Brief regering : Uitkomsten invoeringstoets Spreidingswet
36 333 Regels inzake een wettelijke taak van gemeenten om opvangvoorzieningen voor asielzoekers mogelijk te maken (Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen)
19 637
Vreemdelingenbeleid
Nr. 78
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juli 2026
In het coalitieakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 848, nr. 31) is afgesproken dat de Spreidingswet (Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen)
voorlopig in stand blijft. Daarmee geven we duidelijkheid en zorgen we voor voldoende
opvangplekken en een evenwichtige verdeling van asielzoekers over provincies en gemeenten.
Doordat de wet van kracht is en blijft, is het van belang knelpunten in beeld te brengen,
te analyseren en hier in de nieuwe cyclus opvolging aan te geven. De invoeringstoets,
die is voorgeschreven in artikel 12, eerste lid van de wet is daarbij een nuttig instrument.
In dit artikel is bepaald dat de minister aan het einde van de eerste cyclus van de
wet een invoeringstoets over de effecten van de deze wet in de praktijk uitvoert.
Ik stuur u hierbij de bevindingen van deze invoeringstoets. Naast de invoeringstoets
die door mijn ministerie is uitgevoerd, is ook aan de medeoverheden en ketenpartners
verzocht om een invoeringstoets uit te voeren, deze vindt u ook als bijlage bij deze
brief.
Het instrument invoeringstoets
De invoeringstoets is een ex durante beleidsinstrument dat is ontwikkeld om problemen die zich bij nieuwe regelgeving
in de praktijk voordoen in de uitvoering of bij de doelgroep in een zo vroeg mogelijk
stadium te signaleren, op te pakken en op te lossen.
De invoeringstoets onderscheidt zich van een wetsevaluatie. De eerste evaluatie van
de wet, die op grond van artikel 12, tweede lid van de wet moet worden uitgevoerd
binnen vier jaar na inwerkingtreding, zal na deze zomer van start gaan. Hierover zal
ik uw Kamer te zijner tijd separaat informeren.
Bevindingen
Uit de invoeringstoets die uitgevoerd is door mijn ministerie komt onder andere naar
voren dat de verschillende opvang- en huisvestingsopgaven elk hun eigen dynamiek en
termijnen kennen, waardoor – onder meer – uitruil van opgaven tussen gemeenten nog
weinig tot stand is gekomen. Daarnaast kost de procedure van bezwaar en beroep veel
tijd. Ook was er bij provinciale regietafels en gemeenten onduidelijkheid over het
opgeven van plekken in het provinciaal verslag en wanneer een plek meetelt voor het
verdeelbesluit.
Enkele knelpunten die uit de invoeringstoetsen van de ketenpartners en de medeoverheden
naar voren komen, zijn dat de termijn van een half jaar waarin gemeenten de opvangplekken
moeten realiseren – volgens de wet zes maanden na het verdeelbesluit – krap is; en
dat het interbestuurlijk toezicht nog niet volledig was ingezet.
De resultaten van de invoeringstoetsen geven inzicht in mogelijke verbeteracties wat
betreft de uitvoering van de wet. Een van deze verbeteracties is het sneller behandelen
van de eventuele bezwaren op de nieuwe verdeelbesluiten. De ambitie is om deze te
hebben afgehandeld voordat op 1 juli 2027 de plekken moeten zijn gerealiseerd. Ook
zal de komende periode in communicatie en informatievoorziening meer duidelijkheid
worden gegeven over de werking van de wet. Daarnaast zullen een aantal zaken nauw
gemonitord worden of verder worden onderzocht. Ik verwijs u hiervoor naar de rapportage
van mijn ministerie en de rapportages die door de medeoverheden en ketenpartners zijn
aangeleverd. Uiteraard dank ik de medeoverheden en ketenpartners voor hun reacties
en het uitvoeren van een invoeringstoets. De signalen en verbeteracties die hieruit
naar voren komen neem ik serieus en worden in samenwerking met de medeoverheden en
ketenpartners verder opgepakt.
De Spreidingswet heeft ervoor gezorgd dat gemeenten, meer verspreid over het land,
asielopvangplekken hebben gerealiseerd. Desondanks blijft de opgave op dit moment
groot, zoals de actuele situatie in Ter Apel laat zien. Deze hoge opvangdruk toont
de noodzaak van deze wet aan, waarmee een evenwichtige spreiding wordt beoogd. Daarom
benadrukt dit kabinet de volledige uitvoering en toepassing van de Spreidingswet om
hiermee voldoende duurzame opvangplekken te realiseren. Hiermee kan Ter Apel worden
ontlast maar kunnen we ook de noodopvang locaties gaan sluiten waardoor de kwaliteit
van de opvang stijgt, juist ook voor kinderen, en de kosten substantieel zullen dalen.
Daarnaast blijft het kabinet inzetten op het verlagen van de instroom en realiseren
van meer terugkeer van mensen die hier niet mogen blijven.
Inmiddels is een start gemaakt met de uitvoering van het interbestuurlijk toezicht
op gemeenten die nog niet voldoen aan hun wettelijke taak. De eerste ambtelijke toezichtsgesprekken
hebben in dit kader al plaatsgevonden, voor de zomer vinden ook de eerste bestuurlijke
gesprekken plaats. Daarnaast sta ik in contact met de provinciale regietafels, waar
gemeenten gezamenlijk werken om tot een provinciaal verslag komen alvorens ik in december
van dit jaar een verdeelbesluit neem.
De Minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink
Indieners
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie