Brief regering : Nederlandse reactie op de openbare consultatie van de Europese Commissie over de herziening van de richtlijn Maritieme Ruimtelijke Planning/ de EU Oceaanwet
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4403
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juli 2026
Hierbij ontvangt de Kamer de Nederlandse reactie op de openbare consultatie van de
Europese Commissie (hierna: Commissie) over de herziening van de richtlijn Maritieme
Ruimtelijke Planning/ de EU Oceaanwet1.
In het Kamerdebat rond de Landbouw en Visserij Raad van 25 maart 2026 vroeg het lid
Vellinga-Beemsterboer van D66 naar de Nederlandse inzet rond het EU Ocean pact. In
deze Kamerbrief en de reactie op de publieke consultatie wordt hierop ingegaan.
De EU Oceaanwet
De Commissie heeft aangekondigd eind 2026 een voorstel voor een EU Oceaanwet te publiceren,
gebaseerd op een herziening van de richtlijn Maritieme Ruimtelijke Planning (MRP).
De Commissie komt dan mogelijk ook met een voorstel voor een herziening van de Kaderrichtlijn
Mariene Strategie (KRM). De openbare consultatie van de Commissie voor de Oceaanwet
loopt van 23 april 2026 tot 16 juli 2026. Het Ministerie van IenW reageert namens
de Rijksoverheid op de consultatie. Volgens de afspraken tussen kabinet en Kamer hierover,
ontvangt de Kamer een afschrift van deze inbreng. De inbreng is gebaseerd op de Nederlandse
standpunten zoals aan de Kamer meegedeeld in het BNC-fiche2 over het Europees Oceaanpact uit juni 2025, waarmee de Commissie een overkoepelend
beleidskader schetste voor het oceaan- en zeebeleid van de Europese Unie.
Met de EU Oceaanwet wil de Commissie de ruimtelijke planning op zee versterken, betere
sectoroverschrijdende coördinatie op nationaal niveau en meer samenwerking op zeebekkenniveau
bereiken. De Commissie zet in op betere samenhang met de KRM door ecologische overwegingen
explicieter, en klimaataspecten beter in de (ruimtelijke) planning te integreren.
In de Oceaanwet wil de Commissie alle relevante zee- en oceaangerelateerde EU-doelen
in één rechtshandeling onderbrengen. De Commissie wil ook een EU-rechtsgrondslag creëren
voor de governance van de EU-oceaanobservatie en gecoördineerde planning van observatiecampagnes.
De Commissie ziet verbeterpunten in de wetgeving met meer aandacht voor veerkracht
en herstel van ecosystemen, meer rekening houden met de wisselwerking tussen land
en zee, kwetsbaarheid van kusten en de ruimtelijke gevolgen van door het klimaat veroorzaakte
veranderingen, en voor de duurzame ontwikkeling van sectoren van de blauwe economie3.
Mogelijk zal de Commissie voorstellen de MRP-richtlijn en KRM juridisch samen te voegen.
Het kabinet ziet hier geen meerwaarde in. Het karakter van de richtlijnen verschilt,
waarbij de KRM uiteindelijk tot doel heeft milieudoelen te bereiken, en de MRP vooral
tot doel heeft maritieme planning te gebruiken als strategisch instrument voor de
realisatie van uiteenlopende beleidsdoelen. Samenvoegen levert geen besparing qua
inzet van mensen en middelen. De Nederlandse praktijk laat zien dat de twee richtlijnen
prima in samenhang uit te voeren zijn onder een nationaal programma.
Samenvatting Rijksreactie publieksconsultatie Commissie
Sinds 2009 past Nederland maritieme ruimtelijke planning toe voor behoud, bescherming
en herstel van een gezonde zee, en realisatie van de sociaaleconomische opgaven en
ambities voor onder meer de energietransitie via wind op zee, voedselvoorziening,
vlotte en veilige scheepvaart en zandwinning. Nederland voert de MRP-richtlijn uit
met het Programma Noordzee (PNZ) als onderdeel het Nationaal Water Programma (NWP).
Nederland ziet mogelijkheden voor een effectievere en duidelijkere MRP-richtlijn en
staat in beginsel positief tegenover een herziening via een EU Oceaanwet.
Het kabinet bevestigt in de reactie op de publieke consultatie de uitgangspunten die
voor de EU Oceaanwet in de Raadsconclusies van december 20254 over het Europees Oceaanpact zijn meegegeven aan de Commissie. Het kabinet wijst
in dit verband op het kernbeginsel van een ecosysteemgerichte aanpak waarbij gezonde
mariene ecosystemen worden erkend als een voorwaarde en basis voor een duurzaam gebruik
van de zee.
In de reactie op de consultatie benadrukt Nederland het belang van versterken van
vroegtijdige regionale samenwerking op het niveau van het zeebekken zoals het door
Frankrijk en Nederland geïnitieerde Greater North Sea Basin Initiative (GNSBI). Nederland meent dat de MRP-richtlijn duidelijker kan zijn dat beschermen en herstel
van mariene ecosystemen de basis vormt voor MRP en dat effecten van klimaatverandering
in beeld moeten worden gebracht. De EU Oceaanwet mag wat Nederland betreft duidelijker
zijn over het belang van voedselvoorziening en de uiteenlopende Europese economische
ambities op zee. Nederland is voorstander van explicietere aandacht voor veiligheidsaspecten
in de MRP-richtlijn, waarbij het naast veilige en vlotte scheepvaart gaat om nationale
veiligheid en beveiliging.
Nederland waakt voor wijziging in de verdeling van competenties van Lidstaten en de
Commissie. Voor observatie en monitoring van de zee en oceaan heeft de doeltreffendheid
van samenwerking op niveau van de regionale zeeën prioriteit. Gecentraliseerde aansturing
van die observatie door de EU en haar lidstaten samen op EU-niveau is daarvoor vooralsnog
niet nodig. Nederland moedigt uitwisseling van gegevens en kennis aan, maar waakt
voor gecentraliseerde opslag van gegevens en verplicht openbaar maken van alle data.
Dit vanwege veiligheidsaspecten op zee en bedrijfsvertrouwelijke informatie. Meervoudig
ruimtegebruik van de zee, waaronder medegebruik van windparken, is een prima uitgangspunt
voor beleidsontwikkeling in maritieme ruimtelijke planning.
Samenhang Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) en de Oceaanwet
Eind 2026 is een Commissievoorstel voorzien tot herziening van de Kaderrichtlijn Mariene
Strategie (KRM). Dit voorstel gaan we bezien in nauwe samenhang met het voorstel voor
een Oceaanwet. In april 2026 heeft Nederland in het kader van een Call for Evidence
over de herziening van de KRM een position paper aan de Europese Commissie gestuurd5. Nederland vindt het belangrijk om de werking van de KRM en de onderlinge integraliteit,
coördinatie en samenhang van wetgeving en beleid op meerdere beleidsvelden te borgen.
In dit kader gaat dat over o.a. de Kaderrichtlijn Water, Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn
en het Gemeenschappelijk Visserij Beleid. Dat moet in de nieuwe Oceaanwet tot uiting
komen. De uitvoering van relevante nieuwe wetgeving zoals de Natuurherstelverordening
moet aansluiten op de KRM en vice versa.
Nederland verwelkomt de herziening van de KRM met een beweging naar concretere, haalbare
en handhaafbaardere milieudoelen en maatregelen die drukfactoren beperken, en steunt
versterking van samenhang in doelen, maatregelen en monitoring op het ecologisch meest
relevante geografische niveau. Naast regionale oriëntatie voor de Mariene Strategie
is het belangrijk om sociaaleconomische gevolgen mee te blijven wegen. Het is van
belang dat de ecosysteem gebaseerde aanpak in de praktijk wordt toegepast om de Goede
Milieu Toestand te behalen en duurzaam gebruik te borgen. Het is belangrijk dat de
Oceaanwet en de KRM naadloos op elkaar aansluiten: de KRM stelt ecologische kaders
waarbinnen de EU Oceaanwet/MRP-richtlijn de integrale ruimtelijke afweging ondersteunt,
gebaseerd op cumulatieve effectenanalyses.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Indieners
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat