Brief regering : Stand van zaken Actieagenda STOER en Vereenvoudigingsopgave Fysieke Leefomgeving en Volkshuisvesting
32 847 Integrale visie op de woningmarkt
Nr. 1499
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juli 2026
Het kabinet wil een slagvaardige overheid zijn die uitvoerbaarheid centraal stelt
en regels, processen en procedures vereenvoudigt waar dat kan. In een tijd waarin
maatschappelijke opgaven groot en urgent zijn, mag onnodige complexiteit burgers,
ondernemers en uitvoerende partijen niet in de weg staan. Vereenvoudiging is daarom
een uitgangspunt van het kabinet en een van de noodzakelijke voorwaardes om resultaten
sneller in de praktijk te realiseren.
De fysieke leefomgeving kent veel grote ruimtelijke opgaven. Hierbij draait het om
balans en het maken van ruimte voor wonen, landbouw, water en bodem, natuur, energie,
erfgoed en infrastructuur. Veel projecten binnen het fysieke domein lopen in de praktijk
vertraging op door onder meer de stapeling van regelgeving op nationaal, regionaal
en lokaal niveau, de stapeling van beleidsdoelen, lange procedures en onduidelijkheid
in de uitvoering. Dat kost vaak tijd, capaciteit en geld. Samen met mijn collega’s
uit het fysieke domein wil ik aan de slag met vereenvoudiging in het fysieke domein.
Het gaat hier niet alleen om vereenvoudiging te borgen binnen specifieke dossiers,
maar juist ook een integrale afweging kunnen maken en dit verankeren in beleid, wetgeving
en uitvoering. Daarom zien we de urgentie van een gezamenlijke vereenvoudigingsagenda
voor de komende jaren.
Met deze beweging wordt er aangesloten bij de ambities van het kabinet om regeldruk
te verminderen, processen te versnellen en de uitvoerbaarheid te verbeteren. Zo draagt
het bij aan slagvaardige overheid, waarvoor ook een Taskforce is ingericht.1 Vereenvoudigingsvoorstellen die een expliciete focus hebben op vereenvoudiging t.b.v.
de woningbouw kunnen de actieagenda van de Taskforce Versnelling Woningbouw volgen.2 In de brief over de actieagenda zal de verhouding tussen deze vereenvoudigingsaanpak
en de taskforce verder worden toegelicht.
Vanuit de opgave voor vereenvoudiging van regelgeving voor de woningbouwopgave heeft
mijn voorganger het programma STOER gestart. Dit programma heeft geleid tot meer dan
honderd voorstellen om de woningbouw te versnellen door regels te schrappen, te vereenvoudigen
of beter uitvoerbaar te maken. In eerdere Kamerbrieven heeft het vorige kabinet aangegeven
met een groot deel van deze adviezen aan de slag te gaan. Ik zet deze lijn voort onder
de Actieagenda STOER.3 De resultaten van STOER tellen voor een deel ook mee voor de regeldrukaanpak onder
regie van het Ministerie van EZK. Uw Kamer wordt separaat over de voortgang van die
aanpak geïnformeerd.
Met deze brief breng ik uw Kamer op de hoogte van de actuele stand van zaken van de
Actieagenda STOER en ga ik verder in op de vereenvoudigingsopgave.
Actieagenda STOER
Met de afspraak van de Woontop 2024 is het programma STOER (Schrappen, Tegenstrijdige
en Overbodige Eisen en Regelgeving) gestart. Dit programma was gericht op het opsporen
en schrappen van onnodige en tegenstrijdige regels, maar ook op het beter benutten
van bestaande wettelijke ruimte en het versterken van samenwerking tussen overheden
en marktpartijen. Een externe adviesgroep onder leiding van Friso de Zeeuw heeft op
10 juli 2025 een eindrapport opgeleverd.4
Zoals toegezegd tijdens het Commissiedebat «Staat van de Volkshuisvestiging» op 11 maart
2026 ga ik door met het uitvoeren van programma STOER onder de Actieagenda STOER5. In de Actieagenda STOER zijn alle overgenomen adviezen opgenomen uit de Kamerbrief6 waarbij wordt gevolgd welke maatregelen al in gang zijn gezet, welke resultaten worden
bereikt en waar aanvullende inzet nodig is om deze acties daadwerkelijk te realiseren.
In deze brief licht ik een aantal lopende acties uit. Een volledig stand van zaken
van alle acties is in de bijlage van deze brief meegestuurd. Sinds de start van STOER
is ook een aantal acties zoals benoemd in de Kamerbrief van het najaar afgerond. Hiermee
zijn de eerste stappen gezet die bijdragen aan versnelling van woningbouw en vermindering
van regeldruk:
– Zo zijn de in het Besluit bouwwerken leefomgeving aangewezen NEN-normen kosteloos
digitaal beschikbaar gesteld. Hiermee zijn kosten verlaagd en is regelgeving toegankelijker
gemaakt voor initiatiefnemers en bouwpartijen.
– De Staatssecretaris van IenW heeft besloten tot een grootschalige verlaging van geluidproductieplafonds
bij spoorwegen. Met dit besluit kan eenvoudiger en goedkopere woningbouw worden ontwikkeld
in de buurt van spoorwegen.
– Ook is er in het kader van Woontop afspraak 12 het meldpunt bovenwettelijke en vertragende
regels gelanceerd. Hier kunnen partijen melding maken van bovenwettelijke bouweisen
of andere lokale regels die de woningbouw vertragen nadat het besproken is op de lokale
of regionale versnellingstafel.7
– Tot slot zijn op het terrein van digitalisering stappen gezet, waaronder de verdere
ontwikkeling van systemen voor gegevensuitwisseling en ontsluiting van informatie
binnen de fysieke leefomgeving.8 Daarnaast zijn natuurdata beter beschikbaar gemaakt.
Stand van zaken lopende acties
1. Sneller bouwen
Binnen STOER is een aantal acties gericht op het sneller bouwen door middel van het
versnellen van procedures en het beperken van vertraging. Zo wordt er gewerkt om de
geldigheidsduur van onderzoeken te verlengen van drie naar vijf jaar, om zo de noodzaak
voor een nieuw onderzoek te voorkomen. De komende tijd wordt onderzocht voor welke
onderzoeken een geldigheidsduur van vijf jaar niet geschikt is. De geplande wijziging
zal mogelijk worden meegenomen in de tweede editie van de Vereenvoudigingswet.
Daarnaast wordt er in het wijzigingsbesluit van het Besluit bouwwerken leefomgeving
(Bbl) een verruiming opgenomen van het (technisch) vergunningsvrij bouwen en een wijziging
die het mogelijk maakt te werken met landelijk erkende maatregelen. Dit wijzigingsbesluit
wordt met de wijziging van de technische eisen na de zomer in consultatie gebracht.
Ook voert het kabinet gesprekken met financiële instellingen en verzekeraars om te
kijken onder welke voorwaarden woningbouwprojecten eerder gefinancierd kunnen worden,
voordat een vergunning onherroepelijk is. Dit speelt bij woningbouwprojecten die lang
stilliggen in afwachting van een uitspraak van de bestuursrechter, terwijl het ingediende
beroep slechts een zeer geringe kans van slagen heeft. Dit kan vertraging tussen vergunningverlening
en start bouw verminderen.
2. Meer bouwen mogelijk maken
Om meer locaties geschikt te maken voor woningbouw wordt er gewerkt aan oplossingen
op het gebied van milieu, water, natuur en ruimtegebruik. Zo werkt de Staatssecretaris
van IenW samen met bestuurlijke partners aan een alternatieve methode voor de beoordeling
van cumulatie van geluid, zodat beter wordt aangesloten bij de hinderbeleving. Dit
traject wordt verder uitgewerkt voor besluitvorming na de zomer van 2026.
De Minister van OCW werkt samen met de VNG en het IPO aan betere archeologische waardenkaarten
en ondersteuning voor gemeenten als onderdeel van het Programma Erfgoed & Overheid.
Er zijn middelen beschikbaar gesteld waarmee gemeenten ondersteuning kunnen aanvragen
voor het actualiseren van deze waardenkaarten.
Verder wordt gewerkt aan een landelijke norm voor wateroverlast en een aan landelijke
norm nazetting bij nieuwbouw om voorspelbaarheid te vergroten en een gelijk beschermingsniveau
te bieden.
3. Goedkoper en eenvoudiger bouwen
Tot slot is een aantal acties gericht op het goedkoper maken van de woningbouw. Zo
worden er aanpassingen van technische eisen in het Bbl voorbereid, onder meer rond
trappen, plafondhoogte, geluid, daglicht en administratieve verplichtingen. Het wijzigingsbesluit
is afgelopen herfst geconsulteerd en zal na de zomer ter consultatie worden gebracht.9
Vereenvoudigingsopgave Fysieke Leefomgeving en Volkshuisvesting
De ervaringen met STOER laten zien dat vereenvoudiging niet vanzelf tot stand komt.
Opgaven overstijgen grenzen tussen departementen en bestuurslagen en achter iedere
regel zit een belang. Dit vraagt om een gezamenlijk aanpak. Vanuit mijn coördinerende
rol als stelselverantwoordelijke voor de Omgevingswet ga ik samen met andere departementen
in het fysieke domein aan de slag met de Vereenvoudigingsopgave voor de Fysieke Leefomgeving
en Volkshuisvesting. Zo creëren wij de versnelling van opgaven in de fysieke leefomgeving
en volkshuisvesting. Hierbij richt ik mij vooral op de ruimtelijke ordening, woningbouw
en verduurzaming van de gebouwde omgeving.
Vereenvoudiging moet uiteindelijk leiden tot oplossingen die (ook) op de lange termijn
goede leefbaarheid en gezondheid opleveren voor de inwoners en een goede balans tussen
beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving.
Vereenvoudiging bevat het schrappen van overbodige eisen en wet- en regelgeving, het
beter benutten van bestaande ruimte en het verbeteren van uitvoering en samenwerking.
Ook begrijpelijke uitleg en praktische toepasbaarheid zijn essentieel voor het versnellen
van opgaven binnen de fysieke leefomgeving en volkshuisvesting. Tot slot kan vereenvoudiging
ook betekenen dat er soms extra (landelijke) regelgeving nodig is om versnelling teweeg
te brengen, bijvoorbeeld als het gaat om het versnellen van procedures (Wetsvoorstel
versterking regie volkshuisvesting).
Uiteindelijk betekent deze vereenvoudigingsopgave dat iedereen binnen de fysieke leefomgeving
dient te bepalen welke bijdrage hij of zij kan leveren aan vereenvoudiging. Daarom
ga ik de komende tijd samen met departementen, medeoverheden, marktpartijen, coöperaties
en kennisinstellingen uit het fysieke domein aan de slag om de Vereenvoudigingsopgave
Fysieke Leefomgeving en Volkshuisvestiging verder te ontwikkelen. Hierbij richten
wij ons op het inventariseren en stimuleren van vereenvoudigingsvoorstellen, het borgen
van de samenhang en de voortgang van de vereenvoudiging. De opbrengsten van deze gezamenlijke
aanpak dragen bij aan de doelen van de Taskforce Slagvaardige Overheid van de Minister
van BZK, inclusief de jaarlijkse Vereenvoudigingswet10. Vereenvoudigingsvoorstellen die een expliciete focus hebben op vereenvoudiging en
versnelling t.b.v. de woningbouw dragen bij aan het actieplan van de Taskforce Versnelling
Woningbouw.
We betrekken ook het beter naleven en handhaven van bestaande regelgeving en het uitvoeren
van voorstellen voor vereenvoudiging, zoals de implementatie van STOER en signalen
uit de implementatieondersteuning van de Omgevingswet door gemeenten, provincies en
waterschappen. Ook het ophalen van nieuwe voorstellen voor vereenvoudiging bij medeoverheden,
marktpartijen, coöperaties en kennisinstellingen binnen het fysieke domein zal onder
de aanpak vallen.
Daarnaast wordt er binnen de EU ook vereenvoudigd via de omnibussen. Met de andere
departementen zal gewerkt worden aan het creëren van kansen om Europese regelgeving
op het gebied van fysiek leefomgeving en volkshuisvestiging beter uitvoerbaar te maken.
Uw Kamer wordt hierover via de BNC-fiches geïnformeerd. Onlangs heeft het kabinet
een reeks voorstellen die op Europees niveau zijn verzameld m.b.t. regelgeving die
impact heeft op huisvesting, beoordeeld vanuit het Nederlands perspectief.11
Tot slot
Alleen door gezamenlijk op te trekken, kunnen we de noodzakelijke vereenvoudiging,
samenhang en versnelling in het fysieke domein realiseren. Dit is essentieel om te
komen tot regels en processen die in de praktijk beter uitvoerbaar, uitlegbaar en
toepasbaar zijn. Samen met mijn collega’s wil ik dan ook de urgentie van vereenvoudiging
in de fysieke leefomgeving benadrukken. Ik zal uw Kamer daarom na de zomer informeren
over de definitieve aanpak en concrete vereenvoudigingsvoorstellen.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O'Sullivan
Ondertekenaars
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening