Brief regering : Voortgang directie Realisatie Energietransitie
29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie
31 239
Stimulering duurzame energieproductie
Nr. 721
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 juli 2026
Nederland staat voor een enorme opgave: de transitie naar een toekomstbestendig energiesysteem.
In die opgave werkt Nederland aan duurzame, betrouwbare en beschikbare energie, die
voor iedereen betaalbaar is en waarbij we minder afhankelijk worden van buitenlandse
bronnen. Het Rijk neemt in de energietransitie het voortouw door het nationale energiesysteem
ingrijpend uit te breiden, zodat woningen, bedrijven en voorzieningen voldoende duurzame
energie hebben. Hiervoor versterken we het elektriciteitsnet, bouwen we een landelijk
waterstofnetwerk, leggen we leidingen aan om CO2 af te voeren en realiseren we infrastructuur voor windenergie op zee. Het Rijk stelt
de kaders, coördineert de uitvoering, opereert als bevoegd gezag voor nationale energieprojecten
en zorgt voor de benodigde landelijke wet- en regelgeving. Netbeheerders, provincies,
gemeenten, waterschappen, bedrijven en andere partners dragen bij aan de realisatie,
elk binnen hun eigen verantwoordelijkheid.
De energietransitie is geen gemakkelijke opgave: zo is er een te kort aan personeel
voor het uitvoeren van projecten en is er niet altijd voldoende geld voor alle nodige
investeringen. De schaarse ruimte in Nederland en claims van andere belangrijke opgaven
zoals woningbouw, landbouw, natuur en wegen en spoorwegen en werelderfgoed stellen
ons hiernaast dagelijks voor moeilijke afwegingen. Mijn inzet hierbij is gericht op
een evenwichtige belangenafweging met voldoende draagvlak in de regio, zonder de snelheid
te verliezen.
De aanleg van de benodigde nationale energie-infrastructuur is in volle gang. De groei
in aanbod en vraag naar energie vertaalt zich naar nieuwe projecten. Zo worden op
dit moment door heel het land honderden essentiële energieprojecten uitgevoerd. Voor
drieënveertig van dit soort projecten die in de projectprocedure zitten, treedt het
Rijk op als bevoegd gezag. Hierin pakt het Rijk regie op de locatiekeuze en benodigde
vergunningen voor éénentwintig hoogspannings-, negen waterstof-, zes gas- en zeven
CCS-projecten. Al deze drieënveertig projecten zijn van belang voor het nationale
energiesysteem en kennen grote provincie-overstijgende of politiek-bestuurlijke uitdagingen.
Naast deze nationale energieprojecten faciliteert het Rijk ook gemeenten en provincies
bij projecten van nationaal of regionaal belang via de projectenaanpak netcongestie.
In de recent aan uw Kamer gestuurde brief over netcongestie heb ik u geïnformeerd
hoe het Rijk netcongestie aanpakt.
Overzicht resultaten
Deze brief gaat in op de voortgang van nationale energie-infrastructuurprojecten. De afgelopen periode zijn verschillende mijlpalen behaald. Concrete voorbeelden
zijn:
• Waterstof: in mei is het eerste deel van het landelijke waterstofnetwerk1 opgeleverd. Met de oplevering van de 32 kilometer lange pijpleiding is een belangrijke
mijlpaal bereikt in de ontwikkeling van de Nederlandse en Europese waterstofinfrastructuur.
• CO2-afvang, -transport en -opslag (CCS)2: De aanleg van het CCS-netwerk is in volle gang: op land is zo’n 30 kilometer pijpleiding
in de grond gerealiseerd. In de Noordzee is meer dan 20 kilometer offshore-pijpleiding
op de zeebodem aangelegd. Op de Maasvlakte worden de eerste gebouwen bij het compressorstation
vanaf medio 2026 opgeleverd.
• Wind op Zee: Windpark «Ecowende» in windenergiegebied Hollandse Kust wordt gefaseerd
in gebruik genomen en is komend najaar operationeel. Hiermee levert de realisatie
van het windpark 760 megawatt extra groene energie aan Nederland. De Kamer is op 12 juni
2026 geïnformeerd over de definitieve tenderregelingen voor IJmuiden Ver Gamma-A en
Gamma-B, beide goed voor 1 gigawatt (GW). Dit is gepubliceerd in de Staatscourant
op 18 juni 2026. De tender loopt van 26 november tot en met 10 december 2026. Voor
Nederwiek en Doordewind zijn de kavelbesluiten in voorbereiding.
• Om de kabinetsvisie van 40GW te realiseren zijn in aanvulling op de bestaande routekaart
van 23 GW plannen in ontwikkeling voor de doorgroei naar 30GW aan windenergie vermogen
op zee. Dit is al een uitdagende zoektocht, met de huidige kaders is ruimte voor aanlanding
van deze windenergie immers schaars. Van de beschikbare locaties maken we zo goed
mogelijk gebruik. Voor de doorgroei van 30–40 GW windenergie op zee start een studietraject,
waarbij ook met andere kaders gekeken gaat worden naar de mogelijkheden voor verdere
doorgroei. Uit het Nationaal Plan Energiesysteem blijkt namelijk dat Nederland deze
stroom nodig zal hebben, maar dan niet alleen aan de kust. Al ruim voor we bij 40GW
zijn zal diepe aanlanding een belangrijk vraagstuk worden.
• Voor aanlanding in de kustregio heeft Ontwerpprogramma Verbindingen Aanlanding Wind
op Zee (VAWOZ) ter inzage gelegen3. In het ontwerpprogramma zijn vijf voorkeursalternatieven geïdentificeerd voor de
aanlanding van energie uit de volgende generatie windparken. De locaties zijn verspreid
over Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant en Zeeland. Na het verwerken van ontvangen
reacties en het advies van de commissie MER, wordt eind dit jaar het programma definitief
vastgesteld en starten begin 2027 naar verwachting projectprocedures voor de verdere
ruimtelijke inpassing en vergunningverlening.
• Diepe Aanlandingen: Omdat het aantal geschikte locaties aan de kust beperkt is en
de windenergie ook op andere plekken in het land nodig is, is onderzocht of aansluiting
dieper landinwaarts mogelijk is. Uit dit onderzoek blijkt dat zowel in de fysieke
ruimte als in het net de meest kansrijke regio's Gelderland, Noord-Brabant en Limburg
zijn. Deze nieuwe landinwaartse vorm van aanlanden bevindt zich met deze voorverkenning
in een vroege fase van onderzoek. Om daadwerkelijk tot realisatie van diepe aanlandingen
te komen is nader onderzoek nodig. Daarom ga ik in het vervolgonderzoek verder in
op potentiële routes en aansluitlocaties, waarbij de kansen en risico’s scherper in
beeld gebracht zullen worden.
• Hoogspanning op Land: Er lopen momenteel vijftien ruimtelijke procedures voor elektriciteitsprojecten
op land: vier opwaarderingen, vijf nieuwe stations en zes nieuwe verbindingen (inclusief
bijbehorende stations).
In meerdere projecten speelt de vraag hoe deze in de buurt van werelderfgoed gebieden
gerealiseerd kunnen worden. Om hier helderheid en oplossingen voor te bieden is, in
samenwerking met het Ministerie van OCW, een Landsdekkende Heritage Impact Assessment
uitgevoerd4.
Tot slot
De resultaten genoemd in deze brief zijn maar een greep uit de projecten en procedures
die de afgelopen tijd zijn uitgevoerd en de komende tijd gerealiseerd gaan worden.
Door heel Nederland werken netbeheerders, gemeenten, provincies en bedrijven aan de
uitbreiding en versterking van het energiesysteem. Dat betekent dat inwoners, bedrijven
en overheden in vrijwel alle regio's de komende jaren te maken krijgen met de impact
in hun persoonlijke leefomgeving door de voorbereiding en uitvoering van energieprojecten.
In Bijlage 1 is een uitgebreidere toelichting over de voortgang van projecten opgenomen.
Bijlage 2 tot en met 6 bevat de hoofdrapportage van de voorverkenning van de diepe
aanlanding van elektriciteitsnetten vanaf windmolenparken op zee en bijbehorende stukken.
Met het werk dat dagelijks door duizenden mensen in Nederland wordt verzet aan ons
energiesysteem zetten we stappen in de goede richting. Ik zet me in om de benodigde
infrastructuur zo snel en zorgvuldig mogelijk te realiseren, zodat Nederland minder
afhankelijk wordt van het buitenland en de energietransitie succesvol kan worden doorgezet.
De intensieve samenwerking met netbeheerders, provincies, gemeenten en andere partners
blijft daarbij cruciaal om alle benodigde energie-infrastructuur tijdig te realiseren.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
J. de Bat
Indieners
J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat