Brief regering : Inzet Speciale Zitting van de Vergadering van verdragspartijen bij het Statuut van Rome
28 498 Het Internationaal Strafhof
Nr. 60
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 juli 2026
Op 24 juli zal in New York een Speciale Zitting plaatsvinden van de Vergadering van
verdragspartijen bij het Statuut van Rome (Assembly of States Parties, ASP) inzake het Internationaal Strafhof (ISH). Middels deze brief informeert het
kabinet u over deze Speciale Zitting, waarin de ASP een beslissing zal moeten nemen
over de vraag of de hoofdaanklager van het ISH, Karim Khan, uit zijn ambt dient te
worden ontzet op grond van artikel 46 van het Statuut van Rome.
Inleiding
Op 8 juni 2026 heeft het Bureau van de ASP – waar 21 van de 125 verdragspartijen zitting
in hebben en dat tijdens de inter-sessionele periodes fungeert als het besluitvormingsorgaan
van de ASP – met gekwalificeerde meerderheid een beslissing genomen over de tuchtprocedure
tegen Aanklager Khan.1 Het Bureau heeft de tuchtprocedure doorverwezen naar de ASP en de ASP aanbevolen
om de Aanklager uit zijn ambt te ontzetten. Daarnaast heeft het Bureau besloten om
de Aanklager met onmiddellijke ingang te schorsen in afwachting van de definitieve
beslissing van de ASP, die uiteindelijk de bevoegde besluitvormer is t.a.v. een eventuele
ontzetting uit het ambt.
Het besluit van het Bureau is gebaseerd op het rapport van een onderzoek dat is uitgevoerd
door de Office of Internal Oversight Services van de Verenigde Naties (OIOS), de onderliggende stukken, het advies van een ad hoc panel van externe rechters en schriftelijke verklaringen die tijdens de procedure
zijn ingediend. Zowel de beslissing van het Bureau als de genoemde documenten zijn
vertrouwelijk. Net als overige verdragspartijen die geen zitting hebben in het Bureau
van de ASP heeft Nederland deze vertrouwelijke documenten van 8 t/m 22 juni in tranches
ontvangen. In verband met de door het Bureau opgelegde vertrouwelijkheid van deze
documenten, de integriteit van de nog lopende tuchtprocedure en de eerbiediging van
de privacy en de rechten van alle betrokken partijen, kan het kabinet geen uitspraken
doen over de inhoud van deze documenten.
Voorafgaande procedure
Op 8 november 2024 heeft de President van de ASP, na overleg met het Bureau, OIOS
verzocht om onafhankelijk onderzoek te verrichten naar mogelijk wangedrag van de Aanklager.
OIOS heeft zich daarbij primair gericht op de aantijgingen van wangedrag, waaronder
seksueel wangedrag, in de periode maart 2023 t/m april 2024. Op 16 mei 2025 is Aanklager
Khan in verband met het onderzoek met administratief verlof gegaan. Sindsdien wordt
de leiding over het Parket van de Aanklager tijdelijk waargenomen door de twee plaatsvervangende
Aanklagers.
Op 10 december 2025 heeft OIOS zijn onderzoeksrapport gedeeld met de President van
de ASP. Vervolgens is dit rapport voorgelegd aan een door het Bureau van de ASP ingesteld
ad hoc panel van drie externe niet aan het ISH gelieerde rechters met het verzoek om advies
uit te brengen over de juridische kwalificatie van de bevindingen van het OIOS-onderzoek.
Het ad hoc panel heeft op 9 maart 2026 een advies uitgebracht. De Aanklager en de klager zijn
daarna in de gelegenheid gesteld om te reageren op het OIOS-rapport en het advies
van het ad hoc panel. Vervolgens heeft het Bureau van de ASP op 8 juni 2026 met gekwalificeerde
meerderheid besloten om de tuchtprocedure door te verwijzen naar de ASP, met de aanbeveling
om de Aanklager uit zijn ambt te ontzetten, en om de Aanklager met onmiddellijke ingang
te schorsen in afwachting van de definitieve beslissing van de ASP.
Juridisch raamwerk
Artikel 46 van het Statuut van Rome voorziet in drie verschillende gronden om de Aanklager
uit zijn ambt te ontzetten: (1) ernstig wangedrag, (2) ernstige schending van zijn
plichten onder het Statuut van Rome, of (3) het niet in staat zijn om de krachtens
het Statuut van Rome vereiste taken uit te oefenen. De eerste twee gronden worden
nader uitgewerkt in Rule 24 van de Rules of Procedure and Evidence. Zo maakt deze regel ten aanzien van «ernstig wangedrag» een onderscheid tussen gedrag
dat plaatsvindt in het kader van de uitoefening van officiële taken en gedrag dat
plaatsvindt buiten het kader van de uitoefening van officiële taken. In het eerste
geval kan er sprake zijn van «ernstig wangedrag» als het gedrag onverenigbaar is met
de officiële functies en ernstige schade toebrengt – of waarschijnlijk zal toebrengen
– aan de behoorlijke rechtsbedeling voor het Hof of aan de behoorlijke interne werking
van het Hof. In het tweede geval kan er sprake zijn van «ernstig wangedrag» als het
gedrag van zodanig ernstige aard is dat het ernstige schade toebrengt – of waarschijnlijk
zal toebrengen – aan de reputatie van het Hof.
Voor de Aanklager gelden vervolgens bijzondere maatstaven waaraan zijn gedrag moet
worden getoetst. Zo bepaalt Artikel 42, derde lid, van het Statuut van Rome dat de
Aanklager een persoon van hoog zedelijk aanzien (high moral character) dient te zijn. Daarnaast heeft de Aanklager op 16 juni 2021 de door de Rules of Procedure and Evidence voorgeschreven plechtige belofte afgelegd.2 Op grond van de Administratieve Instructie van 6 april 2022 inzake Discriminatie,
Intimidatie, waaronder Seksuele Intimidatie, en Machtsmisbruik is de Aanklager gehouden
«als rolmodel [te] fungeren door een hoge norm van persoonlijk gedrag (high standard of peronal conduct) te hanteren, zich bewust te zijn van de macht die [zijn] functie met zich meebrengt,
en alle collega’s beleefd, waardig en met respect te behandelen.»3 Deze Administratieve Instructie bepaalt verder dat het Hof een zero tolerance-beleid hanteert ten aanzien van discriminatie, intimidatie, waaronder seksuele intimidatie,
en machtsmisbruik. De Aanklager heeft op 14 oktober 2022 verklaring ondertekend waarin
hij heeft aangegeven dat hij zich zal onthouden van elk gedrag dat door deze Administratieve
Instructie wordt verboden. Specifiek voor het Parket van de Aanklager geldt daarnaast
de Gedragscode voor het Parket van de Aanklager, die voorschrijft dat de Aanklager
te allen tijde zijn taken op een eerbare, trouwe, onpartijdige en gewetensvolle wijze
moet uitvoeren.4
Artikel 46 van het Statuut van Rome bepaalt dat de beslissing om een Aanklager uit
zijn ambt te ontzetten door de ASP wordt genomen in een geheime stemming bij absolute
meerderheid van de verdragspartijen (momenteel: 63 van de 125 verdragspartijen). Artikel
46 formuleert daarmee een uitzondering op de hoofdregel dat beslissingen over inhoudelijke
kwesties worden goedgekeurd bij een tweederde meerderheid van degenen die aanwezig
zijn en hun stem uitbrengen, met dien verstande dat een absolute meerderheid van de
verdragspartijen het quorum vormt voor stemming (artikel 112, zevende lid, van het
Statuut van Rome).
Inzet tijdens de Speciale Zitting
Het kabinet stelt voorop dat de Aanklager van het Strafhof aan de hoogste standaarden
moet worden gehouden, zoals ook is vastgelegd in het Statuut van Rome en de aanverwante
(administratieve) regelingen. Het feit dat de Aanklager van het ISH een gezichtsbepalende
ambtsdrager van het Hof is, betekent bovendien dat elk wangedrag van zijn kant vrijwel
onvermijdelijk ook zal leiden tot schade aan de reputatie van het Hof. Daarnaast wordt
met name van de hoofden van de organen van het Hof verwacht dat zij het goede voorbeeld
geven en zorgen voor een veilige werkomgeving.
Het Bureau van de ASP heeft op basis van het OIOS-onderzoek, de onderliggende stukken,
het advies van het ad hoc panel en de schriftelijke verklaringen die tijdens deze tuchtprocedure zijn ingediend,
besloten om de ASP aan te bevelen om de Aanklager uit zijn ambt te ontzetten. Het
kabinet ziet geen reden om van die aanbeveling af te wijken en zal tijdens de Speciale
Zitting van de ASP hiernaar handelen. Daarbij zal uiteraard rekening worden gehouden
met eventuele ontwikkelingen die zich vóór of tijdens de Zitting nog zouden kunnen
voordoen. Hoewel het krachtenveld binnen de ASP nog in ontwikkeling is, lijkt het
standpunt van de meeste verdragspartijen eveneens in lijn te zijn met de aanbeveling
van het Bureau van de ASP. Het kabinet betreurt de ontstane situatie ten zeerste en
leeft mee met iedereen die door deze situatie is geraakt. Nederland blijft zich, samen
met andere verdragspartijen, inzetten voor het goed functioneren van het Internationaal
Strafhof.
Het kabinet heeft tot slot kennis genomen van recente Amerikaanse boodschappen met
betrekking tot het Internationaal Strafhof. De Amerikaanse positie is niet nieuw,
maar het kabinet heeft wel zorgen over de verharde toon. We blijven ons inzetten voor
de dialoog met de VS hierover. Nederland staat als gastland en als verdragspartij
achter het Hof en zijn medewerkers. Zoals onder andere ook staat beschreven in de
Kamerbrief van 11 december 20255, staat Nederland in nauw contact met het Hof en is het afgelopen jaar op verschillende
terreinen betrokken geweest bij de mitigatie van de gevolgen van de Amerikaanse sancties.
Dit werk gebeurt veelal achter de schermen en is gebaat bij een zekere mate van vertrouwelijkheid.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Indieners
-
Indiener
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Medeindiener
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid