekking tot beheerbranden. Dat is een toezegging aan mevrouw
Veltman.
De vraag was nog even wanneer later dit jaar. Om welke datum gaat het?
Staatssecretaris Rummenie:
Dat wordt ook dit najaar, voorzitter.
De voorzitter:
− In het derde kwartaal van 2025 zal de Kamer worden geïnformeerd over gesprekken met
terreinbeherende organisaties, de mogelijkheden inzake groene boa’s en de minimale
uitvoering van toezichts- en handhavingsactiviteiten.
− De Kamer wordt na de zomer geïnformeerd over het programma om tot een Natuurplan te
komen.
De vraag is wanneer na de zomer. Voor welke datum?
Staatssecretaris Rummenie:
Ik dacht dat ik dat al gespecificeerd had, voorzitter. Het derde kwartaal.
De voorzitter:
Derde kwartaal. Dan de laatste.
− De Staatssecretaris van LVVN zal voor het volgende commissiedebat Natuur de Kamer
informeren over het Noorse model inzake het allemansrecht als het gaat over toegang
tot de natuur. Dat is een toezegging aan mevrouw Van der Plas.
Daarmee komt deze vergadering tot een einde. Ik zal nogmaals ... O, mevrouw Veltman,
u heeft nog een vraag?
Mevrouw Veltman (VVD):
Ik mis eigenlijk een toezegging, of ik heb het niet goed begrepen. De Staatssecretaris
heeft aangegeven nog terug te komen op het expertisecentrum. Hij is in gesprek met
allerlei partijen. Ik weet niet of het een toezegging was of dat het sowieso op de
planning stond. O, het stond sowieso op de planning? Oké. Dat wordt opgericht in 2026.
Daarover heb ik vervolgens, net als over het convenant, gezegd: ik zou wat meer urgentie
willen. Ik overweeg daar in een motie wat mee te doen.
Staatssecretaris Rummenie:
Dat is begin 2026.
De voorzitter:
Maar dan is het nu een toezegging geworden? Ja. Dank u wel.
Dan wil ik nog even mijn excuses aanbieden voor het moment dat ik uit mijn rol viel.
Dat was echt bedoeld om praktisch en snel te zijn. Ik hoop dat ik de volgende keer
kan rekenen op het voorzitterschap van mijn collega’s als onze voorzitters niet komen
opdagen.
Dank aan de Staatssecretaris voor de heldere antwoorden. Dank aan het publiek op de
tribune, de ondersteuning, de Kamerleden en de griffie. Tot de volgende keer.
Sluiting 16.48 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Aardema, voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
R.P. Jansma, griffier