Brief regering : Reactie op het rapport van Amnesty International "Nobody hears you when you scream"
30 573 Migratiebeleid
32 735
Mensenrechten in het buitenlands beleid
Nr. 242
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juli 2026
Het kabinet heeft notie genomen van het verzoek van de vaste commissie voor Europese
Zaken van 5 maart 2026 voor een appreciatie van het kabinet van het Amnesty International
rapport «Nobody hears you when you scream: Dangerous Shift in Tunisia’s migration Policy» (hierna: het rapport) dat op 6 november jl. werd gepubliceerd.1 Onderstaand vindt u de appreciatie.
Het rapport beschrijft de structurele wijzigingen in het Tunesische migratie- en asielbeleid,
waarvoor de periode tussen februari 2023 tot juni 2025 is onderzocht. Het rapport
is onder andere gebaseerd op interviews met 120 vluchtelingen en migranten uit verschillende
landen in Noord- en Sub-Sahara Afrika, het Midden-Oosten en Azië die tijdens deze
periode in Tunesië zaten. Amnesty International schrijft in het rapport dat de bescherming
van vluchtelingen en migranten in Tunesië de afgelopen jaren onder druk is komen te
staan. In het rapport komen verschillende soorten vermeende mensenrechtenschendingen
aan bod, waarbij Amnesty International aandacht vraagt voor de wijze waarop de mensenrechten
van migranten en vluchtelingen worden gewaarborgd en daarbij ook zorgen benoemt.
Nederland zet zich middels migratiesamenwerking in op gelijkwaardige bilaterale partnerschappen
met voor Nederland relevante migratielanden, Europese samenwerking en programmering
op het tegengaan van irreguliere migratie, het bevorderen van terugkeer en re-integratie
en het beschermen van migranten. In het geval van Tunesië erkent het kabinet dat er
risico’s verbonden zijn aan migratiesamenwerking. Ondanks deze risico’s is het kabinet
van mening dat migratiegerelateerde samenwerking tussen Nederland en Tunesië voor
beide landen van nut kan zijn. Zoals in de beantwoording op uw vragen met referentie
Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 583 van 18 november 2024 reeds is gesteld, blijft het kabinet van mening dat de Nederlandse
en Europese inzet in Tunesië gestoeld moet zijn op het waarborgen van mensenrechten
en rechtstaat. Het kabinet wijst er volledigheidshalve op dat Nederland momenteel
geen directe migratiesamenwerking (projecten) heeft met de Tunesische autoriteiten,
maar enkel indirect via implementerende partijen zoals VN-agentschappen en internationale
organisaties.
Het kabinet ziet dat de mensenrechten onder druk staan, en maakt telkens een zorgvuldige
afweging voor zijn eigen inzet en neemt de ruimte om het thema mensenrechten aan te
halen in dialogen met zijn partners en bij het organiseren van migratie- en asielbeheer.
Het kabinet doet dit rekening houdende met de Tunesische soevereiniteit en de wetenschap
dat de primaire verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor de rechtmatige behandeling
van mensen conform internationale standaarden binnen hun landsgrenzen bij de partnerlanden
ligt. Het kabinet blijft het belang hiervan benadrukken tijdens bilaterale consultaties.
Nederland heeft een significante programmering (ongeveer 25.000.000 EUR voor de komende
vier jaar) waarvan een groot deel bedoeld is voor de bevordering van de beschermingsruimte
voor migranten en vluchtelingen, en in het domein van grensbeheer in Tunesië. Nederland
werkt hierbij samen met VN-agentschappen, internationale- en lokale organisaties.
De Nederlandse inzet in Tunesië is gericht op het tegengaan van irreguliere migratiestromen
richting Europa, waarbij het kabinet inzet op de waarborging van de mensenrechten
en rechtstatelijke verplichtingen. Daarnaast zet Nederland zich in om migranten en
vluchtelingen een menswaardig perspectief te bieden en bij te dragen aan duurzame
bescherming van hun fundamentele mensenrechten. Tevens zet Nederland zich in om mensensmokkel
en -handel tegen te gaan, en steunt Nederland campagnes om de bewustwording over de
risico’s van irreguliere migratie onder migranten en vluchtelingen te vergroten. Dit
doet Nederland zowel bilateraal als multilateraal, via de Europese Unie en VN-agentschappen.
Het waarborgen van mensenrechten is een voorwaarde voor zowel Nederlandse als EU-interventies
in derde landen, conform het do-not-harm-principe dat geldt bij het aangaan van EU-partnerschappen.
Nederland dringt er in EU-verband voortdurend op aan dat Europese steun direct gepaard
gaat met voorwaarden en controlemechanismes. Dit zijn bijvoorbeeld adequate risicoanalyses,
monitoring en evaluatie bij EU-financiering voor alle programma’s, incl. op het gebied
van migratie. De Europese Commissie monitort de uitvoering van deze programma’s en
voert hierover een dialoog met de betrokken implementerende partners en overheden,
waarin zorgen worden overgebracht. Ook benut Nederland de bilaterale gesprekken met
autoriteiten om mensenrechten in het kader van migratie te bespreken.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken