Brief regering : Reactie op verzoek commissie over het bericht ‘De invloed van het Hamasnetwerk op demonstraties in Nederland: 'Verdeeldheid in de samenleving'
34 324 Evaluatie Wet openbare manifestaties
30 821
Nationale Veiligheid
Nr. 41
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juli 2026
Tijdens de procedurevergadering van 12 mei jl. heeft uw Kamer verzocht om een schriftelijke
reactie op het bericht De invloed van het Hamasnetwerk op demonstraties in Nederland:
«Verdeeldheid in de samenleving»1. Middels deze brief geef ik, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
invulling aan dit verzoek.
In het meest recente Jaarverslag van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
(AIVD) geeft de AIVD aan dat ze onderzoek doet naar de mogelijke dreiging vanuit de
terroristische organisatie Hamas tegen de nationale veiligheid. Ten opzichte van 2024
heeft de AIVD meer duidelijkheid gekregen over de betrokkenheid van het Hamas-netwerk
in Nederland bij pro-Palestina- en anti-Israëlprotesten. Zo ziet de AIVD dat dit netwerk
betrokken is bij bredere organisaties die demonstraties organiseren namens een groter
deel van de Palestijnse gemeenschap. In 2025 hebben deze demonstraties niet geleid
tot gewelddadige incidenten. De AIVD constateert wel dat deze demonstraties kunnen
leiden tot verdeeldheid in de samenleving. De signalen over de invloed van Hamas op
dergelijke demonstraties in Nederland zijn zeer zorgwekkend.
Het kabinet onderschrijft het fundamentele belang van het grondwettelijk beschermde
demonstratierecht. Tegelijkertijd geldt dat het demonstratierecht geen vrijbrief vormt
voor het plegen van strafbare feiten, intimidatie of antisemitisme, en evenmin ruimte
biedt voor het betuigen van steun aan terroristische organisaties, waaronder Hamas.
Over eerdere deelname van individuen aan demonstraties kan ik geen uitspraken doen.
Ook doet het kabinet doet geen uitspraken over mogelijke individuele geldstromen,
organisaties of landen, indien dit betrekking heeft op lopende onderzoeken of inlichtingeninformatie.
In algemene zin geldt dat indien er sprake is van signalen van terrorismefinanciering
of ongewenste buitenlandse financiering in Nederland, bevoegde instanties nauw samenwerken
om dergelijke signalen te onderzoeken. Het kabinet beziet voortdurend of de informatiepositie
ten aanzien van terrorismefinanciering en ongewenste buitenlandse beïnvloeding voldoende
aanleiding geeft om maatregelen te kunnen treffen of doeltreffend te kunnen handelen.
Nederland kent verschillende instrumenten om witwassen en terrorismefinanciering tegen
te gaan. Onder andere analyseert de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU) ongebruikelijke
en verdachte transacties en kan de FIU deze delen met de opsporings-, inlichtingen-
en veiligheidsdiensten om hierop te acteren. Er zijn verschillende sancties van kracht
tegen Hamas en gelieerde organisaties die terrorisme financieren, zowel op nationaal
als op Europees niveau. Om inzicht te krijgen in de internationale geldstromen rondom
Hamas en financiering tegen te gaan is een specialistische taskforce opgericht bestaande
uit Financial Intelligence Units uit verschillende landen, waaronder Nederland. Ook
is er sinds januari 2024 een aanvullend Europees sanctieregime van kracht, gericht
op het bestrijden van de sponsoren en financiers van Hamas en de Palestijnse Islamitische
Jihad en daaraan geaffilieerde organisaties. Deze nieuwe regeling vormt een aanvulling
op de beperkende maatregelen die eerder in het kader van de EU-sanctielijst terrorisme
zijn aangenomen. Wanneer in Nederland stichtingen in verband kunnen worden gebracht
met het financieren van Hamas, kunnen deze op de nationale sanctielijst terrorisme
worden geplaatst. Zo staat de aan Hamas gelieerde Stichting Al Aqsa sinds 2003 op
deze lijst.
De betrokken veiligheidspartners zetten zich blijvend in om ongewenste buitenlandse
financiering tegen te gaan. Om effectief op te kunnen treden tegen ongewenste buitenlandse
financiering dient de overheid zich te richten op specifieke vormen van financiering.
Nederland kent daarom een systeem waarbij in de eerste plaats de inlichtingen- en
veiligheidsdiensten onderzoek kunnen doen in de gevallen waarin er ernstige vermoedens
zijn van financiering vanuit het buitenland die een gevaar opleveren voor de democratische
rechtsorde of waardoor risico’s ontstaan voor de nationale veiligheid. Indien het
Ministerie van Buitenlandse Zaken notes verbales over financieringsstromen van derde
landen ontvangt, kan het Ministerie van Buitenlandse Zaken deze doorsturen naar de
Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). De AIVD heeft de taak, op basis
van de Wet op Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) 2017, om onderzoek te doen
naar personen of organisaties die (aanleiding geven tot een ernstig vermoeden dat
zij) een dreiging vormen voor de nationale veiligheid. De AIVD brengt jaarlijks een
openbaar Jaarverslag uit waarin verantwoording wordt afgelegd over de activiteiten
in het jaar ervoor.
Daarnaast blijft Europese samenwerking in de aanpak van ongewenste buitenlandse financiering
van groot belang. Binnen het Radicalisation Awareness Netwerk (RAN) en diens opvolger
de EU Knowledge Hub on Prevention of Radicalisation, wordt gewerkt aan bewustwording
over het onderwerp binnen de lidstaten. Dit onder andere in de vorm van het delen
van best practices en het komen tot mogelijke maatregelen.
De aanpak ongewenste buitenlandse beïnvloeding heeft onverminderd prioriteit binnen
het kabinet. Gelet op het feit dat de voorgestelde Wet transparantie en tegengaan
ondermijning door maatschappelijke organisaties (Wtmo) is verworpen, wordt momenteel
bezien welke aanvullende instrumenten kunnen worden ingebouwd om ongewenste buitenlandse
financiering te voorkomen. Voor het einde van dit jaar zal ik uw Kamer informeren
over de voortgang hierover.
Ten aanzien van het verzoek om een reflectie op demonstraties waarbij mogelijk sprake
is van invloed vanuit Hamas-gelieerde netwerken, heb ik eerder in deze brief aangegeven
dat als er signalen zijn van ongewenste buitenlandse beïnvloeding of financiering
door terroristische organisaties, deze door de bevoegde instanties worden onderzocht.
Waar nodig worden passende maatregelen genomen.
Voor het openlijk verheerlijken van terroristisch geweld en het publiekelijk steunen
van terroristische organisaties is geen ruimte in Nederland. Daarom heeft het kabinet
besloten om het verheerlijken van terrorisme en het in het openbaar betuigen van steun
aan terroristische organisaties strafbaar te stellen. Met deze maatregelen wil de
overheid voorkomen dat terroristische boodschappen genormaliseerd worden en dat de
samenleving verder wordt ondermijnd door terroristische invloeden.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid