Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda informele Raad Algemene Zaken van 3 en 4 september 2026 (o.a. Kamerstuk 21501-02-3464)
2026D38959 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte
vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de Minister van Buitenlandse
Zaken d.d. 19 augustus 2026 inzake de geannoteerde agenda informele Raad Algemene
Zaken van 3 en 4 september 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3464) en de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 22 juli 2026 inzake het
Verslag van de Raad Algemene Zaken van 14 juli 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3460).
De voorzitter van de commissie,
Van Meetelen
De griffier van de commissie,
Blom
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
II
Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda ter voorbereiding op de informele Raad Algemene Zaken van 3 en 4 september
2026. Naar aanleiding van deze agenda, en naar aanleiding van het verslag van de Raad
Algemene Zaken van 14 juli jl. hebben deze leden nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie zien in het bereiken van een akkoord over het Meerjarig
Financieel Kader (MFK) een belangrijke maar ook lastige opgave. Voor deze leden blijft
hierbij de kwaliteit van het akkoord belangrijker dan snelheid. Tegelijkertijd constateren
zij dat belangrijke politieke beslispunten nog openstaan, waaronder de omvang van
het MFK, nieuwe eigen middelen en de prioritering binnen de begroting. In hoeverre
verwacht de Minister dat de nieuwe onderhandelingsbox (nego box)de Nederlandse inzet op het MFK beter zal vertegenwoordigen? Welke Nederlandse prioriteiten
moeten volgens de Minister in de nieuwe Ierse nego box worden veiliggesteld?
De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister kan bevestigen dat Nederland blijft
inzetten op het tegengaan van een verhoogde afdracht voor Nederland en het behoud
van de kortingen voor Nederland. Is het kabinet ook bereid zich aan te sluiten bij
de opstelling van Duitsland, dat zich verzet tegen de voorgestelde uitbreiding van
het aantal Europese Unie (EU)-ambtenaren met 2.500 fte? Kan het kabinet bevestigen
dat ook met de huidige pogingen tot aanpassingen in de voorgestelde Corporate Resource
for Europe (een EU-heffing van 0,1% op de omzet van grote bedrijven) Nederland zich
hiertegen zal blijven verzetten vanwege het belang van een sterk EU-vestigingsklimaat
en concurrentievermogen?
De leden van de VVD-fractie vragen of het juist is dat Nederland het enige land was
dat de voorgestelde koppeling van EU-uitgaven aan hervormingen die de Commissie per
land adviseert tijdens onderhandelingen expliciet steunde. Hoe voorkomt het kabinet
dat conditionaliteit in de toekomst kan betekenen dat landen die zich aan alle financiële
kaders houden en een gezonde economie hebben, zoals Nederland, alsnog gedwongen kunnen
worden om door de Europese Commissie gewenste hervormingen door te voeren, zoals in
Nederland het afbouwen van de hypotheekrenteaftrek, als zij in aanmerking willen komen
voor Europese middelen? Is het kabinet het eens dat dit niet aan de orde mag zijn?
De leden van de VVD-fractie constateren dat de voorzitter van de Europese Raad, Costa,
een rondgang maakt langs Europese lidstaten over het belang van een afspraak over
het MFK. Wanneer is hij in Nederland geweest, met welke bewindspersonen heeft hij
gesproken en hoe is het gesprek verlopen?
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de voortgang van
Montenegro en Albanië binnen het toetredingsproces, maar benadrukken nogmaals dat
wat hen betreft het sluiten van hoofdstukken gepaard moet gaan met daadwerkelijke
implementatie, voldoende administratieve capaciteit en effectieve handhaving, ook
nadat een kandidaat-lidstaat daadwerkelijk lid is geworden. Kan de Minister aangeven
hoe Nederland erop toe zal zien dat niet alleen Montenegro, maar ook andere kandidaat-lidstaten
na het sluiten van hoofdstukken hervormingen daadwerkelijk uitvoeren en dat terugval
consequenties heeft voor het verdere toetredingsproces? Deze leden achten daarnaast
de rechtsstaat, corruptiebestrijding en de bestrijding van georganiseerde misdaad
van blijvend belang. De Nederlandse terughoudendheid ten aanzien van verdere opening
van hoofdstukken met Servië, zolang bredere rechtsstatelijke hervormingen onvoldoende
zijn opgevolgd, ondersteunen zij. In hoeverre verwacht de Minister dat Servië op korte
termijn de benodigde hervormingen doorvoert, en kan Nederland een rol spelen in het
stimuleren van Servië hierin?
De leden van de VVD-fractie vragen of het kabinet verwacht dat het EU-voorstel over
interne EU-hervormingen, dat al in juni 2024 werd verzocht door de regeringsleiders
maar dat door de Europese Commissie telkens vooruitgeschoven werd, nu toch op 30 september
2026 het licht gaat zien. Is het juist dat het meer zal gaan om een herziening van
de regels voor nieuwe toetreders dan om daadwerkelijke hervormingen van de EU zelf?
Wat zijn de verwachtingen van het kabinet over de inhoud van het voorstel en hoe is
Nederland betrokken geweest bij de totstandkoming ervan? Kan de Minister, indien dit
voorstel inderdaad op 30 september 2026 gepubliceerd wordt, per ommegaande een kabinetsreactie
aan de Kamer doen toekomen, zodat deze ruim op tijd voor het plenaire debat over de
Europese Raad van 15 oktober beschikbaar is? Kan het kabinet de Kamer tijdig op de
hoogte houden van belangrijke beslismomenten rondom het openen en sluiten van onderhandelingsclusters
en -hoofdstukken?
De leden van de VVD-fractie vragen wat het standpunt is van het Nederlandse Ministerie
van Buitenlandse Zaken en ook dat van het Ministerie van Financiën over het financieel
pakket dat de Europese Commissie recent publiceerde voor een eventuele toetreding
van Montenegro. Kan de Kamer van de Ministers gezamenlijk een appreciatie ontvangen?
In het voorstel voor een financieel pakket wordt gesteld dat het de bedoeling is dat
Montenegro vanaf zijn toetreding volledig deelneemt aan de acties en programma’s van
de Unie. Hoewel er in het kader van de bestaande acties en programma’s geen specifieke
financiële toewijzingen per land zijn, zal een algemene verhoging van de kredieten
voor EU-programma’s volgens de Commissie nodig zijn om ervoor te zorgen dat er geen
negatieve gevolgen zijn voor de voor de EU-27 geplande financiering. Op basis van
dezelfde methode als de methode die werd gebruikt om de verhoging van de beschikbare
middelen voor intern beleid bij eerdere uitbreidingen te bepalen, zal volgens de Commissie
aanvullende jaarlijkse financiering nodig zijn voor de toetreding van Montenegro.
Hoe ziet het kabinet dit en waar zou die aanvullende financiering dan vandaan moeten
komen?
Ten aanzien van het Europees Schild voor de Democratie (EDS) juichen de leden van
de VVD-fractie toe dat het kabinet stevig wil bijdragen aan oplossingen voor de toenemende
onveiligheid van de hoeders van onze democratie. Is het kabinet bereid bij deze discussie
in de EU in te brengen dat het hier naast politici ook gaat om rechters, journalisten
en hulpverleners die in toenemende mate te maken krijgen met geweld en intimidatie?
Is het kabinet bereid bij deze discussie ook te betrekken wat naast bewustwording
concreet gedaan kan worden in aanpassing van EU-regelgeving om online haat en intimidatie
tegen te gaan?
De leden van de VVD-fractie vragen of het kabinet kan aangeven hoe het de Kamer structureel
wil informeren over de uitvoering van het Europees Schild voor de Democratie en de
werkzaamheden van het European Centre for Democratic Resilience, waaronder relevante
ontwikkelingen rond buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging (FIMI), lessen
uit verkiezingsstresstests, de voortgang van aangekondigde EDS-maatregelen en nieuwe
Europese richtsnoeren of uitvoeringsafspraken.
II. Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.F. van Meetelen, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken -
Mede ondertekenaar
L.B. Blom, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.