Brief regering : Cijfermatige analyse van asielaanvragen na MVV
19 637 Vreemdelingenbeleid
Nr. 3613
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 juli 2026
Tijdens het tweeminutendebat JBZ-Raad op 2 juni jl. heeft de Staatssecretaris van
JenV uw Kamer namens mij een cijfermatige analyse toegezegd over hoe vaak er asiel
wordt aangevraagd door een migrant die kort daarvoor met een machtiging voorlopig
verblijf (mvv) voor een regulier verblijfsdoel naar Nederland is gekomen, door welk
soort migrant dat wordt gedaan en of er daarbij landen uitspringen. Met deze brief
doe ik deze toezegging gestand.
Een mvv is een inreisvisum voor personen die langer dan 90 dagen in Nederland willen
verblijven. Een mvv wordt gelijktijdig met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
aangevraagd. Na een inwilligend besluit, dient de mvv op een ambassade te worden opgehaald.
Nadat de migrant met mvv naar Nederland is gereisd, kan de verblijfsvergunning aan
een IND-loket worden opgehaald.
Om op korte termijn toegezegde analyse te kunnen maken, heb ik ervoor gekozen om het
jaar 2025 te nemen als uitgangspunt. Dit zijn de meest actuele cijfers over een heel
jaar. De cijfers over 2026 tot en met eind mei worden daarnaast benut om te bezien
of er wel of niet sprake is van een stijgende trend.
Cijfers van de IND laten zien dat op een totaal van 48.020 ingewilligde mvv-aanvragen
afgerond1 80 personen die in 2025 met een mvv naar NL zijn gekomen voor een regulier verblijfsdoel
(studie, werk en gezin) en in datzelfde jaar asiel hebben aangevraagd. Na 99,8% van
de ingewilligde mvv-aanvragen werd geen asiel aangevraagd. In 2026 tot en met mei
gaat het om minder dan 10 asielaanvragen, op meer dan 14.000 ingewilligde mvv-aanvragen
met reguliere verblijfsdoelen. Dit geeft een eerste indicatie dat in de cijfers geen
stijgende trend zichtbaar is.
De meest voorkomende nationaliteiten in 2025 waren Oekraïners (30) en Afghanen (10)
en de groep «nationaliteit onbekend» (minder dan 10). Bij alle andere nationaliteiten
gaat het om minder dan 10 gevallen. Hoewel niet met zekerheid te stellen zonder individuele
dossiers te lichten, vallen in de groep «nationaliteit onbekend» onder andere ook
mensen afkomstig uit de verschillende Palestijnse gebieden.
Van deze 80 personen kwamen 60 personen in 2025 met een mvv voor studiedoeleinden
naar Nederland. Uitgesplitst naar de verschillende verblijfsdoelen (studie, werk en
gezin) is dit de grootste groep. De aanvragen van deze verblijfsvergunningen voor
studenten werden door een grote groep verschillende erkend referenten (in dit geval
de onderwijsinstellingen) ingediend bij de IND.
Een onderwijsinstelling heeft voor de verblijfsaanvraag bepaald dat de student in
kwestie voldoet aan de eisen om een opleiding te volgen. De IND toetst vervolgens
aan enkele verblijfsvoorwaarden, zoals een middelenvereisten waarmee de student aantoont
voldoende middelen van bestaan te hebben om in eigen onderhoud te voorzien gedurende
de studie. Wanneer een vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor verblijf studie,
is er geen mogelijkheid om deze te weigeren vanwege het land van herkomst of nationaliteit
van de vreemdeling. Dit kan wel als er een gevaar blijkt voor openbare orde/nationale
veiligheid2 of wanneer er gegronde reden is te veronderstellen dat de vreemdeling voor een ander
doel dan studie naar Nederland is gekomen. Omdat een onderwijsinstelling aangeeft
dat de student in Nederland komt studeren is in principe geen aanleiding om te twijfelen
aan het verblijfsdoel. Op basis van specifieke signalen kan wel een individuele beoordeling
door de IND worden uitgevoerd. Ook bij afgifte van de mvv op de ambassade kan geconstateerd
worden dat er twijfels zijn over de motieven van de student die naar Nederland komt.
Hiervoor is binnen de IND een werkwijze ingeregeld.
Als in de uitvoeringspraktijk mogelijke misstanden worden geconstateerd bij specifieke
verblijfsaanvragen, of bij een grote stijging van aanvragen uit bepaalde landen, treedt
de IND in gesprek met de erkend referent (voor studenten zijn dat onderwijsinstellingen,
voor kennismigranten gaat het om bedrijven). Er zijn de afgelopen periode geen signalen
van misstanden geweest die aanleiding gaven om een dergelijk gesprek met onderwijsinstellingen
te voeren. Ook kunnen bestuursrechtelijk maatregelen getroffen worden als daadwerkelijk
misstanden worden geconstateerd. Zo kan de IND een waarschuwing afgegeven aan de erkend
referent. Mocht de situatie vervolgens niet verbeteren dan kan ook het erkend referentschap
worden ingetrokken. Dit heeft tot gevolg dat een onderwijsinstelling geen buitenlandse
studenten meer kan aannemen en bedrijven geen gebruik meer kunnen maken van de kennismigrantenregeling.
De IND blijft de situatie nauwlettend in de gaten houden en zal op gebruikelijke wijze
handhaven waar dat nodig is. Als reguliere migratieroutes worden gebruikt voor andere
doelen, wil ik dat uiteraard tegengaan. Gezien de relatief lage aantallen en het feit
dat er bovendien geen stijgende trend zichtbaar is, zie ik op dit moment geen aanleiding
voor een generieke aanscherping van het toelatingsbeleid.
De Minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie