Brief regering : Reactie op de brief van de Landelijke Cliëntenraad: 'Reactie LCR op de WIA-plannen: eerst de uitvoering op orde.'
32 716 Evaluatie Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
Nr. 68
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 juli 2026
De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft mij verzocht te reageren
op een brief die zij van de Landelijke Cliëntenraad (LCR) heeft ontvangen op 12 mei
2026. De brief van de LCR betreft een reactie op de WIA-plannen van het kabinet. Met
deze brief voldoe ik aan dat verzoek.
Allereerst wil ik de voorzitter van de LCR bedanken voor haar brief vanuit het perspectief
van de LCR en waarin ook de zorgen zijn gedeeld van uitkeringsgerechtigden die hun
ervaringen bij de LCR hebben ingebracht.
Zoals in de brief wordt aangegeven, loopt de uitvoering van de WIA op het moment vast.
Er zijn lange wachtrijen voor beoordelingen. Ik ben het met de LCR eens dat het versterken
van de uitvoering van de WIA grote prioriteit moet hebben. Het kabinet werkt daarom
oplossingen uit die volgens recente adviezen van de Onafhankelijke Commissie Toekomst
Arbeidsongeschiktheid Stelsel (OCTAS) en het Interdepartementaal Beleidsonderzoek
(IBO) naar de WIA de druk op de uitvoering kunnen verlagen. Zo gaat het kabinet aan
de slag met taakherschikking en zet het in op het versterken van de samenwerking tussen
verzekerings- en bedrijfsartsen.
Ook gaat het kabinet graag in gesprek met vakbeweging en werkgevers om te komen tot
een goed werkende en uitvoerbare arbeidsongeschiktheidsregeling. In dat gesprek zal
ook worden gesproken over het voornemen uit het coalitieakkoord om de IVA, en het
daarmee samenhangende duurzaamheidscriterium in de WIA af te schaffen. Uit verschillende
onderzoeken komt namelijk dat dit criterium een goede uitvoering belemmert.
Het is natuurlijk het beste als er minder mensen ziek worden. Het investeren in preventie
en arbeidsomstandigheden bespaart werkenden veel persoonlijk leed en de maatschappij
veel kosten. De Minister van Werk en Participatie heeft onlangs een voortgangsbrief
naar uw Kamer verstuurd over de Arbovisie 2040.1 Hierin staan de stappen beschreven die het kabinet de komende jaren neemt om uitval
en verzuim te beperken.
Het kabinet hecht daarnaast veel waarde aan re-integratie, en werkt aan plannen om
dit beter te integreren in het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid. Zoals
beschreven in het Coalitieakkoord willen we toewerken naar een stelsel waarin de focus
ligt op een snelle begeleiding naar werk, zodra dit weer mogelijk is. Re-integreren
moet lonen en starten bij de eerste ziekteperiode. Het kabinet streeft ook naar een
betere betrokkenheid van regionale werkcentra. De plannen om deze ambities te behalen
moeten nog worden uitgewerkt. Uit deze uitwerking zal duidelijk worden hoe deze doelen
behaald kunnen worden binnen de financiële mogelijkheden.
Het komen tot een eenvoudiger en begrijpelijk arbeidsongeschiktheidsstelsel is een
complexe opgave maar heeft absoluut prioriteit. Ook is het belangrijk dat de WIA financieel
houdbaar blijft in de toekomst. Het kabinet kijkt nadrukkelijk ook naar het voorkomen
van ziekte en arbeidsongeschiktheid. We zullen bij de uitwerking van lange termijn
opties breder kijken dan de ideeën uit OCTAS en het IBO. Ik ga daarom graag in gesprek
met de sociale partners om verder te bekijken hoe we de WIA kunnen verbeteren.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Ondertekenaars
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid