Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Uitwerking van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en stand van zaken invoering budgetbekostiging spoedeisende hulp (Kamerstuk 29247-490)
2026D35537 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties
behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport over de brief d.d. 1 juni 2026 inzake Uitwerking van de ontwikkelroute
passende acute zorg in de regio en stand van zaken invoering budgetbekostiging spoedeisende
hulp (Kamerstuk 29 247, nr. 490).
De vragen en opmerkingen zijn op 6 juli 2026 aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport voorgelegd.
De voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Sjerp
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
II.
Reactie van de Minister
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van
de Minister over de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en de stand van
zaken rond de invoering van budgetbekostiging voor de SEH per 1 januari 2027. Deze
leden onderschrijven het uitgangspunt dat acute zorg voor iedereen in Nederland tijdig,
toegankelijk en van goede kwaliteit beschikbaar moet zijn. Zij hebben over de brief
nog een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de D66-fractie constateren dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in
de Stand van de zorg 2025 vooral wijst op een toenemende vraag naar spoedzorg en een
schaarste aan zorgmedewerkers als knelpunt voor de acute zorg. Zij vragen de Minister
nader te onderbouwen op welke wijze budgetbekostiging van de SEH bijdraagt aan het
oplossen van dit personeelstekort. Hoeveel extra zorgpersoneel levert de invoering
van budgetbekostiging naar verwachting op, dan wel hoeveel zorgpersoneel blijft hierdoor
behouden, en op basis van welke aannames of onderzoeken is deze inschatting gemaakt?
Deze leden lezen dat de argumentatie voor budgetbekostiging vooral is gestoeld op
het wegnemen van een productieprikkel en het bevorderen van samenwerking in de keten.
Zij vragen de Minister toe te lichten of er onderzoeksgegevens zijn die erop wijzen
dat de huidige productieprikkel daadwerkelijk leidt tot overbodige of ondoelmatige
zorg op de SEH, en zo ja, welke omvang dit probleem heeft. Ook vragen zij of de Minister
heeft overwogen of de knelpunten in de spoedzorgketen, zoals doorstroom en personele
beschikbaarheid, ook op andere wijze dan via een aanpassing van de bekostigingssystematiek
aangepakt hadden kunnen worden, en waarom uiteindelijk voor deze route is gekozen.
De leden van de D66-fractie onderschrijven het uitgangspunt dat de SEH nooit op zichzelf
staat, maar onderdeel is van het ziekenhuis en van de bredere spoedzorgketen waarin
huisartsenspoedpost, ambulancezorg, acute ggz, acute wijkverpleging, diagnostiek en
vervolgzorg nauw met elkaar zijn verweven. Zij vragen de Minister hoe de invoering
van budgetbekostiging voor de SEH zich verhoudt tot deze ketenbrede samenhang, en
of er een risico bestaat dat een gewijzigde prikkel op één onderdeel van de keten
leidt tot ongewenste verschuivingen van capaciteitsdruk of personeel ten opzichte
van andere schakels in de keten die niet op dezelfde wijze worden bekostigd. Op welke
manier draagt budgetbekostiging bij aan betere samenwerking in de bredere spoedzorgketen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van Minister over de
uitwerking van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en stand van zaken
invoering budgetbekostiging spoedeisende hulp. Zij danken de Minister voor de brief.
Deze leden hebben nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie lezen dat de druk op de spoedzorg toeneemt, maar dat er
aan de andere kant sprake is van een schaarste aan zorgmedewerkers. Kan de Minister
aangeven hoeveel patiënten nu naar de spoedzorg komen, omdat zij geen reguliere zorg
kunnen krijgen? Kan de Minister aangeven wat wij aan de voorkant kunnen doen om te
zorgen dat patiënten niet onnodig om de spoedeisende hulp terecht komen?
De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet verkent welke randvoorwaarden nodig
zijn om te bevorderen dat zorgverzekeraars gelijkgericht handelen bij transformaties
en niet gaan meeliften of niet deelnemen. De budgetbekostiging gaat in per 2027. Kan
de Minister aangeven welke randvoorwaarden worden verkend? Welke opties worden uitgewerkt?
Wanneer verwacht de Minister dat zij de Kamer hierover kan informeren? Genoemde leden
lezen namelijk dat het kabinet de randvoorwaarden onderzoekt, maar zij constateren
tevens dat deze opdracht aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) wordt gegeven. Zij
komen in Q3 2027 met een uitslag, later dus dan de budgetbekostiging is ingegaan.
De leden van de VVD-fractie lezen in bijlage 1 dat er geen eenmalige of structurele
kosten zijn voor zorgverleners bij invoering van de budgetbekostiging SEH. Om vervolgens
een opsomming te krijgen van de kosten die zorgverleners wel daadwerkelijk maken.
Kan de Minister toelichten hoe zij tot de conclusie komt dat er geen eenmalige of
structurele kosten zijn voor zorgverleners? Hiernaast lezen de leden van de VVD-fractie
niet duidelijk terug wat nu de daadwerkelijke kostenbesparing of kostenverhoging voor
zorgverleners is? Kan de Minister toelichten wat het daadwerkelijke verwachte nettoresultaat
zal zijn?
Tot slot zijn de leden van de VVD-fractie benieuwd naar de regeldruk. Kan de Minister
ook toelichten wat de verwachte extra regeldruk en kosten zullen zijn voor de gemeentes?
Dat is momenteel niet meegenomen, maar de leden verwachten dat gemeenten een belangrijke
rol zullen vervullen bij het mogelijk maken van passende SEH zorg in de regio. Is
de Minister dit met deze leden eens?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brief van de
Minister over de uitwerking van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio
en stand van zaken invoering budgetbekostiging spoedeisende hulp. Zij hebben hier
nog enkele vragen en opmerkingen over.
Is het nog steeds het doel om regionale ziekenhuizen in de reguliere acute zorg financieel
te compenseren voor hun beschikbaarheidsfunctie en voor lagere productieaantallen,
conform de opdrachtbrief aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)? Deelt de Minister
de opvatting dat een dergelijke bekostiging kan voorkomen dat regionale ziekenhuizen
worden gedwongen hun productie op te voeren om financieel gezond te blijven? Is de
Minister daarnaast nog steeds van mening dat de invoering van budgetbekostiging budgetneutraal
dient plaats te vinden? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de benodigde investeringen
in de beschikbaarheid van acute zorg?
Welke gevolgen verwacht de Minister dat concentratie en spreiding van de acute zorg
hebben voor de uitstroom en het behoud van artsen en verpleegkundigen op de spoedeisende
hulp (SEH)? Is onderzocht in hoeverre het beperken van SEH-functies leidt tot een
hogere werkdruk bij omliggende huisartsenposten, ambulancediensten en andere zorgverleners,
of kan bijdragen aan het ontstaan van zogenoemde zorgwoestijnen? Zo ja, wat zijn de
uitkomsten? Zo nee, is de Minister bereid dit alsnog te onderzoeken of hierover informatie
op te vragen bij de relevante beroepsverenigingen en zorgpartijen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over
de uitwerking van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en de stand van
zaken rond de invoering van budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp (SEH). Deze
leden hebben hierover enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de PVV-fractie vinden dat acute zorg voor iedere Nederlander tijdig,
dichtbij en goed bereikbaar moet zijn. Juist wanneer iedere minuut telt, moet een
patiënt kunnen rekenen op een spoedeisende hulp in de buurt. Deze leden zijn daarom
kritisch op beleid waarbij onder termen als passende acute zorg, regionale keuzes,
differentiatie en passend zorglandschap alsnog wordt toegewerkt naar concentratie,
afschaling of verschraling van acute zorg in de regio.
De Minister schrijft dat de acute zorg onder druk staat door een toenemende vraag
naar spoedzorg en schaarste aan zorgmedewerkers. De leden van de PVV-fractie erkennen
deze druk, maar vragen de Minister nadrukkelijk te bevestigen dat dit niet mag leiden
tot minder bereikbare acute zorg voor patiënten. Kan de Minister garanderen dat de
ontwikkelroute passende acute zorg niet leidt tot sluiting, afschaling of verschraling
van spoedeisende hulpen? Kan de Minister daarnaast bevestigen dat de 45-minutennorm
niet wordt uitgehold, opgerekt of anders geïnterpreteerd door regionale afspraken?
De leden van de PVV-fractie maken zich zorgen over inwoners buiten de Randstad en
in regio’s waar de reisafstanden naar acute zorg nu al groot zijn. Een SEH is voor
deze leden geen gewone voorziening die op basis van bestuurlijke modellen kan worden
herverdeeld, maar een noodzakelijke basisvoorziening. Hoe voorkomt de Minister dat
inwoners in dunner bevolkte gebieden straks verder moeten reizen voor spoedzorg? Kan
de Minister inzichtelijk maken welke SEH’s op dit moment kwetsbaar zijn qua financiën,
personeel en bereikbaarheid? En kan de Minister toezeggen dat regionale ziekenhuizen
hun herkenbare en toegankelijke functie voor inwoners in de regio behouden?
De leden van de PVV-fractie lezen dat per 1 januari 2027 de eerste stap wordt gezet
om alle SEH’s te bekostigen met een budget van ongeveer € 4,6 miljoen per SEH. Deze
leden begrijpen het uitgangspunt dat een SEH beschikbaar moet zijn, ook als het op
een bepaald moment rustig is. Tegelijkertijd roept het vaste bedrag vragen op. Waarop
is het bedrag van € 4,6 miljoen precies gebaseerd? Welke kosten worden hiermee volledig
gedekt en welke kosten niet? Is dit bedrag voldoende voor personele voorwacht, achterwacht,
materiële middelen, overhead en kapitaallasten?
De Minister erkent dat deze eerste stap nog beperkt is en nog niet volledig rekening
houdt met verschillen tussen SEH’s. Juist dat baart de leden van de PVV-fractie zorgen.
Een streekziekenhuis heeft een andere functie dan een UMC, maar kan voor de bereikbaarheid
van acute zorg in een regio minstens zo belangrijk zijn. Hoe voorkomt de Minister
dat kleine en regionale ziekenhuizen financieel tekortkomen omdat het budget onvoldoende
aansluit bij hun specifieke situatie? Wat gebeurt er als een ziekenhuis kan aantonen
dat het vaste budget onvoldoende is om de SEH open te houden? Wordt het budget jaarlijks
geïndexeerd voor loonstijgingen, inflatie en stijgende personeelskosten?
De leden van de PVV-fractie lezen dat de beschikbaarheidbijdrage voor SEH’s die gevoelig
zijn voor de 45-minutennorm komt te vervallen, omdat deze SEH’s straks een vast budget
krijgen. Deze leden willen dat de Minister glashelder maakt dat geen enkele SEH die
van belang is voor de bereikbaarheid erop achteruitgaat. Kan de Minister per ziekenhuislocatie
aangeven welke SEH’s nu onder de beschikbaarheidbijdrage vallen? Kan de Minister garanderen
dat het vervallen van deze bijdrage niet leidt tot financiële problemen bij SEH’s
die juist belangrijk zijn voor regionale bereikbaarheid? Wat betekent de toezegging
dat het vaste budget minimaal gelijk is aan de beschikbaarheidbijdrage concreet per
SEH?
De leden van de PVV-fractie hebben ook zorgen over de rol van zorgverzekeraars. Voor
het aanvragen van een budget moeten ziekenhuis en zorgverzekeraars afspraken maken
over toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de SEH. Voor de PVV-fractie
staat voorop dat acute zorg geen gewone markt is. Niet de onderhandelingstafel van
zorgverzekeraars, maar de bereikbaarheid voor patiënten moet leidend zijn.
Deze leden vragen de Minister daarom wie uiteindelijk bepaalt of een SEH open moet
blijven: de Minister, de NZa, de zorgverzekeraar of het ziekenhuis. Hoe voorkomt de
Minister dat zorgverzekeraars via het inkoopkader of via budgetafspraken sturen op
minder SEH’s of minder volwaardige acute functies? Kan de Minister toezeggen dat het
belang van patiënten, bereikbaarheid en regionale beschikbaarheid altijd zwaarder
weegt dan het financiële belang van zorgverzekeraars?
De leden van de PVV-fractie constateren dat de Kamer in 2024 en 2025 meerdere moties
heeft aangenomen over het behoud en de bereikbaarheid van acute zorg, waaronder over
Heerlen, essentiële ziekenhuisonderdelen, Zuyderland, het MMT in Oost-Nederland, communicatie
in de acute keten, personeel en budgetbekostiging. Voor zover uit de voorliggende
stukken blijkt, wordt hieraan nog onvoldoende concreet uitvoering gegeven. Deze leden
vragen de Minister per motie aan te geven welke stappen zijn gezet, welke resultaten
zijn bereikt, wat nog openstaat en waarom de Kamer hierover niet volledig is geïnformeerd.
Het gaat in ieder geval om Kamerstuk 29 247, nrs. 438, 441, 446, 447, 450 en 451, en Kamerstuk 31 765, nrs. 925, 926 en 927.
De leden van de PVV-fractie wijzen erop dat acute zorg niet overeind blijft met alleen
bestuurlijke plannen en nieuwe bekostiging. Er zijn voldoende SEH-artsen, gespecialiseerd
verpleegkundigen, physician assistants, nurse practitioners en andere zorgprofessionals
nodig. Welke concrete afspraken maakt de Minister met OCW, CZO-opleidingen, ziekenhuizen
en regionale partners om versneld en flexibeler op te leiden? Hoe wordt de Basis Acute
Zorg hierbij betrokken? En hoe wordt in regio’s waar acute zorg onder druk staat,
zoals rond Zuyderland, gewerkt aan behoud en uitbreiding van personeel?
Ook vragen deze leden aandacht voor de communicatie in de acute keten en de dekking
van mobiele medische teams. Juist in acute situaties moet communicatie tussen meldkamers,
ambulances, zorgcoördinatiecentra en hulpverleners foutloos verlopen. Kan de Minister
garanderen dat hulpverleners in alle regio’s, ook bij verschillende systemen zoals
C2000 en push-to-talk, altijd met elkaar kunnen communiceren? Welke knelpunten bestaan
er nog en wanneer zijn deze opgelost? Hoe staat het daarnaast met de MMT-dekking,
in het bijzonder in Oost-Nederland, en welke stappen zijn nog nodig om witte vlekken
weg te nemen?
De leden van de PVV-fractie zijn daarnaast kritisch op de extra regeldruk. Uit het
Sira-rapport blijkt dat de invoering van budgetbekostiging nieuwe administratieve
handelingen oplevert, waaronder het schonen van tarieven, afspraken met zorgverzekeraars,
aanvraagformulieren, opbrengstverrekening en nieuwe informatiestromen. Ook blijkt
dat latere regeldruk nog niet volledig is meegenomen, omdat de budgetbekostiging later
verder wordt doorontwikkeld.
Deze leden vragen hoe dit zich verhoudt tot de belofte om de administratiedruk in
de zorg te verminderen. Waarom kiest de Minister voor een systeem dat opnieuw leidt
tot extra formulieren, berekeningen, overleggen en controles? Hoe voorkomt de Minister
dat zorgprofessionals indirect alsnog extra administratieve lasten krijgen? Is het
Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) om advies gevraagd en zo nee, waarom niet?
Kan de Minister toezeggen dat de invoering niet doorgaat als blijkt dat de uitvoerbaarheid
voor ziekenhuizen, zeker kleinere en regionale ziekenhuizen, onvoldoende is geborgd?
De leden van de PVV-fractie lezen bovendien dat het eigen risico van verzekerden naar
verwachting vaker in één keer fors kan worden aangesproken en dat zorgverzekeraars
hierover vragen van verzekerden verwachten. Deze leden vinden dat zorgelijk. Acute
zorg mag nooit gemeden worden uit angst voor kosten of onduidelijke rekeningen. Kan
de Minister uitleggen waarom het eigen risico vaker in één keer fors aangesproken
kan worden? Om hoeveel patiënten gaat dit naar verwachting? Hoe wordt voorkomen dat
mensen uit angst voor kosten of onduidelijkheid acute zorg gaan mijden? En kan de
Minister toezeggen dat patiënten hierover vooraf duidelijk en in gewone taal worden
geïnformeerd?
Tot slot vragen de leden van de PVV-fractie aandacht voor de planning. De eerste stap
in de budgetbekostiging wordt al per 1 januari 2027 ingevoerd, terwijl belangrijke
onderdelen nog verder moeten worden uitgewerkt. Waarom wordt al gestart terwijl de
vervolgstappen nog niet volledig duidelijk zijn? Welke risico’s ziet de Minister bij
invoering per 1 januari 2027? Kan de Minister toezeggen dat de Kamer voor invoering
een volledig overzicht ontvangt van de gevolgen per regio en per SEH?
De leden van de PVV-fractie sluiten af met het uitgangspunt dat acute zorg dichtbij
en bereikbaar moet blijven. Voor deze leden is leidend: geen verschraling van acute
zorg, geen langere reistijden voor patiënten, geen sluiting van onmisbare SEH’s en
geen extra bureaucratie voor zorgverleners die nu al onder hoge druk staan.
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over
de uitwerking van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en de stand van
zaken rond de invoering van budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp (SEH). Deze
leden onderschrijven dat acute zorg voor iedere inwoner tijdig, bereikbaar, toegankelijk
en kwalitatief goed beschikbaar moet blijven. Tegen die achtergrond willen zij de
Minister nog enkele vragen voorleggen over de budgettaire randvoorwaarden, de publieke
regie op spreiding, de financiële positie van ziekenhuizen en de uitvoering van de
aangenomen motie-Coenradie over spreiding, concentratie en schaalvergroting.
Naar aanleiding van het onderdeel: budgettaire randvoorwaarden en passende zorg. De
leden van de JA21-fractie vragen de Minister, tegen de achtergrond van de in het coalitieakkoord
opgenomen besparing via passende zorg en aanpassing van wet- en regelgeving, exact
uiteen te zetten welke bedragen per jaar zijn ingeboekt voor passende zorg via wet-
en regelgeving. Kan de Minister daarbij aangeven via welke maatregelen deze besparing
moet worden gerealiseerd en welk deel daarvan direct of indirect moet neerslaan in
de medisch-specialistische zorg en de acute zorg?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister op welke wijze wordt geborgd dat de
ontwikkelroute passende acute zorg, de doorontwikkeling van budgetbekostiging, de
regionale plannen en eventuele differentiatie of concentratie van acute zorgvoorzieningen
worden gestuurd door kwaliteit, bereikbaarheid, continuïteit, personele haalbaarheid
en medisch-inhoudelijke afwegingen, en niet door een vooraf ingeboekte budgettaire
taakstelling.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat het begrip
passende zorg in de acute zorg in de praktijk wordt gebruikt als instrument voor volumekrimp
of verschraling van voorzieningen, voordat objectief is vastgesteld wat de gevolgen
zijn voor patiënten, personeel, regionale bereikbaarheid en de gehele spoedzorgketen.
Naar aanleiding van het onderdeel: stand van zaken invoering budgetbekostiging SEH.
De leden van de JA21-fractie constateren dat de Minister schrijft dat per 1 januari
2027 een eerste stap wordt gezet waarbij alle SEH’s worden bekostigd met een budget
met een beperkte afbakening van ongeveer € 4,6 miljoen per SEH. Kan de Minister nader
onderbouwen op basis van welke kostencomponenten, aannames en regionale variaties
dit bedrag tot stand is gekomen?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister in hoeverre het genoemde bedrag de
werkelijke vaste beschikbaarheidskosten van kleine en regionale ziekenhuizen dekt,
inclusief voorwacht, achterwacht, diagnostiek, ondersteunende functies, kapitaallasten
en samenhang met de intensive care (IC), operatiekamer (OK) en acute opnamecapaciteit.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister waarom, ondanks signalen van onder
meer zorgverzekeraars dat budgetbekostiging pas goed kan worden vormgegeven met een
helder inhoudelijk kader, wordt gekozen voor invoering van het tijdelijke tussenmodel
van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) per 1 januari 2027.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister waarom wordt gekozen voor deze vorm
van budgetbekostiging van de SEH, terwijl er volgens betrokken partijen ook eenvoudigere
vormen denkbaar zijn. Kan de Minister aangeven welke alternatieven zijn onderzocht
en waarom deze zijn afgevallen?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister te reflecteren op signalen dat het
tussenmodel nadelig kan uitpakken voor patiënten en ziekenhuizen, doordat patiënten
geconfronteerd kunnen worden met dubbele kosten voor het eigen risico en extra kosten
door toenemende complexiteit, terwijl ziekenhuizen te maken krijgen met extra administratieve
lasten doordat de medisch-specialistische bekostiging moet worden opgeknipt.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat het tussenmodel
leidt tot hogere complexiteit zonder extra middelen, extra zekerheid voor kwetsbare
ziekenhuizen of een oplossing voor personeelstekorten.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welk noodrem- of correctiemechanisme
beschikbaar is wanneer in 2027 blijkt dat het budget voor een individuele SEH of voor
een specifieke regio ontoereikend is om de beschikbaarheid verantwoord te borgen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of daarbij rekening wordt gehouden
met SEH’s die voor regionale bereikbaarheid essentieel zijn, maar door schaal, demografie
of afstand relatief hoge vaste kosten hebben.
De leden van de JA21-fractie constateren dat uit het onderzoek naar de regeldruk van
de invoering van budgetbekostiging blijkt dat de structurele regeldrukkosten voor
ziekenhuizen weliswaar beperkt worden geraamd, maar dat bepaalde toekomstige werkzaamheden,
waaronder correcties op de schoning in latere jaren, nog niet konden worden gekwantificeerd.
Hoe gaat de Minister voorkomen dat de invoering van budgetbekostiging leidt tot een
nieuwe structurele verantwoordings- en onderhandelingslast voor ziekenhuizen?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of de Kamer in 2027 separaat wordt
geïnformeerd over de feitelijke regeldruk na de eerste contracterings- en budgetcyclus.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister specifiek toe te lichten waarom is
gekozen voor een bekostigingsvorm die de medisch-specialistische bekostiging moet
opknippen en daarmee nieuwe administratieve complexiteit creëert, in plaats van voor
een eenvoudiger beschikbaarheidsbekostiging of een andere minder belastende vorm.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister te bevestigen dat de invoering van
budgetbekostiging niet leidt tot extra registratielasten voor zorgprofessionals op
de SEH. Welke waarborgen worden ingebouwd om te voorkomen dat aanvullende informatiebehoeften
van de NZa, zorgverzekeraars of het ministerie uiteindelijk toch op de werkvloer terechtkomen?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister, indien het doel is om verblijf op
de SEH te verminderen, of het beperken van de instroom naar de SEH de meest geëigende
route is. Welke andere opties heeft de Minister overwogen om onnodig of langdurig
verblijf op de SEH terug te dringen, zoals betere doorstroom, extra capaciteit in
vervolgzorg, regionale triage of versterking van de eerste lijn?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of de huisartsenzorg in de betrokken
regio’s voldoende is toegerust om extra zorgvragen op te vangen. Hoe voorkomt de Minister
dat patiënten in sommige regio’s minder snel een arts raadplegen, waardoor klachten
kunnen verergeren en uiteindelijk zwaardere zorg nodig is?
Naar aanleiding van het onderdeel: passende acute zorg in de regio en overheidsregie
op spreiding. De leden van de JA21-fractie constateren, tegen de achtergrond van het
coalitieakkoord, dat de overheid een meer sturende rol krijgt op het zorglandschap
van de toekomst, met meer regie op spreiding en concentratie en indien nodig strengere
eisen aan vergunningverlening. Deze leden constateren dat de brief veel aandacht besteedt
aan regionale keuzes, differentiatie, concentratie, strengere procesvoorwaarden en
de rol van zorgverzekeraars, maar dat de overheidsregie op spreiding nog onvoldoende
concreet wordt ingevuld.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister op welke wijze uitvoering wordt gegeven
aan het verzoek uit de aangenomen motie-Coenradie om uit te werken hoe de Minister
meer regie neemt op de spreiding van ziekenhuiszorg en welke bestuurlijke, financiële
of wettelijke instrumenten daarvoor nodig zijn.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister daarbij expliciet onderscheid te maken
tussen acute zorg, semi-acute zorg en planbare ziekenhuiszorg.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke concrete maatregelen worden
genomen om publieke regie te voeren op de geografische spreiding van SEH’s, acute
verloskunde, IC-capaciteit, diagnostiek, ambulancezorg en andere schakels in de acute
zorgketen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke concrete maatregelen worden
genomen om ook de spreiding van planbare ziekenhuiszorg, waaronder poliklinische zorg,
dagbehandeling, diagnostiek, electieve ingrepen en chronische zorg, dichtbij inwoners
te borgen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat concentratie
van acute functies automatisch leidt tot verschraling of verplaatsing van planbare
basiszorg uit regionale ziekenhuizen, terwijl juist die planbare zorg voor de leefbaarheid,
toegankelijkheid en financiële draagkracht van regionale ziekenhuizen van groot belang
is.
De leden van de JA21-fractie constateren dat de Minister per 1 januari 2029 een vervolgstap
wil zetten in de budgetbekostiging voor SEH’s, terwijl het inhoudelijk kader daarvoor
nog tot stand moet komen in de ontwikkelroute. Kan de Minister toelichten hoe de ontwikkelroute
voor SEH-zorg in samenhang wordt bezien met lopende vraagstukken over IC-capaciteit,
concentratie en spreiding van medisch-specialistische zorg en acute geboortezorg?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister waarom wordt gekozen voor drie parallelle
sporen, waaronder de doorontwikkeling van de budgetbekostiging, en niet eerst voor
een inhoudelijke doorontwikkeling waarna de Minister zorgt voor een passende bekostiging.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of de Kamer voor de Algemene Politieke
Beschouwingen wordt geïnformeerd over de uitwerking van overheidsregie op spreiding.
Indien dat niet het geval is, vragen deze leden de Minister toe te lichten waarom
niet.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe in de regionale plannen wordt
geborgd dat spreiding en nabijheid niet ondergeschikt raken aan concentratie en doelmatigheid.
Welke minimale landelijke randvoorwaarden hanteert de Minister voor bereikbaarheid,
regionale continuïteit, kwetsbare regio’s, grensregio’s en gebieden met relatief grote
reisafstanden?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister op welke wijze wordt gewerkt aan een
kader met normen voor beschikbaarheid van SEH’s of aan een alternatief voor de 45-minutennorm,
zoals in het Integraal Zorgakkoord is afgesproken en door de NZa als randvoorwaarde
is benoemd voor effectieve beschikbaarheidsbekostiging voor acute zorg.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister waarom in de beleidsbrief geen concreet
toegankelijkheidskader wordt beschreven en hoe dit zich verhoudt tot de constatering
dat kwaliteitsnormen geen afspraken over toegankelijkheid bevatten.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke rol provincies, gemeenten en
andere decentrale overheden krijgen bij de beoordeling van regionale plannen voor
acute zorg.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat besluiten
over afschaling of concentratie van acute functies feitelijk worden genomen in contracteringsprocessen
tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars, zonder voldoende publieke weging van bereikbaarheid,
leefbaarheid en regionale gevolgen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe ervoor wordt gezorgd dat budgetbekostiging
hand in hand gaat met een helder en gedragen inhoudelijk kader, zodat de bekostiging
daadwerkelijk bijdraagt aan de toegankelijkheid van aantoonbaar goede en veilige acute
zorg voor patiënten.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister op welke wijze budgetbekostiging bijdraagt
aan noodzakelijke en onderbouwde keuzes in de regio over concentratie, spreiding en
differentiatie van SEH-zorg.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat budgetten
voor verschillende typen SEH’s het acute zorglandschap juist verder vastzetten in
plaats van regionale keuzes mogelijk maken, en hoe perverse prikkels worden voorkomen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke doorzettingsmacht beschikbaar
is wanneer regionale partijen geen overeenstemming bereiken of wanneer regionale plannen
naar het oordeel van de Minister onvoldoende voorzien in spreiding, bereikbaarheid
en continuïteit van acute zorg.
Naar aanleiding van het onderdeel: financiële positie van ziekenhuizen, vastgoed en
investeringsruimte. De leden van de JA21-fractie maken zich zorgen over de financiële
positie en investeringsruimte van ziekenhuizen. Uit de Benchmark Ziekenhuizen/Universitair
Medische Centra 2025 van BDO Accountants & Adviseurs blijkt dat de investeringsruimte
van ziekenhuizen onder druk staat en dat een aanzienlijk deel van de ziekenhuizen
financieel kwetsbaar is. Daarbij spelen onder meer personeelskosten, vastgoed, financieringslasten
en achterblijvende investeringen een rol.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat financiële
kwetsbaarheid, afschrijvingen op vastgoed, bankconvenanten, rentelasten of noodzakelijke
balansverbetering de besluitvorming over concentratie, differentiatie of afschaling
gaan domineren, in plaats van kwaliteit, toegankelijkheid, regionale spreiding en
medisch-inhoudelijke noodzaak.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of de signalen rond het Ommelander
Ziekenhuis bekend zijn, waar bouw- en financieringslasten hebben geleid tot een financieel
herstelplan waarbij onder meer de provincie Groningen, zorgverzekeraars en het Universitair
Medisch Centrum Groningen (UMCG) betrokken zijn.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke lessen hieruit worden getrokken
voor de landelijke inrichting van acute zorg, vooral in regio’s waar een ziekenhuis
maatschappelijk onmisbaar is maar financieel kwetsbaar blijft.
Naar aanleiding van het onderdeel: Onderzoek naar concentratie, differentiatie, schaalgrootte
en keteneffecten. De leden van de JA21-fractie constateren dat de aangenomen motie-Coenradie
verzoekt om concreet, cijfermatig, domeinoverstijgend en actueel te onderzoeken in
hoeverre schaalvergroting door concentratie en differentiatie leidt tot lagere kosten,
personeelswinst en betere kwaliteit van zorg. Deze leden vragen de Minister op welke
manier uitvoering wordt gegeven aan dit verzoek.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister wie opdrachtgever wordt, wie het onderzoek
uitvoert, wat de planning is en op welk moment de Kamer de onderzoeksopzet ontvangt.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister welke partijen bij het onderzoek worden
betrokken. Worden naast zorgaanbieders, zorgverzekeraars, de NZa, het Zorginstituut
Nederland, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), Regionale Overleggen Acute
Zorgketen (ROAZ’en) en beroepsverenigingen ook patiëntenorganisaties, werknemersvertegenwoordigers,
ambulancediensten, huisartsenposten, gemeenten, provincies en deskundigen uit het
sociaal domein betrokken?
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of er voldoende actuele nationale
en internationale literatuur over concentratie, differentiatie, schaalvergroting en
optimale schaal beschikbaar is om het onderzoek te beperken tot een literatuurstudie.
Indien dat het geval is, vragen deze leden de Minister welke literatuur daarvoor dragend
en actueel genoeg wordt geacht.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of het onderzoek, indien de beschikbare
literatuur onvoldoende is, wordt uitgebreid met empirische analyses, casusonderzoek
en evaluaties van eerdere sluitingen, fusies, afschalingen en concentratiebesluiten.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister in hoeverre de financiële, personele,
kwalitatieve en gezondheidseffecten van eerdere sluitingen of afschalingen van SEH’s,
acute verloskunde, IC-capaciteit of andere acute functies worden meegenomen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister of daarbij ook wordt gekeken naar
effecten op ambulance-inzet, aanrijtijden, doorstroom, reistijd voor patiënten en
naasten, druk op huisartsenposten, druk op omliggende ziekenhuizen, personeelstekorten
en regionale arbeidsmarkt.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister te bevestigen dat het onderzoek daadwerkelijk
domeinoverstijgend wordt opgezet en daarbij ook de kosten en effecten in het sociaal
domein, voor gemeenten en provincies, voor bereikbaarheid en mobiliteit, voor mantelzorgers
en voor andere decentrale overheden meeneemt.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat schaalvergroting
op papier doelmatiger lijkt binnen de zorgbegroting, terwijl kosten door langere reistijden,
verminderde bereikbaarheid, extra ambulance-inzet, druk op de Wet maatschappelijke
ondersteuning (Wmo) of het sociaal domein en effecten op lokale leefbaarheid elders
bij decentrale overheden en inwoners terechtkomen.
De leden van de JA21-fractie vragen de Minister toe te zeggen dat geen onomkeerbare
stappen worden gezet tot sluiting, afschaling of fundamentele omzetting van acute
zorgfuncties op basis van de ontwikkelroute passende acute zorg voordat de resultaten
van dit onderzoek beschikbaar zijn, met de Kamer zijn gedeeld en inhoudelijk met de
Kamer zijn besproken. Indien de Minister dat niet kan toezeggen, vragen deze leden
de Minister toe te lichten waarom niet.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief over
de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio.
De leden van de BBB-fractie wijzen erop dat de Kamer recent de motie-Vermeer heeft
aangenomen, waarin de regering wordt verzocht om bij alle vervolgstappen richting
de SEH-budgetbekostiging te werken aan een passende financiële positie van SEH’s in
regionale ziekenhuizen binnen het daarvoor geldende VWS-begrotingskader en binnen
het huidige normenkader. Deze leden zien dat met deze brief een eerste tussenstap
richting de uitvoering van de motie is gezet.
Kan de Minister concreet aangeven welke vervolgstappen zij gaat zetten om te komen
tot een passende financiële positie van SEH’s in regionale ziekenhuizen? Maakt het
compenseren van lagere productieaantallen vanwege het beschikbaar houden van acute
zorg hier onderdeel van uit?
De Minister kondigt een ontwikkelroute aan langs drie sporen. Lopen deze sporen gelijktijdig
op? Acht de Minister het mogelijk dat bepaalde onderdelen van deze ontwikkelroute
wel worden uitgevoerd en andere niet? Vinden er de komende jaren bezuinigingen plaats
op de acute zorg?
De Minister schrijft dat uiteindelijk een budgetbekostiging wordt nagestreefd die
rekening houdt met verschillen tussen SEH’s, zoals schaalgrootte en de verschillende
functies die acute zorgvoorzieningen in een regio kunnen vervullen. De leden van de
BBB-fractie vragen de Minister nader toe te lichten wat zij precies verstaat onder
een «gedifferentieerd aanbod» van acute zorg. Kan de Minister daarbij expliciet aangeven
hoe een dergelijke differentiatie een regionaal ziekenhuis helpt om voor de SEH minder
afhankelijk te worden van productieprikkels?
In de eerste stap van de budgetbekostiging blijft het budget voor een ziekenhuis in
theorie gelijk. Vaste bijdragen worden gecompenseerd door schoning op de tarieven.
Geschoonde prijzen in regionale ziekenhuizen vallen lager uit. De leden van de BBB-fractie
vragen in hoeverre regionale ziekenhuizen hierdoor in de praktijk alsnog afhankelijk
blijven van hogere productieaantallen om financieel gezond te blijven. In hoeverre
dwingt dit hen alsnog tot het draaien van hogere volumes om financieel te overleven?
En in hoeverre maakt dit hen afhankelijker van zorgverzekeraars?
De Minister schrijft dat uiteindelijk rekening gehouden zal worden met verschillen
tussen SEH’s, waaronder schaalgrootte en verschillende functies binnen de regio. De
leden van de BBB-fractie vragen wat dit precies betekent. Indien regionale ziekenhuizen
last hebben van kleinere productieaantallen op de SEH, hoe lost het verkleinen van
hun productie dan hun probleem op? Welke profielen zijn er voor SEH’s in regionale
ziekenhuizen? En hoe wordt voorkomen dat regionale ziekenhuizen gedwongen worden om
meer productie te draaien in plaats van passende zorg te leveren?
De leden van de BBB-fractie lezen daarnaast dat de Minister schrijft dat niet iedere
SEH dezelfde rol of omvang hoeft te hebben en dat ruimte kan ontstaan voor acute zorgfuncties
die niet de volledige functie van een klassieke SEH vervullen. Kan de Minister uitsluiten
dat de invoering en doorontwikkeling van de budgetbekostiging wordt gebruikt om bestaande
SEH’s af te schalen naar lichtere voorzieningen? Is de Minister het met deze leden
eens dat een spoedeisende hulp in beginsel een volwaardige spoedeisende hulp moet
blijven en dat budgetbekostiging niet bedoeld is om SEH’s te «downgraden» tot een
soort veredelde eerstehulppost of huisartsenpost?
Uit onderzoek blijkt dat veel ziekenhuizen voornamelijk goed bereikbaar zijn met de
auto. Is de Minister bereid te onderzoeken hoeveel patiënten voor hun reis naar het
ziekenhuis afhankelijk zijn van het openbaar vervoer, zodat deze bereikbaarheid kan
worden betrokken bij besluiten over de inrichting van de acute zorg?
Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie op welke wijze patiëntenorganisaties,
regionale ziekenhuizen, professionals uit de acute zorg en burgemeesters worden betrokken
bij de regionale besluitvorming. Hoe verhoudt dit overleg zich tot het opstellen van
regiobeelden en regioplannen in het Regionaal overleg acute zorgketen (ROAZ), die
in 2028 worden herijkt?
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de uitwerking van
de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en de stand van zaken van de invoering
van de budgetbekostiging spoedeisende hulp. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen
over.
De leden van de SP-fractie benadrukken dat budgetbekostiging voor de spoedeisende
hulp belangrijk is, maar dat dit wel moet worden ingezet om de sluiting of afschaling
van spoedeisende hulpafdelingen tegen te gaan. In de brief van de Minister lijkt daarentegen
juist te worden voorgesorteerd op het inzetten van budgetbekostiging om juist het
tegenovergestelde te bereiken. Klopt dit? Is de Minister van plan om via de budgetbekostiging
sommige ziekenhuizen te stimuleren om juist hun aanbod van acute zorg te verminderen?
De leden van de SP-fractie lezen bijvoorbeeld dat het kabinet «wil dat zorgaanbieders
en zorgverzekeraars in iedere regio duidelijke keuzes maken over waar welke acute
zorg wordt geleverd [en] dat wordt bezien waar zorg anders, minder of op een andere
plek wordt georganiseerd, wanneer dit beter aansluit bij kwaliteit, continuïteit en
toegankelijkheid van zorg en personele beschikbaarheid.» Hoe verhoudt dit zich tot
de inzet van budgetbekostiging, dat over het algemeen een middel is om juist te voorkomen
dat zorgaanbod verdwijnt?
Daarnaast lezen de leden van de SP-fractie dat «De ontwikkelroute is [...] gericht
op het ondersteunen van en het bieden van kaders voor noodzakelijke veranderingen
in de regionale inrichting van de acute zorg. Hier is het zorgen voor een passende
budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp een onderdeel van.» Waarom richt de Minister
de inzet van budgetbekostiging niet juist op het tegengaan van de afbraak van zorgaanbod?
Is de Minister bereid dit alsnog te doen?
II. Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
E.M. Sjerp, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.