Brief regering : Aanscherping gecoördineerde corruptieaanpak
29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit
Nr. 510
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juli 2026
Inleiding
Nederland mag niet naïef zijn in de aanpak van corruptie. Ambtenaren, politieke ambtsdragers
en medewerkers in de private sector zijn kwetsbaar voor corruptie. Zij beschikken
over cruciale informatie en bevoegdheden die criminelen willen misbruiken. De besluitvorming
en taakuitvoering van de overheid, maar ook van bedrijven, kan worden beïnvloed door
structurele manipulatie van criminele netwerken. De betrokkenheid van georganiseerde
ondermijnende criminaliteit groeit, en het onderscheid tussen de onderwereld en de
bovenwereld is vervaagd.
Er zijn voorbeelden genoeg. Afgelopen mei heeft de rechtbank Overijssel een oud-medewerker
van de rechtbank Amsterdam vier jaar gevangenisstraf opgelegd voor het verkopen van
persoonsinformatie van burgers aan zware criminelen.1 Op een deel van de verkochte adressen van personen vonden later explosies en brandstichtingen
plaats. In april 2026 zijn vier verdachten aangehouden, waaronder Douane-medewerkers,
in een onderzoek naar corruptie.2 In mei 2025 is een voormalig ambtenaar van het Ministerie van Defensie die zich bezig
hield met internationale aankoopcontracten, aangehouden op verdenking van ambtelijke
corruptie.3 Corruptie is een hardnekkig en complex vraagstuk dat constante prioriteit behoeft.4
De Minister van JenV en de Minister van BZK coördineren gezamenlijk de brede aanpak
van corruptie en criminele inmenging. Uw Kamer is met de brief van 20 juni 2025 over
deze aanpak geïnformeerd.5 De aanpak brengt focus aan in de strijd tegen corruptie, versterkt en versnelt lopende
beleidsinitiatieven om corruptie te voorkomen en bestrijden en rolt deze breder uit.
In deze brief scherpen wij de corruptieaanpak verder aan, waarbij prioriteit wordt
gegeven aan onderwerpen waar het corruptierisico het hoogst en de weerbaarheid het
laagst is. Dit doen wij op basis van de inzichten uit de National Risk AssessmentCorruptie (NRA)6 van het WODC, de themastudie «Criminele Inmenging»7 en het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland8 van het Strategisch Kenniscentrum Ondermijnende Criminaliteit.
Contouren van de corruptieaanpak
Spoor 1: Inzetten op de grootste kwetsbaarheden
«Criminele inmenging, specifiek corruptie, heeft een professionaliseringsslag gemaakt.
Men kan spreken van een bedrijfsmatige aanpak. [...] Het corrumperen van personen
voor informatie wordt de laatste jaren steeds vaker uitbesteed aan informatiemakelaars.»9
Geplande acties:
Door de National Risk Assessment Corruptie (hierna: NRA) en het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland elke twee jaar
te herhalen, wordt het mogelijk om (systeem)kwetsbaarheden te identificeren en in
de tijd te monitoren. Zo kan het effect van ingezet beleid worden getoetst.
Toelichting:
Om evidence-informedop de grootste kwetsbaarheden in te kunnen zetten, zijn deze twee onderzoeken dit
jaar voor het eerst opgeleverd. Daarnaast verscheen de verdiepende themastudie «Criminele
Inmenging: Corruptie, bedreiging en infiltratie door georganiseerde criminaliteit
in Nederland» van het Strategisch Kenniscentrum Ondermijnende Criminaliteit (hierna:
themastudie).
De NRA identificeert de grootste corruptiedreigingen voor zowel binnen- en buitenlandse
ambtelijke en niet-ambtelijke corruptie voor Europees Nederland.10 Het onderzoek komt hierbij tot een shortlist van dertien corruptiedreigingen die
voor Nederland het grootste risico opleveren. Dit zijn dreigingen met een hoge potentiële
impact, bijvoorbeeld vanwege ontregeling van de maatschappelijke orde of aantasting
van de reguliere economie, en een verhoudingsgewijs lage weerbaarheid van het anti-corruptie-instrumentarium.
De onderzoekers signaleren corruptierisico’s voor de gehele samenleving. Dreigingen
op de shortlist zien op corruptie in de publieke sfeer, onder volksvertegenwoordigers
en politiek bestuurders, rijksambtenaren, decentrale ambtenaren en rechtshandhavingsambtenaren,
maar ook op corruptie in de financiële sector en bij overige private partijen. Met
betrekking tot het beleidsinstrumentarium merken de onderzoekers op dat het Nederland
niet zozeer ontbreekt aan relevante instrumenten om corruptie tegen te gaan, maar
dat vooral van belang is om bestaande wet- en regelgeving en intern integriteits-
en anti-corruptiebeleid beter en consistenter toe te passen.
De themastudie toont de systeemkwetsbaarheden voor en ondermijnende effecten van criminele
inmenging door de georganiseerde criminaliteit in Europees Nederland.11 Deze themastudie is een verdiepende studie op het eerste Dreigingsbeeld Ondermijning
Nederland.12 Met de appreciatie en opvolging van de themastudie wordt derhalve ook opvolging gegeven
aan de inzichten over corruptie uit dit Dreigingsbeeld.
Uit de themastudie blijkt dat er sprake is van een professionalisering in de inzet
van corruptie, bedreiging en infiltratie door georganiseerde criminaliteit in Nederland.
Hierbij opereren corruptiebrokers als intermediairs en wordt systematisch informatie verzameld over potentieel te beïnvloeden
insiders (zoals ambtenaren of werknemers in de private sector) en organisatorische zwakke
plekken. De themastudie licht verschillende micro, meso en macro (systeem)kwetsbaarheden
uit die het risico op criminele inmenging vergroten. In dit kader kan gedacht worden
aan persoonlijke omstandigheden van medewerkers, zoals financiële problemen, maar
ook aan organisatorische kwetsbaarheden, zoals een gebrek aan prioritering van integriteits-
en veiligheidsbeleid door leidinggevenden en de organisatietop. Tenslotte maken de
onderzoekers inzichtelijk hoe zelfs individuele (corruptie)casussen door een cascade
van gevolgen een ondermijnend effect kunnen hebben.
Spoor 2: Weerbaarheid van de belangrijkste overheidsprocessen en -systemen vergroten
Overheden beschikken over informatie die interessant is voor criminelen en anderen.
Zo is vorig jaar een gemeenteambtenaar door de Rijksrecherche aangehouden op verdenking
van corruptie en medeplichtigheid aan het veroorzaken van explosies en andere ernstige
geweldsincidenten. Hij wordt ervan verdacht dat hij gedurende een langere periode
op verzoek van anderen adressen heeft opgezocht in de gemeentesystemen. Vanuit zijn
functie als administratief medewerker had de verdachte toegang tot meerdere systemen,
waaronder de Basisregistratie Personen. Hierin kunnen de adres- en persoonsgegevens
van Nederlanders geraadpleegd worden. De verdenking is dat de man, waarschijnlijk
tegen betaling, voor criminele contacten specifieke adressen in heel Nederland opzocht
en die aan hen doorgaf. Op die adressen hebben vervolgens explosies of andere geweldsincidenten
plaatsgevonden. Het vermoeden is dat de verdachte geweten moet hebben dat de informatie
die hij doorgaf door anderen gebruikt werd voor het plegen van ernstige misdrijven.
Daarom wordt hij ook verdacht van medeplichtigheid aan deze misdrijven.13
Deze zaak illustreert dat tegen ambtelijke corruptie hard wordt opgetreden. Tegelijkertijd
bewijzen zaken zoals deze dat verdere maatregelen noodzakelijk zijn om als overheid
voldoende weerstand tegen corruptie te kunnen bieden: er moet zicht zijn op kwetsbare
processen en risico’s moeten, waar mogelijk, tot een passend niveau worden gemitigeerd.
Hiertoe treft het kabinet diverse maatregelen.
Geplande acties:
We zorgen ervoor dat overheidsorganisaties inzicht krijgen in de concrete corruptierisico’s
voor hun organisaties door insider risk managementprogramma’s op te stellen en periodiek risicoanalyses uit te voeren. Daarnaast ontwikkelen
we anti-corruptietrainingen voor alle ambtenaren en specifieke modules voor topambtenaren.
Verder werpen we barrières op door het belang van periodieke Verklaring Omtrent Gedrag-screening
te benadrukken en het aannamebeleid van de Rijksoverheid te uniformeren. Tot slot
verkennen we voor politieke ambtsdragers of de bestaande anti-corruptiemaatregelen
versteviging behoeven.
Toelichting:
Rijksoverheid
Om de Rijksoverheid weerbaarder te maken tegen corruptie, moet het moeilijker worden
voor criminele organisaties – maar ook voor statelijke actoren – om mensen en systemen
te beïnvloeden. Vanuit het programma Weerbaarheid van de Rijksoverheid tegen Ondermijning
(BZK) worden met prioriteit maatregelen getroffen om de weerbaarheid van de bedrijfsvoering
en medewerkers van de bestuursdepartementen en uitvoeringsorganisaties te verbeteren.
Departementen en hun uitvoeringsorganisaties worden vanuit het programma geholpen
bij het opzetten van een Insider RiskManagement programma, waarmee risico’s door goedgelovige, hulpvaardige, onoplettende of kwaadwillende
medewerkers worden beperkt. Deze weerbaarheidsmaatregelen krijgen prioriteit binnen
de voorgenomen uniformering van de rijksbrede bedrijfsvoering.
Eén van de projecten binnen het programma is protective monitoring. Door het loggen en monitoren van systemen en applicaties kan ongewenst gedrag, zoals
het inzien van gevoelige informatie die niet gerelateerd is aan iemands directe werkzaamheden,
in een zo vroeg mogelijk stadium worden ontdekt en gestopt. Sinds januari 2026 komt
elke maand een expertgroep van betrokken rijksorganisaties bijeen die reeds een vorm
van protective monitoring hebben ingericht. Eind 2026 leveren zij een stappenplan op voor het opzetten en inrichten
van protective monitoring bij (andere) overheidsorganisaties. Uiteraard zijn privacy en proportionaliteit hierin
belangrijke uitgangspunten.
Voor een zo effectief mogelijk weerbaarheidsbeleid is het voor elke organisatie cruciaal
om kennis en inzicht te hebben in de eigen kwetsbaarheden. In opdracht van de Minister
van BZK is een toolkit opgeleverd, waarmee rijksorganisaties laagdrempelig een eigen risicoanalyse kunnen
uitvoeren die gericht is op het onderkennen van corruptie- en ondermijningsrisico’s.
Het doel is dat alle ministeries op periodieke basis een risicoanalyse uitvoeren (door
middel van de toolkit of een andere methode), om zo zicht te krijgen op processen die kwetsbaar zijn voor
corruptie en ondermijning, en daar beheersmaatregelen voor treffen. De toolkit wordt ook met medeoverheden gedeeld.
Ook de bewustwording van corruptierisico’s onder ambtenaren wordt verbeterd. Conform
de verplichting uit de nieuwe Europese anti-corruptierichtlijn worden aanvullende
anti-corruptietrainingen ontwikkeld. Deze trainingen voor ambtenaren zijn gericht
op het leren herkennen van corruptierisico’s en weten hoe daarop het beste gehandeld
kan worden. Ook de actualisering van de Gedragscode Integriteit Rijk (GIR) biedt rijksambtenaren
duidelijkheid over de geldende waarden, normen en regels, toepasbare handvatten om
hiernaar te handelen en informatie over de bestaande hulp- en meldvoorzieningen. Voor
topambtenaren wordt in samenwerking met de ABD het bestaande leer- en ontwikkelaanbod
aangevuld met modules die zich richten op het vergroten van netwerkbewustzijn.
De Minister van BZK benadrukt het belang van periodieke screening en zal de bestaande
mogelijkheden hiertoe voor kwetsbare functies bij rijksorganisaties onder de aandacht
brengen. Het realiseren van periodieke screening op specifieke functies binnen de
Douane is in dit kader een (eerste) prioriteit. Hiernaast werkt de Minister van BZK
aan een uniform aannamebeleid voor het Rijk, waarmee integriteit en weerbaarheid in
het aannamebeleid versterkt worden. Het streven is dit aannamebeleid in de eerste
helft van 2027 in werking te laten treden.
Medeoverheden
Ambtenaren van decentrale overheden werken met verschillende kwetsbare processen,
zoals het verlenen van vergunningen of het uitgeven van paspoorten. Ook hebben zij
veelal directe toegang tot persoonsgegevens van burgers. Dit maakt hen kwetsbaar voor
corruptie.
Het anti-corruptiebeleid is formeel de (werkgevers)verantwoordelijkheid van de gemeenten,
provincies en waterschappen zelf. Tegelijkertijd willen zij graag vergelijkbare stappen
zetten als het Rijk om weerbaarder te worden tegen corruptie. Vanuit die invalshoek
zijn de Ministers van JenV en BZK in gesprek met onder andere de VNG, om te bezien
wat er nodig is om risico’s op decentraal niveau verder te mitigeren, de ingezette
aanpak krachtig door te zetten en stappen te zetten die vergelijkbaar zijn met de
inzet van de Rijksoverheid. Een voorbeeld hiervan is de inzet van protective monitoring binnen de gemeente Amsterdam. In deze gesprekken wordt ook besproken hoe medeoverheden
hun best practices effectief onderling kunnen uitwisselen. Daarnaast is het trainen van ambtenaren op
corruptierisico’s, conform voornoemde verplichting uit de nieuwe anti-corruptierichtlijn,
een gespreksonderwerp.
De Minister van BZK stelt vanaf 2023 tot en met 2029 aan elke provincie middelen ter
beschikking voor verbetering van de weerbaarheid van kleine gemeenten tegen ondermijning.
De provincie Zeeland zet deze gelden bijvoorbeeld in voor de vernieuwing van de Zeeuwse
Norm Weerbare Overheid. Om het aannamebeleid binnen de overheid weerbaarder te maken
en «jobhoppen» door corrupte ambtenaren te voorkomen, loopt in opdracht van het Strategisch
Beraad Ondermijning sinds november een pilot bij de gemeente Breda, de gemeente Tilburg
en het bestuursdepartement van JenV. Binnen de provincie Zeeland wordt bezien hoe
de maatregelen tegen «jobhoppen» onderdeel kunnen worden van de Zeeuwse Norm Weerbare
Overheid. Na afloop van de pilot worden de opgestelde handreikingen definitief vastgesteld
en breed gedeeld.
Om de veiligheid in de identiteitsketen te verbeteren, werken de Staatssecretaris
van BZK en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens samen aan maatregelen ter voorkoming
van identiteitsfraude met paspoorten. Uw Kamer wordt hier door de Staatssecretaris
van BZK uitgebreider over geïnformeerd in de Kamerbrief Speerpunten identiteitsstelsel.
Concreet is een van de maatregelen dat het kabinet met ingang van 1 januari 2027 een
periodieke VOG-plicht invoert voor medewerkers Burgerzaken die werken binnen het reisdocumentenstelsel.
Momenteel voert Dialogic in opdracht van het WODC de wetsevaluatie van de VOG politiegegevens
(hierna: VOG P) uit. Deze wordt uiterlijk 1 juli 2027 met uw Kamer gedeeld. Het WODC
onderzoekt de doeltreffendheid van de huidige functiecategorieën die in aanmerking
komen voor screening met de VOG P. Op basis van de conclusies van de evaluatie en
signalen van medeoverheden en de RIEC’s kan bezien worden of uitbreiding van deze
categorieën – bijvoorbeeld binnen het Rijk en bij medeoverheden – opportuun is.
Bij de uitwerking van de anti-corruptieaanpak worden ook de openbare lichamen Bonaire,
Sint Eustatius en Saba meegenomen. Conform het comply or explain principe is hierbij het uitgangspunt dat nieuw beleid en regelgeving in Europees
Nederland in de basis wordt ingevoerd in Caribisch Nederland, tenzij er zwaarwegende
redenen zijn dit niet te doen.14
Politieke ambtsdragers
De relatie tussen (georganiseerde) criminaliteit en (decentrale) volksvertegenwoordigers
is moeilijk in beeld te brengen, zo blijkt uit onderzoek.15 Tegelijkertijd signaleren verschillende onderzoeken, waaronder de NRA, dat politieke
ambtsdragers door hun waardevolle informatiepositie en connecties inherent kwetsbaar
zijn voor oneigenlijke druk, met name vanuit hun eigen netwerken, maar ook voor externe
beïnvloeding. Alhoewel beïnvloeding op grote schaal door de georganiseerde criminaliteit
in de verschillende onderzoeken niet wordt waargenomen, heeft het vergroten van de
weerbaarheid tegen oneigenlijke druk onze structurele aandacht. Voor een goed functionerende
democratische rechtsstaat is dit essentieel.
In de NRA wordt de weerbaarheid van het beschikbare instrumentarium gericht op corruptiedreigingen
voor volksvertegenwoordigers en politiek bestuurders beoordeeld als relatief laag,
omdat inzicht in de uitvoering en toetsing van integriteitsregels voor deze groep
beperkt is. Verder lijken mogelijkheden tot sanctionering voor deze groep volgens
experts beperkt effectief. Dat hangt samen met de bijzondere staatsrechtelijke positie
van volksvertegenwoordigers en politiek bestuurders. Naar aanleiding hiervan maakt
de Minister van BZK op korte termijn de bestaande maatregelen ten aanzien van corrumpering
van politieke ambtsdragers inzichtelijk. Daarbij verkent de Minister van BZK of, en
zo ja in hoeverre, deze maatregelen versteviging behoeven. Dit vindt plaats in aansluiting
bij het bestaande preventieve instrumentarium en de bestaande inzet ter voorlichting
en ondersteuning van volksvertegenwoordigers en politieke partijen.
De Minister van BZK zet zich namelijk al geruime tijd in voor het versterken van het
integriteitsbeleid en de weerbaarheid van politieke ambtsdragers en hun organisaties.
Met het wetsvoorstel «bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur, tweede
tranche» stelt het kabinet verplicht dat eerst een risicoanalyse integriteit plaatsvindt,
vóórdat een nieuwe niet-kroonbenoemde bestuurder wordt benoemd in besturen van gemeenten,
provincies, waterschappen en eilandgedeputeerden. Middels het programma Weerbaar Bestuur
faciliteert de Minister van BZK kennisuitwisseling, organiseert bijeenkomsten en stimuleert
regionale samenwerking om de bewustwording tegen oneigenlijke druk, vanuit bijvoorbeeld
de georganiseerde ondermijnende criminaliteit, te vergroten. Verder organiseert de
Minister van BZK in aanloop naar verkiezingen – zoals de Provinciale Statenverkiezingen
van maart 2027 – informatiebijeenkomsten voor (decentrale) politieke partijen. Hierbij
worden partijen gewezen op de Handreiking integriteitstoetsing van kandidaten voor
decentrale politieke partijen, waarin informatie is opgenomen over het proces van
werving en selectie van kandidaat-volksvertegenwoordigers met onder meer checklists
met mogelijke kwetsbaarheiden voor integriteit en «red flags» voor ondermijning.16 Met de Wet op de politieke partijen (Wpp) versterken we de positie van politieke
partijen op zowel landelijk als decentraal niveau. De wet voorziet onder meer in de
oprichting van een onafhankelijke toezichthouder en de introductie van een subsidieregeling
en transparantieregels voor decentrale politieke partijen.
Spoor 3: Weerbaarheid van de private sector vergroten
Vorig jaar oordeelde de rechtbank Rotterdam over een zaak waarbij gebruik werd gemaakt
van Trojaanse containers: dit zijn containers waarmee mensen heimelijk het haventerrein
op worden gebracht met de bedoeling om drugs uit andere containers te halen. De verdachte
in deze zaak had met zijn bedrijf het vervoer van de Trojaanse containers naar de
Rotterdamse haven geregeld. De rechtbank benadrukt dat de handel in cocaïne vaak gepaard
gaat met vormen van (zware) criminaliteit en dat hiertegen streng moeten worden opgetreden.
De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12
voorwaardelijk.17
Legale infrastructuren zijn onmisbaar voor de georganiseerde criminaliteit en worden
door hen geïnfiltreerd en misbruikt voor malafide doeleinden. Daarmee is ook de private
sector doelwit voor misbruik door criminelen. Het kabinet zet zich hard in om de integriteit
van ons economisch stelsel te bewaken en treft daarom maatregelen gericht op het voorkomen
van corruptie en criminele inmenging in de private sector.
Geplande acties:
Waar passend, rollen we projecten uit de succesvolle mainportsaanpak door naar de
transport- en logistieksector als volgende schakel in de keten van de drugshandel.
Verder heeft de private sector hier ook een eigen verantwoordelijkheid. Daarom zijn
we in gesprek met werkgevers- en werknemersorganisaties om bewustwording in de private
sector te vergroten en verkennen we hoe de resultaten van het project Weerbare Branches
in concrete handelingsperspectieven voor ondernemers kunnen worden omgezet.
Toelichting:
In de Koersbrief Ondermijning die op 26 mei jl. aan uw Kamer is gestuurd, beschrijft
de Minister van JenV het fundament van de aanpak om de veiligheid en integriteit van
onze economie te bewaken en te beschermen. Het tegengaan van criminele inmenging in
de private sector maakt hier onderdeel van uit. Het afgelopen jaar is gekeken naar
wat er nodig is om de transport- en logistieksector sterker te maken tegen criminele
inmenging. Samen met de brancheorganisatie, het Platform Veilig Ondernemen en de politie
is gewerkt aan stevigere operationele samenwerking om ervoor te zorgen dat signalen
over criminele activiteiten worden herkend, gemeld en opgevolgd. De komende tijd gaan
we verder in gesprek met de sector om projecten zoals het Gatekeeper-protocol18, naast de mainport-Rotterdam, uit te rollen naar andere locaties in het achterland.
Werkgevers spelen een sleutelrol in het voorkomen van corruptie en het beschermen
van hun eigen medewerkers tegen criminele druk van buitenaf. Zij kunnen corruptie
tegengaan door bewustwording te creëren over corruptierisico’s binnen hun bedrijf
en maatregelen te nemen zoals het compartimenteren van informatie en het introduceren
van logging en monitoring van ICT-systemen. Ook is het belangrijk om zicht te hebben
op de financiële kwetsbaarheid van medewerkers, aangezien zij extra vatbaar kunnen
zijn voor criminele benadering. Om die reden gaat de Minister van JenV samen met de
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in gesprek met de werkgevers- en werknemersorganisaties
om te kijken wat zij gezamenlijk kunnen doen om de bewustwording en bescherming van
bedrijven en personeel te vergroten.
Om meer inzicht te krijgen in de kwetsbaarheden van specifieke branches voor criminele
inmenging voeren MKB-Nederland, VNO-NCW en PVO-Nederland sinds december 2024 het project
Weerbare Branches uit. Dit project bouwt voort op de Handreiking Kwetsbare Branches,
die is ontwikkeld naar aanleiding van de motie-Mutluer c.s., waarin de regering is
verzocht om samen met brancheorganisaties, gemeenten en andere partners kwetsbaarheden
van branches voor georganiseerde ondermijnende criminaliteit beter in beeld te brengen
en handelingsperspectieven te ontwikkelen (Kamerstuk 36 200 VI, nr. 74). Met diverse brancheorganisaties19 is onderzocht hoe criminelen misbruik kunnen maken van reguliere bedrijfsprocessen.
De branche-specifieke kwetsbaarheidsanalyses hebben inzicht opgeleverd in kwetsbaarheden
voor criminele inmenging en in handelingsperspectieven voor ondernemers en brancheorganisaties.
De opgedane inzichten bieden aanknopingspunten voor het versterken van de weerbaarheid
van ondernemers en branches tegen criminele inmenging. Het project is recent afgerond.
Momenteel wordt verkend hoe de opgedane inzichten kunnen worden vertaald naar handelingsperspectieven
en ondersteuning voor ondernemers bij het versterken van hun weerbaarheid tegen criminele
inmenging. Daarnaast wordt verkend hoe de inzichten uit het project ook andere branches
kunnen helpen bij het versterken van hun weerbaarheid tegen criminele inmenging.
Een van de dreigingen op de shortlist van de NRA ziet op corruptie door Nederlandse
bedrijven in het buitenland. Ten behoeve van de aanpak van buitenlandse omkoping is
het Ministerie van Buitenlandse Zaken in samenwerking met relevante stakeholders gestart
met de herziening van de Brochure «Eerlijk zakendoen, zonder corruptie».20 Daarnaast wordt ook een praktische handreiking inzake corruptiepreventie opgesteld.
Het doel is om het bedrijfsleven beter te ondersteunen bij het voorkomen van corruptie
door middel van gepaste zorgvuldigheid (due diligence) in de context van verantwoord ondernemen. De tools worden in 2026 gepubliceerd.
Spoor 4: Effectief strafrechtelijk interveniëren
Het Openbaar Ministerie legde eerder dit jaar een strafbeschikking aan Fleurette Properties
Ltd. op. Fleurette was jarenlang de in Nederland gevestigde topholding van een groep
ondernemingen die actief was in mijnbouw en olie- en goudwinning. Om in de Democratische
Republiek Congo bepaalde mijnlicenties te verkrijgen, heeft Fleurette buitenlandse
ambtenaren omgekocht. Hiervoor moet Fleurette een boete van 25,8 miljoen euro betalen.21
Deze zaak, evenals de bij sporen 2 en 3 aangehaalde zaken, tonen aan dat effectief
strafrechtelijk interveniëren op corruptie noodzakelijk is en al doorlopend plaatsvindt.
De genoemde zaken zijn slechts een kleine greep uit het totaal aantal zaken, waarbij
ook corruptie buiten de landsgrenzen van Nederland wordt aangepakt. Hoewel het beschikbare
strafrechtelijk instrumentarium dus functioneert, mogen we niet verslappen en moeten
we constant bezien of dit kan worden verbeterd. Het kabinet treft in dit kader diverse
maatregelen.
Geplande acties:
Opsporingsinstanties signaleren toenemende activiteit van corruptiebrokers bij het plegen van corruptie. We maken de rol van deze corruptiebrokers verder inzichtelijk om hiertegen te kunnen optreden. Daarnaast implementeren we de
EU Anti-Corruptierichtlijn en werken we in internationale anti-corruptiegremia doorlopend
aan de transnationale aanpak van corruptie.
Toelichting:
De onderzoeken van het WODC en het SKC laten zien dat criminele inmenging steeds vaker
wordt georganiseerd volgens een strategische, professionele aanpak. Corruptiebrokersfungeren als makelaars tussen criminele organisaties en gecorrumpeerde ambtenaren
of medewerkers van interessante organisaties in de private sector. Een corruptiebroker die over meerdere gecorrumpeerde contacten beschikt kan, ook na arrestatie van één
van deze contacten, criminelen en/of statelijke actoren blijven bedienen in hun behoeften.
Om beter op dit fenomeen in te kunnen spelen, maakt de Minister van JenV samen met
verschillende (strafrecht)partners (waaronder de politie, FIOD, KMar, Rijksrecherche
en het OM) de rol van corruptiebrokers verder inzichtelijk en streeft ernaar hier
een passende (strafrechtelijke en preventieve) aanpak op uit te werken.
Op 21 april 2026 is in Brussel een overeenkomst bereikt over de richtlijn ter voorkoming
en bestrijding van corruptie. De anti-corruptierichtlijn harmoniseert onder andere
de strafbaarstelling van corruptie-gerelateerde delicten in Europa, stelt eisen aan
minimale maximumstraffen en verjaringstermijnen, en verplicht het nemen van preventieve
maatregelen. Op enkele onderdelen laat de richtlijn bepaalde keuzes aan de lidstaten
zelf. Het lid Sneller heeft hier tijdens het commissiedebat Criminaliteitsbestrijding,
ondermijning en georganiseerde criminaliteit van 19 maart 2026 naar verwezen als de
zogenaamde lidstaatopties. In opvolging van de toezegging aan het lid Sneller zal
hier kort op worden ingegaan.22
Met name in de preventieve bepalingen van de richtlijn (artikelen 20–22) wordt veel
ruimte gelaten aan de lidstaten om maatregelen te nemen die aansluiten op de specifieke
omstandigheden van het betreffende land. Met de maatregelen en activiteiten die in
onderhavige brief worden uitgewerkt geven we hier invulling aan. Over de overige maatregelen
die Nederland neemt om corruptie onder (Rijks)ambtenaren, volksvertegenwoordigers
en bewindspersonen te voorkomen is uw Kamer in december 2025 in het kader van het
evaluatierapport van het VN Verdrag tegen corruptie uitgebreid geïnformeerd.23 Hierin worden onder andere regels voor het voorkomen van belangenverstrengeling,
vervolgfuncties en transparantie in de financiering van politieke partijen besproken.
Het overgrote deel van de strafrechtelijke bepalingen in de richtlijn is dwingend
geformuleerd. Ook in de strafrechtelijke bepalingen wordt echter op sommige plekken
ruimte aan de lidstaten gelaten om een eigen invulling te kiezen. Zo is het strafbaar
stellen van wederrechtelijke toe-eigening in de private sector (artikel 5) optioneel;
in Nederland is dit reeds strafbaar. Daarnaast stelt de richtlijn verplicht dat bij
een veroordeling zowel verzachtende als verzwarende omstandigheden in acht genomen
moeten kunnen worden. Welke omstandigheden als zodanig kunnen worden beschouwd, is
aan de lidstaten (artikelen 15 en 16). In Nederland heeft een rechter de mogelijkheid
om in concrete gevallen alle in diens ogen relevante omstandigheden mee te nemen bij
het bepalen van de straf. Alle in de richtlijn genoemde omstandigheden kunnen dus
reeds worden meegewogen.
De implementatietermijn van de richtlijn betreft 24 maanden en is aangevangen per
1 juni 2026. Dit betekent dat de richtlijn per 1 juni 2028 moet zijn geïmplementeerd.
Uw kamer zal gedurende het implementatietraject over de voortgang worden geïnformeerd.
Nederland werkt ook via andere internationale gremia aan de transnationale aanpak
van corruptie. Een belangrijke partner is de Anti-omkopingswerkgroep van de Organisatie
voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (hierna: de Werkgroep). In 2020 heeft
de Werkgroep in het kader van haar vierde evaluatieronde de Nederlandse aanpak van
buitenlandse omkoping geëvalueerd en diverse aanbevelingen gedaan om de opsporing
en vervolging van dit delict te verbeteren.24 In maart 2026 heeft Nederland een update gegeven aan de Werkgroep over de opvolging
van de aan haar gedane aanbevelingen.25
Hierbij is onder andere gesproken over de omgang met verschoningsgerechtigd materiaal
en de in 2025 in werking getreden «Aanwijzing Zelfmelden, medewerking en zelfonderzoek»
van het Openbaar Ministerie, die onder meer tot doel heeft (signalen van) o.a. buitenlandse
omkoping vroegtijdig te onderkennen26. De Werkgroep heeft de voortgang van Nederland als toereikend beoordeeld en daarmee
de vierde evaluatieronde voor Nederland afgerond.
Tot slot
Met deze aangescherpte aanpak zetten we dezelfde vier sporen door, maar richten we
onze pijlen – op basis van de NRA en de themastudie – met extra scherpte en prioriteit
op de hoogste risico’s en de grootste weerbaarheidswinst.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
Indieners
-
Indiener
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Medeindiener
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties