Brief regering : Voortgang ouderenhuisvesting
29 389 Vergrijzing en het integrale ouderenbeleid
Nr. 186
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING EN VAN LANGDURIGE
ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 juli 2026
Vanwege de vergrijzing, veranderende woonwensen van ouderen en de druk op de woningmarkt
is het belang van deze woonopgave voor ouderen zeer groot. Voldoende passende woonvormen
voor ouderen zijn cruciaal om mensen de mogelijkheid te bieden om langer zelfstandig
te kunnen wonen. Daarom werkt het kabinet samen met medeoverheden, corporaties, zorgorganisaties,
marktpartijen en vertegenwoordigers van ouderen aan voldoende passende woningen voor
ouderen. De opgave tot en met 2030 bedraagt circa 290.000 geschikte woningen, als
onderdeel van de totale woningbouwopgave van 100.000 woningen per jaar.
Zoals toegezegd1 informeren wij uw Kamer via deze brief over de voortgang van deze opgave en de maatregelen
die het kabinet neemt om de realisatie te versnellen. In lijn met de aanbevelingen
van de Algemene Rekenkamer2 zullen we in deze voortgangsrapportage ook ingaan op knelpunten, de haalbaarheid
van de opgave en tussentijdse doelen. We bespreken eerst de voortgang van de ouderenopgave
tot nu toe en vervolgens de acties die we inzetten om de benodigde schaalvergroting
te realiseren. In de bijlage lichten we enkele van die acties nader toe en staan we
stil bij een aantal andere onderwerpen met betrekking tot ouderenhuisvesting waarover
we u graag informeren.
Voortgang ouderenhuisvesting
Zorgzame woongemeenschappen voor ouderen hebben de aandacht van overheden, corporaties,
ontwikkelaars, investeerders, zorgpartijen en ouderen zelf. Lokaal, regionaal, provinciaal
en landelijk weten deze partijen elkaar steeds beter te vinden, waardoor we vooruitgang
zien in de planvorming van de woningen voor ouderen.
Voor nultredenwoningen liggen zowel de planvorming als realisaties op koers. Er zijn plannen voor ruim 230% van de opgave van 170.000 nultredenwoningen. Ook
in de realisaties zien we dat er sinds 2022 jaarlijks zo’n 20.000 van deze woningtypen
worden toegevoegd. De opgave aan nultredenwoningen tot en met 2030 achten wij daarom
haalbaar.
Voor geclusterde en zorggeschikte woningen is een schaalvergroting nodig. Op basis van de plannen van corporaties en gemeenten zien we dat zo’n 40–50% van
de opgave (80.000 geclusterde woningen en 40.000 zorggeschikte woningen) is gedekt
door plannen. Dit ligt daarmee nog ver beneden de doelstelling. Op basis van de aanvragen
uit onze subsidieregelingen weten we dat er ontmoetingsruimten worden gerealiseerd
bij zo’n 29.000 geclusterde woningen en dat er aanvragen toegekend zijn voor 7866
zorggeschikte woningen. Deze woningen zijn al gerealiseerd of worden binnen de komende
zeven jaar gerealiseerd. De realisaties vallen daarmee deels na 2030. Voor deze woningtypen
is het nog niet goed mogelijk om de realisaties via de monitoringsinstrumenten in
beeld te brengen. In de paragraaf «verbetering van de monitoring» geven we aan hoe
we hier aan werken.
We kunnen dus concluderen dat de bouw van woningen voor ouderen op gang is gekomen:
er zijn plannen en ontwikkelingen voor zo’n 215.000 van de 290.000 woningen die nodig
zijn. Voor geclusterde- en zorggeschikte woningen is nog een flinke versnelling en
schaalvergroting nodig. Dit hangt uiteraard samen met de reguliere uitdagingen die
woningbouw kent3. De maatregelen die door de Taskforce Versnellen Woningbouw worden genomen om de
woningbouw te stimuleren, bevorderen daarmee ook de ouderenhuisvesting. Het is echter
ook zo dat de bouw van geclusterde en zorggeschikte woningen extra uitdagingen kent,
zoals het feit dat deze woningtypen relatief nieuw zijn, de samenwerking die vaak
nodig is tussen het woon- en zorgdomein en de extra kosten die bij de bouw van deze
woningtypen kunnen komen kijken. Om tegemoet te komen aan die extra kosten stelt het
kabinet naast de € 120 miljoen die in 2026 via stimuleringsregelingen beschikbaar
is, een bedrag van € 420 miljoen euro beschikbaar voor de periode 2027 t/m 2030.
Acties om de bouw voor ouderen te stimuleren
Met de partijen die betrokken zijn bij ouderenhuisvesting werken we hard aan de benodigde
versnelling en schaalvergroting, waarbij we inspelen op de specifieke uitdagingen
die deze opgave kent. Dat doen we onder andere door middel van het inzetten van:
– het verbeteren van de monitoring,
– sturing via woningbouwinstrumenten,
– specifieke financiële regelingen,
– gemeenschapsvorming,
– financiële doorstroommaatregelen en,
– een ondersteuningsteam.
Hieronder lichten we deze acties kort toe. In de bijlage staat een uitgebreidere toelichting.
Verbeteren van de monitoring
Goed zicht op de voortgang van de opgave is cruciaal om goed op de opgave te kunnen
sturen. Om de planvorming en realisatie van woningen geschikt voor ouderen te kunnen
monitoren, is het noodzakelijk gebleken om gebruik te maken van verschillende bestaande
en nieuwe databronnen om een zo volledig mogelijk beeld van de voortgang te krijgen.
Eén integrale landsdekkende databron voor alle woningtypen en doelstellingen is niet
mogelijk. Hierbij spelen drie belangrijke uitdagingen.
Ten eerste moet de datakwaliteit beter. Hoewel de aanlevering elk jaar iets verbetert,
levert slechts 45% van de corporaties plannen aan over geclusterde- en zorggeschikte
woningen en leveren slechts 2/3e van alle gemeenten plannen aan voor geclusterde- en/of zorggeschikte woningen, vaak
om begrijpelijke redenen. Het Ministerie van BZK gaat met medeoverheden en de corporatiesector in gesprek over het verbeteren van de datakwaliteit,
want die kan en moet beter.
Ten tweede zien we het aantal gerealiseerde geclusterde- en zorggeschikte woningen
niet goed in de monitoringsinstrumenten. Om dit zicht te verbeteren, wordt het naar
verwachting in de loop van 2027 mogelijk om de plannen uit de Landelijk Monitor Voortgang
Woningbouw te koppelen aan de realisaties van het CBS. Daarmee kunnen realisaties
in beeld gebracht worden, met als randvoorwaarde dat gemeenten een volledig beeld
van hun woningbouwplannen aanleveren. Daarnaast geven de aanvragen voor de stimuleringsregelingen
een beeld zodra die plannen zijn omgezet in realisaties.
Ten derde ontbreekt een monitoringsystematiek voor het verbouwen van de bestaande
voorraad, waarmee een deel van de invulling van de opgave buiten beeld blijft (bv.
Thuisplus flats of LangLevenThuis-flats). Hoewel dit tot nu toe uitdagend is gebleken,
blijven we samen met medeoverheden en de corporatiesector in gesprek over de (on)mogelijkheden
om hier zicht op te krijgen.
De verantwoordelijkheid voor goede monitoring ligt bij alle betrokken partijen. Daarbij
houden wij oog voor de balans tussen voldoende informatie om op de opgave te sturen
en een draagbare werklast voor medeoverheden en corporaties.
Sturing via woningbouwinstrumenten
In de afgelopen jaren is via de woondeals en in de uitwerking van de Wet versterking
regie volkshuisvesting een raamwerk neergezet om te sturen op de bouwopgave voor ouderen.
Ook andere sturingsinstrumenten, zoals het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en
huurwetgeving (zie bijlage), worden ingezet om planvorming en realisaties van ouderenhuisvesting
aan te jagen.
In 2024 heeft het kabinet met alle provincies en regio’s woondealafspraken gemaakt
over de woningbouwopgave voor ouderen tot en met 2030.4 Dat betekent dat het per regio voor alle gemeenten duidelijk is welke opgave zij
hebben voor ouderenhuisvesting, uitgesplitst naar nultredenwoningen, geclusterde-
en zorggeschikte woningen. In de aanstaande Bestuurlijke Overleggen Woondeals staat
de voortgang van de woningtypen voor ouderen ook op de agenda.
Dit jaar worden bestaande woondealafspraken over de woningbouwopgave geactualiseerd
voor een nieuwe 10-jaarsperiode, die loopt van 2027 tot en met 2036. Daarbij worden
ook de woningtypen voor ouderen meegenomen. De bestaande afspraken met medeoverheden
over ouderenhuisvesting voor de periode tot en met 2030 blijven staan. De nieuwe afspraken
voor woningtypen voor ouderen betreffen een uitbreidingsopgave voor de aanvullende
periode 2031 tot en met 2036. Onderzoeksbureau ABF Research heeft een uitbreidingsprognose
opgesteld voor deze tijdsperiode, als input voor de gesprekken met medeoverheden.
Hierbij is expliciet aangesloten bij de woonwensen en financiële mogelijkheden van
ouderen, conform de motie van het lid Van der Plas5. Deze motie beschouwen we hiermee als afgedaan. In de prognose is ook de bouwopgave
zoals die is geïdentificeerd in het «onderzoek naar de herintroductie van verzorgingshuizen»
van PWC verwerkt.6 Deze publicatie van ABF Research is recent met uw Kamer gedeeld.7
In de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting, die inmiddels door beide Kamers is aangenomen
en per 1 juli 2026 in werking is getreden, worden gemeenten verplicht om in de volkshuisvestingsprogramma’s
de te realiseren aantallen woningtypen voor ouderen te expliciteren. Dit houdt in
dat een gemeente in het volkshuisvestingsprogramma opneemt hoeveel nultredenwoningen,
geclusterde- en zorggeschikte woningen zij voornemens is te realiseren in nieuwbouw
en bestaande bouw. De afspraken die tijdens (de actualisatie van) de woondeals zijn
gemaakt, zijn in beginsel leidend voor de inhoud van deze volkshuisvestingsprogramma’s.
Financiële regelingen
Vanwege de onrendabele top die geclusterde en zorggeschikte woningen in het betaalbare
segment vaak hebben, hebben we stimuleringsregelingen voor deze woningtypen.
Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO)
Het Rijk stimuleert geclusterd bouwen voor ouderen en de realisatie van ontmoetingsruimten
in geclusterde woonvormen met de SOO.8 De SOO stelt initiatiefnemers in staat om de bouwkosten voor realisatie van ontmoetingsruimten
voor ouderen te dekken in zowel nieuwbouw als bestaande voorraad. In de drie tranches
van deze regeling sinds 2022 is in totaal voor 77 miljoen euro aangevraagd. Dit heeft
een bijdrage geleverd aan naar schatting 29.000 geclusterde woningen met een ontmoetingsruimte.
Op 18 mei 2026 is de vierde tranche opengesteld met een budget van 40 miljoen euro.
Tot en met begin juni leidde dit al tot ruim 80 aanvragen voor meer dan 12 miljoen
euro.
De Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen (SZGW)
De SZGW heeft tot doel een deel van de extra onrendabele top voor het realiseren van
zorggeschikte woningen in het sociale huursegment te compenseren en daarmee een stimulans
te geven aan de bouw van dit woningtype.9 Voor de SZGW is in de periode 2023 t/m 2026 in totaal € 312 miljoen beschikbaar om
verplichtingen aan te gaan. In de eerste en tweede tranche van de SZGW (2023 t/m 2025)
is in totaal € 116 miljoen aangevraagd voor 7866 zorggeschikte woningen. Op 18 mei
2026 is een nieuwe tranche voor 2026 opengesteld. Hiervoor is een budget beschikbaar
van € 80 miljoen. Deze nieuwe ronde is gelijktijdig opengesteld met de SOO en de subsidies
in beide regelingen kunnen worden aangevraagd tot en met 18 december 2026.
Fonds Coöperatief Wonen
Eind 2026 gaat het Fonds Coöperatief Wonen van start met een subsidie van € 60,6 miljoen
(uitgekeerd aan het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn)
dat het fonds zal uitvoeren), waarmee bewoners worden ondersteund die graag zelf de
regie nemen en met gelijkgestemden samen een collectieve woonvorm willen realiseren.
Ouderen zijn vaak initiatiefnemers van deze coöperatieve initiatieven en zij kunnen
ook goed gebruikmaken van deze regeling.
Nieuw instrumentarium vanaf 2027 inclusief beschikbare middelen
Het vorige kabinet heeft aanvullende middelen gereserveerd binnen de Realisatiestimulans
voor zorggeschikte- en geclusterde woningen voor ouderen en aandachtsgroepen.10 Het gaat daarbij, naast het bedrag van € 120 miljoen euro voor 2026 (SZGW en SOO),
om een bedrag van € 420 miljoen euro voor de periode 2027 t/m 2030. Tijdens het commissiedebat
Ouderenzorg van 4 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
(VRO) toegezegd aan te geven of deze middelen voldoende zijn om de opgave tot en met
2030 te stimuleren. Onze inschatting is dat deze middelen voldoende zijn om de opgave
in het betaalbare segment, waar een onrendabele top voor deze woningtypen is, te stimuleren.
Een nieuwe regeling waarmee deze middelen vanaf 2027 worden uitgekeerd, wordt op dit
moment uitgewerkt.
Gemeenschapsvorming
Organisatie van activiteiten, voldoende aanspraak in een ontmoetingsruimte of gezamenlijk
koken en eten zijn belangrijke elementen voor fijn wonen in een zorgzame gemeenschap,
zoals ook is aangegeven in de brief over moderne verzorgingshuizen.11 Een levendige gemeenschap zorgt er ook voor dat er een lagere zorg- en ondersteuningsvraag
is, zeker als bewoners kunnen worden gestimuleerd hier zelf een rol in te spelen.
Ook is het voor partners van bewoners met dementie fijner om in een dergelijke gemeenschap
te (blijven) wonen. Daarnaast zijn er door gemeenschapsvorming in een geclusterde
woonvorm meer mogelijkheden om kleine signalen van achteruitgang op te vangen (bijvoorbeeld
minder naar buiten gaan, vaker vallen, toenemende vergeetachtigheid) en met het zorg-
en welzijnsteam op een snelle, laagdrempelige manier passende ondersteuning te organiseren
voordat problemen escaleren. Ook kunnen in het kader van de gemeenschapsvorming bewegingsactiviteiten
in de ontmoetingsruimte worden aangeboden, die bijdragen aan het voorkomen van vallen
(valpreventie). We zien mooie ontwikkelingen van woonvormen gericht op gemeenschapsvorming
in nieuwbouw, maar zeker ook in bestaande gebouwen. Voorbeelden hiervan zijn concepten
als ThuisPlus-flats of LangLevenThuis-flats, waarbij oudere flats gerenoveerd worden
tot geclusterde woningen geschikt voor ouderen met een levendige gemeenschap. In lijn
met het advies van de Algemene Rekenkamer12 stimuleren we ontwikkelingen van woningen voor ouderen in de bestaande bouw dan ook,
door duidelijkheid te verschaffen over definities van de woningtypen in de bestaande
bouw en aanpassingen in de bestaande bouw een plek te (blijven) geven in de financiële
regelingen.
De dynamiek in deze gemeenschappen komt in de praktijk over het algemeen niet vanzelf
tot stand. Professionele ondersteuning voor 1 à 2 dagen in de week kan net dat extra
zetje geven. Veel initiatieven worstelen met de financiering van de exploitatie van
de ontmoetingsruimte. Dit wordt vaak uit tijdelijke potjes gefinancierd, waarbij er
elk jaar onzekerheid is over de financiering. De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd
en Sport (LJS) is voornemens de financiering van de gemeenschapsvorming in woonvormen
te betrekken bij de aanvullende Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg-afspraken. Het komende
half jaar worden deze aanvullende afspraken verder uitgewerkt.
Financiële doorstroommaatregelen
Het moet voor ouderen ook financieel aantrekkelijk zijn om door te stromen naar een
passende woning of samen te gaan wonen met elkaar. Het Ministerie van BZK onderzoekt
daarom met de hypotheeksector hoe we kunnen zorgen voor een aantrekkelijke (hypothecaire)
lening, die de (ervaren) financiële drempel om te verhuizen voor ouderen kan verlagen.
Deze lening wordt gebaseerd op de overwaarde van de huidige woning, is bedoeld om
de nieuwe woning passend te maken en wordt afgelost bij verkoop van de oude woning.
Hierbij wordt het onlangs aangeboden voorstel van het CDA en 50Plus betrokken.13 We verkennen dit jaar in het Platform hypotheken met alle relevante partijen in de
sector (kredietverstrekkers, NHG, toezichthouders) welke kansen en knelpunten er zijn
om een dergelijk product aan te bieden. Daarbij bespreken we ook wat er mogelijk in
de randvoorwaarden (wet- en regelgeving) vanuit het Rijk nodig is qua aanpassingen.
Het is bekend dat leefvormen in de AOW een belemmering kunnen vormen bij woningdelen
voor ouderen. Daarom bent u eerder geïnformeerd14 over een vereenvoudiging en harmonisatie van de leefvormbeoordeling in de AOW via
een partnerbegrip met objectieve criteria, inclusief een voorstel voor dekking. Uw
Kamer wordt hierover tijdens Prinsjesdag geïnformeerd.
Ondersteuning
De afgelopen jaren heeft het Aanjaagteam Wonen Zorg Welzijn voor Ouderen een belangrijke
bijdrage geleverd aan de agendering van de opgave, het opzetten van lokale- en regionale
samenwerkingsverbanden en het ontwikkelen en ontsluiten van kennis over ouderenhuisvesting.
Daarnaast heeft het Aanjaagteam de beweging «van bod naar plot» in gang gezet, om
lokaal van afspraken tot uitvoering te komen. Om een beeld te geven van vernieuwende
gemeenschaps- en woonzorgconcepten die al zijn gerealiseerd, heeft het Aanjaagteam
de interactieve kaart «Nederland staat niet stil» ontwikkeld. We zijn het Aanjaagteam
zeer erkentelijk voor hun bijdrage. Tegelijkertijd zien we dat de opgave in ander
vaarwater is beland, waar een ander type ondersteuning bij past die minder gericht
is op agendering en beleid en meer op ondersteuning van de planvorming en realisatie
in concrete gebieden en projecten. Daarom rondt het Aanjaagteam begin juli 2026 haar
werkzaamheden af. In lijn met de aanbevelingen van het Aanjaagteam over de invulling
van het amendement Dobbe15, werken we verder uit hoe ondersteuning bij de realisatie van concrete woon-zorgprojecten
ingevuld kan worden, in relatie tot het programma uitvoeringskracht bij het Ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het doel is om dit in het eerste kwartaal
van 2027 ingericht te hebben.
Tot slot
We zijn blij om te zien dat de bouwopgave voor ouderen op gang is gekomen, maar zien
ook de extra aandacht die nodig is voor geclusterde en zorggeschikte woningen. Hierin
hebben wij als Ministers, maar ook alle betrokken partijen, een belangrijke rol. De
komende periode ligt onze focus op het versnellen van concrete bouwplannen en het
vergroten van het aanbod aan geclusterde- en zorggeschikte woningen door onder andere
de inzet van de woningbouwinstrumenten en stimuleringsregelingen. Daarnaast focussen
we op het verbeteren van de monitoring. Wij houden uw Kamer op de hoogte van de voortgang.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O’Sullivan
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
BIJLAGE
Toelichting voortgang
Woningtypen voor ouderen
De afgelopen jaren is volop ingezet op de realisatie van woningtypen geschikt voor
ouderen. Wij onderscheiden drie woningtypen die in uiteenlopende woonvormen gerealiseerd
worden:
– Bij nultredenwoningen gaat het om woningen waarvan de toegang en de woon- en slaapkamer,
keuken, toiletruimte en badruimte zonder trap kunnen worden betreden.
– Geclusterde woningen zijn minimaal twaalf nultredenwoningen met een ontmoetingsruimte
die samen een gemeenschap vormen.
– Zorggeschikte woningen zijn geclusterde nultredenwoningen die bovendien geschikt zijn
voor personen met een functiebeperking en het verlenen van zorg aan deze personen.
Planvorming in beeld
Om een beeld te krijgen van de mate waarin de woningtypen voor ouderen de komende
jaren in de bouwprogrammering voorkomen, is zicht op de plancapaciteit nodig. Middels
de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw (LMVW) wordt een uitvraag gedaan via provincies
aan gemeenten over hun plannen voor woningen geschikt voor ouderen. Uit de gegevens
die door gemeenten zijn aangeleverd, komen plannen naar voren voor in totaal 499.800
woningen geschikt voor ouderen, voor de periode van 2026 tot en met 2045. Hiervan
zijn ongeveer 401.000 nultredenwoningen, ongeveer 26.600 geclusterde woningen en ongeveer
21.500 zorggeschikte woningen16. Ten opzichte van vorige uitvragen zien we steeds meer woningen geschikt voor ouderen
in plannen. Voor de geclusterde- en zorggeschikte woningen is dit echter nog niet
voldoende om de opgave te kunnen realiseren. Een aandachtspunt hierbij is dat deze
LMVW alleen ziet op nieuwbouw, terwijl er voor ouderen ook veel in de bestaande bouw
wordt gerealiseerd.
Een belangrijk knelpunt bij de planvorming is dat het overheden meer tijd kost om
deze opgave in hun programmering te verwerken en hiervoor de juiste locaties te vinden.
Juist een geschikte locatie is voor ouderenhuisvesting extra relevant, aangezien ouderen
mobiliteitsbeperkingen kunnen ervaren en de nabijheid van voorzieningen belangrijk
is voor de locatiekeuze. Hoewel er ook voor 2022 al zelfstandige woningen voor ouderen
gebouwd werden, werd dit niet aangestuurd en bijgehouden. De eerste programmeringsafspraken
op dit onderwerp met medeoverheden in de woondeals zijn circa twee jaar geleden gesloten.
Medeoverheden geven aan dat het lastig is om op korte termijn aanpassingen te doen
aan harde plannen, aangezien dan reeds anterieure overeenkomsten zijn gesloten over
het planontwerp en de beoogde doelgroep. Met de provincies is een stappenplan afgesproken
om tot aanvullende planvorming te komen. De Minister van VRO zal tijdens het volgende
Bestuurlijke Overleg Woondeals met hen spreken over de planvorming en het bijbehorende
tijdspad.
Realisaties in beeld
Voor nultredenwoningen blijkt het mogelijk om een beeld te vormen van realisaties.
Het haalbaarheidsonderzoek van het CBS uit 2026 laat op basis van bestaande registers
zien dat er in 2022 17.100 nultredenwoningen via nieuwbouw zijn toegevoegd en 3.660
via overige toevoegingen (verbouw, splitsen of verandering van gebruiksfunctie). Ook
in de jaren 2023 en 2024 zijn er naar schatting eenzelfde aantal nultredenwoningen
jaarlijks toegevoegd. Hiermee ligt de realisatie van nultredenwoningen op schema.
Zoals eerder in deze brief aangegeven wordt voor geclusterde- en zorggeschikte woningen
gewerkt aan een betrouwbare manier om zicht te krijgen op de realisaties.
Woningen voor ouderen in de corporatiesector
Via de dVi (de Verantwoordingsinformatie) en de dPi (de Prospectieve informatie) vergaren
we jaarlijks informatie over de voortgang in de corporatiesector, onder andere over
ouderenhuisvesting. In totaal zijn er in deze uitvraag plannen opgenomen voor ongeveer
25.200 geclusterde- en zorggeschikte woningen, waarvan 21.800 in het sociale segment.
Op de gehele opgave tot en met 2030 (60.000 door corporaties in het sociale segment)
is dat een dekkingsgraad van ruim 36%, bij de vorige uitvraag was dit nog 30%. Daarbij
is het belangrijk op te merken dat de dPi vijf prognosejaren betreft, de meest recente
dPi betreft de jaren 2026 t/m 2030. In de jaren 2022 t/m 2025 zijn ook woningen geschikt
voor ouderen gerealiseerd. Uit de opgave van dVi blijkt dat er in 2023 en 2024 gezamenlijk
ongeveer 9.700 woningen geschikt voor ouderen zijn gerealiseerd, waarvan 9.300 in
het sociale segment, voor 2025 wordt een realisatie van ongeveer 2.300 woningen verwacht.
Realisaties en plannen bij corporaties dekken opgeteld 56% van de opgave tot en met
2030. Hierbij is het goed te vermelden dat naast woningbouwcorporaties ook andere
partijen woningen voor ouderen in het sociale segment bouwen, zoals zorgaanbieders
en andere ontwikkelaars. Deze realisaties worden niet zichtbaar via de dVi en dPi.
Toelichting acties
Sturing via woondeals
Medeoverheden hebben bij de woondealafspraken tot en met 2030 de ruimte gekregen om
met onderbouwing eigen aantallen voor ouderenhuisvesting vast te stellen, hetgeen
heeft geleid tot afspraken voor ca. 288.600 woningen geschikt voor ouderen, uitgesplitst
in 153.300 nultredenwoningen, 94.000 geclusterde woningen en 41.300 zorggeschikte
woningen. Deze doelstelling is leidend voor de sturing op de opgave via de woondeals.
Een uitdaging bij sturing via de woondeals is dat er grote verschillen zijn in het
vertrekpunt en het tempo waarmee regio’s deze opgave oppakken. Bij het realiseren
van bouwplannen voor ouderen is de samenwerking tussen het woon- en bouwdomein en
het welzijn- en zorgdomein noodzakelijk. In sommige regio’s was reeds een sterk fundament
aanwezig voor deze samenwerking, en was men al aan de slag met deze bouwopgave. Andere
regio’s hebben hier meer stappen in moeten zetten. In de provincies Overijssel, Utrecht
en Gelderland, waarbij realisaties en plannen optellen variërend tussen 60% en 140%,
ligt een goede basis voor de uitvoering. In andere provincies, waar realisaties en
plannen optellen tot maximaal 50% van de opgave, is de kans groot dat de doelstelling
niet gehaald gaat worden en dat tekorten op deze opgave zullen oplopen. De Minister
van VRO zal hierover met de betrokken bestuurders in gesprek gaan. Een overzicht van
de woningbouwplannen per provincie is te vinden in de publicatie «Landelijke Monitor
Voortgang Woningbouw voorjaar 2026» die voor de zomer met uw Kamer zal worden gedeeld
via de Kamerbrief over de woningbouwprognoses.
Ouderenwoningen in Huurbeleid
Binnen het huursegment ontstaan veel verschillende woonvormen tussen thuis en het
verpleeghuis in, die zich specifiek richten op ouderen of op een mix aan bewoners.
Het Woningwaarderingsstelsel (WWS), die de maximale huurprijs van een woning bepaalt,
is niet berekend op deze verschillende woonvormen, en de combinatie met bijvoorbeeld
zorgverlening. Dit heeft geleid tot een grijs gebied met een grote variatie aan verhuurconstructies.
We onderzoeken hoe de toepassing van het WWS bij woonzorgsituaties beter kan worden
afgebakend, waarbij we recht doen aan de woon- en zorgbehoeften van de huurder en
de nodige investeringen in de woning. Hiermee creëren we duidelijkheid voor ontwikkelaars,
investeerders en verhuurders, en gelijke behandeling van huurders.
Besluit bouwwerken leefomgeving
Er circuleren verschillende definities van woningtypen voor ouderen, met bijbehorende
eisen, hetgeen tot onduidelijkheid leidt bij bouwers, ontwikkelaars en anderen. De
Minister van VRO heeft daarom een wijziging van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving
(Bbl) voorgesteld, waarin de definities voor nultredenwoningen en zorggeschikte woningen
met bijbehorende bruikbaarheidseisen worden vastgelegd voor nieuwbouw.17 Het wijzigingsvoorstel is gereed voor wetgevingsadvies door de Raad van State. Deze
definities zorgen ervoor dat tijd wordt bespaard in het ontwikkelproces, omdat niet
overal opnieuw het gesprek hoeft te worden gevoerd over wat onder een zorggeschikte
woning moet worden verstaan. Daarnaast helpen eenduidige definities bij het behoud
van zicht op de voortgang van de opgave doordat in alle monitoringsinstrumenten dezelfde
woningtypes worden geteld. Om dezelfde redenen willen we op korte termijn ook duidelijkheid
verschaffen over de definities voor de drie woningtypen in de bestaande voorraad.
Onrendabele top ouderenhuisvesting
Aan de bouw van geclusterde- en zorggeschikte woningen zijn meerkosten verbonden.
Dit is een bekend knelpunt bij de ontwikkeling van deze woningtypen, omdat met name
in het sociale segment deze meerkosten maar heel beperkt verdisconteerd kunnen worden
in de huurprijs. In 2022 is onderzoek gedaan naar deze meerkosten door KPMG18. Om inzicht te krijgen in de huidige meerkosten van zorggeschikte woningen, laat
de het Ministerie van BZK op dit moment een onderzoek uitvoeren, inclusief onderzoek
naar de businesscases die daarbij horen. Daarnaast laten wij onderzoek doen naar de mogelijkheden om toegankelijk
te ontwerpen binnen bestaande woonplattegronden conform de drie toegankelijkheidsniveaus
uit de NEN9120. Daarbij wordt ook in beeld gebracht in hoeverre dit leidt tot extra
bouwkosten. Zodra deze onderzoeken gereed zijn zullen wij deze met uw Kamer delen
en we betrekken deze onderzoeken waar mogelijk bij het ontwikkelen van onze financiële
instrumenten.
Nieuw instrumentarium vanaf 2027
De afgelopen periode is onderzocht of de bestaande regelingen (SOO en SZGW) gecombineerd
en vereenvoudigd kunnen worden. Uit een consultatie met het werkveld blijkt een grote
voorkeur voor behoud van een subsidieregeling, zodat middelen direct naar ontwikkelende
partijen gaan en gemeenten niet belast worden met het doorgeven van de middelen. Om
tot vereenvoudiging te komen, is ons voornemen om de bestaande regelingen SOO en SZGW
zoveel mogelijk in voorwaarden te synchroniseren, gelijktijdig open te stellen en
te kijken naar een bredere inzet van deze regelingen voor alle aandachtsgroepen. Uw
Kamer wordt in het najaar geïnformeerd over de beoogde wijzigingen die vanaf 2027
zouden moeten ingaan.
Langjarige financiële ondersteuning
In het coalitieakkoord staat dat het aanbod (levensloopbestendige) woningen voor ouderen
nu te beperkt is en dat de bouw van nieuwe woonvormen voor ouderen gestimuleerd moet
worden. Het gaat hierbij om woningen die onderdeel zijn van de doelstelling om 100.000
woningen per jaar te realiseren. Het kabinet heeft voor de totale woningbouwopgave
7 x 1 miljard euro uitgetrokken in de periode 2029 t/m 2035, aanvullend op de 5 x
1 miljard euro die het kabinet-Schoof beschikbaar heeft gesteld in de periode 2025
t/m 2029. In de afweging rondom de besteding van deze middelen wordt ook ouderenhuisvesting
nadrukkelijk betrokken.
Revolverend fonds wooncoöperaties
Voor veel mensen is het wonen in een gemeenschap waar bewoners naar elkaar omkijken
een mooi vooruitzicht om naar door te stromen. En er zijn bewoners die daarvoor graag
zelf de regie nemen en met gelijkgestemden samen allerlei collectieve woonvormen realiseren,
waarin ze voorzieningen delen en samen optrekken. Om de financiering voor de plan-
en realisatiefase voor deze coöperatieve initiatieven rond te krijgen wordt het Fonds
Coöperatief Wonen opgericht. Dit fonds is een voortzetting van de Stimuleringsregeling
Wonen en Zorg (SWZ) voor voornoemde fases, omdat het eenzelfde doelgroep bedient.
Eind 2025 is 60,6 miljoen euro subsidie gegeven aan het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting
Nederlandse gemeenten (SVn) om het Fonds Coöperatief Wonen op te richten en uit te
voeren. Het fonds moet in 2026 worden opgericht. Omdat banken de planfase veelal niet
financieren kunnen initiatieven gericht op de bouw van zowel koop- en huurwoningen
bij het fonds terecht. De financiering van de bouw is alleen voor huurwoningen beschikbaar
(dus voor wooncoöperaties19), waardoor deze coöperatieve woonvormen wel te financieren zijn. In alle gevallen
is een eigen inleg van minimaal 5% vereist. De komende jaren kunnen naar verwachting
1.000 betaalbare huurwoningen worden gerealiseerd, met name voor mensen met een middeninkomen
(tot 2x modaal).
Diverse onderwerpen
Kennisdeling
Via Platform31 ondersteunen we gemeenten, corporaties, ontwikkelaars, doorstroomcoaches
door middel van publicaties, webinars, video’s, praktijkverhalen en bijeenkomsten.
Deze zijn gericht op het delen van goede voorbeelden, praktijkkennis en regelgeving.
Zo zijn er sinds de vorige voortgangsrapportage ouderenhuisvesting publicaties verschenen
over zorggeschikt wonen, wonen met een plus in de bestaande bouw, transformatie van
leegstaande panden naar ouderenhuisvesting, community building, voorrangsregels en
toewijzing, verhuisketens en vergrijzing in de grootschalige woningbouwgebieden20.
Praktijkkennis geclusterd wonen
In Stichting WIZE (Wonen In de Zilveren Eeuw) verenigen onder andere kennispartijen,
ontwikkelaars, financiers en zorgpartijen zich rondom het stimuleren van de bouw van
geclusterde woonvormen. Deze stichting heeft in april 2026 een subsidie van ons ontvangen
om in de komende drie jaar praktijkkennis en succes- en faalfactoren van de ontwikkeling
van geclusterde woonvormen voor ouderen in kaart te brengen, deze kennis te delen
met ontwikkelaars en te koppelen aan wetenschappelijke kennis. De verwachting is dat
dit gaat bijdragen aan de nodige versnelling van de realisatie van geclusterde woonvormen
voor ouderen.
Communicatie ouderenhuisvesting
De communicatie rondom ouderenhuisvesting wordt de komende tijd verder verbeterd.
Om professionals te inspireren en ondersteunen bij de opgave worden alle ontwikkelde
hulpmiddelen en praktijkverhalen verzameld en beschikbaar gesteld op één centrale
plek: een nieuwe toolkit op volkshuisvestingnederland.nl. Het streven is om de toolkit dit najaar te lanceren.
Campagne «Praat vandaag over morgen»
Om het hoofd te kunnen bieden aan de groeiende zorgvraag en de beschikbaarheid van
zorgpersoneel, is het van belang dat mensen zich voorbereiden op hun oude dag. Onderzoek
laat namelijk zien dat mensen die vóór hun pensioen plannen maken over de toekomst
vaker beschikken over een sterker sociaal netwerk, minder eenzaam en veerkrachtiger
zijn. Toch blijkt uit onderzoek dat slechts de helft van de 60-plussers hierover nadenkt
of het gesprek voert met hun omgeving. In 2024 heeft het Ministerie van VWS daarom
de landelijke publiekscampagne «Praat vandaag over morgen» gestart en gespreksbijeenkomsten
georganiseerd door seniorenbonden en MantelzorgNL gesubsidieerd. Het Ministerie van
VWS heeft besloten om de landelijke campagne in vernieuwde vorm voort te zetten tot
2029. Eind 2026 zal deze campagne door de Minister van LZS worden gelanceerd.
Mantelzorgwoningen
Het bijbouwen van een mantelzorgwoning op bestaande kavels kan eraan bijdragen dat
mensen zo lang mogelijk zelfstandig in hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen
als zij dat willen. De Minister van VRO heeft het ontwerpbesluit versterking regie
volkshuisvesting in procedure. Dit besluit maakt de bouw en het gebruik van mantelzorgwoningen
op eigen erf onder voorwaarden vergunningvrij. Daarbij vervalt de verplichte mantelzorgverklaring,
zodat het makkelijker wordt om een mantelzorgwoning te bouwen. Ook wordt de regeling
uitgebreid naar familiewoningen. Hierdoor kunnen ouderen die nog geen directe zorg
nodig hebben alvast bij hun kinderen gaan wonen, of andersom. Zoals toegezegd in het
commissiedebat over ouderenzorg van 4 juni jl., zullen wij zodra deze regelgeving
effectief is, in onze communicatie aandacht besteden aan de mogelijkheden die mantelzorgwoningen
bieden.
Meergeneratiewoningen
Zoals toegezegd in het commissiedebat over de ouderenzorg van 4 juni jl., zullen we
hierbij nader ingaan op meergeneratiewoningen. Wij zien dit als een mooie woonvorm
die past bij de vraag van groep ouderen, jongeren en gezinnen. Meergeneratiewoningen
zijn woningen of woongebouwen, waarin meerdere generaties, vaak uit dezelfde familie,
samenwonen. In de meeste vormen van meergeneratiewoningen heeft ieder huishouden een
zelfstandige woonruimte, maar is er op verschillende manieren verbinding tussen die
woonruimten. Dat kan bijvoorbeeld doordat er een gezamenlijke opgang, woonkamer, tuin
of keuken is. Op die manier ontstaat er vanzelfsprekende ontmoeting, kunnen grootouders
makkelijk op kleinkinderen passen, families samen eten en kinderen hun ouders ondersteunen
wanneer dat nodig wordt. We zien veel kansen om de drie woningtypen die we onderscheiden
zo in te zetten dat ze gebruikt kunnen worden als meergeneratiewoningen, in zowel
de bestaande gebouwen als nieuwbouw.
Experiment woningdelen voor ouderen regio Rotterdam
Een experiment rond woningdelen van woningcorporatie Stichting Ouderenhuisvesting
Rotterdam (SOR), in samenwerking met de Maaskoepel en woningcorporaties in de regio
Rotterdam, wordt voortgezet. De Maaskoepel richt zich hierbij op alle doelgroepen,
die zichzelf kunnen aanmelden. Eerder was voorzien om deze pilot in 2025 af te ronden.
De opstart van het experiment heeft meer tijd gevraagd dan verwacht. Dit kwam onder
meer door benodigde aanpassingen in systemen en de behoefte van geïnteresseerde huurders
om meer inzicht te geven in de juridische en financiële gevolgen van woningdelen.
Daarom is ervoor gekozen geïnteresseerden hierover eerst uitgebreider te informeren
en passende oplossingen te verkennen. Als gevolg daarvan is het experiment dit jaar
daadwerkelijk van start gegaan. Uw Kamer wordt rond de zomer van 2027 geïnformeerd
over de uitkomst van het experiment
Industrieel en conceptueel bouwen voor ouderen
In de voortgangsbrief ouderenhuisvesting van april 2025 staat dat het Netwerk Conceptueel
Bouwen (NCB) van start is gegaan met het ontwikkelen van productmarktcombinaties (PMC’s)
tezamen met een klankbordgroep met onder andere Aedes, Actiz en VNG. PMC 19 (individuele
zorggeschikte woning) en PMC 20 (geclusterd zorggeschikt wonen) zijn inmiddels ontwikkeld
en gepubliceerd in de Woonstandaard. Daarnaast zijn PMC’s 15 tot en met 18 (nultredenwoningen)
herzien. De PMC's bestaan uit verschillende prestatie-eisen voor de woning, het woongebouw
en de omgeving, zoals toegankelijkheidsvereisten, afmetingen van liften en eisen over
scootmobielstallingen. Hierbij is gebruik gemaakt van de bruikbaarheidseisen die ook
in het Bbl zijn opgenomen. De PMC’s bevorderen standaardisatie, hetgeen er uiteindelijk
toe leidt dat we veel geschikte woningen voor ouderen kunnen bouwen. Inmiddels hebben
13 conceptaanbieders in totaal veertig concepten ontwikkeld die voldoen aan deze PMC’s.
Dit betekent dat ontwikkelaars woningen die geschikt zijn voor ouderen «van de plank»
kunnen kopen, wat veel tijd in het ontwikkelproces scheelt. Op 28 oktober 2026 vindt
de «So You Think You Can Build Challenge» plaats met als doel het gebruik daarbij
van de door NCB nieuw ontwikkelde PMC’s te vergroten.
Brandveiligheid
Uit de praktijk ontvangen wij regelmatig signalen dat de brandveiligheidsregels niet
meer aansluiten bij de woonvormen voor ouderen die nu ontwikkeld worden. Het Ministerie
van BZK laat dat op dit moment onderzoeken. Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid
(hierna: NIPV) heeft hiernaar een inventariserend onderzoek gedaan, welk onderzoek
de Minister van VRO bij brief van 22 mei jl. met uw Kamer heeft gedeeld. Dit jaar
worden deze resultaten nader verkend en wordt beoordeeld of, en zo ja, hoe de regelgeving
eventueel zou kunnen worden gewijzigd om de brandveiligheid voor ouderen te borgen.
Bij deze verkenning is een brede klankbordgroep betrokken van onder andere vertegenwoordigers
van huisvesters, zorgaanbieders, zorgontvangers, de brandweer en onze beide ministeries.
De uitkomsten van deze verkenning worden eind van dit jaar met uw Kamer gedeeld.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede ondertekenaar
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport