Brief regering : Onderwijs in Caribisch Nederland
36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
Nr. 182
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juli 2026
Goed onderwijs betekent vooruitgang: voor de samenleving en voor iedere scholier die
daarmee zijn talenten kan ontdekken en ontwikkelen. In Europees en in Caribisch Nederland
zet het Ministerie van OCW zich in om goed onderwijs te helpen realiseren. Op de eilanden
Bonaire, Saba en Sint Eustatius zijn 16 scholen voor primair, voortgezet en middelbaar
beroepsonderwijs waar 2.723 scholieren en 1.8731 studenten samen met 844 leraren en medewerkers dagelijks aan het leren zijn. Omdat
de onderwijskwaliteit op de eilanden (ondanks de grote professionaliseringsslag) kwetsbaar
blijft, werken de onderwijsprofessionals, de openbare lichamen, OCW, de Inspectie
van het Onderwijs (hierna: inspectie) en overige partijen gezamenlijk aan de kwaliteit.
De onderwijsagenda’s hebben sinds 2011 de leidraad gevormd voor de gezamenlijke inspanningen.2 OCW is er scherp op dat de beleidsfocus niet beperkt is tot alleen het onderwijsveld,
maar ook gericht is op het bredere sociaal domein. Wanneer het kind goed onderwijs
krijgt én zich daarbij bevindt in een veilige en kansrijke omgeving, wordt het algehele
toekomstperspectief van het kind enorm versterkt.
De onderwijsraad is in 2024 gevraagd een advies uit te brengen over het onderwijssysteem
in Caribisch Nederland. Het advies is tot stand gekomen na literatuuronderzoek, analyse
van beleid en wetgeving en ruim 360 gesprekken met betrokkenen in en om het onderwijs
op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Op 13 april jl. heeft de Onderwijsraad dit advies
gepubliceerd.3 Het advies bevat een brede analyse van de werking van het Nederlandse onderwijssysteem
in Caribisch Nederland inclusief aanbevelingen voor verbetering. Wij willen de Onderwijsraad
bedanken voor de uitgebreide analyse, het advies en de aanbevelingen voor de verbetering
van het onderwijs in Caribisch Nederland.
Advies Onderwijsraad – op hoofdlijnen
1. Leerlingen en studenten worden onvoldoende toegerust voor verschillende toekomstpaden.
Advies:
– Waarborg toerusting voor verschillende toekomstpaden van jongeren op Bonaire, Saba
en Sint Eustatius, door:
• Onderwijsprogramma’s aan te passen zodat leerlingen/studenten beter worden toegerust
voor verschillende toekomstpaden;
• Onderwijs in Nederlandse taal op niveau te brengen;
• Doorstroomroutes binnen de Caribische regio te vereenvoudigen;
• Mogelijkheden voor studeren en terugkeren te versterken.
2. Scholen kunnen onvoldoende inspelen op toenemende diversiteit in leerlingen- en studentenpopulaties.
3. Onderwijsbesturen hebben onvoldoende mogelijkheden om hun verantwoordelijkheden waar
te maken.
Advies punt 2 en 3:
– Stel onderwijsorganisaties op de eilanden in staat goed onderwijs voor iedereen te
verzorgen, door:
• Voor goed en voldoende onderwijspersoneel te zorgen;
• De kwaliteit en kwantiteit van eilandelijke onderwijsbestuurders- en schoolleiders
te versterken;
• Intensiever samen te werken om schaalvoordelen te behalen.
Overige aanbevelingen:
– Pas rollen, posities en werkwijzen van overheden aan op eilandelijke contexten, door:
• Overheidsbenadering aan te passen op (eilandelijke) situatie waarin de onderwijsorganisaties
functioneren;
• Onderwijswetgeving en wetgevingsprocessen beter aan te laten sluiten op lokale context;
• De positie van openbare lichamen als verbindende schakel tussen onderwijs en de samenleving
beter te benutten.
Beleidsinzet OCW
Het absorptievermogen en de kleinschaligheid van de eilanden maakt dat het van belang
is om focus en prioritering aan te brengen. Om deze reden brengen we ook een prioritering
aan in de adviezen uit het rapport van de Onderwijsraad.
De komende jaren richten we ons verder op 7 thema’s die de basis vormen voor de beleidsinzet
in Caribisch Nederland. Deze thema’s komen grotendeels overeen met de thema’s en adviezen
uit het rapport van de Onderwijsraad, en de Onderwijsagenda’s die we met Bonaire,
Sint Eustatius en Saba hebben afgesloten. De thema’s uit deze agenda’s zullen de komende
jaren de basis blijven voor de beleidsinzet. Hierbij worden de adviezen van de Onderwijsraad
als leidraad genomen om het beleid, samen met de lokale stakeholders nog verder aan
te scherpen. Een aantal van deze adviezen zullen we op korte termijn opvolgen. Andere
adviezen zullen verder opgeschoven worden. De focus op deze thema’s betekent dus ook
dat we komende tijd op een aantal thema’s (nog) niet inzetten, tenzij de eilanden
hier zelf prioriteit aan willen geven. Bij het plegen van de beleidsinzet wordt constant
afgewogen wat in de context van de verschillende eilanden het beste werkt. Dit doen
we uiteraard in samenspraak met de schoolbesturen, met daarbij in achtneming van de
adviezen van de Onderwijsraad en de rapporten van de inspectie.
In deze brief worden onderstaande thema’s uitgelicht waarbij per thema op de adviezen
uit het rapport van de Onderwijsraad wordt gereageerd. Met deze Kamerbrief wordt tevens
de motie White4 afgedaan waarin wordt gevraagd naar een plan van aanpak om het onderwijs in Caribisch
Nederland te verbeteren. Ook de toezegging5 die de vorige Staatssecretaris van OCW in de Eerste Kamer heeft gedaan over nadere
informatie over het toereikendheidsonderzoek in Caribisch Nederland wordt in deze
brief afgedaan.
Thema’s beleidsinzet OCW
1. Randvoorwaarden
2. Bestuurskracht en medezeggenschap
3. Voldoende en goed gekwalificeerd onderwijspersoneel
4. Inhoud van het onderwijs
5. Inclusief onderwijs
6. Doorstroom en overgangen
7. Onderwijsaanbod in de regio
Thema 1: Randvoorwaarden
Toereikende, overzichtelijke financiën van schoolbesturen en goede onderwijshuisvesting
zijn cruciale randvoorwaarden voor een kwalitatief en duurzaam onderwijssysteem. Alleen
met toereikende bekostiging kunnen schoolbesturen investeren in goed gekwalificeerd
personeel, passende begeleiding voor leerlingen, actueel lesmateriaal en een veilige
en stimulerende leeromgeving. Financiële zekerheid biedt daarnaast ruimte om onderwijs
op de lange termijn te verbeteren en in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen.
Moderne en duurzame schoolgebouwen dragen bij aan het welzijn, de concentratie en
de motivatie van leerlingen en personeel. De afgelopen tijd heeft OCW vol ingezet
op het realiseren van deze randvoorwaarden. Het grootste deel van de randvoorwaarden
is nu gerealiseerd, bij de lopende processen zal de ingezette lijn worden voortgezet.
Prioriteit 1: Financiën
1.1 Onderzoek naar de toereikendheid van de basisbekostiging6
Als onderdeel van de derde onderwijsagenda Caribisch Nederland: «Naar een hogere kwaliteit
van ons onderwijs»7 2023–2027 is in opdracht van OCW een onderzoek uitgevoerd naar de toereikendheid
van de basisbekostiging in het primair en voortgezet onderwijs om de financiële positie
van de schoolbesturen in kaart te brengen. Dit onderzoek concludeert in 2023 dat de
bekostiging voor alle schoolbesturen in Caribisch Nederland op de lange termijn niet
toereikend is om de kosten te dekken die de schoolbesturen begroten als de bekostiging
gelijk blijft.8
Om de financiële situatie van de schoolbesturen structureel te verbeteren, verhogen
we daarom de basisbekostiging van alle scholen in Caribisch Nederland. Vanaf 2027
wordt structureel € 4,1 miljoen per kalenderjaar uitgetrokken; dit is aangekondigd
bij de Voorjaarsnota. Dit bedrag zal op basis van een weging van de kosten, leerlingenaantallen,
schoolsoorten, locatie en aanbevelingen uit het onderzoek worden verdeeld over de
scholen. Met deze intensivering van de basisbekostiging beogen we de schoolbesturen
beter in staat te stellen om, binnen de kleinschalige en eilandelijke context, te
voldoen aan hun wettelijke onderwijstaak en de daarmee samenhangende investeringen
en kosten te dragen.
1.2 Integrale subsidieregeling Caribisch Nederland
Daarnaast werkt OCW momenteel aan het creëren van een integrale subsidieregeling voor
de po- en vo-scholen, met als doel om losse onderwijssubsidies vanuit bestaande regelingen
naar scholen samen te voegen. Met deze subsidie wordt het gebruik van subsidies beter
uitvoerbaar en effectiever, sluit het beter aan op de lokale context, ontstaat meer
duidelijkheid voor schoolleiders en schoolbesturen en, wordt de regeldruk verminderd.
De subsidieregeling zal naar alle waarschijnlijkheid in 2027 in werking treden. Deze
regeling vervangt allerlei versnipperde subsidies. Binnen de regeling kunnen scholen
zelf prioriteren in de doelen en activiteiten die zij het meest urgent achten voor
de school voor het versterken van de onderwijskwaliteit en het professionaliseren
van leerkrachten. Hiermee is niet langer de Europees Nederlandse context het uitgangspunt
maar kunnen schoolbesturen vanuit de eigen context beslissen welke activiteiten het
meest urgent zijn.
Prioriteit 2: Onderwijshuisvesting
Sinds 2012 werkt OCW samen met de openbare lichamen aan de renovatie en vervanging
van alle schoolgebouwen. Inmiddels is ongeveer driekwart van alle bekostigde scholen
voorzien van een nieuw of gerenoveerd gebouw. Ook worden de schoolbesturen ondersteund
in het uitvoeren van de onderhoudstaak via het opstellen van meerjarige onderhoudsplannen.
De komende jaren zullen de nieuwbouw- en renovatieplannen verder tot uitvoering worden
gebracht.
Vervolgstap: Rolverdeling en samenwerking
De Onderwijsraad geeft aan dat naast het op orde brengen van de financiën, betere
samenwerking en een duidelijkere rolverdeling tussen alle betrokken partijen nodig
is.9 Als de bovengenoemde prioriteiten behaald zijn, zal de focus dan ook liggen op het,
in samenwerking met alle betrokken partijen, uitwerken van de (overige) adviezen van
de Onderwijsraad over het verhelderen van de rolverdeling en de bevordering van de
samenwerking tussen alle partijen.
Aanbevelingen onderwijsraad
Aanvullend op de acties die in de bovengenoemde prioriteiten zijn benoemd adviseert
de Onderwijsraad:
– Versterk de vertegenwoordiging van Bonaire, Saba en Sint Eustatius door ze aan te
laten sluiten bij de Nederlandse formele delegatie voor het vierlandenoverleg
– Zorg voor meer kennisdeling tussen overheidsinstanties om besturen minder te belasten
– Benut positie openbare lichamen
• compenseren gebrek aan eilandelijke capaciteit en expertise
• gebruik openbare lichamen actief als gesprekspartner
• uitbreiden bevoegdheden en inspraakmogelijkheden
• inzetten voor verbinden van (onderwijs)organisaties
– Ontwikkel een Caribische variant van het overleg over Lokale Educatieve Agenda’s
– Stem de rol van OCW CG beter af op de behoeften van de onderwijsorganisaties
Thema 2: Bestuurskracht en medezeggenschap
Het functioneren van schoolleiders en schoolbesturen heeft grote invloed op de onderwijskwaliteit.
Het is noodzakelijk dat schoolbesturen beschikken over voldoende kennis, visie, sturingskracht
en organisatorisch vermogen om onderwijsprofessionals effectief te kunnen ondersteunen
en gericht te kunnen werken aan kwaliteitsverbetering. Ook de inspectie constateert
dat hier verbeteringen nodig zijn.
In tegenstelling tot schoolbesturen in Europees Nederland kunnen schoolbesturen op
de eilanden zich beperkt beroepen op ondersteunende netwerken en specialistische expertise
bij complexe vraagstukken. Hierdoor is de bestuurskracht sterk afhankelijk van individuele
personen. Om deze reden is het van belang om in te zetten op het versterken van de
kwaliteit en kwantiteit van eilandelijke schoolbestuurders en schoolleiders.10 Dit draagt uiteindelijk bij aan stabiel, toekomstgericht en kwalitatief sterk onderwijs.
Prioriteit 1: Duidelijkheid in wet- en regelgeving
Voor schoolbestuurders en schoolleiders op Bonaire, Saba en Sint Eustatius is het
lastiger de wet- en regelgeving te doorgronden vanwege de beperkte beschikbaarheid
van bijvoorbeeld onderwijsjuristen of een kenniscentrum op het eiland.11 Hierdoor is het niet altijd duidelijk welke wetgeving wel of niet geldt op de eilanden
en hoe de inspectie het toezicht inricht.
1.1 Verduidelijking wet- en regelgeving
Het komende jaar zetten wij ons in om juridische ondersteuning te versterken en het
toezicht van de inspectie transparanter te maken. Allereerst zal de website van de
Rijksdienst Caribisch Nederland worden uitgebreid met overzichten van de onderwijswet-
en regelgeving die specifiek geldt voor Caribisch Nederland. Daarnaast zal de inspectie
in het vernieuwde toezichtkader vanaf schooljaar 2027–2028 de juridische onderbouwing
en afwegingen bij het onderwijstoezicht in Caribisch Nederland transparanter en toegankelijker
maken.
1.2 Toekomstige wet- en regelgeving
Bij alle (voorgenomen) wetgeving wordt het comply-or-explain-principe als uitgangspunt
genomen, maar wordt wel goed voor ogen gehouden wat het doel is van nieuwe wetgeving,
passend in de Caribische context. Daarbij wordt altijd gekeken of er niet sprake is
van overvraging van schoolbesturen. Dit sluit aan bij de aanbeveling van de Onderwijsraad
om een gerichtere benadering voor CN te kiezen en daarbij extra inspanning te leveren
om recht te doen aan de specifieke omstandigheden en te compenseren voor de structurele
beperkingen op de eilanden.
Een voorbeeld van goed oog hebben voor de specifieke context van CN is het wetsvoorstel
«Modernisering regels voor beroepsonderwijs, educatie en voorkomen voortijdig schoolverlaten
Caribisch Nederland». Dit wetsvoorstel beoogt een hervorming van de onderwijswetgeving
voor Caribisch Nederland, waarbij het doel is om een gelijkwaardig niveau van voorzieningen
te creëren tussen Caribisch Nederland en Europees Nederland. De beoogde inwerkingtreding
is 1 augustus 2027.
Prioriteit 2: Professionaliseren
Naast het werven en inwerken van een nieuwe lichting schoolbestuurders en schoolleiders
is het van belang dat de zittende bestuurders verder kunnen professionaliseren. Op
dit moment financiert OCW een ondersteuningsstructuur, waarin coaches de schoolbesturen
en schoolleiders ondersteunen bij specifieke onderwerpen die op de scholen en bij
de besturen leven. De scholen mogen deze coaches naar eigen inzicht werven en inzetten.
OCW wil de komende jaren deze ondersteuningsstructuur doorontwikkelen met een focus
op duurzame bestuurskracht. Hiervoor zal onder andere de samenwerking worden gezocht
met de sectorraden, zoals de PO-Raad en de VO-raad, om kennis en onderwijstools af
te stemmen op de context en beschikbaar te stellen voor Caribisch Nederland. Op dit
moment is er al een verbinding met bestaande ondersteuningsprogramma’s voor schoolbesturen
zoals Goed Worden, Goed Blijven voor het primair onderwijs en Leren Verbeteren voor
het voortgezet onderwijs. Het komende jaar kijken we of andere kennisinstanties met
een focus op Europees Nederland ook passende kennisdeling en ondersteuning mogelijk
kunnen maken voor schoolbestuurders in Caribisch Nederland. Verder wordt gekeken naar
de mogelijkheden voor een leerplatform specifiek voor Caribisch Nederland en wordt
de mogelijkheid voor het verder uitwisselen van kennis tussen de eilanden en met Europees
Nederland verkend.
Vervolgstappen
Als de bovengenoemde prioriteiten behaald zijn, zal de focus liggen op het werven
van lokale bestuursleden, het stimuleren van samenwerking, duidelijke verhoudingen
en het versterken en professionaliseren van de medezeggenschapsraden. Bij het vormgeven
van het beleid zullen we in gesprek gaan met de schoolbesturen om te kijken hoe dit
het beste vormgegeven kan worden, hierbij worden de rapporten van de inspectie en
de aanbevelingen van de Onderwijsraad in overweging genomen.
Aanbevelingen Onderwijsraad
Aanvullend op de acties die in de bovengenoemde prioriteiten zijn benoemd adviseert
de Onderwijsraad:
– Scout en begeleid kandidaten op eilanden
– Zorg voor samenwerkingsmogelijkheden met andere onderwijsorganisaties
– Maak afspraken over belangenverstrengeling bij dubbelrollen
– Trek de wetgeving rond formele medezeggenschap gelijk met die in Europees Nederland
– Laat onderwijswetgeving en wetgevingsproces beter aansluiten op eilandelijke context
Thema 3: Voldoende en goed gekwalificeerd onderwijspersoneel
Leraren, schoolleiders, intern begeleiders, kwaliteitscoördinatoren en overig personeel
zetten zich dagelijks in om de scholen in Caribisch Nederland goed te laten functioneren.
Het is van belang dat op alle scholen voldoende en goed gekwalificeerd onderwijspersoneel
is, omdat dit een belangrijke voorwaarde is voor kwalitatief hoogwaardig onderwijs.
Het komende jaar zetten wij hierom in op goede arbeidsvoorwaarden, voldoende instroom
vanuit lerarenopleidingen, effectieve werving en constante professionalisering van
leerkrachten.
Prioriteit 1: Het opleiden van onderwijspersoneel
OCW en de lokale partners investeren in het opleiden van onderwijspersoneel, zowel
voor startende als voor zittende professionals. Een goed voorbeeld hiervan is Kibrahacha:
het samenwerkingsverband (voor de Benedenwinden) waarin Aruba, Bonaire en Curaçao
lerarenopleidingen en het samen opleiden van leraren versterken. De focus ligt op
het po, maar is de afgelopen tijd ook voorzichtig uitgebreid naar het vo en mbo. Ingezet
wordt op de samenhang en samenwerking tussen de onderwijsinstellingen om de kwaliteit
van het opleiden te verbeteren en te waarborgen, evenals het professionaliseren van
docenten die studenten begeleiden tijdens de opleiding. Zo is het merendeel van de
lerarenopleiders aan de slag bij het Beroepsregister voor Lerarenopleiders (BRLO),
waarin zij zich richten op professionele ontwikkeling. Voor de Bovenwindse eilanden
wordt dit jaar samen met de betrokken partners verkend op welke wijze dit ook beschikbaar
kan worden voor hen.
Naast deze inhoudelijke samenwerking investeert OCW ook in het realiseren van opleidingen
voor studenten op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. De universiteit van Curaçao ontvangt
een subsidie voor de Lerarenopleiding Funderend Onderwijs Bonaire, waarmee het de
dependance lerarenopleiding primair onderwijs op Bonaire faciliteert. De universiteit
van Sint-Maarten ontvangt een subsidie voor 14 onderwijsassistenten van Saba en Sint
Eustatius die de opleiding tot leraar primair onderwijs volgen. Hier gaan we het komende
jaar mee door. Hiernaast heeft OCW afgelopen jaar ook geld geïnvesteerd in de vo en
mbo school op Bonaire voor professionalisering ter compensatie van het ontbreken van
een schoolleidersbeurs.
Daarnaast worden er gesprekken gevoerd met de Universiteit van Curaçao over de oprichting
van en inzet op ondersteuningsbehoeften rondom de lerarenopleidingen Papiaments, Nederlands
en Engels. Dat sluit aan bij de bredere inzet van OCW om opleiding, professionalisering
en regionale samenwerking nog beter te verbinden met de behoeften van de scholen.
Prioriteit 2: Arbeidsvoorwaarden op orde
OCW werkt samen met de lokale partners aan een aantrekkelijker en beter passend geheel
van arbeidsvoorwaarden. In opdracht van OCW heeft een onderzoek plaatsgevonden naar
het proces van arbeidsvoorwaardenvorming voor het onderwijspersoneel in Caribisch
Nederland. Uit het onderzoek volgt het advies om de arbeidsverhoudingen evenwichtiger,
transparanter en toekomstbestendiger in te richten. Dit vergt een meerjarig traject
waarin met de betrokken partijen stap voor stap wordt toegewerkt naar een beter proces
van arbeidsvoorwaardenvorming door het komen tot een cao. Hiervoor wordt komend jaar
ingezet op het versterken van de positie van onderwijswerkgevers en werknemers en
het opbouwen van de benodigde samenwerking voor cao-overleg. Dat vraagt onder meer
een adequate ondersteuningsstructuur en kennisinvestering over arbeidsvoorwaarden
en onderhandelingsproces. De aanpak is gericht op arbeidsvoorwaarden die passend zijn
voor het onderwijs, de eiland-specifieke situaties en de schoolsoorten in Caribisch
Nederland.
Prioriteit 3: Professionaliseren
Door de kleinschaligheid en specifieke context kunnen scholen niet op dezelfde manier
terugvallen op ondersteuning als scholen in Europees Nederland. Daarom werkt OCW samen
met de lokale partners aan versterking van de ondersteuning aan de scholen, zodat
schoolbesturen en schoolteams beter worden ondersteund bij onder andere de kwaliteitszorg,
schoolontwikkeling en de begeleiding van nieuwe medewerkers. Het komende jaar wordt
samen met de schoolbesturen een plan ontwikkeld om de professionalisering effectief
in te richten, onder andere door ontwikkelplatforms op te zetten en samenwerking te
zoeken met onderwijsondersteunende organisaties zoals de onderwijsraden.
Het wetsvoorstel «Vereisten mbo-docenten basisvaardigheden» stelt aanvullende eisen
aan docenten Nederlands, rekenen en burgerschap. Het uitgangspunt is dat dit wetsvoorstel
ook geldt voor Caribisch Nederland. Docenten die nog niet aan de gestelde opleidingseisen
voldoen, zullen een aanvullend opleidingstraject van maximaal 30 studiepunten gericht
op vakinhoud en vakdidactiek moeten volgen. Voor Europees Nederland is er met het
afsluiten van de Werkagenda mbo 2023–2027 structureel 30 miljoen toegevoegd aan de
basisbekostiging, zodat mbo-instellingen kunnen inzetten op het (bij)scholen van docenten
Nederlands, rekenen en burgerschap. Om ook Caribisch Nederland de gelegenheid te geven
om docenten Nederlands, rekenen en burgerschap (bij) te scholen, wordt er geld beschikbaar
gesteld om tegemoet te komen aan de opleidingskosten. Er zijn geen WHW12-instellingen op Bonaire en daarom is het voor de uitvoerbaarheid van dit wetsvoorstel
in CN wenselijk dat het opleidingstraject voor Nederlandse taal, rekenen en burgerschap
ook online gevolgd kan worden door docenten uit Bonaire. Dat vraagt om afstemming
en maatwerk tussen de mbo-instelling in Bonaire en de aanbieders van de opleidingstrajecten.
Voor zij-instroom in beroep via lerarenopleidingen is het mogelijk, mits praktisch
uitvoerbaar, om gedurende het zij-instroom in beroep traject te werken op de mbo-instelling
op Bonaire.
Vervolgstappen
Als de bovengenoemde prioriteiten inhoudelijk goed zijn ingeregeld, kan de focus verlegd
worden naar de werving en het inwerken van nieuwe leraren. Hiervoor zal in overleg
met de schoolbesturen een plan opgesteld worden. De rapporten van de inspectie en
het rapport van de Onderwijsraad worden hierbij meegenomen. De scholen in Caribisch
Nederland hebben baat bij een stabiele instroom van professionals die passen bij de
lokale onderwijspraktijk en bereid zijn zich voor langere tijd te verbinden. Dit heeft
het meeste kans van slagen door in te zetten op mensen die de lokale context kennen.
Hierom focust OCW zich op lokaal personeel. De Onderwijsraad raadt betere samenwerking
en een invallerspoule vanuit Europees Nederland aan.13 Vanwege de tijdelijkheid en de mindere binding met de lokale omstandigheden is dit
niet een prioriteit waar OCW op gaat inzetten.
Aanbevelingen Onderwijsraad
Aanvullend op de acties die in de bovengenoemde prioriteiten zijn benoemd adviseert
de Onderwijsraad:
– Ontwikkel specifieke modules in lerarenopleidingen over het lesgeven in Caribisch
Nederland
– Zorg voor vaste relaties met Europees Nederland om stageplekken voor leraren te creëren
– Help onderwijsorganisaties bij de werving en (financiële) facilitering van leraren
Nederlands (als vreemde taal)
– Werk aan gezamenlijke voorlichtingsactiviteiten en toegang tot vacatureplatforms
Thema 4: Inhoud van het onderwijs
Om te zorgen dat iedere leerling zijn of haar talenten kan ontdekken en ontwikkelen
is het van belang dat de inhoud van het onderwijs aansluit bij wat leerlingen moeten
kennen en kunnen. De kern van wat leerlingen moeten kennen en kunnen zijn de basisvaardigheden.
De komende jaren zal de focus op taalonderwijs hierin prioriteit krijgen, zonder de
andere vakken uit het oog te verliezen. Taal is de basis voor al het leren. Taal is
nodig om de leraar te begrijpen, kennis op te doen via boeken en in gesprek met anderen
te leren. De taalkundige diversiteit in Caribisch Nederland vormt een grote rijkdom,
maar vraagt tegelijkertijd om een onderwijsaanpak die bewust inspeelt op taalverschillen
en de manier waarop leerlingen talen verwerven en gebruiken. Voor de versterking van
het meertalige onderwijs is daarom een brede aanpak nodig, die zich enerzijds focust
op de ontwikkeling van kerndoelen en leerlijnen, geschikt lesmateriaal en passende
toetsing en examinering, en anderzijds op een goed implementatie- en ondersteuningsproces.14
Prioriteit 1: Kerndoelen en leerlijnen
Het SLO, landelijk expertisecentrum voor het curriculum, is in opdracht van OCW bezig
met de herziening van de geactualiseerde kerndoelen voor de talen in Caribisch Nederland:
het Nederlands (als vreemde taal), Papiaments en Engels. De kerndoelen worden specifiek
opgesteld voor en met de eilanden. Aan het einde van dit kalenderjaar worden de kerndoelen
opgeleverd en vervolgens wordt gekeken hoe de bijbehorende leerlijnen aangepast zullen
worden en in hoeverre de overige geactualiseerde kerndoelen aansluiten bij de lokale
context van Caribisch Nederland.
Prioriteit 2: Leermiddelen
Lesmateriaal dat herkenbaar is en rekening houdt met de lokale context vergroot de
betrokkenheid en motivatie van leerlingen en studenten. De afgelopen jaren zijn in
opdracht van OCW Papiamentstalige leesboekjes ontwikkeld voor het po. Dit materiaal
is echter niet voldoende. In het afgelopen jaar is in overleg met scholen in kaart
gebracht op welke punten het huidige lesmateriaal tekortschiet en waar schoolbesturen,
schoolleiders en onderwijspersoneel behoefte aan hebben. Op basis van deze behoefteanalyse
gaat OCW in gesprek met de Openbare Lichamen, en met andere lokale partijen, om te
kijken waar samenwerking mogelijk is bij het creëren van passende leermiddelen voor
de vakken Nederlands als vreemde taal en het Papiaments.
Prioriteit 3: Toetsing en examens
Het is essentieel dat toetsen aansluiten bij de taalontwikkeling en belevingswereld
van leerlingen en studenten in Caribisch Nederland. Wanneer toetsing onvoldoende rekening
houdt met meertaligheid, bestaat het risico dat niet de daadwerkelijke kennis of vaardigheden
van leerlingen worden gemeten, maar vooral hun beheersing van een specifieke instructietaal.
Daarom is het belangrijk dat scholen gebruik kunnen maken van passende toetsvormen
en ruimte krijgen om opbrengsten zorgvuldig te interpreteren binnen de context van
de eilanden.
In het po zijn de afgelopen jaren grote stappen gezet. Sinds het begin van schooljaar
2025/2026 is het Leerlingvolgsysteem BES afgerond en kunnen scholen hier, zowel op
de Bovenwinden als op Bonaire, volledig mee aan de slag. In dit systeem kunnen ze
de ontwikkeling in kennis en vaardigheden van hun leerlingen volgen voor Nederlands
(als vreemde taal), Papiaments en Engels. Bovendien is dit schooljaar voor het eerst
de Doorstroomtoets Bonaire afgenomen bij de leerlingen uit groep 8 op Bonaire. Bij
het opstellen van de Wet Doorstroomtoetsen po is vanaf 2018/2019 besloten om de wet-
en regelgeving rondom toetsen in het po op Bonaire gelijk te trekken met de situatie
in Europees Nederland.15 Dit betekende dat het verplicht werd om bij leerlingen in groep 8 een doorstroomtoets
af te nemen én dat deze als tweede objectief gegeven gebruikt dient te worden bij
het bepalen van het definitief schooladvies. De doorstroomtoets Bonaire is speciaal
ontwikkeld voor deze groep leerlingen en sluit aan bij de lokale context, de lokale
talen (Nederlands als vreemde taal en Papiaments) en de belevingswereld van de leerlingen.
Uit de evaluatie van de eerste afname is één knelpunt naar voren gekomen, dat opgelost
wordt door het afnamemoment van de doorstroomtoets te verplaatsen naar april. Hierdoor
valt het afnamemoment niet langer gedeeltelijk samen met vakanties en plaatselijke
tradities op Bonaire, en sluit het beter aan op de wijze waarop het onderwijsveld
de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs heeft ingericht. Omdat de
afnameperiode wettelijk is bepaald, vergt het ook een wetswijziging om deze periode
te wijzigen. Dit is niet haalbaar voor de volgende afnameperiode. Omdat wij het niet
wenselijk vinden dat Bonairiaanse scholen in de tussentijd hun leerlingen een toets
af moeten nemen op een moment dat niet goed op hun behoeftes aansluit, kiezen we ervoor
om – vooruitlopend op de wetswijziging – de wijziging van de afnameperiode voor de
doorstroomtoets op Bonaire al vanaf aankomend schooljaar te gedogen. Dit betekent
dat de doorstroomtoets op Bonaire al in 2027 afgenomen wordt in april in plaats van
in januari-februari. Het afnamemoment in Europees Nederland blijft ongewijzigd. Om
te voorkomen dat er te lang in strijd met de wet wordt gehandeld, zeggen wij u toe
dat de wijziging van het afnamemoment meegenomen wordt in de aankomende wetswijziging.
Hoewel deze aanpassing voor de overgrote meerderheid van de leerlingen een positief
effect zal hebben, is er een kleine groep leerlingen voor wie deze wijziging tot enig
nadeel kan leiden. Dat zijn de leerlingen die na het afronden van het primair onderwijs
op Bonaire een overstap zullen maken naar Europees Nederland. Zij hebben dan tijdens
de centrale aanmeldweek van Europees Nederland nog geen toetsadvies. De verwachting
is echter dat dit aantal zo klein is, dat de scholen in Europees Nederland waarop
deze leerlingen ingeschreven zouden gaan worden, de mogelijke bijstelling van het
voorlopig schooladvies naar een definitief schooladvies kunnen opvangen. De kans dat
in de praktijk sprake is van een groot nadeel voor deze leerlingen is daarmee gering
en daarmee niet van doorslaggevend belang in onze afweging. Voor de overige leerlingen
kent het verschuiven van de afnameperiode geen enkele nadelige gevolgen. Omdat er
één school voor voortgezet onderwijs op Bonaire is, maakt een eventuele wijziging
van het voorlopig advies naar aanleiding van het toetsadvies geen verschil voor op
welke school een leerling zich kan aanmelden. De centrale aanmeldweek is daarom op
Bonaire van veel minder belang dan in Europees Nederland.
Voor mogelijke aanpassingen in examinering in het vo verkent het SLO, in opdracht
van OCW, de ontwikkeling van examenprogramma’s voor Nederlands als vreemde taal in
het voortgezet onderwijs. De eerste resultaten van deze verkenning worden deze zomer
verwacht.
In het mbo op Bonaire blijkt dat het huidige centraal examen Nederlands niet geschikt
is voor de Caribische studenten. Met het voorgenomen wetsvoorstel (zie thema 2, prioriteit
2), wordt dit examen vervangen door een Nederlands als Vreemde Taal examen. Het doel
van dit examen is het verkrijgen van een gedegen beeld of de Nederlands als Vreemde
Taal benadering leidt tot betere examenresultaten en of studenten op die manier kunnen
voldoen aan het eindniveau Nederlands zoals bedoeld in de Wet referentieniveaus taal
en rekenen.
Uit de uitvoeringstoets van het voorgenomen wetsvoorstel «Modernisering regels voor
beroepsonderwijs, educatie en voorkomen voortijdig schoolverlaten Caribisch Nederland»
blijkt dat het huidige centraal examen Nederlands, bestaande uit Lezen en Kijk- en
luisteren, zoals dat in Europees Nederland wordt afgenomen niet geschikt is voor het
mbo op Bonaire. Studenten in Caribisch Nederland groeien op in een meertalige omgeving,
waarbij het Nederlands niet altijd de moedertaal is van studenten. Dit, in tegenstelling
tot studenten uit Europees Nederland. Een NVT-examen houdt rekening met de achtergrond
van anderstalige studenten wiens moedertaal niet het Nederlands is. De meertalige
context vraagt om een andere didactische aanpak van de Nederlandse taal en de examinering
daarvan. Het doel van de NVT-examens en het afnemen van de proeftoetsen is het verkrijgen
van een gedegen beeld of de NVT-benadering leidt tot betere examenresultaten en of
studenten op die manier kunnen voldoen aan het eindniveau Nederlands zoals bedoeld
in de in de Wet referentieniveaus taal en rekenen.
Prioriteit 4: Ondersteuning en implementatie
Het werken in een meertalige onderwijsomgeving vereist specifieke kennis en vaardigheden
op het gebied van taalontwikkeling, differentiatie en intercultureel onderwijs. Bovendien
vraagt het werken met de nieuwe kerndoelen, leerlijnen en lesmateriaal om een gedegen
implementatietraject. OCW zal het implementatie- en ondersteuningstraject dan ook
zorgvuldig inrichten.
Gezien de meertalige context wordt Nederlands als vreemde taal beschouwd en vereist
het onderwijs van deze taal een passende didactiek. De Taalunie ondersteunt deze omslag
van moedertaalonderwijs Nederlands naar een vreemde taal-aanpak. Binnen het Ministerieel
Vierlandenoverleg vindt via het Netwerk NVT Carib kennisuitwisseling plaats en wordt
onder meer ingezet op bewustmaking van en communicatie over NVT en deskundigheidsbevordering.
De Taalunie is hierin adviseur. De sinds 2023 door het netwerk uitgevoerde activiteiten
worden dit jaar geëvalueerd. Daarbij wordt ook bezien waar de verdere behoeften van
de scholen in o.a. Caribisch Nederland ten aanzien van ondersteuning bij het onderwijs
van en in NVT liggen.
Vervolgstappen
Als de bovengenoemde prioriteiten behaald zijn, zal de focus liggen op het duurzaam
ondersteunen van scholen bij het taalbeleid. Hiervoor zal worden samengewerkt met
de schoolbesturen en de openbare lichamen. De rapporten van de inspectie en de aanbevelingen
van de Onderwijsraad worden hierbij ter overweging meegenomen.
Aanbevelingen Onderwijsraad
Aanvullend op de acties die in de bovengenoemde prioriteiten zijn benoemd adviseert
de Onderwijsraad:
– Zorg voor digitale uitwisselingen en gezamenlijke onderwijsprojecten met Nederlandstalige
scholen op Aruba, Curaçao en Sint-Maarten en in Europees Nederland
– Onderzoek of het programma Inclusief Taalonderwijs Bonaire in aangepaste vorm ook
op Sint Eustatius en Saba in te voeren is
Thema 5: Inclusief onderwijs
Inclusief onderwijs vraagt om een brede, gedragen visie en aanpak waarin onderwijs
en zorg goed op elkaar aansluiten. Voor de uitvoering is goede samenwerking met de
gehele keten randvoorwaardelijk. Alleen wanneer schoolbestuurders, onderwijspersoneel,
de expertisecentra voor onderwijszorg, jeugdzorg, leerplichtambtenaren, ouders en
andere betrokken partners in samenhang optreden, kunnen scholen een stevig schoolklimaat
creëren waarin leerlingen de ondersteuning krijgen die nodig is om zich zo goed mogelijk
te ontwikkelen.
Prioriteit 1: Ondersteuning en professionalisering
Ondersteuning vanuit onderwijscoaches en onderwijsraden zoals de PO-Raad en de VO-raad
speelt een belangrijke rol bij het versterken van inclusief onderwijs. Deze ondersteuning
moet leraren, schoolleiders, interne begeleiders en overig onderwijspersoneel helpen
om zich verder te professionaliseren en meer kennis en kunde op te bouwen voor het
vormgeven van inclusief onderwijs. Het komende jaar zet OCW zich in voor het realiseren
van specifieke opleidingen, scholing en kennisdeling, zodat teams beter worden toegerust
om met verschillen in onderwijsbehoeften om te gaan. Dit draagt bij aan een gezamenlijk
en inclusief pedagogisch en didactisch klimaat.
Prioriteit 2: Expertisecentrum onderwijszorg (EOZ) en specialistische voorzieningen
De EOZ’s op de eilanden, die in 2011 zijn opgericht, ondersteunen scholen met onderwijsondersteunende
activiteiten, ambulante begeleiding, diagnostiek en advies. Zij vormen hiermee een
belangrijke schakel in de ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijs- en
ondersteuningsbehoeften. OCW financiert de EOZ’s en de specialistische voorzieningen.
OCW onderzoekt hoe de EOZ’s, de specialistische voorzieningen en de scholen beter
op elkaar kunnen aansluiten, zodat leerlingen zo veel mogelijk in de school kunnen
worden ondersteund en waar nodig tijdig specialistische ondersteuning ontvangen. Hiervoor
wordt dit jaar onder andere een evaluatie van de specialistische voorzieningen uitgevoerd.
Dit heeft ook als doel om de voorzieningen een structurele plek in het onderwijssysteem
op Caribisch Nederland te geven.
Vervolgstappen
Als de bovengenoemde prioriteiten behaald zijn, zal de focus liggen op het verder
vormgeven en optimaliseren van inclusief onderwijs in samenwerking met het onderwijsveld.
De Onderwijsraad heeft geen specifieke aanbevelingen rondom onderwijszorg, een aantal
algemene adviezen raken wel aan de verbetering van de onderwijszorg.
Aanbevelingen Onderwijsraad
Aanvullend op de acties die in de bovengenoemde prioriteiten zijn benoemd adviseert
de Onderwijsraad:
– Zorg voor een heldere rolverdeling en verbeterde samenwerking tussen zorgactoren en
scholen
Thema 6: Doorstroom en overgangen
Een sterke doorgaande lijn met soepele overgangen tussen de voorschoolse educatie,
het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het vervolgonderwijs draagt bij
aan een doorgaande ontwikkeling van leerlingen. Duidelijke aansluiting tussen onderwijssectoren
en goede begeleiding daarbij helpen enerzijds om capaciteiten en talenten van leerlingen
vroegtijdig te herkennen en verder te ontwikkelen, en anderzijds om onzekerheid, leerachterstanden
of uitval te voorkomen. Dit is extra belangrijk in Caribisch Nederland, waar de meertalige
en kleinschalige context specifieke uitdagingen en kansen met zich meebrengt.
Prioriteit 1: Overgangen
1.1 Voorschoolse educatie – primair onderwijs
Het programma Best4kids zet zich in om peuters en kleuters voor te bereiden op de schoolloopbaan. Een verplicht
onderdeel van de voor- en vroegschoolse educatie is het gebruikmaken van een programma
dat de ontwikkeling van jonge kinderen stimuleert en de warme overdracht tussen kinderopvang
en basisonderwijs bevordert, zodat scholen beter kunnen aansluiten op de (extra) ondersteuning
die in de kinderopvang is geboden. Om de onderlinge samenwerking en de doorgaande
lijn tussen kinderopvang en de basisschool te bevorderen, vindt er twee keer per jaar
een pedagogisch eilandelijk netwerk plaats. Hierin maken houders van kindercentra
en de gezagsorganen van de basisscholen afspraken over bijvoorbeeld de warme overdracht,
het verhogen van de ouderbetrokkenheid en het afstemmen van het aanbod.16
1.2 Primair onderwijs – voortgezet onderwijs
Het eerder genoemde leerlingvolgsysteem en de doorstroomtoets op Bonaire kan de scholen
helpen om leerlingen te plaatsen op de plek in het vo dat het beste past bij de talenten,
behoeften en mogelijkheden van de leerling. Een goede samenwerking tussen de po en
vo scholen is hiervoor van belang.
Prioriteit 2: Doorstroom
De doorstroom van leerlingen uit Caribisch Nederland naar een passende vervolgopleiding
is van groot belang voor hun toekomst en voor de ontwikkeling van de regio. Het versterken
van deze doorstroom zorgt ervoor dat leerlingen een opleiding kunnen kiezen die aansluit
bij hun behoeften en verwachtingen, en dat zij deze vervolgopleiding met plezier en
succes kunnen doorlopen.
Het programma Strategic Education Alliance (hierna: SEA) is het koninkrijksbrede programma
dat inzet op studentsucces en gelijke kansen voor Caribische studenten. Het programma
heeft een looptijd tot 2029. Vanuit SEA zijn verschillende acties ondernomen:
– Ontwikkelen Caribbean Foundation Year: dit is een programma voor leerlingen die recent
afgestudeerd zijn van de middelbare school. Waarin leerlingen werken aan persoonlijke
ontwikkeling, studievaardigheden en taalvaardigheid. Dit programma is ontwikkeld voor
Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten en heeft een academische en een beroepsgerichte
route.
– Opzetten Caribisch decanennetwerk.
– Investeren in de samenwerking rondom de jaarlijkse studiekeuze- en voorbereidingsprogramma’s.
– Opbouwen van samenwerking tussen de verschillende partijen die de studenten uit Caribisch
Nederland ondersteunen.
– Organiseren braingain-bijeenkomsten waarin een concrete werkagenda is samengesteld
en de Koninkrijksbrede Kennisagenda is ondertekend.
Het komende jaar ligt de nadruk op de implementatie en doorontwikkeling van het Caribbean
Foundation Year, de versterking van de studiekeuze- en voorbereidingstrajecten, de
verdieping van het decanennetwerk en de uitvoering van de actiepunten uit de onderwijs-arbeidsmarktagenda
en de Kennisagenda.
Naast de voorgaande inzet vanuit het SEA-programma blijft er voor leerlingen uit Caribisch
Nederland die hun opleiding in Europees Nederland of een van de eilanden willen voortzetten
gratis begeleiding beschikbaar.
Prioriteit 3: Financiën
Op basis van de Wet studiefinanciering BES (WSF BES) krijgen studenten uit Bonaire,
Saba en Sint Eustatius de mogelijkheid om te studeren in het Caribisch deel van het
Koninkrijk, de overige Caribische regio, in de Verenigde Staten of in Canada. Ook
kent de WSF BES los van de normbedragen een opstarttoelage: een eenmalige toelage
voor Caribisch-Nederlandse studenten17die gaan studeren in Europees Nederland. OCW werkt aan een wetsvoorstel om de financiële
toegankelijkheid van studeren voor Caribisch-Nederlandse studenten beter te waarborgen
binnen de Wet studiefinanciering BES (WSF BES).
Prioriteit 4: Samenwerking
Om de doorstroom van leerlingen te verbeteren werkt OCW samen met de landen in de
regio om te zorgen voor meer doorstroomroutes. De opleidingen Doktersassistent (DA)
en Apothekersassistent (AA) zijn gestart in augustus 2024. De eerste lichting studenten
bevindt zich inmiddels aan het einde van het tweede leerjaar. Op basis van de reeds
afgenomen examens is de verwachting dat een groot deel van deze studenten in het komende
jaar het diploma zal behalen.
Uit evaluaties met docenten en studenten halverwege het eerste leerjaar bleek dat
de combinatie van online vakinhoudelijk onderwijs vanuit Europees Nederland en online
generieke vakken (zoals Nederlands, rekenen en Engels) als te belastend werd ervaren.
In gezamenlijkheid is daarom besloten dat de mbo-instellingen op de eilanden deze
onderdelen zelf organiseren.
Hoewel de opleidingen inhoudelijk en organisatorisch goed zijn opgezet, met een heldere
structuur, effectieve samenwerking en positief beoordeelde beroepspraktijkvorming,
blijkt de continuïteit kwetsbaar.
De belangrijkste knelpunten zijn: beperkte instroom, uiteenlopende lokale voorkeuren
en de neiging van eilanden om opleidingen zelf te organiseren.
Dit laat zien dat het eiland overstijgende model inhoudelijk kansrijk is, maar vraagt
om stevig en breed gedragen managementcommitment. Daarnaast moet het model beter aansluiten
op de lokale context en schaalgrootte. Zonder voldoende gezamenlijke vraag en een
duidelijke meerwaarde voor alle partners komt deze samenwerking onder druk te staan.
De keuze voor toekomstige opleidingen binnen dit model kan daarbij het beste worden
gebaseerd op concrete ontwikkelingen op de lokale arbeidsmarkt (gebruikmaking van
input van de lokale Raad Onderwijs Arbeidsmarkt Caribisch Nederland). Binnen de huidige
samenwerking wordt onderzocht hoe de opgedane kennis en ervaringen kunnen worden benut
voor nieuwe initiatieven en projecten.
Meerdere keren per jaar vindt er bestuurlijk overleg plaats tussen OCW en de gedeputeerden
van onderwijs van de openbare lichamen. Daarnaast ontmoeten de Ministers van OCW van
Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland elkaar ieder jaar tijdens het Ministerieel
Vierlandenoverleg (M4LO). Tijdens het M4LO maken de ministers van het Koninkrijk afspraken
over de samenwerking op hun beleidsterreinen en bespreken zij een aantal actuele thema’s
en bijbehorende programma’s, zoals onder meer over SEA, Kibrahacha en Nederlands als
Vreemde Taal. Caribisch Nederland wordt betrokken in de voorbereiding. Hiermee versterken
we de onderwijssamenwerking. Verder werken het M4LO Onderwijs en het M4LO Zorg sinds
2023 samen om de aansluiting tussen de instroom van Caribische studenten in de zorgopleidingen
op hbo- of wo-niveau in Nederland en de uitstroom naar de arbeidsmarkt in de zorg
in het Caribisch Gebied te verbeteren. Eerder is uw Kamer geïnformeerd over de voorgestelde
gezamenlijke aanpak van OCW en VWS.18 Voor de uitvoering van deze aanpak is in het najaar van 2025 een programmamanager
in het Caribisch Gebied aangesteld. De opdracht van deze programmamanager richt zich
op zorgopleidingen op hbo- en wo-niveau met numerus fixus, met specifiek Geneeskunde
als prioriteit.
Prioriteit 5: Aansluiting onderwijs – arbeidsmarkt
Loopbaanoriëntatie is een verplicht onderdeel van iedere mbo-opleiding. Hierdoor worden
studenten niet alleen voorbereid op het behalen van een diploma, maar ook op het maken
van bewuste keuzes voor vervolgonderwijs en werk.
Door loopbaanoriëntatie kunnen leerlingen en studenten eerder kennismaken met kansen
op de lokale en regionale arbeidsmarkt, vervolgopleidingen binnen de Caribische regio
en mogelijkheden in Europees Nederland. Daarmee draagt loopbaan-oriëntatie bij aan
een betere aansluiting onderwijs, vervolgonderwijs en arbeidsmarkt.
De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in Caribisch Nederland wordt versterkt
door het beroepsonderwijs beter af te stemmen op de behoeften van de lokale en regionale
arbeidsmarkt. Met de wetswijziging «Modernisering regels voor beroepsonderwijs, educatie
en voorkomen voortijdig schoolverlaten Caribisch Nederland» krijgen onderwijsinstellingen
de verantwoordelijkheid om bij de ontwikkeling van nieuwe opleidingen nadrukkelijk
rekening te houden met arbeidsmarktperspectief, doelmatigheid en de beschikbaarheid
van leerbedrijven. Daarbij speelt de Raad Onderwijs Arbeidsmarkt Caribisch Nederland
(ROA CN) een belangrijke adviserende rol.
Hiermee wordt beoogd dat leerlingen en studenten opleidingen volgen die aansluiten
bij de werkgelegenheid op de eilanden en in de regio, waardoor hun kansen op succesvolle
doorstroom naar werk toenemen.
Deze aanpak sluit aan bij de constatering van de Onderwijsraad dat jongeren beter
moeten worden voorbereid op verschillende toekomstpaden en dat lokale en regionale
routes naar het onderwijs en arbeid meer aandacht verdienen.
Vervolgstappen
Als de bovengenoemde prioriteiten behaald zijn, zal worden uitgewerkt hoe de verbetering
van de financiën, samenwerking, loopbaanbegeleiding en diploma’s vorm kunnen krijgen.
Hiervoor zal het onderstaande advies van de Onderwijsraad in overweging genomen worden.
Aanbevelingen Onderwijsraad
Aanvullend op de acties die in de bovengenoemde prioriteiten zijn benoemd adviseert
de Onderwijsraad:
– Geef Nuffic een coördinerende rol in het garanderen van de diplomawaarde bij terugkeer
naar de eilanden
– Vereenvoudig doorstroomroutes binnen de Caribische regio
• zorg voor financiële ondersteuning, door een aangepaste opstarttoelage
• zorg voor versterkte samenwerking binnen het Koninkrijk
– Vergroot mogelijkheden voor studeren en terugkeren op de eilanden
– Geef gerichte voorlichting over lokale doorstroomroutes
– Bevorder dat scholen voor voortgezet en beroepsonderwijs in samenwerking met regionale
instellingen een aantal doorstroomroutes opzetten
– Zorg dat het CXC-onderwijs op Saba en Sint Eustatius beter aansluit op het primair
onderwijs en het vervolgonderwijs in zowel Europees Nederland als de Caribische regio
– Evalueer de sterke en zwakke punten van het CXC-onderwijs en zorg dat dit wettelijk
wordt verankerd
Thema 7: Onderwijsaanbod in de regio
Op de eilanden wordt hard gewerkt om te voorzien in onderwijsaanbod dat aansluit op
de behoeften en benodigdheden van leerlingen en studenten en van de samenleving als
geheel. Toch is er vanwege de kleinschaligheid van de eilanden altijd sprake van een
beperkt aanbod.19
Prioriteit 1: Derde leerweg in Caribisch Nederland
Op dit moment is er behoefte aan bij-, op- en omscholing van volwassenen in Caribisch
Nederland. Met name in de tekortsectoren, zoals in de zorg, techniek en kinderopvang,
is de roep naar modulair onderwijs het grootst. Door de aanhoudende personeelstekorten
wordt in de tekortsectoren steeds vaker gekozen voor een flexibelere inrichting van
functiehuizen, waarbij het bezit van een volledig diploma niet langer leidend is.
Tegelijkertijd blijven organisaties vasthouden aan aantoonbare vakbekwaamheid, onder
andere vanwege de eisen op het gebied van kwaliteit en veiligheid. Werkgevers in Caribisch
Nederland geven aan dat erkende mbo-certificaten, die in het beroepenveld een eigenstandige
civiele waarde vertegenwoordigen, in dat kader de passende oplossing bieden. Om die
reden is per 1 januari 2026 per Koninklijk besluit de mogelijkheid gecreëerd om, naast
de beroepsopleidende leerweg en de beroepsbegeleidende leerweg, ook erkenning op grond
van de Wet educatie beroepsonderwijs BES (WEB BES) af te geven voor de «derde leerweg»,
waarbij door modulair onderwijs een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 WEB BES
kan worden uitgereikt.20
Vervolgstappen
Als de bovengenoemde prioriteiten behaald zijn, zal de focus verschuiven naar het
onderzoeken van de mogelijkheid van en aansluiting op het onderwijsaanbod in de regio.
Hiervoor zal het advies van de Onderwijsraad in overweging worden genomen.
Aanbevelingen Onderwijsraad
Aanvullend op de acties die in de bovengenoemde prioriteiten zijn benoemd adviseert
de Onderwijsraad:
– Pas onderwijsprogramma’s aan voor een betere toerusting op verschillende toekomstpaden
– Bekijk hoe beroepsopleidingen, leerwerktrajecten en mogelijkheden voor een leven lang
ontwikkelen kunnen worden ingericht en uitgebreid
– Bied een brede basis met mogelijkheid tot specialisatie
– Zorg voor voldoende onderwijsaanbod op elk eiland voor elke jongere tot 18 jaar
Tot slot
Onderwijspersoneel en -bestuurders in Caribisch Nederland zetten zich elke dag opnieuw
hard in om goed onderwijs te verzorgen, passend binnen de lokale context. Het is de
verantwoordelijkheid van OCW om hen daarin adequate ondersteuning te bieden. Vanaf
10 oktober 2010 zijn veel stappen gezet, die tot aantoonbare veranderingen hebben
geleid; deze stappen zijn zeker nog niet afgerond. We blijven stappen zetten om het
onderwijs duurzaam in te richten passend bij de lokale context. Daarvoor is een stevige
basis nodig.
In samenwerking met de lokale stakeholders zet OCW daarom de komende jaren in op de
zeven thema’s die in deze Kamerbrief besproken zijn. Deze gerichte inzet op school
en bestuursniveau staat niet op zichzelf. OCW is zich ervan bewust dat hiervoor ook
investering nodig is in het maatschappelijk speelveld waarin de scholen zich bevinden
en OCW zet zich ook in voor het bredere plaatje door hierin te investeren. Dit alles,
zodat kinderen op kunnen groeien in een veilige omgeving met het onderwijs en de ondersteuning
die zij nodig hebben. Dat doen we allen met hetzelfde gemeenschappelijke doel: het
zorgen voor een stevige sociaalpedagogische basis bij leerlingen zodat elke leerling
zijn of haar volle potentieel kan benutten. Want ieder kind heeft recht op goed onderwijs,
zelfontplooiing en een kansrijk toekomstperspectief.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.M. Letschert
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen
Indieners
-
Indiener
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Medeindiener
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.