Brief regering : Regeling EMU-norm medeoverheden 2027-2030
36 800 IX Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2026
Nr. 50
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Ontvangen ter Griffie op 7 juli 2026.
De Tweede Kamer kan zich over de voorgenomen vaststelling van gelijkwaardige inspanning
uitspreken tot en met 21 september 2026.
De vaststelling van de gelijkwaardige inspanning kan niet eerder worden gedaan dan
op 22 september 2026.
Bij deze termijn is rekening gehouden met de recesperiode van de Tweede Kamer
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 juli 2026
Op 3 juni jl. heeft het Bestuurlijke Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) plaatsgevonden
met de koepelorganisaties van de medeoverheden. Met de Vereniging Nederlandse Gemeenten
(VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (Unie) zijn
een tweetal afspraken gemaakt waar ik u graag, mede namens de Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties, over informeer. Dit betreft de EMU-norm medeoverheden
en een evaluatie over de normeringssystematiek.
Wat betreft de EMU-norm medeoverheden. In Europees verband is afgesproken dat het
nationale begrotingstekort niet groter mag zijn dan 3 procent van het bruto binnenlandse
product. Dit wordt vertaald naar een gezamenlijke ruimte voor de provincies, gemeenten
en waterschappen. De verplichting om deze ruimte vast te stellen komt voort uit de
Wet houdbare overheidsfinanciën (HOF). Het is gebruikelijk dat bij een nieuw kabinet
de ruimte voor de volledige kabinetsperiode wordt vastgesteld. De wet HOF schrijft
vaststelling van deze ruimte middels een bestuurlijk overleg voor.
In het BOFv zijn we een EMU-norm van –0,5% van het bruto binnenlands product (bbp)
voor de medeoverheden overeengekomen voor de periode 2027–2030. Bijgevoegd treft u
de conceptregeling EMU-norm medeoverheden 2027–2030 aan. Conform artikel 3 van de
Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet HOF) hang ik deze bij u voor. De vaststelling
van de gelijkwaardige inspanning vindt plaats nadat ten minste vier weken na mededeling
zijn verstreken en de Tweede Kamer der Staten-Generaal zich over dit voornemen heeft
kunnen uitspreken. In verband met het reces wordt deze voorhangprocedure verlengd,
zodat 3/4e hiervan buiten het reces valt.
Via deze brief geef ik een nadere toelichting op de gemaakte afspraken aangaande de
EMU-norm.
De EMU-norm voor 2027 tot en met 2030 is vastgesteld op hetzelfde niveau als voor
de periode 2024 tot en met 2026. Het cijfermatige vertrekpunt voor de EMU-norm is
het gemiddelde van het geraamde tekort van de medeoverheden, zoals opgenomen in de
meest recente CEP-raming van het CPB. Dit gemiddelde van het geraamde tekort bedraagt
–0,16% van het bbp. Voor de EMU-norm wordt een buffer van –0,34% van het bbp toegevoegd
(totaal –0,5%) zodat bij afwijkingen in de realisatie geen directe overschrijding
plaatsvindt.
In overleg met de koepelorganisaties van de medeoverheden is een onderverdeling naar
overheidslaag vastgesteld. Ook deze onderverdeling is identiek aan die voor de periode
2024 tot en met 2026. Deze onderverdeling is opgenomen in de bijgevoegde conceptregeling
en wordt in de septembercirculaire van het gemeentefonds en provinciefonds vertaald
naar individuele referentiewaarden per gemeente en provincie. De Unie van Waterschappen
zal de vertaling doen naar de individuele referentiewaarden voor de waterschappen
en dit naar de waterschappen communiceren.
Ten tweede is overeenstemming bereikt over de evaluatie van de normeringssystematiek.
Hierbij is afgesproken om begin 2027 een eerste evaluatie uit te voeren. Hierbij worden
zowel overgangsjaar 2024 tot en met het laatste afgeronde jaar (2026) meegenomen.
Deze evaluatie in 2027 wordt gevolgd door een evaluatie in 2029, wanneer over een
langere periode informatie beschikbaar is. In de evaluatie zal aandacht zijn voor
de werking van de normeringssystematiek, ervaringen, cijfermatige analyses van de
geraamde CPB-cijfers en gerealiseerde cijfers alsmede wensen voor mogelijke aanpassingen.
De uitkomsten van de evaluatie worden besproken in het BOFv en zullen daarna met uw
Kamer worden gedeeld.
Ik vertrouw erop uw Kamer hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zie de uitkomst
van de voorhangprocedure voor de EMU-norm tegemoet. Uiteraard zal ik uw Kamer blijven
informeren over relevante ontwikkelingen op het terrein van de EMU-norm en de evaluatie
van de normeringssystematiek.
De Staatssecretaris van Financiën,
E. Eerenberg
Indieners
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën