Brief regering : Stand van zaken toezeggingen eerstelijns apotheekzorg en geneesmiddelen
33 578 Eerstelijnszorg
29 477
Geneesmiddelenbeleid
Nr. 193
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 juli 2026
Hierbij informeert het kabinet de Kamer over de stand van zaken van enkele toezeggingen
rondom de eerstelijns apotheekzorg en geneesmiddelen. Voor elk van deze toezeggingen
is een aparte passage opgenomen in deze brief.
De toezeggingen rondom terhandstellingskosten (paragraaf 1) en gewetensbezwaren (paragraaf
2) worden met deze brief afgedaan. Rondom heruitgifte van ongebruikte dure geneesmiddelen
tegen kanker (paragraaf 3) wordt de Kamer geïnformeerd met de stand van zaken.
1. Terhandstellingskosten
Terhandstellingskosten omvatten de kosten voor de zorgverlening van de apotheek bij
het klaarmaken en verstrekken van een medicijn: het werk van het apotheekteam. Dit
zijn dus niet de kosten voor het medicijn zelf. Ze worden vergoed via de basisverzekering
en tellen mee voor het eigen risico.
In het debat over het Zorgverzekeringsstelsel op 10 juni jongstleden is toegezegd
om een verduidelijking te geven van het terhandstellingstarief bij herhaalrecepten
naar aanleiding van de aangehouden motie Bushoff.1
1.1 Verduidelijking terhandstellingskosten
De uitgaven aan eerstelijns apotheekzorg bestaan uit de geneesmiddelenkosten (ongeveer
75%) en de vergoeding voor de farmaceutische zorg (ongeveer 25 procent). De vergoeding
voor de farmaceutische zorg bestaat voor bijna 98% uit zorghandelingen die direct
betrekking hebben op het verstrekken van geneesmiddelenz, oftewel het terhandstellingstarief.
De overige 2% gaat naar zorg die niet gerelateerd is aan een verstrekking.2
Het terhandstellingstarief omvat dus de kosten voor het klaarmaken van een medicijn.
Dat is onder andere het beoordelen van het recept en het uitvoeren van medicatiebewaking.
Medicatiebewaking houdt in dat de apotheker controleert of het medicijn veilig gebruikt
kan worden, of de dosering klopt, of het middel past bij de patiënt en of het gecombineerd
kan worden met de andere medicijnen van de patiënt. Dat vindt altijd plaats, ook bij
herhaalrecepten. Soms is het nodig om te overleggen met de voorschrijver, omdat er
iets in de situatie van een patiënt kan zijn veranderd. Vervolgens maakt het apotheekteam
het recept klaar, legt het de gegevens vast in het patiëntendossier en wordt het meegegeven,
aangeboden in een kluis of thuisbezorgd. Ook alle noodzakelijke randvoorwaarden om
deze zorg te kunnen leveren, inclusief vaste lasten, worden verrekend via het terhandstellingstarief.
Denk daarbij bijvoorbeeld aan het waarborgen van de juiste bewaarcondities (zoals
een koeling), het digitale systeem om medicatie-informatie te verwerken, en de salarissen
van medewerkers van de apotheek. De apotheek voert bij het klaarmaken van een medicijn
altijd bovenstaande zorghandelingen uit, moet aan alle randvoorwaarden voldoen en
rekent daarvoor de terhandstellingskosten.
1.2 Terhandstellingskosten bij een eerste uitgifte
Als een patiënt een geneesmiddel voor het eerst krijgt dan is het terhandstellingstarief
hoger, omdat er in de apotheek dan naast de bovengenoemde standaard zorghandelingen
extra controles worden uitgevoerd en er een begeleidingsgesprek met de patiënt plaatsvindt.
Dit hogere tarief mag in rekening worden gebracht als:
– een patiënt het geneesmiddel voor het eerst krijgt;
– als het langer dan 12 maanden geleden is dat de patiënt dit geneesmiddel heeft ontvangen;
– als niet objectief vastgesteld kan worden of de patiënt het geneesmiddel eerder heeft
ontvangen in de twaalf voorafgaande maanden.
Ook als er een medicatiewissel plaats vindt, omdat het gebruikelijke medicijn niet
beschikbaar is, mag dit hogere tarief in rekening worden gebracht. Het is dan juist
ook belangrijk dat de extra controles, zoals bij een eerste uitgifte, en extra uitleg
als dat nodig is, door de apotheek worden gedaan en gegeven.
De volledige omschrijving van deze twee prestaties («terhandstelling van een geneesmiddel»
en «terhandstelling van een nieuw geneesmiddel met begeleidingsgesprek») staan in
de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor farmaceutische zorg.3
1.3 Goed geïnformeerde patiënt
Ik heb navraag gedaan of het vaak voorkomt dat het hogere terhandstellingstarief wordt
gerekend als herhaalmedicatie wordt verstrekt. De Patiëntenfederatie, de KNMP en Zorgverzekeraars
Nederland hebben mij laten weten dat zij dit signaal niet herkennen. Het kabinet gaat
er vanuit dat apothekers de zorgverlening die hoort bij de tarieven juist uitvoeren
en declareren. Als een patiënt twijfelt of het juiste tarief in rekening is gebracht
dan kan hij dit navragen bij de apotheek.
Ik kan me voorstellen dat het voor patiënten niet altijd bekend is welke zorg een
apotheker allemaal verleent. Er gebeurt natuurlijk veel achter de schermen. Veel apothekers
leggen al goed uit aan hun patiënten wat zij doen, toch kan het voor sommige mensen
nog niet helemaal duidelijk zijn. Het kabinet heeft de KNMP daarom gevraagd om te
kijken of er meer nodig is om hun zorgverlening duidelijker te maken aan patiënten.
2. Gewetensbezwaren
Op 19 mei jl. ging het tijdens het Vragenuur met de Kamer over de berichtgeving over
een apotheker die bepaalde medicatie niet wil verstrekken, en daarover een mededeling
op de website had staan. Daarin is toegezegd om schriftelijk terug te komen op de
stand van zaken van de acties die toen zijn gemeld. Zoals destijds gezegd neemt de
KNMP de kwestie zeer serieus en ze pakt dit goed en zorgvuldig op. Zo is de KNMP inmiddels
in gesprek gegaan met de betrokken apotheker, en ook met diverse andere betrokken
partijen. Omdat dit een ethisch vraagstuk betreft, gaan ze evenwel niet over een nacht
ijs en vraagt dit tijd.
Niet alleen apothekers hebben een beroepscode, maar ook andere zorgverleners. Artsenfederatie
KNMG besteedt in de Gedragscode voor artsen aandacht aan (de reikwijdte) van gewetensbezwaren.
KNMP is daarom in contact met de KNMG over hoe zij invulling geven aan gewetensbezwaren
en over hoe zij daarbij omgaan met normaal medisch handelen dat tot de professionele
standaard hoort, en wat daar wel of niet onder valt. Het is belangrijk dat die ruimte
duidelijk is voor alle zorgverleners, niet alleen voor apothekers. En hoe die ruimte
zich verhoudt tot gelijkwaardige behandeling en het voorkomen van discriminatie.
De KNMP is ook in overleg met het Transgendernetwerk, voor de aspecten aan deze casus
die transgenderzorg raken, om te kunnen verduidelijken in hoeverre het niet verstrekken
van deze specifieke geneesmiddelen breder voorkomt. Er wordt namelijk niet geregistreerd
of apothekers vanwege gewetensbezwaren bepaalde medicatie niet verstrekken. Het contact
tussen de KNMP en het Transgendernetwerk biedt ook de kans om meer inzicht te krijgen
in de impact: de vraag of er mensen zijn die vanwege gewetensbezwaren van hun apotheker
geen toegang hebben tot noodzakelijke medicatie, en de transgenderzorg in de eerste
lijn in bredere zin.
De uitkomst van deze gesprekken moet leiden tot een concrete vraagstelling die beantwoord
wordt door de ethische commissie van de KNMP. De conclusie hiervan deelt de KNMP vervolgens
breed binnen de beroepsvereniging van apothekers, en met het ministerie. Die conclusie
bevat in ieder geval een verduidelijking van de beroepscode op dit punt. De KNMP verwacht
dat zij dit traject voor de Kerst kunnen afronden.
Het Ministerie van VWS blijft in het onderlinge contact vinger aan de pols houden.
Want voor het kabinet staat niet ter discussie dat iedereen recht heeft op goede zorg.
Een apotheker in Nederland is gebonden aan een strikte wettelijke zorgplicht, maar
is niet verplicht altijd een geneesmiddel ter hand te stellen. Dit betekent dat een
apotheker een patiënt niet zomaar met lege handen mag laten staan en altijd verantwoordelijk
is voor een passend alternatief of een goede doorverwijzing. Ook als de betreffende
apotheker bepaalde medicatie niet zelf kan of wil leveren.
3. Heruitgifte van ongebruikte dure geneesmiddelen tegen kanker
De afgelopen vijf jaar hebben 13 ziekenhuizen in Nederland onderzoek gedaan naar de
heruitgifte van ongebruikte, dure geneesmiddelen tegen kanker (orale oncolytica).4 Dit onderzoek is 1 januari 2026 afgerond. Met heruitgifte kan een apotheek een ongebruikt
en ongeopend geneesmiddel, dat al aan een patiënt is verstrekt, terugnemen en na controle
opnieuw uitgeven. Het onderzoek heeft aangetoond dat heruitgifte van orale oncolytica
veilig is, het geneesmiddelafval met 68% vermindert en tussen de € 570,– tot € 1.350,–
per patiënt per jaar aan zorgkosten bespaart.5
Met dit onderzoek als basis heeft Nederland zich ingespannen om een juridische grondslag
voor heruitgifte te creëren tijdens de onderhandelingen over de herziening Europese
geneesmiddelenregelgeving. Dat is gelukt. Heruitgifte is als mogelijkheid opgenomen
in de nieuwe Europese Geneesmiddelenrichtlijn. Dit blijkt uit het voorlopig politiek
akkoord.6 Nu zal Nederland deze nieuwe bepaling op zorgvuldige wijze implementeren in de nationale
regelgeving, en dat kost tijd. Het kabinet vindt het niet wenselijk om heruitgifte
in de ziekenhuizen, die dit in onderzoeksetting al hebben uitgevoerd, nu helemaal
stil te leggen totdat de grondslag voor heruitgifte is geïmplementeerd in nationale
regelgeving.
Daarom kiest het kabinet ervoor om een vervolgonderzoek toe te staan, tot aan de implementatie
in nationale regelgeving. De 13 ziekenhuizen7 die betrokken waren bij het eerdere onderzoek kunnen aan dit vervolgonderzoek deelnemen.
De resultaten van dit onderzoek helpen bij het vormgeven van de nieuwe nationale regelgeving.
In de toegezegde brief6 over de resultaten van de financiële impactanalyse zal het kabinet verder ingaan
op het implementatietraject van de Europese regelgeving in nationale regelgeving,
waaronder ook heruitgifte.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Indieners
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport