Brief regering : Opvolging gesprek ondernemers inzake petitie 'Oók ondernemers zijn ten onrechte als fraudeur gezien'
36 708 Toeslagen
Nr. 107
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juli 2026
Op 17 maart 2026 heeft de Belangenvereniging Gedupeerde Ondernemers Toeslagen/FSV/MKB
(hierna Belangenvereniging GOT) een petitie aan uw Kamer aangeboden met de titel «Oók
ondernemers zijn ten onrechte als fraudeur gezien». In deze petitie wijzen de initiatiefnemers
op een aantal problemen die zij zouden hebben als ondernemer, als gevolg van de werkwijze
van de Belastingdienst of de Dienst Toeslagen of als gevolg van de wijze waarop het
herstel is georganiseerd. In de commissiedebatten over de Belastingdienst (Kamerstuk
31 066, nr. 1536) en de Hersteloperatie toeslagen (Kamerstuk 36 708, nr. 102) (beide op 19 maart 2026), hebben wij toegezegd met de initiatiefnemers in gesprek
te gaan en uw Kamer te informeren over de uitkomsten.1 Met deze brief informeren wij u over de opvolging van deze toezegging.
Achtergrond
In het verleden heeft de overheid fouten gemaakt bij de fraudebestrijding rondom belastingen
en toeslagen. De Belastingdienst is op een onjuiste manier omgesprongen met gegevens
van burgers in datasystemen, zoals de Fraudesignaleringsvoorziening (FSV) en Risico
Analyse Model (RAM). Er zijn ook vragen gerezen over de werkwijze van de Belastingdienst/Toeslagen.2 Ook is bij een groep burgers sprake geweest van institutioneel vooringenomen handelen
rondom hun kinderopvangtoeslag en was het stelsel zoals dat werd toegepast veel te
hard. Een grote groep burgers is hierdoor gedupeerd. Sommige van deze gedupeerden
zijn of waren ondernemer.
Het kabinet heeft deze fouten en misstanden erkend, en erkent ook dat er onder de
gedupeerden een groep ondernemers is. Zij kunnen last hebben gehad als ondernemer
van het onjuiste handelen van de overheid, en daar (ingrijpende) gevolgen van hebben
ondervonden. Dat had niet mogen gebeuren.
Herstel voor ondernemers
Om recht te doen aan het verleden is een aantal herstelacties bij de overheid georganiseerd
rondom de problemen die speelden bij de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen. Deze
herstelmaatregelen zijn ook gericht op ondernemers, en kennen op een aantal onderdelen
een specifieke op ondernemers gerichte behandeling. Deze herstelacties bestaan naast
de gebruikelijke rechtsmiddelen die aangewend kunnen worden tegen een belastingaanslag
of een besluit van de Dienst Toeslagen of – als die bestuursrechtelijke rechtsmiddelen
niet openstaan – de mogelijkheid om schadevergoeding te vragen aan de civiele rechter.
Daarnaast kunnen ondernemers uit kinderopvangbranche, die schade hebben geleden vanwege
de toeslagenaffaire, zich wenden tot de Staat met een civielrechtelijke aansprakelijkstelling.
Dit is de gebruikelijke (juridische) route.
De Kamer is hierover geïnformeerd in het tweeminutendebat van 1 oktober 2025 op vragen
van het lid Ergin.
Voor gedupeerde toeslagenouders, ook die met een onderneming, is sinds 2020 de hersteloperatie
toeslagen actief met compensatieregelingen, schuldenaanpak en brede ondersteuning.
Hierbij is specifieke aandacht voor ouders met zakelijke schulden of ondernemersgerelateerde
aanvullende schade. Het lid Van Eijk heeft in het commissiedebat van 19 maart 2026
gevraagd naar de aantallen ondernemers die in de hersteloperatie in het traject zitten.
Hiervan zijn echter geen cijfers beschikbaar. Gedupeerde ouders met zakelijke schulden
kunnen zich melden, en sommige ouders claimen ondernemersschade in de aanvullende
schaderoutes. Maar daarmee staat het aantal niet vast, sommige ouders melden immers
geen zakelijke schulden of ondernemersschade.
In het fiscale domein is ten aanzien van burgers, en dus ook ondernemers, met een
onterechte FSV-registratie bepaald of en zo ja in welke mate zij hier negatieve gevolgen
van hebben ondervonden. Voor degenen die dit betreft is van 2021 tot en met 2025 herstelbeleid
uitgevoerd. Met betrekking tot RAM geldt geen schaderegeling of herstelbeleid.
Gesprek met Belangenvereniging GOT
Op donderdag 7 mei 2026 vond een gesprek plaats tussen een diverse afvaardiging van
de initiatiefnemers van bovengenoemde petitie en ons als Staatssecretarissen van Financiën
en van Herstel Toeslagen. Hierbij was ook de Belangenbehartiger voor Belastingplichtigen
en Toeslaggerechtigden (BBT) aanwezig. In dit gesprek hebben de initiatiefnemers van
de petitie een toelichting gegeven op een aantal problemen die zij ervaren.
Volgens de Belangenvereniging GOT is bij een aantal ondernemers sprake van een variatie
en soms combinatie van problemen. Soms gaat dat over de afbakening van de doelgroepen
van herstelregelingen die reeds in uitvoering zijn en geeft de Belangenvereniging
GOT aan dat gedupeerden buiten de boot zijn gevallen. Tegelijkertijd uiten de ondernemers
ook zorgen over de bestaande regelingen en de manier waarop die worden uitgevoerd.
In een aantal gevallen is er sprake van overlap van problematiek binnen bepaalde dossiers.
Vervolg
Wij hebben de BBT als onafhankelijke partij bereid gevonden om de problemen die de
Belangenvereniging GOT ervaart samen met de betrokken ondernemers in kaart te brengen
en te analyseren. Daarvoor zijn wij de BBT zeer erkentelijk. Om geen onjuiste verwachtingen
te wekken, schetsen wij het proces en de voorwaarden zoals wij het nu voor ons zien
op hoofdlijnen.
De BBT zal beginnen om zich te verdiepen in de situatie van 15 ondernemers. Voor een
goede analyse en het vormen van een oordeel is nodig dat aan de BBT stukken worden
verstrekt die de BBT kan delen met deze 15 ondernemers. Wij hebben daarvoor de maximale
medewerking van de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen toegezegd. Tegelijkertijd
zijn wij ons ervan bewust dat de informatiehuishouding van de Belastingdienst en de
Dienst Toeslagen geen dossiers per belanghebbende kent. Om stukken te kunnen (laten)
verstrekken, is daarom noodzakelijk dat de BBT samen met de ondernemers vooraf concreet
en gemotiveerd de benodigde stukken afbakent. De Belastingdienst en de Dienst Toeslagen
zullen deze stukken vervolgens identificeren in de (eigen) systemen. Daarbij is niet
bij voorbaat uit te sluiten dat stukken met name over oudere jaren inmiddels conform
de geldende regels zijn gearchiveerd. Naar verwachting vergt het samenstellen van
de dossiers een aanzienlijke inspanning, waarmee ook de nodige tijd gemoeid zal zijn.
Wij zijn ons verder ervan bewust dat op een deel van de stukken de (fiscale) geheimhoudingsplicht
rust. Gegeven het maatschappelijke belang van het inzichtelijk maken van mogelijke
problematiek voor ondernemers, het bijzondere en incidentele karakter van de opdracht
en het belang dat wij eraan hechten dat de BBT die opdracht goed kan vervullen, zal
in de gevallen dat dat nodig is, een ontheffing van de fiscale geheimhouding worden
verleend. Dit geldt dan alleen voor de 15 casussen die de BBT onderzoekt en voor zover
dit nodig is om samen met de ondernemers het gewenste inzicht te verkrijgen in mogelijke
structurelere problematiek of hiaten in de herstelregelingen. Ook voor de ontheffing
is een afbakening van de stukken noodzakelijk. Stukken waarvoor in een gerechtelijke
procedure een beroep op geheimhouding zou worden gedaan, zoals stukken over derden,
worden niet met de ondernemers gedeeld.
Zoals hierboven toegelicht, voorziet de hersteloperatie toeslagen in regelingen waar
ouders met een onderneming een beroep kunnen doen. Maar als er uit de 15 casussen
die de BBT onderzoekt bepaalde trends naar voren komen die laten zien dat ondernemers
tegen structurele problemen aanlopen, of dat de hersteloperaties blinde vlekken hebben
(gehad), gaan wij daar uiteraard het vervolggesprek over aan, om te kijken wat een
passende oplossing kan zijn. Daarbij zal dan ook moeten worden bezien of in wet- of
regelgeving een structurele grondslag geregeld moet worden om ook met andere ondernemers
informatie te kunnen delen.
De Staatssecretaris van Financiën,
E. Eerenberg
De Staatssecretaris van Financiën,
S.T.P.H. Palmen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën -
Mede ondertekenaar
S.T.P.H. Palmen, staatssecretaris van Financiën