Verslag van een commissiedebat : Verslag van een commissiedebat, gehouden op 18 juni 2025, over zorgverzekeringsstelsel
29 689 Herziening Zorgstelsel
Nr. 1317
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 9 juli 2025
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 18 juni 2025 overleg
gevoerd met de heer Van Hijum, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Vice-Minister-President,
over:
− de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 25 juni 2024 inzake reactie op verzoek
commissie over toegangsweigering op zorgverzekeringsdata door zorgverzekering ten
gevolge van datalek (2024Z11239);
− de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 28 juni 2024 inzake reactie op het
advies Zorginstituut over VT neo-adjuvante toediening pembrolizumab bij patiënten
met hoog-risico triple-negatieve borstkanker (Kamerstuk 29 477, nr. 901);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 23 september 2024
inzake besluitvorming risicovereveningsmodel 2025 (Kamerstuk 29 689, nr. 1266);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 9 oktober 2024
inzake Nivel-rapport Onderzoek naar collectieve zorgverzekeringen (Kamerstuk 29 689, nr. 1267);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 21 oktober 2024
inzake Verzekerdenmonitor 2024 (Kamerstuk 29 689, nr. 1268);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 19 november 2024
inzake antwoorden op vragen commissie over het tijdelijk opheffen van de sluis voor
Trodelvy (Kamerstuk 29 477, nr. 908) (Kamerstuk 29 477, nr. 913);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 27 september 2024
inzake tijdelijk opheffen van de sluis voor Trodelvy (Kamerstuk 29 477, nr. 908);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 16 december 2024
inzake Nivel-rapport Kennisvraag: Kenmerken van mensen die afzien van zorg om financiële
redenen (Kamerstuk 29 689, nr. 1273);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 14 januari 2025
inzake reactie op verzoek commissie over de petitie van Dokters van de Wereld «Mondzorg
terug in het basispakket» (Kamerstuk 32 620, nr. 300);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 16 januari 2025
inzake reactie op verzoek commissie over vergoedingen van alternatieve geneeswijzen
(Kamerstuk 29 689, nr. 1276);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 21 januari 2025
inzake antwoorden op vragen commissie over de Verzekerdenmonitor 2024 (Kamerstuk
29 689, nr. 1268) (Kamerstuk 29 689, nr. 1277);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 31 januari 2025
inzake kabinetsreactie op het rapport van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
(RVS) «Met de stroom mee. Naar een duurzaam en adaptief stelsel van zorg en ondersteuning»
(Kamerstuk 31 765, nr. 900);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 12 februari 2025
inzake reactie op de motie van het lid Tielen c.s. over een onderzoek naar de wenselijkheid
van een bestuurlijke boete voor het onvoldoende invullen van de zorgplicht (Kamerstuk
36 357, nr. 19) (Kamerstuk 36 357, nr. 22);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 26 maart 2025
inzake behandeling van MRSA-dragerschap (Kamerstuk 32 793, nr. 816);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 8 april 2025 inzake
antwoorden op vragen commissie over de bezuiniging Subsidieregeling medisch noodzakelijke
zorg aan onverzekerden (Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 161) (Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 180);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 18 december 2024
inzake bezuiniging Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden (Kamerstuk
36 600 XVI, nr. 161);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 6 mei 2025 inzake
reactie op verzoek commissie over behandeling burgerinitiatief Erken Fibromyalgie
(Kamerstuk 35 826, nr. 12);
− de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 25 april
2025 inzake eindrapport Passende aanspraak fysio- en oefentherapie (Kamerstuk 31 765, nr. 916);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 22 mei 2025 inzake
wijziging basispakket Zorgverzekeringswet 2026 (Kamerstuk 29 689, nr. 1294);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 22 mei 2025 inzake
ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit zorgverzekering in verband met het
zorgpakket Zvw 2026 (Kamerstuk 29 689, nr. 1293);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 12 juni 2025 inzake
contracteer- en overstapseizoen 2024–2025 (Kamerstuk 29 689, nr. 1295);
− de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 12 juni 2025 inzake
voortgang marktonderzoek paramedische zorg (deel 1) (Kamerstuk 33 578, nr. 161).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de commissie, Mohandis
De griffier van de commissie, Esmeijer
Voorzitter: Mohandis
Griffier: Sjerp
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Bevers, Bushoff, El Abassi, De Korte,
Krul, Mohandis, Paulusma en Thiadens,
en de heer Van Hijum, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Vice-Minister-President.
Aanvang 9.30 uur.
De voorzitter:
Ik open de vergadering. Ik heet u allen welkom. We beginnen dit debat iets eerder
dan wij normaal debatten laten starten, rond de klok van tien. Het is 9.30 uur en
we gaan beginnen, anders dan normaal. Dank dat u hier bent. Waarom beginnen wij strak?
Omdat wij om exact 14.05 uur het tweeminutendebat Zorgverzekeringsstelsel hebben ingepland.
Wat wilde u zeggen, meneer Bushoff? Ja, ik weet dat er geen Minister is, maar wij
beginnen gewoon. Even heel serieus: we hebben afgelopen maandag voorzittersoverleg
gehad. Dat wil ik nog even met u delen. Daar hebben we gezegd dat de Kamer op tijd
begint. Bewindspersonen hebben zich maar gewoon te voegen naar de klok. Ik praat net
zolang door tot meneer Van Hijum een keer binnenloopt. Als dat niet gebeurt, hebben
we wel een probleem. Dan moet de heer Krul ... Nou goed, het is 9.30 uur. Ik schors
nog even één minuut en ik ga bellen. Maar ik doe dit even bewust. Wij versturen een
uitnodiging en het kabinet heeft zich daaraan te houden. Ik zeg het maar gewoon. Ik
ben een beetje klaar met dat te laat komen. Op school doen we dat ook niet, hoort
dat ook niet. Dan spreken we de kinderen er ook op aan. Ik zeg het maar gewoon. Ik
ben er een beetje klaar mee. Dat wilde ik nog even als voorzitter gezegd hebben. Ik
begrijp dat de Kamerleden heel verbaasd kijken en denken: wat ...
Meneer Van Hijum, ik heb net al geopend. U bent twee minuten te laat. Dat betekent
dat u een briefje moet gaan halen bij de heer Bosma. Welkom. We willen echt starten.
En waarom wil ik strak starten? Om 14.00 uur staat het tweeminutendebat Zorgverzekeringsstelsel
gepland. Er is geen ruimte om daarmee te schuiven, dus we moeten echt stipt om 14.00 uur
hier afronden, zodat u vijf minuten de tijd heeft om zich te verplaatsen naar de plenaire
zaal.
Ik heet u allen welkom, ook de demissionaire Minister van Volksgezondheid. For the
time being, zeg ik erbij. Goed dat u er bent. Voordat we starten nog het volgende.
Namens de Kamer zijn de volgende leden aanwezig: de heer Krul, CDA, de heer Bushoff,
GroenLinks-Partij van de Arbeid, mevrouw De Korte, NSC, de heer Thiadens, PVV, mevrouw
Paulusma, D66 en de heer Bevers van de VVD. Maximaal drie interrupties van de zijde
van de Kamer. U heeft vijf minuten spreektijd. Uw tijd gaat in, meneer Krul. U mag.
O, mevrouw Paulusma nog.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik wil een punt van orde maken. Ik wil wel enige coulance geven aan deze Minister,
die waarschijnlijk één dag Minister van VWS is. We hebben het vandaag over het zorgverzekeringsstelsel.
Dat heeft ook te maken met het AZWA en de akkoorden die gesloten moeten worden. Ik
las vandaag in Het Financieele Dagblad dat de Minister al uitspraken doet over het
eigen risico. De Kamer is niet geïnformeerd. Dat begin ik wel een beetje ingewikkeld
te vinden, ook in aanloop naar dit debat. Wellicht heeft de Minister daar een heel
plausibele verklaring voor, maar het maakt het voor ons wel lastig om te debatteren
als we wel dingen in de krant lezen maar als Kamer nog niet geïnformeerd zijn.
De voorzitter:
Goed dat u dat punt maakt, mevrouw Paulusma. Laat het ook onderdeel zijn van het debat
straks. U heeft uw punt nu gemaakt. Ik stel echt voor om nu te beginnen. Dan kan de
Minister dat ook betrekken bij zijn beantwoording. Meneer Krul, aan u het woord.
De heer Krul (CDA):
Voorzitter, dank. Welkom aan de demissionaire Minister, de vicepremier. Ik gun hem
de wereld en ik gun hem ook dat dit zijn laatste VWS-debat is. U begon het net leuk
te vinden, hoor ik.
Ik wil het hebben over de verlaging van het eigen risico, door deze coalitie gepresenteerd
als een grote overwinning. Kwetsbare mensen met een laag inkomen of met een slechte
gezondheid zouden er fors op vooruitgaan. De toegang tot de zorg zou verbeteren en
de lange wachtlijsten gingen we dan wel oplossen met triage, oftewel: zorgverleners,
zoek het maar uit. De Raad van State heeft uiteengezet wat de gevolgen zijn. De maatregel
is ongericht en sluit dus niet aan bij het doel van de regering, namelijk kwetsbare
groepen helpen. Want kwetsbare groepen gaan erop achteruit, ook omdat de tegemoetkoming
voor arbeidsongeschikten verdwijnt. De zorgpremie stijgt en het is onduidelijk of
de compenserende lastenverlichting dit überhaupt opvangt. De vorige Minister wilde
bovendien al uit deze pot graaien voor het AZWA. En tot slot: er is geen structurele
verbetering van de toegang tot zorg, want vanaf 2030 zal geïndexeerd moeten worden.
Die indexatie zal hoger uitvallen, omdat – let op – de zorgkosten harder zullen stijgen.
Daar is geen rekening mee gehouden.
Voorzitter. Het CDA heeft het al eerder gezegd en zegt het opnieuw: stop hiermee.
Hoe weegt de Minister het advies van de Raad van State? Is de Minister bereid om de
voorbereidingen voor het voorstel vandaag nog te staken? In plaats van ondoordachte
plannen voor de korte termijn zullen we moeten nadenken over de houdbaarheid en toegankelijkheid
van zorg op de lange termijn. Dat betekent juist nu aan de slag gaan. Het is noodzakelijk
om ons op de toekomst van de zorg te bezinnen. Er is al grote schaarste aan personeel
en die zal blijven toenemen. De vergrijzing zet door en de zorgvraag zal sneller gaan
stijgen. Ik was maandag nog op werkbezoek bij de spoedeisende hulp van het LUMC. Daar
zag ik opnieuw hoe het knelt. Elke afdeling heeft overbezetting. Er zijn meer bedden
gevuld dan de capaciteit eigenlijk toelaat.
Voorzitter. Eind vorig jaar nog heeft het CDA een motie ingediend, samen met heel
veel andere partijen, om een staatscommissie in te richten. Die kreeg heel veel steun.
Er is nog steeds geen concreet voorstel. De val van het kabinet bewijst dat een onafhankelijke
commissie die doorwerkt heel veel nuttig werk kan verzetten. Ik vind het eigenlijk
kwalijk dat we nu, een jaar later, nog steeds geen advies hebben. Ik zou graag een
toezegging willen van de Minister dat er voor Prinsjesdag een concreet voorstel ligt.
Dat is echt geen onmogelijke vraag.
Voorzitter. Ik sluit af met twee vragen over fysiotherapie. Dat begint een steeds
slepender en onduidelijker dossier te worden. De NZa zegt: wij zien nog geen afname
in het aantal fysiotherapeuten. Maar het AD kopte laatst nog dat het aantal fysiotherapeuten
dat het bijltje erbij neergooit snel groeit. Wie moeten we nu geloven? Er lag een
motie om voor dit debat tot een oplossing te komen voor de tarieven van fysiotherapie.
Dat is niet gelukt en dat is teleurstellend. Het definitieve onderzoek komt dit najaar,
volgens de NZa. Ik wil gewoon weten wanneer precies. Ik wil ook de garantie dat het
ministerie constructief in overleg gaat met fysiotherapeuten, zodat er in ieder geval
overeenstemming is over de cijfers en er snel een oplossing in zicht is. Tevens pleit
het CDA, net als meer partijen, voor het opvolgen van het advies van het Zorginstituut
om de eerste twintig fysiobehandelingen voor mensen met een chronische ziekte te vergoeden
uit het basispakket. Het is weer een jaar stil gebleven op dit punt, terwijl de positieve
effecten van fysiotherapie, zeker voor deze groep patiënten met een chronische ziekte,
heel duidelijk zijn. Wat gaat de Minister hiermee doen?
Voorzitter. Tot slot een heel concrete vraag over een medicijn voor achondroplasie.
Jonge kinderen met deze aandoening zouden met dit medicijn ongeveer 1,5 centimeter
per jaar kunnen groeien. In een aantal Europese landen is het verkrijgbaar, maar in
Nederland levert de fabrikant niet. Waarom niet, vraag ik de Minister. Welke oplossingen
zijn hiervoor? Kan Nederland bijvoorbeeld samen met andere landen optrekken voor een
gezamenlijk inkoopbeleid?
Voorzitter, tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Krul. We gaan naar de volgende spreker. Dat is de heer Bushoff
namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Aan u het woord.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag stond het verhaal van Nancy in de krant. Ze is helaas
100% afgekeurd. Ze mist haar werk in de kinderopvang enorm. Ze heeft nu een uitkering.
Haar inkomen is ongeveer € 1.200 per maand. Elk jaar is ze in de eerste maanden van
het nieuwe jaar € 400 kwijt aan zorgkosten. Ze kan dat niet meer ophoesten, dus neemt
ze maar een heel deel minder van de pillen die haar zijn voorgeschreven. Dan kan ze
nog wat langer met haar medicijnen doen om rond te komen. Dit verhaal staat niet op
zich; er zijn heel veel mensen die letterlijk hun pillen breken omdat ze niet rondkomen
als ze de volledige dosering zouden innemen en daarvoor zouden moeten betalen. Nog
meer mensen gaan niet eens meer naar de apotheek, omdat ze bang zijn voor de eigen
bijdrage. Tal van mensen mijden de tandarts, lopen rond met kiespijn of laten uiteindelijk
gewoon hun hele gebit trekken omdat ze bang zijn voor de rekening van de tandarts.
Voorzitter. Dit zijn de schrijnende voorbeelden van de stilstand van het kabinet van
de PVV en de VVD. Die stilstand heeft geleid tot achteruitgang voor al deze mensen
die niet de zorg krijgen die ze nodig hebben, simpelweg omdat ze het geld niet hebben.
En er zijn zat mensen in Nederland die snakken naar vooruitgang, naar een nieuwe verzorgingsstaat,
waarin je wel gewoon kunt rekenen op mondzorg als je die nodig hebt, op een huisarts
als je naar de huisarts moet, op het kunnen betalen van de medicijnen die je voorgeschreven
krijgt.
Voorzitter. Laat ik vandaag een aantal verstandige keuzes noemen om te bouwen aan
die nieuwe verzorgingsstaat. Laat ik beginnen bij het begin in het leven, namelijk
bij de kraamzorg, bij kinderen die net geboren worden. We weten in Nederland hoe ontzettend
belangrijk die eerste dagen van het leven zijn voor kinderen. Het is een groot goed
dat in Nederland veel mensen thuis kunnen bevallen met behulp van kraamzorg of in
het ziekenhuis en daarna weer snel terug naar huis kunnen. Dan houden ze geen ziekenhuisbed
bezet, wat ook nog eens heel kosteneffectief is. Toch zien en horen we – gisteren
nog – van de kraamverzorgenden dat hun beroep enorm onder druk staat, dat steeds minder
mensen kiezen voor de kraamzorg of misschien wel uitstromen omdat het gewoon niet
meer te bolwerken is. Dan hoor ik van de kraamverzorgenden dat zij nog niet eens in
gesprek kunnen met de Minister van VWS. Ik zou deze Minister dan ook willen vragen
om aan zijn opvolger in ieder geval het verzoek te doen om met deze beroepsgroep in
gesprek te gaan over de toekomstbestendigheid van hun vak, want dat is cruciaal. Dat
er goede kraamzorg is, is niet alleen belangrijk voor die eerste 1.000 dagen van kinderen,
maar is ook nog eens verstandig vanuit het oogpunt van de portemonnee van ons allemaal.
Je wilt immers niet dat mensen lang in een ziekenhuis liggen, maar dat ze kunnen rekenen
op goede kraamzorg thuis.
Voorzitter. Ik zou deze Minister ook willen vragen naar drie opties om mensen die
nu vanuit een kostenoogpunt mondzorg mijden, toch te kunnen helpen. Wat zijn de voor-
en nadelen van de optie van een generaal pardon om mensen die nu allerlei problemen
hebben en niet naar de tandarts kunnen omdat ze geen geld hebben, in ieder geval één
keer op korte termijn naar de tandarts te laten gaan? Ik ben ook benieuwd naar de
voor- en nadelen die deze Minister ziet van een aanvullende verzekering voor alleen
mensen met een klein inkomen, en naar de voor- en nadelen en de haalbaarheid van bijvoorbeeld
een regeling zoals we die ook hebben voor dak- en thuislozen, alleen dan voor mondzorg
voor mensen met een laag inkomen.
Voorzitter. Dan een andere slimme keuze die je zou kunnen maken. Het lijkt misschien
klein, maar het is wel een van de keuzes waar we naartoe moeten, bijvoorbeeld als
het gaat om passende zorg, namelijk het vergoeden van een druppelbril. Ik ben benieuwd
hoe de Minister hiertegen aankijkt. Nu is het nog zo dat mensen die oogdruppels nodig
hebben – dat zijn er heel veel, honderdduizenden in Nederland – daar vaak hulp bij
krijgen van de wijkverpleging, terwijl het veel effectiever zou zijn als mensen dat
met behulp van een druppelbril kunnen doen, die hartstikke, of relatief, goedkoop
is. Maar mensen kiezen er niet voor, omdat dit niet onderdeel is van het basispakket,
terwijl ze soms wel gratis wijkverpleging kunnen krijgen. Daarom zou het misschien
wel verstandig zijn om zo’n druppelbril op te nemen in het basispakket. Dat is mijn
vraag aan de Minister.
Voorzitter, tot slot. Nog zo’n verstandige keuze, ten aanzien van de behandeling van
de MRSA-bacterie. Deze bacterie is resistent tegen heel veel soorten antibiotica.
Dat is ontzettend gevaarlijk. De verspreiding daarvan wil je echt indammen. Toch zijn
er best wel veel mensen in Nederland die niet weten dat ze die bij zich dragen, of
er in ieder geval geen negatieve gevolgen van ondervinden. Die mensen laten zich dan
ook niet altijd behandelen, omdat het niet vergoed wordt. Ik zou de Minister willen
vragen om in kaart te brengen wat de voordelen zijn van het wel vergoeden van deze
behandeling, in het collectieve belang om zo’n antibioticaresistente bacterie tegen
te gaan.
Wat de vragen over fysiotherapie betreft sluit ik me aan bij het CDA, omwille van
de tijd.
De voorzitter:
Ik wilde al zeggen: komt u tot een afronding? En dat kwam u. Dank u wel, meneer Bushoff.
Dan kom ik bij de volgende spreker. Dat is mevrouw De Korte, namens de NSC-fractie.
Mevrouw De Korte (NSC):
Dank u wel, voorzitter. Ik hoor dat we het in deze commissie aardig met elkaar eens
zijn over de thema’s. Ik heb dus een paar overlappende thema’s, maar dat is dan juist
om te benadrukken hoe belangrijk die zijn. Allereerst, het zorgstelsel staat onder
druk en er zijn ook steeds minder zorgverleners, dus die druk wordt steeds groter.
Zonder zorgverleners geen zorg. Ook ik wil een lans breken voor de kraamverzorgenden.
We kregen gisteren een petitie van hen. Iedereen die kinderen heeft, weet hoe belangrijk
ze zijn in de eerste dagen na de geboorte. Zij signaleren vroegtijdig problemen bij
baby’s en hun moeder, wat erger kan voorkomen. Kraamverzorgenden laten weinig van
zich horen, maar gisteren deden zij dat wel. De cao voor kraamzorg is nog steeds niet
afgesloten. Mogelijk heeft dit te maken met tarieven. Kan de Minister kijken naar
de tarieven voor kraamzorg en wellicht een steuntje geven om tot goede cao-afspraken
te komen?
Ten tweede de fysiotherapeuten. Meneer Krul sprak er ook al over. We lazen gisteren
in de krant dat het tekort in Limburg oploopt. Dat zal in heel veel meer gebieden
zo zijn. In de krant stond dat fysiotherapeuten puur vertrekken vanwege het salaris
en de secundaire arbeidsvoorwaarden. Ze moeten aanvullende cursussen zelf betalen.
Er wordt geen pensioen opgebouwd en ze zitten ver onder het gemiddelde hbo-salaris.
De Minister zou kijken naar de tarieven. Wat is de stand van zaken? Klopt het dat
steeds meer fysiotherapeuten ongecontracteerd werken? Komt de solidariteit binnen
het zorgstelsel dan onder druk te staan? Zijn er meer verklaringen voor het vertrek
van fysiotherapeuten, zoals regeldruk? Wat gaat de Minister doen om fysiotherapeuten
te behouden?
Het derde punt betreft de mondzorg. Eerder hebben wij daar schriftelijke vragen over
gesteld aan de Minister. Dat was de vorige Minister, natuurlijk. Dat was naar aanleiding
van het opheffen van het College Adviserend Tandartsen, CAT. De Minister geeft aan
dat zorgverzekeraars werken aan de oprichting van een kenniscentrum om de ontstane
leemte op te vullen. Kan de Minister toelichten wat de precieze rol, functie en bevoegdheden
zullen zijn van dit kenniscentrum? In hoeverre zal het kenniscentrum bijdragen aan
een objectieve en uniforme beoordeling van aanspraken binnen de mondzorg? NSC pleit
voor het instellen van een nieuwe, onafhankelijke instantie. Een onafhankelijke instantie
zou op zorgvuldige en transparante wijze kunnen vaststellen of er een recht bestaat
op zorg vanuit het basispakket. Vervolgens kan de zorgverzekeraar de benodigde zorg
inkopen bij gecontracteerde mondzorgverleners of tegen vooraf overeengekomen tarief.
Ziet de Minister in deze aanpak een kans om te komen tot meer transparantie en duidelijkheid
voor zowel patiënten als behandelaars? Is hij bereid deze optie serieus te overwegen
en mee te nemen in verdere beleidsontwikkeling?
Ten vierde het AZWA, waar we net al iets over hoorden. Het zorgverzekeringsstelsel
staat onder druk. De vergrijzing zet door. Dat betekent meer zorgvraag en minder zorgverleners.
Het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord zou hierop inspelen. Het AZWA is in een vergevorderd
stadium. Nieuw Sociaal Contract wil dat het werk van het AZWA wordt afgemaakt. Wanneer
denkt de Minister het AZWA af te ronden, zodat we snel kunnen starten met de uitvoering?
Het laatste punt is de passende zorg. Passende zorg is ook noodzakelijk om de groei
in de zorgvraag te verminderen. Speciaal gezant Jan Kremer heeft vorig jaar een mooi
zespuntenplan opgesteld. Wij horen dat er goede stappen worden gezet, maar graag willen
wij van de Minister de stand van zaken weten. Kan de Minister in een brief de stand
van zaken geven?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Meneer Bushoff had ook zijn vinger opgestoken, maar mevrouw Paulusma was eerst.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik was wel benieuwd hoe de positie van NSC momenteel is, nu ook de Raad van State
met een vernietigend advies komt, nadat eerder alle zorgpartijen, ook de zorgverzekeraars
en eigenlijk iedereen die er verstand van heeft, kritiek hadden op de halvering van
het eigen risico. Hoe kijkt NSC hier nu tegen aan?
Mevrouw De Korte (NSC):
Die vraag had ik inderdaad verwacht. Het advies is net binnengekomen. Dat is belangrijk.
Wij luisteren altijd goed naar de Raad van State. Op zich houden wij vast aan het
hoofdlijnenakkoord, maar wij nemen aan dat de Minister hier goed naar kijkt en wij
horen ook graag hoe de Minister ernaar kijkt, want dit is nieuwe informatie. Het is
belangrijk om daarnaar te kijken. Dat is zeker reden om te kijken naar de halvering
van het eigen risico. Maar voorlopig houden we hieraan vast.
De voorzitter:
Meneer Bushoff nog? Nee? Oké, dan gaan we naar de volgende spreker: de heer Thiadens
namens de PVV.
De heer Thiadens (PVV):
Voorzitter, dank. De uitgaven voor zorg stijgen sneller dan de totale economie groeit,
zo becijferde het CBS. Vorig jaar werd er in totaal 113,5 miljard euro uitgegeven
aan zorg. Dat is 8,5 miljard euro meer dan in het jaar ervoor, een stijging van 8,1%.
Van elke euro in de Nederlandse economie gaat tien cent naar gezondheidszorg. Wat
zijn de plannen van het kabinet om deze onhoudbare situatie te kunnen blijven dragen?
Wat zijn de gevolgen voor het pakketbeheer? Recent lazen we immers het bizarre bericht
dat Zorginstituut Nederland gaat piloten met het niet-opnemen van nieuwe behandelingen
wanneer deze te arbeidsintensief of niet duurzaam zijn. Laat ik hier één ding duidelijk
maken: de effectiviteit van een behandeling moet wat de PVV-fractie betreft leidend
zijn, en niet de CO2-uitstoot. Kan de Minister de PVV-fractie geruststellen en ervoor zorgen dat de gezondheidszorg
straks niet lamgelegd wordt in een CO2-fuik, en de agrarische en de bouwsector evenmin? De antwoorden op schriftelijke vragen
van mijn collega Claassen stellen wat dat betreft bepaald niet gerust. Hoe gaat de
Minister ervoor zorgen dat deze CO2-gekte geen mensenlevens gaat kosten door bijvoorbeeld het schrappen van de meest
effectieve behandeling, die mogelijk net iets meer CO2 uitstoot dan een andere?
Voorzitter. De Raad van State benadrukt dat het zorgstelsel te ingewikkeld is. Nieuwe
behandelvormen maken het steeds beter mogelijk om behandelingen buiten het ziekenhuis
aan te bieden. De huidige wetgeving houdt daar echter nog steeds onvoldoende rekening
mee. Er is behoefte aan heldere kaders en een betere afstemming tussen zorgwetten,
zodat innovaties zoals bijvoorbeeld thuistoediening niet onnodig worden belemmerd
door onduidelijkheid over financiering en verantwoordelijkheden. Kan de Minister voor
een eenduidig beoordelingskader zorgen, zodat de onduidelijkheid tussen intra- en
extramurale zorg weggenomen wordt? Hoe gaat de Minister daarnaast innovaties zoals
thuistoediening actief stimuleren? Wat is het plan van de Minister om ervoor te zorgen
dat passende zorg niet langer wordt belemmerd door versnippering in wet- en regelgeving?
Wordt erop toegezien dat financiële zekerheid voor regionale ziekenhuizen uit de opdrachtbrief
aan de NZa wordt geïnterpreteerd als een verschuiving van financiële middelen naar
de algemene en regionale ziekenhuizen, conform de motie-Claassen op stuk nr. 927 (31 765), die bijna unaniem door deze Kamer is aangenomen en ook een positieve appreciatie
door de Minister heeft gekregen? Kan de Minister garanderen dat de aanwijzing budgetfinanciering
op tijd komt voor invoering in 2027, zoals voorgenomen, en niet wederom wordt uitgesteld?
Kan de Minister duiden wat de term «groeipad» uit het eerste deel van het NZa-advies
betekent wat betreft de aanwijzing budgetfinanciering?
Is de Minister bereid om in deze demissionaire toestand de keuzes over wat nu en wat
later te doen, aan de Kamer te laten? Dan kunnen we weloverwogen beslissen of we meerdere
keren een stelselwijziging willen. Kan worden toegezegd dat de budgetfinanciering
voor alle algemene en regionale ziekenhuizen beter uitvalt dan in de huidige situatie
en dat er niet wordt getornd aan de beschikbaarheidsbijdrage voordat er een betere
budgetfinanciering voor in de plaats is gekomen? Krijgen algemene en regionale ziekenhuizen
voor de invoering van de volumenormen genoeg tijd om orde op zaken te stellen met
behulp van de budgetfinanciering? Wanneer exact worden de volumenormen doorgevoerd?
Voorzitter. De huidige manier van zorginkoop, waarbij ziekenhuizen afzonderlijk onderhandelen
met zorgverzekeraars, leidt tot een versnipperd systeem. Dit veroorzaakt ongewenste
regionale verschillen. Wat is het plan om deze regionale verschillen aan te pakken?
Hoe wordt samenwerking boven concurrentie bevorderd? Is er een aanpassing in de wet-
en regelgeving nodig om samenwerking en gelijke toegang tot zorg beter te faciliteren?
Voorzitter, tot slot. Wat is de stand van zaken omtrent de overgenomen motie-Claassen/Wilders
op stuk nr. 1284 (29 689), die verzoekt om vanaf januari 2026 wederom restitutiepolissen aan te bieden? Hoe
staat het met de motie-Claassen/Vondeling op stuk nr. 1283 (29 689) over het laten betalen van de basispremie door Oekraïners die in Nederland werken
en loon naar Nederlandse maatstaven ontvangen? Het is hieromtrent namelijk akelig
stil.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
De heer Bushoff had als eerste zijn vinger opgestoken.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik verbaas mij toch over de bijdrage van de PVV. 37 zetels, bijna twee jaar de tijd,
onderdeel van het kabinet: ze hadden alles kunnen doen om ervoor te zorgen dat de
zorg toegankelijker wordt. En nu maakt u zich zorgen dat de focus op de CO2-uitstoot de zorg platlegt, waardoor mensen geen zorg meer zouden krijgen. Kan de
PVV naast deze rare afleidingsmanoeuvre ook één voorbeeld ... Nee, laten we zeggen
twee voorbeelden, want ze zaten met zo veel zetels in de Tweede Kamer en ze waren
onderdeel van het kabinet met PVV-minister Agema. Kan de PVV iets zeggen over wat
zij hebben bereikt, een resultaat waarmee de zorg toegankelijker is geworden voor
bijvoorbeeld mensen met een kleine beurs?
De heer Thiadens (PVV):
Dank voor deze vraag. Zoals u weet ... U kent de inzet van het kabinet, het hoofdlijnenakkoord,
het regeerprogramma en met name de inzet van de Minister als het gaat om toegankelijkheid
van zorg. Nou ja, het verlagen van het eigen risico is een hele belangrijke. Dat heb
je niet van vandaag op morgen geregeld; dat is bekend. Maar dat is wel een richting
waarin het kabinet is gegaan. Dat zorgt heel duidelijk voor een veel toegankelijkere
zorg. Daar komt de tranchering van de kosten voor specialistische hulp bij. Ik geloof
dat dat twee voorbeelden zijn en ik hoop dat meneer Bushoff daar tevreden mee is.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het is niet zozeer de vraag of ik tevreden ben met deze inzet, die nog nul resultaat
heeft opgeleverd voor mensen die de zorg gewoon niet meer kunnen betalen. Maar ik
vraag me af of mensen met een kleine beurs die niet naar de tandarts gaan en het bezoekje
aan de apotheek schrappen, tevreden zijn met dit antwoord dat we inzet hebben gepleegd,
maar nul resultaat hebben behaald. Nogmaals de vraag: noemt u mij twee resultaten.
U heeft twee jaar de tijd gehad. Noemt u dan in ieder geval één resultaat, gewoon
één concreet resultaat. Wat heeft u als PVV behaald?
De heer Thiadens (PVV):
Het is duidelijk dat het hoofdlijnenakkoord ouderenzorg en ook het AZWA op het punt
staan om afgerond en ingevoerd te worden en alle afspraken die daarin zijn gemaakt
door de veldpartijen worden opgepakt. Ik denk dat dat een hele belangrijke is. Laat
ik daarbij als kanttekening plaatsen dat ook wij als fractie kritisch zijn op de snelheid
waarmee dit kabinet aan de gang is gegaan. Met andere woorden: wat ons betreft had
dat zeker sneller gekund.
De voorzitter:
Ja. Uw laatste.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ongelofelijk. Ongelofelijk. Geen één resultaat kan er opgenoemd worden. De PVV beloofde
het afschaffen van het eigen risico en een lagere zorgpremie en mondzorg moest terugkomen
in het basispakket. En wat hebben mensen? Een hogere zorgpremie, geen lager eigen
risico en geen mondzorg in het basispakket. Nee, alleen een verwijzing naar dat de
PVV zich heeft ingezet voor een akkoord dat mogelijk komende week wordt gesloten,
nadat de PVV al uit het kabinet is gestapt. Ongelofelijk. Nul komma nul resultaat
voor mensen heeft de PVV behaald.
De heer Thiadens (PVV):
Dan heb ik wel een wedervraag voor de heer Bushoff. Zijn fractie, zijn partij, heeft
ook jaren in kabinetten gezeten. Wat heeft hij dan gedaan, wat heeft de PvdA dan gedaan
al die jaren? Ik ben blij dat dit kabinet, het huidige kabinet, in ieder geval dingen
aanpakt en ervoor zorgt dat zorg toegankelijker wordt. Dat is wat wij repareren van
alle voorgaande jaren.
De voorzitter:
Ja. Het is klaar. Het is een stukje uitlokking, want u wist dat het de laatste interruptie
was. Ik hou het dus echt zo. Het is goed over en weer gewisseld zo. Klaar. Ik geef
het woord aan mevrouw Paulusma. O, excuus. Mevrouw Paulusma heeft eerst nog een interruptie.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik had nooit gedacht dat ik het nog zou zeggen, maar wellicht hebben de PVV en D66
wel hetzelfde doel voor ogen. En als we het hebben over het behalen van resultaten,
ga ik de heer Thiadens misschien wel een cadeau geven. Dat eigen risico en het helpen
van kwetsbare mensen is wat wij gezamenlijk nastreven. Alleen gaat de maatregel zoals
die nu in het hoofdlijnenakkoord staat de meest kwetsbaren niet helpen – dat hebben
we net gehoord van de Raad van State en daarvoor ook al van een heleboel andere partijen
– en gaat die de premie laten stijgen voor alle Nederlanders. Wij hebben eerder een
voorstel ingediend om het eigen risico alleen voor mensen met een chronische aandoening
en een beperking te halveren. Daarmee helpen we die kwetsbare groep, maar stijgt de
premie voor de rest van Nederland niet. Vind ik dan de heer Thiadens aan mijn zijde
om in ieder geval dat resultaat te behalen?
De voorzitter:
Dat eigen risico, begrijp ik, hè? Even een check. De heer Thiadens.
Mevrouw Paulusma (D66):
Nu creëert de voorzitter volgens mij verwarring. Mijn voorstel, dat ik al eerder heb
ingediend en dat ik ook nu weer ga doen ...
De voorzitter:
Ik begrijp het. Helder.
Mevrouw Paulusma (D66):
... is om het eigen risico te halveren voor deze twee doelgroepen, waarmee de premie
voor niemand stijgt, maar we wel iets kunnen doen voor mensen die het moeilijk hebben
met een kleine beurs.
De voorzitter:
Goed dat u het voorstel even toelicht. De heer Thiadens.
De heer Thiadens (PVV):
Dank voor deze vraag. De premie gaat ongetwijfeld stijgen, maar daar staat tegenover
dat de zorgtoeslag voor mensen die dat nodig hebben meestijgt. Dus dat verzacht in
ieder geval die stijging voor deze mensen. Voor de rest zullen wij als u met concrete
voorstellen komt daar serieus naar kijken.
De voorzitter:
Dan gaan we naar uw inbreng, mevrouw Paulusma. Ik keek even of u nog een interruptie
wilde.
Mevrouw Paulusma (D66):
Nee, ik houd er eentje over voor de heer Bevers.
De voorzitter:
Hij is al aangekondigd. Mevrouw Paulusma namens D66. Uw tijd gaat in.
Mevrouw Paulusma (D66):
Dank u wel, voorzitter. Iedereen in Nederland moet kunnen rekenen op goede, toegankelijke
en betaalbare zorg, nu en in de toekomst. Het huidige stelsel piept en kraakt en de
Nederlandse zorg heeft doorbraken nodig. De mensen die in de zorg werken doen hun
uiterste best – ik spreek ze wekelijks – maar zij kunnen het niet alleen. Het is aan
de politiek om lef te tonen en, zeg ik ook tegen deze Minister, om keuzes te maken,
want doorgaan op dezelfde weg is geen optie meer.
Voorzitter. Een gezond Nederland begint niet in het ziekenhuis. Dat begint thuis,
op het werk, in de wijk. Preventie is dé sleutel tot een houdbaar zorgsysteem, maar
tegelijkertijd is preventie ook het stiefkind van onze zorg: nauwelijks bekostigd,
zelden beloond. D66 kiest hierin een andere koers en wil dat we structureel middelen
verschuiven van dure ziekenhuiszorg naar een sterke eerste lijn. We willen investeren
in preventie, in vaccinatieprogramma’s, gezondheidsprogramma’s, buurtklinieken, huisartsenzorg
en een effectieve schuldenaanpak. Als we nu slim investeren, kan dat op termijn een
grote besparing opleveren in de tweedelijns- en de langdurige zorg. Voorzitter. De
Minister zal er misschien een beetje aan moeten wennen. Een VWS-debat heeft altijd
vele onderwerpen.
Als we willen dat er in de toekomst voldoende handen in de zorg zijn, moeten we vandaag
investeren in de zorgprofessionals van morgen. Een cruciaal instrument hiervoor is
het stagefonds. Het afschaffen van dat fonds is domweg een hele slechte keuze die
compleet tegenstrijdig is met de doelstelling om het personeelstekort op te lossen.
Het voorkomt dat nieuwe gepassioneerde mensen aan de slag kunnen in de zorg, terwijl
we ze ontzettend hard nodig hebben. Ik hoor veel signalen van opleidingen en zorginstellingen
die het nu al erg lastig vinden om voldoende stageplekken te realiseren, mede door
administratieve lasten. D66 zegt: geef deze zorginstellingen het vertrouwen en de
middelen om voldoende stageplekken te realiseren en de verpleegkundigen van de toekomst
goed te kunnen begeleiden. Daarom wil ik nogmaals het belang van onze motie benadrukken,
die unaniem is aangenomen door de Kamer twee weken geleden. Ik vraag de Minister op
welke wijze er momenteel uitvoering wordt gegeven aan deze motie, op welke termijn
dit zal gebeuren en wanneer – het liefst zo spoedig mogelijk – de Kamer hierover wordt
geïnformeerd.
Voorzitter. Het ging er al eerder over: het recente advies van de Raad van State over
de voorgestelde halvering van het eigen risico. Die is funest, zoals wij ook al eerder
en veel vaker benoemd hebben. De maatregel is ongericht en pakt nadelig uit voor kwetsbare
groepen. Dit is onacceptabel. Ik sluit me dan ook aan bij de vragen van de heer Krul
hierover. D66 kiest voor een alternatief voor de mensen die het het hardste nodig
hebben. Wij willen het eigen risico halveren voor mensen met een chronische ziekte
of een beperking. Voor hen is het eigen risico geen prikkel meer, maar ieder jaar
een vaste kostenpost die voor velen onbetaalbaar is geworden. Door deze groep gericht
te ontzien, verbeteren we de toegankelijkheid zonder dat dit leidt tot premiestijgingen
voor elke Nederlander. Hierover zal ik wederom een motie indienen.
Voorzitter, ik zal afsluiten. De zorg van morgen vraagt om scherpe keuzes van vandaag.
Onze zorg verdient geen pleisters, maar structurele oplossingen. We kunnen het ons
niet meer veroorloven om af te wachten terwijl de druk op de zorgprofessionals oploopt
en patiënten steeds langer moeten wachten, de gezondheidsverschillen toenemen en preventie
achterblijft. Daarom kiest D66 voor een toekomstbestendig zorgsysteem waarin niet
ziekte, maar gezondheid centraal staat.
Ik heb nog heel korte vragen. Ik had al vragen gesteld over het AZWA. In het AZWA
is toegezegd dat zowel het gordelroosvaccin financiering zou krijgen als het vervolgonderzoek
voor vrouwen met dicht borstweefsel. Ik ben heel benieuwd hoe het daarmee staat. Ik
hoop dat de Minister daar vandaag een antwoord op kan geven dat recht doet aan die
toezeggingen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Mevrouw Paulusma, dank u wel. Dan komen we bij de volgende spreker, de laatste, en
dat is de heer Bevers.
De heer Bevers (VVD):
Met in ieder geval één interruptie, van mevrouw Paulusma.
Dank u, voorzitter. U had ongetwijfeld mijn collega mevrouw Tielen verwacht. Ik ook.
Dat betekent dat ik vandaag vooral uit haar werk voordraag. Zij heeft een andere baan
vanaf morgen. Het leek ons goed dat ik hier zou zitten vanochtend.
Voorzitter. Tussen alle nieuwsberichten over de zorg vergeten we het weleens, maar
Nederland heeft een van de beste zorgverzekeringsstelsels ter wereld. Iedereen betaalt
mee aan de zeer hoge kwaliteit en toegankelijkheid van zorg hier in Nederland. Van
alle zorg die mensen gebruiken, wordt meer dan 90% betaald door het collectief en
dat is een wereldrecord. En ondanks de soms oplopende wachtlijsten is de zorg voor
iedereen beschikbaar.
Er is wel een schaduwzijde en dat zijn de kosten. Het afgelopen jaar zijn de kosten
voor de zorg met meer dan 8% gestegen en dat is erg veel, zeker als je dat vergelijkt
met de economische groei, die slechts 1% was. Grote getallen, maar we hebben daar
allemaal last van. De nominale premie van de zorgverzekeringen stijgt daardoor ook.
De VVD wil die premie zo laag mogelijk houden en dus een klein en beknopt basispakket.
Toch is de regering van plan om dat pakket per volgend jaar weer verder uit te breiden.
Om de premie te beperken, wil ik in dit debat de focus leggen op twee zaken: het besparen
van hopelijk 10 miljard euro door zorgfraude aan te pakken en besparen via het basispakket.
Als eerste de zorgfraude gerelateerd aan de contractering in de zorg. Naar schatting
10 miljard euro verdwijnt in de zakken van zorgfraudeurs en criminelen. Als we de
helft daarvan zouden kunnen terughalen of voorkomen, scheelt dat € 25 premie per maand
per verzekerde. Dat is een enorm bedrag. Om dat voor elkaar te krijgen zijn meerdere
dingen nodig, te beginnen met de contractering. Een deel van de zorgaanbieders, met
name in de geestelijke gezondheidszorg en de wijkverpleging, heeft immers geen contract
met een zorgverzekeraar. De verzekeraar kan er daardoor niet op toezien of het zorggeld
goed besteed is, hoe het zit met passende zorg, met de doelmatigheid en met de bedrijfsvoering.
Toch krijgen deze zorgaanbieders gemiddeld 75% tot 100% vergoed. Juist in deze sectoren
komen zorgfraude en onrechtmatige declaraties veel voor.
De VVD snapt niet dat we dit niet veel steviger aanpakken. Geen contract is geen vergoeding.
Het is helemaal niet zo’n slecht idee om het toezicht op de aanbieders te verbeteren,
zorgfraude te voorkomen en een doelmatiger aanbod mogelijk te maken. In januari is
een motie aangenomen van VVD en NSC die verzoekt om in kaart te brengen hoe contractering
beter kan bijdragen aan passende zorg. In maart is er nog een motie van de VVD aangenomen
over de aanpak van zorgfraude door contractering. Kan de Minister vertellen wat er
met deze moties is gebeurd? Ik hoor graag op welke termijn we vervolgstappen kunnen
verwachten.
Dan een paar opmerkingen over het basispakket. Zorg die niet bewezen effectief is
of, nog erger, bewezen niet-effectief is, verdient wat de VVD betreft geen plek in
het pakket. Dat kan ik misschien makkelijk zeggen, maar de cijfers wijzen uit dat
slechts 10% van de behandelingen in het basispakket bewezen effectief is. 90% is dat
niet. Dat lijkt ons een hoop verspild zorggeld. Om allerlei interrupties te voorkomen:
ik pleit hier niet voor het uitkleden van het pakket met 90%; het gaat om een veel
kritischere houding daarop. Om de kwaliteit van zorg hoog te houden en het pakket
op te schonen is het nodig om de zorg in het basispakket met strakkere criteria te
herijken. Criteria daarbij zijn wat de VVD betreft zowel passende zorg, dus bewezen
effectiviteit, als doelmatigheid van de behandelingen. Wat zijn de plannen van de
Minister om het basispakket te herijken? Wil hij een serieus plan maken om dat in
gang te zetten?
Daarnaast vindt de VVD het ook heel normaal dat mensen, zeker als de premie omlaaggaat,
zelf een soort medicijnkastje hebben dat ze elke maand voor laten we zeggen een tientje
vullen. Relatief goedkope geneesmiddelen kunnen ook door mensen zelf worden gekocht.
Is de Minister dat met ons eens? Is hij bereid om op een rij te zetten welke geneesmiddelen
uit het pakket gehaald kunnen worden en wat dat eventueel aan premievoordeel oplevert?
In een reactie op het voorstel over de stoppen-met-rokencampagne: een behandeling
die maximaal voor 40% effectief is, is wat de VVD betreft niet effectief genoeg. De
VVD vindt het dan ook vreemd dat zelfs de tweede en de derde stoppoging nu het pakket
ingaan. Hoe bewezen effectief is dat voorstel uiteindelijk? Graag een toelichting
hierop. Bovendien zouden we het als VVD helemaal geen gek idee vinden om een eigen
bijdrage te heffen op deze programma’s. Een pakje per dag roken bijvoorbeeld kost
een roker al gauw € 400 per maand, dus stoppen levert in de eerste week al geld op.
Daar hoeven mensen die nooit begonnen zijn met roken toch niet aan mee te betalen?
Echt een omgekeerde wereld. De vraag aan de Minister is of hij bereid is om dit te
stoppen.
Voorzitter. Tot zover mijn bijdrage. Dank u wel.
De voorzitter:
Aangezien er al een soort vooraankondiging was van de interruptie van mevrouw Paulusma,
mag zij als eerste interrumperen.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik denk dat de heer Bevers ’m al voelt aankomen. Nu ook het advies van de Raad van
State binnen is, ben heel benieuwd hoe de VVD staat tegenover de maatregel uit het
hoofdlijnenakkoord om het eigen risico te halveren. En ik permitteer me nog een tweede
vraag: vind ik de VVD aan mijn zijde om gewoon een gerichte maatregel te nemen?
De heer Bevers (VVD):
Ja, daar was ik op voorbereid hoor. Het is een vanzelfsprekende vraag. Het is geen
geheim dat de VVD redelijk kritisch naar die maatregel heeft gekeken. We zijn niet
enthousiast. We hebben die maatregel ook niet verzonnen, maar we hebben wel de afspraak
gemaakt. De VVD staat voor haar handtekening en de afspraken. Zo zitten wij erin.
Mijn partij heeft in verschillende kabinetten met verschillende partijen samengewerkt.
Altijd is het uitgangspunt «afspraak is afspraak». De drie partijen die nu verdergaan
nadat een van de partijen met de sneltram naar de uitgang is gegaan, hebben afgesproken
dat ze doorgaan met de afspraken zoals die er liggen. Dat is ook nodig, want er zijn
vanuit het AZWA en het HLO een aantal zaken in gang gezet die daarmee te maken hebben.
De uitspraak van de Raad van State heb ik gezien. Die is kritisch. Ik ga ervan uit
dat het kabinet daar met een reactie op komt, maar dat is voor ons geen reden om op
dit moment het beleid te wijzigen.
De voorzitter:
Dank u wel. We wachten heel even totdat de bel die nu klinkt weer stil is. Het is
de bel die de aanvang van de plenaire vergadering aankondigt en dat betekent dat die
wat langer gaat. Degenen die dit debat op afstand volgen, vinden het heel storend
om een debat te volgen met zo’n bel. Een kleine schorsing dus.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Krul voor een interruptie.
De heer Krul (CDA):
Ik kan het verhaal van de heer Bevers eigenlijk niet echt volgen. Er zijn deze kabinetsperiode
meerdere afspraken gemaakt. Dan komt de Raad van State en torpedeert deze afspraken.
Ik heb de VVD horen zeggen: oei, dat moeten we wel heel serieus nemen. Ik vind het
dan heel kortzichtig om te zeggen: «Nee hoor, afspraak is afspraak. Prima. Ook al
zeggen alle experts, of het nou het CPB is of de Raad van State, dat het een heel
slecht plan is, we gaan gewoon door, want tja, wij zijn de VVD en wij hebben een afspraak
gemaakt.» Het lijkt mij dat de heer Bevers nu toch wel kan zeggen: oei, we zijn hiervan
geschrokken; laten we een pas op de plaats maken, want anders berokkenen we de zorg
meer schade dan we eigenlijk willen. Of zegt de heer Bevers echt: nee hoor, zolang
wij een handtekening hebben gezet, gaan we ermee door; het maakt niet uit wat de experts
zeggen en wat de adviezen zijn?
De heer Bevers (VVD):
Ik denk dat de heer Krul mijn eerste reactie niet helemaal heeft meegemaakt. Het advies
van de Raad van State is kritisch. Natuurlijk hebben wij dat ook gelezen. Dat betekent
dat wij van het kabinet een reactie daarop verwachten. Voor de rest is het inderdaad
wel zo dat zolang wij die afspraak hebben gemaakt, de drie partijen die met demissionaire
status verdergaan in dit kabinet hebben gezegd dat het hoofdlijnenakkoord zoals zij
dat ooit hebben afgesproken voorlopig de lijn is waarop zij doorgaan. Ik ... Ik raak
even in de war nu ... Dat is de lijn waarop we doorgaan. Daar zit deze afspraak ook
in. Als je met z’n drieën een afspraak maakt, houd je elkaar daaraan, tenzij je met
z’n drieën tot iets anders komt. Maar daar is op dit moment geen sprake van, dus houden
wij ons aan de afspraken zoals we die maakten, zoals u dat van ons gewend bent.
De heer Krul (CDA):
Maar de heer Bevers kan toch wel aangeven hoe de VVD dit advies van de Raad van State
beoordeelt? Dat hij zich aan een afspraak wil houden, of tijd wil kopen of een kabinetsreactie
wil, begrijp ik. Maar dit is een beetje een antwoord zoals ik de afgelopen anderhalf
jaar vaak van PVV-collega’s kreeg, namelijk «ik verwijs door naar het kabinet» of
«ik verwijs door naar het hoofdlijnenakkoord.» Hoe beoordeelt de VVD het dat de Raad
van State nu zegt dat de wachtlijsten zullen groeien, dat de zorgverleners verder
onder druk komen te staan, dat de zorgkosten zullen stijgen en dat het na 2030 als
een boemerang terugkomt omdat het dan weer geïndexeerd wordt? Ik vraag gewoon aan
de fractie van de VVD hoe zij het advies van de Raad van State beoordelen.
De heer Bevers (VVD):
De heer Krul maakt er nu wel heel erg een karikatuur van. Ik heb direct gezegd – dat
is volgens mij zelfs een publiek gegeven en niet eens een publiek geheim – dat de
VVD nooit de architect van dit plan is geweest en dat wij er kritisch over zijn, maar
dat wij er met elkaar een afspraak over hebben gemaakt in het hoofdlijnenakkoord.
Zo werkt het in Nederland; je geeft wat en je neemt wat. En een van de afspraken is
die over het eigen risico geweest. Na de val van het kabinet, nadat de PVV is vertrokken,
hebben wij als drie partijen gezegd: vooralsnog zijn de afspraken in het hoofdlijnenakkoord
voor ons de lijn waarop we ook de komende tijd verdergaan. Daar houd ik me aan. Ik
heb gezegd dat de Raad van State heel erg kritisch is. Het voorstel ligt nu bij het
kabinet. Laat het kabinet daar een reactie op geven. Maar doe niet alsof wij met een
feesthoedje op deze maatregelen hebben omarmd. Dat is niet zo, daar zijn wij altijd
duidelijk over geweest. Maar het is echt zo dat dit is zoals we het hebben afgesproken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Krul (CDA):
Ja, tot slot. Ik respecteer dat de VVD zegt: dit is een afspraak en op dit moment
is dit de afspraak dus daar staan wij voor. Maar volgens mij betekent dat niet dat
de heer Bevers niet gewoon kan aangeven waar de kritiek zit of waar hij dat advies
op beoordeelt. Ik begrijp dat dat de uitkomst niet verandert, maar ik zou hem toch
willen uitdagen om in te gaan op de kritiek. Daar hoeft hij de afspraken die hij met
zijn coalitiepartners heeft niet mee te schenden. Hoe beoordeelt hij het feit dat
de Raad van State bijvoorbeeld zegt dat deze maatregel als een boemerang terugkeert
na 2030? Of dat dit zal betekenen dat de wachtlijsten zullen groeien en de zorgkosten
zullen stijgen? Hij hoeft nu niet onder een afspraak uit, dat begrijp ik. Maar ik
wil gewoon van de VVD horen hoe zij er zelf in staan. Ik denk dat dat geen onmogelijke
vraag is.
De voorzitter:
De heer Bevers, tot slot.
De heer Bevers (VVD):
Ik zal er in tweede termijn verder op reageren, want ik moet er even een paar zaken
bij pakken als u het over de details wil hebben. Maar de realiteit is wel – en dat
zit niet in het advies van de Raad van State – dat we natuurlijk ook een aantal stappen
in gang hebben gezet. Met name het AZWA is een heel grote stap. Daarin zetten we een
aantal zaken in gang die ook effecten hebben. Het totaal is dus dat wij natuurlijk
hebben gezien dat de Raad van State kritisch is – er zitten een aantal onderdelen
in die ook al eerder bekend waren – en dat het kabinet daar een gedegen reactie op
zal moeten geven. Maar we hebben ook op basis van de afspraken een aantal vernieuwingen
in gang gezet. Die hebben ook effecten. Die elementen zullen we dus bij elkaar moeten
wegen.
De voorzitter:
Het is misschien nog even goed om te vermelden dat het desbetreffende wetsvoorstel
niet in de Kamer ligt. Het is nog een ongoing process. Klopt het dat de heer El Abassi
nog een interruptie heeft? Ja.
De heer El Abassi (DENK):
Fijn dat de VVD een partij is die haar afspraken nakomt. Maar ik snap het ook niet
helemaal. Wat was de bedoeling van het verlagen van het eigen risico, zou ik de VVD
willen vragen.
De heer Bevers (VVD):
Dat begrijp ik niet helemaal, «de bedoeling van het eigen risico.» Er zijn een aantal
uitgangspunten in het hoofdlijnenakkoord onderstreept. Met een aantal partijen hebben
we daar afspraken over gemaakt en zo zijn die uitgewerkt. De uitgangspunten zijn volgens
mij helder. Die zijn al vaker hier genoemd. Het feit dat wij uiteindelijk hebben gezegd
akkoord te gaan met die afspraken, heb ik ook al toegelicht. Dus ik begrijp niet helemaal
waar u nu naar op zoek bent, maar dat kan aan mij liggen.
De voorzitter:
Misschien kunt u het concretiseren, meneer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Ik kan denk ik het antwoord zelf wel geven. Dat is namelijk de uitleg die de partijen
er zelf aan gaven: de zorg moet toegankelijk zijn voor chronisch zieken en de zorg
moet toegankelijk zijn voor mensen met een lager inkomen. En dat is precies wat deze
maatregel niet doet volgens de Raad van State. Daarom mijn vraag aan de VVD. Het is
een maateregel die precies niet doet wat er wel beloofd wordt in het hoofdlijnenakkoord.
Is de VVD dat met mij eens?
De heer Bevers (VVD):
Nee, want ik wil het totaal. Het advies van de Raad van State is kritisch. Maar op
basis van de afspraken zijn we ook een aantal stappen gaan zetten om te proberen de
zorg veel toegankelijker te maken; ik zei het zojuist ook al. Dat doen we onder andere
in het AZWA; daar gebruiken we de financiële middelen voor. Uiteindelijk zal dat de
definitieve weging zijn. Maar dat verandert op dit moment niet het standpunt dat wij
voor die afspraak staan.
De voorzitter:
Oké, dan gaan we ... Tot slot nog kort, meneer El Abassi, er is al genoeg uitgewisseld.
De heer El Abassi (DENK):
Tot slot. Ik kan hem niet helemaal volgen en ik kan de Raad van State wel volgen.
Die zegt namelijk: kies voor een gerichte maatregel. Een gerichte maatregel betekent
dat die ten gunste komt van mensen met een lager inkomen en chronisch zieken, maar
niet van mensen met een dikker inkomen. Ik heb het vermoeden – als het niet zo is,
kan de VVD met een goed antwoord komen, denk ik – dat de VVD daar geen voorstander
van is en dus ook geen voorstander is van wat in het hoofdlijnenakkoord staat, namelijk
zorgen voor mensen met een lager inkomen en chronisch zieken. Heb ik dat goed begrepen,
zou ik de VVD willen vragen.
De heer Bevers (VVD):
De kwalificatie laat ik aan ...
De voorzitter:
Even voor de duidelijkheid. Er is een hoofdlijnenakkoord en een van de vier partijen
die dat hebben getekend, zit niet meer in het kabinet. Het is misschien goed om dat
even te duiden. De heer Bevers heeft weer het woord.
De heer Bevers (VVD):
Dan heb ik wel de behoefte om daarbij te duiden dat de drie overgebleven partijen
– dat is publiek bekend – hebben aangegeven dat zij het hoofdlijnenakkoord aanhouden
als richtlijn voor de demissionaire periode. U geeft een aantal kwalificaties aan
wat wij als VVD wel of niet zouden vinden. We hebben op basis van de wens van een
aantal partijen een hoofdlijnenakkoord gesloten. Dat lag op tafel met een aantal doelen.
Een van die doelen was inderdaad, op verzoek van een aantal partijen, om op basis
van een halvering van het eigen risico de zorg beter toegankelijk te maken voor mensen
met een laag inkomen. Daar is de VVD gewoon mee akkoord gegaan.
De voorzitter:
Tot zover.
De heer Bevers (VVD):
Dat kan dus geen probleem zijn.
De voorzitter:
Dan zijn we gekomen bij de volgende spreker. Dat is de heer El Abassi namens de DENK-fractie.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Heerlijk dat ik meteen aan de beurt ben, want dan kan ik meteen doorgaan
waar ik gebleven was, namelijk dat ik niet anders kan doen dan de conclusie trekken
dat een halvering van het eigen risico aan de ene kant maar tegelijkertijd een hogere
premie van meer dan € 200 aan de andere kant, totaal geen maatregel is die chronisch
zieken of mensen met een lager inkomen helpt, maar eerder een maatregel is die niet
de partij die dit heeft ingebracht helpt, maar wel andere partijen, die daar anders
in staan.
Voorzitter. Dit brengt mij bij mijn bijdrage. In Nederland lopen honderdduizenden
mensen rond met klachten maar zonder zorg, en dan niet omdat ze die zorg niet willen,
maar omdat ze die simpelweg niet kunnen betalen. We spreken niet meer over een zorgstelsel
maar over een afrekensysteem. We zien het jaar na jaar: de mensen mijden zorg, niet
uit gemakzucht maar uit geldzorg. Uit onderzoek blijkt dat vooral mensen met een laag
inkomen en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden vaker zorg uitstellen of helemaal
vermijden. De mensen die het het hardst nodig hebben, blijven het vaakst verstoken
van hulp. Ik vraag de Minister dan ook wat hij ervan vindt dat de hoogte van de bankrekening
bepaalt of iemand naar een arts kan gaan. Vindt de Minister het acceptabel dat mensen
ziek blijven omdat ze niet durven te betalen?
Voorzitter. Het eigen risico is daar het beste voorbeeld van, een boete op ziek zijn.
Nu € 385 per jaar en per 2027 € 165. Die zogenaamde verlaging van het eigen risico
blijkt een sigaar uit eigen doos, want de zorgpremie gaat omhoog met € 200 per jaar.
Ik ben het dan ook helemaal met de Raad van State eens. Deze maatregel is ongericht
en treft kwetsbare mensen extra hard, exact de groep die we niet willen raken en juist
moeten helpen. Wat gaat de Minister doen met dat advies van de Raad van State, zou
ik willen vragen. Waarom kiest de Minister alsnog voor een verlaging die niets structureel
oplost en zelfs schadelijk is voor mensen met een laag inkomen en chronisch zieken?
Waarom geen gerichte maatregelen die wel werken? En alsof dit allemaal niet genoeg
is, schiet de premie ondertussen door het dak. Sinds 2006 is de maandelijkse zorgpremie
gestegen van € 80 naar € 158, een stijging van 80%. In één jaar tijd zelfs € 19 erbij,
de grootste stijging in twintig jaar. En ondertussen zegt bijna de helft van de overstappers
dat ze alleen van zorgverzekeraar wisselen vanwege de kosten. Niet vanwege de zorg
zelf, maar vanwege de rekening.
Wat voor systeem hebben we gecreëerd als mensen bang zijn voor de tandartsrekening,
als mensen al jaren niet meer durven te gaan? 1,4 miljoen mensen bezoeken de tandarts
niet minstens één keer in de twee jaar en van hen blijven er zelfs 640.000 thuis puur
vanwege geldgebrek. Onacceptabel. Wanneer brengt de Minister mondzorg eindelijk terug
in het basispakket? Wanneer krijgt iedereen in dit land weer toegang tot iets basaals
als gebitszorg? Wat is er nog meer nodig dan een petitie met 330.000 handtekeningen
om de Minister in beweging te krijgen?
Voorzitter. Het huidige stelsel kraakt aan alle kanten. Zorg is geen recht, zorg is
geen luxe en het is de taak van deze Kamer om op te komen voor de mensen die buiten
de boot vallen. Het eigen risico moet volledig verdwijnen, in ieder geval voor Nederlanders
met een laag inkomen. De premie moet structureel omlaag en zeker niet omhoog. Mondzorg
hoort terug in het basispakket en aanvullende verzekeringen mogen geen drempel zijn
voor noodzakelijke zorg, want zorg is geen markt en ziek zijn is geen keuze. In een
rechtvaardig, rijk land als Nederland hoor je niemand te laten vallen omdat hij of
zij geen geld heeft.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Meneer El Abassi, dank u wel voor uw inbreng. Daarmee zijn we aan het einde gekomen
van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. We gaan straks, na de schorsing,
luisteren naar de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Minister, u wilt gelijk
goed antwoord kunnen geven op alles en niet weer verwijzen naar brieven die de Kamer
gaat krijgen. U had drie kwartier gevraagd. Laten we ergens tussenin gaan zitten,
op 40 minuten. Is 11.05 uur goed? Ik hoor dat dat het geval is. Dan schors ik de vergadering
tot 11.05 uur.
De vergadering wordt van 10.25 uur tot 11.07 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. We gaan zo beginnen met de eerste termijn van de zijde
van het kabinet. Voordat ik de demissionair Minister het woord geef, nog even de afspraak
dat we voor drie interrupties gaan en een veegronde, dus maximaal vier. Gelet op de
tijdsklem waar we mee zitten, ga ik na ieder blok interrupties toelaten. Ik wil de
Minister vragen of hij ons mee kan nemen in de blokken die ons te wachten staan. Minister
van Hijum.
Minister Van Hijum:
Dank u wel, voorzitter. Dat zal ik graag doen. Om te beginnen dank voor de ontvangst
in deze commissie, voor het eerst, en voor de gelegenheid om met u dit debat te voeren.
Het zal ook voor het laatst zijn. Nou ja, je weet het nooit, maar in ieder geval in
deze periode. Het zal voorlopig zeker voor het laatst zijn. Ik vind het wel oprecht
een genoegen om dit toch even te mogen doen. Toegankelijke, betaalbare, solidaire
zorg is natuurlijk een thema dat iedereen raakt, bezighoudt. Al is het voor een dag,
een debat, het is toch mooi om daar even een bijdrage aan te mogen leveren. Dat kan
op veel manieren. Ik zeg toch met enige trots dat ik een dochter heb die in de ouderenzorg
werkt. Aan arbeidsmarktkrapteproblemen kan je ook op die manier nog een bijdrage leveren.
De vraag van de voorzitter was: kunt u ons meenemen in de blokjes? Ik zou graag om
te beginnen iets willen zeggen over het AZWA en het eigen risico. Mevrouw Paulusma
vroeg net eigenlijk al: waarom heb je je daarover uitgelaten? Dat zal ik zo dadelijk
toelichten.
De voorzitter:
Dus het eerste blok is AZWA en eigen risico.
Minister Van Hijum:
Ja. Dan begin ik bij eigen risico en kom ik daarna bij het AZWA. Dan kom ik op het
pakket, op de mondzorg en op de contractering. En dan heb ik nog een blokje overig.
De voorzitter:
Blok twee is het pakket, blok drie mondzorg en blok vier contractering.
Minister Van Hijum:
Ja, en overig.
De voorzitter:
En blok vijf is overig.
Minister Van Hijum:
Ja, en ik zal op verzoek van de voorzitter proberen om dat doelmatig te doen.
De voorzitter:
Aan u het woord.
Minister Van Hijum:
Ik begin toch even met de vraag die meerdere leden hebben gesteld over het eigen risico
en de plannen van het kabinet op dat punt. Misschien toch even het algemene vertrekpunt
vanwaaruit we als kabinet de komende maanden, ook in discussie met de Kamer, nog tot
zaken hopen te komen. Daarbij zeg ik dat de Kamer uiteindelijk zelf bepaalt – ik geloof
zelfs vandaag – wat er controversieel wordt verklaard en wat niet. Om enige voorspelbaarheid
aan te brengen in wat u van het kabinet kunt verwachten, hebben wij met elkaar gezegd:
het hoofdlijnenakkoord staat. Waar de drie nog resterende partijen het grosso modo
over eens zijn, zetten we in principe door. Daar waar er heel exclusieve afspraken
zijn die aan, in dit geval, de PVV relateren, kunnen we daar afstand van nemen. Maar
om de voorspelbaarheid te vergroten, is het hoofdlijnenakkoord het vertrekpunt.
Dat geldt dus eigenlijk ook voor de afspraken over het eigen risico. Daar komt wel
bij dat daar natuurlijk, afgezien van het instrument dat je kiest en waar je natuurlijk
over kunt discussiëren aan de hand van adviezen van de Raad van State, ook een hele
duidelijke inhoudelijke motivering aan ten grondslag lag. Dat was de toegankelijkheid
van de zorg, het effect dat bepaalde groepen geremd worden in het zoeken van toegang
tot de zorg, zich daardoor ontmoedigd kunnen voelen, en dat het bijdraagt aan een
tweedeling in de zorg. Dat was de reden om dat in het hoofdlijnenakkoord op te nemen.
Tegelijkertijd heeft de Raad van State daar natuurlijk een aantal zaken over opgemerkt.
De logische route is dat het kabinet die uitspraak zorgvuldig gaat bestuderen en ook
gaat bekijken wat die zou moeten betekenen voor het voorstel dat er nu ligt, of aanpassing
mogelijk is of dat we op verschillende manieren tegemoet zouden kunnen komen aan kritiek
van de Raad van State. Dat is de route die wij in willen gaan zetten. We hebben niet
het voornemen om dat voorstel niet in te dienen of niet in te trekken. We willen ons
consistent blijven houden aan de afspraken in het hoofdlijnenakkoord.
Daar komt nog één argument bij om daaraan vast te houden. Dan kom ik op het punt van
het AZWA, het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. Een aantal van u heeft gezegd dat
de dekking voor dat Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord in ieder geval voor een deel
gevonden wordt in de hele financiële-afsprakenset, zeg ik maar even, rond dat eigen
risico. Dat betekent dat als wij er nu van zouden afzien of als uw Kamer het controversieel
zou verklaren, daarmee ook de financiële basis onder de afspraken van dat zorgakkoord,
dat er nog niet is, ter discussie zou komen te staan. Dat heeft ertoe geleid dat de
zorgpartijen na de val van het kabinet even een stapje terug hebben gedaan en hebben
gezegd: wij willen eerst even kijken wat er gebeurt in Den Haag, want als wij een
handtekening zetten onder het zorgakkoord en vervolgens trekt de politiek het financiële
vloerkleed onder dat akkoord vandaan, dan wordt de vraag of we nog wel op die middelen
kunnen rekenen.
Ik heb afgelopen maandag samen met de Staatssecretaris met alle partijen om tafel
gezeten om dat dilemma te bespreken. Om te beginnen is daar de vraag gesteld of er
eigenlijk wel breed draagvlak is voor het conceptonderhandelingsakkoord dat er nu
ligt. Willen jullie dit doorzetten en zijn we het daar unaniem over eens? De tweede
vraag was: als dat draagvlak er is, hoe ga je dan om met het risico ten aanzien van
de financiering? Als je immers je handtekening zet, dan betekent dat voor het kabinet
ook dat het de zekerheid kan bieden dat afspraak echt afspraak is en dat daar niet
op teruggekomen wordt. Al die partijen hebben mij laten weten dat zij graag door willen
met het akkoord, om de redenen die u allemaal heeft genoemd: het aanpakken van de
krapte op de arbeidsmarkt, afspraken over innovatie, over scholing, over preventie,
over meer aan de voorkant ook samen met gemeenten doen. Daar wil men graag mee aan
de slag. Dat geldt ook vanuit financieel oogpunt gezien. De investeringen daarin maken
natuurlijk ook het dempen van de zorgvraag mogelijk en daar gaat een financiële besparing
mee gepaard. Dan is het eigenlijk heel rationeel om daarmee door te gaan.
Dat wil ik hier ook graag in het midden leggen. Vanuit het kabinet is het gewenst
om een handtekening onder het akkoord te zetten, maar ik wil u wel vragen om zich
iets te realiseren: als uw Kamer de afspraken over het eigen risico controversieel
verklaart, leidt dat ook tot onzekerheid over of we die handtekening onder dat akkoord
wel kunnen zetten en of we de financiële verplichtingen daarvan wel na kunnen komen.
Dan moet u op z’n minst zeggen: wij realiseren ons dat en mocht het eigen risico –
onverhoopt, zeg ik vanuit het kabinet – niet doorgaan, dan zorgen we ervoor dat die
middelen op een andere manier beschikbaar worden gesteld.
De voorzitter:
Ik wilde interrupties na elk blok doen, maar de heer Krul heeft nu een vraag. Als
hij die wil stellen, ga ik dat alsnog toelaten.
De heer Krul (CDA):
De Minister stelt de Kamer eigenlijk een vraag en ik wil daarop antwoorden: ja, dat
realiseer ik mij heel goed. Ik zou hem een wedervraag willen stellen. Realiseert de
Minister zich dan ook, dit allemaal op tafel leggende, dat het natuurlijk eigenlijk
wel een gek figuur is om op deze manier zaken aan elkaar te knopen, waarmee je ook
deze fact of life, deze werkelijkheid, eigenlijk pas creëert? Je zou ook kunnen stellen
dat hij op die manier zo’n akkoord of in dit geval de Kamer een beetje gijzelt. Maar
ja, wij hebben die dingen niet aan elkaar geknoopt. Hoe beoordeelt de Minister dat
dan? Het had niet gehoeven.
Minister Van Hijum:
Nee. Daar heeft de heer Krul ook helemaal gelijk in. Ik verwijt de Kamer ook niks.
Die samenhang was onderdeel van het kabinetsbeleid. Doordat het kabinet is gevallen,
bestaat er over het ene een brede wens om ermee door te gaan en ontstaat over het
andere onzekerheid. Ik probeer daarvoor heel pragmatisch met de Kamer een oplossing
te vinden. Dat kan aan de ene kant zijn – de keuze is aan uw Kamer – om het wetsvoorstel
over het eigen risico niet controversieel te verklaren. Dat is één route, want dan
hebben we die zekerheid nog. Als u het wel controversieel verklaart, is het goed om
misschien met elkaar uit te spreken – dan moeten we daar ook als kabinet over nadenken
– dat we wel voor die handtekening willen staan en dat dus de financiële implicaties
daarvan ook gezien worden en meegenomen worden in het vervolg, in het alternatieve
plan B.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Nog even om het heel scherp te krijgen. Het klopt toch dat voor het remgeldeffect
dat zou optreden als je het eigen risico verlaagt – dan krijg je meer zorg en dus
meer kosten – een potje van ongeveer 2,3 miljard euro gereserveerd is door het kabinet
en dat daarvan een deel nu ingezet zou worden voor het AZWA? Verdwijnt dat potje geld
dat beschikbaar is voor het remgeldeffect, dan gelijk als het verlagen van het eigen
risico controversieel wordt verklaard? Dat vraag ik de Minister. Wat is nou de verknoping
die de Minister ziet? Ik bespeur die namelijk eigenlijk niet, omdat dat potje met
geld hoe dan ook beschikbaar blijft en niet in één keer zou verdwijnen.
Minister Van Hijum:
Nee, daar heeft de heer Bushoff gelijk in. Dat verdwijnt ook niet zomaar. Maar ik
loop al wat langer mee in de politiek en weet dat verschillende partijen met verschillende
brillen, verwachtingen en financiële wensen naar deze middelen kijken. Dus dat geld
blijft beschikbaar. Althans, het is nog iets ingewikkelder dan dat, want het gaat
ook over de totale middelen die je voor lastenverlichting en zo beschikbaar hebt.
Maar wat ik zeg, is dat als we met elkaar willen dat dat zorgakkoord getekend wordt,
je dat stukje misschien zou moeten afzonderen en je zou moeten zeggen: realiseer je
dat er misschien geld overblijft of andere dingen beschikbaar zijn, maar deze afspraak
staat. Dat is het enige wat ik zeg. Het is een beperkt deel, want het gaat om 200
miljoen, dacht ik, structureel van dat geld, plus twee keer 400 miljoen incidenteel,
dat beschikbaar is gesteld voor arbeidsmarkt, scholing en AI. Dat is waar je het concreet
over hebt. Ik leg dit toch in het midden. We hoeven het nu niet helemaal precies te
beantwoorden, maar we moeten het ons wel realiseren. De wens vanuit het kabinet is
nadrukkelijk: teken het akkoord, maar zorg wel dat je een betrouwbare partij kunt
zijn op het moment dat je je handtekening zet.
De voorzitter:
U mag nu interrumperen, maar we zijn nog niet aan het einde van het blokje. Wat u
wilt. We kunnen de Minister ook nog even door laten gaan. Ja? De Minister.
Minister Van Hijum:
Mevrouw Paulusma vroeg mij ook nog of wij bereid zijn om het eigen risico enkel te
verlagen voor mensen met een chronische ziekte of beperking. Ook daarvoor geldt dat
er in het verleden discussies zijn gevoerd over de moeilijkheid om precies af te bakenen
wie wel en wie niet tot die groep behoort. Ik weet dit ook zelf vanuit Sociale Zaken.
Dit zijn dingen die we nog weer kunnen bekijken, want ook de Raad van State maakt
een aantal opmerkingen over generiek versus gericht beleid. Ik denk dat we dat debat
in dat kader kunnen vervolgen.
De heer Krul vroeg nog of ik bereid ben om het te staken. Nogmaals, het ligt bij de
Kamer. Het kabinet werkt vooralsnog aan een reactie op het advies van de Raad van
State en heeft geen intentie om het wetsvoorstel niet in te dienen.
Dit is ook mijn antwoord op de heer El Abassi, die vroeg waarom we geen gerichte maatregel
nemen maar een generieke.
Voorzitter. Dan nog een aantal specifieke vragen over het AZWA. De heer Thiadens zei
dat de zorguitgaven ontzettend hard stijgen. Welke plannen heeft het kabinet om dat
tegen te gaan? Juist de akkoorden moeten daar een belangrijke bijdrage aan leveren.
Het IZA deed dat al en het ... eh ... AZWA voegt daar iets aan toe – de afkortingen
zijn voor u gesneden koek, maar voor mij nog niet altijd. Dat aanvullende zorgakkoord
levert 580 miljoen besparing op, boven op wat het IZA al had ingezet. Die akkoorden
helpen dus zeker bij het beperken van de stijging van de kosten, want dat die kosten
stijgen is natuurlijk helder.
De heer Thiadens vroeg ook of wij innovaties actief stimuleren. Dat is een belangrijk
onderdeel van de akkoorden, juist om niet alleen zorgkosten maar ook het beroep op
arbeid te verminderen via innovaties, waaronder inderdaad de thuistoediening, zoals
de heer Thiadens al aangaf.
Mevrouw De Korte vroeg wanneer we het AZWA afgerond kunnen hebben. Ik heb u net de
route geschetst. Even politiek: op het moment dat het ons zou lukken om zekerheid
over de financiële kant te verschaffen, denk ik dat mijn opvolger – het zal dus niet
deze week kunnen – vrij snel met alle partijen het zorgakkoord zou kunnen tekenen.
Mevrouw De Korte vroeg ook naar de stand van zaken aangaande passende zorg. Daarvoor
gelden de aanvullende afspraken in het AZWA. We borduren voort op de samenwerkingsarrangementen,
ook regionale samenwerking, die in het IZA al zijn opgezet. Ik kan u toezeggen dat
ik u voor het zomerreces in een brief nader zal informeren over de stand van zaken.
Ik zal daarbij nader ingaan – daar vroeg mevrouw De Korte specifiek naar – op de aanpak
van passende zorg en de zes punten van de heer Kremer.
Voorzitter. Dat waren de eerste twee blokjes.
De voorzitter:
Ja. Mevrouw Paulusma had haar vinger al opgestoken, dus zij krijgt als eerste het
woord voor een interruptie. Ik heb nog een procesmatige vraag. U had het een paar
keer over het wetsvoorstel. Heeft u enig wanneer dat wetsvoorstel naar de Kamer komt?
Minister Van Hijum:
Bedoelt u nu over het eigen risico?
De voorzitter:
Ja. Iets van een ... We praten in Q3 of Q4.
Minister Van Hijum:
Ja, het zal na de zomer zijn. Ik zou zeggen: Q3. Het nader rapport na het advies van
de Raad van State, de ministerraad en dan de Kamer. Q3, ja.
De voorzitter:
Oké, dat verheldert het.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik sluit een beetje aan op de opmerkingen van de heer Krul. Ik snap dat de Minister
dit op deze eerste dag met mooie woorden aan de Kamer probeert te verkopen, maar de
Kamer wordt op deze manier wel een beetje gegijzeld. Deze Minister kan niet zo veel
doen aan het gerommel van zijn voorganger, maar we zitten in een situatie waarin dat
AZWA niet gesloten is, er een hele hoop gedoe is en er beloftes zijn gedaan met middelen
die eigenlijk voor wat anders bedoeld waren. Ik hoor de Minister dan zeggen dat er
een inhoudelijke motivering is om het eigen risico te halveren. Die inhoudelijke motivering
is al meerdere keren en niet zomaar door de minsten van tafel geveegd. Ik snap dat
dat AZWA door moet. Daar hebben een heleboel partijen zich enorm aan gecommitteerd.
Ik denk ook dat dat een waardevolle bijdrage gaat leveren aan de zorg, maar wat de
Minister nu doet, kan niet. Iedereen, inclusief de Raad van State, heeft gezegd dat
het halveren van het eigen risico een slecht idee is. De Minister kan dan niet tegen
de Kamer zeggen: omarm dat plan, want anders komt dat AZWA er niet. Dat vind ik niet
de juiste manier van werken, ook omdat ik van een heleboel zorgpartijen weet dat ze
het halveren van het eigen risico een heel slecht idee vinden, omdat dat de toegankelijkheid
van de zorg juist belemmert. Ik hoop dus dat de Minister naar een wat andere variant
kan dan wat hij nu op tafel heeft gelegd.
Minister Van Hijum:
Volgens mij is dat ook niet wat ik op tafel heb gelegd. Ik probeer oprecht deze Kamer
op geen enkele manier te gijzelen. De heer Bushoff vroeg dat zojuist ook terecht:
stel dat het niet doorgaat, mag ik dan kiezen? Dat is een politieke keuze. Het is
een politieke keuze om het controversieel te verklaren of om te zeggen dat je het
helemaal niet wilt en dat je morgen eigenlijk een alternatief wilt. Dat staat niet
ter discussie: dat recht heeft de Kamer. Ik probeer u de consequentie daarvan te schetsen:
als u die keuze maakt, blijft u een deel van de middelen die dan vrijvallen of beschikbaar
komen voor andere dingen, koppelen aan het zorgakkoord. Dat is gewoon binnen de begroting
zoals die is. Ik vraag dus ook geen extra geld. Ik vraag niet om fundamenteel andere
keuzes. Nee, ik vraag gewoon om consistent te zijn: als we nu die keuze maken ...
Ook dat is een afweging. Ik heb tegen de zorgpartijen gezegd dat je ook zou kunnen
zeggen: doe een stap achteruit en wacht gewoon af wat een nieuw kabinet doet. Je kunt
ook een nieuw AZWA maken met andere afspraken, maar de partijen zelf zeggen dat zij
dolgraag door willen, omdat dit tegemoetkomt aan een aantal hele specifieke wensen
die zij hebben. Dat geldt overigens ook voor twee punten die u schetste, namelijk
de gordelroosvaccinatie en de borstkankerscreening. Ook dat zijn dingen die daarin
zitten. We verliezen dus heel veel tijd als we eerst de verkiezingen afwachten. Dan
moet je ook afwachten met welke partijen je dan weer welke afspraken kunt maken. Wij
denken dat de inhoudelijke basis goed is. Als de Kamer dat ook vindt, zoek ik gewoon
naar een praktische manier om dat te regelen. Dat is echt het enige wat hier voorligt.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik ben het met de Minister eens dat de inhoudelijke basis onder het AZWA goed is,
maar de inhoudelijke basis onder het voorstel om het eigen risico te halveren is niet
goed. Als de Minister op zoek is naar varianten en oplossingsmogelijkheden, zou de
oplossing dus ook kunnen zijn om dat eigen risico niet te halveren. Dan moeten we
eens kijken hoeveel geld de Minister overhoudt om nog grotere stappen te zetten in
dat AZWA.
Minister Van Hijum:
Dan komen we toch in een discussie terecht die in ieder geval vanuit mijn positie
het demissionaire karakter van het gesprek dat wij voeren wat overstijgt. Het kabinet
probeert consistent of voorspelbaar te zijn. Plat gezegd: als we het voorstel over
het eigen risico doorzetten, ontstaat het probleem niet. Dan kunnen wij morgen tekenen
en is die financiële onzekerheid er niet. Financiële onzekerheid ontstaat op het moment
dat de Kamer besluit om het voorstel controversieel te verklaren of er een hele andere
invulling aan te geven. Dan ontstaat onzekerheid. Dat is precies de reden waarom de
partijen een stapje achteruit hebben gedaan. Ik probeer te kijken of we met de Kamer
een afspraak kunnen maken door gewoon een hek om die financiële afspraken te zetten
en te zeggen: linksom of rechtsom, wat er ook gebeurt, dat akkoord gaat door, met
de daarvoor beschikbare middelen. Omgekeerd: anders gijzel je het AZWA met een politieke
discussie over het wel of niet blijven doorgaan van het halveren van het eigen risico.
Ik probeer het juist te ontvlechten. Mevrouw Paulusma kijkt alsof ze mij niet gelooft,
maar dat is oprecht wat ik probeer. Ik zou echt willen kijken of we daar stappen voor
kunnen zetten.
Mevrouw Paulusma (D66):
De blik van mevrouw Paulusma is vooral een vragende blik, namelijk: ga ik hier nog
een derde interruptie aan wijden? En dat ga ik dus niet doen!
De voorzitter:
De heer El Abassi had ook een vraag. Toch?
De heer El Abassi (DENK):
Ik wil het best geloven en ik heb overigens ook niet het gevoel dat ik gegijzeld word.
De Minister had het in zijn inleiding over toegankelijke, betaalbare en solidaire
zorg, en het voorkomen van tweedeling. Als ik de Raad van State mag citeren, dan zorgt
het halveren van het eigen risico er vooral voor dat het problematisch wordt voor
kwetsbare groepen als mensen met een laag inkomen, lage gezondheidsvaardigheden en
een slechte gezondheid. Toen ik deze vraag aan de collega’s stelde, werd het niet
helemaal helder. Daarom vraag ik de Staatssecretaris nu: wat lossen we nou op met
het halveren van het eigen risico als we tegelijkertijd de premie met € 200 verhogen?
Minister Van Hijum:
Ik aarzel even. Ik ben op zich bereid om hierover een inhoudelijke discussie te voeren,
maar volgens mij kunnen we beter een procedurele afspraak maken. Ik heb toegezegd
dat wij naar de kritiek van de Raad van State zullen kijken en wij zijn natuurlijk
ook niet ongevoelig voor de dingen die zij opbrengen. Daar zullen we het na het nader
rapport natuurlijk over hebben met de Kamer in het debat dat daaruit voortvloeit.
Ik zeg alleen dat het in die zin niet helemaal zwart-wit is. De bedoeling van het
voorstel is natuurlijk om met de drempel, die het eigen risico is, en de tranchering
iets aan de toegankelijkheid van de zorg te doen. Er wordt verder ook terecht gewezen
op het effect van premiestijging, maar er ligt ook een voorstel om dat te compenseren
met lastenverlichting. Je moet dan naar de totale plaat kijken om te bepalen wat je
daarvan vindt.
Nogmaals, wij zullen echt serieus kijken naar wat de Raad van State opmerkt en adviseert.
Vervolgens zullen we dat ook met de Kamer delen.
De heer El Abassi (DENK):
Dat hoeft niet. Ik heb hier al voor de Minister naar gekeken en de Raad van State
zegt dus «niet doen». De Raad van State zegt: als je specifiek die doelgroepen wil
helpen, kom dan ook met een specifieke maatregel. Als het aan mij zou liggen, pakten
we ’m zelfs breder. Maar dan komen we in een andere discussie terecht, namelijk de
discussie over waar we het geld vandaan zouden moeten halen. Daar zou ik ook opties
voor kunnen noemen, maar die discussie wil ik nu vermijden.
Ik zou de Staatssecretaris willen vragen hoe hij invulling wil geven aan het halveren
van het eigen risico. En dan moet het dus neerkomen op een daadwerkelijke halvering,
want dat leidt namelijk tot die toegankelijke, betaalbare en solidaire zorg. We voorkomen
daarmee tweedeling en dat is dus wat de Staatssecretaris – de Minister! – ook aangaf
in zijn inleiding.
Minister Van Hijum:
De Raad van State zegt niet zozeer «niet doen». Het is een kritisch advies, dictum
c, omdat ze vinden dat we het beter moeten motiveren. Ik denk dat daar wel een belangrijke
opgave ligt; laat ik me maar voorzichtig uitdrukken. Maar dat is wel de opdracht.
Nogmaals, ik denk niet dat ik hierover van mening verschil met de heer El Abassi.
Andere leden van uw Kamer vinden dat ook en daarover verschillen we dus niet van mening.
Het gaat natuurlijk over het middel, de middelen, die je daarvoor hebt en over de
keuzes die je maakt, want dat moeten wel goede keuzes zijn.
Het vergt een bredere politieke afweging. De Kamer moet die afweging maken, maar uiteindelijk
moeten we die ook binnen het kabinet maken. Ik zeg nu alleen wel: vooralsnog zijn
wij niet voornemens het voorstel in te trekken. We zien het vooral als onze opdracht
om de motivering te verbeteren en die opdracht gaan we nu eerst ter hand nemen.
De voorzitter:
Dit wordt wel uw laatste interruptie, meneer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Hier hebben we toch helemaal geen advies van de Raad van State voor nodig? Het wordt
zo toch zeker onnodig ingewikkeld gemaakt? Er is beloofd dat we het eigen risico voor
de Nederlanders gaan halveren met € 165. Dat is iets waar niet elke Nederlander aan
gebonden is, want het raakt alleen de mensen die ook daadwerkelijk gebruikmaken van
het eigen risico. Vervolgens gaan we diezelfde Nederlanders voor € 200 belasten! Maar
daar zijn ze dus altijd aan gebonden, ongeacht of ze gebruikmaken van het eigen risico
of niet. Dan is het toch zeker een maatregel die duurder is voor de Nederlanders en
duurder voor de zwakken? Dat is wat ik nu al kan constateren. Dat is helemaal niet
moeilijk en daar hebben we de Raad van State niet eens voor nodig.
Minister Van Hijum:
Dan rekent de heer El Abassi de middelen niet mee die beschikbaar zijn gesteld om
de lasten van mensen te verlagen. Daarmee worden zij in staat gesteld om die premiestijging
te betalen. Je moet daarvoor dus naar het totale inkomenseffect kijken. En dat is
het totale plan dat nu voorligt. En nogmaals: ik kom niet aan het gegeven dat u daar
een andere afweging in mag maken. Maar ik zie wel huiswerk voor de regering om een
aantal dingen scherper te onderbouwen. Dat zullen wij in het nadere rapport doen.
De voorzitter:
Daarover gesproken: kunt u enige indicatie geven van wanneer het kabinet met de reactie
op het advies van de Raad van State komt? Is daar al iets over te zeggen?
Minister Van Hijum:
Als wij in Q3 het wetsvoorstel naar de Kamer sturen, dan komt dat nadere rapport er
ook. Dat zal na de zomer zijn, in het derde kwartaal.
De voorzitter:
Het wetsvoorstel en de reactie komen dus beide in Q3, na de zomer. Zo heb ik het nu
genoteerd. Dan weten we dat ook. Dank u wel. Ik zag net trouwens nog een ander handje.
Het eerste blok hebben we nu afgerond. Zijn er nog andere interrupties op blok één?
Nee. Dan gaan we naar blok twee, over het pakket. Het woord is aan de Minister.
Minister Van Hijum:
Dan begin ik met de vraag van mevrouw Paulusma. Zij deed de suggestie om structureel
middelen te verschuiven van dure curatieve zorg naar preventie. Ik moet aangeven dat
dit in principe aan een volgend kabinet is. Wel geeft zij volgens mij terecht aan
dat je met preventie veel kosten aan de achterkant kunt voorkomen. Staatssecretaris
Karremans heeft net nog een brief over preventie naar de Kamer gestuurd. Daar staat
de toezegging in om voor het einde van dit jaar meer duidelijkheid te geven over de
voor- en nadelen van verschillende financieringsopties voor preventieve maatregelen
en over een structureel budget op de begroting van VWS. Dan gaat het om het idee om
iets automatisch op te nemen in het aanbod als de Gezondheidsraad een positief advies
heeft gegeven; die bekostiging gebeurt via een begrotingsfonds. Dat zijn zaken die
in het najaar aan de orde zullen komen.
Zij vroeg ook nog of er in het AZWA afspraken staan over gordelroosvaccinaties en
borstkankerscreenings; dat heb ik net bevestigd. Dat is het geval.
Meneer Bevers vroeg of ik kon reageren op de stelling dat het de omgekeerde wereld
is dat alle Nederlanders moeten meebetalen als het gaat om stoppen met roken. Dat
is natuurlijk een interessante discussie, die ook raakt aan de vraag of preventie
helpt. We beschouwen roken als een verslaving en daarmee als een ziekte. Daarom worden
stoppen-met-roken-programma’s vergoed vanuit het basispakket. Stoppen met roken blijkt
nu eenmaal het vaakst te slagen met begeleiding. Deze worden in het veld dan ook gezien
als iets effectiefs, waardoor ik ze niet wil aanpassen. Ze beperken bovendien de zorgkosten
verderop in de keten. Denk aan longaandoeningen en kanker. Dat is ook de afweging
die nadrukkelijk in het veld wordt gemaakt. Maar het antwoord op de vraag of er hierbij
ook een individuele verantwoordelijkheid van mensen aan de orde is, is ja; die is
natuurlijk ook aan de orde. Die discussie zul je moeten blijven voeren.
Ik heb ook al aangegeven dat de behandeling voor het stoppen met roken door het veld
effectief wordt gevonden.
De heer Bevers vroeg nog of ik vind dat mensen een deel van de goedkope medicijnen
ook zelf zouden kunnen aanschaffen. In principe vind ik dat niet. Althans, uiteindelijk
besluit het Zorginstituut daartoe, ook op basis van het bredere afwegingskader. Prijs
is daarbij een van de afwegingen, maar niet de enige. Dat is de essentie.
Er is aan mij gevraagd of ik op een rij kan zetten welke geneesmiddelen er uit het
pakket gehaald kunnen worden en wat dat aan premievoordelen zou opleveren. Dat wil
ik zeker niet doen zonder dat daar een advies van het Zorginstituut bij komt. Het
risico is anders dat er te makkelijk wordt gekeken naar de kortetermijnopbrengsten
als gevolg van het schrappen van een vergoeding, waardoor we onszelf rijk rekenen,
terwijl het om te beginnen al niet duidelijk is of dat schrappen volgens het Zorginstituut
wel passend is volgens de kaders die daarvoor gelden, en of daar geen negatieve gevolgen
voor de lange termijn aan vastzitten. Dat overzicht kan ik u dus niet verschaffen.
De heer Thiadens vroeg nog of er sprake is van «CO2-gekte». Ik kan daar kort «nee» op antwoorden. Het is wel zo dat we ook kijken naar
de maatschappelijke opgaven rondom arbeidsinzet en duurzaamheid. Dan gaat het niet
alleen over CO2, maar ook over materialen en over materiaalbesparing; daar kan ook een kostenaspect
aan zitten, zeg ik nog maar even. Denk ook aan de circulaire economie. Wij willen
wel kennis en ervaring opdoen als het gaat om wat die criteria in de praktijk betekenen.
Dat wil ik eerst doen, voordat ik daar verdere besluiten over neem.
Meneer Bevers vroeg mij nog wat de plannen zijn als het gaat om het toetsen van het
pakket op effectiviteit en het herijken van het basispakket met strakkere criteria.
Ik heb u daar trouwens net een brief over gestuurd, op 12 juni. Ik neem aan dat de
heer Bevers die heeft gezien. Ik wil het idee ontkrachten – ik weet niet of hij dat
nou zei, of dat het een suggestie was – dat 90% niet bewezen is. Ik ga nog even door
op dat voorbeeld dat net gegeven werd. Als iemand een been breekt, dan weten we dat
het een effectieve behandeling is om dat in het gips te zetten, maar dat is niet een
bewezen maatregel. Er zit dus een hele categorie tussen die je dan niet in beeld hebt.
Dat zeg ik in antwoord daarop.
De heer Krul vroeg naar jonge kinderen met achondroplasie. Het is een serieus probleem
om dat medicijn via de fabrikant beschikbaar te krijgen. Ik begrijp heel goed wat
de frustratie van ouders daarbij is. Dat medicijn biedt namelijk perspectief. We lopen
daarbij tegen de wat formele reden aan dat het Zorginstituut pas een beoordeling kan
starten als de firma haar vergoedingsdossier heeft ingediend en dat we wat betreft
de gezamenlijke Europese beoordeling afhankelijk zijn van de bereidheid van die firma.
Ik heb wel even gevraagd wat we daar verder aan kunnen doen. Er is ook echt contact
met de firma. Wij zeggen ook toe dat wij voor het reces, voor de zomer, nader overleg
met die firma gaan voeren om te kijken of we toch iets kunnen bevorderen of helpen
versnellen. Ik denk namelijk dat hij hier terecht naar vraagt.
De heer Bushoff vroeg mij nog of ik kan toezeggen dat de druppelbril in het basispakket
wordt opgenomen. Ik denk dat hij hier terecht aandacht voor vraagt. Dit is een veelbelovend
hulpmiddel dat potentieel heeft wat betreft arbeidsbesparing. Ook het Zorginstituut
ziet de druppelbril als een passende zorgpraktijk. Maar het basispakket kent op dit
moment nog geen mogelijkheid tot aanspraak op de druppelbril. Ik ben in gesprek met
het Zorginstituut en met veldpartijen om te bekijken hoe die bril onderdeel kan worden
van de reguliere zorg, onder andere door mogelijke opname in de Pakketagenda passende
zorg 2026–2028 van het Zorginstituut. Ook daarin zetten we dus de nodige stappen.
Dat was blokje twee.
De voorzitter:
Dank u wel. We zijn aan het einde van dit blok gekomen. Mevrouw Paulusma, wilde u
nog interrumperen? Het hoeft niet. U kunt ook nog even wachten. Dan eerst de heer
Krul. Ik hoor dat dat zonde van de interruptie zou zijn, maar niet alle vragen tel
ik mee als interruptie. Als de vraag is wanneer we een brief, een terugkoppeling et
cetera krijgen, tel ik die niet mee. Meneer Krul?
Minister Van Hijum:
De heer Krul vroeg buiten de microfoon nog naar die achondroplasie. Voor het zomerreces
laten wij de stand van zaken weten wat betreft dit onderwerp.
De voorzitter:
Dan noteren we die even. Dat is wel handig. De heer Krul kan u even ondersteunen.
Dan kom ik eerst bij de heer Thiadens en dan bij mevrouw Paulusma.
De heer Thiadens (PVV):
Goed om van de Minister te horen dat de CO2-gekte niet is toegeslagen op het ministerie. Tegelijkertijd lees ik het volgende
in de schriftelijke beantwoording van gisteren van de Minister op vragen: bij de beoordeling
van medicijnen is duurzaamheid soms belangrijker dan effectiviteit van medicijnen
of behandelingen. Het kan soms zo zijn dat een nieuwe behandeling beter werkt dan
een bestaande, maar niet wordt geadopteerd omdat deze minder duurzaam is. Dat baart
mij zorgen. De Minister zegt vandaag eigenlijk iets anders, namelijk dat de CO2-gekte niet is toegeslagen. Maar als ik kijk naar de beantwoording van die vragen
van gisteren, dan zie ik dat hij wel een slag om de arm houdt en de mogelijkheid openhoudt
om eventuele betere medicaties of behandelingen niet te adopteren als die minder duurzaam
zouden zijn. Kan de Minister daarop reflecteren?
Minister Van Hijum:
De effectiviteit van de behandeling blijft altijd vooropstaan. Als er sprake is van
gelijkwaardige effectiviteit, kan het zo zijn dat argumenten zoals duurzaamheid en
arbeidsbesparing additioneel zijn. Maar die zijn wel degelijk maatschappelijk relevant.
Je moet de impact op die maatschappelijke opgaven wel kennen om die te kunnen meewegen.
We zijn bezig om dat in beeld te brengen en te kijken of je dat in een afwegingskader
kunt betrekken. Het kabinet is van mening dat het wel degelijk belangrijk is om ook
vanuit deze sector een bijdrage aan die opgaven te leveren; ik noemde net ook al even
het effect op materialen.
De heer Thiadens (PVV):
Dan markeer ik dit antwoord van de Minister en laten we de schriftelijke beantwoording
maar voor wat die is.
De voorzitter:
Die tel ik even niet mee. Dat was een soort afconcludering. Mevrouw Paulusma, had
u nog een verhelderende vraag?
Mevrouw Paulusma (D66):
Ja. Ik hoorde de Minister zeggen: zaken als gordelroos en de MRI voor mensen met dicht
borstweefsel zijn geregeld; dit is even in mijn woorden samengevat. Wat is er geregeld?
Minister Van Hijum:
Die zaken zijn geregeld in die zin dat er in het AZWA afspraken over zijn gemaakt,
waardoor er ook financiële middelen zijn gereserveerd voor het uitvoeren van die aandachtspunten.
Ik zie wel staan dat voor de borstkankerscreening voor vrouwen met zeer dicht borstweefsel
geldt dat we ook nog wachten op resultaten van de uitvoeringstoets door het RIVM van
na de zomer. Maar dat laat onverlet dat deze afspraken wel in dat AZWA staan – nogmaals,
dat staat in potlood – en dat daar met het veld overeenstemming over is bereikt. Maar
ja, daar staat nog geen handtekening onder. In die zin is het nog niet geregeld.
De voorzitter:
Oké. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit blok. Dan gaan we naar het volgende
blok. Blok drie gaat over mondzorg.
Minister Van Hijum:
Ja. Dit was eigenlijk een vraag vanuit alle fracties. O nee, die kwam vanuit bijna
alle fracties. Laat ik zeggen dat ik de wens begrijp om de aanspraak op mondzorg uit
te breiden. De Kamer is eerder geïnformeerd over het feit dat het Zorginstituut nog
bezig is met een adviestraject en dat uitbreidingen van het basispakket wel een impact
zullen hebben op de zorgkosten en de sector. Ik kan niet vooruitlopen op de uitkomsten
daarvan. Het totale advies is pas eind 2028 gereed. Waar mogelijk worden de tussentijdse
resultaten gedeeld met de Kamer. Uiteindelijk is besluitvorming aan een volgend kabinet.
De heer Bushoff vroeg nog hoe ik naar de volgende oplossingen kijk: regelingen of
een aanvullende verzekering voor minima of een generaal pardon. Hij vroeg: zijn er
niet bepaalde dingen die je kunt doen om in ieder geval die problematiek, het feit
dat zo’n 640.000 mensen het geld niet hebben om naar de tandarts te gaan, aan te pakken?
Die cijfers hebben wij ook gedeeld. Ik ben het er zeer mee eens dat dat zorgelijk
is. Vanuit het ministerie brengen wij op dit moment de opties voor generieke en specifieke
maatregelen wat betreft de toegang voor minima in kaart. Ook daarvoor geldt dat besluitvorming
aan een volgend kabinet is en dat ik – maar dat kan dan ook mijn opvolger zijn – u
in het najaar van informatie zou kunnen voorzien. Hierover vinden ook gesprekken plaats
met de mondzorgsector en met verzekeraars.
Maar ik kan me ook het volgende voorstellen. Dit is een discussie die veel fracties
en partijen bezighoudt. Ik wil bekijken of wij de technische informatie hierover eerder
met de Kamer kunnen delen. Er zal hier namelijk op een gegeven moment een afweging
over worden gemaakt. Daar werd net nog even over gesproken. Ook als je er in financiële
zin naar kijkt, is er een verhaal te houden wat betreft het idee dat het misschien
wel een verstandige maatregel is om aan de voorkant meer te investeren, om zo aan
de achterkant gezondheidswinst te boeken en kosten te besparen. Maar als je dat wil
doen, moet je een sprong maken en eerst investeren, want die besparing komt pas later.
Dat goede gesprek moet toch een keer gevoerd worden. Je kunt natuurlijk ook bekijken
wat je in de tussentijd zou kunnen doen om in een aantal gerichte gevallen te helpen
om de problematiek op te lossen.
Ik moet zeggen dat ik heel positief en eigenlijk ook wel verrast was over wat er via
gemeentepolissen specifiek al in verschillende gemeenten wordt gedaan. Dat motiveert
mij om hier straks bij SZW mee door te gaan. Ik zou ook willen kijken hoe je met de
ideeën die er leven over proactieve dienstverlening – mensen wijzen op rechten en
voorzieningen die er zijn en waar ze recht op hebben – ook het niet-gebruik van dit
soort mogelijkheden kunt terugdringen en kijken of je op die manier ook iets aan de
problematiek zou kunnen doen.
Kortom, de fundamentele keuze zal echt in een volgende periode gemaakt moeten worden.
We doen wat we kunnen om de toegang op een aantal manieren te versterken voor minima,
voor de mensen die echt ontmoedigd worden of hier geen gebruik van kunnen maken. We
zijn bereid om via een technische briefing of anderszins informatie over de verschillende
varianten eerder dan het najaar met de Kamer te delen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het klopt dat er via sommige gemeenten al hele goede initiatieven lopen om mensen
met weinig geld te helpen aan de noodzakelijke mondzorg. In bijvoorbeeld mijn eigen
gemeente, Groningen, wordt dat geregeld. Maar het probleem is natuurlijk dat ook de
gemeenten niet een heel florissant financieel vooruitzicht hebben. Het is dan ook
niet in alle gemeenten mogelijk om daarop in te springen. Daarom is het wel zinvol
om ook vanuit de landelijke overheid te kijken wat we kunnen doen om mensen die dat
echt nodig hebben en die een kleine beurs hebben, mondzorg te bieden. Ik zou heel
graag de technische informatie over die verschillende varianten, die ik eerder ook
noemde, naar de Kamer willen krijgen en ik verzoek om dat in een brief te doen. Ik
ben benieuwd op welke termijn dat zou kunnen. Het gaat dan om de technische aspecten
van de verschillende varianten die ik eerder noemde.
Minister Van Hijum:
Als u dat schriftelijk zou willen hebben, dan zouden we dat in september kunnen doen.
Mijn idee was dat u het misschien eerder zou willen hebben en dat een technische briefing
dan handiger is. Dan kan er informatie gedeeld en gevraagd worden. Maar dat is uiteraard
aan de Kamer.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dat is dan inderdaad aan de Kamer. Het is fijn als we te horen krijgen op welke termijn
dat dan zou kunnen. Dat hoeft niet nu, maar het is voor de planning wel makkelijk
als we dat op een gegeven moment medegedeeld krijgen.
De voorzitter:
Ik hoor dat best vaak vanuit de Kamer. In deze commissie is het altijd heel gebruikelijk
om er iets van een termijn, een wanneer, aan te hangen. Het hoeft niet een exacte
datum te zijn, maar dat helpt enorm.
Minister Van Hijum:
Het kan op heel korte termijn; het kan echt voor de zomer. Er is bereidheid om de
informatie te delen, zodat fracties daar hun voordeel mee kunnen doen.
De voorzitter:
Wat mij betreft komt het er gewoon elke keer bij als er iets wordt toegezegd. Dan
helpt een wanneer. De Minister gaat verder met zijn beantwoording.
Minister Van Hijum:
Ik wilde nog iets zeggen, maar ik weet het nu niet meer.
Mevrouw De Korte vroeg mij om een toelichting op de rol, functie en bevoegdheden van
het kenniscentrum dat ter vervanging van het College Adviserend Tandartsen wordt ingesteld.
Binnen dat kenniscentrum wordt, samen met tandartsen en zorgverzekeraars, gewerkt
aan de doorontwikkeling van de toetsingsrichtlijnen ten behoeve van een uniforme beoordeling,
scholing en casuïstiek. Dat is vergelijkbaar met kenniscentra die al bestaan voor
andere sectoren, zoals de huisartsen en de wijkverpleging. Het kenniscentrum zelf
heeft geen bevoegdheden. Adviserend tandartsen voeren hun taken uit voor de verzekeraar,
die over de vergoeding van een aanvraag besluit. Adviserend tandartsen zijn allemaal
BIG-geregistreerd en ook gebonden aan een professioneel statuut. In dat statuut is
onder meer de professionele autonomie en verantwoordelijkheid van de adviserend tandarts
opgenomen. Door de samenwerking in het kenniscentrum kunnen adviserend tandartsen
hun eigen kennis en kunde op peil houden. En het kenniscentrum draagt bij aan een
goede beoordeling van zorginhoudelijke aspecten van een aanvraag voor vergoeding.
Zo leer ik zelf ook veel.
Mevrouw De Korte vroeg ook nog naar de onafhankelijke instantie voor mondzorg. De
onafhankelijke instantie overweegt voor de duidelijkheid de transparantie bij de beoordeling
van aanvragen. Dat past niet helemaal bij het karakter van de Zorgverzekeringswet,
omdat die rol daarin is belegd bij de zorgverzekeraar. Die kijkt aan de ene kant naar
het recht op vergoeding en aan de andere kant naar kwaliteitseisen en doelmatigheid.
Ik snap de achtergrond van de vraag wel: je zou willen voorkomen dat mensen alleen
maar om reden van bijvoorbeeld doelmatigheid hun recht niet halen. Tegelijkertijd
is doelmatigheid, prijs, de hoogte van de premie, ook in het belang van diezelfde
patiënt. De manier waarop dit is geregeld in het zorgstelsel is dat de verzekeraars
hun rol kunnen pakken en dat er toezicht is van de Nederlandse Zorgautoriteit. Op
die manier wordt de balans bewaakt.
Voorzitter. Dat waren mijn antwoorden op de vragen over mondzorg. Dan kom ik nu bij
het blokje over contractering.
De heer Bevers vroeg mij om te reageren op de stelling «geen contract, geen vergoeding.»
Verzekerden hebben op basis van de Zorgverzekeringswet recht op zorg die gecontracteerd
is, dan wel recht op vergoeding als zij gebruikmaken van een niet-gecontracteerde
aanbieder. Die vergoeding ligt dan wel lager dan bij de gecontracteerde zorg, maar
mag volgens het wettelijk kader geen hinderpaal vormen. Het is wenselijk dat ook zorgaanbieders
die niet gecontracteerd zijn, wel een bijdrage leveren om de zorg toegankelijk te
houden, dat zorgfraude wordt voorkomen en dat de zorg doelmatig wordt geleverd. Ook
hier kan ik melden dat er afspraken in het AZWA worden voorbereid die bijdragen aan
deze doelen.
De heer Thiadens vroeg mij of behandelingen buiten het ziekenhuis zoals thuistoediening
worden belemmerd doordat zorgwetten niet goed op elkaar aansluiten. Dat zij niet goed
op elkaar aansluiten, is denk ik wel een feit. Daardoor worden inderdaad innovatieve
interventies zoals thuistoediening mogelijk belemmerd. Ik werk daarom aan een verkenning
waarin we bekijken hoe de zorgwetten beter op elkaar kunnen worden afgestemd. Daar
waar doorrekeningen aantonen dat het goedkoper en efficiënter kan, kijken we ook of
zorgwetten aangepast moeten worden of samengevoegd moeten worden.
De heer Bevers stelde mij een vraag over de aanpak van zorgfraude door contractering.
Ik kan u aangeven dat er voor de zomer een verzamelbrief komt over de uitwerking van
de motie.
De heer Thiadens vraagt: wordt er niet getornd aan de beschikbaarheidsbijdrage voordat
er een betere budgetfinanciering is? Het gaat daarbij over spoedeisende eerste hulp.
Op dit moment krijgen de SEH’s die gevoelig zijn voor de 45 minutennorm én niet genoeg
opbrengsten uit de reguliere tarieven hebben een aanvulling uit de beschikbaarheidsbijdrage.
Bij invoering van de budgetbekostiging zal die bijdrage komen te vervallen. Tegelijkertijd
komt er met de invoering van de budgetbekostiging zekerheid over een vast budget dat
ongeveer even hoog is als de beschikbaarheidsbijdrage. De invoering en het vaststellen
van volumenormen voor oncologische zorg en vaatchirurgische zorg zijn twee aparte
trajecten. In die zin beïnvloedt dat elkaar niet. Met de vaststelling op 25 maart
van de volumenormen voor complexe oncologische en vaatchirurgische interventies is
duidelijkheid gegeven aan alle partijen in het veld. Ten aanzien van de volumenormen
streven de regionale zorgpartijen ernaar om interventies vanaf 1 januari ’26 in de
contractering te verwerken. Mocht omwille van de zorgvuldige implementatie in de regio
van de in de regio gemaakte afspraken over herverdeling van die interventies meer
tijd nodig zijn, dan krijgen zij daarvoor de tijd tot 1 januari ’27.
Verschillenden van u, onder wie de heer Bushoff, hebben aandacht gevraagd voor de
kraamzorg. Er speelt daar een discussie over de cao. Interveniëren in de cao is niet
iets wat het kabinet kan doen, maar ik heb wel het verzoek gehoord om in gesprek te
gaan met kraamverzorgenden. Ik zal dat doorgeven aan mijn opvolger. Ik kan niet anders
dan veronderstellen dat die op zich bereid zal zijn om dat gesprek te voeren. In dat
gesprek kan worden ingegaan op het toekomstperspectief van die beroepsgroep, want
het belang van die zorg kan niet genoeg onderschreven worden. Daarover meedenken is
denk ik ook van belang.
De heer Thiadens vroeg ...
Mevrouw De Korte (NSC):
Voorzitter ...
De voorzitter:
Zeker. Mevrouw De Korte.
Mevrouw De Korte (NSC):
Dank u wel. Ik neem aan dat het hoofdstukje over kraamzorg voorbij is. Kan het zo
zijn dat de cao-afspraken voor de kraamzorg niet gemaakt kunnen worden omdat de tarieven
te laag zijn? Kraamverzorgenden hebben natuurlijk een werkgever. Die krijgt tarieven
en zit dus in een patstelling: ze kunnen niet meer betalen omdat de tarieven te laag
zijn. Kan de Minister daarnaar kijken? Ik vind het fijn dat hij, of in ieder geval
zijn opvolger, in gesprek gaat, maar het gaat ook om de tarieven.
De voorzitter:
Kunt u daarop ingaan?
Minister Van Hijum:
Ja, dat klopt, excuses; die vraag had ik overgeslagen. Mevrouw De Korte weet natuurlijk
dat kostendekkende tarieven worden vastgesteld door de NZa. De NZa is bezig met het
afronden van het kostenonderzoek voor de tarieven per 2026. Elk jaar worden die tarieven
opgehoogd met de opslag, de ova. Via de cao daarin interveniëren kan niet, maar wij
volgen natuurlijk nauwgezet de ontwikkelingen voor een toekomstbestendige kraamzorg,
waaronder het convenant met de versnellingsagenda tussen verzekeraars en aanbieders.
Dit is wat ik kan zeggen over de kostendekkende tarieven.
De heer Thiadens vraagt naar de huidige manier van zorginkoop. Hij stelt dat afzonderlijke
onderhandelingen met zorgverzekeraars leiden tot een versnipperd systeem en regionale
verschillen veroorzaken. Hoe gaan we dat aanpakken? Ik denk dat met het IZA de beweging
richting de regionale samenwerking goed is ingezet. Die beweging is ook hard nodig,
want alle regio’s zijn verschillend, kennen verschillende uitdagingen en hebben verschillende
oplossingen nodig. Dat vraagt dus om verschillen in aanpak. Regionale partijen hebben
in de regioplannen afspraken gemaakt over hoe om te gaan met de transformatieopgaven
in de regio. De marktleider, de zorgverzekeraar, heeft daartoe samen met de aangewezen
gemeenten het initiatief genomen. In de criteria voor regioplannen zijn procesafspraken
hierover gemaakt. Daarin is ook afgesproken dat regionale partijen inclusief zorgverzekeraars
zich committeren aan de regioafspraken uit het regioplan. Die zijn dus niet vrijblijvend
en worden waar mogelijk meegenomen in de contractering. Ik acht daarvoor dus geen
aanpassing van wet- en regelgeving nodig.
De motie-Claassen is unaniem aangenomen. Wordt er toezicht op gehouden dat financiële
zekerheid voor regionale ziekenhuizen wordt geïnterpreteerd als een verschuiving van
financiële middelen naar algemene regionale ziekenhuizen, vraagt de heer Thiadens.
De NZa verwacht op 1 juli het tweede deel van haar advies over budgetbekostiging voor
de spoedeisende eerste hulp op te leveren. Ik zal dit rapport voor het zomerreces
aan de Kamer toesturen, waarna ik in de zomer de tijd neem voor de besluitvorming.
Ik streef ernaar om na het zomerreces mijn definitieve besluit over het invoeren van
budgetbekostiging voor de spoedeisende eerste hulp kenbaar te maken. Ik verwacht met
dat besluit u ook verder te informeren over de uitvoering van de motie.
Kan de Minister garanderen dat de aanwijzing budgetfinanciering op tijd komt voor
de invoering in 2027, vraagt de heer Thiadens. De aanwijzing aan de NZa om de voorbereidingen
te treffen heb ik aan de NZa verzonden en wordt deze week gepubliceerd in de Staatscourant.
Ik ben voornemens om per 2027 budgetbekostiging voor de spoedeisende eerste hulp in
te voeren. Ik doe dat met de afbakening die nu al geldt voor de spoedeisende eerste
hulpen die een beschikbaarheidsbijdrage krijgen. In het groeipad werken we aan die
afbakening, onderzoeken we precies wat er onder het budget moet vallen en komen we
uiteindelijk tot een optimale budgetbekostiging.
De heer Bevers had een vraag over de motie over de contractering van passende zorg.
Hij vroeg mij om een stand van zaken te geven betreffende de motie en in kaart te
brengen hoe die contractering beter kan bijdragen aan passende zorg. Deze motie is
afgedaan in de brief van april ’24 over het contracteerseizoen en overstapseizoen
2023–2024. Er hebben ook gesprekken over plaatsgevonden. De NZa heeft handvatten gemaakt
die ervoor moeten zorgen dat contractering voorspelbaar is, waardoor partijen gestimuleerd
worden om tijdig de inkoop te starten en afspraken te maken over passende zorg. Dat
is niet iets van vandaag of morgen, maar dat is een beweging waar structureel op wordt
ingezet. Ook weer in het AZWA zijn doorbraakafspraken met partijen voorbereid die
als doel hebben om de opschaling van passende zorg te versnellen.
Voorzitter. Dan zijn er nog een paar vragen over de fysiotherapie gesteld. Zo vroeg
mevrouw De Korte of het klopt dat steeds meer fysiotherapeuten ongecontracteerd werken
en of de solidariteit van ons zorgstelsel dan onder druk komt te staan. Uit de tussentijdse
rapportage van de NZa blijkt dat in de jaren 2022 tot en met 2024 het aandeel ongecontracteerde
omzet is toegenomen van 13% in 2022 naar 20% in 2024, maar dat betekent nog niet dat
de solidariteit van ons zorgstelsel ook onder druk komt te staan. Patiënten kunnen
nog steeds bij een gecontracteerde aanbieder terecht. De NZa concludeert op basis
van de resultaten in de rapportage dat er op korte termijn geen problemen zijn met
de toegang tot fysiotherapie. Tegelijkertijd zijn er signalen die wijzen op mogelijke
risico’s voor de toegankelijkheid op middellange termijn; daar letten we natuurlijk
ook wel degelijk op. Zo is bijvoorbeeld de druk op de bedrijfsvoering de afgelopen
jaren toegenomen. Het is dan ook belangrijk dat we de probleemanalyse op basis van
de input van de veldpartijen die aan de basis ligt van dat rapport, verder aanscherpen
en oplossingsrichtingen verder onderzoeken.
De NZa levert in het najaar een definitief rapport op over de fysiotherapie. Volgens
mij vroeg de heer Krul wanneer dat precies komt. Dat wordt toch niet eerder dan december,
in elk geval voor de kerst. Daarvoor is het ook van belang om de cijfers die worden
opgesteld en de nadere verkenningen goed te duiden en ook goed te vergelijken met
verschillende andere onderzoeken om dat zorgvuldig voor te bereiden.
Mevrouw De Korte vraagt of er meer verklaringen zijn voor het vertrek van fysiotherapeuten,
zoals regeldruk. De fysiotherapeuten en ook de vakbonden geven aan dat er absoluut
meer verklaringen zijn, zoals het salaris, de hoge werkdruk en soms ook sociale voorzieningen
en verzekeringen die niet of minder geboden worden, bijvoorbeeld resulterend in een
lagere pensioenopbouw. In de tussentijdse rapportage van de NZa wordt aangegeven dat
een lage vergoeding voor fysiotherapeuten een belangrijke oorzaak is van het vroegtijdig
verlaten van het vak. Ook de vakbond zegt dat het ontbreken van een cao daarin een
belangrijke rol speelt. De inhoud van het vak speelt ook mee en de doorgroeimogelijkheden
worden niet altijd als positief ervaren. Er is dus een breder vraagstuk dat onderkend
moet worden.
Wat kunnen wij doen om de fysiotherapeuten te behouden? Het is belangrijk om uit te
blijven stralen dat fysiotherapeuten belangrijk werk doen en trots mogen zijn op hun
werk en dat zij zich ook onderdeel voelen van een sterke eerstelijnszorg. Ik neem
de in het rapport genoemde redenen voor de uitstroom van fysiotherapeuten dan ook
buitengewoon serieus. De NZa levert in het najaar de definitieve rapportage met oplossingsrichtingen
op. Verder zetten we vanuit het Integraal Zorgakkoord en de Visie eerstelijnszorg
in op versterking van de eerstelijnszorg en het verbeteren van het contracteerproces.
Daarnaast loopt nog het programma Paramedische Zorg 2023–2026, waarin wordt gewerkt
aan kennisvergroting en kwaliteitsverbetering. Er is ook geld beschikbaar gemaakt
voor de doorontwikkeling van het Kwaliteitskader Fysiotherapie en Oefentherapie.
Meneer Krul vroeg tot slot wat ik ga doen met betrekking tot het vergoeden van de
eerste twintig fysiotherapiebehandelingen voor mensen met een chronische ziekte. Ik
moet eerlijk zeggen dat ik die vraag en die wens heel goed kan begrijpen. Het eerlijke
antwoord is dat er op dit moment gewoon geen dekking is om die maatregel te nemen.
Dat moet ik daarom aan een volgend kabinet laten. Het Zorginstituut schat de budgetimpact
van het vergoeden van die twintig behandelingen op tussen 137 miljoen en 182 miljoen
structureel per jaar vanaf 2027. Daarvoor is op dit moment geen budget beschikbaar.
Ik kom bij het blokje overig.
De voorzitter:
Voordat we daaraan beginnen: er is een einde gekomen aan het blok contractering. Ja,
mevrouw De Korte, ik heb gezien dat u wilt interrumperen, maar ik wilde duidelijk
maken dat we aan het einde van dit blok zijn gekomen en dat we straks overgaan naar
het blok overig.
Mevrouw De Korte (NSC):
Ik heb inderdaad nog een vraag over de fysiotherapeuten. We horen ook van de Minister
dat er steeds meer ongecontracteerde zorg is. Zou het kunnen zijn dat deze ongecontracteerde
fysiotherapeuten gewoon een hoger tarief vragen en dat dit ongelijkheid geeft tussen
mensen die dat niet kunnen betalen en de mensen die dat wel kunnen betalen? Wat vindt
de Minister hiervan?
Minister Van Hijum:
Ik neem aan dat in het rapport dat in het najaar komt ook nog verder wordt ingegaan
op de rol die tarieven spelen. Daar kan ik zo geen goed oordeel over geven.
De voorzitter:
We gaan nog even door met interrumperen. Ik zit het even in de gaten te houden. Mevrouw
Paulusma, uw laatste interruptie.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik zwaaide wellicht, maar ik stak mijn hand niet op.
De voorzitter:
O, sorry!
Mevrouw Paulusma (D66):
Of ik deed mijn haar goed; dat zou ook kunnen.
De voorzitter:
Ik keek als eerste naar u, en toen keek ik ook naar de heer Thiadens.
De heer Thiadens (PVV):
In mijn inbreng heb ik ook gevraagd naar de status van twee moties. Daar gaat hij
nog op terugkomen, begrijp ik.
De voorzitter:
Deze interruptie tel ik niet mee. De heer Bevers.
De heer Bevers (VVD):
Ik wil even terugkomen op de reactie van de Minister op «geen contract is geen vergoeding».
Ik heb in mijn bijdrage duidelijk willen maken dat daarin heel veel ruimte zit. Als
voorbeeld neem ik even de druppelbril van collega Bushoff. Als je daarnaar kijkt,
zie je dat er heel veel bonafide thuiszorgorganisaties zijn die dat gewoon inzetten.
Die laten twee of drie bezoeken doen door de wijkverpleegkundige, laten hen de druppelbril
uitleggen, en laten mensen het daarna zelfstandig doen. Je ziet dat er daarna een
aantal ongecontracteerde bedrijfjes op de markt is gekomen, die zeggen: «Ja, maar
als u écht wil, dan komen wij nog wel even druppelen.» Daarin zit voor mij het probleem
met die ongecontracteerde zorg. Je ziet dat daar waar we heel erg veel inzetten op
het beperken van de kosten, we die kosten eigenlijk gewoon niet onder controle krijgen
doordat we ongecontracteerde zorg toelaten. Ik zou toch graag van de Minister iets
meer nuance willen dan alleen de verwijzing naar de wet. Zeker, mensen moeten zo veel
mogelijk keuzevrijheid hebben, maar dat kan ook met een goed gecontracteerd pakket.
Ik zou daar iets meer nuance in willen van de Minister.
Minister Van Hijum:
Ik denk dat ik de heer Bevers daar op zich gelijk in kan geven. Wat ik heb meegekregen,
ook uit het AZWA, is dat er wel degelijk wordt geprobeerd om daar samen met partijen
meer grip op te krijgen, om dat kader in die zin scherper met elkaar vast te stellen.
Daar wordt wel degelijk op ingezet, ook in het AZWA.
De voorzitter:
Ik zit even te kijken. Eenmaal, andermaal ... Dan gaan we naar het laatste blok, overig.
Minister Van Hijum:
Ja, dan komen we bij het laatste blokje. Daarin zitten een aantal vragen over moties.
Om te beginnen vroeg mevrouw Paulusma mij naar de uitvoering van de motie op stuk
nr. 933 (31 765). De Algemene Rekenkamer heeft aangegeven dat het aantal stageplekken voor een groot
deel wordt beperkt door een gebrek aan begeleidingscapaciteit. Er zijn meerdere instrumenten
die van invloed zijn op deze arbeidsmarktproblematiek. Die worden op dit moment geëvalueerd
in het kader van een strategische evaluatieagenda. Die evaluatie wil ik afwachten,
omdat het antwoord op de vraag in de motie hiervan afhankelijk is. Die uitkomsten
verwacht ik op zijn vroegst in september 2025. Dat is het moment waarop ik daar duidelijkheid
over kan geven.
De heer Krul vroeg mij naar de toezegging om de Kamer te informeren over de uitvoering
van de motie over de staatscommissie. We zijn inderdaad bezig met het voorbereiden
van de instelling van die staatscommissie. Daar moet straks natuurlijk ook de nieuwe
bewindspersoon en de ministerraad in worden meegenomen. Na de zomer kan ik uw Kamer
informeren over de stand van zaken. We betrekken daarbij ook de inbreng vanuit de
Kamer die in eerdere debatten is geleverd en de inzichten uit de gesprekken met andere
overheids- en veldpartijen. De instelling van een staatscommissie die gaat adviseren
over een toekomstbestendige en weerbare inrichting van het Nederlandse zorgstelsel
biedt de mogelijkheid om een commissie van deskundigen fundamenteel naar het hele
stelsel te laten kijken en met aanbevelingen te laten komen. Dat belang onderschrijven
we. Ik ga echt mijn uiterste best doen om dat voor Prinsjesdag naar de Kamer te krijgen.
Dat was een concrete vraag. «Dat wordt krap», is mij gezegd, maar ik snap ook dat
dat in een algemene discussie over belangrijke thema’s een rol kan spelen.
De heer Thiadens vroeg mij naar de motie over Oekraïense ontheemden en zorgpremie,
die verzoekt om de mensen die in Nederland werken de basispremie te laten betalen.
De reactie op die motie is onderdeel van de verzamelbrief opvang Oekraïne. Deze brief
ontvangt de Kamer naar verwachting begin juli van de Minister van Asiel en Migratie.
Dat is een van de drie.
Wat is de stand van zaken van de motie-Claassen/Wilders over restitutiepolissen? Die
motie verzoekt de regering in gesprek te gaan met de zorgverzekeraars, met als doel
dat de zorgverzekeraars vanaf januari 2026 wederom restitutiepolissen gaan aanbieden.
Ik heb aangegeven dat ik graag zie dat restitutiepolissen aangeboden blijven. Ik heb
ook aangeven de redenen van zorgverzekeraars te begrijpen dat ze ervoor kiezen om
dat niet te doen, namelijk dat ongecontracteerde aanbieders, met name in de wijkverpleging
en de ggz, veel hogere kosten declareren dan gecontracteerde aanbieders voor gelijke
patiënten. Het is uiteindelijk aan de zorgverzekeraars om te bepalen welke polissen
zij aanbieden en tegen welke premie. Dat is niet aan de Minister.
De heer Thiadens (PVV):
Dank aan de Minister voor dit antwoord. Het is goed om te horen dat hij deze intentie
heeft, maar de motie vraagt om in gesprek te gaan met de zorgverzekeraars, om dit
met hen te bespreken en ervoor te zorgen dat zij vanaf 1 januari 2026 weer restitutiepolissen
gaan aanbieden. Mijn vraag aan de Minister is of dat al is uitgevoerd, dan wel wanneer
dat gesprek gaat plaatsvinden.
Minister Van Hijum:
Daar zijn ze actief op gewezen. Als de heer Thiadens vraagt of daar een terugkoppeling
op kan komen, wil ik die wel geven. We kunnen nadrukkelijk de uitkomsten van het gesprek
met de Kamer delen. Ik zeg daarbij wel dat we dat doen met respect voor de verantwoordelijkheidsverdeling
die er is, want dit is niet iets waar het kabinet of de Minister over gaan. Maar je
kunt natuurlijk monitoren hoe het gaat in de praktijk en in welke mate er uiteindelijk
toch wordt gekozen om de restitutiepolissen in stand te houden. De uitkomsten van
dat gesprek kan ik met de Kamer delen. Dat kan voor de zomer.
De voorzitter:
Voor de zomer, of voor het zomerreces?
Minister Van Hijum:
Voor het zomerreces.
De voorzitter:
Oké. We moeten even scherp blijven.
Minister Van Hijum:
Op welke termijn ...
De voorzitter:
Even kijken. Had ik nou ... Nee, u mag door.
Minister Van Hijum:
Op welke termijn kunnen we de volgende stappen op het gebied van fraudebestrijding
verwachten? Die vervolgstappen gaan we zeker zetten. In de afdoening van de motie
met de verzamelbrief die u voor de zomer krijgt – ook hiervoor geldt weer dat dat
voor het zomerreces is, neem ik aan – informeer ik u over de vervolgstappen. Ook hiervoor
wil ik, om het eerlijke speelveld tussen gecontracteerde en ongecontracteerde zorg
te bevorderen, in het AZWA specifieke afspraken maken over betere fraudebestrijding.
Tot slot, voorzitter. Althans, dit is de laatste vraag die ik hier voor mij heb. De
heer Bushoff vroeg naar het in kaart brengen van de voordelen van het vergoeden van
de MRSA-dragerschapsbehandeling – dat is de ziekenhuisbacterie – in het belang van
het collectief. In de zorg wordt actief gescreend onder patiënten en medewerkers met
een risico op MRSA-dragerschap. Door de bacterie snel op te sporen en aan te pakken,
wordt verspreiding zo veel mogelijk voorkomen. We weten niet hoeveel mensen in Nederland
buiten zorginstellingen drager zijn van de MRSA-bacterie en de dragerschapsbehandeling
weigeren, of om welke redenen zij die behandeling weigeren. Naast een financiële drempel
kan ook de intensieve behandeling van dragerschap een drempel zijn voor mensen om
zich te laten behandelen, zeker omdat er veel gezonde dragers zijn die zelf geen klachten
ervaren. Besmetting kan ook vanzelf verdwijnen na verloop van tijd. Ik ben bereid
om de vraag die ook nu weer wordt gesteld, voor te leggen aan het RIVM, met daarbij
het voorbehoud dat daarover reeds een advies is gegeven door het RIVM en dat dit mogelijk
niet tot nieuwe inzichten zal leiden. Maar nogmaals, ik kan het dus doen.
De voorzitter:
U lijkt aan het einde gekomen van uw inbreng. Waarvoor dank. Dank dat dat in een zeer
korte tijd kon, met alle geringe voorbereidingstijd; laat ik het zo zeggen. Ik kijk
even naar de interruptielijst. Ik heb gezegd dat we een allerlaatste veegronde doen.
Die ruimte is er gekomen, dus er is een soort vierde mogelijkheid om te interrumperen,
maar dan echt als een soort afsluiting, en voor vragen die open zijn gebleven. Ik
ga even iedereen langs. De heer El Abassi? De heer Bevers? Mevrouw Paulusma?
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik wilde nog even terugkomen op het stagefonds. De Minister geeft aan dat de Algemene
Rekenkamer onderzoek doet en dat hij dat wil afwachten, maar de voorganger van deze
Minister heeft vrij rücksichtslos gesneden in het stagefonds, juist op basis van een
rapport van de Algemene Rekenkamer. Ik ben dus wel benieuwd wat dan het tweede onderzoek
wordt. De motie, die unaniem is aangenomen, had de volgende verzoekpunten: om in kaart
te brengen wat de gevolgen zijn van het afschaffen van het stagefonds, en nog twee
hele lange zinnen daarbij, en om te onderzoeken op welke wijze het aantal stageplekken
in de zorg daadwerkelijk vergroot kan worden en om effectieve instrumenten hiervoor
in kaart te brengen. Volgens mij zijn dat twee verzoeken die los kunnen staan van
een tweede onderzoek door de Algemene Rekenkamer. Dan ben ik eigenlijk niet heel blij
met de woorden «laten we nog even wachten tot na de zomer». Daar kan de zorg namelijk
ook niet op wachten.
De voorzitter:
Dat is een vrij goed onderbouwde vraag, waarvan ik me ook kan voorstellen dat dit
misschien even in de tweede termijn kan. Dan heeft u een beter antwoord, Minister,
en kunt u zich beter voorbereiden.
Minister Van Hijum:
Goede tip.
De voorzitter:
Mooi. Ik denk graag mee. Dan komen we bij de heer Thiadens. Mevrouw De Korte? Meneer
Bushoff? Ja.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik heb toch nog even een vraag over die vergoeding van de MRSA-behandeling op het
moment dat dat geconstateerd wordt. De Minister geeft aan dat er verschillende redenen
kunnen zijn om daarvan af te zien als iemand geen klachten heeft, bijvoorbeeld omdat
het een intensieve behandeling is. Dat kan. Tegelijkertijd zijn de kosten die eraan
verbonden zijn natuurlijk wel degelijk een grote drempel. Die zijn namelijk best hoog
voor sommige individuen. In dat geval zou je, gelet op het maatschappelijk belang
en vanwege het feit dat het kosteneffectief is om zo’n behandeling wel te vergoeden,
dat toch willen doen? Ik vraag me af wat de Minister op dit moment nog gaat voorleggen
aan het RIVM en waarom hij niet bereid is om te kijken of we dit bijvoorbeeld in overleg
met het zorgveld onderdeel kunnen maken van de standaardvergoedingen.
De voorzitter:
Kunt u daarop reageren?
Minister Van Hijum:
Ook daarop wil ik graag echt even specifieker antwoorden. Daar kom ik in de tweede
termijn op terug.
De voorzitter:
Is goed. Prima. Tot slot, de heer Krul? Nee. Dan zijn we aan het einde gekomen van
de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik kan mij voorstellen dat u vijf, tien,
twaalf ...? We gaan zes minuten schorsen. Wacht even. Nee, ho, stop. Er wordt gevraagd
waarom we gaan schorsen. Ik wil even schorsen omdat er echt even uitzoekwerk nodig
is, en dan doen we de tweede termijn. Ik bepaal of er een tussentijdse schorsing komt.
De vergadering wordt van 12.18 uur tot 12.26 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan beginnen met de tweede termijn van de zijde van de Kamer. We hebben ongeveer
een minuut spreektijd, maar ik ga niet klokken. Als eerst de heer Krul.
De heer Krul (CDA):
Voorzitter. Dank. En wat een verademing, zeg ik er maar gelijk bij. Complimenten aan
de Minister, die gewoon bewijst dat besturen een vak is dat hij beheerst. Ik vond
de beantwoording prettig en inhoudelijk, en ik had niet eens al mijn interrupties
nodig.
Een paar opmerkingen. Ik ben heel blij met de toezegging inzake achondroplasie, dat
we voor de zomer terugkoppeling krijgen omtrent het gesprek met de fabrikant. Ik ben
ook heel blij met de toezegging dat we, hopelijk voor Prinsjesdag, iets terugkrijgen
omtrent de invulling van de staatscommissie. Daar ben ik heel blij om. Ik ben nog
steeds een klein beetje in verwarring als het gaat over het verhaal rondom het eigen
risico, het AZWA et cetera. Daarom vraag ik daar, misschien ten overvloede, toch maar
een tweeminutendebat over aan. Dat zullen we waarschijnlijk binnen een paar minuten
houden. Ik weet niet of het nou doorgaat omdat de coalitiepartijen het een goed idee
vinden, omdat ze het AZWA heel belangrijk vinden en dit nou eenmaal moet, of omdat
het gewoon een kwestie is van «het is een afspraak, dus het moet erdoor». Welke van
de drie is het nou? Want volgens mij is het idee inmiddels al redelijk doorgeprikt
dat het een goed idee is om het eigen risico te halveren. Daar gaan wij straks hopelijk
een uitspraak over doen.
Daar laat ik het bij.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Bushoff.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor de heldere beantwoording. Ik ben
blij met een aantal toezeggingen. Ik heb in ieder geval genoteerd dat er eventueel
een brief over alle opties rondom mondzorg na de zomer zal komen, maar dat er voor
de zomer al een technische briefing mogelijk is. Die heb ik in ieder geval alvast
genoteerd voor mezelf. Ik heb ook als toezegging genoteerd dat er een gesprek gaat
plaatsvinden met betrokkenen over de druppelbril. Ik was benieuwd of de Minister kan
aangeven wanneer hij daar een uitkomst van verwacht. Het kan aan mij liggen, maar
dat heb ik even gemist.
Tot slot. Ik wil graag nog een verduidelijking van de Minister op de toezegging om
aan de nieuwe Minister door te geven dat die in gesprek moet gaan met kraamverzorgenden.
In gesprek gaan is goed, maar ik denk wel dat het, gelet op het belang van kraamverzorgenden,
ook nodig is dat er uit dat gesprek een soort oplosrichtingen voortvloeien voor hoe
we de kraamzorg toekomstbestendig kunnen maken. Kan ik die toezegging van de Minister
ook op die manier interpreteren, dat hij dat ook echt doorgeeft aan zijn opvolger
en dat zijn opvolger op die manier dat gesprek ingaat en vervolgens ook concrete oplossingsrichtingen
voor toekomstbestendige kraamzorg aan de Kamer presenteert?
Tot zover. Ik wacht de beantwoording over de MRSA-behandeling nog eventjes af.
De voorzitter:
Mevrouw De Korte.
Mevrouw De Korte (NSC):
Dank u wel, voorzitter. Ook complimenten van mijn kant voor de Minister, die net een
paar dagen Minister is en er straks alweer mee stopt, dat de beantwoording helder
was. Hij was helder over de fysiotherapie en de mondzorg.
Ook wij hebben aandacht gevraagd voor de kraamzorg. Wij zouden ook graag meer oplossingsrichtingen
willen horen dan alleen een gesprek. Ik begreep dat thuisbevallingen cultureel erfgoed
zijn. Het is toch heel bijzonder dat we dat in Nederland hebben. Laten we de kraamzorg
ook behouden, want thuis bevallen kan niet zonder kraamzorg. Daar zouden we toch iets
meer van willen weten, hoe de Minister denkt dit te kunnen behouden.
We staan echt voor het behoud van het AZWA. We zullen als steun daarvoor een motie
indienen. Het is goed dat de Minister met een brief komt over de stand van zaken rondom
passende zorg, zoals de gezant de heer Jan Kremer heeft geadviseerd. We nemen aan
dat het een toezegging is dat er een brief komt.
Dank u wel.
De voorzitter:
De heer Thiadens.
De heer Thiadens (PVV):
Voorzitter. Dank. En dank aan de Minister voor de beantwoording van de vragen. Mijn
fractie is blij dat er serieus werk wordt gemaakt van de motie-Claassen. Hiermee wordt
de bestaanszekerheid van algemene en regionale ziekenhuizen versterkt. Ten aanzien
van de restitutiepolis zou de PVV-fractie graag de zorgverzekeraars willen aansporen
om hier alsnog werk van te maken. Deze motie is door het kabinet overgenomen. Volgens
mij is het zo dat hier in de Kamer het beleid gemaakt wordt. Het feit dat de zorgverzekeraars
er actief op zijn gewezen, gaat er bij de PVV-fractie niet in. Wat ons betreft kan
dat echt een tandje meer.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Paulusma.
Mevrouw Paulusma (D66):
Voorzitter, dank u wel. Ook ik wil de Minister graag complimenteren met zijn enige
en mogelijk ook laatste dag als Minister van VWS. Het is lang geleden dat wij zo’n
fijn inhoudelijk debat hebben gevoerd. Daar wil ik deze Minister graag voor bedanken.
De Minister en ik zullen het oneens blijven over de slechte kabinetsmaatregel met
betrekking tot het halveren van het eigen risico. Maar positief gestemd als ik ben
door deze Minister, hoorde ik wel ruimte om te kijken naar plannen die daadwerkelijk
gericht iets doen, zoals ons voorstel om het eigen risico alleen te halveren voor
chronisch zieken en mensen met een beperking. Ik hoor daar graag meer over, wellicht
van deze Minister of in de brief van het kabinet.
Ik ben ook blij met de positieve reactie ten aanzien gordelroos en de MRI voor vrouwen
met dicht borstweefsel. Maar ik blijf ook een Groninger: eerst zien en dan geloven.
Ik heb dus een aantal moties voor deze Minister.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dat is goede Groningse spirit. Daar kan ik me als Gouwenaar alleen maar bij aansluiten.
Meneer Bevers, tot slot.
De heer Bevers (VVD):
Dank, voorzitter. Dank ook voor de heldere antwoorden van deze Minister. Het is misschien
niet allemaal zoals ik gehoopt had, maar ik begrijp in ieder geval de uitleg. Ik denk
nog even een uurtje na of dat nog een motie betekent, maar dat merkt u dan wel. In
ieder geval dank voor de antwoorden.
Tot zover.
De voorzitter:
Er is een interruptie van de heer Krul.
De heer Krul (CDA):
Nu gaat de heer Bevers heel verbaasd doen: o, een vraag? Maar in alle eerlijkheid,
ik had deze vraag net al bij hem aangekondigd.
De voorzitter:
Alles wordt aangekondigd richting de heer Bevers.
De heer Krul (CDA):
Ja, dat is wel zo collegiaal.
Gisteravond was er een debat over de NAVO-top. Heel veel partijen willen meer investeren
in Defensie. Ook mevrouw Yeşilgöz van de VVD kreeg de vraag: hoe gaat u dat betalen?
Mevrouw Yeşilgöz zei in dat debat: wat ons betreft betekent dat in de volgende periode
het terugdraaien van de halvering van het eigen risico. Ik ben heel benieuwd hoe ik
die uitspraak moet lezen en wat de VVD precies bedoelt met «de volgende periode».
Want als «de volgende periode» een nieuw kabinet of na de verkiezingen is, wat zijn
we dan in hemelsnaam met elkaar aan het doen dat we het niet nu alvast gewoon stoppen?
Want we besteden dan voor de bühne wel heel veel capaciteit aan het verder brengen
van een wetsvoorstel, als de VVD nu al zegt dat het in de volgende periode door de
shredder gaat.
De heer Bevers (VVD):
De heer Krul had zijn vraag inderdaad aangekondigd; daar ga ik ook niet raar over
zitten doen. Ik kan er ook vrij snel op reageren. Het is natuurlijk heel makkelijk
om één citaat te pakken uit een debat en uit een aantal vragen, maar daar ontbreekt
elke context bij. Ik wil een antwoord geven, maar ik geef daar dan wel de context
bij. Gisteravond is er inderdaad een discussie geweest over het verhogen van de NAVO-norm.
Er is een discussie geweest tussen de heer Dijk van de SP en mijn fractievoorzitter
over de vraag: hoe ga je daarmee om? Dat was ook naar aanleiding van een eenzijdige
interpretatie over hoe je met bijstand of met de sociale voorzieningen om zou moeten
gaan. In dat totale verhaal is er een discussie geweest en daar is door mijn fractievoorzitter
inderdaad gezegd: je zou kunnen denken aan het terugdraaien van het eigen risico,
maar wel met de opmerking erbij dat het een pakket is. Het is een samengesteld verhaal.
Zij heeft bijvoorbeeld ook, in lijn met wat ik hier vanochtend heb beweerd, het besparen
op effectieve zorg en het aanpakken van zorgfraude genoemd. Het is dus een totaalverhaal
over hoe je daarmee om zou kunnen gaan; het zijn een aantal opties die je zou kunnen
overwegen. Maar die gaan de komende tijd wel opspelen. In die zin klopt het citaat
inderdaad, maar er is ook het citaat «besparen op effectieve zorg», «het aanpakken
van zorgfraude», «het prioriteren van ontwikkelingshulp» en «de Starmernorm». Er zijn
een aantal zaken genoemd. In die context heeft zij dat gedaan. En dat klopt ook met
wat ik hier vandaag heb gezegd.
De voorzitter:
De heer Krul, tot slot.
De heer Krul (CDA):
Ja, en die context klopt. Dus als ik het goed begrijp, zegt de VVD – ik citeer gewoon
even – in de hele context: dat betekent wat ons betreft in de volgende periode het
terugdraaien van het verlagen van het eigen risico, maar ook besparing op de niet-effectieve
zorg, het aanpakken van zorgfraude, het prioriteren van ontwikkelingen, et cetera,
et cetera. Dus wat de VVD betreft zijn al die zaken nodig en wel degelijk dus ook
onder andere het aanpakken van zorgfraude en het terugdraaien van het halveren van
het eigen risico in die volgende periode. Als we dat nu al weten, moeten we dat niet
nu al gewoon gaan doen, evenals we ook nu al moeten beginnen met bijvoorbeeld het
aanpakken van zorgfraude?
De heer Bevers (VVD):
Nee. Als ik nog één keer mag reageren. Zij begint heel nadrukkelijk met de uitspraak:
wat de VVD betreft zal de combinatie uiteindelijk het verschil gaan maken. Het is
dus een combinatie van een aantal maatregelen, waar u er nu één uit haalt. Dat snap
ik. U heeft ze allemaal genoemd, maar u vroeg mij specifiek naar die eigenbijdragemaatregel.
Dat is natuurlijk niet het geval. Het gaat om een combinatie van een aantal opties
die gevraagd zijn in het kader van die discussie over het verhogen van de NAVO-norm.
De voorzitter:
Oké. Goed dat er nog even wat duiding is gegeven naar aanleiding van het debat gisteren.
De heer El Abassi zie ik even niet. Ik ga ervan uit dat hij later nog aansluit of
straks bij het tweeminutendebat. Dan zijn we aan het einde gekomen. Kunnen we gelijk
door, Minister? Ja. Fijn. De tweede termijn van de zijde van het kabinet. Demissionair
Minister van Hijum, aan u het woord.
Minister Van Hijum:
Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor de opmerkingen in tweede termijn en voor de
aardige woorden. Het genoegen was wederzijds; laat ik dat ook zeggen.
De heer Krul vroeg mij nogmaals te bevestigen dat de inzet is om voor Prinsjesdag
met de inzet voor de staatscommissie te komen. Dat heb ik toegezegd. Daar doen we
ons uiterste best voor.
Hij maakte een opmerking over het eigen risico en zei: ik kom misschien met een motie.
Die wacht ik af, maar laat ik toch nog één keer benadrukken dat ik een beetje weg
probeer te blijven bij wat het kabinet nu precies vindt van het eigen risico en probeer
om een discussie te voeren die niet alleen VWS, maar ook de zorgpartijen in staat
stelt om een handtekening onder het zorgakkoord te zetten. De lijn van het kabinet
is dat we vooralsnog gewoon doorgaan met het halveren van het eigen risico, maar inderdaad
goed kijken of wat de Raad van State doet motivering, uitwerking, aanscherping of
aanpassing van het plan vergt. Roept dat geen dekkingsvraag op over dat AZWA? Ja,
dat is een koppeling die het kabinet zelf heeft gemaakt. Ik zeg niet dat de Kamer
ons daar iets in verwijt. Nee, die koppeling is door het kabinet zelf gemaakt. Maar
op het moment dat die maatregel controversieel wordt verklaard of ter discussie wordt
gesteld, is de consequentie, de feitelijke consequentie, op dit moment wel dat er
een dekkingsprobleem ontstaat. Daarvan zeg ik: dat moeten we met elkaar onder ogen
zien. Want de zorgpartijen zullen in dat geval denken: ik zet wel mijn handtekening,
maar we willen graag zeker zijn van de middelen die gevraagd worden. Ik denk dat we
die zekerheid met elkaar kunnen organiseren. Dat is het enige wat ik hier in het midden
leg. Maar goed, ik wacht af wat uw Kamer daarvan vindt.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik vind dit wel ingewikkeld. Ik zie de Minister echt wel bewegingen maken. Ik heb
hem een aantal keren horen zeggen: we moeten het misschien aanpassen, aanscherpen,
naar aanleiding van dat Raad van Stateadvies. Maar ondertussen vraagt deze Minister
ook om het voorstel dat dan eigenlijk verbeterd zou moeten worden niet controversieel
te verklaren, zodat het AZWA door kan. Dat vind ik wel een heel grote vraag aan deze
commissie. Misschien moet de Minister zich dan beraden op wanneer er een goede brief
naar de Kamer kan komen over wat dan een mogelijke reactie is op dat Raad van Stateadvies,
want u kunt ons niet laten wachten tot na de zomer.
Minister Van Hijum:
Nee. Ik ben er eigenlijk niet zozeer naar op zoek dat de Kamer breed hoera roept over
het plan voor het eigen risico, maar meer dat we, wat er ook gebeurt, of het nou plan
A of B wordt, als politiek, als Kamer en als kabinet, staan voor de financiële afspraken
waarvoor we hebben getekend in het AZWA. Ik probeer ze in die technische zin wat uit
elkaar te trekken. Dat is wat ik pragmatisch aan u probeer voor te stellen.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Paulusma.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik waardeer dat pragmatisme, maar u vraagt de Kamer ook expliciet om het voorstel
niet controversieel te verklaren en daarmee heeft u twee dingen op één hoop gegooid.
«Heeft de Minister», excuus.
Minister Van Hijum:
Nee. Of, als u dat wel doet – want nogmaals, dat kan – dat accepteren en zeggen dat
u zich ervan bewust bent dat u dat doet. Maar de zorgpartijen willen wel graag weten
dat die middelen, hoe dan ook, beschikbaar komen, ook als het controversieel wordt
verklaard. Controversieel verklaren betekent: niet behandelen. Dat kan tot twee uitkomsten
leiden: of je gaat het na de verkiezingen alsnog behandelen en dan gaat het alsnog
door – dan heb je geen probleem – of je stopt er na de verkiezingen mee en dan heb
je een nieuwe financiële realiteit. Ook in die realiteit zullen de zorgpartijen willen
weten dat er middelen beschikbaar komen. Ik probeer het echt zo feitelijk en technisch
mogelijk te schetsen.
De voorzitter:
Ja. Om 16.00 uur is er een procedurevergadering. Voor zover ik kan overzien, staat
dit niet op de lijst, omdat het nog moet komen. Even voor de helderheid: die mogelijkheid
is er niet, al zou u het wel of niet willen. Want anders wekt dit de indruk dat dat
vanmiddag aan de orde zou zijn. Ik hoor hier: waarvan akte. Maar u was nog bezig,
Minister.
Minister Van Hijum:
Ja, ik had nog een aantal andere vragen. De heer Bushoff vroeg nog naar de MRSA-bacterie
en het advies van het RIVM. Het RIVM is gevraagd naar het standpunt ten aanzien van
het belang van het behandelen van MRSA-dragerschap en het weigeren van een dergelijke
behandeling. Hij vroeg ook of het niet van belang is om dat toch te doen. Zij geven
nu aan dat er onvoldoende noodzaak is om tot nieuwe maatregelen over te gaan voor
de volksgezondheid. Ik kan in dat kader ook nog een keer verwijzen naar de bijlage
die door mijn voorganger is gestuurd bij de Kamerbrief van 26 maart 2025, waarin daarover
meer informatie staat. Dit is de actuele stand, maar we kunnen het nogmaals bij het
RIVM toetsen aan de hand van de vraag die de heer Bushoff nu stelt.
Ik blijf nog even bij de heer Bushoff en zijn vraag over de druppelbril. Wij hebben
toegezegd de Kamer daarover in het najaar te informeren.
Over de kraamzorg vraagt hij, maar ook mevrouw De Korte, of we dan ook echt het gesprek
over oplossingsrichtingen aangaan. Als je zo’n gesprek aangaat, moet je dat open aangaan,
met een open houding ten opzichte van de problemen die worden ervaren. De bereidheid
is er zonder meer. Ik zal dat ook aan mijn opvolger meegeven. Maar ik zeg er wel bij
dat je realistisch moet zijn over de mogelijkheden die je vervolgens hebt om oplossingen
te bieden, zeker als het over cao-problemen gaat. Wij zijn geen cao-partij, maar we
hebben er alle belang bij, zoals ook door u is aangegeven. We trekken ons het toekomstperspectief
voor deze beroepsgroep aan en blijven daarover ook meedenken. Nogmaals, ik zal dat
nadrukkelijk meegeven aan mijn opvolger.
Daarmee heb ik, denk ik, ook de vraag van mevrouw De Korte gehad.
Mevrouw De Korte (NSC):
Voorzitter?
De voorzitter:
Mevrouw De Korte heeft daar vast een opmerking over.
Mevrouw De Korte (NSC):
Ja, het blijft zo halfhalf met de kraamzorg, want er zijn natuurlijk meerdere problemen
dan alleen de cao. Ik heb aangegeven dat het misschien ook de tarieven kunnen zijn.
Net als de fysiotherapeuten kunnen ze misschien met regeldruk te maken hebben. Bij
de fysiotherapie zien we een hele breedte van mogelijkheden, maar bij de kraamzorg
zien we dat eigenlijk niet. Ik weet niet of de Minister kan toezeggen dat hij in de
breedte kijkt naar mogelijkheden en oplossingsrichtingen waarmee de kraamzorg behouden
kan blijven.
Minister Van Hijum:
Ja. Die breedte wil ik toezeggen. Na de zomer kan ik ook een brief naar de Kamer sturen
waarin we de uitkomsten van de gesprekken met die partijen met de Kamer delen. Aan
de hand daarvan kunt u met de nieuwe Minister het gesprek vervolgen.
Mevrouw Paulusma vroeg mij tot slot nog naar het stagefonds. Ik heb geprobeerd even
goed te analyseren wat zij heeft gehoord en wat is geprobeerd te zeggen. Er is op
dit moment sprake van een rapport van de Rekenkamer, maar er is ook sprake van een
evaluatie in het kader van onze strategische evaluatieagenda naar meerdere instrumenten
die van invloed zijn op de arbeidsmarktproblematiek. Over die evaluatie had ik het.
Dat is onze eigen interne evaluatie: welke mogelijkheden, fondsen en middelen heb
je? Ik zou die evaluatie graag betrekken bij de antwoorden en de reactie op de motie.
Ik verwacht die in september. Ook hiervoor geldt dat het AZWA voor een deel weer middelen
toevoegt aan de budgetten voor opleiding. Daarmee komt het voor een deel dus ook tegemoet
aan de wens en de zorg vanuit de Kamer.
De voorzitter:
Eigenlijk mag u niet meer, maar vooruit. De allerlaatste.
Mevrouw Paulusma (D66):
Dat AZWA begint wel een enorm ding te worden, maar daarnaast: ik snap dat de Minister
geen ijzer met handen kan breken, maar dit stagefonds gaat over studenten die gewoon
in september beginnen. Dan begint de nieuwe lichting scholieren weer en partijen geven
aan dat ze problemen hebben doordat dat stagefonds zo beperkt is geworden. Dat gaat
een probleem opleveren voor de nieuwe lichting studenten en dat zou echt heel jammer
zijn, want we hebben die jonge mensen hartstikke hard nodig. Ik zie heel veel bereidwilligheid
bij deze Minister. Het kan misschien later nog in een brief. Laten we kijken naar
een mogelijkheid. Maar september is echt te laat voor de nieuwe lichting studenten
die eraan gaat komen.
De voorzitter:
Volgens mij is uw oproep helder.
Minister Van Hijum:
Ik stel voor dat ik dan inderdaad toch even scherper in een brief uiteenzet wat er
op welk moment in welk tempo beschikbaar komt aan duidelijkheid, niet alleen voor
de Kamer, maar ook voor het veld. Dat vraagt mevrouw Paulusma eigenlijk. Ik ben bereid
om dat te doen en dat kan voor de zomer. Voor het zomerreces moet dat lukken.
De voorzitter:
Dus we gaan hem vervroegen? Ja? Duidelijk. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit
commissiedebat Zorgverzekeringsstelsel en ga ik u voordat ik afrond even meenemen
in alle toezeggingen. Dat zijn er nogal wat. Dus Kamer en Minister en ondersteuning,
luistert u even goed mee of we dingen vergeten of dat termijnen niet kloppen. Daar
gaan we.
− Het wetsvoorstel halvering eigen risico wordt naar verwachting in Q3 dit jaar aan
de Kamer verzonden.
− Voor het einde van dit jaar ontvangt de Kamer een nadere brief over preventieve maatregelen,
naar aanleiding van de vraag van mevrouw Paulusma.
− Voor het zomerreces ontvangt de Kamer een terugkoppeling over het medicijn bij achondroplasie.
Dat is naar aanleiding van een verzoek van de heer Krul.
− De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de varianten om niet-gebruik van mondzorg
tegen te gaan, met onder meer een technische briefing. Die moet nog ingepland worden,
maar dat gaat de commissie oppakken.
− Brief uitwerking motie zorgfraude.
Ik weet even niet wie die motie ooit heeft ingediend. Ik heb dat niet genoteerd. Het
was naar aanleiding van een vraag van de heer Bevers. Die wordt voor het zomerreces
verstuurd. Er staat hier wel «zomer», maar ik hanteer even reces, want de zomer valt
altijd wat eerder. Die wordt voor het zomerreces aan de Kamer verzonden.
− De Kamer wordt in de zomer – ik weet even niet wat dat precies is, maar ik zou liever
zeggen «in het zomerreces» – nader bericht over het advies bekostiging spoedeisende
eerste hulp. Naar aanleiding van de motie-Claassen.
Ik kijk even of de termijn klopt als ik «in het zomerreces» zeg. Dat gaat om het advies
bekostiging spoedeisende eerste hulp. Nou ja, het mag ook ervoor. Na het zomerreces,
maar ik neem dan wel aan voordat wij op verkiezingsreces gaan. Vreselijk, al die recessen.
Dat is begin oktober, voor degenen die dat niet weten. Ja, er is ook nog een verkiezingsreces
en dan vergaderen we niet meer. Dus het moet vlak na het zomerreces, voor de Algemene
Beschouwingen. Oké, voor Prinsjesdag. Prima.
− Medio december ontvangt de Kamer een brief met het NZa-advies over fysiotherapeuten.
− De Kamer wordt voor het zomerreces nader bericht over de motie-Paulusma inzake het
stagefonds.
− Na het zomerreces maar voor Prinsjesdag wordt de Kamer nader geïnformeerd over de
uitwerking van de motie-Krul inzake de staatscommissie.
− De uitkomst van het gesprek inzake restitutiepolissen ontvangt de Kamer voor het zomerreces.
− Voor de zomer ontvangt de Kamer een verzamelbrief over onder andere fraudebestrijding
en het AZWA.
− De uitkomst van het gesprek over de druppelbril ontvangt de Kamer in het najaar.
«Najaar» is ook weer zoiets. Na de verkiezingen, zeg ik dan maar even. Of kan dat
ook voor Prinsjesdag? Ik zoek even. Nee, hoor ik. Oké. Zo snel mogelijk in het najaar.
− Over de uitkomst van het gesprek over kraamzorg wordt de Kamer na het zomerreces,
dus voor Prinsjesdag, bericht. In september.
Voor het debat op 9 oktober, hoor ik. Er is geen debat op 9 oktober. Oké, check.
− De uitkomst van het gesprek over passende zorg van Jan Kremer ontvangt de Kamer voor
het zomerreces.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen.
Mevrouw De Korte (NSC):
Voorzitter, het ging over de stand van zaken. Niet om de uitkomst van het gesprek,
maar de stand van zaken van het advies.
De voorzitter:
Ja, uitkomst of stand van zaken? We hebben het toegevoegd, mevrouw De Korte. Stand
van zaken en uitkomst.
Dan zijn we aan het einde gekomen van de toezeggingenlijst. Zijn er nog dingen die
ik echt vergeten ben? Zo niet, dan wil ik nog even benadrukken dat er een tweeminutendebat
is aangevraagd door het lid Krul. Dat geleiden we door. Het is eigenlijk al ingepland,
maar nu is het officieel aangevraagd. Het zal om 14.05 uur aanvangen in de plenaire
zaal. Dan weet u dat ook. Dat is in ieder geval zoals het nu is ingepland.
Ik wil tot slot nog de demissionair Minister bedanken, die voor een zeer korte periode
Minister van VWS is. Ik begrijp dat dat straks weer is afgelopen. Nou, bijzonder.
Ik weet niet hoe dat gaat op LinkedIn en zo. Volgens mij kan dat helemaal niet. Ik
bedank hem zeer. Ik bedank alle Kamerleden. Ik bedank iedereen op de tribune. Alles
en iedereen die dit volgt op afstand, dank. Ik sluit de vergadering.
Sluiting 12.54 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
M.E. Esmeijer, griffier