Brief regering : Geannoteerde agenda informele Landbouwraad 6-8 september 2026
21 501-32 Landbouw- en Visserijraad
Nr. 1831
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID
EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 augustus 2026
Op 6–8 september a.s. vindt de informele Landbouwraad (hierna: informele Raad) plaats
in Dublin, Ierland. Met deze brief informeren wij de Kamer over de agenda en de Nederlandse
inbreng. Daarnaast informeert de Minister de Kamer over de ontwikkelingen ten aanzien
van de onderhandelingen over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (hierna: GLB) 2028–2034.
I. Geannoteerde agenda informele Landbouwraad 6–8 september 2026
De informele Raad zal in het teken staan van innovatie in de veehouderij- en eiwitsectoren.
Onder leiding van het Ierse voorzitterschap zal de discussie langs twee sporen worden
gevoerd. Ten eerste zal de discussie gaan over de manier waarop onderzoek en innovatie
kunnen worden ingezet om de veehouderij- en eiwitsectoren in de Europese Unie (hierna:
de EU) te ondersteunen op de economische, sociale en ecologische dimensie van duurzaamheid.
Ten tweede zal tijdens de informele Raad worden gesproken over de manier waarop de
EU en de lidstaten boeren – en in het bijzonder boeren met kleinere bedrijven – het
beste kunnen ondersteunen bij het invoeren van nieuwe technologieën en innovatieve
werkwijzen.
Ten aanzien van het eerste punt zal Nederland tijdens de informele Raad het belang
van onderzoek en innovatie benadrukken en aangeven dat hierbij ook ingezet moet worden
op een diverser aanbod van eiwitten. Hieronder vallen gangbaar dierlijke eiwitten
en plantaardige/alternatieve eiwitten, zoals producten gemaakt met alternatieve productiewijzen
(bijvoorbeeld celkweek).
De veehouderijsector in de EU kan worden ondersteund door onderzoek te doen naar de
manier waarop diverse beleidsdoelen, bijvoorbeeld minder uitstoot en beter dierenwelzijn,
integraal kunnen worden behaald. Daarbij is het van belang dat innovaties in dit kader
passen binnen ethische grenzen. Nederland zal hierbij onderstrepen dat het essentieel
is dat boeren zelf meedenken en meebeslissen over dergelijke innovaties. Innovaties
in de veehouderij kunnen bijdragen aan het verdienvermogen door bijvoorbeeld toepassing
van sensoren, AI en robotisering in de stal of bij de teelt van diervoerder die het
voergebruik kunnen optimaliseren en de kosten verlagen. Ook kan mestverwaarding bijdragen
de aankoop van kunstmest te verminderen en via vergisting tot biogas duurzame energie
genereren. Voorts kunnen concepten met lagere emissies of hogere dierenwelzijnsnormen
via keurmerken een betere melk- of vleesprijs in de supermarkt leveren.
Over alternatieve eiwitten en productiewijzen zal Nederland benadrukken dat de EU
open moet blijven voor nieuwe innovaties. Vanwege voedselzekerheid, het tegengaan
van klimaatverandering, concurrentievermogen, open strategische autonomie, efficiënter
gebruik van land en water en minder stikstofuitstoot is het belangrijk om te investeren
in verschillende soorten eiwitten. Denk hierbij aan plantaardige eiwitten, maar ook
aan nieuwe productiemethoden zoals precisietechnieken, fermentatie van biomassa en
kweekvlees. Nederland zal tijdens de informele Raad aangeven dat onderzoek en innovatie
veel kunnen opleveren. Daarbij is het belangrijk om een gesprek met de samenleving
te voeren dat gebaseerd is op wetenschappelijke feiten. Ook praktijkproeven en proeverijen
kunnen helpen om het bredere publiek kennis te laten maken met innovaties.
Ten aanzien van het tweede punt over ondersteuning van boeren, zal Nederland aangeven
dat deze praktisch en boer-gedreven moet zijn, met een focus op generatievernieuwing
in de landbouw. Een combinatie van financiële prikkels, kennisdeling en structurele
hervormingen, zijn hierbij van belang. Jonge boeren kunnen hiervan gebruikmaken. Ook
samenwerkingsverbanden spelen een cruciale rol door boeren, onderzoekers en beleidsmakers
samen te brengen. Voorbeelden van dergelijke samenwerkingsverbanden, die Nederland
zal noemen, zijn het Europees Innovatiepartnerschap (EIP), demonstratieprojecten (demofarms), proeftuinen (living labs) en experimenteerlocaties. Zo is er in Nederland een proefboerderij voor kweekvleesproductie
gestart, waar boeren terecht kunnen om te kijken hoe kweekvleesproductie kan worden
toegepast binnen hun bedrijf. Nederland zal hierbij onderstrepen dat ook in dit kader
collectieve actie en co-creatie essentieel zijn, waarbij boeren als medeontwerpers
van innovaties worden betrokken. Daarnaast is er eind 2025 ruim € 4 miljoen aan subsidie
verstrekt aan Nationaal Agrarisch Jongeren Kontakt (hierna: NAJK). voor het Programma
Voor de Volgende Generatie, waar de website Bedrijfsovernamewijzer.nl als informatieloket
fungeert. Vanuit het programma worden activiteiten voor boeren georganiseerd die bijdragen
aan het verbeteren van bedrijfsovernames. Naast NAJK en LTO (Land en Tuinbouw Organisatie)
zijn ook accountants, bedrijfsadviseurs en het onderwijs betrokken.
II. Maandelijkse voortgangsrapportage over voortgang onderhandelingen Gemeenschappelijk
Landbouwbeleid 2028–2034.
Het Iers voorzitterschap is voornemens om in het komende halfjaar tot een gemeenschappelijke
Raadspositie te komen. In EU-verband blijft Nederland zich inzetten voor het geleidelijk
verlagen van de gehele bandbreedte van de degressieve areaal gebonden inkomenssteun
(DABIS). Daarnaast zet het kabinet zich in voor voldoende ambitie op EU-niveau op
de groene doelen in het GLB. Verder zijn er mede vanwege het reces in Brussel geen
actuele recente ontwikkelingen te melden.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur