Brief regering : Routekaart aanbevelingen VN-comité Handicap
24 170 Gehandicaptenbeleid
Nr. 422
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 augustus 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de routekaart aanbevelingen VN-comité Handicap.
Routekaart aanbevelingen VN-comité Handicap
In het WGO gehandicaptenbeleid van 9 maart jl. is gesproken over de motie Krul en
Joseph waarin stond dat 64 van de aanbevelingen van het VN-comité geen opvolging krijgen
in de werkagenda.1 Vertegenwoordigende organisaties geven aan dat daardoor het uitvoeren van het VN-verdrag
inzake de rechten van personen met een handicap (hierna: VN-verdrag Handicap) en de
uitvoering van de aanbevelingen die het VN-comité Handicap deed, te lang gaat duren.
De motie verzoekt het kabinet om een concreet stappenplan te sturen waarin staat hoe
en wanneer de overige 64 aanbevelingen van het VN-comité worden uitgewerkt en geïmplementeerd.
Voor de routekaart zijn vertegenwoordigende organisaties en het College voor de Rechten
van de Mens actief betrokken. De routekaart in de bijlage laat het proces zien naar
2040, en bij welke stappen de 64 aanbevelingen betrokken en besproken worden.
Samenhangende aanpak en monitoring
In september 2024 publiceerde het VN-Comité Handicap slotcommentaar op het eerste
rapport van Nederland over de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. In het slotcommentaar
staan de zorgen van het comité en concrete aanbevelingen waar Nederland mee aan de
slag moet. In februari 2024 is de nationale strategie voor de verdere uitvoering van
het VN-verdrag Handicap gepubliceerd. In de strategie staan belangrijke doelstellingen
zodat mensen met een beperking gelijkwaardig kunnen leven en meedoen in de samenleving.
Met de eerste Werkagenda VN-verdrag Handicap 2025–2030 zet het kabinet concrete stappen
voor Europees Nederland in de vorm van maatregelen op verschillende leefdomeinen.
In de werkagenda is ook opgenomen dat er een actieplan komt om de toegankelijkheid
voor mensen met een beperking in Caribisch Nederland te verbeteren.
Bij het versturen van de werkagenda is aangegeven welke maatregelen de aanbevelingen
van het VN-comité opvolgen. In de werkagenda is met maatregelen focus aangebracht.
De maatregelen vormen eerste stappen om de aanbevelingen van het comité om te zetten
in de praktijk, met als doel een samenleving waarin iedereen op gelijkwaardige wijze
kan deelnemen en de ruimte heeft om talenten te ontwikkelen.
Ik acht het van belang om goed inzicht te hebben in de positie van mensen met een
beperking. Daarom heb ik het RIVM opdracht gegeven om te monitoren of mensen met een
beperking beter kunnen meedoen in de samenleving, in lijn met het VN-verdrag Handicap.
Hiervoor zijn indicatoren gekozen en wordt informatie verzameld uit bestaande data
en ervaringen van mensen. Daarnaast ben ik in overleg met CBS en RIVM om afspraken
te maken over het vergroten van de beschikbaarheid van data. Het opnemen van een onderzoeksvraag
naar beperkingen in vragenlijsten zorgt ervoor dat er meer informatie beschikbaar
komt over verschillende thema’s. De resultaten van de monitor stuur ik na publicatie
door het RIVM mee met de Kamerbrief over de voortgang van de werkagenda eind dit jaar.
Inzicht in stand van zaken alle aanbevelingen VN-comité Handicap
Met deze brief zeg ik toe dat ik uw Kamer eind dit jaar een overzicht stuur met de
stand van zaken per aanbeveling van het VN-comité Handicap. Dit doe ik tegelijk met
de Kamerbrief over de voortgang van de werkagenda. Dit overzicht bevat een toelichting
op alle aanbevelingen. Het gaat daarmee om de aanbevelingen die zijn opgenomen in
de werkagenda en de overige 64 aanbevelingen. Deze overige 64 aanbevelingen gaan bijvoorbeeld
over het voor iedereen toegankelijk ontwerpen van producten, diensten en gebouwen,
rampenbestrijdingsplannen op te stellen in overleg met mensen met een beperking en
hun vertegenwoordigende organisaties, ondersteuning van asielzoekers en vluchtelingen
met een beperking, en het maken van specifiek beleid en ondersteuningsprogramma’s
gericht op (intersekse) kinderen, meisjes en vrouwen met een beperking. Voor een aantal
aanbevelingen zijn naar verwachting verdere analyses, politieke of financiële besluitvorming
nodig voordat aanbevelingen volledig kunnen worden uitgevoerd.
Dialoogsessie
Ik vind het belangrijk om zorgvuldig om te gaan met de aanbevelingen van het VN-comité.
Daarom organiseer ik in 2027 en 2028 een dialoogsessie tussen ministeries, vertegenwoordigende
organisaties en experts over de aanbevelingen van het VN-comité. Het doel is om oplossingen
voor de aanbevelingen op een rij te zetten. Ook moet duidelijk worden uit het gesprek
welke hindernissen er zijn om de aanbeveling (nog) niet op te pakken. De uitkomsten
van de gesprekken zijn het begin van de voorbereiding voor de tweede werkagenda. Op
basis van de uitkomsten van de dialoogsessie maakt het kabinet een juridische en financiële
analyse van de genoemde opties.
Om het meeste uit de dialoogsessies te halen, is het van belang dat de aanwezige partijen
dezelfde informatie en kennis over het VN-Verdrag Handicap en de verandering die het
Verdrag vraagt hebben. Samen met andere ministeries en vertegenwoordigende organisaties
bespreek ik wat er nodig is om dit te bereiken.
Proces richting tweede werkagenda
De uitkomsten uit de dialoogsessies, samen met de juridische en financiële analyse
van de opties vormen de start voor het proces om te komen tot de tweede werkagenda.
Voor de tweede werkagenda gaan ministeries samen met ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigende
organisaties aan de slag om te bepalen welke (vervolg) stappen gezet moeten worden.
Ook wordt samen bepaald welke stappen met prioriteit moeten komen in de tweede werkagenda.
Het kabinet besluit uiteindelijk over de maatregelen in de tweede werkagenda. In de
bijlage kunt u de routekaart met het proces vinden dat er uiteindelijk toe moeten
leiden dat het VN-verdrag Handicap in 2040 is uitgevoerd.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport