Brief regering : Aanvullende advisering Nationaal Groeifondsprojecten (inclusief reactie kabinet) zomer 2026
36 800 L Vaststelling van de begrotingsstaat van het Nationaal Groeifonds voor het jaar 2026
Nr. 11
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juli 2026
Het Nationaal Groeifonds (NGF) investeert in 50 grootschalige projecten die bijdragen
aan het duurzaam verdienvermogen van Nederland. Het betreft onder meer projecten op
het gebied van groene waterstof, de verduurzaming van de landbouw, het bestrijden
van laaggeletterdheid en sleuteltechnologieën als quantum en kunstmatige intelligentie.
Daarmee is een bedrag van € 11 miljard gemoeid.
In 2022 en 2023 bent u over de uitslagen van tweede en derde ronde van het Nationaal
Groeifonds geïnformeerd. Over zeven projecten uit deze rondes heeft aanvullende besluitvorming
plaatsgevonden op basis van een advies van de Adviescommissie Nationaal Groeifonds
(hierna: de adviescommissie). Het betreft de NGF-projecten BioBased Circular, LLO-Katalysator,
Nieuwe Warmte Nu, POLARIS, SolarNL, Toekomstbestendige Leefomgeving en Zero Emission
Services.
In deze brief licht ik, mede namens de Minister van Financiën, het advies en het besluit
van het kabinet toe. Daarnaast bied ik u het jaarverslag van de adviescommissie over
2025 aan.
Achtergrond aanvullend advies
Een aantal NGF-projecten heeft gefaseerde financiering gekregen zoals een voorwaardelijke
toekenning of een reservering. Bij een voorwaardelijke toekenning moet een project
aan nadere voorwaarden voldoen om middelen definitief toegekend te krijgen. Bij een
reservering moet (een deel van) een project beter uitgewerkt of aangepast worden of
is sprake van een nieuwe fase van het project, waarna het opnieuw beoordeeld wordt.
Hiervoor worden omzettingsverzoeken gedaan. De adviescommissie adviseert het kabinet
hierover. De projecten BioBased Circular, LLO-Katalysator en Toekomstbestendige Leefomgeving
hebben recent een omzettingsverzoek aan de fondsbeheerders voorgelegd.
Daarnaast hebben een aantal projecten een voorstel voor een significante wijziging
gedaan. Ook hierover heeft de adviescommissie geadviseerd. Het betreft de projecten
Nieuwe Warmte Nu, POLARIS, SolarNL en Zero Emission Services.
Samenvatting advies adviescommissie
De adviescommissie heeft positief geadviseerd over de omzettingsverzoeken van LLO-Katalysator
(€ 143,8 miljoen) en Toekomstbestendige Leefomgeving (€ 31,3 miljoen) voor definitieve
toekenning van voorwaardelijke toekenningen. De adviescommissie heeft negatief geadviseerd
over het omzettingsverzoek van BioBased Circular (€ 236 miljoen) voor toekenning van
de reservering.
De adviescommissie heeft daarnaast positief geadviseerd over de significante wijziging
voor POLARIS. De adviescommissie heeft deels positief en deels negatief geadviseerd
over de significante wijziging voor Nieuwe Warmte Nu en SolarNL. Over de voorgestelde
wijziging voor Zero Emission Services adviseert de adviescommissie negatief.
In bijlage 1 worden de projecten en het advies verder toegelicht. Het volledige advies
van de adviescommissie is bijgevoegd in bijlage 2.
Reactie kabinet en vervolg
Het kabinet neemt het advies van de adviescommissie volledig over. Hierdoor wordt
in totaal € 175,1 miljoen uit het Nationaal Groeifonds definitief toegekend en vervalt
het voor BioBased Circular gereserveerde bedrag van € 236 miljoen. Dit bedrag wordt
onderdeel van de onverdeelde middelen van het Nationaal Groeifonds.
De tabel hieronder geeft een financieel overzicht van de voorgestelde toekenningen
en het besluit van het kabinet (bedragen x € 1 miljoen).
NGF-project
Ronde
Omzettingsverzoek
Besluit Kabinet
Reservering
Voorwaardelijke Toekenning
Onverdeelde Middelen
Toekenning
BioBased Circular
3
236
236
LLO Katalysator
2
143,8
143,8
Toekomstbestendige
Leefomgeving
2
31,3
31,3
Totaal
236
175,1
236
175,1
De besluitvorming is definitief na autorisatie van de NGF-begroting 2027 en de relevante
departementale begrotingen 2027 door beide Kamers. Daarna kunnen de definitief toegekende
NGF-middelen besteed worden aan de projecten en kunnen de volgende fases daarvan worden
uitgevoerd.
Het (gedeeltelijk) negatief advies over Nieuwe Warmte Nu, SolarNL en Zero Emission
Services noopt daarnaast tot het nader bezien van de gevolgen daarvan voor de uitvoering
van deze projecten. Hierover treed ik met de verantwoordelijke Ministers in gesprek.
Over de uitkomsten van deze gesprekken wordt u voor het einde van het jaar geïnformeerd.
Jaarverslag adviescommissie 2025
Het jaarverslag beschrijft de werkzaamheden van de adviescommissie en bevat ook de
jaarlijkse rapportage van de voortgang en kwaliteit van de uitvoering van alle NGF-projecten
over 2025.
Het Nationaal Groeifonds is in 2025 een nieuwe fase ingegaan: van uitwerken naar uitvoeren.
De meeste projecten hebben de initiële organisatorische uitdagingen achter zich gelaten
en richten zich nu op daadwerkelijke innovatie en het boeken van resultaten. Die omslag
is zichtbaar in het behalen van concrete mijlpalen, zoals de opening van de eerste
quantumincubator voor start-ups door QuantumDeltaNL en de start van een fase 1/2 klinische
studie waarin met steun van Biotech Booster inmiddels de eerste patiënt met systemische
sclorese is behandeld.
De adviescommissie heeft in 2025 geadviseerd over twaalf omzettingsverzoeken en één
significante wijziging. Het kabinet heeft deze adviezen overgenomen. In totaal is
daarmee meer dan één miljard euro aan voorwaardelijke middelen additioneel definitief
toegekend. Nu de projecten op stoom zijn, dienen zich ook nieuwe uitdagingen aan.
De adviescommissie constateert dat de adoptie van innovaties in de praktijk niet altijd
even snel verloopt en dat beleidsmatige randvoorwaarden voor opschaling soms nog ontbreken.
Zij roept het kabinet op hier tijdig op in te spelen. Ook de borging van resultaten
na afloop van de NGF-financiering vraagt om aandacht: projecten en departementen moeten nu al werken aan een
strategie voor duurzame inbedding, via de markt, via beleid of via bestaande instituties.
De adviescommissie spreekt ten slotte haar waardering uit voor alle partijen die zich
inzetten voor de uitvoering van de Groeifondsprojecten. Hun inzet, expertise en doorzettingsvermogen
zijn essentieel voor het realiseren van de beoogde impact. De adviescommissie blijft
zich inzetten voor de uitvoering van de projecten en heeft vertrouwen in de bijdrage
van deze projecten aan het duurzaam verdienvermogen van Nederland.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
H.G. Herbert
BIJLAGE 1
BioBased Circular
Het NGF-project BioBased Circular (BBC) is ingediend in de derde ronde en wil een
substantiële bijdrage leveren aan de klimaat- en milieuopgaven door in Nederland een
nieuwe bedrijfstak voor biogebaseerde kunststofmaterialen en -producten te realiseren.
Nederland zou Europees koploper moeten worden als ontwikkelaar, producent en verwerker
van biopolyesters zoals PEF, PLA en PHA. Het project wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid
van de Minister van Klimaat en Groene Groei (KGG). Het project heeft voor fase 1 € 102 miljoen
toegekend gekregen. Daarnaast heeft het een reservering van € 236 miljoen gekregen
voor fase 2.
In fase 1 ligt de nadruk op het faciliteren van een groot aantal activiteiten op verschillende
TRL-niveaus (tussen TRL 3 en TRL 7) via verschillende subsidieregelingen. In fase 2
wil BBC aanvullend inzetten op een relatief klein aantal grootschaliger activiteiten
op TRL-niveaus 7 tot 9, de flagship- en demoprojecten. BBC heeft hiervoor een verzoek
tot omzetting van de reservering ingediend. De adviescommissie komt tot een negatieve
beoordeling en adviseert het kabinet om de volledige reservering van € 236 miljoen
niet toe te kennen en de reservering te laten vervallen.
De adviescommissie vindt de focus op biopolyesters als voorgestelde oplossingsrichting
onvoldoende overtuigend onderbouwd. Er ontbreekt een overtuigende marktpropositie
die zowel economisch perspectief biedt als invulling geeft aan de beoogde klimaat-
en milieudoelstellingen. De adviescommissie constateert dat een belangrijk deel van
de voorgestelde activiteiten zich richt op markten die op termijn niet kunnen opschalen
om een substantiële bijdrage te leveren aan de doelstellingen op het gebied van klimaat
en milieu die een publieke investering van deze omvang zou rechtvaardigen.
De adviescommissie geeft de Minister van KGG in overweging om met het consortium dat
het programma BBC uitvoert de nog beschikbare middelen uit fase 1 te benutten voor
een fundamentele heroriëntatie van het programma.
LLO Katalysator
Het NGF-project LLO Katalysator is in 2022 ingediend tijdens de tweede ronde van het
Nationaal Groeifonds. Het project wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en heeft een looptijd van 2023 tot
en met 2030. Het kabinet heeft op advies van de adviescommissie een totaalbedrag van
€ 392 miljoen toegekend, waarvan € 225 miljoen voorwaardelijk.
LLO Katalysator heeft als doel de flexibiliteit en duurzame inzetbaarheid van werkenden
te vergroten door de aansluiting tussen vraag vanuit de arbeidsmarkt en het aanbod
van bij- en omscholing te verbeteren. Het project versterkt leven lang ontwikkelen
(LLO) door samen met het bedrijfsleven en het mbo-hbo-wo onderwijs (publiek én privaat)
krachtige, regionale samenwerkingsverbanden te bouwen. Deze samenwerkingsverbanden
hebben zicht op de vraag naar kennis en vaardigheden vanuit het werkveld en vertalen
dit snel in passende LLO-oplossingen, zoals scholingsaanbod, werkplekleren, modules
en trainingen, voor werkenden en werkzoekenden. De LLO Katalysator geeft daarmee een
impuls aan het verhogen van de arbeidsproductiviteit en het versterken van de innovatiekracht
van het bedrijfsleven.
Inmiddels zijn alle publieke onderwijsinstellingen bij één of meer van de ruim 100 LLO
Katalysator projecten betrokken en zijn er ruim 150 LLO-oplossingen gerealiseerd.
Meer dan 2.000 docenten en onderwijsmedewerkers hebben deelgenomen aan professionaliseringsactiviteiten.
In de techniekbranche is een intensieve samenwerking gestart tussen bedrijfsvakscholen
en het bedrijfsleven. Gezien de voortgang ziet de adviescommissie voldoende reden
om de voorwaardelijke toekenning gedeeltelijk, ten bedrage van € 143,8 miljoen, definitief
toe te kennen voor de volgende fase van vier jaar. De totale investering van het Nationaal
Groeifonds in LLO Katalysator komt hiermee uit op € 310,8 miljoen. De resterende € 81,2 miljoen
blijft voorwaardelijk toegekend onder dezelfde voorwaarden.
De adviescommissie beveelt in haar advies aan om twee zaken te waarborgen om de impact
van het NGF-project te optimaliseren. Ten eerste een betere impactmeting, met name
als het gaat om de uiteindelijke gebruikers van de LLO-oplossingen. Ten tweede om
inzichtelijker te maken hoe LLO-oplossingen schaalbaar gemaakt kunnen worden, zodat
verschillende regio’s en partijen er gebruik van kunnen maken. Daarnaast moedigt de
adviescommissie het kabinet aan om blijvende aandacht te houden voor het bevorderen
van Leven Lang Ontwikkelen.
Nieuwe Warmte Nu
Het NGF-project Nieuwe Warmte Nu heeft bij de tweede ronde van het Nationaal Groeifonds
een voorwaardelijke toekenning gekregen die in juli 2022 is omgezet in een definitieve
toekenning. Het programma valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Klimaat
en Groene Groei en heeft als doel om de aanleg van duurzame collectieve warmtesystemen
te versnellen. Met twaalf vliegwielprojecten, zes innovatieprojecten en een leer-
en ontwikkelprogramma financiert het programma de onrendabele top, organiseert het
de vraag, voert het uitvoeringstempo van warmtesystemen op en verlaagt het de kosten
van deze warmtesystemen. Aan het project is € 200 miljoen toegekend, met een looptijd
tot en met eind 2027.
Sinds de start is een aantal vliegwiel- en innovatieprojecten gestopt of vertraagd,
onder meer door gestegen kosten, een moeizaam rond te krijgen businesscase en de onzekerheid
die de nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw) in de markt heeft veroorzaakt. Hierdoor
valt in de programmabegroting naar verwachting € 33,2 tot € 42,7 miljoen vrij. De
Minister van Klimaat en Groene Groei heeft de fondsbeheerders naar aanleiding hiervan
een significante wijziging van het programma voorgesteld. Dit voorstel bestaat uit
twee onderdelen: het verlengen van de looptijd van eind 2027 naar eind 2030 en het
verlengen van het leer- en ontwikkelprogramma wat een investering van circa € 5 miljoen
vraagt, en een andere inzet van de overige vrijgevallen programmamiddelen voor lopende
en nieuwe vliegwiel- en innovatieprojecten. De fondsbeheerders hebben hierover advies
gevraagd aan de adviescommissie.
De adviescommissie adviseert gedeeltelijk positief over de significante wijziging.
Zij adviseert positief over de verlenging van de looptijd van het gehele programma
en over de specifieke verlenging van het leer- en ontwikkelprogramma, omdat deze verlengingen
het totale programma ruimte geven om de opgelopen vertraging in te halen en de geleerde
lessen zorgvuldig te borgen en breed te delen. De adviescommissie adviseert negatief
over de inzet van meer NGF-middelen voor lopende en nieuwe projecten. De adviescommissie
constateert dat de inzet hiervan maar een beperkt effect zou hebben op het versnellen
van de aanleg van collectieve warmtenetten zolang de randvoorwaarden, zoals de tarifering
en de uitwerking van de Wcw, niet helder zijn.
De fondsbeheerders zullen met de Minister van Klimaat en Groene Groei in gesprek gaan
om de gevolgen van dit advies voor de uitvoering van dit project te bespreken.
POLARIS
Binnen het POLARIS-programma van de Minister van Defensie wordt geavanceerde radiofrequentietechnologie
ontwikkeld voor onder meer de defensie-industrie en gezondheidszorg in samenwerking
met een consortium. In de derde ronde is € 101,7 miljoen voorwaardelijk toegekend
en in 2024 heeft er een omzetting plaatsgevonden waarbij de voorwaardelijke middelen
definitief zijn toegekend.
De marktomstandigheden en strategische prioriteiten van enkele Nederlandse partijen
binnen het consortium zijn sinds het indienen van het oorspronkelijke plan gewijzigd.
Daarom heeft de Minister van Defensie na overleg met het consortium aan de fondsbeheerders
enkele wijzigingen in het project voorgelegd. Het betreft het toevoegen van een vierde
waardeketen aan het programma: Autonome Systemen, met een specifieke focus op High-Resolution
imaging for automotive radar. Daarnaast wordt voorgesteld de beoogde activiteiten
binnen de resterende Telecommunicatie-waardeketen te verleggen van basestations naar
short-range data communicatie (Wi-INT) en om circa € 4,8 miljoen binnen de programmabegroting
te verschuiven naar de ontwikkeling van demonstrators en PhD-onderzoeken binnen de
nieuwe waardeketen. Het totale NGF-budget voor het programma en de budgetten per programmalijn
blijven ongewijzigd.
Dit zijn aanpassingen die raken aan de doelstellingen van het NGF-project. Daarom
is de adviescommissie gevraagd advies te geven over deze significante wijziging. De
adviescommissie adviseert positief over de voorgestelde significante wijziging. De
voorgestelde wijziging is inhoudelijk te begrijpen en het bijsturen op basis van marktomstandigheden
en/of strategische keuzes ziet de adviescommissie als positief.
SolarNL
SolarNL zet in op de creatie van een Nederlands innovatie-ecosysteem voor de ontwikkeling
en industrialisatie van nieuwe duurzame technologieën voor energie uit zonlicht. Aan
het project van de Minister van Klimaat en Groene Groei is in de derde ronde € 135 miljoen
voor fase 1 toegekend.
In 2025 heeft de adviescommissie geadviseerd om de voorwaardelijk toegekende NGF-middelen
voor fase 2 en fase 3 (€ 277 miljoen) niet om te zetten in een definitieve toekenning.
Zij heeft daarbij ook geadviseerd om dit deel ook niet meer te behouden voor SolarNL.
Dit advies is door het kabinet overgenomen waarmee de totale NGF-bijdrage is verlaagd.
Een deel van de voor fase 1 geplande activiteiten kan zonder perspectief op fase 2
en 3 niet langer doelmatig worden uitgevoerd. Hierdoor blijft € 63 miljoen van de
eerder toegekende NGF-middelen voor fase 1 onbenut. De Minister van Klimaat en Groene
Groei heeft een herzien plan ingediend om deze middelen via een alternatieve impactroute
alsnog voor de zonnesector in te zetten. Dit plan bestaat uit twee onderdelen, ten
eerste de ontwikkeling van silicium heterojunctie (HJT) PV-technologie voor ruimtevaarttoepassingen
en ten tweede de ontwikkeling van materiaal- en productietechnologie voor perovskietzonnefolies
om het rendement van zonne-installaties te optimaliseren.
De adviescommissie adviseert positief over de inzet van NGF-middelen voor de perovskiet
zonnefolies, maar adviseert negatief over het besteden van middelen aan de silicium
HJT PV-technologie voor ruimtevaarttoepassingen.
Nederland beschikt zowel over hoogwaardige expertise op het gebied van perovskiet-materiaal
en -technologie als over industriële kennis en ervaring op het gebied van folieproductietechnologie.
Dit biedt volgens de adviescommissie een uitstekende uitgangspositie om een ecosysteem
rond perovskiet-zonnefolies verder uit te bouwen. Er ontstaan kansen om, gezamenlijk
met Japan en het Verenigd Koninkrijk, een koplopersgroep te vormen en een koppositie
te verwerven in deze opkomende en veelbelovende markt. Het materiaal, de toepassingen
en productietechnologie biedt kansen om het rendement van lichtenergie te verhogen
en de prestaties van zonnecellen verder te optimaliseren.
De markt voor SpacePV kenmerkt zich door lage volumes, hoge prestatie-eisen en marktkansen
die met name buiten Europa liggen (met name in Noord-Amerika). Tegen deze context
acht de adviescommissie de bijdrage aan het behalen van de doelstellingen onvoldoende
aannemelijk en concludeert ze dat dit deel van het plan te ver af ligt van de oorspronkelijke
doelstellingen van SolarNL.
De fondsbeheerders treden over dit advies met de Minister van Klimaat en Groene Groei
in overleg om de gevolgen daarvan voor de uitvoering van dit project te bespreken.
Toekomstbestendig Leefomgeving
Het NGF-project Toekomstbestendige Leefomgeving richt zich op het toekomstbestendig
maken van de gebouwde omgeving door versnelling van innovatie en samenwerking in de
bouw- en infrasector. Het project wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Brede consortia werken
binnen het project samen aan circulaire, biobased en datagedreven oplossingen die
in de praktijk worden getest en opgeschaald.
Het voorstel voor Toekomstbestendige Leefomgeving is in de tweede ronde van het Nationaal
Groeifonds ingediend. Dat heeft geleid tot een reservering van € 100 miljoen. Het
kabinet heeft, op basis van een advies van de adviescommissie over een nader uitgewerkt
voorstel, begin 2023 besloten tot een toekenning van € 60 miljoen en een voorwaardelijke
toekenning van € 40 miljoen. De eerste fase van het project liep van 2023 tot het
voorjaar van 2026. In deze fase bestond het project uit het uitvoeren van projecten
binnen drie consortia: 1) Gebouwen, 2) Infra, en 3) Ecosysteem. In fase 1 lag de nadruk
op ontwikkeling en validatie van innovaties, wat heeft geleid tot eerste toepassingen
met aantoonbare kosten- en milieueffecten. Onlangs heeft BZK een omzettingsverzoek
ingediend voor omzetting van € 31,3 miljoen van de voorwaardelijk toegekende € 40 miljoen.
Deze NGF-middelen zijn bedoeld voor financiering van fase 2. Fase 2 richt zich op
zes opschalingsketens waarin de combinatie van maatschappelijke urgentie en economische
potentie het grootst is. Het betreft:
1. Biobased bouwsystemen als nieuwe industriële standaard
2. Industriële renovatiesystemen
3. Circulaire gevels als modulaire bouwcomponenten
4. Circulaire wegverhardingen via datagedreven onderhoud
5. Toekomstbestendige bruggen met digitalisering en industriële standaardisatie
6. Tijdloze grachten als stedelijke onderhoudssystemen
De adviescommissie heeft het omzettingsverzoek beoordeeld en adviseert hierover positief.
De adviescommissie concludeert dat Toekomstbestendige Leefomgeving met een toereikende
verantwoording van fase 1 en een scherper strategisch plan voor fase 2 een voldoende
overtuigende basis heeft gelegd voor continuering van het programma. Het programma
heeft een succesvolle inhoudelijke herijking ondergaan: er is scherp geselecteerd
op kansrijke innovaties, geclusterd in zes opschalingsketens die goed aansluiten bij
de systeemopgaven in de bouw- en infrasector. Deze focus en prioritering vormen een
stevige basis en vergroten de kans op realisatie van concrete impact in fase 2.
Een bedrag van € 8,7 miljoen blijft voorwaardelijk toegekend en is grotendeels bedoeld
voor twee deelprojecten met betrekking tot datagedreven beheer en onderhoud en digitale
basisinfrastructuur. Voor beide deelprojecten is een go/no-go besluit gepland voor
het eerste kwartaal van 2027.
Zero Emission Services (ZES)
Aan het NGF-project Zero Emission Services (ZES) is in de tweede ronde € 50,2 miljoen
toegekend. Doel van dit project van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is
om via modulaire batterijcontainers, openbaar toegankelijke laadinfrastructuur en
een model voor betalen per gebruik een zero-emissie systeemtransitie in de binnenvaart
te realiseren.
Omdat het aantal binnenvaartschepen dat bereid is gebleken over te stappen op elektrisch
varen aanzienlijk lager is dan bij de toekenning in de tweede ronde werd verwacht,
heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat twee aanpassingen voorgelegd: een
verlaging van de programmadoelstelling van 45 schepen in 2026 naar een inspanningsverplichting
van 10 schepen in 2028 en een andere inzet van de NGF-middelen, namelijk een extra investering van € 2 miljoen voor alternatief gebruik
van onbenutte batterijcontainers in toepassingen zoals logistiek en e-mobiliteit.
Omdat deze aanpassingen raken aan de projectdoelstellingen en dus significant zijn,
is de adviescommissie om advies gevraagd.
De adviescommissie adviseert negatief over de voorgestelde significante wijziging.
De adviescommissie beveelt aan te werken aan een alternatief toekomstplan, waarbij
inzet van NGF-middelen tijdelijk kunnen worden gepauzeerd totdat het aantal deelnemende
schepen substantieel is toegenomen. De fondsbeheerders treden over dit advies met
de Minister van Infrastructuur en Waterstaat in overleg om de gevolgen daarvan voor
de uitvoering van dit project te bespreken.
Indieners
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat