Brief regering : Uitvoering van de motie van het lid Dijk over de concentratie, marktmacht en prijsopdrijving in de voedselindustrie in kaart brengen (Kamerstuk 29544-1264)
31 532 Voedingsbeleid
28 625
Herziening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
Nr. 311
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 juli 2026
Op 4 februari 2025 heeft uw Kamer de op 30 januari ingediende motie van het lid Dijk
(SP) over de concentratie, marktmacht en prijsopdrijving in de voedselindustrie (Kamerstuk
29 544, nr. 1264) aangenomen. De motie verzoekt de regering de concentratie, marktmacht en prijsopdrijving
in de voedselindustrie in kaart te brengen, beleidsvoorstellen hierop te formuleren,
en dit met de Miljoenennota aan de Kamer te sturen.
In het Kamerdebat op 22 januari 2026 over de begroting van Economische Zaken is door
het lid Dijk gevraagd naar de status van zijn motie. De Minister van Economische Zaken
heeft daarop toegezegd dit na te gaan.1 Met deze Kamerbrief kom ik de toezegging namens het kabinet tegemoet en daarmee beschouw
ik zowel de toezegging als de motie als afgedaan.
Op aanvraag van mijn ministerie doet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) vanaf 2020
onderzoek naar prijzen, kosten en marges in de Nederlandse agrarische voedselketen
via de Agro-Nutri Monitor. De ACM is een onafhankelijke toezichthouder die zich sterk
maakt voor goed werkende markten voor mensen en bedrijven. De Agro-Nutri Monitor brengt
voor een aantal specifieke voedselproducten in kaart hoe de kosten en opbrengsten
verdeeld zijn tussen boeren, tuinders, de verwerkende industrie, groothandels en supermarkten.
Uit vier opeenvolgende rapportages van de Agro-Nutri Monitor komt het beeld naar voren
dat geen onevenredige verdeling van ketenmarges te zien is tussen de verschillende
schakels in de voedselvoorzieningsketen, ongeacht omvang of marktconcentratie van
ketenpartijen. Voor de onderzochte producten zijn er daarmee geen aanwijzingen die
op een prijsopdrijvend effect wijzen, echter de relatie tussen concentratie en prijsvorming
maakt geen expliciet onderdeel van het onderzoek uit. Met de Agro-Nutri Monitor wordt
wel getoond dat de meerkosten voor verduurzamingsinspanningen op het boerenerf niet
altijd worden vergoed. Daarnaast leiden nieuwe samenwerkingsvormen onder boeren tot
tegenwicht in markten en is de internationale context belangrijk bij het matchen van
vraag en aanbod.
Een andere manier om naar voedselprijzen te kijken is door de Nederlandse boodschappenprijzen
te vergelijken met het buitenland. In de Kabinetsreactie op de Initiatiefnota «Minder
inflatie, meer bestaanszekerheid» van 28 november jongsleden2 heeft de Minister van Economische Zaken toegelicht dat het prijsniveau van de boodschappen
in Nederland onder het EU-gemiddelde3 ligt, ondanks hogere lonen, energiekosten en accijnzen. Logische verklaringen daarvoor
zijn de sterke concurrentie tussen supermarkten (met scherpe aanbiedingen) en de gunstig
logistieke positie van Nederland.
Uit de rapportages van de Agro-Nutri Monitor is mij gebleken dat op dit moment geen
aanwijsbare signalen zijn van prijsopdrijving door concentratie en marktmacht, desondanks
vind ik het belangrijk om de voedselketen goed in de gaten te houden en diepgaander
onderzoek te doen naar winstmarges en marktconcentraties. Het kabinet kijkt daarom
uit naar het onderzoek van de ACM naar de prijzen van levensmiddelen waarbij ook een
prijsvergelijking met een aantal andere landen uitgevoerd wordt. In dit onderzoek
wordt gekeken welke kosten en winstmarges in de keten bijdragen aan de prijs die consumenten
uiteindelijk in de winkel betalen. Het is de verwachting dat de uitkomsten van dit
onderzoek in het laatste kwartaal van dit jaar beschikbaar komen.
Daarnaast heeft de Europese Commissie opdracht gegeven voor een studie naar voedselbetaalbaarheid
in de Europese Unie met daarbij specifieke aandacht voor de rol van instrumenten uit
het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Zodra deze studie is afgerond, zal ik uw Kamer
het eindrapport doen toekomen.
Tot slot, (voedsel)betaalbaarheid in het algemeen is, en blijft, een belangrijk onderwerp
voor het kabinet. De uitkomsten van de genoemde onderzoeken alsmede eventuele nieuwe
voorstellen van de Europese Commissie zullen in den brede betrokken worden bij verdere
beraadslaging in het Kabinet.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur