Brief regering : Appreciatie motie van het lid Piri c.s. over geen Oekraïners terugsturen (Kamerstuk 36045-303)
36 045 Situatie in Oekraïne
Nr. 310
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 juli 2026
Tijdens het tweeminutendebat Oekraïne van heden dat uw Kamer had met de Minister van
Buitenlandse Zaken is door het lid Piri (Pro) (Kamerstuk 36 045, nr. 303) een motie ingediend die het kabinet verzoekt geen Oekraïners terug te sturen. De
motie is een reactie op het gisteren door mij aan de Kamer gezonden brief over het
landgebonden asielbeleid voor Oekraïne. De Minister van Buitenlandse Zaken zegde toe
dat ik vandaag een appreciatie van de motie aan uw Kamer zou sturen. Die toezegging
doe ik hierbij gestand.
Met dit landenbeleid wordt beoogd de IND te ondersteunen in de besluitvorming in individuele
zaken. Het EU recht vereist dat beslissingen binnen 21 maanden worden genomen. Deze
termijn is in een aanzienlijk deel van de ca. 1.000 zaken verlopen. Hierdoor worden
deze zaken vatbaar voor dwangsommen die kunnen blijven oplopen als een besluit uitblijft.
Daarom is het nodig om nu landenbeleid vast te stellen.
Nergens in het landenbeleid wordt gesteld dat Oekraïne dan wel delen van Oekraïne
veilig zijn. In het beleid wordt enkel aangegeven in hoeverre het willekeurige geweld
dat plaatsvindt op zichzelf al leidt tot een risico op ernstige schade en dus voldoende
is voor asiel. Dit betreft een glijdende schaal waarbij een lagere mate van willekeurig
geweld betekent dat meer individuele factoren nodig zijn om de noodzaak tot asielbescherming
aannemelijk te maken. De beoordeling in deze zaken blijft dan ook volledig individueel.
Dit geldt ook voor het binnenlandse beschermingsalternatief waarbij in elke individuele
zaak wordt beoordeeld of een Oekraïense asielzoeker bescherming nodig heeft in het
desbetreffende gebied alvorens dit wordt tegengeworpen. Indien dit tot een afwijzing
leidt krijgen de gebruikelijke stappen in de asielprocedure hun gevolg. Het verzoek
van de motie om niet tot terugkeer over te gaan, past in het geval van een afwijzing
van de asielaanvraag niet binnen de bredere systematiek van de asielprocedure.
Bij de totstandkoming van dit landenbeleid is rekenschap gegeven van de gehele veiligheidssituatie
waaronder ook raket- en droneaanvallen zoals die in de motie worden benoemd. De gehele
veiligheidssituatie in ogenschouw nemend is er echter geen aanleiding geweest om tot
een andere conclusie te komen inzake het landenbeleid.
Gelet op het vorengaande ontraad ik de motie.
De Minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie