Brief regering : Afronding verkoopprogramma ABN AMRO
31 789 Staatsdeelnemingen Fortis en ABN AMRO
Nr. 124
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 juli 2026
Met deze brief informeer ik u dat het verkoopprogramma ABN AMRO, dat ik op 9 september
2025 heb aangekondigd, vandaag is afgerond.1 Zie ook het persbericht van NLFI in de bijlage. Ik licht de afronding en de verkoopopbrengst
van dit verkoopprogramma hieronder toe.
Het verkoopprogramma is op 9 september 2025 gestart met als doel het staatsbelang
in ABN AMRO af te bouwen tot 20,5 procent. Deze verkoop vond plaats via een zogeheten
dribble-out. Dit betekent dat NLFI over een langere periode kleine hoeveelheden certificaten
van aandelen verkocht. Voor deze verkoop heeft NLFI een minimumprijs gehanteerd. Met
deze afspraak werd gewaarborgd dat er geen verkopen plaatsvonden op een koersniveau
dat te laag werd geacht. NLFI heeft binnen dit mandaat circa 81 mln. certificaten
van aandelen verkocht. De totale bruto verkoopopbrengst hiervan was circa EUR 2,46
mld. De verkoopopbrengsten van dit programma zijn conform de begrotingsregels niet
kader- en niet EMU-saldo relevant. Met de opbrengst is een deel van de staatsschuld
afgelost, maar dit heeft geen gevolgen voor de budgettaire ruimte van het kabinet
of het EMU-saldo. In tabel 1 vindt u het geactualiseerde overzicht van de historische
uitgaven en ontvangsten rond de nationalisatie van ABN AMRO.
Overigens heeft ABN AMRO op 28 mei 2026 een aandeleninkoopprogramma van EUR 250 mln.
afgerond, waaraan NLFI, in lijn met het doelpercentage van het bovengenoemde verkoopprogramma,
voor 20 procent deelnam. ABN AMRO zal de ingekochte aandelen waarschijnlijk binnen
enkele weken intrekken, waardoor het staatsbelang stijgt van 20,5 procent naar 20,7
procent.
Ik heb u in het verleden vaker geïnformeerd over de totale uitgaven en ontvangsten
met betrekking tot ABN AMRO.2 Uit tabel 1 blijkt dat de marktwaarde van de resterende (certificaten van) aandelen
in staatshanden o.b.v. de slotkoers op 21 juli 2026 (I) en de verkoopopbrengsten (D)
nog steeds onvoldoende zijn om de oorspronkelijke kapitaaluitgaven (A) terug te verdienen
(J). Echter indien de rentelasten (B) en dividendontvangsten (E) worden meegenomen,
zijn de huidige marktwaarde van de aandelen in staatshanden (I) en de totale ontvangsten
(F) op dit moment hoger dan de totale uitgaven (C). Dit komt onder andere doordat
de beurskoers van ABN AMRO de afgelopen periode verder gestegen is. Voor beide rekenmethodes
geldt wel dat het uiteindelijke resultaat voor de schatkist pas bepaald kan worden
na de verkoop van het laatste aandeel.
Om ook de totale kapitaaluitgaven terug te verdienen zou het gehele resterende belang
tegen een koers van EUR 39,10 verkocht dienen te worden. De slotkoers op 21 juli 2026
was EUR 38,09. De staat is geen belegger en investeert dus niet risicovol als daar
geen publiek belang mee is gediend. ABN AMRO is in staatshanden gekomen om de stabiliteit
van het financiële stelsel te borgen en niet als investering om rendement op te maken.
Tabel 1: Kosten en opbrengsten ABN AMRO
Bedrag in EUR mld.
Berekening
A
Kapitaaluitgaven
– 21,7
B
Toerekenbare rentelasten
– 6,4
C
Totale uitgaven
– 28,1
(A+B)
D
Netto verkoopopbrengst
15,1
E
Dividendontvangsten
6,8
F
Totale ontvangsten
21,9
(D+E)
G
Openstaande kapitaaluitgaven
– 6,6
(A+D)
H
Openstaande investering
– 6,1
(C+F)
I
Marktwaarde aandelen (o.b.v. slotkoers 21 juli 2026)
6,4
J
Huidig resultaat kapitaaluitgaven
– 0,2
(I+G)
K
Huidig resultaat investering
0,3
(I+H)
Met de afronding van dit verkoopprogramma is een volgende stap gezet in het op verantwoorde
wijze terugbrengen van ABN AMRO naar de markt. Zoals gebruikelijk zal ik uw Kamer
(indien nodig vertrouwelijk) informeren op het moment dat er nieuwe ontwikkelingen
zijn.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Indieners
E. Heinen, minister van Financiën