Brief regering : Nationaal beleid voor de Nederlandse cloudmarkt
26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)
Nr. 1542
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juli 2026
Tijdens het commissiedebat Digitale infrastructuur en economie (Kamerstuk 26 643, nr. 1519) is toegezegd de Tweede Kamer per brief te informeren over een onderzoek naar de
heterogeniteit van de cloudmarkt en te reageren op het manifest van de Open Cloud
Alliantie.1 In deze Kamerbrief wordt de toezegging afgedaan en toegelicht welke beleidsacties
het kabinet op nationaal niveau uitvoert voor een competitieve en goed werkende Nederlandse
cloudmarkt. In separate Kamerbrieven wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over het beleid
ten aanzien van gebruik van cloudtechnologie door de overheid zelf middels de herziening
van het rijksbreed cloudbeleid en over de Europese beleidsontwikkeling ten aanzien
van de cloudmarkt door middel van een BNC-fiche over het recent verschenen Europese
wetsvoorstel voor een Cloud & AI Development Act.
Appreciatie van het manifest van de Open Cloud Alliantie
Op 1 april 2026 heeft het kabinet het manifest «Een Open Cloud voor Nederland» van
de Open Cloud Alliantie (OCA) ontvangen.2 Het kabinet verwelkomt het initiatief van de OCA en de uitgesproken intentie tot
samenwerking tussen de Nederlandse marktpartijen die gezamenlijk de OCA vormen. In
deze brief deelt het kabinet een appreciatie van het manifest in twee delen: een appreciatie
van de voorgestelde gezamenlijke aanpak van de ondertekenaars én een appreciatie van
de acht aanbevelingen die de OCA aan het kabinet en de Tweede Kamer doet.
Voorgestelde gezamenlijke aanpak van de ondertekenaars
In het OCA-manifest spreken de ondertekenaars zich uit voor een gezamenlijke aanpak
om continuïteit van dienstverlening en overstapmogelijkheden te bieden aan overheden
die cloudtechnologie bij hen afnemen. Daartoe zal elk van de ondertekenaars een Europees,
open en autonoom cloudplatform bieden, waarop afnemers kritieke systemen veilig kunnen
laten draaien en gevoelige data kan worden opgeslagen. De ondertekenaars bieden ten
dele gelijksoortige clouddienstverlening aan en zeggen toe te werken aan mogelijkheden
om het overstappen tussen clouddiensten van OCA-leden te vereenvoudigen. Daarvoor
zal de OCA een «uniforme stekker» ontwikkelen. Deze stekker werkt als een interoperabel
onderliggend technisch fundament waar cloudapplicaties van de ondertekenaars altijd
op kunnen draaien. Dit zorgt ervoor dat een snelle en eenvoudige overstap naar een
van de andere ondertekenaars mogelijk is in het geval van continuïteitsproblemen of
bijvoorbeeld een overname door een partij van buiten de EU.
De stekker is gebaseerd op inzichten en standaarden die voortvloeien uit Europese
samenwerking en richt zich op drie principes:
• Open architectuur: de architectuur is modulair opgebouwd en bevat geen afhankelijkheid
van één leverancier.
• Open standaarden: interoperabiliteit doordat systemen van de ondertekenaars goed met
elkaar communiceren.
• Open source software: het platform is zoveel als mogelijk gebaseerd op open source
software.
Het kabinet onderschrijft de ambitie van de OCA om digitale afhankelijkheden terug
te dringen en de concurrentiepositie van de Nederlandse cloudsector te versterken.
In dat licht verwelkomt het kabinet het initiatief van de OCA en de uitgesproken intentie
tot samenwerking tussen de Nederlandse marktpartijen die gezamenlijk de OCA vormen.
Cloudtechnologie is onmisbaar geworden in onze digitale economie en samenleving. Voor
de levering hiervan zijn organisaties in Nederland in grote mate afhankelijk van een
klein aantal niet-Europese cloudaanbieders, wat tegelijkertijd risico’s met zich meebrengt
op het vlak van concurrentiepositie, digitale open strategische autonomie en continuïteit.
Het kabinet onderkent deze risico’s en zet zich al geruime tijd in voor een beter
functionerende cloudmarkt, met als centrale ambitie de ontwikkeling van een federatief
Europees cloud-ecosysteem. In zo’n ecosysteem kunnen verschillende lokale cloud aanbieders
hun diensten geïntegreerd aan de markt aanbieden én bestaat er concurrentie, interoperabiliteit
en overstapmogelijkheden tussen de diensten van verschillende aanbieders. Voorbeelden
van kabinetsinzet die daaraan bijdraagt zijn onder meer de Data Act, IPCEI-CIS, de
Cloud & AI Development Act (CADA), de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) en
mogelijke toekomstige IPCEI-projecten, zoals beschreven onder het kopje «Update digitale
IPCEIs» in deze brief.
Het kabinet is verheugd om te zien dat de ondertekenaars op eigen initiatief samenwerking
opzoeken om gezamenlijk marktproblemen te adresseren. De ontwikkeling naar meer samenwerking
in de cloudsector is van groot belang. Het is dan ook positief om te zien dat de markt
hier zelf ook belang aan hecht en er proactief aan werkt.
Appreciatie van de aanbevelingen van de Open Cloud Alliantie
In het manifest doet de OCA een achttal aanbevelingen aan het kabinet en de Tweede
Kamer. Hieronder volgt per aanbeveling een appreciatie.
1. Een heldere voorkeur uit te spreken voor Nederlandse en Europese cloudoplossingen
bij overheidsopdrachten, conform de mogelijkheden die Europese aanbestedingsregels
bieden voor nationale veiligheid en soevereiniteit. Werk dit uit naar het voorbeeld
van het European Sovereignty Framework.
Momenteel bestaat er geen uniform vastgelegde definitie en bijbehorende criteria voor
een soevereine cloud. Verschillende aanbieders van clouddiensten bieden cloud proposities
aan die ze «soeverein» noemen. Bij gebrek aan een uniform vastgelegde definitie en
bijbehorende criteria doen ze dat op basis van eigen criteria. Hierdoor is het voor
afnemers niet transparant waaraan een soevereine propositie exact voldoet en welke
waarborgen zo’n propositie biedt. Bovendien kan het leiden tot het op de markt aanbieden
van zelfbenoemde soevereine proposities die in werkelijkheid niet de veiligheidswaarborgen
bieden die afnemers verwachten, wat «sovereignty washing» tot gevolg kan hebben. Het
kabinet ziet dat er op het moment verscheidene initiatieven zijn om te komen tot het
stellen van criteria die waarborgen moeten bieden voor de soevereiniteit en continuïteit
van afgenomen clouddienstverlening. Deze initiatieven variëren van nationaal tot Europees
en van privaat tot publiek.
Het Cloud Sovereignty Framework (CSF) van de Europese Commissie is één van deze initiatieven.
Het CSF kan potentieel een goede basis bieden voor het beoordelen van de mate waarin
cloudaanbieders aan de gewenste soevereiniteitswaarborgen van een individuele afnemer
kunnen voldoen.3 Tegelijkertijd heeft het kabinet ook in eerder schrijven4 aan de Tweede Kamer al aangegeven dat ze de Cloud & AI Development Act (CADA) als
het primaire regelgevende kader ziet voor het vaststellen van een definitie en criteria
van cloud soevereiniteit en mogelijke Europese voorkeursprincipes voor aanbestedingen
van clouddiensten. Het wetsvoorstel hiervoor is op 3 juni jl. gepubliceerd en bevat
voorstellen voor het meewegen van Europese toegevoegde waarde in aanbestedingstrajecten
voor clouddiensten en voor een gelaagd soevereiniteitsraamwerk dat overheden verplicht
moeten toepassen bij inkoop van clouddiensten. De Kamer is op 26 juni jl. via een
separaat BNC-fiche geïnformeerd over onze positie ten aanzien van de CADA.5 In de aankomende periode zal in de EU onderhandeld worden over de exacte inhoud van
het wetsvoorstel.
2. De bestaande informatiebeveiligingseisen te concretiseren, zodat hiervoor geselecteerde
overheidsdata niet langer bij niet Europese partijen ondergebracht mag worden.
In het herziene rijksbreed cloudbeleid is er meer aandacht voor de risico’s van het
gebruik van leveranciers die (deels) onder een jurisdictie van buiten de Europese
Economische Ruimte (EER) vallen. Op basis van een risico gebaseerde aanpak moeten
overheidsorganisaties er voor zorg dragen dat data veilig verwerkt wordt. De keuze
ten aanzien van de (herkomst van) de leverancier en een invloed vanuit een andere
jurisdictie, moet daarin mede worden afgewogen. Dit kan betekenen dat in sommige gevallen
een andere leverancierskeuze gemaakt moet worden om deze risico’s te kunnen vermijden.
3. Ruimte te maken voor een marktplaats waarop uitsluitend Europese aanbieders van
clouddiensten en cloudsoftware worden toegelaten en waar overheidsorganisaties gezamenlijk
inkopen kunnen doen.
Binnen de NDS prioriteit Cloud werkt het kabinet aan een centrale overheidsbrede marktplaats
voor cloudtechnologieën, die vraag aan het juiste aanbod koppelt. De inzet is om te
komen tot een centrale overheidsmarktplaats voor cloudtechnologieën, waar de vraag
van overheidsorganisaties kan worden gekoppeld aan passend aanbod van clouddiensten
van een verscheidenheid aan nationale en internationale cloudbedrijven.
Hoe hoger het risicoprofiel van de betrokken processen en gegevens in een use case
van public cloud gebruik is, hoe meer eisen gesteld worden aan de voorwaarden waaronder
Nederlandse, Europese en – onder de gestelde voorwaarden – internationale leveranciers
diensten mogen leveren.
Door centralisatie ontstaat een transparanter speelveld, waarin innovatie uit de markt
beter kan worden benut en collectieve inkoopkracht wordt versterkt. Dit zal gebeuren
op basis van standaarden en Europese ervaringen. In de uitwerking van de ontwikkeling
van de centrale marktplaats gaat het kabinet in gesprek met partijen in de markt,
waarbij het kabinet streeft naar een brede uitnodiging om een gelijk speelveld te
hanteren. De centrale marktplaats wordt ontworpen en gerealiseerd in samenhang met
de soevereine overheidscloud.
4. Actief in te zetten op publiekprivate samenwerking om cloudcapaciteit te realiseren,
bijvoorbeeld in de vorm van een samenwerkingsverband waarin overheidsdatacentra en
Nederlandse/Europese marktpartijen gezamenlijk optrekken. Maak langdurige samenwerking
mogelijk.
Recent is uw Kamer door de Staatssecretaris van BZK geïnformeerd over de stand van
zaken omtrent van de uitgevoerde verkenning naar de soevereine overheidscloud in het
kader van de NDS.6 Het ontwerp van deze soevereine clouddienst wordt doorontwikkeld en zal binnenkort
openbaar gemaakt worden zodat andere partijen kunnen bijdragen aan de doorontwikkeling
en er zelf gebruik van kunnen maken. De regie blijft bij de overheid, maar marktpartijen
en anderen, zoals onderwijs- en kennisinstellingen, worden nadrukkelijk uitgenodigd
om bij te dragen.
5. Bij elke aanbesteding de juiste vragen te stellen: wat gebeurt er bij overname?
Kan de data geëxporteerd worden in overeenstemming met NIS2 en data act wetgeving?
Kunnen de applicaties overgezet worden? Voldoet de oplossing aan de drie uitgangspunten?
Is er een uitgewerkte exitstrategie? Kortom: ontwikkel beleid en wetgeving dat «beschermd
eigenaarschap» mogelijk maakt.
Voor alle aanbestedingen van IT-dienstverlening, waaronder cloud, zijn bestaande procedures
en voorwaarden zoals ARBIT7 van toepassing. Hier zijn onder andere informatiebeveiliging en exitclausules ook
beschreven.
Ten aanzien van «beschermd eigenaarschap» merkt het kabinet op dat er verschillende
vormen van bestaan, zoals bijvoorbeeld steward ownership of gouden aandelen. Dergelijke
constructies zijn mogelijk binnen de bestaande wet- en regelgeving en kunnen een rol
spelen in het waarborgen van de continuïteit, veiligheid en strategische autonomie
van bedrijven. Het kabinet is van mening dat het aan bedrijven zelf is om hun bedrijfsmodel
en eigenaarschapsstructuur in te richten, rekening houdend met hun eigen missie, ambities
en marktcontext. Het kabinet hecht waarde aan een open economie. Er bestaat daarom
terughoudendheid ten aanzien van de inzet van constructies waarin door de overheid
(gedeeltelijk) eigenaarschap wordt verkregen in elke marktpartij die clouddienstverlening
levert aan overheden, zoals door middel van gouden aandelen.
Niettemin hebben overheden, onder het herziene rijksbreed cloudbeleid, met de inzet
van nauwkeurige exitplannen (inclusief terugvalopties bij alternatieve cloudaanbieders)
instrumenten in handen om eisen te stellen aan eigenaarschap en gevolgen te verbinden
aan (ongewenste) verandering van eigenaarschap.
6. De inkoopkracht van de overheid gericht in te zetten voor het versterken van de
Nederlandse en Europese IT sector, en waar nodig inkoopregels hierop aan te passen.
Het versterken van digitale autonomie is één van de doelstellingen van de NDS. Het
bundelen van de inkoopkracht en IT-sourcing zijn interventies binnen de NDS die worden
ingezet om hieraan bij te dragen.
Binnen het Rijk wordt momenteel ook kritisch gekeken naar de inkoopregelgeving en
in hoeverre daarin aanpassingen nodig en mogelijk zijn. Er is binnen de aanbestedingswetgeving
al ruimte, waarvan het voornemen is hier meer kennis over te delen. Een integrale
aanpak is nodig, hier vormen de inkoopregels slechts een onderdeel van. Naast de inkoopregels
moet ook rekening gehouden worden met de consequenties voor het primaire operationele
proces, de scope van de opdracht en de beschikbare alternatieven.
In Europees verband is het kabinet terughoudend over een algemene inzet van een Europees
voorkeursprincipe bij aanbesteden, maar ziet het meerwaarde in een gerichte inzet
in strategische sectoren. Per sector wordt zorgvuldig afgewogen of de baten opwegen
tegen de kosten, hierbij wordt ook gekeken naar de cloudsector. Het instrument moet
in beginsel enkel worden ingezet om de weerbaarheid van de Unie te versterken. Een
Europees voorkeursprincipe zou, samen met andere maatregelen, kunnen bijdragen aan
het afbouwen van strategische afhankelijkheden. In het recent verschenen wetsvoorstel
voor een Cloud & AI Development Act doet de Europese Commissie een voorstel voor een
vorm van een voorkeursprincipe waarbij in aanbestedingen de toegevoegde waarde voor
het Europees cloud- en AI-ecosysteem kan worden meegewogen in de beoordeling van een
ingediende offertes.
7. Actief aan te sluiten bij Europese initiatieven en programma's, zodat Nederlandse
keuzes bijdragen aan bredere Europese ambities op het gebied van standaardisatie en
strategische onafhankelijkheid.
De problematiek op de Nederlandse cloudmarkt is niet uniek. De lidstaten van de Europese
Unie lopen tegen dezelfde problemen aan en kunnen deze niet zelfstandig oplossen.
Het thema cloud staat dan ook bij diverse andere lidstaten en de Europese Commissie
hoog op de agenda. Vanwege de grensoverstijgende aard van de marktproblematiek is
het van essentieel belang om problemen waar mogelijk in Europees verband beleidsmatig
aan te pakken. Gezamenlijke oplossingen dragen daarnaast bij aan een effectief functionerende
Europese interne markt.
In dat verband verwelkomt het kabinet de agenda van de Europese Commissie op dit thema
en is het proactief betrokken bij de vormgeving en uitvoering ervan. Onder de appreciatie
van aanbeveling 1 en 6 is al gereflecteerd op de bijdrage die de Cloud & AI Development
Act kan leveren. Nederland is ook betrokken bij diverse stimuleringsinitiatieven.
Zo doet Nederland middels drie nationale projecten (met 12 deelnemende Nederlandse
bedrijven) mee met het Important Project of Common European Interest – Cloud Infrastructure
and Services (IPCEI CIS), waarin Europese lidstaten en bedrijven gezamenlijk € 4 miljard
investeren in het creëren van Europese alternatieven. Daarnaast is Nederland één van
de oprichtende lidstaten en voorzitter van de EDIC Digitale Gemeenschapsgoederen.
Het consortium is een samenwerking tussen Frankrijk, Duitsland, Italië en Nederland
en richt zich op het versterken van de Europese digitale soevereiniteit door het ontwikkelen
van een sterke digitale infrastructuur binnen Europa.8 Ook verkent het kabinet andere mogelijkheden in Europees verband om innovatie op
het gebied van cloudtechnologie mogelijk te maken. Zo monitort het kabinet investeringsmogelijkheden
op het gebied van cloudtechnologie in het Digital Europe Programme.
8. Ministeries, uitvoeringsorganisaties, provincies, gemeenten en waterschappen te
stimuleren gesprekken aan te gaan met zowel overheidsdatacenters als private clouddienstverleners
over het terughalen van kritieke applicaties en data naar Nederland.
Het gezamenlijk optrekken over alle overheidslagen heen en het intensiveren van de
samenwerking met het bedrijfsleven zijn beide speerpunten van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
(NDS). In het kader van digitale weerbaarheid en digitale autonomie wordt er actief
gestuurd op het bewuster omgaan met kritieke data en applicaties en het verhogen van
de wendbaarheid en verminderen van kwetsbaarheid hierin. Dit wordt overheidsbreed
gecoördineerd vanuit de NDS.
Opvolging nationale beleidsacties uit Kamerbrief Initiatiefnota Wolken aan de Horizon
In de Kamerbrief Initiatiefnota Wolken aan de Horizon9 kondigde het kabinet aan om naast de Europese beleidsinzet ten aanzien van de cloudmarkt
ook enkele aanvullende nationale beleidsacties uit te voeren. Concreet betrof dit
drie actielijnen: 1) gestructureerd contact met de Nederlandse cloudsector inrichten;
2) een guidance document ontwikkelen voor organisaties die een cloudmigratie overwegen; en 3) diepgaander
onderzoek naar de positie en uitdagingen van de Nederlandse cloudsector.
In december 2025 is de Kamer middels de Kamerbrief over moties en toezegging notaoverleg
Wolken aan de Horizon10 al geïnformeerd over invulling van de eerste actielijn ten aanzien van contact met
de sector. In deze brief wordt gerapporteerd over de uitvoering van de tweede en derde
actielijn.
Guidance document «Dataportabiliteit in de wolken»
Het kabinet heeft zichzelf ten doel gesteld om met begeleidende documentatie nadere
ondersteuning te bieden aan organisaties die een overstap naar de public cloud overwegen.
Door het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) is de afgelopen periode het kennisartikel
«Dataportabiliteit in de wolken» ontwikkeld.11 Dit kennisproduct is ontwikkeld met als doel organisaties te ondersteunen bij het
inrichten van dataportabiliteit, het vermogen om data te verplaatsen tussen verschillende
(cloud)omgevingen. Dit is een strategie die een organisatie kan toepassen om een weloverwogen
keuze te maken voor het gebruik van clouddiensten en aandacht te besteden aan aspecten
als dataveiligheid, leveranciersafhankelijkheden, interoperabiliteit en bedrijfscontinuïteit.
De insteek is dat deze organisaties de documentatie naar eigen inzicht kunnen raadplegen
bij het vormgeven van hun migratieplannen. Het kennisartikel is onderdeel van een
set relevante kennisartikelen, waarmee het NCSC organisaties informeert over verantwoorde
migraties en toepassing van cloudtechnologie.12
Onderzoek naar heterogeniteit van de cloudmarkt
In de Kamerbrief over de initiatiefnota Wolken aan de Horizon heeft het kabinet de
ambitie uitgesproken om diepgaand inzicht te verkrijgen in de uitdagingen van de Nederlandse
cloudsector. De markt voor cloudtechnologie kent een heterogene samenstelling: «de
cloud» is een complex en gelaagd systeem dat bestaat uit talloze bedrijven met uiteenlopende
functionaliteiten, diensten en verdienmodellen. Er is daardoor geen one-size-fits-all beleidsaanpak mogelijk voor de hele cloudsector. Voor het ontwikkelen van effectief
beleid ter verbetering van de concurrentiepositie van de Nederlandse cloudsector is
een gedetailleerd beeld van de heterogeniteit en diversiteit van de sector een belangrijk
startpunt. Vorig jaar is in relatie tot de aangekondigde cloudmigratie van SIDN een
quick scan onderzoek uitgevoerd over de Nederlandse cloudsector waarbij inzichtelijk is gemaakt
hoe het aanbod van Europese cloudaanbieders zich verhoudt tot dat van drie grote Amerikaanse
aanbieders.13 Deze quickscan was beperkt in omvang en diepgang, waardoor behoefte bestond aan diepgaander
onderzoek naar de markt. Het kabinet heeft daarom KPMG opdracht gegeven tot het uitvoeren
van een verdiepend onderzoek naar de heterogeniteit en diversiteit van de Nederlandse
cloudsector. Dit onderzoek is recent afgerond, hieronder volgt een korte beschrijving
van de resultaten van het onderzoek en een appreciatie van de geïdentificeerde kansen
en obstakels voor Nederlandse partijen.
Het onderzoek focust zich op lokale cloudaanbieders en bestaat uit twee onderdelen.
Ten eerste is in het onderzoek een gedetailleerde en actuele marktsegmentatie van
de cloud-sector opgesteld, met een overzicht van de actieve partijen per marktsegment.
Ten tweede zijn op basis van de marktpositie van Nederlandse cloudleveranciers en
de werking van de markt voor een drietal scenario’s relevante kansen en knelpunten
voor de Nederlandse cloudmarkt geïdentificeerd. De bevindingen in beide onderdelen
zijn gebaseerd op bronnenonderzoek, interviews en stakeholdersessies met marktpartijen
en brancheverenigingen.
De insteek van de marktsegmentatie is om een verdieping te brengen ten opzichte van
de gangbare indeling van de cloudmarkt in drie lagen (Software-as-a-Service, Platform-as-a-Service,
en Infrastructure-as-a-Service). De cloudmarkt is een gelaagd ecosysteem van bedrijven,
diensten en verdienmodellen, waarin zowel tussen aanbieders op verschillende lagen
als tussen aanbieders binnen dezelfde laag grote verschillen bestaan in technische
aspecten, verdienmodellen en de behoeften en obstakels die marktpartijen ervaren.
Dat maakt dat er geen one-size-fits-all beleidsaanpak bestaat voor de gehele cloudsector. Om meer recht te doen aan de heterogeniteit
binnen en tussen de lagen van de traditionele indeling van de cloudmarkt ontwikkelt
het onderzoek een verdiepende marktsegmentatie, gebaseerd op de waardeketen van de
cloudmarkt en bedrijfskenmerken van dienstverleners.
De waardeketen-aanpak laat zien welke opeenvolgende schakels in de keten waarde toevoegen
bij het leveren van clouddiensten. Daarin zijn de volgende schakels geïdentificeerd:
hardware (o.a. microchips, servers en netwerkcomponenten), datacenterservices, virtualisatiesoftware
(software die fysieke infrastructuur beschikbaar maakt als virtuele cloudcapaciteit),
fundamentele clouddiensten, applicaties (zoals cybersecurity software of kantoormanagement
software) en specialistische dienstverlening (waaronder public cloud resellers en
marktplaatsen die organisaties ondersteunen bij de afname en het gebruik van clouddiensten).
De scope van het onderzoek richt zich op segmenten die direct onderdeel uitmaken van
de cloudinfrastructuur en waarin Nederlandse en Europese marktpartijen een onderscheidende
rol spelen. Daarom is, in afstemming met stakeholders, gekozen om in het onderzoek
de focus te leggen op colocatie datacenters, virtualisatiesoftware, fundamentele clouddiensten,
en een afgebakend deel van de specialistische dienstverlening, namelijk public cloud
resellers en marktplaatsen. In totaal zijn daarbij 31 unieke colocatiepartijen in
kaart gebracht en 195 unieke aanbieders van fundamentele clouddiensten. Van de Nederlandse
aanbieders van fundamentele clouddiensten bieden 11 partijen een eigen public cloud
aan. Er zijn – ten tijde van het onderzoek – geen Nederlandse partijen actief op de
laag van virtualisatiesoftware.
Het rapport heeft op basis van de marktsegmentatie in drie scenario’s kansen geïdentificeerd
voor de Nederlandse cloudsector. In het eerste scenario verkennen de onderzoekers
de bedrijfseconomische mogelijkheden voor Nederlandse cloudaanbieders binnen de ecosystemen
van de niet-Europese hyperscalers die op dit moment een leidende rol spelen in de
internationale cloudmarkt. Dit kan bijvoorbeeld door adviesdiensten over het aanbod
van hyperscalers te leveren of door diensten te ontwikkelen die passen binnen of aansluiten
op het aanbod van hyperscalers, bijvoorbeeld in aanpalende domeinen zoals AI-oplossingen,
schaalbare business-2-business software, encryptie en quantum hardware. Hoewel het
kabinet erkent dat een dergelijk businessmodel bedrijfseconomische kansen kan bieden
voor Nederlandse bedrijven, lijkt de meerwaarde van dit scenario vanuit het perspectief
van de digitale open strategische autonomie van Nederland minimaal en versterkt het
de bestaande afhankelijkheden van een selecte groep niet-Europese aanbieders. Hoewel
marktpartijen vanzelfsprekend vrij zijn om deze kansen te benutten en daarmee bij
te dragen aan het verdienvermogen van Nederland, maakt de beperkte bijdrage aan onze
digitale open strategische autonomie dat er voor het kabinet vanuit een beleidsmatig
perspectief geen aanleiding is zelf beleid te ontwikkelen om de bedrijfseconomische
kansen die dit scenario biedt te stimuleren.
In het tweede scenario schetsen de onderzoekers de kansen die voortkomen uit het huidige
politieke momentum voor de ontwikkeling van een soevereine cloudstack. De toegenomen
maatschappelijke aandacht voor risico's op het gebied van dataveiligheid en continuïteit
van bedrijfsprocessen zorgt ervoor dat onder afnemers van clouddiensten meer vraag
ontstaat naar Europees aanbod van clouddiensten. Het kabinet onderschrijft het belang
van een sterk Europees cloud ecosysteem, evenals de oproep voor ontwikkeling van voldoende
lokale datacentercapaciteit en het versterken van samenwerking en federatieve oplossingen
in de Nederlandse cloudsector. Een belangrijke ambitie voor het kabinet is het realiseren
van een federatief en open Europees cloud-ecosysteem. In zo’n ecosysteem kunnen verschillende
lokale cloudaanbieders hun diensten geïntegreerd aan de markt aanbieden én bestaat
er concurrentie, interoperabiliteit en overstapmogelijkheden tussen de diensten van
verschillende aanbieders. Ook voorkomt het dat lock in-risico’s en afhankelijkheden verschuiven van niet-Europese hyperscalers naar één
of enkele grote Europese spelers. Met onder meer het Important Project of Common European Interest on Cloud Infrastructure and Services (IPCEI CIS) zet het kabinet actief in op de ontwikkeling van zo’n innovatief en federatief
Europees cloud ecosysteem. Op deze manier wordt gewerkt aan het versterken van Europese
technologische capaciteiten en het verminderen van strategische afhankelijkheden binnen
de cloudwaardeketen. Het kabinet ziet kansen voor verdere samenwerking tussen marktpartijen
om een groter deel van de cloudwaardeketen binnen Nederland en Europa te organiseren.
Voor specifieke delen van het cloud ecosysteem, zoals virtualisatiesoftware, is nadere
inzet nodig vanwege het ontbreken van Nederlandse of Europese alternatieven. Recent
heeft het kabinet een onderzoek laten verrichten naar het aanbod van virtualisatiesoftware,
met als doel keuzes te inventariseren die bijdragen aan de continuïteit, digitale
autonomie en het verminderen van leveranciersafhankelijkheid ten aanzien van deze
technologie.14
In het derde scenario komen de onderzoekers met voorstellen voor het verbeteren van
de concurrentiepositie van Nederlandse cloudaanbieders ten opzichte van niet-Europese
hyperscalers via aanbestedingsbeleid en wet- en regelgeving. De marktpositie van hyperscalers
maakt dat het voor individuele Nederlandse cloudleveranciers erg lastig is om effectief
te kunnen concurreren op schaal. Nederlandse leveranciers kunnen zich echter onderscheiden
door het bieden van maatwerk en begeleiding. Ook zien de onderzoekers kansen in het
aanbieden van diensten gericht op cloud-native applicaties en het concurreren op basisdiensten
(e-mail, officesoftware, opslag, rekenkracht). Basisdiensten zijn in hoge mate uniform,
waardoor de technische voordelen van hyperscalers minder meewegen in de koopbeslissing
van afnemers. Als grote inkoper van clouddienstverlening kan de overheid zelf een
rol spelen in het stimuleren van deze marktkansen. Het kabinet onderschrijft die rol
en verkent de mogelijkheden daartoe actief. Daarnaast verwacht het kabinet dat ook
het recent gepubliceerde wetsvoorstel voor een Cloud & AI Development Act kan bijdragen
aan het verbeteren van de positie van lokale aanbieders in aanbestedingstrajecten.
Update nieuw Important Project of Common European Interest
Het kabinet verkent de mogelijkheden voor mogelijke deelname van Nederlandse bedrijven
en kennisinstellingen aan een nieuw Important Project of Common European Interest
op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI). Om aan te sluiten bij het Europese
proces is op 24 februari een interessepeiling15 gestart, waarmee bedrijven en kennisinstellingen hun projecten hebben kunnen indienen.
Deze peiling heeft geresulteerd in 62 voorstellen van 53 bedrijven en consortia. Van
deze voorstellen hebben 49 projecten besloten deel te nemen aan het Europese matchmaking
proces. Aanhaken op dit proces is van belang voor het aangaan van significante grensoverschrijdende
samenwerkingsverbanden.
Het kabinet heeft nog geen definitief besluit genomen over deelname aan deze IPCEI
en onderzoekt nog de mogelijkheden voor de benodigde middelen conform motie van het
lid Koekkoek.16 Voor investeringen is geen budget gereserveerd op de begroting van het Ministerie
van Economische Zaken en Klimaat. Bij een volgend budgettair besluitvormingsmoment
zal worden bekeken of en hoe financiering beschikbaar kan worden gesteld voor deelname
van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen aan de IPCEI AI. Het kabinet zal de
Kamer in het najaar informeren over de voortgang.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
W.J.M. Aerdts
Indieners
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat