Verslag van een commissiedebat : Verslag van een commissiedebat, gehouden op 24 april 2025, over Leefstijlpreventie
32 793 Preventief gezondheidsbeleid
Nr. 828
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 28 mei 2025
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 24 april 2025 overleg
gevoerd met de heer Karremans, Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, over:
− de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 11 juni
2024 inzake rapport Gedragseffecten van de accijnsverhoging op tabak in 2023 (Kamerstuk
32 011, nr. 112);
− de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 20 juni
2024 inzake afdoen van enkele moties op het gebied van tabaksbeleid (Kamerstuk 32 011, nr. 113);
− de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 21 juni
2024 inzake enkele moties op het gebied van tabaksbeleid (Kamerstuk 32 011, nr. 114);
− de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 28 juni
2024 inzake uitwerking motie van het lid Rudmer Heerema over de gevolgen van het Alcoholbesluit
het komend jaar monitoren (Kamerstuk 27 565, nr. 190) (Kamerstuk 27 565, nr. 193);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 12 augustus 2024 inzake
beantwoording vragen commissie over de publicatie van het besluit houdende wijziging
van het Tabaks- en rookwarenbesluit in verband met het verbieden van de verkoop van
tabaksproducten en aanverwante producten in supermarkten en horeca-inrichtingen voor
supermarkten en horeca-inrichtingen (Stb. 2024, 89) (Kamerstuk 32 011, nr. 109) (Kamerstuk 32 011, nr. 116);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 21 oktober 2024 inzake
uitwerking van de motie van de leden Daniëlle Jansen en Krul over in kaart brengen
of en hoe alcoholmarketing via wetgeving beperkt of verboden kan worden voor kwetsbare
groepen (Kamerstuk 32 793, nr. 729) (Kamerstuk 32 793, nr. 784);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 22 oktober 2024 inzake
herstelactie te hoog opgelegde boetes recidiverende overtreders Tabaks- en rookwarenwet
(Kamerstuk 32 011, nr. 117);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 20 november 2024 inzake
reactie op brief Dit kabinet kiest voor hoge zorgkosten, kiest u voor welzijn (Kamerstuk
32 793, nr. 790);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 27 november 2024 inzake
RIVM-rapport Kiezen voor een gezonde toekomst. Volksgezondheid Toekomst Verkenning
2024 (Kamerstuk 32 793, nr. 791);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 10 december 2024 inzake
voortgangsrapportage Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) (Kamerstuk 32 793, nr. 793);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 13 december 2024 inzake
kabinetsreactie op SER-briefadvies over sociaaleconomische gezondheidsverschillen:
beleidsagenda Gezondheid in alle beleidsdomeinen (Kamerstuk 32 793, nr. 794);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 16 december 2024 inzake
rapport «Gezond in de bonus» van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (Kamerstuk
31 532, nr. 294);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 19 december 2024 inzake
rapportages naleving Alcoholwet en Tabaks- en rookwarenwet (Kamerstuk 27 565, nr. 194);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 18 februari 2025 inzake
reactie op verzoek commissie over brief Toekomst voor Nederland (Kamerstuk 32 793, nr. 809);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 21 februari 2025 inzake
uitvoering van de motie van de leden Slagt-Tichelman en Krul over het rook- en vapeverbod
uitbreiden naar sportterreinen, speeltuinen, kinderopvanglocaties, dagattracties en
openluchtzwembaden (Kamerstuk 36 594, nr. 7) (Kamerstuk 32 011, nr. 118);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 21 februari 2025 inzake
beantwoording vragen commissie over het RIVM-rapport Kiezen voor een gezonde toekomst.
Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024 (Kamerstuk 32 793, nr. 791) (Kamerstuk 32 793, nr. 810);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 12 maart 2025 inzake
Actieplan tegen vapen (Kamerstuk 32 011, nr. 119);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 19 maart 2025 inzake
beleidsreactie op het Gezondheidsraadadvies «Zicht op gehoorverlies bij kinderen en
jongeren» over gehoorscreening (Kamerstuk 32 793, nr. 813);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 21 maart 2025 inzake
afschrift brief aan Europese Commissie inzake herziening tabakswetgeving (Kamerstuk
32 011, nr. 120);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 25 maart 2025 inzake
rapporten over vergiftigingen en ongevallen door alcohol, en adviezen Gezondheidsraad
over voedingsnormen (Kamerstuk 27 565, nr. 195);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 4 april 2025 inzake
uitvoering motie van het lid Daniëlle Jansen c.s. over de verkoop van nicotineproducten
vanaf 2028 voorbehouden aan enkel tabaksspeciaalzaken (Kamerstuk 36 541, nr. 8
) (Kamerstuk
36 541, nr. 16
);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 8 april 2025 inzake
samenhangende preventiestrategie: eerste contouren (Kamerstuk 32 793, nr. 820);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 8 april 2025 inzake
Adviescommissie richtlijn passend bewijs preventie en stand van zaken investeringsmodel
voor preventie (Kamerstuk 32 793, nr. 819);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 16 april 2025 inzake
monitors over kindermarketing voedingsproducten en alcoholmarketing, en rapport Het
reguleren van de voedselomgeving op grond van gezondheid (Kamerstuk 32 793, nr. 822);
− de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 18 april 2025 inzake
midterm review Gezond en Actief Leven Akkoord (Kamerstuk 32 793, nr. 824).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de commissie, Mohandis
De griffier van de commissie, Esmeijer
Voorzitter: Mohandis
Griffier: Heller
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Crijns, Daniëlle Jansen, Krul, Mohandis,
Van Nispen, Paulusma, Slagt-Tichelman en Tielen,
en de heer Karremans, Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport.
Aanvang 10.02 uur.
De voorzitter:
Ik open de vergadering. Ik heet u allen welkom bij het commissiedebat Leefstijlpreventie.
Het is 10.02 uur. We gaan zo starten. Voordat ik begin, is het goed om te weten dat
we een vaste eindtijd hebben. Dat heeft er alles mee te maken dat de meeste Kamerleden
uit deze commissie om 14.30 uur geacht worden om in de plenaire zaal te zijn voor
andere debatten. En nog belangrijker, er vindt hier ook een andere bijeenkomst plaats.
Dus of we alles kunnen afronden, hangt ook echt af van hoe het debat loopt. En als
dat niet zo is – dat gebeurt ook wel eens – dan is er een tweede termijn op een ander
moment. Ik verwacht het niet. Ik denk dat het gezien het aantal Kamerleden wel moet
lukken. We gaan gewoon zo beginnen.
Nogmaals welkom aan iedereen die hier zit, iedereen die in een andere zaal zit, iedereen
die het op afstand volgt, de Staatssecretaris en de onmisbare ondersteuning. Welkom
ook aan alle Kamerleden. Dit debat begint straks met de heer Krul van het CDA. Daarna
komen mevrouw Daniëlle Jansen van NSC, mevrouw Slagt-Tichelman van GroenLinks-Partij
van de Arbeid, de heer Van Nispen van de SP, de heer Crijns van de PVV, mevrouw Tielen
van de VVD en mevrouw Paulusma van D66. We beginnen met vier minuten en vier interrupties
in de eerste termijn. U kent mij, ik kijk even hoe het loopt, maar we beginnen met
vier interrupties. We kijken ook naar hoe dit debat zich ontwikkelt. Ik wil er ook
best wel een keer vijf toestaan, maar als de interruptie langer dan 30 seconden is,
dan houdt het ook gewoon op. Dus het is ook aan jullie om dat tempo er een beetje
in te houden, dan wil ik echt wel flexibel meebewegen. Maar we beginnen met vier.
De heer Krul, aan u het woord.
De heer Krul (CDA):
Voorzitter. Er zijn wel honderd onderwerpen om uit te kiezen bij dit belangrijke debat,
maar helaas moet je altijd keuzes maken. Ik beperk mij vandaag tot ongezonde voeding,
want het beschermen van de gezondheid van onze kinderen, van onze volksgezondheid,
is een fundamentele verantwoordelijkheid van de samenleving en van de overheid. Maar
de voedselmiddelenindustrie besteedt jaarlijks zo'n 1,3 miljard euro aan marketing
voor ongezonde troep. Het is ronduit bizar dat deze marketingstrategieën van grote
bedrijven, gericht op het verleiden van kinderen tot ongezonde keuzes, vaak worden
gevierd als keuzevrijheid, maar als de overheid probeert in te grijpen, dan is dat
ineens betutteling.
Voorzitter. Deze paradox ondermijnt inspanningen van de overheid om een gezonde omgeving
voor onze jeugd te creëren. Ik heb het bijvoorbeeld over het pushbericht van de maaltijdbezorger
precies om 16.42 uur, het moment waarop mensen het meest kwetsbaar zijn om toch iets
te bestellen. Of over het bliss point in chips die zo gemaakt en gemodificeerd zijn
dat je er verslaafd aan raakt. Er is niks vrij aan de keuze voor ongezonde voeding
op het moment dat dit soort sluwe trucs het menselijk brein helemaal kunnen programmeren.
Voorzitter. Er zijn inspanningen om bijvoorbeeld kindermarketing in te perken. Maar
helaas is het niet voldoende. Uit onderzoek van UNICEF blijkt dat de helft van de
kinderen en jongeren in Nederland verleid wordt door reclames om ongezond eten te
kopen en te nuttigen, vooral via social media. De zelfregulering is onvoldoende effectief.
Honderden klachten die bijna altijd gegrond zijn, worden ingediend maar er gebeurt
te weinig. Er sluimert een gezondheidscrisis. Inmiddels heeft 11% van de kinderen
onder de 12 jaar overgewicht. En dat aantal neemt alleen maar toe.
Voorzitter. Er zijn goede onderzoeken gaande, bijvoorbeeld de Gezonde Generatie, uitgevoerd
in Amsterdam. Het gaat specifiek om frisdrankgebruik onder jongeren. Er worden schokkende
conclusies getrokken. Jongeren weten namelijk donders goed dat ze ongezonde producten
nuttigen. Ze weten zelfs hoeveel suikerklontjes er gemiddeld in een glas zitten, maar
ze geven ook aan dat ze er simpelweg niet mee kunnen stoppen. Een jongen van 14 jaar
zei: «We hebben een Albert Heijn dicht bij school, een automaat en een kantine. We
hebben alles. Zelfs als ik probeer iets gezonds te maken, dan lukt het mij niet om
de verleiding te weerstaan.»
Een van de onderzoeksvragen was wat jongeren zouden doen als ze zelf als Minister
maatregelen konden treffen. In dat geval zouden ze kiezen voor het verhogen van de
prijs van suikerrijke dranken en het aanbieden van goedkopere gezonde alternatieven.
Maar ook interessant is wat een jongere vraagt: waarom wordt water eigenlijk niet
leuk gemaakt? Waarom zit alleen Fanta in een gekleurd pakje met mooie slogans zoals
«Drink geluk»?
Voorzitter. We moeten onze kinderen beschermen tegen de constante stroom van ongezonde
verleidingen. Laten we samenwerken om een omgeving te creëren waarin gezonde keuzes
de norm zijn. Jongeren denken dat reclame hun keuze niet beïnvloedt, maar het gebeurt
in de praktijk toch. Daarom heb ik een paar vragen aan de Staatssecretaris. Er moet
sneller een verbod komen op kindermarketing voor ongezonde producten. Niet enkel beperkingen,
maar een algeheel verbod. Waarom wil de Minister hier pas begin 2026 mee beginnen?
Kan dat niet sneller? En kan de Minister toezeggen dat het in zo'n verbod gaat om
lineaire media, influencers, social media, televisie, supermarkt en de openbare ruimte.
Het moet echt gaan om een algeheel verbod op kindermarketing.
Voorzitter. We zouden werk moeten maken van neutrale verpakkingen voor ongezonde producten.
Denk bijvoorbeeld aan de flitsende energiedrankjes. Mits dragend gemotiveerd, staat
de EU uitzonderingen op het vrij verkeer van goederen toe als de publieke gezondheid
in gevaar is. Kan de Minister toezeggen dat hij dit in gang wil zetten? En waarom
stellen we niet gewoon een verkoopverbod in voor die verschrikkelijke energiedrankjes
aan jongeren onder de 16 jaar? Er zijn ons al zo veel landen voorgegaan. Hongarije
en Polen zijn nu bezig met wetstrajecten die de verkoop verbieden.
Tot slot heb ik toch nog twee vragen over een ander belangrijk onderwerp, namelijk
roken. Ten eerste, hoe gaat het met het onderzoek naar de tabaksheffing? Ten tweede,
het CDA Rotterdam en GroenLinks Rotterdam hebben een mooi initiatief gepresenteerd
over rookvrije terrassen. Het ontbreekt altijd een beetje aan bestuurlijk lef in die
Rotterdamse coalitie. Ze willen er niet echt aan beginnen. Wij kunnen als Rijksoverheid
de norm stellen, zoals België ook de norm heeft om rookvrije terrassen als normaal
te bestempelen. Kan de Staatssecretaris Rotterdam misschien een beetje helpen en die
norm stellen? Terrassen horen gewoon rookvrij te zijn.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van mevrouw Tielen.
Mevrouw Tielen (VVD):
Ik waardeer de strijdbare toon van de heer Krul, maar mijn vraag is of hij niet een
beetje doorslaat op de inhoud. De heer Krul zegt dat we kindermarketing overal moeten
verbieden. Marketing is natuurlijk meer dan alleen maar een reclame-uiting. Het is
ook een logo, een verpakking, een beeldmerk, enzovoorts. En kinderen zijn overal.
Tenminste, ze zijn op de meeste plekken, zoals bij een bushokje of bij het voetbalstadion
om met hun ouders naar een leuke wedstrijd te kijken. Bedoelt meneer Krul eigenlijk
niet gewoon een totaalverbod op alles? Wil hij – in mijn ogen – niet gewoon alle kleur
uit de samenleving halen? Lekker saai, en ik weet eigenlijk niet met welk effect als
gevolg.
De heer Krul (CDA):
Laat ik er twee dingen over zeggen. Eén. Ik mag in een mooie groene wijk wonen. Als
ik 's ochtends naar de tram loop, dan denk ik inderdaad weleens: waarom moet ik binnen
die 150 meter in hemelsnaam overal geconfronteerd worden met reclame-uitingen? Dus
als ik in mijn hart zou kijken, zou ik tegen mevrouw Tielen zeggen: ja, waarom moet
er in de openbare ruimte zo vreselijk veel reclame zijn?
Twee. Het gaat hier specifiek om marketing die gericht is op kinderen. Ik ga geen
bedrijfsnamen noemen, maar we weten donders goed dat reclame die eerst echt om een
kind gaat, nu ineens een switch maakt naar gezinnen, waarbij 80 à 90% van de reclame-uiting
wel degelijk op het kind gericht is. Het kinderbrein wordt geactiveerd wanneer ze
erlangs lopen of wanneer ze het op social media of waar dan ook zien. Het kinderbrein
kan die verleidingen minder goed weerstaan dan een volwassen brein. Het gaat dus niet
om het volledig verbieden van marketing in de openbare ruimte. Het gaat specifiek
om het verbieden van marketing gericht op kinderen.
Mevrouw Tielen (VVD):
Ik zie de initiatiefwet van de heer Krul tegemoet. Maar stel dat die het zou halen,
wat hoopt meneer Krul dan dat daar als resultaat uitkomt? Wat moet het meetbare effect
van dit totaalverbod zijn?
De heer Krul (CDA):
Het meetbare effect is hopelijk enerzijds dat het aantal kinderen met overgewicht
voor het eerst in lange tijd niet toeneemt maar juist afneemt. En het andere meetbare
effect, zoals ook blijkt uit ...
De voorzitter:
Excuus. U mag zo verdergaan. Dit is de lange bel. Ik stop u even, omdat het voor degene
die dit debat op afstand via het scherm volgt anders gewoon niet te verstaan is. We
wachten heel even. Excuus. U mag zo alsnog het volledige antwoord op mevrouw Tielen
geven.
De heer Krul. Het woord is aan u.
De heer Krul (CDA):
Ik begin gewoon opnieuw. Enerzijds hopen we natuurlijk dat het aantal kinderen met
overgewicht of obesitas afneemt. Dat is ontzettend meetbaar. Dat is belangrijk, omdat
obesitas helaas een belangrijke oorzaak is van diabetes type 2 onder jonge kinderen.
Dat is heel meetbaar. Anderzijds weten we ook uit onderzoek, onder andere van UNICEF,
dat de helft van de kinderen in Nederland verleid wordt door die reclames. Het zou
ontzettend mooi zijn als die reclames verdwijnen, en je dan ook ziet dat de consumptie
afneemt doordat kinderen er niet langer mee worden geconfronteerd. Dat zouden twee
prachtige meetbare resultaten zijn.
Ik hoop dat ik niet met een initiatiefwetsvoorstel hoef te komen. Ik weet dat deze
Staatssecretaris bezig is met het creëren van beperkingen. Het lijkt mij alleen maar
eenvoudig om dan voor een algeheel verbod te pleiten in plaats van toch weer allerlei
geitenpaadjes te bewandelen en een paar beperkingen op te leggen. Het is veel duidelijker.
De voorzitter:
De heer Crijns. Ja, heeft u toch wel een vraag? Ja, goed.
De heer Crijns (PVV):
De heer Krul is een heel goed Kamerlid, maar af en toe lijkt hij wel doorgeslagen
in de betuttelmodus. Ik schrik er toch wel van dat de heer Krul een algeheel verbod
voor kinderreclamemarketing wil invoeren. Ik heb een vraag aan de heer Krul: wie is
verantwoordelijk voor het aankopen van deze producten?
De heer Krul (CDA):
Dat is een hele goede vraag van de heer Crijns. Enerzijds is de overheid altijd verantwoordelijk
voor het beschermen van de volksgezondheid. Dat moeten we even in ogenschouw nemen.
Dat is ook grondwettelijk zo bepaald. En natuurlijk is in het geval van kinderen zo
dat de ouders daar vaak ook een rol in spelen. Maar uit onderzoek blijkt ook dat het
nou net die ouders zijn die zeggen: als mijn kind een tussenuur heeft en voor een
euro een blikje energiedrank en een andere snack kan halen terwijl het gezonde alternatief
veel duurder is, dan gaat mijn kind dat ongezonde product aanschaffen. Kinderen hebben,
zeker als ze wat ouder worden, inmiddels dus ook genoeg handelingsbekwaamheid om zelf
die ongezonde keuzes te maken. Alleen is het kinderbrein niet genoeg ontwikkeld en
helemaal niet bestand tegen die marketing. Dat blijkt ook uit die onderzoeken. Dus
dat kind zal altijd kiezen voor het ongezonde, vaak ook te goedkope product en beseft
niet voldoende wat de gevolgen daarvan zijn. Die verantwoordelijkheid delen we dus
als samenleving met z'n allen, denk ik. Als overheid, als Tweede Kamerleden moeten
we zorgen dat de grondwettelijke taken, zoals het beschermen van de volksgezondheid,
naar behoren worden uitgevoerd. En dat doen we met dit soort instrumenten.
De heer Crijns (PVV):
Dank aan de heer Krul voor dit antwoord. De overheid heeft inderdaad een wettelijke
taak, maar ouders zijn eindverantwoordelijk voor wat er uiteindelijk in dat mandje
belandt en wat niet. Als het aan de heer Krul ligt, worden zo dadelijk de paashaasjes,
de kerstmannetjes en de sinterklaasjes verboden. Noem het maar op. Het moet toch niet
zo zijn dat wij hier kinderen in bubbeltjesfolie gaan inpakken? We kunnen ze uiteindelijk
toch niet beschermen tegen alles. Wat als ze zo dadelijk naar Duitsland, Frankrijk
of België gaan en daar wel die producten zien? We zijn compleet aan het doorslaan.
Ziet de heer Krul dat ook?
De heer Krul (CDA):
Nee, dat zie ik niet. Dat zie ik helemaal niet, zelfs. Sterker nog, ik zie alarmerende
cijfers over obesitas, die toeneemt onder jonge mensen. Elk jaar zijn het er meer.
En zolang de appelkoek in de supermarkt goedkoper is dan de appel, zullen kinderen
altijd die appelkoek meenemen. Daar hebben wij als overheid een verantwoordelijkheid
in te nemen, want wij moeten ervoor zorgen dat er randvoorwaarden zijn waardoor kinderen
in een gezonde omgeving gezond kunnen opgroeien. Die schijnkeuzevrijheid waar de heer
Crijns vaak voor pleit, is er helemaal niet. Het zijn juist dit soort hele sluwe marketingstrategieën
en die hele goedkope producten, die een illusie wekken van keuzevrijheid. Maar eigenlijk
wordt die keuze gewoon voor de jonge kinderen gemaakt en daar moeten we echt iets
aan doen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we bij de volgende spreker gekomen, mevrouw Daniëlle Jansen van
de NSC-fractie. Aan u het woord.
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
Dank u, voorzitter. Vandaag heb ik vier minuten om de kansen op een gezonde leefstijl
voor iedereen te vergroten. Ik richt mij vandaag op roken, op een gezonde voedselomgeving
en op alcoholpreventie.
Voorzitter. Op 11 februari is een motie aangenomen waarin NSC, CDA en GroenLinks-PvdA
de regering verzoeken om de verkoop van tabak en rookwaren in uitsluitend speciaalzaken
in plaats van in 2032 al per 2028 in te voeren. De Staatssecretaris meldt in een brief
dat hij de landsadvocaat om advies vraagt over de gevolgen van deze versnelling, met
name rond het eigendomsrecht van ondernemers. Ik wil meteen mijn zorgen uitspreken
dat dit soort onderzoeken het risico in zich draagt van uitstel van de invoering in
2028 en misschien wel van afstel. Kan de Staatssecretaris nu al duidelijk maken op
basis waarvan er wordt besloten of de motie wordt uitgevoerd? Wat moet dus de uitkomst
zijn?
De adviesvraag gaat over of er bij de versnelling voldoende rekening wordt gehouden
met de belangen van ondernemers. Zij moeten zich nu sneller aanpassen aan de nieuwe
regels. Ik begrijp dat hierover advies moet worden ingewonnen, maar het is te beperkt
om alleen deze belangen te wegen. Er wordt volledig voorbijgegaan aan de maatschappelijke
belangen en aan schade door de trage invoering, namelijk: het aantal mensen, vooral
jongeren, dat in de tussentijd verslaafd raakt, omdat tabak te makkelijk verkrijgbaar
is. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat bij het advies ook expliciet wordt gekeken
naar de gevolgen van uitstel voor de volksgezondheid? En kan hij ook aangeven wanneer
het onderzoek en het advies worden afgerond?
Daarnaast is het belangrijk om te benadrukken dat de handhaafbaarheid van het aantal
verkooppunten door de NVWA steeds moeilijker zal worden, naarmate er meer nieuwe verkooppunten
blijven komen juist doordat de doelstelling van 2032 nog ver weg is. Kan de Staatssecretaris
toelichten hoe hij de toenemende druk op de NVWA wil aanpakken?
Tot slot, kan hij alvast voorbereidingen treffen voor invoering in 2028, bijvoorbeeld
door brancheorganisaties nu al te betrekken? Zo wordt duidelijk dat deze stap er hoe
dan ook aankomt en voorkomen we dat het advies zó laat komt dat 2028 alsnog onhaalbaar
wordt.
Dan over voedsel en de gevolgen daarvan. Volgens recente cijfers heeft inmiddels 1
op de 7 kinderen overgewicht en 1 op de 28 kinderen obesitas. Als er niets verandert,
lopen deze kinderen, vooral de kinderen uit gezinnen met lagere inkomens, een veel
grotere kans op hart- en vaatziekten, diabetes en andere ernstige gezondheidsproblemen
op latere leeftijd. Dit vergroot de sociaal-economische gezondheidsverschillen en
kansenongelijkheid. Als we de stijging van overgewicht bij kinderen echt willen keren,
moeten we kritisch kijken naar het voedselaanbod in supermarkten. Dat is de plek waar
ouders en kinderen, soms dagelijks, keuzes maken, vaak onder invloed van een overvloed
aan verleidelijke, ongezonde producten. Nieuw Sociaal Contract pleit voor een nulmeting
van het verkoopaandeel van ongezonde en gezonde voeding in supermarkten, zodat we
eerst helder in beeld krijgen waar we nu staan. Dat hebben we nu namelijk nu nog niet
goed in beeld. Wat ons betreft betekent dit een uniforme meetmethode die jaarlijks
over het hele assortiment wordt toegepast en verplicht is voor alle supermarkten.
Daarnaast pleit Nieuw Sociaal Contract voor het vaststellen van een concrete, realistische
en ambitieuze doelstelling om het verkoopaandeel van Schijf-van-Vijf-producten jaarlijks
daadwerkelijk te laten toenemen. In de contourenbrief over de preventiestrategie lezen
wij dat de Staatssecretaris in 2025 hardere afspraken wil maken met de vijf grootste
supermarkten over een groter verkoopaandeel van Schijf-van-Vijfproducten, zonder een
nulmeting af te wachten. Hoe denkt de Staatssecretaris over een nulmeting en het vastleggen
van een ambitieus doel, niet al te ver in de toekomst? Daarnaast willen we ook kijken
naar producten buiten de Schijf van Vijf. Hoe zorgt de Staatssecretaris ervoor dat
ook het verkoopaandeel gezondere producten in zicht komt dat buiten de Schijf van
Vijf valt?
Voorzitter. Te weinig Nederlanders zijn zich bewust van de schadelijke gevolgen van
alcoholgebruik. De Wereldgezondheidsorganisatie beveelt aan om gezondheidsinformatie
op alcoholhoudende dranken te plaatsen. Etikettering is grotendeels een Europese bevoegdheid,
maar lidstaten kunnen hierin zelf actie ondernemen. Erkent de Staatssecretaris dat
gezondheidsinformatie op alcoholverpakkingen bijdraagt aan de bescherming van de volksgezondheid
en het recht op informatie van consumenten? Hoe denkt de Staatssecretaris over het
invoeren van gezondheidsinformatie op alcoholverpakkingen?
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we gekomen bij de volgende spreker, mevrouw Slagt-Tichelman namens
GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Echte preventie begint bij het aanpakken van de leefomstandigheden van
mensen. Voor GroenLinks-PvdA betekent dit investeren in betaalbare woningen, het tegengaan
van armoede en zorgen voor een gezonde leefomgeving. Gezondheid is niet alleen een
persoonlijke verantwoordelijkheid, maar iets wat we samen organiseren. Wetgeving speelt
daarbij een sleutelrol, net als een omgeving die gezonde keuzes mogelijk maakt. Helaas
schiet het huidige preventiebeleid tekort. De doelen worden niet gehaald en de gezondheidsverschillen
blijven groot. Nog steeds bepaalt waar je woont, werkt of waar je wieg staat, je gezondheid.
Dat is onacceptabel. De Voorjaarsnota maakt het erger: minder woningbouw, een kortere
WW, een eigen bijdrage in de jeugdzorg. Dit betekent meer armoede, minder zorg en
meer dakloosheid. Daar is iets aan te doen en dat is het bieden van échte preventie,
zeker gezien de alarmerende voorspellingen van het RIVM dat in 2025 64% van de Nederlanders
overgewicht heeft.
De preventiestrategie die nu gepresenteerd is, voelt dan ook volkomen wereldvreemd.
Tot nu toe is er alleen nog maar bezuinigd. Wij vragen de Staatssecretaris daarom:
welke concrete doelen gaat hij stellen om de gezondheidsverschillen te verkleinen?
Komt er ook een kabinetsbrede strategie met duidelijke eindverantwoordelijken om die
doelen daadwerkelijk te behalen? In het huidige beleid, ook binnen het programma Gezondheid
en alle gezondheidsdomeinen, ontbreekt het aan samenhang en sturing. Het blijft veelal
bij het opsommen van initiatieven zonder een samenhangend plan te bieden. Wij verzoeken
de Staatssecretaris toe te zeggen dat hij deze ambities concreet maakt in de komende
preventiestrategie.
Voorzitter. Uit de GALA-monitor blijkt dat de regionale preventiestructuren niet optimaal
functioneren. De ambities reiken tot 2040, maar de financiering loopt slechts tot
2026. Erkent de Staatssecretaris dat dit vraagt om structurele langdurige financiering?
Hoe gaat hij domeinoverstijgende samenwerking en ketenaanpakken duurzaam stimuleren?
Een goed voorbeeld van waar het beter kan, is de uitvoering van programma's zoals
Kansrijke Start en Kind naar Gezonder Gewicht. Hoewel veel gemeenten hiermee werken,
blijft de implementatie versnipperd. In de helft van de regio's zijn nog geen afspraken
gemaakt met de zorgverzekeraars. In een derde van de gemeente ontbreekt hetzelfde
aan een GLI-aanpak. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat hij zich inzet voor de landelijke
dekking en dat bij de volgende evaluatie tenminste 95% van de gemeenten deze programma's
uitvoert?
Ook op het terrein van overgewicht is er actie nodig. De voedselomgeving speelt hierbij
een cruciale rol; dit werd ook al door mijn voorgangers benoemd. Het veld vraagt terecht
om een landelijke aanpak, niet met vrijblijvende maar met verplichtende afspraken.
Is de Staatssecretaris bereid om bijvoorbeeld de Nutri-Score verplicht te stellen
en om supermarkten en andere winkels te verplichten een beleid te voeren van minimaal
60% gezond aanbod?
Gezonde voeding begint bij de start van het leven met borstvoeding. Is de Staatssecretaris
bereid reclame voor kunstvoeding volledig te verbieden, ook bij een leeftijd na 6
maanden?
Voorzitter. De GGD speelt een sleutelrol in de wijkgerichte preventie. Wij pleiten
vooral voor landelijke basisfinanciering van de GGD voor preventie, zodat overal in
het land een gelijkwaardig kwaliteitsniveau geborgd is. Gaat de Staatssecretaris dit
opnemen in de contouren van de preventiestrategie?
De voorzitter:
U heeft een interruptie.
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):
Tot slot wil ik stilstaan bij vapen en roken. Tijdens het Nationaal Jeugddebat spraken
jongeren creatieve voorstellen uit, waaronder het opzetten van een jongerengedreven
campagne tegen vapen. De Staatssecretaris heeft toegezegd hierbij topsporters te betrekken.
Dit is iets wat wij heel erg waarderen, maar tegelijkertijd worden er forse bezuinigingen
aangekondigd op het preventiebudget. Het budget voor het ontmoedigen van het gebruik
van schadelijke middelen, waaronder vapen, roken, alcohol en drugs, wordt gehalveerd.
Kan de Staatssecretaris aangeven wat deze bezuinigingen betekenen voor de uitvoering
van het Actieplan tegen vapen? Kan hij alle aangekondigde maatregelen nog waarmaken?
Het project van het Trimbos-instituut om stoppen met roken beter te borgen in de curricula
van zorgopleidingen dreigt bijvoorbeeld weg te vallen door deze bezuinigingen. Kan
de Staatssecretaris aangeven welke projecten nog meer worden geraakt? Is hij bereid
het Trimbos-project voort te zetten ondanks de bezuinigingen?
De voorzitter:
Dank u wel. U had nog een interruptie van mevrouw Tielen.
Mevrouw Tielen (VVD):
De verboden vliegen al over de tafel, tenminste, het pleiten daarvoor. Ik hoor GroenLinks-PvdA
pleiten voor een totaalverbod op reclame voor flesvoeding. Nu hoorde ik de heer Krul
net zeggen dat het kinderbrein niet bestand is tegen de verleiding van ongezonde troep.
Dan denk ik: is mevrouw Slagt-Tichelman in de veronderstelling dat het verbod op reclame
voor flesvoeding aanhaakt op het inzicht dat het moederbrein niet bestand is tegen
de verleiding van ongezonde troep, oftewel gewoon een flesje melk?
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):
Het moederbrein is daar zeker tegen bestand. Dat kan keuzes maken, maar uit onderzoek
is ook gebleken dat hoe meer reclames er zijn, zeker reclames uitgedeeld door zorgprofessionals ...
En zorgprofessionals doen dat echt niet vóór zes maanden, omdat dat tegen de WHO-code
is, maar voor daarna staan er in verschillende zwangerschapsmagazines behoorlijk wat
reclames. En dat zijn wel prikkels die moeders krijgen, waarbij bijvoorbeeld wordt
gesteld dat flesvoeding net zo'n goede optie is. Maar nog steeds is borstvoeding de
beste optie. Als we beginnen om dat uit te dragen, is dat echt gezonder. Dat is ook
gebleken in landen waar dat al gedaan wordt. Ik doe dit niet om te betuttelen. Dat
woord wordt weleens gebezigd. Ik doe dit echt om gezondheidswinst te behalen. We hebben
echt een serieus probleem van overgewicht bij kinderen. Borstvoeding, een lange periode
aan het begin van het leven, helpt daar echt bij. Vrouwen kunnen nog steeds kiezen
om flesvoeding te geven. Daaraan sleutelen we echt niet. Alleen de reclame willen
wij verbieden.
De voorzitter:
Mevrouw Paulusma? O, natuurlijk, mevrouw Tielen.
Mevrouw Tielen (VVD):
Dit is mijn laatste interruptie. Sorry hoor, maar het conservatisme van een zichzelf
progressief noemende partij schiet echt over de tafel. Daarom moet ik even nadenken
over welke woorden ik kies. Mevrouw Slagt-Tichelman ontkent dus niet dat zij flesvoeding
aan ongezonde troep linkt. Dat is wat zij eigenlijk doet, want zij zegt dat borstvoeding
altijd het beste is, ook na zes maanden, terwijl wetenschappelijke onderzoeken daar
een minimaal effect in laten zien. Dus wat mevrouw Slagt-Tichelman nu eigenlijk zegt
is: het moederbrein mag inderdaad niet verleid worden om haar kind niet met alleen
maar borstvoeding te voeden, dus ze blijft maar lekker voor haar kind zorgen tot ik-weet-niet-hoelang – mevrouw
Slagt-Tichelman heeft er geen periode voor genoemd. Dit gaat echt wel heel, heel,
heel erg ver.
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):
Ik vind dit geheel ongegrond en daar wil ik ook echt een punt van maken. Er worden
nu heel veel dingen gekoppeld, terwijl ik alleen over reclame praat. Ik heb vrouwenrechten
en wat vrouwen kunnen kiezen hoog in het vaandel staan en daar wordt niet aan getornd.
Mevrouw Tielen doet alsof ik daaraan torn en daar ben ik het absoluut niet mee eens.
Ik wil echt het beste voor kinderen om ze een gezonde start te geven. Daarbij kunnen
we als samenleving uitstralen wat gezonde keuzes zijn. Ik sluit me aan bij de inbreng
van het CDA en NSC dat we daarin een opgave hebben als samenleving.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik moet ook even diep ademhalen, want ik kon me nog deels vinden in het verhaal van
collega Krul. Maar mevrouw Slagt-Tichelmans slaat wat mij betreft nu totaal de plank
mis. Ik snap dat ze zich aangesproken voelt en dat is ook terecht. Want als je hier
namelijk zegt dat borstvoeding de beste oplossing is, dan zet je daarmee een heleboel
vrouwen aan de kant die andere keuzes willen of moeten maken. Ik vind ook echt van
GroenLinks-Partij van de Arbeid zijn we nou helemaal ... Laat ik daar maar even een
stilte laten vallen. Is dit nu het voorstel van GroenLinks-Partij van de Arbeid? Als
je opkomt voor vrouwenrechten, dan zijn het de vrouwen zelf die besluiten wat ze doen.
En als we het dan over gezondheid hebben – want dat vond ik een kulargument – gaat
het ook over de gezondheid van vrouwen. En als borstvoeding moeilijk is, ingewikkeld
is, pijn doet, allerlei andere klachten geeft of als je het gewoon niet wil omdat
je aan het werk wil, dan gaan we niet dit soort flauwekul promoten over dat borstvoeding
de gezondste optie is en pleiten voor het verbieden van alle reclame erover. Dat is
50 stappen terug in de tijd en dat is eigenlijk heel teleurstellend.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan mag u daar uiteraard op reageren.
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):
Ik denk niet dat het 50 stappen terug is in de tijd en het is ook geen 100 stappen
terug in de tijd. We zien in deze tijd dat we steeds meer overgewicht hebben. We willen
mensen stimuleren de goede keuzes te maken. We willen zeker dat vrouwen zelf hun keuzes
blijven maken. Daar torn ik echt niet aan. En u legt het wederom verkeerd uit. Ik
heb het alleen over het reclame maken. Ik zou het waarderen als dat in de voedselstrategie
van kindermarketing opgenomen wordt. Vrouwen behouden nog steeds het recht om kiezen
wat zij willen. Dat is nog steeds belangrijk, maar we pleiten ervoor dat ze op basis
van objectieve informatie kiezen en niet door reclameprikkels. Ik denk dat we daarnaar
moeten luisteren. Als vrouwen inderdaad voor flesvoeding kiezen, dan hebben ze daarvoor
gekozen en dan moet daar ook niet aan getwijfeld worden. Dan moet dat op de best mogelijke
manier ondersteund worden. Wij staan achter beide keuzes. Ik vind dat niet 100 stappen
terug in de tijd. Ik vind dat juist staan voor goede begeleiding van wat vrouwen willen
met objectieve informatie zonder reclameprikkels.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Paulusma nog?
Mevrouw Paulusma (D66):
Jazeker. Ik leg mevrouw Slagt-Tichelman geen woorden in de mond, want ze herhaalt
ze namelijk steeds. De flauwekul waar ik op aansla, is het in de publieke ruimte zeggen
dat borstvoeding de beste optie is. Dat is 100 stappen terug als het gaat om de keuzes
die vrouwen zelf mogen, moeten en kunnen maken. Dat neem ik GroenLinks-Partij van
de Arbeid kwalijk.
De voorzitter:
U mag daar nog op reageren.
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):
U legt dat zo uit. Vrouwen mogen zelf de keuze maken. Borstvoeding is inderdaad gezondheidshalve
het beste. Het voorkomt allergieën en overgewicht. Het heeft echt enorm veel gezondheidsvoordelen
als vrouwen dat willen en kunnen. Daarbij staat het keuzerecht van de vrouw absoluut
voorop. Ik denk dat we als samenleving moeten erkennen dat het echt heel veel gezondheidsvoordelen
heeft.
De heer Crijns (PVV):
Ik ben een beetje verward door mevrouw Slagt-Tichelman. Ik hoor dat een kind van flesvoeding
overgewicht kan krijgen. Ik schrik daar wel van. Volgens mij is het niet zo dat een
kind overgewicht kan krijgen van flesvoeding. Dat is echt pure onzin. Ik wil mevrouw
Slagt-Tichelman vragen om geen fake news de wereld in te helpen. Ik had het eigenlijk
niet zo willen zeggen.
De voorzitter:
Nog even dan, maar kort.
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):
Dit is geen fake news. Er zijn voldoende studies die dit hebben aangetoond. Als mensen
flesvoeding klaarmaken houden ze zich vanuit goede intenties niet altijd aan de afgestreken
voorschriften van het pak. Soms is het net een beetje meer. Of mensen denken dat het
kindje het flesje moet leegdrinken, terwijl het kindje aan een mindere hoeveelheid
voldoende heeft. Dat is voeden op verzoek. Ik zie bij heel veel jeugdgezondheidszorginstellingen
dat ze steeds meer overgaan op voeden op verzoek, ook bij flesvoeding, met daaraan
een maximum als preventiestrategie voor overgewicht. Ik denk dat dat een hele goede
beweging is, maar het heeft wel degelijk aandacht nodig.
De voorzitter:
Oké. U heeft er nog een. Dat zou dan uw laatste zijn. Heel goed. Dan de heer Van Nispen.
De heer Van Nispen (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik vervang vandaag mijn collega mevrouw Dobbe, die hier normaal
gesproken het woord over voert.
De vraag die vandaag centraal staat, is hoe we kunnen voorkomen dat mensen ziek worden
doordat ze bijvoorbeeld roken, ongezond eten of te weinig bewegen. Het is te makkelijk
om dat als louter individuele keuzes en verantwoordelijkheden te zien. Vaak zijn leefomstandigheden
doorslaggevend voor de gezondheid. Mensen leiden vaak door stress, een ongezonde woon-
of werkomgeving en een laag inkomen een ongezonder leven. We moeten mensen niet straffen
voor slecht gedrag, maar we moeten de verdienmodellen aanpakken die tot ongezonde
keuzes verleiden. We moeten mensen zo goed mogelijk helpen om gezond te kunnen leven.
Zo kijkt de SP bijvoorbeeld ook naar roken en vapen. Mensen worden door allerlei trucs
van de tabaksindustrie verslaafd gemaakt, waardoor die industrie zich kan verrijken
ten koste van de gezondheid van mensen. Daarom moeten we vooral de industrie aanpakken
en mensen helpen zich te beschermen tegen deze industrie. Dat kunnen we bijvoorbeeld
doen door de industrie te dwingen sigaretten minder verslavend te maken. Hoe staat
het met de motie-Dobbe c.s. die hiertoe opriep?
De industrie slaagt er steeds beter in om onze jongeren verslaafd te maken aan nicotine
door het te verpakken in een nieuw jasje: de vape. Het aantal jongeren dat wekelijks
vapet, is omhooggeschoten. Het is goed dat er een Actieplan tegen vapen is, maar aan
de Staatssecretaris vraag ik of hiervoor voldoende financiering beschikbaar is. Sluit
dit plan wel voldoende aan op volwassen vapers? Ondertussen is het knap eenvoudig
om vapes met een smaakje online te bestellen. De Kamer nam hier eerder dit jaar de
motie-Dobbe/Krul over aan. Hoe staat het inmiddels met de uitvoering hiervan?
Eigenlijk zien we een vergelijkbare situatie als het gaat om ongezond eten. Dat leidt
volgens de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg nu tot 13.000 doden per jaar. Toch
wordt het mensen erg moeilijk gemaakt om gezond te eten. Van de aanbiedingen in de
supermarkt is 80% ongezond. Slechts 21% van het supermarktaanbod valt binnen de Schijf
van Vijf. Gezond eten is gewoon heel erg duur. De SP vindt het noodzakelijk dat we
meer zeggenschap krijgen over ons eten, zodat we kunnen zorgen voor gezond en betaalbaar
voedsel voor iedereen.
De SP heeft hiervoor een plan geschreven: Ons eten. Dat is een zevenpuntenplan. Ik
wil de Staatssecretaris vragen hier kennis van te nemen. Het is niet heel lang, maar
het is wel heel goed, zeg ik even onbevooroordeeld. Ik wil vragen het te lezen en
er op een later moment schriftelijk op terug te komen. Ik zie dat hij dat vol enthousiasme
wil doen, dus ik zal het zo dadelijk aan de bode meegeven om het aan hem te overhandigen.
Hoe staat de Staatssecretaris bijvoorbeeld tegenover het verminderen van het buitensporig
gebruik van zout, suiker en vet bij de productie van ons eten? Is hij bereid de btw
op gezonde voeding af te schaffen en de ACM de bevoegdheid te geven te reguleren en
indien nodig de prijzen te blokkeren? Is de Staatssecretaris bereid deze punten op
te nemen in de voedselwet die hij heeft aangekondigd?
Ook op het gebied van seksuele gezondheid is het belangrijk om de zorg op peil te
houden. Het aantal hiv-diagnoses is voor het eerst in jaren weer gestegen. Toch dreigt
er te worden bezuinigd op seksuele gezondheid. GGD Gelderland-Midden moet bijvoorbeeld
de inzet hierop halveren als gevolg van landelijke en lokale bezuinigingen. Hoe gaat
de Staatssecretaris dit soort ontwikkelingen voorkomen?
Voorzitter. Het belang van sport en bewegen is heel erg groot. Ik weet dat ook de
Staatssecretaris hieraan veel waarde hecht. Juist daarom waren wij nogal verbaasd
dat dit amper terugkwam in zijn brief over de samenhangende preventiestrategie. Hoe
kan dat? Mensen helpen om meer te bewegen zou hier toch een vrij belangrijk onderdeel
van moeten zijn, lijkt mij. Is de Staatssecretaris van plan dit wel duidelijk in de
uitwerking van de strategie te verwerken en terug te laten komen? Ik weet toevallig
dat het punt over sport wordt gedeeld door GroenLinks-PvdA die dit ook altijd bepleit.
Daarnaast is het zo dat allerlei bezuinigingen op sport boven de markt blijven hangen.
De btw-verhoging is van tafel, maar de overige bezuinigingen niet. Zo wordt er nog
steeds bezuinigd op specifieke uitkeringen voor gemeenten die bedoeld zijn voor sport;
de BOSA-regeling voor verduurzaming en onderhoud van sportvoorzieningen wordt fors
uitgekleed en de sport wordt geraakt door de hogere kansspelbelasting. Recent werd
zelfs het gratis of betaalbaar sporten door studenten afgeschaft met een onnavolgbare
redenering. De vraag is: waarom je dat zou doen? Als we sport en bewegen in Nederland
echt willen stimuleren, hoort daar ook financiering bij. Dan moeten we dus niet bezuinigen
maar investeren. Hoe ziet de Staatssecretaris dat?
In het laatste sportdebat deed de SP samen met een heleboel organisaties uit de sport
een voorstel voor een sportpas voor jongeren. De Staatssecretaris heeft dat toen enthousiast
omarmd. Hij gaat hier meer onderzoek naar doen en de resultaten daarvan verwacht hij
pas over een jaar. Hoe kunnen we hier toch vaart achter zetten? De Staatssecretaris
gaat bestaande initiatieven op lokaal niveau volgen, maar is hij ook bereid dit alvast
te stimuleren en te faciliteren dat er meer initiatieven worden opgezet, bij voorkeur
in de gebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid?
Dank u wel, voorzitter. Dat was het. Ik moet mij straks verontschuldigen. Mijn fractie
luistert mee naar de antwoorden, maar ik moet zelf straks naar een ander debat. Excuses
daarvoor.
De voorzitter:
Veel dank, ook dat u aanschoof bij dit debat namens uw collega. Nogmaals dank. Dan
komen we bij de volgende spreker en dat is de heer Crijns namens de PVV-fractie.
De heer Crijns (PVV):
Dank u wel, voorzitter. In 2018 schreef de toenmalige Staatssecretaris van Volksgezondheid,
de heer Blokhuis, een nieuw «heilig schrift». Dat deed hij niet op papier, maar gebeiteld
in steen: het Nationaal Preventieakkoord vol leefregels, opgesteld door een overheid
die zich steeds meer als een morele politieagent gedraagt. Gij zult niet roken; gij
zult geen alcohol drinken; gij zult geen suiker nuttigen. De belangrijkste daarbij
was: gij zult luisteren naar de overheid want die weet beter wat goed voor u is dan
uzelf. Deze Staatssecretaris vond dat nog niet goed genoeg. De volgende golf betuttelingen
ligt al op u te wachten. Jawel, hier komen ze: de nieuwste geboden van Staatssecretaris
Karremans. Gij zult geen chipsreclames meer zien, want dat is slecht voor de jeugd.
Gij zult recreatieparken betreden zonder sigaret, zonder bier en met een wortel in
uw hand. Gij zult pas na uw 21ste mogen roken.
Voorzitter. De Staatssecretaris heeft recent een Actieplan tegen vapen gepresenteerd.
Daarin staan enkele voorstellen waarbij de betutteling er met kop en schouders boven
uitsteekt. Onze fractie zal er een uitlichten: de mogelijke verhoging van de leeftijdsgrens
naar 21 jaar. Je mag op je 18de een hypotheek afsluiten, autorijden, trouwen, stemmen
en je mag in dienst treden bij Defensie, maar een pakje sigaretten kopen mag pas vanaf
je 21ste. Dit is totale, maar dan ook echt totale waanzin. Hoe denkt de Staatssecretaris
dat dit enig nut zal hebben, terwijl jongeren nu al moeiteloos aan sigaretten en vapes
komen?
Voorzitter. Het stopt niet bij tabak en vapes, want nu is alcohol aan de beurt in
de betuttelcampagne van deze Staatssecretaris. Er wordt inmiddels gespeculeerd over
waarschuwingsetiketten op bier- en wijnflessen alsof een ambachtelijk gebrouwen biertje
een gevaarlijk product is waartegen de overheid ons moet beschermen. Ook reclames
moeten eraan geloven. Geen spotjes meer en geen posters meer alsof we ineens niet
meer kunnen omgaan met een goed glas bier of wijn. Ik vraag de Staatssecretaris: waar
stopt deze bemoeizucht? Moeten we straks ons wijntje en biertje in het geheim drinken
achter de gordijnen alsof elke slok een misdaad is?
Over betutteling gesproken: de Staatssecretaris wil dit jaar nog een wetsvoorstel
indienen om kindermarketing van ongezond voedsel te verbieden. Straks mag een pak
hagelslag met chocofunnies, zoals ik hier laat zien, niet meer in de reclame. Zelfs
de verpakking moet neutraal zijn: geen kleur. Ik zal hem onder mijn desk zetten: geen
kleur, geen figuurtjes, helemaal niks. Volgens deze Staatssecretaris zou dat ongewenste
beïnvloeding zijn. Maar zijn ouders niet verantwoordelijk voor wat er in het winkelmandje
belandt? Zijn het niet juist ouders en opvoeders die een grote rol spelen in het aanleren
van goede gewoontes? Nu gaan wij hier in Den Haag bepalen wat kinderen wel of niet
mogen zien. Wat is dit voor gekkigheid?
Steeds meer jongeren en volwassenen hebben het mentaal zwaar. Bijna 30% van de jongeren
kampt inmiddels met psychische klachten en dat percentage blijft oplopen. Wat is er
in hemelsnaam aan de hand in onze samenleving? Waar is het misgegaan? Worden kinderen
tegenwoordig opgevoed met fluwelen handschoentjes?
Tot slot, voorzitter, want ik ga afronden. Het is inmiddels 2025. Miljoenen euro's
zijn over de balk gesmeten aan akkoorden, plannen en projecten. Nog altijd geldt dat
mensen te zwaar zijn, nog steeds roken en drinken. Mij rest nog één vraag. Wat heeft
dit beleid ons gebracht en wat gaat het nieuwe pakket aan maatregelen van de Staatssecretaris
nu eigenlijk toevoegen? Het eerlijke antwoord is: bijna niks of helemaal niks.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van mevrouw Daniëlle Jansen.
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
Een bijzonder pleidooi van de heer Crijns, waarbij hij van alles uit de kast trekt,
letterlijk en figuurlijk: de pakken hagelslag. De heer Crijns heeft allemaal zaken
genoemd die hij niet wil omdat dat betutteling is. Blijkbaar krijg je mensen op deze
manier niet gezonder. De laatste vraag van de heer Crijns ging over mentale gezondheid.
Drugsgebruik, alcoholgebruik en overgewicht leiden allemaal tot een toename in de
mentale ongezondheid. Als de heer Crijns de mentale gezondheid bij jongeren wil verbeteren,
zou ik in ieder geval inzetten op die punten. Ik zou heel graag van de heer Crijns
willen weten of de PVV mensen wel gezonder wil krijgen en of hij vooral wil inzetten
op mensen met een kleinere beurs. Ik zou willen weten of de PVV zich daarvoor hardmaakt.
Als we de omgeving niet kunnen aanpakken, op welke manier wil hij dat dan wel doen?
De heer Crijns (PVV):
Dank u wel voor het advies. Ik zal het meenemen in mijn beraadslaging. Maar om antwoord
te geven op de vraag van mevrouw Jansen over wat de PVV wil: de PVV is natuurlijk
tegen verboden. De PVV is ervoor om mensen te informeren. We willen duidelijke voorlichting
meegeven, gezond eten betaalbaar maken en mensen bewust maken van de gevaren en gevolgen
van obesitas, roken, drinken en noem het maar op. Als zij het nut ervan inzien, dan
zullen mensen veranderen. Wij kunnen hier hoog of laag springen en tientallen verboden
hier in de Kamer voor elkaar boksen, maar als mensen het nut er niet van inzien, gaat
het niet helpen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Mevrouw Jansen, tweede instantie.
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
Informeren. Eigenlijk wist ik dat antwoord wel, want dat is het enige waar de PVV
op insteekt. We zien natuurlijk dat er al een heleboel campagnes zijn geweest: gericht
op alcohol en op roken. De Staatssecretaris gaat nu natuurlijk ook met vapen aan de
slag, maar het helpt niet. Er is alleen maar een toename van allerlei ongezond gedrag.
Waarom wil de heer Crijns doorgaan met alleen maar informeren, terwijl het niet helpt?
De heer Crijns (PVV):
Mevrouw Jansen benoemt het. Er zijn veel campagnes geweest. Er zijn ondertussen veel
verboden gekomen de laatste jaren. Het is alleen maar verbod op verbod op verbod.
Mevrouw Jansen kaart het zelf ook aan: het helpt niet. Je moet mensen bewust maken,
bewust een campagne gaan voeren en de mensen de individuele vrijheid geven om toch
te kiezen of ze vandaag een frikadelletje speciaal eten of rijst met broccoli en kip.
Het is dus heel belangrijk om mensen er bewust van te maken.
De voorzitter:
Mevrouw Jansen nog. U heeft er nog twee, dus het mag.
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
U geeft tegenstrijdige antwoorden. De heer Crijns zegt de hele tijd inderdaad dat
het voorlichten niet helpt, maar we moeten het toch gaan doen om mensen bewuster te
maken. Ik snap het niet. Wil de heer Crijns nu wel campagnes omdat dat zal helpen
of niet, omdat het toch niet helpt?
De heer Crijns (PVV):
U heeft mij verkeerd begrepen. Ik zei dat er miljoenen aan worden uitgegeven aan verboden
en allerlei projecten. Noem het maar op. Aan akkoorden die we hebben afgesloten. Ik
heb ondertussen zo'n stapel met akkoorden. Het GALA-akkoord oftewel het Gezond en
Actief Leven Akkoord, het IZA. Noem het maar op. Daarin wordt allemaal geopperd bepaalde
dingen te kunnen doen, maar dat heeft allemaal nul komma nul gewerkt. Ik heb hier
de recente cijfers vanuit het GALA. Het neemt niet af. We kunnen dus beter dat geld
dat wij over de balk smijten, gebruiken om mensen betere voorlichting te geven, hun
bewustwording te stimuleren, mensen die mindset te geven om uiteindelijk toch gezonder
te gaan leven. Uiteindelijk blijft het de individuele keuze van personen zelf.
De voorzitter:
Ik ga het rijtje af. Eerst de heer Krul, dan meneer Van Nispen en dan mevrouw Slagt-Tichelman.
De heer Krul (CDA):
De heer Crijns vraagt zich af hoe het toch kan dat jonge kinderen steeds ongezonder
zijn. Dat komt bijvoorbeeld doordat ze op veel te jonge leeftijd al een cafeïneverslaving
ontwikkelen of veel te veel taurine binnenkrijgen. Dat komt doordat ze continu geconfronteerd
worden met ongezonde producten die impact hebben op hun gezondheid, ook op hun mentale
gezondheid. Ik noem maar een frisdrankverslaving. Ik ben heel benieuwd hoe de heer
Crijns aan de ene kant kan uitleggen dat de overheid zich moet bezighouden met campagnes
en bewustwording en dat dat de manier is. Terwijl aan de andere kant de industrie
elk jaar 1,3 miljard euro pompt in geraffineerde, sluwe strategieën die ervoor zorgen
dat kinderen feitelijk zo geprogrammeerd worden, zo gehersenspoeld, dat ze uiteindelijk
die ongezonde keuze maken. Hoe rijmt de heer Crijns dat met elkaar?
De heer Crijns (PVV):
Ik zag die vraag een beetje aankomen over miljoenen, miljarden zelfs, die worden geïnvesteerd
in kindermarketing. Je moet de ouders ondersteunen met goede voorlichting. We moeten
ze in ieder geval niet buitenspel zetten. Beschermen is prima, maar het is uiteindelijk
de taak van de ouders om de kinderen op te voeden. Wij kunnen als overheid bepaalde
regels maken. Dat ben ik met u eens, maar we moeten niets gaan verbieden. U ziet het:
een heel mooi recent verbod op vapes met smaakjes leidt ertoe dat mensen nu massaal
de grens over vluchten.
De heer Krul (CDA):
Het zijn diezelfde ouders die ook naar de overheid kijken en zeggen: help! Probeer
het maar eens. Ik vind het echt veel te simpel om het allemaal op het bordje van de
ouders te gooien, terwijl wij hier zeggen: ach, het is een grote arena en alle reclames
moeten kunnen, dus geen verboden. Ouders, zoek het maar uit. Hoe kun je nou op tegen
een industrie die overal is? Kinderen zijn de hele dag online en geven zelf ook aan
dat ze op TikTok en op Instagram de hele dag worden verleid en dat het ze niet lukt
het te weerstaan. Dan zegt de heer Crijns een beetje in de termen die ik eerder ook
al heb gehoord van andere partijen: ja, individuele keuzevrijheid. Mijn vraag zou
dan zijn of de overheid niet gewoon te weinig doet. De overheid moet juist meer doen.
De heer Crijns (PVV):
Volgens mij moet ik het hele riedeltje weer gaan herhalen. Het is uiteindelijk de
verantwoordelijkheid van de ouders zelf. De ouders moeten in hun opvoeding meegeven
dat nee ook een antwoord is. Ik bedoel een opvoeding waarbij kinderen meekrijgen wat
gezond is en wat niet gezond is. Wij als overheid kunnen ze handvatten meegeven en
met die handvatten zouden zij eventueel aan de slag kunnen. We moeten niet alles gaan
verbieden of denken aan verpakkingen die dadelijk kleurloos zijn of noem het maar
op. Zodra ze straks in het buitenland komen, meneer Krul, zeg ik via de voorzitter,
worden die kinderen overspoeld met allerlei prikkels tot ze daar wel een Bugs Bunny
zien of weet ik wat allemaal. Laten we alsjeblieft ophouden met deze betutteling.
De voorzitter:
Mevrouw Paulusma. Ik had het net allemaal bijgehouden. Eerst Paulusma, dan Van Nispen
en dan Slagt-Tichelman.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik heb goed geluisterd naar de woorden van de heer Crijns. Het lijkt mij vooral heel
ongemakkelijk voor uw coalitiepartner NSC, maar dat mag u samen gaan uitvechten.
Ik heb ook iets anders heel goed gehoord, namelijk dat de heer Crijns zei dat we ouders
moeten ondersteunen. We moeten ze betere voorlichting geven, handvatten, een mindset
voor gezonder leven. Daar ligt volgens mij een kans. Er is namelijk een heel succesvol
programma: Eerste 1.000 dagen. Het vorige kabinet heeft er fors in geïnvesteerd. Dit
kabinet heeft er een streep door gezet. Dat is nou precies een programma dat past
bij de woorden van de heer Crijns: ouders en kinderen een goede start geven. Als ik
een motie indien om dat programma een flinke plus te geven, staat uw naam er dan onder?
De heer Crijns (PVV):
Kom met uw motie naar mij toe. Ik zal die beoordelen en dan ga ik kijken.
De voorzitter:
Klinkt als ja. Nee, dat is flauw. De heer Crijns gaat daarover. Ik ga naar de heer
Van Nispen.
De heer Van Nispen (SP):
De bijdrage van de heer Crijns was vooral een negatieve bijdrage, gericht op wat de
Staatssecretaris allemaal niet goed doet en wat de PVV niet wil. Er werd wel wat gelachen,
dat wel, en dat is altijd goed.
Het is mij nog niet helemaal duidelijk wat nu precies de voorstellen van de PVV wel
zijn, wat ze wel wil. Ergens hoorde ik wel «gezond eten betaalbaar maken». Dat klonk
heel goed, dus ik ben benieuwd welke voorstellen daaronder liggen. Ik ben ook benieuwd
of hij het SP-voorstel steunt om de normen voor zout, suiker en vet te verlagen en
dat af te dwingen bij de voedselproducenten. Dat heeft volgens mij heel weinig te
maken met wat in zijn woorden «betutteling» heet. Dat is een voorstel dat de gezondheid
van ons allen dient. Ik ben benieuwd of de PVV een dergelijk voorstel zou kunnen steunen.
De heer Crijns (PVV):
Ik heb het voorstel van de SP nog niet gezien. Als u me dat doet toekomen, kijk ik
er gerust naar. Om even op uw vraag antwoord te geven... Sorry, ik kom bijna niet
meer uit mijn woorden. De voedingsindustrie doet al heel veel om zout, vetten en van
alles te verminderen. Producenten doen al heel veel om het gezonder te maken. Er is
een manifest van fastfoodketens gekomen. Ze doen echt al heel veel. Maar goed, ik
kijk heel graag naar het voorstel van, waarschijnlijk, mevrouw Dobbe. Laat het maar
naar me toe komen.
De heer Van Nispen (SP):
Het is nog geen uitgewerkte initiatiefwet. Het is het voorstel om de normen te verlagen
en dat wettelijk af te dwingen bij de voedselproducenten. Dat is geen nieuw voorstel;
dat doen we al jaren. Ik ben benieuwd... Maar goed, misschien dienen we daar een motie
over in en dan zijn we erg benieuwd. Volgens mij is dat een hele slimme manier om
van vrijblijvende afspraken naar een wettelijke normering te gaan.
Ik weet dat er andere debatten over zijn, maar toch ook in dit debat heb ik de volgende
vraag. Om ook een positief voorstel te horen over wat we als overheid meer kunnen
doen: zou de PVV er ook voor zijn om sport en bewegen meer te stimuleren en de regering
uit te dagen om op dat gebied met meer voorstellen te komen? Dat dreigt anders toch
een beetje onderbelicht te raken in dit debat.
De voorzitter:
De PVV-fractie.
De heer Crijns (PVV):
Dit is de portefeuille van mijn collega, de heer Blaauw. Wij zijn inderdaad wel altijd
een voorstander van meer bewegen en meer sporten. Als je meer beweegt en meer sport,
is dat goed voor jezelf, voor je mindset en noem maar op. Dus ja, daar zijn wij wel
voorstander van. Het is wel een zaak van de individuele mens.
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de PVV zeggen dat ze ouders graag willen informeren en ondersteunen. Hoe zit
het met de ouders die nu worden geconfronteerd met een kortere WW-uitkering of een
eigen bijdrage in de jeugdzorg? Zij willen het beste voor hun kind en hun kind gezond
laten opgroeien. Zouden deze basale keuzes niet in de preventiestrategie moeten zitten?
Ik bedoel niet alleen ouders informeren, maar echt keuzes van de overheid om ouders
te ondersteunen om hun kinderen gezond te laten opgroeien.
De heer Crijns (PVV):
De eigen bijdrage van de jeugdzorg is er nu nog niet. Dat is een idee van de Staatssecretaris.
Dat moet hij waarschijnlijk nog uitwerken en dan komt het naar de Kamer toe. De eerste
vraag over de kortere WW, daar kan ik helaas geen uitspraak over doen. Dat is wel
iets waarnaar we moeten kijken. Volgens mij moet dat ook nog worden uitgewerkt.
De voorzitter:
Ik kom bij de volgende spreker en dat is mevrouw Tielen van de VVD-fractie.
Mevrouw Tielen (VVD):
Dank u wel, voorzitter. «Mijn gezond verstand wil nog weleens iets doms doen.» Deze
uitspraak van de welbekende Loesje geldt voor iedereen. Die stelling durf ik wel aan.
We hebben immers allemaal een leefstijl en die bestaat uit oneindig veel bewuste en
ook onbewuste keuzes. We weten ook allemaal dat die keuzes van invloed zijn op onze
gezondheid. Soms is dat meteen te merken. Na een paar nachten slecht slapen, is concentreren
echt heel moeilijk, maar meestal merk je de gevolgen van leefstijl pas maanden of
zelfs jaren later.
Heel eerlijk: elke dag één chocoladekoekje, daar word je niet ongezond van. Of ze
nu duiden op gezondheid of gezondheidsklachten, dat duurt gewoon langer. Denk aan
diabetes, vormen van kanker of een sterk verouderde huid. Ik vind, de VVD vindt, dat
de overheid zich niet al te veel moet bemoeien met die leefstijl. Hoe je je dagen
inricht en welke keuzes je bewust en onbewust maakt, is aan mensen zelf. Vooral ook
omdat er lang niet op alle vlakken is bewezen duidelijk is wat nu de specifieke effecten
zijn. Of zoals Loesje ook zegt: is gezond verstand bijbrengen niet belangrijker dan
een gezonde kantine?
Hoogopgeleiden, de beleidsmakers, onderzoekers, en wij ook praten vaak over mensen
met een lager inkomen of minder opleiding en het verschil in gezondheid en leefstijl.
Gaat de Staatssecretaris ook mét mensen in gesprek om inzicht te krijgen in wat zij
belangrijk vinden als het gaat om gezondheid en leefstijl en wat zij nodig hebben
om dat op hun eigen wijze in te kunnen vullen? Dat gaat meteen over de domeinen waarop
de VVD zich graag richt, namelijk gerichte preventie. Denk aan preventie die met een
stevigere jeugdgezondheidszorg bijdraagt aan gezond opgroeien van jonge kinderen.
Preventie die zo veel als mogelijk voorkomt dat jonge mensen verslavend gif in handen
kunnen krijgen. Preventie die aanhaakt op mensen die gezondheidsklachten krijgen,
op chronische aandoeningen die met leefstijlprogramma's verminderd kunnen worden of
op mensen die merken dat ze ouder worden en met behulp van leefstijl vitaal willen
blijven. Tot zover mijn algemene inleiding.
Ik heb een boodschappenlijstje met een aantal vragen in het verlengde van deze domeinen.
De plannen van de Staatssecretaris over de jeugdgezondheidszorg zijn voor mij nog
niet zo duidelijk. De Staatssecretaris benoemt in een van zijn brieven dat hij die
wil versterken, maar hoe en wanneer en met welke opdracht blijft, voor mij in ieder
geval, wat vaag. Wat is de visie van de Staatssecretaris op de jeugdgezondheidszorg?
Is hij bereid om leefstijlmonitoring en begeleiding onderdeel te maken van de taakopdracht
aan de jeugdgezondheidszorg? Hoe staat het met de motie over glutenscreening? En hoe
staat het met ooggezondheid en de opvolging van de 20-20-2-regel? Als mensen daar
meer over willen weten, hoor ik het straks wel, want mijn tijd loopt door. Is tandgezondheid
en de daaraan verbonden leefstijl – denk aan frisdrank – in beeld bij de jeugdgezondheidszorg?
Kortom, ik zou graag een concreter plan krijgen. Graag een toelichting en een toezegging.
Voorzitter. Een van de akkoorden waarnaar al is verwezen, maar waar de jeugdgezondheidszorg
overigens nauwelijks in wordt benoemd, is het Gezond en Actief Leven Akkoord. Ik heb
al eerder gezegd dat dat woord erin terug moet komen. In de midterm review staat hoe
anderhalf jaar na de totstandkoming van dit akkoord in gemeenten is gewerkt om samenwerkingsstructuren
te bouwen, het «denken naar gezondheid te brengen» en de positie van de GGD'en te
verbeteren. Voor mij als volksvertegenwoordiger doen dit soort begrippen wel pijn
aan de oren, want het is hoogambtelijke taal. Ik gebruik het thuis aan de keukentafel
niet. Het zijn hoog-overwoorden.
Maar wat betekent dat nu voor de mensen thuis aan de keukentafel? Wat betekent dat
in de wijken waar de gezondheid achterloopt? Is het GALA effectief? Er worden weinig
voorbeelden genoemd en ik zie ook nog geen cijfermatige voortgang ten opzichte van
het doel, namelijk gezondheidsverbetering. Kan het kabinet dat concreter maken? In
hoeverre is seksuele gezondheid nu opgenomen in de afspraken? Ik heb daar vorig jaar
hartstochtelijk voor gepleit.
Dan voor de ouderen onder ons, of voor iedereen eigenlijk. Ik doel op preventieve
ouderengezondheidszorg. De Staatssecretaris verwerpt mijn aangenomen motie over ouderenconsultatiebureaus.
Hij verwijst daarbij naar een wel heel mager onderzoekje, sorry dat ik het zeg, uit
2017. Dat klinkt toch een beetje als onwil. Een acht jaar oud vragenlijstonderzoek
onder gemeenten. Dat is toch geen evaluatie van nota bene een wetsartikel waarin de
preventie voor ouderen wordt voorgeschreven? Ik wil een toezegging om mijn motie opnieuw
ter hand te nemen en met een beter en actueler onderzoek een stap te zetten.
Mijn laatste zin, voorzitter. We hebben veel gediscussieerd over vapen en tabak. Ik
ben positief over het antivapeplan van de Staatssecretaris. Is het mogelijk daar nog
wat cijfers bij te benoemen? Ik heb het over doelstellingen en een financiële paragraaf.
Dank u wel.
De voorzitter:
Eerst Krul en dan Daniëlle Jansen.
De heer Krul (CDA):
Het is goed om te zien dat de VVD in ieder geval wel voorstander is van het plan van
de SP. In de voorstellen van de VVD zat namelijk niet heel veel zout of peper, zou
ik willen zeggen. Die waren een beetje flauwtjes. De VVD geeft aan dat de overheid
zich niet te veel moet bemoeien met de leefstijl van mensen, maar de industrie bemoeit
zich de hele dag met de leefstijl van mensen. Sterker nog, ze zijn daar heel erg goed
in. Je hebt het misschien niet door, zeker kinderen niet, maar ze doen het wel. Als
de overheid het niet mag doen, vindt de VVD dan niet dat de industrie dat ook niet
zou moeten doen? Dat vraag ik aan mevrouw Tielen.
Mevrouw Tielen (VVD):
Ik hoor bijna een communistisch ondertoontje in de interruptie van meneer Krul. Dat
mag hoor, maar volgens mij zou het doel niet moeten zijn om iemand te bestrijden.
Hoe flauw of niet flauw het ook is – ik vond dat een beetje een ad hominem van meneer
Krul – het voorstel zou moeten zijn dat mensen zelf keuzes maken. Daar heb ik voor
gepleit. De industrie vertelt van alles. De overheid vertelt ook van alles. Maar wat
je in je mond stopt, of je van de bank opstaat, of je naar je werkt fietst of dat
je met de bus gaat: dat zijn allemaal keuzes die mensen echt zelf maken. De VVD is
ervan overtuigd dat mensen die keuzes wíllen maken en dat ze die ook kúnnen maken.
Waar de overheid ze kan helpen om keuzes te maken die beter bij hun eigen wensen over
gezondheid passen, kunnen we dingen doen, maar niet zoals meneer Krul dat suggereert.
De heer Krul (CDA):
Als mijn bijdrage doorgeslagen was, dan mag ik de bijdrage van mevrouw Tielen een
beetje flauw vinden, denk ik. Socialmedia-apps, zoals Snapchat en TikTok, kunnen iemand
binnen 28 minuten verslaafd maken. Zo werkt het algoritme op dit moment. Dat zijn
dark patterns. Binnen 28 tot 45 minuten kunnen zij kinderen verslaafd maken. Dat heeft
toch niks meer met keuzevrijheid te maken? Als mensen al zó geraffineerd door dit
soort strategieën beïnvloed worden, dan kun je toch niet meer stellen dat mensen zelf
verantwoordelijk zijn voor wat ze wel en niet consumeren of zelf bewust de keuze maken?
Je denkt misschien «het was mijn keuze dat ik dit ongezonde product nu nuttig», maar
in de praktijk is dat natuurlijk eigenlijk niet zo. Als de overheid terughoudend moet
zijn in het betuttelen van mensen – ik snap dat mevrouw Tielen dat wil – zouden we
dan niet ook richting de industrie moeten zeggen «maar dan moeten jullie dat ook doen»?
Mevrouw Tielen (VVD):
Dat gebeurt al. Er zijn al heel veel regels waar de industrie zich aan moet houden.
Dat betekent niet dat het allemaal werkt. Kijk maar naar wat er gebeurt op het gebied
van vapes of tabak. Dat gebeurt dus al. Maar als je 10 jaar bent, loop je niet zelf
naar de supermarkt om een pak Dora-koekjes of wat dan ook te kopen en vervolgens op
te vreten. Er wordt een link gelegd, maar daar zitten heel veel stappen tussen. Uiteindelijk
wil ik graag dat burgers, ouders én kinderen, weerbaar zijn tegen die verleidingen.
Waar mogelijk moet je die beperken, maar aan de doorgeslagen wensen van meneer Krul – sorry
dat ik het nog een keer zeg – kan ik echt geen steun verlenen.
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
Mevrouw Tielen gaf aan: de overheid moet zich niet bemoeien met leefstijl. Ik ben
socioloog. Leefstijl is veel breder dan alleen het nuttigen van alcohol, gezonde voeding
en dat soort dingen. Het gaat bijvoorbeeld ook over het afsteken van vuurwerk. Ik
denk dat je als betrouwbare overheid moet durven bijsturen, helemaal als de feiten
daartoe oproepen. Nieuw Sociaal Contract is van mening dat de volksgezondheid vooropstaat,
of het nu gaat om vuurwerk of om tabak. Het gaat hier ook over de overbelasting van
hulpverleners. Daar zie ik ook raakvlakken, want je wil in beide gevallen de systemen
niet overbelasten. Nu is de VVD, net zoals NSC, om wat betreft het vuurwerkverbod.
Bij vuurwerk gaat het om gemiddeld twee tot vijf doden per jaar. Bij tabak gaat het
om 20.000 doden per jaar. Waarom zou je wel voor het vuurwerkverbod moeten zijn en
niet voor een verbod op roken? Ik zie het verschil niet goed.
De voorzitter:
Voor de goede orde wil ik het volgende zeggen. Mevrouw Tielen gaat daar zeker op antwoorden.
Het vuurwerkdebat is een ander debat, en dat is ook geweest, maar mevrouw Tielen mag
daar zeker op antwoorden.
Mevrouw Tielen (VVD):
Heel eerlijk: vuurwerk afsteken vat ik niet onder het kopje leefstijl. Er zijn zeker
heel veel dingen die passen bij je leven. Het leven omvat alles. Maar leefstijl gaat
over hoe je je dagen inricht en wat je allemaal wel en niet doet. Dat is inderdaad
breder dan alleen maar naar de supermarkt gaan om je eten te kopen. Ik ga die twee
debatten dus niet aan elkaar koppelen, want dan kunnen we het ook hebben over verkeersdoden,
luchtvervuiling, enzovoort. Dat is allemaal interessant en belangrijk. We hebben 150
Kamerleden en een aantal kabinetspersonen om daar met elkaar beleid op te maken, maar
volgens mij moeten we het hier beperken tot waar ik het zelf over heb gehad.
De voorzitter:
U bent door uw interrupties heen, mevrouw Jansen. Wat wilt u nog?
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
Het gaat natuurlijk niet over het vuurwerkdebat. Ik zou alleen van mevrouw Tielen
willen horen hoe het kan dat je zo'n harde keuze maakt tussen twee... Ik mag het geen
«leefstijl» noemen. Hoe kan het dat je niet voor een verbod op het ene product bent
terwijl het daarbij om meer doden per jaar gaat?
De voorzitter:
Die vraag was al gesteld.
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
En hoe kan het dat je wél voor een verbod op het andere product bent, terwijl het
daarbij om veel minder doden gaat?
De voorzitter:
Mevrouw Tielen heeft daar al iets over gezegd.
Mevrouw Tielen (VVD):
We gaan aan heel veel dingen dood. Uiteindelijk gaan we zelfs allemaal dood. Volgens
mij moeten we dat niet allemaal aan elkaar koppelen. We hebben dit jaar al vijf keer
gedebatteerd over tabak en vapen. Mevrouw Jansen weet precies hoe de VVD daarin staat.
Dat is niet zo ver als NSC gaat...
De voorzitter:
Ja.
Mevrouw Tielen (VVD):
... maar we zijn ook wel behoorlijk strikt als het gaat om verboden.
De heer Van Nispen (SP):
Sport en bewegen vallen volgens mij zeker onder leefstijl. Ik ben benieuwd of de VVD
onze toch wel lichtelijke verbazing deelt over dat dit nauwelijks terugkwam in de
samenhangende preventiestrategie. We gaan hier niet een apart debat over sport en
bewegen van maken. Daar hebben we andere debatten voor. Maar ik dacht wel het volgende.
Bij deze Staatssecretaris, die heel enthousiast is, werkt het wel zo dat als je er
een kwartje in gooit, er een heel enthousiast verhaal uit komt. Dus ik dacht: wat
als we er nu twee kwartjes in gooien? Wil de VVD die vraag dus ook stellen aan deze
Staatssecretaris, zodat er een heel enthousiast antwoord komt over sport en bewegen,
en we daar weer verder mee kunnen?
Mevrouw Tielen (VVD):
Het gekke is: kwartjes bestaan niet eens meer. Ik ben het met u eens dat bewegen en
sport zeker wel onder leefstijl valt. Het heeft ook zeker een heel gunstig effect.
Volgens mij is dat al een paar keer gezegd. Ik wil best een kwartje in de Staatssecretaris
gooien, ook al weet ik niet waar ik dat vandaan moet halen. Naast jeugdgezondheidszorg
en seksuele gezondheid... Volgens mij zitten we daar redelijk op één lijn. Het plan
ligt er nog niet, dus ik verwacht dat het nog wat voldragener gaat worden.
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag aan de VVD, want mij was ook opgevallen dat het onderzoek naar de
consultatiebureaus relatief oud was. Er zijn in het kader van wijkgerichte ouderenzorg
heel mooie pop-upconsultatiebureaus. Zou de VVD het met me eens zijn dat de Staatssecretaris
die zou moeten meenemen in zijn onderzoek? Ik heb het dus over de pop-upconsultatiebureaus
in de wijkgerichte ouderenzorg.
Mevrouw Tielen (VVD):
Ik heb in ieder geval aan de Staatssecretaris gevraagd om mijn motie er weer bij te
pakken en hem niet als afgedaan te beschouwen. Ik hoef niet per se een gebouw of wat
dan ook. Het gaat meer om de functie. Ik denk hierbij aan een functie voor ouderen
die vergelijkbaar is met die voor de jeugd. Aan de ene kant heb je namelijk vaccinaties
en aan de andere kant monitoring en meekijken met hoe mensen gezond kunnen blijven.
Ik wacht even af wat de Staatssecretaris als methodologie zou willen inzetten. Ik
hoop op meer dan een vragenlijstonderzoekje.
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):
Dat is fijn. Volgens mij zitten we daarin wel op één lijn. Ik heb nog een andere vraag,
namelijk over de financiële paragraaf bij het Actieplan tegen vapen. Die misten wij
ook heel erg, omdat we nu niet duidelijk kunnen vergelijken of dit nu een bezuiniging
is of echt een goede investering op het Actieplan tegen vapen. Is dat ook de reden
waarom u om de financiële paragraaf vraagt? Of wat is uw insteek, als coalitiepartij,
om die financiële paragraaf te willen hebben?
Mevrouw Tielen (VVD):
Het is eigenlijk een beetje een principe. Ik vind dat wij veel meer financiële paragrafen
in beleidsbrieven moeten hebben. Serieus. Ik vind dat er veel te veel woorden en veel
te weinig cijfers in staan. Als mevrouw Slagt-Tichelman denkt dat ík denk dat het
een bezuiniging is, dan zeg ik nee. Vorig jaar is er bij de begroting een amendement
van onder andere mijn hand aangenomen om juist de aanpak tegen vapen te versterken
en ook om te overbruggen naar nog een verdere versterking. Ik verwacht daar dus wel
wat van, maar zet het dan even in een tabel, denk ik dan.
De voorzitter:
Voor het overzicht. De volgende spreker is aan de beurt, namelijk mevrouw Paulusma
van D66.
Mevrouw Paulusma (D66):
Dank u wel, voorzitter. Namens D66 spreek ik vandaag de diepe zorgen uit richting
de Staatssecretaris over de koers die dit kabinet vaart als het gaat om leefstijlpreventie.
We hebben een gedeelde verantwoordelijkheid om mensen gezond te kunnen laten leven,
maar daar hoort ook daadwerkelijke actie bij. Met dat kwartje wil ik dus niet alleen
enthousiaste woorden horen, maar ook actie zien. Die actie missen we namelijk.
O, ik zie dat er wordt overlegd. Moet ik even wachten? Anders luistert de Staatssecretaris
misschien niet.
De voorzitter:
Ik wilde even afstemmen hoelang we... Maar ga verder.
Mevrouw Paulusma (D66):
We missen die actie. In de Voorjaarsnota zien we bijvoorbeeld niet het geld terug
voor het RS-vaccin, niet voor het gordelroosvaccin en ook niet, ondanks alle mooie
woorden van deze Staatssecretaris, het geld voor het vervolgonderzoek voor vrouwen
met dicht borstweefsel. Wat mij betreft is dat een grote gemiste kans.
Voorzitter. Gezondheid is niet alleen iets van het individu. Het is een publieke zaak.
Preventie is daarbij ontzettend belangrijk. Maar toch zien we keer op keer dat er
veel te weinig wordt geïnvesteerd, terwijl we weten dat elke euro die we investeren
in preventie zich terugbetaalt. Niet alleen in levensjaren en in kwaliteit van leven,
maar ook in lagere zorgkosten op de langere termijn. Het is dus niet alleen moreel
juist om te doen, maar het is ook economisch verstandig om meer te investeren in preventie.
Voorzitter. Een andere kwestie die wat ons betreft meer aandacht verdient, en vooral
die van het kabinet, is de kansenongelijkheid in Nederland. Deze kansenongelijkheid
vertaalt zich namelijk rechtstreeks naar gezondheidsverschillen. Gezondheid mag niet
afhangen van je inkomen, je opleidingsniveau of waar je woont of geboren bent. D66
wil dat er meer wordt gedaan om deze gezondheidsverschillen aan te pakken. Dat vraagt
om een integrale aanpak en niet om losse plannen. Het moet gaan over een gezondere
leefomgeving, betaalbaar gezond eten en een goede toegang tot zorg. De plannen die
nu voorliggen, zijn wat D66 betreft veel te mager. Het lijkt wel alsof de ernst van
het probleem niet gevoeld wordt door dit kabinet.
Wellicht is het onderwerp dat ik nu wil aanstippen niet helemaal passend voor dit
debat, maar het is wel zeer urgent als het gaat om de kansengelijkheid. Dit kabinet
heeft namelijk nog steeds nul euro vrijgemaakt voor pandemische paraatheid. Ook dat
vergroot de kansenongelijkheid.
Voorzitter. Een ander belangrijk onderdeel van preventie is onze seksuele gezondheid.
Dit werd ook al door een andere collega aangestipt. Goede seksuele voorlichting en
toegang tot betrouwbare informatie over anticonceptie vormen een fundamenteel onderdeel
van een gezonde en weerbare samenleving. Het is essentieel dat deze informatie beschikbaar
is voor iedereen die hier behoefte aan heeft. Daarbij hoort ook het wegnemen van taboes
en desinformatie. Mensen moeten zonder schaamte hun vragen durven te stellen. Dat
moet kunnen met betrouwbare informatie en betrouwbare antwoorden. Ik vraag hier echt
om actie van de Staatssecretaris. Want wat doet dit kabinet? Het laat grote onzekerheid
bestaan over de hoogte van de financiering van de SPUK-gelden, terwijl seksuele hulpverlening
zoals het aanbieden van soa-consulten, gefinancierd met SPUK-gelden, zo belangrijk
is voor de seksuele gezondheid. Een verlaging hiervan heeft negatieve gevolgen voor
deze belangrijke vorm van preventie. Ik hoor heel graag een reactie van de Staatssecretaris
hierop.
Tot slot, voorzitter. De dalende vaccinatiegraad. Hierin trek ik samen op met mevrouw
Tielen. Die is een gevolg van gebrekkige voorlichting en nalatig beleid. Wanneer mensen
namelijk onvoldoende geïnformeerd worden, het vertrouwen in de overheid daalt en er
vervolgens ook geen actief beleid is om desinformatie tegen te gaan, dan is het gevolg
een verlaagde vaccinatiegraad waarmee de kans op uitbraken van ziektes die we ooit
onder controle hadden, aanzienlijk toeneemt. Ik maak me hier bijzonder veel zorgen
over. We gaan namelijk met dit beleid terug naar een tijd waarin kinderen ziek worden
en onnodig overlijden. Ik wil graag een reactie van de Staatssecretaris, ook als het
gaat om een actieve campagne en de navolging van een aantal plekken in Nederland die
echt heel succesvol aan de bak zijn. Dat klinkt niet zo netjes, maar het zou heel
fijn zijn als de Staatssecretaris ervoor zorgt dat dat op alle plekken in Nederland
gebeurt.
Voorzitter, ik zal afsluiten. Een gezonde samenleving begint bij een overheid die
keuzes durft te maken en die gezondheidsverschillen verkleint. Ik zou heel graag willen
dat deze Staatssecretaris het ondernemerschap waarmee hij gisteren de show probeerde
te stelen bij een talkshow, ook wat meer in zijn werk als Staatssecretaris naar voren
laat komen. Investeer in preventie en deze Staatssecretaris houdt geld over, als hij
maar durft.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Paulusma. We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn
van de zijde van de Kamer. We gaan ongeveer een halfuur schorsen. We gaan weer verder
om 11.45 uur. Ik zie u straks. Ik schors de vergadering.
De vergadering wordt van 11.14 uur tot 11.47 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. We gaan luisteren naar Staatssecretaris Karremans. We zijn
aangekomen bij de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Ik vraag de heer Karremans
om ons even mee te nemen in de verdeling van de blokjes, als dat kan. Het woord is
aan u.
Staatssecretaris Karremans:
Dank, voorzitter. Ik ben volgegooid met kwartjes, dus daar gaan we, zou ik willen
zeggen. Overigens waren dat kwartjes met verschillende boodschappen. De PVV vond dat
ik veel te veel betuttelde. D66 vond het allemaal veel te mager. Dan weet ik een beetje
waar ik zit.
Voorzitter. Maar in alle serieusheid: 14% van de jongeren in Nederland heeft op dit
moment overgewicht, 25% van de jongeren heeft een ongezonde leefstijl. Te veel jongeren
brengen tijd door achter schermen. Slechts 39% van de jongeren in de leeftijd van
12 tot en met 17 jaar voldoet aan de beweegrichtlijn. Dat is de situatie nu. En dan
heb ik het nog niet eens over vapen gehad. Van de kinderen tussen de 12 en 16 jaar
vapet namelijk 14,3%. Dat begint dus al in de brugklas. Die cijfers baren mij zorgen.
Maar ik moet ook zeggen dat de inzet op preventie in de afgelopen jaren wel heeft
gewerkt. Zo dronken veel minder volwassenen overmatig alcohol en roken er veel minder
Nederlanders dan vijf, tien of twintig jaar geleden. Ik moet zeggen dat dat zeker
ook, of zelfs voornamelijk komt door de politieke inzet van partijen in deze Tweede
Kamer in diezelfde tijd.
Maar er is nog veel werk aan de winkel. Daarom werk ik aan een nieuwe preventiestrategie.
Daarbij heb ik één leidend principe: de gezonde keuze moet de makkelijke keuze worden.
Dat is vaak niet het geval. In een gemiddelde dierentuin in Nederland, en zelfs bij
een gemiddelde kinderboerderij in Nederland, krijgen de dieren over het algemeen gezonder
eten dan de kinderen. Dat moet anders. Dagrecreatie is een van de omgevingen die ik
in de preventiestrategie aanpak. Dat ga ik dus ook anders doen. Ik ga niet meer aanpakken
volgens product, maar ik zet de omgeving centraal: de thuisomgeving, dagrecreatie
en school. Dat heb ik ook in de brief gezegd. Op die manier kun je namelijk een veel
meer samenhangende strategie maken. Ook wil je in de ene omgeving wat verder gaan
dan in de andere omgeving. Dat is dus wat ik anders ga doen.
Voorzitter. Het klopt dat ik het met minder geld moet doen. Daardoor moet ik creatief
te werk gaan en moet ik het ook vaak zoeken in maatregelen die misschien minder geld
of geen geld kosten, want ik heb nu eenmaal te maken met een taakstelling en vooral
met een terugval in tijdelijke middelen. Maar ik ben daar niet negatief over. Ik denk
dat we daar nog steeds heel veel mee kunnen bereiken en dat er heel veel winst te
boeken valt binnen de middelen die ik heb. Wat mij betreft staan de doelen die in
het Nationaal Preventieakkoord zijn geformuleerd nog steeds zwaar overeind, ook al
ga ik het anders aanpakken.
Dat wilde ik ter inleiding zeggen. Ik ga naar de kopjes. Allereerst neem ik de Kamer
mee in het onderwerp kindermarketing. Vervolgens komen publieke gezondheid, roken
en vapen, en leefstijl overig aan bod.
De kindermarketing. Het CDA had een vraag en een voorstel. Ik las het vanochtend ook
op de website van RTL Nieuws. Het CDA wil samen met NSC neutrale verpakkingen en een
totaalverbod op kindermarketing. Laat ik daar het volgende over zeggen. Ik vind zo'n
totaalverbod veel te ver gaan, omdat je dan ook de chocoladepaashaas de nek omdraait.
Ik noem dit voorbeeld omdat het een paar dagen geleden Pasen was. Ook verbied je dan
bijvoorbeeld een afbeelding van Sinterklaas op een zak pepernoten. Dat ga je dan voorkomen.
Ik denk niet dat Nederland dat wil. Ik wil dat zelf ook niet. Dat zijn mooie tradities
waar je je aan wil vasthouden. Ik ga dus niet mee in het voorstel van het CDA om de
chocoladepaashaas de nek om te draaien.
Ik werk wel aan een voorstel om kindermarketing te beperken ten aanzien van ongezonde
producten. Ik ga daar ook niet totaal neutrale verpakkingen van maken. De heer Krul
stelde daar een vraag over. Daar ging de suggestie van de heer Crijns natuurlijk ook
een beetje over, namelijk dat ze geen kleurtjes meer mogen bevatten. Nee, we gaan
niet naar een zwart-witsamenleving toe. Tenminste, als het aan mij ligt. Maar ik denk
wel dat je best beperkingen kunt stellen aan bepaalde technieken die nu heel bewust
worden ingezet richting kinderen, die niet in staat zijn om rationele keuzes te maken
omdat ze dat vermogen nog niet hebben. Dat gaat dan alleen om de verpakking, voor
de goede orde. Dat gaat niet over de vorm of de inhoud van een product. Die zijn natuurlijk
nog steeds verkrijgbaar. Het gaat enkel en alleen om het verpakkinkje. Ik merk bij
leveranciers en producenten dat zij begrijpen dat wij dit willen doen. Ik denk ook
dat dat helemaal niet zo'n gek idee is, als het maar gericht is op kinderen en zolang
je het maar niet in zijn totaliteit verbiedt. Dat zijn we ook niet van plan om te
doen.
De heer Krul en mevrouw Jansen stelden de vraag: kan het niet sneller? Hetzelfde geldt
natuurlijk ook voor de vraag over het onderzoek dat ik doe naar aanleiding van de
motie die mevrouw Jansen heeft ingediend om het aantal verkooppunten met betrekking
tot roken en vapen te beperken. U kunt ervan uitgaan dat ik zo snel ga als mogelijk.
Maar als je een huis verbouwt en je aannemer zegt «ik moet het zorgvuldig doen», dan
kun je zeggen dat dat uitstelgedrag is, maar je wil ook een stevig huis hebben. Dat
geldt hier ook. Je wil goede, deugdelijke wetgeving hebben die uitvoerbaar en uiteindelijk
ook handhaafbaar is, want anders heb je er helemaal niks aan. Dan kun je in mijn geval
wel heel stoer zeggen «ik heb het er snel doorheen gejast» en «kijk eens hoe snel
ik dat heb gedaan», maar dan is het effect vervolgens nihil. Dat wil ik niet.
Ik wil goede wetgeving die iets teweegbrengt voor de gezondheid van kinderen in Nederland.
Ik ga zo snel als ik kan, maar er zitten ontzettend veel dilemma's in. Er zitten ook
ontzettend veel uitvoeringstechnische vraagstukken in. Het is niet zo makkelijk als
soms wordt voorgesteld met uitspraken als «verbied het maar gewoon helemaal», nog
los van het feit dat de chocoladepaashaas dan verdwijnt, wat ik niet wenselijk vind.
Je zit ook met een aantal uitvoeringskwesties. Daar moet je dus zorgvuldig naar kijken.
Dat ga ik ook doen. Ik moet natuurlijk ook een wetstraject doorlopen. Ik wil dat dit
jaar in consultatie brengen. Dat betekent dat wanneer we ons deel van het werk gedaan
hebben, we het uitgeven voor feedback van de buitenwereld. Dat wetstraject moet ik
nou eenmaal zorgvuldig doorlopen. Dat vraagt de Kamer natuurlijk ook altijd van mij,
want dat is nou eenmaal de wet.
Dan kom ik bij een vraag van de PVV, namelijk: zijn de ouders niet verantwoordelijk
voor de marketing die gericht is op kinderen?
De voorzitter:
Ik heb een...
Staatssecretaris Karremans:
Moeten zij niet goede gewoontes aanleren? Akkoord.
De voorzitter:
Ik heb een interruptie van de heer Krul.
De heer Krul (CDA):
«Laten we de chocoladepaashaas maar verbieden» is een mooi frame, maar dat is natuurlijk
onzin. Wat de Staatssecretaris met zijn voorstel doet, namelijk zich enkel richten
op verpakkingen die voor kindermarketing gebruikt worden, slaat natuurlijk geen deuk
in een pakje boter. Hoe gaan we bijvoorbeeld om met het feit dat 40% van de YouTube-filmpjes
of 40% van de filmpjes op social media die gericht zijn op kinderen, op dit moment
ongezonde producten bevatten en dat kinderen daar enorm door worden beïnvloed? Hoe
gaat de Staatssecretaris dat probleem met zijn voorstel ondervangen?
Staatssecretaris Karremans:
Daar wil ik best antwoord op geven. Dat ga ik ook doen. Maar als de heer Krul zegt
«ik wil een totaalverbod op kindermarketing» – dat is natuurlijk wel wat het geweest
is – dan betekent dat, dat je een afbeelding van Sinterklaas of van een piet van een
pepernotenzak afhaalt. Dat is de keuze waar ik voor sta. De heer Krul van het CDA
kiest ervoor om te zeggen: laten we het dan maar afschaffen. Dat is prima en dat is
ook een politieke keuze. Ik kies daar niet voor, omdat ik denk dat ik de samenleving
daar niet in meekrijg. Ik vind ook niet dat je dat moet doen.
Het punt over YouTube vind ik terecht. Ik probeer de tijd dat mijn dochter, die afgelopen
dinsdag 4 is geworden, af en toe naar YouTube kijkt natuurlijk zo veel mogelijk te
beperken. Dat zeg ik zowel vanuit mijn rol als vader als vanuit mijn rol als Staatssecretaris.
Ik zie weleens wat vanuit mijn ooghoek. Ik heb volgens mij ook weleens in deze Kamer
gezegd dat ik letterlijk een filmpje heb gezien waarin stond «chocola is lekker en
mango's zijn vies». Dat zag ik letterlijk. Ik heb gelijk op mijn ministerie gevraagd
wat we hieraan kunnen doen. Dit nemen we ook mee in de kindermarketing.
Dat zal waarschijnlijk wel iets vergen van de mediawetgeving, want dat zit natuurlijk
in een ander beleidsdomein. Dat zit voor een groot deel bij mijn collega van Onderwijs.
Maar dat staat wel op mijn netvlies, omdat ik me daar zorgen over maak, net zoals
over de marketing van ongezonde producten door influencers. Kinderen staan ook heel
erg onder invloed van influencers. Ik ben zelf met influencers in gesprek gegaan over
wat je kunt doen om daar veel meer balans in te brengen. Je kunt er misschien zelfs
iets bij zetten of het simpelweg beperken. Ten aanzien van de kindermarketing zullen
er natuurlijk ook in wettelijke zin beperkingen komen.
De voorzitter:
Voordat u naar de tweede interruptie gaat, is het goed om te weten dat ik begin met
vier. Afhankelijk van de tijd kan er een vijfde bij komen. Dan weet u dat.
De heer Krul (CDA):
Ik kreeg een heel lang antwoord, maar eigenlijk kreeg ik mijn vraag terug. Op het
allerlaatst zei de Staatssecretaris: dat ga ik meenemen in de wetgeving op kindermarketing.
Ik vroeg: wat dan? Wat gaat de Staatssecretaris dan doen? Dit is precies ook het probleem.
Wat de Staatssecretaris wél voorstelt, namelijk zich richten op de verpakkingen, gaat
geen deuk in een pakje boter slaan. Vervolgens gaan we een gesprek voeren met influencers
en misschien de Mediawet nog aanpassen. Dat is allemaal vaagtaal. Wat we wel gaan
doen, gaat het verschil niet maken. Je kunt geen schotten plaatsen tussen wat er online
gebeurt, wat er in de openbare ruimte gebeurt en wat er in de supermarkt gebeurt,
omdat kinderen zich overal bevinden. Als je het Pokémon-figuurtje van de verpakkingen
afhaalt in de supermarkt, dan zien ze het online wel. Er moet een integrale aanpak
komen. Als de Staatssecretaris al pleit voor zorgvuldige, doelmatige en effectieve
wetgeving, dan moet het ook alles bevatten. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat
deze wet dit allemaal gaat bevatten? Ik heb het over offline, online, influencers
en social media.
Staatssecretaris Karremans:
Ja, volgens mij heb ik dat ook gezegd. Bij producten in de supermarkt, gaat het om
verpakkingen. Dat wil ik even voor de goede orde zeggen. Als het gaat om online, dan
gaat het natuurlijk niet om verpakkingen. Dan gaat het om marketing. Dus dat bevat
het inderdaad ook. Maar ik ben dat aan het uitwerken en dat gebeurt zorgvuldig. Ik
vind het dus te kort door de bocht als je «doe het maar gewoon» zegt. Ik wil de heer
Krul meegeven dat je dan inderdaad ook de chocoladepaashaas, de paaseieren en de kindermenu's
de nek omdraait. Dat wil ik niet. Dat vergt dus een zorgvuldige afbakening in dat
geheel. Daar ben ik mee bezig. Daar zitten heel veel dilemma's in. Daarbij moet je
niet alleen kijken naar wat daarin wenselijk is en waar je de samenleving in meekrijgt,
maar ook naar wat uiteindelijk standhoudt bij een rechter. Ga er maar van uit dat
als wij dit invoeren, er dan tegen geprocedeerd zal worden, zoals we dat natuurlijk
ook op andere terreinen zien. Dan wil je deugdelijke wetgeving hebben.
De heer Krul kan dan natuurlijk zeggen... Ik heb begrip voor de urgentie. Die heb
ik zelf ook. Dat moet ik er wel duidelijk bij zeggen. Maar het is niet zo makkelijk
als het lijkt. Je moet dat dus zorgvuldig doen, juist om ervoor te zorgen dat het
straks effect heeft.
De voorzitter:
Heeft u toch nog een interruptie?
De heer Krul (CDA):
Zeker. Er zijn gelukkig heel veel voorbeelden van wetgeving in andere landen waar
dit al geregeld is. Zelfs de aanschaf is in sommige landen al verboden als het bijvoorbeeld
om energiedrankjes gaat. Dat is zelfs binnen de EER al aan de gang. We kunnen dus
veel meer dan de Staatssecretaris doet geloven.
Maar ik wil toch even iets over marketing zeggen. Laat me even klip-en-klaar zijn.
Op het moment dat marketing voor ongezond voedsel gericht is op het overtuigen van
kinderen, want daar gaat het hier over... Het gaat dus om marketing die gericht is
op het overtuigen van kinderen voor een ongezond product. Dát moeten we aan banden
leggen. Het frame «dan gaat de chocoladepaashaas eraan» is natuurlijk onzin. We kunnen
toch niet verdedigen dat marketing die specifiek gericht is op kinderen om ze ongezonde
keuzes te laten maken, een goed idee is? De Staatssecretaris zegt: we moeten de samenleving
meekrijgen. De samenleving is hier allang klaar mee, want we zien een groot probleem
in de gezondheid van jonge kinderen.
Staatssecretaris Karremans:
Ik zou het wel interessant vinden om een onderzoek te zien naar wat de samenleving
ervan denkt of wat de CDA-kiezer ervan denkt, als we de kindermenu's gaan afschaffen
of de afbeelding van Sinterklaas of van lachende pieten van de pepernotenzakken halen.
Ik wil het wel zien. Ik denk niet dat de samenleving daar vóór is. Ik in ieder geval
niet. Het is de keuze aan de heer Krul om daar natuurlijk zelf een politieke afweging
in te maken. Dat is natuurlijk helemaal prima. Daar zijn dit soort debatten ook voor.
Maar ik zie dat niet.
Ik denk dat ik met de aanpak van kindermarketing zoals ik daar nu mee bezig ben, veel
effect kan sorteren. Je ziet nu namelijk wat voor een invloed dat heeft op kleine
kinderen. Dat ervaar ik zelf ook en dat heb ik bij de begrotingsbehandeling van VWS
van afgelopen jaar ook gezegd. Die kinderen kunnen geen rationele afweging maken.
Zij kunnen geen afwegingen maken zoals «dat is een ongezond product, maar ik ga straks
wel even sporten» of «ik eet het in bepaalde mate en dan is het oké». Ik ben het volstrekt
eens met wat mevrouw Tielen daarover zei. Als je gewoon met mate een aantal chocoladekoekjes
eet, dan is dat helemaal geen probleem. Het gaat natuurlijk om een ongezonde totale
leefstijl die echt een problematisch effect heeft. Maar ik denk dat wij met heel veel
stappen die we nu zetten, waarmee we echt vooruitgang kunnen boeken, heel veel effect
kunnen sorteren voor de gezondheid van kinderen. Gaan we alles verbieden? Nee. Dat
zeg ik er heel duidelijk bij. Dat ga ik niet doen. Dat ga ik echt niet doen.
De voorzitter:
Meneer Krul, tot slot.
De heer Krul (CDA):
We hoeven het niet eens aan de samenleving zelf te vragen, want dat hebben we al gedaan.
Sterker nog, het is zelfs aan kinderen zelf gevraagd, die verslaafd zijn aan bijvoorbeeld
frisdrank. Die kinderen geven zelf aan: als ik in een winkel loop en ik zie het nieuwste
drankje dat ik op TikTok heb gezien, dan wil ik het gewoon proberen, en voor ik het
weet ben ik verslaafd. Of ze geven aan: de kleuren van bijvoorbeeld Fanta en de slogans
zijn zo aanlokkelijk, ik wil ze eigenlijk allemaal geprobeerd hebben. Waarom is dat
nou wél zo aanlokkelijk en waarom water niet? Waarom maken we dat niet leuk?
Als we al willen weten of de samenleving er rijp voor is, kinderen geven zelf aan:
help ons, we raken verslaafd, niet alleen in de winkel, maar zeker ook door wat we
online of op TikTok zien. Dat komt omdat marketing – de kleuren, de teksten en de
smaken – gericht is op kinderen. Dat heeft niets te maken met een chocoladepaashaas.
Dat heeft te maken met een hele slimme industrie. Ik ga de Staatssecretaris nogmaals
vragen of hij bereid is tot een integrale aanpak met een verbod op dit soort praktijken.
We zien dat die gezondheidscrisis te groot is onder jonge kinderen, zoals de Staatssecretaris
zelf in zijn inleiding zo mooi verwoordde.
Staatssecretaris Karremans:
Er lopen wel een aantal dingen door elkaar. Ik ben – dat heb ik zelf aangekondigd – al
maanden bezig met dat verbod op kindermarketing. Dat is een verbod. Als je een wet
maakt, zet je niet in de wet: zou je je er alsjeblieft aan willen houden? Nee, dan
is het gewoon: dit gaat niet meer en daar staat deze sanctie op. Dat even vooraf;
daar ben ik mee bezig. De suggestie wekken dat ik daar nog van overtuigd moet worden
of van de tactieken die door de industrie worden losgelaten op kinderen, is niet nodig.
Ik hoef niet overtuigd te worden. Ik deel de urgentie van de heer Krul.
Dan over de vraag: waarom maken we water niet leuk? Ik ga geen bedrijven dwingen om
bepaalde marketing te voeren of leuke figuurtjes te zetten op waterflesjes. We leven
niet in zo'n economie waarin de staat voorschrijft hoe bedrijven hun producten moeten
aanprijzen. Ik denk ook niet dat we daarnaartoe moeten. Ik ben het ermee eens dat
je die ongezonde producten en de marketingtechnieken die een effect hebben op de keuze
van kinderen – niet gedreven door de inhoud van het product maar door het figuurtje
dat erop staat en hoe het wordt aangeprezen – aan banden wil leggen. Daar ben ik mee
bezig. Dat is niet alleen in de supermarkt, maar ook online en op andere plekken,
want dat is waar marketing plaatsvindt. Ik heb net ook al het voorbeeld van YouTube
genoemd. Ik zeg daar wel bij dat je daar soms meerderde vormen van wetgeving voor
nodig zal hebben. Als je iets op YouTube wil aanpassen, dan moet je de Mediawet aanpassen.
Zo simpel is het en zo ingewikkeld tegelijkertijd, zeg ik er maar even bij. Ik ben
er wel mee bezig.
De voorzitter:
Eerst de heer Crijns nog en daarna mevrouw Daniëlle Jansen. Ja, ik heb u gezien.
De heer Crijns (PVV):
Ik wil even een stapje terug. Niet over de kindermarketing, niet over de betutteling
et cetera, maar ik wil even een stapje terug. U gaf aan dat u met een motie van mevrouw
Jansen aan de slag bent om die tabaksspeciaalzaken naar voren te halen, naar 2028.
U zei zelfs dat u daar heel hard mee bezig bent. Wat mij tegen de borst stuit, is
dat Minister Keijzer en Staatssecretaris Blokhuis toentertijd een keiharde afspraak
hebben gemaakt: 2024, 2030 en 2032 waren datums waar mensen zich op konden voorbereiden.
Nu hebben we een motie van mevrouw Jansen die de spelregels in één keer verandert.
Hoe betrouwbaar komen wij als overheid over op de ondernemers die tijd nodig hadden
of kregen om bepaalde zaken te regelen? Hoe betrouwbaar komen we over als we nu in
één keer de spelregels veranderen?
Staatssecretaris Karremans:
Het is denk ik een mooi bruggetje naar het blokje roken en vapen, want het blokje
kindermarketing had ik nu volgens mij gehad. Ik stel voor dat ik de vraag ... U gaat
over de orde natuurlijk.
De voorzitter:
Ja, dat ga ik zeker. Ik zag al dat u een volgend mapje had gepakt. Ik wil eerst nog
even naar de interruptie van de heer Crijns, van Daniëlle Jansen en van mevrouw Paulusma.
Even kijken op welk blok die slaan en dan gaan we rustig naar het volgende blok. Eerst
de heer Crijns nog.
De heer Crijns (PVV):
Laten mevrouw Jansen en mevrouw Paulusma hun vraag maar stellen, dan kan de heer Karremans
mijn vraag in het blokje roken en vapen behandelen.
De voorzitter:
Precies. Dat lijkt me heel goed, dan doen we dat. Dan gaan we eerst naar Daniëlle
Jansen.
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
Ik vind het iets te gemakkelijk gaan met de marketing, waarbij nu al tien keer is
gezegd dat wij hiermee de paashaas om zeep helpen. Dat blijft natuurlijk het frame.
Als we een onderzoek gaan doen of mensen de paashaas met de kleurige papiertjes uit
het assortiment willen, ga dan ook gelijk vragen of mensen met zoveel overgewicht
in de samenleving willen leven. Zijn mensen gelukkig met het percentage mensen dat
overgewicht heeft? Stel die vraag dan ook, want ik denk dat ze daar ook niet blij
mee zijn. Als je kijkt naar belangen, dan vind ik dat je beide belangen mee moet nemen.
Het punt is dat we met bepaalde maatregelen ... We weten gewoon dat het minimaliseren,
dat een verbod op marketing een van de meest effectieve maatregelen is. Als je dat
half aanpakt, dan kan je ook verwachten dat er halve effecten komen. Ik ben bang dat
met deze maatregel van de Staatssecretaris, hoe goed ik de stap ook vind, er jaren
van goed proberen overheen gaan, terwijl het echt weer onvoldoende teweeg zal brengen.
Daar zit mijn zorg. Waarom ga je niet, zoals in sommige andere landen, rigoureuzer
aan het werk?
Staatssecretaris Karremans:
Even over het laatste, want er werd ook iets gezegd over het verbod, over die andere
landen. Die andere landen zijn er niet of nauwelijks. Er wordt bijvoorbeeld als het
gaat over social media heel makkelijk naar anderen landen verwezen. Dan zoeken wij
het uit en dan blijkt het vaak, in 99% van de gevallen, helemaal niet zo te zijn als
wordt voorgesteld. Ook in Polen kan je nog steeds energydrinks kopen. Ook rookvrije
terrassen in België zijn nog helemaal geen gelopen race. Ik heb de Minister van Volksgezondheid
daar vorige maand in Warschau op de informele EU-top van gezondheidsministers over
gesproken. Ik was daar omdat er ook veel preventieonderwerpen aan de orde waren en
ik daar ook veel op aan het drukken ben. Hij zegt dat het nog helemaal geen gelopen
race is. Spanje is precies hetzelfde verhaal. Het is helemaal niet zo dat er in België
morgen rookvrije terrassen worden ingevoerd, zoals net wel werd genoemd. Ik ben altijd
bereid om te kijken naar andere landen, omdat je natuurlijk ook met Europese wetgeving
te maken hebt, en ik ben altijd bereid daarvan te leren. Dat doe ik ook graag. Ik
ben ook bereid om andere voorbeelden te volgen.
Maar als ik bijvoorbeeld kijk naar antirookbeleid – om maar een voorbeeld te noemen – dan
lopen we in Nederland by far voor op de rest. Als het een touretappe zou zijn, zijn
wij bezig met de laatste bocht van de Alpe d'Huez terwijl de rest nog beneden aan
de berg staat. Dat heeft ook grenseffecten, zeg ik er gelijk bij. Een heel groot deel
van mijn lobby in Europa is bijvoorbeeld gericht op het verhogen van de accijns in
omringende landen om grensoverschrijdende verkoop te beperken. Alleen de mensen daar,
de parlementariërs en de bewindspersonen, gaan over hun eigen wetgeving. Dat kan ik
niet voor hen bepalen, maar ik probeer er natuurlijk wel invloed op uit te oefenen.
Dat lukt soms, maar vaak ook niet.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Jansen nog een tweede? Anders de heer Krul. U bent er al intussen,
maar u voelt zich aangesproken. Een punt van orde, zeg ik dan maar.
De heer Krul (CDA):
Ja, want volgens mij reageert de Staatssecretaris nu op mijn inbreng, want ik heb
gevraagd naar andere landen en krijg nu te horen dat het niet klopt. Dus heel kort:
zou de Staatssecretaris in tweede termijn kunnen aangeven hoe het met de verkoop van
energiedrankjes zit in Roemenië, Hongarije, Litouwen en Letland? Het kan in tweede
termijn.
De voorzitter:
Het mag in tweede termijn, het mag ook nu.
Staatssecretaris Karremans:
Nogmaals, ik ben natuurlijk de eerste om toe te geven als het wel zo is. Alleen mijn
ervaring is dat er heel vaak heel stellig ook in deze Kamer wordt geroepen: ja, in
een ander land is het zo. Dan zoeken we het op en soms is het wel het geval, maar
heel vaak ook niet. Als het wel zo is, dan wil ik ernaar kijken. Soms is het wetgeving
in voorbereiding en is het nog niet naar het parlement. Dat was overigens ook het
geval in Nieuw-Zeeland ten aanzien van die leeftijdsgrens voor roken. Dat hebben ze
toen voorgesteld en het is alweer ... Nee, ik wijs niet, maar het is alweer van de
baan hè? Ik wil het wel even in perspectief zetten.
Natuurlijk ga ik met alle liefde uitzoeken wat er in andere landen gebeurt ten aanzien
van energydrinks. Overigens kom ik zo nog terug op de vragen over energydrinks. Ik
wil er alleen maar mee gezegd hebben dat wij in Nederland echt op heel veel terreinen
vooroplopen als het gaat om het beperken van marketing en van verkoop van ongezonde
producten.
De voorzitter:
Dan mevrouw Paulusma.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik deel de zorgen die de Staatssecretaris al een aantal keer heeft aangehaald rondom
influencers op social media. Je zou wat op YouTube gebeurt er ook onder kunnen scharen.
Ik had daar ook vragen op het gebied van seksuele gezondheid over gesteld. Ik hoor
de Staatssecretaris al een aantal keren zeggen dat hij ermee aan de slag gaat, maar
ik ben nu toch wel zover dat ik denk: waarmee? Wat wordt dan het actieplan en wanneer
kunnen we dat verwachten, want anders gaat er geen actie komen van deze Staatssecretaris.
Staatssecretaris Karremans:
Dat is een terechte vraag. Dat is natuurlijk de urgentie die ik zelf ook heb en voel.
Mevrouw Paulusma heeft het natuurlijk over desinformatie die er is over vaccins, seksuele
gezondheid en ook over eetgewoonten, zeg ik er maar even bij. Dat raakt heel veel
onderwerpen van mijn portefeuille echt in het hart. Mevrouw Paulusma had een heel
terecht punt over de vaccinatiegraad. Die zorgen over de dalende vaccinatiegraad in
bepaalde wijken deel ik compleet met haar. Die deel ik echt compleet. We weten ook
dat dat voor een groot deel komt door desinformatie op social media.
Ik wacht nu met ontzettend veel smart op een onderzoek van Binnenlandse Zaken dat
als het goed is – dat is de afspraak die er is gemaakt – voor mij inzichtelijk maakt
welke tools ik heb om dat te kunnen aanpakken. Als ik het heb, dan ben ik de dag erna
aan de slag om dat verder uit te werken voor mijn portefeuille. Ik denk dat ik daarmee
heel veel kan voorkomen als het gaat om een dalende vaccinatiegraad, waarvan we de
gevolgen zien, en om de informatie over seksuele gezondheid, waarvan we de gevolgen
in bijvoorbeeld anticonceptiegebruik zien. Kort gezegd, ik wacht dat onderzoek af.
Ik verwacht het in mei of juni, dus volgende maand of de maand erna. Ik zal de Kamer
dan direct informeren wat we ermee gaan doen.
Mevrouw Paulusma (D66):
Dat is dus voor het reces?
Staatssecretaris Karremans:
De planning, zoals nu bekend, is inderdaad voor het zomerreces.
De voorzitter:
Die noteren we. Er komt straks nog een mogelijkheid voor de heer Crijns om door te
gaan op het punt waar de Staatssecretaris nog op gaat antwoorden. U heeft het opgeschreven?
Check. Dan vraag ik de Staatssecretaris om de brug te maken naar het volgende blok.
En dat is?
Staatssecretaris Karremans:
Roken en vapen.
De voorzitter:
Check. Dan gaat de heer Crijns nu wel weer wat zeggen?
De heer Crijns (PVV):
Volgens mij had de Staatssecretaris nog een vraag van mij over de opvoeding van kinderen
met marketing.
Staatssecretaris Karremans:
Natuurlijk is dat ook de verantwoordelijkheid van de ouders, misschien wel in de eerste
plaats. Die verantwoordelijkheid moet je daar laten, zo zie ik het. Je moet mensen
vooral naast een ongezonde ook een gezonde keuze bieden. Het probleem is dat die gezonde
keuze er vaak niet is. Ga naar een willekeurige dagattractie. Het meest gezonde dat
je kunt krijgen is een tosti, terwijl je ook een appel kunt aanbieden of een banaan.
Heel veel ouders willen dat misschien wel kopen voor hun kinderen, maar dan kan het
vaak niet. Als ze alsnog kiezen voor die ongezonde optie: ja goed, het blijft uiteindelijk
hun eigen keuze. Ik vind wel dat je als overheid zo goed mogelijk de randvoorwaarden
moet schetsen, zonder te treden in de keuzevrijheid van mensen.
Als het gaat om marketing die alleen is gericht op kinderen, die niet in staat zijn
een rationele, eigen, goede afweging te maken, dan vind ik dat daar meer een taak
ligt voor de overheid. Gaan we daar de boel rigoureus verbieden? Nee, dat gaan we
niet doen. Ik heb net ook al aangegeven waarin ik verschil van mening met de heer
Krul. Hij zegt: die chocoladepaashaas is een frame. Dat is het helaas niet, want dat
is wel het gevolg. Poppetjes van Sinterklaas en de kerstman: dat is ook allemaal marketing.
Dus waar trek je dan de grens? Ik probeer ook te schetsen wat het dilemma is bij het
maken van dergelijke wetgeving. Ik denk niet dat het helpt om in een keer rigoureus
te zeggen: we doen het allemaal niet meer. Zo zit ik niet in de wedstrijd, maar ik
denk wel dat er een rol voor de overheid ligt bij het beperken van bepaalde marketingtechnieken.
De voorzitter:
Mevrouw Tielen hierop?
Mevrouw Tielen (VVD):
Ik kijk uit naar het concretere plan van de Staatssecretaris, maar ik twijfel nu wel
een beetje over de paraplu daarvoor. De Staatssecretaris zegt: gezonde keuzes moeten
makkelijker zijn. Dat snap ik op zichzelf heel goed en het is ook niet verkeerd, denk
ik. Alleen als je een tosti gaat vergelijken met een appel, alsof het gezond is als
je alleen maar appels en bananen eet ... Dat is het ingewikkelde van voeding. Je hebt
heel veel verschillende dingen nodig. Dus de vraag is of dit dan de juiste koers is
of dat we het veel meer moeten hebben over wat de Staatssecretaris ook zei: met mate.
Elke dag een koekje is helemaal niet zo erg, al is het er maar één. Met elke dag een
familiezak chips begint het aardig uit de band te lopen. Het is niet zomaar te snijden
in wit of zwart. Volgens mij zei de Staatssecretaris zelf ook iets over knippen. Laten
we wel, laten we geen ... Nou ja, ik weet niet zo goed welke woorden ik eraan moet
geven.
Staatssecretaris Karremans:
Ik kan er wel wat woorden aan wijden. Ik ben het eens met mevrouw Tielen, maar het
is natuurlijk ook en-en. Aan de ene kant is het zo dat je een tosti niet moet vergelijken
met een appel, daar ben ik het mee eens. Maar ik zie ook een heel groot verschil in
de dagrecreatie waar ik kom, in de leeftijdsfase waarin ik nu zit. Bij sommige dagrecreatie
kan je alleen maar hamburgers krijgen en patat en bij andere heb je ook een happymealachtige
box met boterhammen erin. Je hoeft dat dan niet te kopen en ik ga het ook niet verplichten,
maar ik wil wel afspraken maken met de dagrecreatie of we er ook voor kunnen zorgen
dat we naast die ongezonde voeding een gezond alternatief hebben. Dan kunnen mensen
natuurlijk alsnog kiezen voor wat ze willen, maar ik zou graag willen dat die alternatieven
naast elkaar staan. Zo zit ik in de wedstrijd en daarmee wil ik inderdaad de gezonde
keuze de makkelijke keuze maken. Op dit moment is er vaak geen gezonde keuze, en dat
is eigenlijk mijn punt. Mensen die willen kiezen voor een gezond product hebben die
keuze nu ook niet. Als het gaat om de vrijheid die zij behoeven, dan moet ik er ook
voor die mensen zijn.
Dan toch echt roken en vapen. Dat is de derde poging om eraan te beginnen. Allereerst
de vraag van de heer Crijns: ben je een betrouwbare overheid als je de invoeringsdatum
van de overgang naar alleen tabaksspeciaalzaken vervroegt? Ik heb natuurlijk ook die
motie ontraden in de Kamer, precies met deze argumentatie. Ik denk niet dat het een
goed idee is. Maar goed, uiteindelijk heeft een meerderheid voor die motie gestemd
en dat is een politiek feit.
In reactie op het feit dat die motie is aangenomen, heb ik gezegd dat ik wel zorgen
heb. Ten eerste over de juridische houdbaarheid, want je komt ook aan eigendomsrecht.
Je hebt als overheid eerst iets anders gecommuniceerd. Dat is met alle partijen afgesproken
en iedereen is daarmee akkoord: we gaan het op deze termijn afbouwen. Toch ga je opeens,
eigenlijk met een pennenstreek, zeggen: we gaan het toch anders doen. Ben je een betrouwbare
overheid als je dat zou doen? In mijn optiek ben je dat niet, en dat is ook mijn argumentatie
geweest. Ik wil weten wat daar de juridische consequenties van zijn. Daarom heb ik
de landsadvocaat daarover om advies gevraagd. Als dat bepaalde financiële gevolgen
heeft, vind ik dat de Kamer dat ook moet weten en dan moet er ook dekking voor komen.
Dat is één.
Twee. Ik wil ook weten wat voor invloed dat heeft op de illegale handel. Zoals de
heer Crijns van mij gewend is, zit ik pragmatisch in de wedstrijd. Ik ben niet getrouwd
met maatregelen. Ik ben getrouwd met resultaten. Ik wil dat er resultaat is. Als je
vervolgens ziet, als dat al het geval zou zijn, dat mensen vooral veel illegale sigaretten
gaan roken maar dat de rookprevalentie, met een duur woord, niet afneemt, wie heeft
dan gewonnen? Ik wil dat dus eerst onderzoeken en dat wil ik ook aan de Kamer voorleggen.
De voorzitter:
Ik heb een interruptie van mevrouw Jansen.
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
Over die betrouwbare overheid. Daar zitten natuurlijk twee kanten aan. Mijn vraag
aan de Staatssecretaris is: in hoeverre ben je een betrouwbare overheid als je bij
voorbaat al weet dat je de doelen uit het Nationaal Preventieakkoord niet gaat halen?
Het RIVM heeft gezegd dat er aanvullende maatregelen moeten komen en dat dit een hele
effectieve maatregel is. In hoeverre ben je een betrouwbare overheid als je de volksgezondheid
in feite minder waard vindt dan het lot van de ondernemers? Ik heb het net ook al
genoemd: ik zie toch wel raakvlakken met andere thema's waarbij de overheid toch in
één keer een andere koers vaart, omdat het belang van de volksgezondheid vooropstaat
en omdat het belang van de mensen die erbij betrokken zijn vooropstaat. Waarom kan
het op het ene terrein wel tot een koersswitch van de overheid leiden, en vrij gemakkelijk,
en op het andere terrein niet, terwijl daar de schade voor de volksgezondheid veel
groter is?
Staatssecretaris Karremans:
Voorzitter. Even twee dingen daarover. Eén. Mevrouw Jansen zegt: het is een effectieve
maatregel. Dat is nog maar de vraag. Dat laat ik precies uitzoeken. Je zou ook kunnen
zeggen: wat is ertegen om dat eerst in kaart te brengen? Je wil gewoon weten wat dat
doet.
Twee. De rookvrije generatie. Dat doel hebben we gesteld op 2040. Die maatregel zou
nu ingaan in 2032, dus acht jaar voordat we het doel willen bereiken. Als je zegt
we willen het alleen vier jaar eerder bereiken, dan bereik je uiteindelijk nog steeds
met de huidige tijdslijn hetzelfde effect op deze maatregel ver voor de datum van
2040. Daarover denk ik: je bent je dan eigenlijk heel erg aan het blindstaren op een
hele korte termijn. We werken toe naar het beperken van verkooppunten, maar je wil
ondernemers daar ook de mogelijkheid voor geven, zoals we ook met supermarkten hebben
gedaan, om hun businessmodel daarop aan te passen. Maar we zijn er wel heel duidelijk
over: we gaan het wel beperken, maar je hebt zo lang de tijd om dat te doen. Ik vind
het lastig om nu te zeggen: in plaats van over zeven jaar is het nu over drie jaar.
Dat vind ik toch ingewikkeld. Maar de motie is aangenomen en ik laat de gevolgen ervan
onderzoeken.
De voorzitter:
Staatssecretaris, vervolgt u uw betoog.
Staatssecretaris Karremans:
Dan een vraag van de heer Krul over de rookvrije terrassen. Het CDA heeft daar blijkbaar
samen met GroenLinks een initiatiefvoorstel voor ingediend. Ik ken het CDA-raadslid
goed; er is er nog één over in Rotterdam. Het is ook een vriend van mij. Die was overigens
lid van GroenLinks, voordat hij lid werd van het CDA. Die samenwerking verbaast mij
ook weer niet helemaal. Het is mooi. Uiteindelijk kunnen ondernemers ervoor kiezen
om een rookvrij terras in te stellen. Ik juich dat ook toe en ik volg ook de ontwikkelingen
in België en Spanje, waar het, nogmaals, geen gelopen race is, maar waar men het wel
onderzoekt. Ik heb de Minister zelf gesproken. Daar ga ik natuurlijk met interesse
naar kijken.
Dan ...
De voorzitter:
Mevrouw Jansen.
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
Bij nader inzien is een deel van mijn vorige vraag niet beantwoord. Als het goed is,
prop ik hem nog in de vorige interruptie. Een deel van de vraag was waarom er onderscheid
wordt gemaakt in maatregelen en dat er bij sommige thema's wel vrij gemakkelijk een
koersverandering van de overheid is en bij andere niet. Daar zou ik nog graag een
antwoord op willen krijgen.
Staatssecretaris Karremans:
Ik ben dan ten eerste wel benieuwd waar het om gaat. En ten tweede moet ik dan wel
weten of het effectief is. Dat is dus mijn hele punt. Dat wil ik dus onderzoeken.
Dat is wat ik nu doe naar aanleiding van de motie om dat te vervroegen. Daar gaat
het om: of het niet sneller leidt tot illegale handel. Dat die maatregel effectief
is om het aantal verkooppunten te beperken, is waarom we die maatregel invoeren. De
vraag is of als je het eerder doet dat niet een heel ongewenst effect heeft op illegale
handel, omdat je dan de boel overvalt en het sneller richting de illegale handel gaat.
Dat ben ik aan het onderzoeken. Ik denk dat mevrouw Jansen hetzelfde doel nastreeft
als ik op dat punt. Maar dat wil ik eerst weten. Nogmaals, ik zit niet dogmatisch
in de wedstrijd qua maatregelen. Ik zit dogmatisch in de wedstrijd qua resultaat.
Daar gaat het mij om.
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
Ik heb nog steeds geen antwoord op het verschil in thema's als het gaat om de koers.
Ik heb net een thema genoemd: vuurwerk. Het gaat niet over het vuurwerkverbod, maar
over de koerswijziging op basis van hetgeen er in de maatschappij gebeurt; de gevolgen
voor de volksgezondheid, de gevolgen voor druk op het systeem. Waarom kan er bij één
thema wel vrij gemakkelijk een koerswijziging plaatsvinden en bij andere thema's niet?
De voorzitter:
Tot slot op dit punt.
Staatssecretaris Karremans:
Volgens mij is dat vuurwerkverbod niet ingestoken vanuit volksgezondheid. Dat ten
eerste. Ten tweede is het ook uit de Kamer gekomen en wordt daar nu ook een uitvoeringstoets
op gedaan in hoeverre dat mogelijk is. In feite zit je daar in eenzelfde fase. Dat
is niet heel veel anders dan wat we hier aan het doen zijn, want ook deze motie ten
aanzien van het vervroegen van de beperking van het aantal verkooppunten kwam uit
de Kamer. Ik zie die vergelijking niet helemaal als ik eerlijk ben.
Voorzitter. Dan de vraag van het CDA over hoe het gaat met het onderzoek naar de tabaksheffing.
Ik verwacht de Kamer voor het eind van het jaar daarover te informeren, zoals ik eerder
heb aangegeven. Dus dat zal ik doen.
Dan de vraag van NSC over de handhaving door de NVWA bij verkooppunten. Hoe ga ik
de toenemende druk op de NVWA aanpakken? We hebben natuurlijk heel veel meer geld;
ook een amendement van de hand van mevrouw Tielen bij de vorige begroting, geloof
ik. Er gaat 3 miljoen extra naar de NVWA voor handhaving. Ik heb dat ook structureel
gemaakt. Er komt daar dus meer geld en capaciteit bij. Ze zijn nu al bezig met het
aannemen van meer mensen, maar het moet ook makkelijker worden in de handhaving. We
hebben al een aantal stappen gezet om het makkelijker te maken in de handhaving. Ik
geloof dat de NVWA nu al dik over de 200.000 vapes in beslag heeft genomen dit jaar.
Dat kon voor 1 januari niet. Het gaat hartstikke goed.
Daarnaast werk ik ook aan betere wetgeving voor het handhaven van het onlineverkoopverbod.
Op dit moment moet er een koop vastgesteld worden. Je kan je voorstellen dat het heel
lastig is. Je moet dan eigenlijk alles wat online wordt aangeboden zelf of met mysteryshoppers
aanschaffen. Dat gaat natuurlijk niet. We willen alleen al het aanbieden van online
illegale vapes strafbaar maken. Daarvoor maken we nu wetgeving. Dat zal ook het handhaven
voor de NVWA natuurlijk veel makkelijker maken. Dus het is deels capaciteit, dat is
geregeld met geld, en deels wetgeving.
Dan de vraag van mevrouw Jansen over de motie. Die is net al aan de orde geweest in
het interruptiedebatje over de speciaalzaken.
Dan vraagt de GroenLinks-Partij van de Arbeid of ik alle maatregelen in het actieplan
vapen kan doorzetten. Gaat dit niet ten koste van andere zaken van Trimbos, bijvoorbeeld
het project van Trimbos om het stoppen met roken beter te borgen in de curricula van
zorgopleidingen? In het actieplan staat over vapen dat er in 2025 € 300.000 extra
beschikbaar is voor het Trimbos-instituut. Dat komt ten goede aan het onderzoek naar
hulp bij het stoppen met vapen. Deze middelen gaan niet ten koste van de middelen
die eerder voor roken gereserveerd waren bij het Trimbos-instituut. Dat is dus extra.
Hoe staat het met de uitvoering van de motie-Dobbe over het minder verslavend maken
van sigaretten? Daar staan een aantal interessante opties in. We zijn nu bezig dat
te onderzoeken en uit te werken.
Dan financiën met betrekking tot vapen. Er is structureel 3 miljoen voor de handhaving.
Het is natuurlijk vooral het handhavingsdeel dat veel geld kost. Daarnaast is er extra
geld gereserveerd voor het Trimbos-instituut om mensen te helpen bij het stoppen met
vapen en om daar een betere kennisdeling op te zetten voor professionals. Volgens
mij stonden er wel concrete doelen in dat actieplan. We moeten van 14,3% naar max
12% in 2027 en max 10% in 2028. Dat is vrij concreet, denk ik. Er stond geen tabel
met financiën bij. Die heb ik wel hierna toegelicht in de Kamer. Als de Kamer daar
behoefte aan heeft, kan ik dat nog eventjes uitsplitsen. Het is niet heel uitgebreid.
Als de Kamer daar prijs op stelt, dan kan dat.
De voorzitter:
Heeft u daar enige... Voor de zomer of ...? Het kan snel en komt gewoon onze kant
op. Voordat u doorgaat, heeft u een interruptie van mevrouw Slagt-Tichelman.
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):
Heel fijn dat we een overzicht krijgen van de financiële aanpak van het Actieplan
tegen vapen. Zouden we daarnaast ook regelmatig geüpdatet kunnen worden over hoeveel
illegale vapes er in beslag worden genomen? In januari kregen we er een brief over.
Nu wordt er soms met getallen gestrooid, maar ik zou daar als Kamer heel graag zicht
op blijven hebben. Kan toegezegd worden dat dat twee keer per jaar gebeurt?
Staatssecretaris Karremans:
Ja, dat kan. De NVWA maakt dat ook vaak publiek. Het is publieke informatie. Als de
Kamer dat wil, kan ik natuurlijk één keer per halfjaar even een briefje sturen met
de stand van zaken ten aanzien van de handhaving. Dat lijkt me prima. En we meten
één keer per jaar het aantal kinderen dat vapet. Dat doen we niet vaker dan één keer
per jaar. Daar zal ik de Kamer vanzelfsprekend ook over informeren, net als over eventuele
nieuwe maatregelen die we willen nemen ten aanzien van het vapen. Ik heb ook bij de
lancering van het actieplan gezegd dat het geen statisch document is. We blijven kijken
naar nieuwe mogelijkheden en nieuwe maatregelen, die we kunnen nemen, ook geïnspireerd
door het buitenland, zeg ik er gelijk bij.
Dan de vraag van de heer Crijns over de beperking van het aantal verkooppunten of
de leeftijdsgrens. Hij begon er net al even over. Dat heb ik inderdaad in het Actieplan
tegen vapen gezet. Dat is een verkenning. Het is helemaal geen besluit om dat te doen.
Het is een verkenning om te kijken wat het zou betekenen.
Hoe staat het met de motie-Dobbe/Krul over het kopen van vapes online? We zijn druk
bezig met de uitvoering. Ik ben ook bezig met collega's in andere Europese landen.
Ik heb een alliantie gevormd met twaalf andere Europese landen om de grensoverschrijdende
verkoop van vapes aan te pakken. Dat helpt, omdat je met elkaar moet optrekken om
het op de agenda van de Gezondheidsraad te zetten. We werken daar hard aan en het
gaat de goede kant op. Veel energie, ook politiek, is daarop gericht, ook in andere
landen.
Dat was de laatste vraag, want die ging over de cijfers van vapen en de financiën
en ik heb de Kamer net toegezegd die te sturen. Dit was dus het blokje vapen/roken.
De voorzitter:
Dank u wel. Eerst Daniëlle Jansen en dan mevrouw Paulusma.
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
Volgens mij heb ik nog drie vragen openstaan. Op basis waarvan wordt het besluit genomen
of mijn motie wel of niet wordt uitgevoerd? Wordt in het advies expliciet gekeken
naar de volksgezondheidsgevolgen van uitstel en niet alleen naar de gevolgen voor
de ondernemers? Wanneer worden het onderzoek en het advies afgerond?
Staatssecretaris Karremans:
Dat is op voorhand natuurlijk lastig te zeggen. Ik weet niet wat er uit het onderzoek
gaat komen. Ik kan niet van tevoren zeggen: als het dit is, doen we het wel of doen
we het niet. Ik wil het wegen op het moment dat het er ligt. Dat is een totaalweging
en daarin kunnen we de volksgezondheid ook meenemen, vanzelfsprekend, want die nemen
we altijd mee in de overwegingen die we maken. Maar je wordt net zo ziek van een illegale
sigaret als van een legale sigaret, soms misschien nog wel zieker. Dat is ook de realiteit
van dat verhaal.
De voorzitter:
Ja.
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
Ik mis antwoorden.
De voorzitter:
Het kan ook zijn dat u het er niet mee eens bent.
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
Ik mis een antwoord op de vraag naar de oplevering van het rapport. En ik hoor een
toezegging dat er binnen het advies ook gekeken wordt naar de gevolgen voor de volksgezondheid
door uitstel. Dat was mijn vraag.
Staatssecretaris Karremans:
Ja, tot zover dat zou kunnen. Ik neem het altijd mee. Ik ben Staatssecretaris van
Volksgezondheid, dus dat is de reden waarom we dingen doen. Ik zal het zeker meenemen
in de mate waarin ik dat kan doen. Ik heb al eerder gecommuniceerd dat het onderzoek
in het najaar naar de Kamer komt. Ik veronderstelde dat die kennis er was. Ik zal
dat nogmaals bevestigen.
De voorzitter:
Wilde u zeggen dat het al was gepland dat de brief in het najaar onze kant op zou
komen? Dan is het geen nieuwe toezegging, maar is het wel goed om het even te melden.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik kan het gemist hebben, maar ik had opgeschreven: kindermarketing en dan publieke
gezondheid. O? Het is de schuld van de PVV.
Staatssecretaris Karremans:
Dat is een keer wat anders dan de schuld van de VVD, want dat is normaal.
Mevrouw Paulusma (D66):
Het klinkt wel heel erg hetzelfde.
De voorzitter:
Dat allemaal gezegd hebbende, gaat u verder met publieke gezondheid.
Staatssecretaris Karremans:
Dan ga ik door met publieke gezondheid. Hoe gaat de Staatssecretaris domeinoverstijgende
samenwerkingen en ketenaanpakken duurzaam stimuleren? Dat is een prachtige volzin
van mevrouw Slagt-Tichelman. Die hoor je inderdaad niet aan de keukentafel, zeg ik
even tegelijk tegen mevrouw Tielen, maar natuurlijk wel hier in dit commissiedebat.
We praten nu over de landelijke dekking met de GALA-partijen, ook in het kader van
het AZWA. Daar komt het AZWA weer, hoor ik mevrouw Paulusma denken, maar dat is inderdaad
wel het antwoord op de vraag. Daarover wordt dus gesproken in het kader van het AZWA.
Dan over de concrete doelen om deze gezondheidsverschillen te verkleinen. We hebben
al een beleidsagenda naar de Kamer gestuurd over gezondheid in alle beleidsdomeinen.
Het is goed om te benadrukken dat heel veel van wat in de zorg belandt, niet in de
zorg begint. Veel preventie moet vooral buiten het zorgdomein plaatsvinden. Ik werk
daaraan met andere ministeries en met andere collega's in het kabinet. We hebben nu
die agenda gestuurd met de visie die we daarop hebben en, een beetje hoog over, de
doelen. De concretisering daarvan zal plaatsvinden in de voortgangsrapportage die
u voor het einde van het jaar ontvangt.
Dan de vraag van de PVV over mentale gezondheid. Wat is er misgegaan in de samenleving
dat zo veel kinderen psychische klachten hebben? Met een aantal van deze Kamerleden
hebben we straks een tweeminutendebat in de plenaire zaal over de ggz. Dat is ook
in een commissiedebat aan de orde geweest. Er zijn veel oorzaken waarom kinderen en
jongeren mentale klachten hebben. Dat is een groot probleem, zeg ik er gelijk bij.
Het RIVM doet hier jaarlijks onderzoek naar. Als de heer Crijns hier meer over wil
weten, verwijs ik gemakshalve daarnaar. Ook is het Verwey-Jonker Instituut gevraagd
een onderzoek te doen naar trendverschillen tussen jongens en meisjes, want daarin
zien we echt een heel groot verschil. Het resultaat hiervan komt voor de zomer. Daar
kijken we dus ook naar.
De heer Crijns (PVV):
Ik heb het vorig jaar ook over mentale gezondheid gehad, ook met jongeren en ouders.
De vorige Staatssecretaris, Van Ooijen, heb ik gevraagd naar de STORM-aanpak. Dat
is een goed programma en er zou bekeken worden of dit landelijk zou worden uitgerold.
Wij zouden daarover worden geïnformeerd, maar het is doodstil gebleven. Hoe kijkt
u naar de STORM-aanpak? Wordt het landelijk uitgerold? Als ik u daarmee overval, kunt
u er in tweede termijn op reageren.
Staatssecretaris Karremans:
Dat laatste dacht ik, maar ik wil dat even checken. Ik kom er inderdaad op terug in
tweede termijn.
Dan de vraag in hoeverre seksuele gezondheid is opgenomen in de GALA-afspraken. Dat
is niet expliciet opgenomen in het GALA, maar gemeenten kunnen GALA-middelen wel inzetten
voor het bevorderen van seksuele gezondheid, mits dit ook bijdraagt aan de GALA-doelen
zoals het terugdringen van gezondheidsachterstanden.
Mevrouw Tielen vraagt of ik in gesprek ga met mensen uit lagere-SES-wijken om te horen
wat zij vinden en wat zij nodig hebben. Zeker. Dat doe ik niet alleen zelf, maar dat
doen ook onze mensen op VWS geregeld. Ik heb bijna drie jaar ervaring als wethouder
in een stad met veel lage-SES-wijken. Ik heb daar veel mensen gesproken. Een voorbeeld
daarvan wil ik delen. Ik weet dat ik nog geen twee weken wethouder Buitenruimte in
Rotterdam was. Ik wilde meer groenaanleg. De gemeenteraad wilde overal meer groen
aanleggen. We dachten dat dit kinderen zou uitnodigen om te spelen. Het is ook goed
voor klimaatadaptatie en zorgt voor verkoeling in de zomer. Ook vangt groen water
op als het hard heeft geregend.
We merkten dat daar in lage-SES-wijken zeer veel weerstand tegen was. Mensen op het
stadhuis en heel veel raadsleden vroegen zich af waarom hier weerstand tegen was.
Ik ben met die mensen gaan praten. Wat daaruit kwam, is dat als je een groene speeltuin
aanlegt, mensen bang zijn dat hun kinderen vies worden, want dat betekent vaker wassen
en vaker nieuwe kleren kopen en daar is geen geld voor. Dat is de realiteit. Wij kunnen
wel bedenken dat we meer groen en meer veldjes en heuveltjes willen, maar als dat
de realiteit is van de mensen, is dat lastig. Ik herinner me nog heel goed de verbaasde
gezichten van de raadsleden over die realiteit.
Je moet dus heel goed snappen wat de belevingswereld van mensen zelf is. Vervolgens
hebben ze behoefte aan een pleintje, dat in de zomer weer bloedheet wordt en waar
kinderen dan niet willen voetballen. We hebben voorbeelden in Rotterdam gehad van
een plein of een asfaltstrook waar het 72 graden werd. Nou ja, dan ga je binnen zitten
gamen en zijn we allemaal slechter af. Dat is even de realiteit die ik ook meeneem
met betrekking tot dit onderwerp.
Mevrouw Tielen (VVD):
Ik denk dat dat heel goed is. Ik was laatst ook op een avond over obesitas. Ik bracht
dit ook naar voren en verwees naar onderzoeken die we hebben, zoals over twee stuks
fruit, en hoe die allemaal door hoogopgeleide mensen zijn bedacht. Een van de aanwezigen
zei toen: ja, had er maar eens iemand met mij gepraat. Inmiddels was ze een stuk van
haar gewicht kwijt. Ik hoor de bevlogenheid en de inzichten van de Staatssecretaris,
maar ik zou veel meer willen terugzien, misschien ook in de brief die de Staatssecretaris
stuurt. Want het begrip «gezondheid» kan zomaar hele andere belevingen en keuzes oproepen
bij mensen die gewend zijn om boodschappen over twee stuks fruit en 250 gram groente
per dag makkelijk op te nemen ten opzichte van mensen die dat lastiger vinden. Als
de Staatssecretaris in het beleidsdocument dat eraan komt daaraan wat meer woorden
zou willen geven, stel ik dat op prijs.
Staatssecretaris Karremans:
Ja, ik vind het een hele goede suggestie. Ik wil toezeggen dat ik dit verder meeneem
in de uitwerking van de preventiestrategie. Die kan genoteerd worden.
Dan de vraag van mevrouw Slagt-Tichelman over de regionale preventiestructuren die
niet goed functioneren. Ze vraagt of ik dat erken, omdat dit vraagt om langdurige
structurele financiering. Met dat laatste ben ik het eens. Preventie is vaak iets
van de lange adem. Als je met preventie begint, is het heel lastig om daarvan de volgende
dag al resultaten te zien, omdat het vaak met gedragsverandering te maken heeft. We
weten dat gedragsverandering lang duurt. En dan zitten we ook nog met de belevingswereld
en wat voor de een geldt, geldt niet voor de ander; we hadden het er net al over.
Ik ben het ermee eens dat bij uitstek voor preventie langdurige structurele financiering
belangrijk is. Nu is het zo dat ook de GALA-middelen voor een heel groot deel tijdelijke
middelen zijn. Heel veel van het preventiebeleid is gefinancierd met tijdelijke middelen
en die lopen allemaal af. Iedereen hier is erbij geweest, zeg ik er maar even bij,
om die keuze te maken. En soms is dat ook de keuze die je moet maken in een tijd van
financiële krapte, zeg ik er eerlijk bij. Dat is wat we nu in Den Haag zien.
Ik wil daar geen oordeel over vellen, maar preventie leent zich met name voor structurele
financiering op de lange termijn. Daarom ben ik ook bezig met het investeringsmodel
voor preventie. Ik heb daar een commissie voor opgetuigd. Eind deze maand is hierover
een grote werkconferentie gepland. Ik weet dat mevrouw Tielen en mevrouw Paulusma
daar ook veel aandacht voor hebben gevraagd. De baten van preventie vallen vaak buiten
het zorgdomein en die kunnen we vaak niet goed in kaart brengen. Als we nou in staat
zijn om dat beter te doen en dat te koppelen aan de investeringen aan de voorkant,
kunnen we vooruit. Dit gaat niet om maatschappelijke waarden, want daarmee kan ik
geen boodschappen doen, kan geen Kamerlid een boodschap doen, en kunnen we geen investering
doen in preventie. We moeten het echt hebben over harde euro's en hoe we daarmee omgaan
binnen de financiële systematiek die we in Den Haag hebben. Dat is de kernvraag. En
precies om die reden ben ik dat aan het doen. Ik deel de urgentie. Misschien is de
manier om er te komen net een andere, maar uiteindelijk gaat het om het resultaat
en dat streven we allebei na.
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):
Ik heb daar toch een vraag over, want net horen we dat de GALA punten over preventie
ook deels in het AZWA komen. Volgens mij is het AZWA ook tijdelijk, maar daar kan
de Staatssecretaris vast meer uitleg over geven. Is dat een structureel programma?
Waarom wordt de keuze dan daar gemaakt en niet bij de bestaande GGD'en bijvoorbeeld,
die al heel veel aandacht hebben voor juist de punten die mevrouw Tielen noemt: wijkgericht,
weten wie de mensen zijn. Ik kan dat niet helemaal met elkaar rijmen. Hoe kunnen we
het structurele karakter nog beter inbedden?
Staatssecretaris Karremans:
Achter Kansrijke Start, bijvoorbeeld, zit structurele financiering binnen het GALA
en daarover wordt nu gesproken in het AZWA. De GGD'en voeren dat natuurlijk voor een
groot deel uit. Het is niet zo dat dit weer apart is. Het loopt heel vaak via de GGD'en,
want de gemeenten zijn opdrachtgever van de GGD. De eerste «G» van GGD staat ook voor
«gemeentelijke». Dat is het antwoord op de vraag.
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):
Dan mijn vervolgvraag. Ik vind Kansrijke Start ook heel mooi, maar dat is nog niet
in alle gemeentes geïmplementeerd. Hoe gaat de Staatssecretaris ervoor zorgen dat
preventie landelijk geïmplementeerd gaat worden? Zodat echt alle kinderen in Nederland
een kansrijke start krijgen.
Staatssecretaris Karremans:
Dat klopt, inderdaad. Maar in heel veel gemeentes is het al wel geïmplementeerd. En
dat is waar we nu precies over spreken met gemeentes in het kader van het AZWA. Daar
zit dan het basispreventiepakket waar mevrouw Slagt-Tichelman het over heeft. Dat
ligt ook op tafel bij het AZWA.
Dan de midterm review over het GALA. Wat betekent dat nou in de praktijk? Is het effectief?
Je zou iets meer tijd willen hebben om het te meten, maar ik ben het wel met mevrouw
Tielen eens dat dit beter gemeten kan worden. Dat is ook mijn ervaring als wethouder.
Ik ging over de buitenruimte en kreeg GALA-middelen om een sportveldje aan te leggen.
Vervolgens gingen we niet meten of dat sportveldje gebruikt werd en of dat tot hogere
sportdeelname leidde. Soms plaatsten we fitnesstoestellen – ik zeg dat maar even vrijuit – en
werd die locatie vooral gebruikt door mensen om drugs te gebruiken met als gevolg
dat die plek door iedereen werd gemeden. Nou ja, ik moet van mevrouw Paulusma iets
anders zeggen: overmatig alcoholgebruik dan. Het punt is dat het niet gebruikt werd
waarvoor het bedoeld was. Daar moet je wel kritisch op zijn. Uiteindelijk moet het
om het resultaat gaan. Het moet echt gaan om toename van bewegen. Ik wil daar een
slag op maken. Als mevrouw Tielen het toestaat, wil ik daarop terugkomen. Ik wil daar
in het vervolg beter op gaan monitoren, omdat ik denk dat dit belangrijk is.
Dan de gezondheidsbevordering van ouderen, het ouderenconsultatiebureau. Mevrouw Tielen
is kritisch op de afdoening. We bekijken nu hoe we dat effectief kunnen inbedden,
ook in de bestaande structuren. Of moet dat een apart ouderenconsultatiebureau worden?
Als dit het geval is, heb ik wel middelen nodig om dit bij gemeenten te realiseren.
We hebben voortdurend discussie met gemeenten – die heb ik ook vanuit de andere kant
gevoerd – want er moeten voldoende middelen zijn om de taak te kunnen uitvoeren. Het
is niet van tafel, zeg ik er gelijk bij, maar we kijken wel hoe we dat op de beste
manier kunnen doen. We zullen de Kamer informeren hoe we daar in het vervolg handen
en voeten aan willen geven. Ik zie de noodzaak ervan, maar het moet wel kunnen en
er moeten wel middelen voor zijn.
Mevrouw Tielen (VVD):
Nogmaals. Het gaat mij niet per se om het gebouw of wat dan ook, terwijl ik wel begrijp
dat daar ook middelen voor nodig zijn. Het gaat mij vooral om het nadenken over hoe
je bepaalde functies die bij de jeugdgezondheidszorg heel logisch bij elkaar liggen
om gezond opgroeien mogelijk te maken, ook bij elkaar brengt om het voor ouderen makkelijk
te maken om vitaal ouder te kunnen worden. Ik geloof dat het een soort van toezegging
is om inderdaad een verdere uitwerking tegemoet te zien.
Staatssecretaris Karremans:
Dan begrijpen we elkaar goed. We bekijken dat verder.
Er is gevraagd hoe ik leefstijlmonitoring en -begeleiding onderdeel ga maken van de
taakopdracht van de jgz. Het is al onderdeel van het wettelijke takenpakket. Een jgz-professional
signaleert en geeft voorlichting, advies, instructie en begeleiding omtrent gezond
opgroeien. Leefstijl valt daar ook onder. In die zin zit dit al in de jgz. We maken
met gemeenten nu ook weer afspraken over hoe we dat doen. We doen dit ook in het convenant
voor wijkteams. Er is heel veel beweging op het dossier jgz, zeg ik tegen mevrouw
Tielen, ook ten aanzien van het voorkomen van jeugdhulp. We zijn bezig met dit convenant
en in het wetsvoorstel over de reikwijdte bekrachtigen we ook de taak van de jgz op
dat gebied ten aanzien van preventie en opvoedondersteuning, want die vervult nou
eenmaal een heel belangrijke rol. Daar liggen ook kansen. Dat ben ik met mevrouw Tielen
eens.
Dan het antwoord op de motie-Tielen over coeliakie. Het leuke is dat mijn tante hoogleraar
is op dat onderwerp. Ze dacht dat ik in de Tweede Kamer zat en zei: je moet voor die
motie stemmen. Ik heb de motie destijds omarmd. Ik verwacht kort na het meireces een
reactie te sturen. Ik begrijp dat die motie rondging in het coeliakieveld en dat ze
daar helemaal lyrisch enthousiast over waren. Dat is mooi.
Is de tandgezondheid en de daaraan verbonden leefstijl, denk aan frisdrank, in beeld
bij de jgz? Zeker. Overigens, dit debat gaat natuurlijk niet over de gezondheidszorg
op de BES, maar daar is het nu ook echt onderdeel van het gesprek bij de huisarts.
Dit is ontzettend belangrijk, want daar hebben we te maken met flinke leefstijlproblemen.
Die worden opgepakt. Voor mondzorg kan door een jeugdarts worden doorverwezen, als
dit nodig is. Er wordt ook gewerkt aan een mondzorgprofessional die op het consultatiebureau
mondzorg kan verlenen.
Dan de vraag van mevrouw Paulusma over het gemis van de RSV-immunisatie in de Voorjaarsnota.
Die is wel degelijk opgenomen, namelijk op pagina 182. Die staat er dus in.
De voorzitter:
Mevrouw Paulusma? Het mag straks ook hoor.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ja. Ik ben ondertussen aan het scrollen, want het staat er in geheimtaal. Als ik het
niet goed kan lezen, kan het veld het ook niet lezen. Datzelfde geldt ook voor dicht
borstweefsel. Ik wil de Staatssecretaris echt geloven, maar wij hebben het er niet
uit gehaald en wij zijn vanochtend ook niet onder een steen vandaan gekropen. Het
staat er blijkbaar in zulke onduidelijke taal dat niemand gisteren de champagne heeft
opengetrokken.
Staatssecretaris Karremans:
We gaan even opzoeken in welke taal het staat. Het wordt nu een wedstrijdje wie als
eerste bij pagina 182 is. Het streven is nog steeds om dit najaar te starten. Dit
wordt gewoon geregeld. Er zitten extra kosten aan vast en die worden netjes gedekt.
We zorgen dat we dit najaar kunnen starten met die RSV-immunisatie. Het ligt verder
helemaal op schema ten aanzien van de implementatie. Dat champagnemoment hebben we
gehad, maar dit blijft. We hebben gezegd dat we het in het najaar gaan toevoegen en
het zit erin.
Ik pak gelijk even het punt mee over de MRI-bevolkingsonderzoeken. Het klopt. We hebben
dekking voor de uitvoeringstoets van het RIVM. Daar zijn we nu mee bezig. Dat is de
afspraak die we met iedereen gemaakt hebben. Ik ken de betrokkenheid van mevrouw Paulusma
bij dit onderwerp. Op het moment dat duidelijk wordt wat de volgende stap wordt, moeten
we er dekking voor gaan regelen. Ik moet wel weten over wat voor bedrag het dan gaat.
Het is noodzakelijk voor mij om dat te weten, in die volgorde.
Mevrouw Paulusma (D66):
Het klopt niet helemaal wat de Staatssecretaris zei. We hebben hier met elkaar dat
uitvoeringsonderzoek omarmd. Het ging mij lang niet snel genoeg, maar dat is wat we
doen. De Staatssecretaris heeft wel daadwerkelijk een bedrag genoemd. Hij heeft ook
gezegd dat hij dat dan moet regelen in de Voorjaarsnota. Die Voorjaarsnota is vorige
week gepresenteerd, gelekt, gedeeld en daar stond dit bedrag niet in. Dan word ik
wel een beetje ongerust en met mij een heleboel andere vrouwen.
Staatssecretaris Karremans:
Ik denk dat ik die opmerking gemaakt heb voor de afspraak over de uitvoeringstoets,
want die kwam natuurlijk daarna. Die financiering moet er zijn. Ik heb er altijd bij
gezegd dat er dekking moet zijn voor de invoering daarvan. Mevrouw Paulusma kent mijn
commitment op dit thema. Ik ben hard met het RIVM en alle partijen die aan boord zijn
aan het werk om dit te doen. Zo werken nou ook eenmaal de financiële spelregels die
we me elkaar hebben afgesproken. Op het moment dat ik een concreet bedrag heb, kan
ik het gaan regelen. Dat had ik nog niet ten tijde van de Voorjaarsnota. Dan is de
discussie vrij snel klaar, want dan wachten we tot we een concreet bedrag hebben en
gaan we daarna kijken naar dekking. Ik zit er nog steeds hetzelfde in als tijdens
het commissiedebat en het tweeminutendebat dat we daarover gevoerd hebben.
Mevrouw Paulusma (D66):
Óf ik heb er geen actieve herinneringen aan óf de Staatssecretaris. Ik meen mij wel
degelijk te herinneren dat de Staatssecretaris een richtbedrag heeft genoemd. Ik snap
dat als de uitkomst van dat onderzoek er nog niet is, het nog niet in de Voorjaarsnota
staat, ik snap ook heel goed hoe de systematiek werkt. Maar dan heb ik wel echt meer
nodig. Het ging net over coeliakie en hoeveel rondgaat over dat onderwerp. Datzelfde
geldt voor dit onderwerp. Ik als Kamerlid maar ook een heleboel mensen in het veld
hebben dan wel meer nodig dan «we wachten dit onderzoek af en dan kom ik met een voorstel
voor een eventuele financiering». Want wanneer is dat dan?
Staatssecretaris Karremans:
Dat heb ik ook in de brief gezegd. Ik weet niet uit mijn hoofd wanneer het RIVM daarmee
klaar is. Ik kan opzoeken wanneer dat is. Dat is al wel eerder gecommuniceerd. Ik
zeg er wel heel duidelijk bij dat ik die urgentie compleet voel. Het is belangrijk
voor mijzelf om hier te onderstrepen dat we er op die manier mee bezig zijn en dat
ik graag wil dat dit geregeld wordt. We hebben nu de eerste stappen gezet richting
de implementatie.
De voorzitter:
Dan volgt straks nog het exacte moment.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik ga de Staatssecretaris daaraan houden.
Staatssecretaris Karremans:
Dat is de rol van mevrouw Paulusma, denk ik. Dus dat is hartstikke goed.
De voorzitter:
Dat is correct.
Staatssecretaris Karremans:
Klopt het nou of is die weer teruggetrokken? Pagina 182? O, ik hoor nu dat de RSV-vaccinatie
in de tabel op pagina 212 staat. Het is toch pagina 212. Dan snap ik niet waarom 182
in beeld was. In die tabel staat RSV-vaccinatie.
De voorzitter:
Oké, mooi. Dan is dat opgehelderd.
Staatssecretaris Karremans:
Mevrouw Paulusma vraagt of ik dat wil controleren. Dat is goed. Ik zei net «pagina
182» en dat klopte dus niet.
Over de vaccinatiegraad zei ik net al dat ik dat compleet met mevrouw Paulusma deel.
Daarom hebben we daarvoor ook extra geld beschikbaar gesteld. Ik werk daarop veel
samen met onder andere Alexander Scholtes, een goede D66-wethouder in Amsterdam. In
Amsterdam heb je geen VVD-wethouders, dat is nou eenmaal de aard van de stad. Eric
van der Burg was geloof ik een van de laatsten. Daar hebben ze een heel goede aanpak
en wat je ziet is resultaat. Je ziet resultaat in Bos en Lommer en in Amsterdam-Zuidoost.
Je ziet dat het heel goed werkt als wetenschappelijke informatie tegenover desinformatie
wordt gezet. Je moet mensen daarin meenemen en daarvoor hebben we financiering beschikbaar
gesteld, niet alleen voor Amsterdam maar ook breder in Nederland. Dat delen wij dus.
In de Voorjaarsnota zijn geen middelen beschikbaar gekomen voor gordelroosvaccinatie.
Dat wil niet zeggen dat dit een finaal besluit is en we het nooit meer gaan doen.
Bij de volgende kans wordt dit weer bekeken. Maar er is nu geen ruimte gevonden om
het gordelroosvaccin in deze Voorjaarsnota te dekken.
De voorzitter:
Sommige Kamerleden zitten al op vier interrupties, mevrouw Paulusma bijvoorbeeld,
maar ik wil er nog wel eentje toelaten. Dat geldt dan voor iedereen. Dat is een soort
bonusveegronde. Mevrouw Paulusma, wilt u hier nog op doorgaan? Nee? Oké. Check. Dat
geldt ook voor de heer Krul en mevrouw Daniëlle Jansen. U had er al vier, maar er
is ruimte voor nog een extra. Waar zijn we, Staatssecretaris?
Staatssecretaris Karremans:
Overig. Dat zijn er natuurlijk veel.
De voorzitter:
Veel verschillende in het blokje overig, maar het kan bondig zodat we nog wat ruimte
hebben om vragen te beantwoorden.
Staatssecretaris Karremans:
Dat is goed. «Waarom verbiedt u niet gewoon de verkoop van energiedrankjes onder 16
jaar?» Er komt geen verbod, maar we volgen altijd de ontwikkelingen in andere landen.
Ik zeg erbij dat een verbod Europees ontzettend lastig is. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld
het verbieden van een bepaald zout- of suikergehalte. We hebben dit ook aan de landsadvocaat
gevraagd. Het is bijna niet te doen op Europees niveau. Daar loop je dan tegenaan.
Ik ga bekijken wat er in ander landen gebeurt. Dat volg ik met interesse en daar sta
ik open in. Maar ik wil die winstwaarschuwing er wel bij geven.
Voor alcoholetikettering geldt hetzelfde. Het staat op de agenda in de EU maar het
is wel lastig, omdat er landen zijn waar veel wijn wordt geproduceerd en die landen
hebben daar hun bedenkingen bij. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet dat er veel suiker
in oranjebitter zit. Als mensen diabetes hebben, is dat nogal belangrijk om te weten.
Dat wil je duidelijk maken en dat kan ook via een QR-code. Ik vind het een interessant
onderwerp, maar omdat het om EU-regelgeving gaat, is het wel lastig.
Dan het gezonde aanbod in de supermarkten. Wil ik een concreet doel stellen voor het
verkoopaandeel «gezond» in supermarkten? Ja, ik wil graag een concreet doel. Ik wil
graag alleen maar meetbare en concrete doelen. Daarover ben ik nu met supermarkten
aan het praten. Dat heb ik ook in de brief gezegd en ik hoop daar verder op terug
te komen in de uitwerking van de preventiestrategie. Ik wil daar een concreet doel
aan koppelen. Als het daar nog niet in staat, komt het later. Ik wil daarmee wel aan
de slag.
Hoe zorg ik ervoor dat ook de verkoop van producten buiten de Schijf van Vijf door
supermarkten in beeld komen? Wij starten nu met een monitor. Er is een monitor geweest
van Questionmark. Wij gaan nu zelf starten met die monitor om het verkoopaandeel ongezonde
producten in beeld te brengen en dat de komende jaren te blijven monitoren.
Waar wordt bij Trimbos op bezuinigd? Wordt ook bezuinigd op de ondersteuning van opleiding?
Ik ben met Trimbos in gesprek over de invulling van de bezuiniging. Ik heb al eerder
in een debat gezegd dat ik nu geen hekjes ga zetten om bepaalde projecten, want dan
kan er helemaal niks meer. Ik wil dit met Trimbos zorgvuldig invullen.
Dan de reclame over borstvoeding. Daarover is een flink debat geweest tussen mevrouw
Slagt-Tichelman aan de ene zijde en de heer Crijns, mevrouw Tielen en mevrouw Paulusma
aan de andere zijde. Ik zit toch meer aan die zijde, moet ik zeggen. Ik ga reclames
voor kunstvoeding na zes maanden niet verbieden. Vrouwen kunnen zelf hun weloverwogen
keuze maken voor het type voedsel dat zij wenselijk vinden. Dan de Staatssecretaris...
Zei ik iets verkeerd?
De voorzitter:
Mevrouw Tielen?
Mevrouw Tielen (VVD):
Ik heb er nog twee, toch, voorzitter?
De voorzitter:
Ik heb er drie staan. Even voor de goede orde: de vijfde die iedereen krijgt, is echt
voor de veegronde. We hebben er dus vier plus een.
Mevrouw Tielen (VVD):
Dan heb ik er nu nog twee. Die veegronde ga ik dan zo gebruiken, want ik heb nog iets
gemist.
De voorzitter:
Dat is goed.
Mevrouw Tielen (VVD):
Is kunstvoeding dan misschien alles wat niet van een boom te plukken is of zo? Hoe
ziet de Staatssecretaris dat? Ik zou het gewoon «flesvoeding» noemen. Overigens kan
je borstvoeding ook in een flesje doen, maar dat terzijde. Laten we op dit vlak even
proberen weg te blijven van dat soort, helaas soms polariserende, termen.
Staatssecretaris Karremans:
Dat snap ik, maar mevrouw Slagt-Tichelman had het over kunstvoeding. Ik lees gewoon
letterlijk de vraag voor die hier gesteld is. Daar zit dus verder geen waardeoordeel
van mij achter. Ik ben echt afhankelijk geweest van Nutrilon de afgelopen maanden,
dus ik ken het.
Dan de vraag of ik van plan ben om bewegen duidelijk terug te laten komen in de verdere
uitwerking van de preventiestrategie. Ja, maar ik ga geen dingen overdoen. We hebben
namelijk gewoon een beleid op sport. Dat zit in een apart beleidsdocument. Ik ken
de passie voor sport van de heer Van Nispen – hij is hier nu niet – en van de voorzitter.
Maar daarvoor hebben we dus het sportbeleid. Natuurlijk draagt het ook bij aan preventie.
Ik kan ernaar verwijzen in de preventiestrategie, maar ik ga het niet helemaal overtypen.
Dat lijkt me niet verstandig.
Dan gezond en betaalbaar eten. Ik ga met alle liefde naar het plan van de SP kijken.
Ik kan daar ook op reageren.
Dan seksuele gezondheid. De Kamer ontvangt daar binnenkort een beleidsbrief over,
waarin ik onder andere inga op de invulling van de korting op de SPUK en op hoe ik
lokale aandacht voor seksuele gezondheid ga stimuleren en ondersteunen. We hebben
natuurlijk al eerder het onderwerp desinformatie besproken. Daar kom ik ook op terug.
Dat was een vraag van mevrouw Paulusma. Ik hoor iemand vragen wanneer ik hierop terugkom.
Voor de zomer zei ik toch? Niet? Binnenkort, dus dat is voor de zomer.
De voorzitter:
Oké, als vanaf nu alles wat «binnenkort» is, voor de zomer betekent, dan noteren we
dat gewoon.
Staatssecretaris Karremans:
De zomer staat voor de deur, voorzitter, dus dat kan niet anders.
De voorzitter:
Zeker. Daarom noteren we: voor de zomer. Gaat u door.
Staatssecretaris Karremans:
Dan de bezuinigingen op sport. De btw op sport is er inderdaad van af, dus dat is
mooi. De BOSA wordt opgevangen door de DUMAVA. Voor de rest zit het in een beetje
minder onderzoek. Ik denk dus dat het voor de sporters meevalt. Ik ben ook enthousiast
over de sportpas. Daar wil ik naar gaan kijken voor de NPLV-gebieden. Dat zit nu in
de uitwerking; daar zijn we druk mee bezig. Daar kom ik dus op terug.
Dan de vraag of ik bereid ben een minimaal 60% gezond aanbod in te voeren. Dat was
een vraag van mevrouw Slagt-Tichelman. Ik ga nu geen getal noemen. Mevrouw Jansen
stelde hier ook een vraag over. Ga je concrete doelen stellen? Ja, dat ga ik doen,
maar of dat 60%, 70%, 80% of 55% is, weet ik niet. Dat wil ik met de supermarkten
bespreken. Daar ben ik nu mee bezig. Alles wat ik daar dus nu over zeg, gaat niet
helpen in die gesprekken.
Dan een vraag van de heer Crijns. Wat heeft de preventiestrategie tot nu toe opgeleverd?
Ik heb daar in mijn inleiding wel degelijk wat over gezegd. We zijn er alleen nog
niet; we moeten nog meer doen.
Normen voor zout zijn lastig voor te schrijven vanwege de Europese wetgeving, maar
we hebben wel te maken met de Nationale Aanpak Productverbetering. Daar werken we
aan. We hebben ook echt voortgang geboekt als het gaat om portiegrootte, zoutvermindering,
vetvermindering et cetera. Daar wordt goede voortgang in geboekt. Daar ben ik blij
mee.
Dan alcoholreclame en betutteling. We moeten eraan geloven. Ik ga toch weer een voorbeeld
noemen uit mijn tijd als wethouder Buitenruimte. Gemeenten verdienen ontzettend veel
geld aan buitenruimtereclame, waarmee ze zwembaden, sportvoorzieningen en noem maar
op kunnen bekostigen. Op het moment dat je alcohol uit de buitenreclame haalt – dat
kan je natuurlijk doen – worden de concessies veel minder waard. Dat heeft dus ook
directe gevolgen voor gemeenten. Het is aan gemeenten zelf om die keuze te maken,
zeg ik erbij, maar het betekent wel gelijk een financieel gevolg.
De vraag van de heer Crijns is: wanneer stopt deze bemoeizucht? Moeten we straks in
het geheim gaan drinken? Nee, dat hoeft niet, wat mij betreft.
Dan de ooggezondheid en de 20-20-2-regel. Daarover ging een vraag van mevrouw Tielen.
Dat vind ik een terecht punt. Dit houdt dus in: 20 dichtbij, 20 ver weg en dat maximaal
2 uur per dag. Zeg ik dat zo goed?
Mevrouw Tielen (VVD):
Het gaat om twee uur per dag buiten zijn.
Staatssecretaris Karremans:
Twee uur per dag buiten zijn. Kijk, nog beter. Heel goed. Mevrouw Tielen, weet dat
ik werk aan de adviezen ten aanzien van social media en schermgebruik. Dat is niet
alleen goed voor de ogen – oogartsen trekken hier inderdaad over aan de bel – maar
ook voor de mentale gezondheid. Het zorgt ook voor het meer bewegen in plaats van
achter een schermpje te zitten. Dat zit in die laatste twee uur.
De vragen over wat ik ga doen aan de desinformatie over anticonceptie heb ik al beantwoord.
De voorzitter:
Ik heb ondertussen genoteerd. Mevrouw Slagt-Tichelman had al een handje opgestoken,
dus zij krijgt als eerste het woord. De anderen ga ik gewoon af.
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):
In de brief van 8 april gaf de Staatssecretaris aan: we willen in elk geval met de
vijf grootste supermarkten hardere afspraken maken over het vergroten van het verkoopaandeel
van gezonde producten. We zijn blij dat er gesproken wordt met de supermarkten, maar
het zijn er vijf. De stem van de mensen en wat zij willen, wordt natuurlijk niet meegenomen
als je alleen met de supermarkten praat over de gezondheidswinsten. Wat is de achtergrond?
Worden de stem van de mensen en de beoogde gezondheidseffecten voldoende meegenomen
in gesprekken als er uiteindelijk een streefgetal wordt bepaald van zoveel procent
«gezond» in de supermarkt?
Staatssecretaris Karremans:
De stem van de mensen is natuurlijk de Tweede Kamer. Dat zeg ik maar even tegen de
Tweede Kamer, via de voorzitter: dat bent u. Die neem ik vanzelfsprekend altijd mee,
in alles wat ik doe. Dat doe ik ook ten aanzien van de gesprekken met de supermarkten.
De voorzitter:
Ik ga dan eerst... Ik begin even bij de heer Krul en ga dan iedereen even langs voor
de laatste vragen.
De heer Krul (CDA):
Het volgende over het verbieden van het verkopen van energiedrankjes. De Staatssecretaris
zegt dat er toch vaak onduidelijkheid is. De een roept dan «dit mag wel» en de ander
zegt «dit mag niet». Laten we voor de helderheid die onduidelijkheid wegnemen. Ik
zou de Staatssecretaris willen vragen om in te gaan op een paar voorbeelden. Het is
natuurlijk goed als dat in de tweede termijn gebeurt. Wat is er nu aan de hand in
Hongarije, Roemenië, Polen en Letland?
De slotvraag daarbij, ook voor de tweede termijn: klopt het dat de Europese Commissie
zich sinds 2015 al niet meer verzet tegen nationale regelgeving die energiedrankjes
verbiedt? Met andere woorden: zijn alle verzoeken die daar zijn gedaan, allemaal gehonoreerd?
Ik vraag het gewoon even voor de feitelijkheid in dit debat. Kan ik daar in de tweede
termijn nog een antwoord op krijgen?
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Jansen.
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
Ik had nog een vraag over de supermarkten. Kan de Staatssecretaris toelichten waarom
niet alle supermarkten worden betrokken in plaats van alleen de vijf grootste? Ik
denk dan namelijk: waar gaat dit toe leiden? Het volgende is geen vergelijking, maar
aan de andere kant is het wel een vergelijking: je krijgt dan misschien van die Co-Med-achtige
constructies, waarbij er straks een ketting aan kleinere supermarkten ontstaat die
buiten de strengere wet- en regelgeving gaan duiken. Daar ben ik benieuwd naar.
De voorzitter:
Heeft u die vraag gehoord?
Staatssecretaris Karremans:
Het is heel simpel. Hoe kleiner de groep, hoe makkelijker het maken van afspraken
is. Als je met zestien partijen praat, moet je zestien keer een akkoord hebben. Met
vijf is het natuurlijk makkelijker. De vijf grootste hebben daarbij samen natuurlijk
een waanzinnig groot marktaandeel. Je pakt dus eigenlijk het totaalbeeld en je maakt
de kans op een effectieve afspraak veel groter. Dat is de gedachte daarachter. Ik
kom nog even terug op wat het totale marktaandeel is van de vijf grootste supermarkten
samen.
De voorzitter:
Check. Mevrouw Slagt-Tichelman, wilt u nog een allerlaatste?
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):
Een allerlaatste vraag. Die gaat door op de vraag van mevrouw Jansen van NSC. Waarom
wordt er niet gedacht aan een streefgetal voor alle winkels? Supermarkten vinden het
namelijk ook vervelend als er bijvoorbeeld bij de Praxis wel makkelijk repen voor
het meenemen liggen. Zou er ook gezegd kunnen worden dat wanneer je voedsel verkoopt,
je je aan een evenwichtig percentage hebt te houden van gezond en ongezond? Zou de
Staatssecretaris dus toch breder kunnen kijken dan alleen die vijf supermarkten?
Staatssecretaris Karremans:
Hier komt toch wel een beetje de ondernemer in mij naar boven. Als jij een... Uiteindelijk
gaat het om uitvoering, uitvoering, uitvoering. Als je hier een enorme kerstboom van
gaat maken, waarbij je aan elke voorwaarde moet voldoen, ga ik één ding zeggen: dan
gaat het niet lukken. Dan gaat het niét lukken. Dan krijg je echt een heel slap, verwaterd
preventiebeleid dat helemaal niks gaat voorstellen.
Natuurlijk zou ik het liefste op een knop drukken dat het morgen allemaal anders gaat
en alles supergezond is. Maar op deze manier, als je gaat zeggen dat het ook bij de
Praxis en op andere plekken moet, kom je er niet. Ik denk dat de supermarkt de omgeving
is waarin we veel voedselkeuzes maken. Daar komen heel veel Nederlanders. Die maken
daar, ook door aanbiedingen, dagelijks de keuzes voor wat er 's avonds op tafel staat
en wat er tussendoor gegeten wordt. Ik denk dat je daar een enorme stap in kan maken.
Natuurlijk hoor ik ook scholen zeggen: ik bied iets aan, maar om de hoek zit een snackbar
of een bouwmarkt waar ze ook repen kunnen kopen. Maar dan blijf je bezig. Dan heb
ik, denk ik, uitvoeringstechnisch misschien twintig jaar nodig om dat helemaal te
doen, terwijl ik snel aan de slag wil met het boeken van resultaten. Ik snap dus de
goede bedoeling van mevrouw Slagt-Tichelman, maar ik geef toch even mee wat de realiteit
van de uitvoering is.
De voorzitter:
De heer Crijns.
De heer Crijns (PVV):
Mijn vragen zijn allemaal netjes beantwoord door de Staatssecretaris. Ik had niet
veel gevraagd. Maar ik ben blij dat we gelukkig nog niet in het geheim, achter de
gordijnen, alcohol hoeven te drinken.
De voorzitter:
De heer Crijns gaat een mooi reces tegemoet.
Mevrouw Tielen (VVD):
Ik had nog een ding, want ik dacht...
De voorzitter:
Mevrouw Tielen.
Mevrouw Tielen (VVD):
Ik miste de ooggezondheid in de jeugdgezondheidszorg, maar de Staatssecretaris heeft
dat bij overig geplakt. Ik hoop dat zijn bevlogen pleidooi om de ooggezondheid in
de preventie mee te nemen, ook geldt voor zijn plan voor de jeugdgezondheidszorg.
Ik hoop dus dat hij ooggezondheid daar ook in meeneemt.
Staatssecretaris Karremans:
Sterker nog, ik denk dat... Sorry, dat heb ik inderdaad niet op de juiste plek beantwoord.
Ik vind het een heel terecht punt, omdat we nu werken aan de richtlijnen. Ten aanzien
van schermtijd en wat het doet bij... Dit moeten we natuurlijk ook in de jeugdgezondheidszorg
krijgen. Dat is dus een terecht punt. Dat neem ik daarin mee.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik had nog een opmerking, maar die is misschien een beetje verzand. Ik deed een pleidooi
voor een integrale aanpak. Ik zei tegen de Staatssecretaris dat we niks hebben aan
losse plannen. We hebben een integrale aanpak nodig. Dat heet ook wel Health in All
Policies. Het maakt me niet uit hoe de Staatssecretaris het noemt, maar ik zou daar
wel graag een reflectie op willen. Ik hoor ook graag wat de inzet van de Staatssecretaris
is ten aanzien van andere bewindspersonen, want alleen gaat hij deze wedstrijd niet
winnen.
Staatssecretaris Karremans:
Zo is het helemaal. Die Health in All Policies is omgedoopt tot Gezondheid in alle
beleidsdomeinen. Deze agenda heb ik naar de Kamer gestuurd. In het najaar kom ik met
een concretiseringsslag op dat punt. Ik ben het helemaal met mevrouw Paulusma eens.
Heel veel ten aanzien van preventie zit niet in het zorgdomein. Daar heb ik andere
collega's voor nodig, bijvoorbeeld als het gaat om werkstress. Of om buitenruimte,
daar heb ik een Minister Keijzer voor nodig. Dat klopt dus helemaal. Daarom komen
wij in het najaar met die concretiseringsslag. Dan kunnen we daaraan werken en kunnen
we de integrale aanpak aan de Kamer voorschotelen. We zullen het daar dan vanzelfsprekend
met de Kamer over hebben.
De voorzitter:
Tot slot. U bent er echt al.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik kan het gemist hebben. Ik hoor de Staatssecretaris «wij» zeggen. Daar word ik heel
blij van, maar wie is «wij» in dit geval, als er een brief komt met concrete plannen?
Staatssecretaris Karremans:
De Staatssecretaris Participatie en Integratie staat eronder, de Minister van Sociale
Zaken, de Minister van Ruimtelijke Ordening en ikzelf. Misschien mis ik er dan nog
een of twee, maar dat kan ik zo even uitzoeken. Maar die brief is er.
De voorzitter:
Heel goed. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn. Ik kijk even naar
de leden. Gaan we gelijk door of wilt u nog even een minuut? We gaan gelijk door.
Dan gaan we starten met 1 minuut 20. De heer Krul.
De heer Krul (CDA):
Voorzitter. Het contrast tussen het CDA en deze Staatssecretaris van VVD-huize kan
niet groter zijn. De Staatssecretaris maakt zich druk om de paashaas en het CDA maakt
zich druk om de toekomst van onze kinderen en de consumptie van overmatige troep.
Het CDA zet zich in voor de gezondheid en het welzijn van kinderen door kindermarketing
voor ongezonde producten te verbieden, zonder vrees of de samenleving daar rijp voor
is. Dat is namelijk hoe je ideologisch politiek bedrijft. Soms moet je een stap naar
voren zetten. Dat is ideologie tegenover pragmatisme, de paashaas en de politicus.
Het is een mooie botsing van stromingen vandaag.
Voorzitter. Als we er dan toch een debat over waarden en tradities van maken: dat
is een speelveld waarin het CDA zich prettig kan bewegen. Ik zou tegen de Staatssecretaris
willen zeggen dat hij de waarde van die tradities onderschat. Tradities laten zich
namelijk niet definiëren door commercialisering. Tradities moeten niet worden gebruikt
voor commerciële doeleinden. Willen we echt dat onze tradities gekaapt worden door
de industrie om als marketingtool gebruikt te worden? Natuurlijk niet. Tradities zijn
niet van de industrie; tradities zijn van de samenleving.
Kortom, toon lef, toon leiderschap en toon rentmeesterschap door op te komen voor
de toekomstige generaties. En doe niet alles halfbakken en verder in het najaar en
in 2026 als een soort paashaas die overal paaseitjes voor de Kamer verstopt om te
zoeken. Nee het moet nu, en met een beetje daadkracht. Daarom vragen wij een tweeminutendebat
aan. Wij kunnen deze botsing namelijk niet vaak genoeg hebben met deze Staatssecretaris.
En hopelijk kunnen we dat voor de zomer nog een keertje overdoen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee is het tweeminutendebat aangevraagd. Dat is genoteerd. Mevrouw
Daniëlle Jansen, uw tweede termijn.
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
Dank u, voorzitter. Ik heb waardering voor de stappen die de Staatssecretaris op dit
moment zet op verschillende leefstijlgebieden. Er gebeurt echt wel wat, maar het gaat
voor Nieuw Sociaal Contract niet snel genoeg. Het RIVM stelt dat met de huidige maatregelen
de doelen van het Nationaal Preventieakkoord niet gehaald worden, en dat er aanvullende
maatregelen nodig zijn. Nu heeft Nieuw Sociaal Contract samen met het CDA en GroenLinks-PvdA
een voorstel gedaan voor een aanvullende maatregel die door de Kamer wordt ondersteund.
Maar het enige wat de Staatssecretaris doet, is vragen opwerpen.
Feit is dat met deze maatregel in het vervolg van dit jaartal het aantal verkooppunten
eerder wordt beperkt. Feit is dat het beperken van verkooppunten een effectieve maatregel
is. Dat staat als een paal boven water en daar hoeft de Staatssecretaris geen onderzoek
meer naar te doen en ook geen twijfel over te zaaien. Ook is Nieuw Sociaal Contract
tegen het wegen van het advies van de landsadvocaat. Wij willen dat pas wanneer het
er ligt. Dat doe je niet met onderzoek. Er bestaat een groot risico dat pas na ontvangst
van het advies wordt besloten hoeveel gewicht eraan wordt toegekend. Zo'n proces moet
transparant en objectief zijn en niet gestuurd door de uitkomst. Daar hoor ik graag
nog een reflectie op van de Staatssecretaris.
De voorzitter:
Dank u wel. De tweede termijn van mevrouw Slagt-Tichelman.
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Preventie is geen bijzaak en ook niet seizoensgebonden met een paashaas;
het is het hele jaar door belangrijk. Het is een kerntaak van goed beleid om niet
pas als mensen ziek zijn in te grijpen, maar om alles op alles te zetten om ziekte
te voorkomen. Dat vraagt wat ons betreft om durf, visie en structurele inzet. Daar
rekenen wij op en wij verwachten daar verdere grote stappen in.
De voorzitter:
De PVV-fractie.
De heer Crijns (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik dank ook de Staatssecretaris voor de beantwoording, ondanks
dat het vandaag wel een soort van betutteling leek. Je kunt zien dat leefstijl hier
goed in de Kamer leeft. Daar ben ik gelukkig ook blij om. Maar de PVV is ook heel
erg benieuwd naar de wet van de kindermarketing. Wanneer komt die naar de Kamer? Wanneer
kunnen we die verwachten? En wanneer kunnen we daar over gaan discussiëren? Ik kijk
daar al naar uit. Laten we dat vooropstellen.
Voorzitter. Ik heb alvast een disclaimer. Als wij het aantal verkooppunten vervroegd
willen verminderen, is één ding zeker. Daar hoeft u geen onderzoek naar te doen. De
illegale handel zal verder toenemen. De reizen naar het buitenland zullen exploderen.
Dat is geen loze waarschuwing. Ongeveer 59% van de shag en 40% van de sigaretten komt
nu al van buiten Nederland. In de eerste maanden zijn er 4,2 miljoen illegale sigaretten
onderschept door de douane en vorige week 2,5 miljoen in het mooie zuiden, in Hoensbroek.
Voorzitter. Dan heb ik nog één vraag aan de Staatssecretaris. Er staat een telefoonnummer
op pakjes sigaretten dat je kunt bellen als je wilt stoppen met roken. Hoe vaak wordt
dit nummer gebeld? Daar ben ik weleens benieuwd naar.
De voorzitter:
Dat is een vraag voor de tweede termijn, zeg ik dan maar even. Mevrouw Tielen.
Mevrouw Tielen (VVD):
Voorzitter. Meneer Crijns zegt dat hij het niet vaak genoeg over leefstijlpreventie
kan hebben. Daar kijk ik anders naar. Ik vind leefstijl inderdaad echt iets voor mensen
zelf. Het is geen overheidstaak. Gezondheidsbevordering is dat wel. Dat is volgens
mij wel iets waar we de overheid op kunnen controleren. Ik sluit me aan bij meneer
Krul. Het is altijd leuk om de ideologieën tussen partijen te zien en ik voelde een
ietwat communistische vrijheidsbeperking in het debat terugkomen.
Ik heb nog twee aanvullende punten naar aanleiding van de eerste termijn. Het eerst
punt gaat over bewegen. Bewegen is meer dan sport. Ik begrijp dus heel goed dat de
Staatssecretaris zegt dat hij niet het hele sportbeleid gaat overschrijven in zijn
preventiebeleid. Dat snap ik. Bij sport denken we vaak aan kinderen en jonge atletische
mensen, maar juist ook voor ouderen is bewegen, en niet per se sport, superbelangrijk.
Ik zou dus willen vragen om daar, vanuit die ouderengezondheidsbevordering waar ik
eerder aan refereerde, toch een aantal woorden aan te wijden.
Het andere punt gaat over zout-, suiker- en verzadigdvetbeperking. Ik vind het heel
goed dat daarover in gesprek wordt gegaan met supermarkten en andere voedselproducenten.
Ik denk dat het ook goed is om inzichtelijk te krijgen wat er zonder wettelijke regels
al wordt gedaan aan suiker-, zout- en vetbeperking. Ik denk dat het goed is als dat
een onderdeel is van de uitkomsten van die gesprekken van de Staatssecretaris.
Dank u wel.
De voorzitter:
Last but not least, mevrouw Paulusma.
Mevrouw Paulusma (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik dank ook de Staatssecretaris voor de beantwoording. Ik
sloot mijn betoog in de eerste termijn af met de oproep aan deze Staatssecretaris:
wees als bewindspersoon wat meer een ondernemer. Investeer dus in preventie, want
dat betaalt zich terug. Kort niet op de SPUK-gelden, breid de succesvolle vaccinatieaanpak
uit over het hele land en zorg dat de succesvolle aanpak van de eerst 1.000 dagen
in alle gemeenten ingezet kan worden, want ik proef ook steun van de PVV.
Voorzitter. Zoals deze Staatssecretaris gewend is, zal ik hem kritisch volgen en wacht
ik vooral met smart op de brief en het geld om vrouwen met dicht borstweefsel nu echt
te gaan helpen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u. Ik dank ook de Kamerleden. We zijn aan het einde gekomen van de tweede termijn
van de zijde van de Kamer. Er zijn nog wat vragen gesteld en er lagen nog wat vragen.
Ik ga vijf minuten schorsen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
We gaan beginnen. Ik heropen de vergadering. Mevrouw Tielen heeft zeer betrokken collega's
in deze commissie die haar een beetje vertegenwoordigen als er dingen worden genoemd
die relevant zijn voor de VVD. Nee, dat gaat goedkomen. We gaan beginnen. We zitten
echt met de eindtijd en met het volgende debat in de plenaire zaal. Ook wil ik nog
wat «beweegtijd» geven, zeg ik tegen de Kamerleden, maar ook zeker tegen de Staatssecretaris,
die graag trappenloopt in dit huis. Maar dat terzijde. De Staatssecretaris.
Staatssecretaris Karremans:
Ik denk dat ik met de paashaas begin. Daar kwam de heer Krul natuurlijk mee. Nee,
maar even in alle serieusheid. De heer Krul stelt voor om helemaal geen marketing
meer te doen op ongezonde producten voor kinderen. Je kan er een grap over maken,
maar dan is het dus einde chocoladepaashaas. Dan is het einde sinterklaasfiguurtjes
op pepernotenzakken. Dan is het einde sinterklaasfiguurtjes op marsepein.
De heer Krul zegt dat we tradities niet moeten commercialiseren. Ik denk dat heel
veel middenstanders in Nederland een hele goede boterham verdienen aan pepernoten
verkopen en aan het feit dat er sinterklaascadeautjes verkocht worden. Ik denk niet
dat je die kant op moet willen gaan, zeg ik tegen de heer Krul. Het is ook een beetje
een partijpolitiek advies, het CDA kennende. Ik denk niet dat je die kant op wilt
gaan. Als de heer Krul het wel wil, moet hij dat natuurlijk helemaal zelf weten. Ik
denk niet dat het verstandig is. Ik denk ook dat je dan het doel totaal voorbijschiet.
Dan schiet je echt het doel totaal voorbij.
Ik deel de urgentie. Dat is ook de reden dat ik ermee ben gekomen om die kidsmarketing
aan te pakken, en dat ga ik ook doen. Ik wil die technieken die worden losgelaten
op kinderen, wat ik zelf ook ervaar, aan banden leggen. Maar ik denk niet dat je moet
doen wat de heer Krul voorstelt.
Dan ga ik verder met de energydrinks. We gaan dat onderzoeken. We hebben het even
snel bekeken en er is nu geen verbod in Roemenië en Hongarije, maar blijkbaar is er
iets van wetgeving in voorbereiding. We moeten natuurlijk kijken welke wetgeving dat
is. Het lijkt erop dat er in Litouwen een verbod is, maar dan willen we wel weten
waar dat verbod precies op zit. Ik stel voor dat we daar schriftelijk op terugkomen
richting de Kamer en dat feitelijk even uit gaan zoeken. We moeten namelijk ook contact
zoeken met die landen en kijken wat er aan de hand is. Nogmaals, ik kijk er met een
open blik naar. Ik zal de Kamer dus laten weten wat daar feitelijk aan de hand is.
De heer Krul (CDA):
Ik wil het volgende nog meegeven. Dank aan de Staatssecretaris. Ik begrijp dat het
schriftelijk kan. Kijk dan ook even naar Polen en kijk heel specifiek naar hoe de
Europese Commissie ermee omgaat, want dat is eigenlijk het belangrijkst. Ik begrijp
namelijk, en dat is, nogmaals, ook maar hoe ik het begrijp, dat ze al sinds 2015 lidstaten
aanmoedigen om met nationale regelgeving te komen op dit onderwerp. Dat betekent niet
dat alle lidstaten dat doen of willen doen of daar hun eigen ideeën bij hebben, maar
dat is hoe wij het begrijpen. Er is dus een uitnodiging van de Europese Commissie
naar lidstaten om met nationale regelgeving te komen. Sommige doen dat en sommigen
doen dat niet. Kijk even naar wat de verschillen zijn en wat er misschien ook voor
Nederland te doen valt.
Staatssecretaris Karremans:
Ja. Dat zullen we doen.
Dan de vraag van de VVD over ouderen en bewegen. Ik ben het met mevrouw Tielen eens.
Daar zit nog wel een enorme winst: om ouderen meer te laten bewegen. Dat zou dan inderdaad
juist buiten de uren kunnen dat andere doelgroepen vaak sporten, dus niet in het weekend
of in de avond. Je kunt kijken of je dat meer kunt stimuleren. Ik zal kijken wat voor
beleid ik daarop kan maken.
Dan ga ik verder met de vraag over zout, suiker en verzadigde vetten, dus hoe het
gebruik daarvan verlaagd wordt middels de afspraken die we nu hebben. Wij monitoren
dat tweejaarlijks, dus eens per twee jaar. Volgend jaar wordt dat weer gemonitord.
Daar zal ik de Kamer dan over informeren. Als de Kamer daar behoefte aan heeft, kan
ik toesturen wat tot nu toe de daling is geweest die we middels die afspraken hebben
gerealiseerd. Ik kan dat dus inzichtelijk maken. Die daling is wel aanzienlijk, zeg
ik erbij. Door die afspraken kun je dus heel veel bereiken.
Het liefst doe ik natuurlijk ook veel dingen via afspraken, want die kun je bij wijze
van spreken morgen invoeren. Als iedereen het ermee eens is en zegt «dit gaan we doen»,
dan kun je morgen... Wetgeving duurt lang. Daar zit natuurlijk ook de urgentie van
de heer Krul. Dat hebben we hier wel met elkaar gecreëerd: hoe wetgeving tot stand
moet komen. Daar hebben we processen voor gemaakt en die duren lang. Dat is natuurlijk
het nadeel van wetgeving. In afspraken zit dus heel veel muziek. Dat dus ten aanzien
daarvan.
De heer Crijns heeft gevraagd hoe vaak het telefoonnummer wordt gebeld dat op pakjes
sigaretten staat. Dat is meer dan 4.000 keer per jaar.
Dan ga ik verder met de vraag over STORM, dus de mentale gezondheid. Ik zie dat de
heer Crijns een opmerking heeft.
De heer Crijns (PVV):
Op zich is 4.000 keer redelijk wat. Wat zijn dan de totale kosten om die lijn in de
lucht te houden?
Staatssecretaris Karremans:
Dat moet ik even opzoeken. Daar kunnen we op terugkomen.
De voorzitter:
Ja, precies. We hebben nog een tweeminutendebat. Anders gaan we nog een soort derde
termijn doen met nieuwe vragen en dat is niet helemaal de bedoeling.
Staatssecretaris Karremans:
Nee, ik vind het een goede vraag. Dat gaan we nog wel even uitzoeken.
De voorzitter:
Goed. Check. Gaat u door.
Staatssecretaris Karremans:
Daar komen we schriftelijk op terug. Dan de STORM-aanpak. Scholen kunnen die aanbieden.
Naar verwachting wordt dat aan het einde van het jaar aangeboden op 98 schoollocaties.
Dat groeit dus. Dat is hartstikke mooi. Scholen hebben daar vrijheid in. Andere vergelijkbare
methoden worden door 113 aangeboden. Daar is men dus mee bezig.
Volgens mij heb ik dan alles gehad. Dan zou ik zeggen: fijne Pasen.
De voorzitter:
Voordat we de vergadering beëindigen, wil ik nog wat toezeggingen voorlezen. Wil iedereen,
ook de Staatssecretaris, erop letten of we niet iets zijn vergeten?
De volgende toezeggingen zijn gedaan. Voordat ik daaraan begin, wil ik nog zeggen
dat er een tweeminutendebat is aangevraagd door de heer Krul. Dat geleiden we door,
met hem als eerste spreker.
– Eén. De Staatssecretaris stuurt voor het zomerreces een brief aan de Kamer over het
aanpakken van desinformatie op social media.
– Twee. De Staatssecretaris stuurt de Kamer op korte termijn – dat heet tegenwoordig
«voor het zomerreces» – de financiële paragraaf van het Actieplan tegen vapen en zal
de Kamer tweejaarlijks informeren over de stand van zaken van de handhaving rondom
illegale vapes.
– Drie. De Staatssecretaris informeert de Kamer over de verdere uitwerking van de motie-Tielen
over onderzoeken of een voorziening als een consultatiebureau een eenduidige en laagdrempelige
toegang tot preventie voor ouderen kan bieden.
– Vier. Na het meireces wordt de Kamer geïnformeerd over de uitvoering van de motie-Tielen
over onderzoeken of glutenscreening op een kosteneffectieve wijze onderdeel kan uitmaken
van de protocollen voor de jeugdgezondheidszorg.
– Vijf. De Kamer ontvangt voor het zomerreces een beleidsbrief over seksuele gezondheid.
– Zes. De Kamer ontvangt in het najaar een concretisering van de beleidsagenda Gezondheid
in alle beleidsdomeinen.
– Dan hebben we nog een algemene toezegging om diverse toezeggingen die betrekking hebben
op preventie verder uit te werken in de preventiestrategie.
Ik weet alleen niet wanneer die komt, maar die was al... Ook voor de zomer, hoor ik.
Check. Dat is genoteerd.
– Dan hebben we nog de toezegging van een brief over het verbod op verkoop van energiedrankjes
aan minderjarigen in andere landen.
– Tot slot hebben we de toezegging van een brief over de kosten van het telefoonnummer
dat op pakjes sigaretten staat.
Ik ga nog even terug naar het vorige punt, de brief over het verbod op de verkoop
van energiedrankjes aan minderjarigen in andere landen. Kan ik voor de zomer noteren?
Nee. Na de zomer, hoor ik. We doen wat haalbaar is. U kunt dat ook bewaken, meneer
Krul, in alle procedurevergaderingen die nog gaan komen.
Tot slot nog even het volgende in het kader van de kosten van het telefoonnummer dat
op pakjes sigaretten staat. Daar komt dan nog iets van een briefje over. Volgens mij
lukt dat wel voor het tweeminutendebat, via een briefje. Het kan ook een appje zijn,
maar dan maakt het geen onderdeel uit van de beraadslaging. Ik zou zeggen: doe een
kort briefje.
Staatssecretaris Karremans:
Ik zet het wel op Instagram.
De voorzitter:
Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Daniëlle Jansen over de toezeggingenlijst.
Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):
Ik had een toezegging gevraagd om ook de gevolgen voor de volksgezondheid mee te nemen
wanneer je vervroegt. De Staatssecretaris zei dat hij dat al doet, maar dat stond
niet in de brief. Kan ik wel een toezegging krijgen om het mee te nemen?
Staatssecretaris Karremans:
Ik heb in het debat gezegd dat ik dat voor zover mogelijk wil doen.
De voorzitter:
Ja. Dat is het. Als u dat scherper wil, mevrouw Daniëlle Jansen, dan zeg ik: u heeft
nog een tweeminutendebat. Zo werkt dat ook.
Dan zijn we aan het einde gekomen van de vergadering. Ik wil in ieder geval iedereen
die hier zit, iedereen in de andere zaal en iedereen die op afstand meekeek, danken
voor alle interesse en geduld. Het debat is niet klaar. Daarom is er een tweeminutendebat
aangevraagd. Ik verwacht daarom dat we voor het zomerreces een plenaire afronding
zullen hebben over dit onderwerp. Ik dank alle Kamerleden, de Staatssecretaris, de
ambtenaren en iedereen die dit mogelijk heeft gemaakt. Het is 13.35 uur. Ik sluit
de vergadering. Dank u wel.
Sluiting 13.34 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
M.E. Esmeijer, griffier