Brief regering : Inzet weerbare democratische rechtsstaat en de evaluatie van verkiezingen
29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde
35 165
Verkiezingen
Nr. 1063
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 juli 2026
Nederland heeft een sterke democratische rechtsstaat en een Grondwet die onze gedeelde
normen en democratische waarden reflecteert. Dat is niet vanzelfsprekend: het aantal
liberale democratieën neemt wereldwijd af.1 De geopolitieke spanningen nemen toe.
Door verkiezingen bepalen mensen wie hen vertegenwoordigt. Politieke partijen vertalen
ideeën en zorgen uit de samenleving naar politieke keuzes. Bestuurders en volksvertegenwoordigers
zorgen ervoor dat besluiten worden genomen en uitgevoerd binnen de kaders van de rechtsstaat.
Dat is de basis van onze samenleving. Tegelijkertijd hebben we vandaag de dag te maken
met intimidatie van bestuurders, polarisatie, desinformatie en buitenlandse inmenging.
Dat betekent dat we onze instituties moeten versterken.
Democratie is ook mensenwerk. Het vraagt om burgers die zich betrokken voelen bij
de samenleving en verantwoordelijkheid nemen. Want democratie is niet alleen iets
van de overheid, maar van ons allemaal.
De verkiezingen zijn bij uitstek het moment waarop de instituties en de samenleving
op een bijzondere manier bij elkaar komen. In Nederland kiezen we in vrije en eerlijke
verkiezingen wie ons vertegenwoordigt. Dat is een belangrijke verworvenheid. Op 29 oktober
2025 hebben we de mensen verkozen die ons in de Tweede Kamer vertegenwoordigen en
op 18 maart 2026 hebben we onze vertegenwoordigers in de gemeenteraden verkozen.
Met deze brief ga ik in op mijn inzet in het kader van de weerbaarheid van onze democratische
rechtsstaat. Ik geef een doorkijk naar wat u in het komende half jaar van mij kunt
verwachten. Daarnaast informeer ik u over de evaluatie van de voorgenoemde verkiezingen
en ga ik in op de weerbaarheid van het verkiezingsproces.
1. Inzet weerbare democratische rechtsstaat
De Nederlandse democratische rechtsstaat is robuust en veerkrachtig. Dat de verkiezingen
naar tevredenheid zijn verlopen, zoals ik hieronder toelicht, getuigt daarvan. Maar
anno 2026 staat de democratische rechtsstaat ook onder druk. Daarom zet ik mij de
komende jaren in voor de weerbaarheid van de democratische rechtsstaat met initiatieven
langs twee lijnen: het versterken van de democratische instituties en de versterking
van de democratie van de gemeenschap.
Als instituties onder druk komen te staan, raakt dat direct het vertrouwen in de democratie.
Daarom werk ik aan nieuwe wetgeving voor politieke partijen, om verkiezingen veilig,
toegankelijk en betrouwbaar te houden en om bestuurders beter te ondersteunen. Het
is in dit kader belangrijk dat de regels omtrent opsporing, vervolging en berechting
van ambtsdelicten worden gemoderniseerd. Twee wetsvoorstellen zijn daartoe onlangs
ingediend.2 Ook beoog ik de werking van het tweekamerstelsel te versterken met verschillende
maatregelen, waaronder het terugzendrecht van de Eerste Kamer.3 Met de invoering van constitutionele toetsing van wetten aan klassieke grondrechten
in de Grondwet wordt de rechtsstaat verder versterkt en worden grondrechten beter
beschermd. Het voorstel hiertoe heb ik recentelijk aangeboden aan de Afdeling advisering
van de Raad van State van het Koninkrijk en verwacht ik eind dit jaar bij uw Kamer
in te dienen.
Als de overheid zich dienstbaar, mensgericht en responsief opstelt richting burgers
en laat zien dat het leert van het eigen handelen, ervaren burgers de rechtsstaat
als effectief en versterkt dit het vertrouwen in instituties. Het voorstel Wet versterking
waarborgfunctie Awb draagt hieraan bij, door de focus bij het handelen van de overheid
te leggen op dienstbaarheid en de menselijke maat. Ook de reeds aangekondigde uitbreiding
van de Algemene wet gelijke behandeling met overheidshandelen zal hieraan bijdragen,
net als het inzetten van de Discriminatietoets bij overheidsorganisaties. Ook transparantie
ten aanzien van besluitvorming is van belang voor het vertrouwen in instituties. Daarom
dien ik voor het einde van het jaar bij uw Kamer een voorstel in voor een lobbyregister.
Het gaat echter niet alleen om regels en procedures, maar ook om houding en gedrag
en het uitdragen van rechtsstatelijk leiderschap. Alleen op die manier wordt bijgedragen
aan (herstel van) vertrouwen tussen burger en overheid.
Een democratie speelt zich echter niet alleen af in het parlement, gemeentehuis en
stemlokaal, maar is van de gemeenschap, van ons allemaal. Ook in buurten, binnen verenigingen
en via het publieke debat geven mensen vorm aan onze democratische samenleving. Daarom
maken we ruimte voor maatschappelijk initiatief, en werken we samen met burgers en
maatschappelijke organisaties. Met het Gemeenschapsfonds investeren we in ontmoetingsplekken
om letterlijk een plek te geven aan onze democratische gemeenschap. Het streven is
dat onze democratie van en voor iedereen is. Omdat ieders stem telt, verbeteren en
beschermen we de mogelijkheden tot invloed en zeggenschap op lokaal en nationaal niveau.
In dat kader zijn ook de recente onderzoeken naar het demonstratierecht relevant.
Op 3 juni jl. heb ik de inzet van het kabinet ten aanzien van het demonstratierecht
uiteengezet.4 De kabinetsreactie op bovengenoemde onderzoeken volgt direct na de zomer. Financiële
steun voor ProDemos zorgt bovendien voor een laagdrempelig informatieaanbod over de
democratische rechtsstaat, voor alle leeftijden en in alle regio’s van ons land.
Naast al deze initiatieven hecht ik ook belang aan de opbouw van kennis en gedegen
onderzoek. Mijn ministerie staat dan ook in nauw contact met wetenschappers en maatschappelijke
organisaties die zich bezighouden met de laatste inzichten op het gebied van de weerbare
democratische rechtsstaat. De autocratische ontwikkelingen die we in de wereld zien,
evenals de tegenbewegingen, maken dat de ontwikkelingen snel gaan. Ik houd dan ook
de vinger aan de pols en zoek internationaal de verbinding met gelijkgestemde landen.
2. Evaluatie van de verkiezingen
In deze paragraaf blik ik terug op de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026
(GR26) en ga ik dieper in op de Tweede Kamerverkiezing van 29 oktober 2025 (TK25).5 In de bijlagen bij deze brief reageer ik op de verschillende adviezen en onderzoeken
die zijn gedaan.6
Algemeen beeld GR26
De verkiezingen zijn eerlijk, transparant en controleerbaar verlopen. Dit beeld wordt
gedeeld door de Kiesraad en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB). Dit
is mede te danken aan de vele stembureaumedewerkers. Ik heb geconstateerd dat er weer
voldoende stembureauleden waren. De opkomst was met 53,8% hoger dan de opkomst bij
de gemeenteraadsverkiezingen vier jaar geleden (50,99%).7 De GR26 is met de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsbevordering uitvoering verkiezingsproces
de eerste verkiezing waarin de Kiesraad een centrale, instruerende, beoordelende en
ook ondersteunende rol heeft ingenomen.8 De Kiesraad constateert dat de implementatie van de Nieuwe Procedure Vaststellen
Verkiezingsuitslag veel vraagt van de actoren op gemeentelijk niveau (bijlage 2).
Herverkiezing in Gorinchem
In de gemeente Gorinchem waren concrete vermoedens van het ronselen van volmachten.
Dit heeft geleid tot aangifte en onderzoek door de politie en het Openbaar Ministerie
(hierna: OM). Dit onderzoek is nog gaande en richt zich onder meer op de vraag of
kiezers onder druk zijn gezet of actief zijn benaderd om hun volmacht af te geven
aan anderen. De vermoedens van onregelmatigheden vormden voor de gemeenteraad van
Gorinchem aanleiding om te besluiten tot een herstemming. Daarbij stond voorop dat
iedere twijfel over de betrouwbaarheid van de uitslag en het ordelijk verloop van
de verkiezingen moet worden weggenomen. De herverkiezing heeft op 29 april jl. plaatsgevonden
en is zonder incidenten verlopen, ondanks de korte voorbereidingstijd voor gemeente,
politieke partijen en uitvoerende organisaties.9
De signalen over mogelijk ronselen van volmachten in Gorinchem neem ik zeer serieus.
Voorvallen in het verleden in andere gemeenten waar sprake was van mogelijke druk
of beïnvloeding rond volmachten, hebben niet geleid tot een herstemming. Dit komt
doordat het systeem goed lijkt te werken: er wordt gesignaleerd dat er mogelijk sprake
is van ronselen en vervolgens wordt er aangifte van gedaan. Ondertussen zijn er ook
aanhoudingen verricht in het onderzoek naar stemfraude in Gorinchem. Het onderzoek
van het Openbaar Ministerie is echter nog niet afgerond.
Tegelijkertijd constateer ik dat in internationale waarnemersmissies kritische uitlatingen
zijn gedaan over het volmachtsysteem en dat het gebruik van volmachten vragen oproept.10 Dat maakt nader onderzoek naar het volmachtstelsel nodig, om goed te kunnen beoordelen
óf en welke aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om het ronselen van volmachten
te voorkomen. Daarbij kijk ik niet alleen naar de specifieke gebeurtenissen in Gorinchem,
maar ook naar bredere vragen over het functioneren van het huidige volmachtstelsel,
de uitvoerbaarheid van eventuele maatregelen en de risico’s op misbruik. Ik informeer
uw Kamer in het najaar over de opzet van dit onderzoek.
Stemadvies met behulp van kunstmatige intelligentie (AI)
In aanloop naar de verkiezingen maakten kiezers vaker gebruik van AI-stemhulpen.11 Er is meer duidelijkheid nodig over de rol van de overheid bij AI-toepassingen rond
verkiezingen, zoals stemwijzers. Daarom onderzoek ik hoe democratische waarden beter
verankerd kunnen worden in AI-toepassingen, zodat het online debat weerbaarder en
toekomstbestendiger wordt.12 Daarbij betrek ik experts en organisaties, zoals de Autoriteit Persoonsgegevens.
Ik houd zowel oog voor risico’s, zoals manipulatie en informatievervorming, als voor
kansen, zoals een beter publiek debat en bredere participatie.
Vervolgstappen met het nieuwe stembiljet
Het nieuwe stembiljet vergroot de toegankelijkheid en uitvoerbaarheid van verkiezingen.
Tijdens de GR26 is opnieuw geëxperimenteerd met het nieuwe stembiljet. De evaluatie
schetst wederom een positief beeld.13 Zowel kiezers, gemeenten en stembureauleden zijn zeer tevreden over het gebruik van
het nieuwe stembiljet. Ik bereid daarom een wetsvoorstel voor om het nieuwe stembiljet
landelijk in te voeren. Ik ben voornemens om dit wetsvoorstel in 2027 in te dienen,
met het oog op gebruik van het stembiljet bij de Europees Parlementsverkiezing in
2029.
Voorbereiding, behandeling en inwerkingtreding van een wetsvoorstel voor landelijke
invoering van het nieuwe stembiljet is niet haalbaar vóór de komende provinciale staten-
en waterschapsverkiezingen van 17 maart 2027 (PS/WS27). Voor deze verkiezingen vraag
ik de elf gemeenten die eerder geëxperimenteerd hebben opnieuw deel te nemen onder
de experimentenwet.
3. Weerbaarheid van het verkiezingsproces
Op 4 maart jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over de maatregelen die ik heb getroffen
in het kader van de weerbaarheid van het verkiezingsproces in aanloop naar de GR26.14 Rond deze verkiezingen zijn er signalen van gecoördineerd inauthentiek gedrag naar
voren gekomen, mogelijk aangestuurd vanuit het buitenland.15 Het onderzoek toont echter geen bewijs voor «grootschalige of doorslaggevende beïnvloeding
van de uitslag». De verkiezingen zijn vrij en eerlijk verlopen.
FIMI-detectieorganisatie
Elke vorm van heimelijke, gecoördineerde beïnvloeding is volstrekt onwenselijk. Daarom
blijven we alert en versterken we de weerbaarheid van ons verkiezingsproces en onze
democratische instituties. Ik werk aan wetgeving en de oprichting van een organisatie
die buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging (Foreign Information Manipulation and Interference, «FIMI») structureel kan detecteren, in lijn met het coalitieakkoord.16
Ik laat mij daarbij inspireren door bestaande organisaties in Frankrijk, Zweden en
Duitsland en werk samen met de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
(OESO), die namens de Europese Commissie onderzoek doet naar de inrichting van FIMI-detectiecapaciteit
in Nederland en andere EU-lidstaten.
Eind dit jaar informeer ik uw Kamer over de voortgang van dit onderzoek, het wetgevingstraject
en de oprichting van de organisatie die buitenlandse inmenging en informatiemanipulatie
detecteert. Dan ga ik ook in op het onderzoek naar de rol van het maatschappelijk
middenveld in de detectie van desinformatie en op het onderzoek naar de impact van
desinformatie op de Nederlandse democratische rechtsstaat.17 De inzichten uit het laatstgenoemde onderzoek neemt dit kabinet mee in het beleid
voor maatschappelijke weerbaarheid. In die context is ook de aanbeveling relevant
van het rapport van Justice for Prosperity (JfP) «een verstoord speelveld», voor versterking
van het kritisch denkvermogen, mediawijsheid en maatschappelijke weerbaarheid.18
Pilot FIMI-detectie verkiezingen
Met de pilot FIMI-detectie tijdens de GR26 verken ik hoe FIMI-detectie het best kan
worden ingericht en welke methoden effectief en geschikt zijn. Ik heb zes wetenschappers
en organisaties uit het maatschappelijk middenveld opdracht gegeven om onderzoek te
doen naar verschillende aspecten van FIMI rond de verkiezingen. De nadruk van het
onderzoek ligt op online gecoördineerd inauthentiek gedrag met een buitenlandse oorsprong,
zoals botnetwerken. Eén onderzoek richt zich op online intimidatie met een buitenlandse
oorsprong van decentrale politieke ambtsdragers. Door verschillende methoden, bronnen
en platformen te combineren ontstaat een breed beeld van FIMI rond de GR26 en van
de waarde van verschillende onderzoeksmethoden.
Ik verwacht de resultaten van de pilot begin oktober 2026. Een onafhankelijke klankbordgroep
brengt de bevindingen van de onderzoeken samen en analyseert deze overkoepelend. Hieruit
trek ik lessen voor de toekomstige inrichting van FIMI-detectie. Op dit moment heb
ik één conceptrapport ontvangen. Daarom kan ik nog niet inhoudelijk vooruitlopen op
de uitkomsten. Eind dit jaar deel ik de onderzoeksrapporten, de rapportage van de
Klankbordgroep en mijn reactie hierop met uw Kamer.
Ik zet de pilot voort richting de verkiezingen voor de provinciale staten, de waterschappen
en de eilandraden van 17 maart 2027. Zo krijg ik beter zicht op FIMI tijdens verkiezingen
en hoe de detectieorganisatie het beste ingericht kan worden. Waar nodig deel ik relevante
signalen uit deze pilot met de toezichthouders en bespreek ik deze aan de verkiezingstafel.19
4. Bedreiging en intimidatie in campagnetijd
Contact met de samenleving is een cruciaal element in het werk van volksvertegenwoordigers,
zeker in campagnetijd. In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen was er een toename
van bedreiging en intimidatie richting (kandidaat)politieke ambtsdragers en partijvrijwilligers.
Het is onacceptabel dat bestuurders en volksvertegenwoordigers te maken krijgen met
agressie, intimidatie en bedreiging. Ik blijf als Minister van BZK onophoudelijk normeren
en ondersteun onze politieke ambtsdragers bij de uitvoering van hun democratische
en rechtsstatelijke taken.
Ik heb de Universiteit Twente gevraagd om bedreiging en intimidatie in campagnetijd
mee te nemen in lopend onderzoek naar het functioneren van politieke partijen op lokaal
niveau.20 De respons van partijen geeft een indicatie: ongeveer de helft van alle politieke
partijen kreeg te maken met bedreigingen en intimidatie, zowel online als fysiek (met
name het bekladden of vernielen van verkiezingsmateriaal). Deze ervaringen zijn geen
marginaal verschijnsel, maar een substantieel en breed verspreid onderdeel van de
campagnepraktijk. Dat is onacceptabel. Daar tegenover staat dat zo goed als alle lokale
partijorganisaties aangeven dat ze ondanks deze ervaringen hun campagne niet hebben
aangepast.
Ervaringen met agressie en intimidatie kunnen leiden tot een afname in werkplezier
en beïnvloeden politieke ambities. Bedreiging en intimidatie treft vaker vrouwen en
het heeft vaker een negatief effect op hun politieke ambities dan bij mannen. Dit
versterkt de al bestaande ondervertegenwoordiging van vrouwen in het lokaal bestuur.
Uit onderzoek blijkt evenwel niet eenduidig dat politieke ambtsdragers hun ambt neerleggen
vanwege agressie en bedreigingen.21 Ook noemen politieke partijen dit niet als de belangrijkste barrière voor nieuwe
kandidaten.
Vanuit het programma Weerbaar Bestuur zet ik doorlopend in op goede preventie, reactie
en nazorg bij bedreiging en intimidatie richting decentrale politieke ambtsdragers.
Daarnaast voer ik, in samenspraak met betrokkenen, extra acties uit om politieke partijen
in campagnetijd te ondersteunen. Daarin trek ik samen op met de beroeps- en belangenvereniging
van het openbaar bestuur en het Kennispunt lokale politieke partijen. Ik zorg met
Statenlidnu, de Unie van Waterschappen en politieke partijen voor praktische ondersteuning
richting de PS/WS27. Ik ben met de politie, het OM en de Minister van Justitie & Veiligheid
in gesprek over het verbeteren van veiligheidsmaatregelen en de opvolging van aangiftes
over agressie, bedreiging en intimidatie van (kandidaat-)politici. Ik werk nauw samen
met de stichting Stem op een Vrouw om de veiligheid van vrouwen tijdens campagnes
te vergroten, zowel fysiek als online.22
5. Tot slot
Onze democratische rechtsstaat is nooit «af». Het stelsel is niet in een dag ontworpen
en geïntroduceerd, maar door de eeuwen heen gegroeid tot wat het nu is, via kleine
en grote aanpassingen op verschillende momenten in de tijd. Ons kiesstelsel is daar
hét voorbeeld van. Het Nederland van nu is op veel punten onvergelijkbaar met dat
van vroeger. Nieuwe sociale, economische, technologische en geopolitieke ontwikkelingen
vragen steeds om nieuwe keuzes. Maar altijd vanuit de waarden die horen bij onze manier
van samenleven. Met de in deze brief geschreven inzet wil ik mijn bijdrage leveren
aan de doorontwikkeling en weerbaarheid van de democratische rechtsstaat in Nederland.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
Ondertekenaars
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties