Brief regering : Voorstel Europese jaarbegroting 2027
21 501-03 Begrotingsraad
Nr. 204
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juli 2026
Op 10 juni jl. presenteerde de Europese Commissie (de Commissie) het voorstel voor
de Europese begroting 2027.1 Via deze brief informeer ik uw Kamer over de inhoud van het voorstel, de gevolgen
voor de raming van de Nederlandse EU-afdrachten, de Nederlandse inzet, het proces
en het krachtenveld. Hiermee vervangt deze Kamerbrief, zoals gebruikelijk, het BNC-fiche
over dit voorstel. Daarnaast presenteerde op 10 juni jl. de Commissie ook de jaarlijkse
technische aanpassing van het Meerjarig Financieel Kader (MFK 2021–2027), conform
artikel 4 van de MFK-verordening.2 In deze brief ga ik ook in op de inhoud van deze mededeling en de gevolgen daarvan
voor de raming van de Nederlandse EU-afdrachten.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Inleiding
Onderstaand wordt ten eerste het Commissievoorstel voor de Europese begroting 2027
toegelicht, en wordt vervolgens de Nederlandse inzet ten aanzien hiervan, alsmede
het verdere proces geschetst. Daarnaast worden enkele technische mutaties in de begroting
2027 toegelicht, en worden de gevolgen van zowel het Commissievoorstel als van deze
wijzigingen getoond.
Commissievoorstel Europese begroting 2027
Het voorstel voor de Europese begroting 2027 betreft de laatste jaarbegroting binnen
het huidige Meerjarig Financieel Kader (hierna: MFK). De Europese Commissie (hierna:
Commissie) stelt een totaalomvang (inclusief speciale instrumenten) voor van circa
200 miljard euro aan vastleggingen. Dit zijn de wettelijke of contractuele verplichtingen
die worden aangegaan. De betalingen – de kasuitgaven volgend uit vastleggingen – bedragen
212 miljard euro (zie tabel 1).
Het totaal aan vastleggingen is vergelijkbaar met de jaarbegroting 2026. Het totaal
aan betalingen ligt iets hoger dan vorig jaar. Deze stijging wordt, net als vorig
jaar, voornamelijk gedreven door de beleidscyclus van met name cohesieprogramma’s
die, na de vertraging in de uitvoering in de eerste jaren van het MFK, nu tot betaling
komen.
De onderstaande tabel 1 geeft een overzicht van de voorgestelde vastleggingen, betalingen
en marges in totaal en per begrotingscategorie en laat de verschillen met de Europese
begroting van 2026 zien.3
Tabel 1: Commissievoorstel EU-begroting 2027 (in miljoenen euro, lopende prijzen)
CIE-voorstel 2027
Begroting 2026
Verschil %
Vastl.1
Bet.2
Vastl.
Bet.
Vastl.
Bet.
Begrotingscategorieën
H1. Interne markt, innovatie en digitaal
21.902
22.843
22.163
23.337
– 1.2%
– 2,1%
H2. Cohesie, veerkracht en waarden
75.761
81.850
71.651
78.528
5,7%
4,2%
H3. Landbouw en milieu
57.236
61.455
56.969
55.217
0,5%
11,3%
H4. Migratie en grensmanagement
5.789
3.870
5.019
3.888
15,3%
– 0,5%
H5. Veiligheid en defensie
3.066
2.231
2.814
2.253
9,0%
– 1,0%
H6. Extern beleid
15.468
16.661
15.600
16.570
– 0,8%
0,5%
H7. Administratieve uitgaven
13.659
13.659
13.281
13.281
2,9%
2,9%
Ukraine Support Loan
1.150
1.150
0
0
[A] Totaal
194.031
203.718
187.496
193.073
3,5%
5,5%
[B] Waarvan inzet speciale instrumenten
5.747
4.507
4.906
4.334
Flexibiliteitsinstrument
1.990
2.048
2.042
2.221
Single Margin Instrument
1.297
0
751
0
EURI-instrument
2.460
2.460
2.113
2.113
[C] Marge
477
501
276
12.431
[D] Totaal MFK-plafond (A-B+C)
188.761
199.711
182.866
201.170
[E] Thematische speciale instrumenten
5.874
8.257
5.716
5.023
Totaal uitgaven (A+E)
199.905
211.975
193.212
198.096
3,5%
7,0%
X Noot
1
Vastleggingen, wettelijke (of contractuele) verplichtingen die worden aangegaan
X Noot
2
Betalingen, de kasuitgaven, volgend uit vastleggingen (betalingen kunnen ook voortkomen
uit vastleggingen van eerdere jaren).
In het Commissievoorstel bedraagt zowel de vastleggingenmarge als de betalingenmarge
circa 0,5 miljard euro (zoals te zien in onderdeel C Marge in tabel 1). Door de volledige inzet van speciale instrumenten is de resterende flexibiliteit
in de begroting voor 2027 zeer beperkt. Daarmee zijn er weinig mogelijkheden om in
te spelen op onvoorziene omstandigheden.
Het Commissievoorstel voor de Europese begroting 2027, alsook de technische aanpassing
(zie verderop in de brief een toelichting daarop) heeft impact op de raming van de
Nederlandse EU-afdrachten. Een totaalbeeld is weergegeven in een aparte paragraaf
op pagina 7 van deze brief.
In de volgende paragrafen worden de hoofdpunten van het Commissievoorstel per begrotingscategorie
van het MFK toegelicht. Een toelichting op de begrotingscategorieën – o.a. welke programma’s
eronder vallen – vindt u in de bijlage.
H1) Interne markt, innovatie en digitaal
Deze begrotingscategorie daalt in de ontwerpbegroting 2027 licht ten opzichte van
2026. Dit is grotendeels te verklaren door het ritme van de afgesproken MFK-plafonds.
Nieuw in 2027 is het ophogen van de budgetten voor de anti-witwas autoriteit (AMLA)
en de nieuwe Europese douaneautoriteit (EUCA). Ook de financiering van de Chips Act wordt gecontinueerd als onderdeel van de bredere inzet op economische soevereiniteit
en technologische autonomie. Zoals overeengekomen in de «Omnibus II» aanpassing van
de InvestEU-verordening wordt de InvestEU-garantie met 2,9 miljard euro opgehoogd
(met een provisie van 1,2 miljard euro). Deze ophoging wordt gefinancierd met middelen
die zijn teruggevloeid uit het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI)
en andere financieringsinstrumenten.
H2) Cohesie, veerkracht en waarden
In de grootste begrotingscategorie van de EU-begroting stijgt het aantal vastleggingen
en betalingen ten opzichte van eerdere jaren. Deze betalingen volgen na achterblijvende
betalingen in de afgelopen jaren. Het is gebruikelijk dat het merendeel van de betalingen
voor het cohesiebeleid in de tweede helft van het MFK wordt gedaan, en dat is ook
in deze MFK-periode het geval.
In deze begrotingscategorie vallen ook de kosten voor de financiering van rentekosten
voor de leningen die zijn aangegaan in het kader van het Europees Herstelinstrument
(NGEU). Door de rentestijging sinds 2022 zijn de rentekosten hoger dan voorzien, waardoor
het oorspronkelijke budget zoals opgenomen in de MFK-verordening niet voldoet. In
de tussentijdse MFK-herziening van 2024 is een cascademechanisme geïntroduceerd ter
dekking van de kostenoverschrijdingen van de rentekosten.4 Het cascademechanisme werkt volgens een vaste volgorde. In de eerste stap wordt het
reeds begrote budget voor de rente (EURI-line) gebruikt. In stap twee is overeengekomen
dat circa 50% van de overschrijding van het begrote budget wordt gedekt door herprioriteringen
binnen de begroting en de inzet van de speciale instrumenten bij het MFK. Het overige
deel kan worden gedekt met het EURI-instrument waarbij decommiteringen opnieuw worden
ingezet. Dit zijn eerdere vastleggingen die uiteindelijk toch niet tot betaling zijn
gekomen. Indien er onvoldoende decommiteringen zijn dragen de lidstaten daarbovenop
extra bij om de overschrijding te dekken.
De geraamde rentekosten voor NGEU in 2027 bedragen 9,9 miljard euro. Het reeds begrote
budget is 5 miljard euro. Dit betekent een kostenoverschrijding van 4,9 miljard euro.
De Commissie stelt voor deze kostenoverschrijding voor 50% te financieren via de marge
uit begrotingscategorie 2b (0,5 miljard euro) en het Flexibiliteitsinstrument (1,9
miljard euro). De overige 50% wordt gefinancierd vanuit het EURI-instrument (2,5 miljard
euro) door middel van het opnieuw inzetten van decommiteringen.
H3) Landbouw en milieu
Het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU wordt betaald vanuit deze begrotingscategorie.
Het voorziene budget voor het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF), waarbij boeren
onder voorwaarden inkomenssteun ontvangen, is 40,6 miljard euro voor 2027 in zowel
vastleggingen als betalingen.
Een ander groot fonds in deze begrotingscategorie is het Europees Landbouwfonds voor
Plattelandsontwikkeling (ELFPO). Vanuit dit fonds komen middelen voor structurele
veranderingen in plattelandsgebieden, onder meer om bij te dragen aan een duurzaam
beheer van natuurlijke hulpbronnen in het kader van de groene transitie. Het budget
voor 2027 is 13,4 miljard euro in vastleggingen (een stijging van 0,6% ten opzichte
van 2026) en 15,7 miljard euro in betalingen (een stijging van 37% ten opzichte van
2026). Deze forse toename in de betalingen is het gevolg van het uitvoeringsritme
van dit deel van de Europese begroting. In eerdere jaren zijn veel vastleggingen gedaan
die nog niet in hetzelfde jaar tot betaling kwamen. Deze programma's zijn nu meer
op gang gekomen, waardoor de betalingen toenemen.
Daarnaast draagt het Innovatiefonds 5,6 miljard euro bij aan de prioriteiten van de
begrotingscategorie 3. Dit wordt gefinancierd met inkomsten uit het EU-ETS.
H4) Migratie en grensmanagement
In de tussentijdse MFK-herziening van 2024 is 2 miljard euro aan extra middelen vrijgemaakt
voor migratie en grensmanagement voor de periode 2025–2027. De Commissie stelt voor
om hiervan in 2027 1,2 miljard euro in te zetten voor de implementatie van het nieuwe
asiel- en migratiepact. De uitgaven aan het Europese grens- en kustwachtagentschap
Frontex stijgen, aangezien Frontex naar verwachting haar volledige capaciteit behaalt
in 2027. Dit is conform uitbreiding mandaat van Frontex, en behelst o.a. het vast
in dienst nemen van grensbewakers.
H5) Veiligheid en defensie
Ten aanzien van veiligheid en defensie zijn de afgelopen jaren verschillende programma’s
aangenomen en versterkt. Het Europees Defensiefonds is in het kader van de tussentijdse
MFK-herziening van 2024 bijvoorbeeld opgehoogd met 1,5 miljard euro, waarvan 375 miljoen
in 2027. Daarnaast is het nieuwe European Defence Industry Programme (EDIP) van start gegaan, inclusief het Ukraine Support Instrument van 300 miljoen euro ter versterking van de Oekraïense defensie-industrie. De Commissie
stelt een budget voor van 844 miljoen euro in vastleggingen voor EDIP in 2027.
H6) Extern beleid
Door een overschot aan voorzieningen bij het oude Europees Fonds voor Duurzame Ontwikkeling
(EFSD) voegt de Commissie 503 miljoen euro toe aan de marge van de begrotingscategorie
extern beleid voor 2027. De Commissie stelt voor om deze marge te gebruiken voor het
betalen van de rentesubsidie in het kader van de steunlening aan Oekraïne van 90 miljard
euro (Ukraine Support Loan – USL). De kosten van de rentesubsidie voor deze lening worden voor 2027 geschat
op 1,2 miljard euro en de Commissie wil hiervoor de marge uit begrotingscategorie
6 en bestaande speciale instrumenten gebruiken.5 Hierdoor is het niet nodig om het Ukraine Support Loan Instrument in te zetten, wat als achtervang dient indien het niet mogelijk zou zijn de rentesubsidie
volledig te dekken binnen de EU-begroting.
Daarnaast bevat het voorstel van de Commissie in het kader van de bestaande Oekraïne-faciliteit
een budget voor van 4 miljard euro aan niet-terugbetaalbare steun en 2,2 miljard aan
leningen voor 2027.
H7) Administratieve uitgaven
Onder de begrotingscategorie administratieve uitgaven vallen onder andere de personeelskosten
van de Europese instellingen, de pensioenen en de Europese scholen. Ten opzichte van
2026 stelt de Commissie een stijging voor van 2,9%. De Commissie geeft daarbij aan
voor de jaarbegroting 2027 voor 0,7 miljard euro gebruik te willen maken van het Enkelvoudige
marge-instrument (Single Margin Instrument; SMI). Ook in 2025 en 2026 is gebruik gemaakt van het SMI om deze begrotingscategorie
te financieren.
Met dit voorstel blijft de Commissie binnen de principes van stabiele personeelsbezetting
en de maximale 2% toename van niet-salaris gerelateerde uitgaven. De hierboven genoemde
stijging van 2,9% wordt opwaarts beïnvloed door andere factoren, die geen betrekking
hebben op de niet-salaris gerelateerde uitgaven.
De Commissie geeft zoals gebruikelijk aan dat de aannames voor administratieve uitgaven,
met name t.o.v. inflatie, koopkracht en pensioenen bij het wijzigingsvoorstel in oktober
worden geactualiseerd.
Beoordeling voorstel en Nederlandse inzet EU-jaarbegroting 2027
Nederland zet in op een prudente, realistische en moderne Europese begroting, waarin
de afspraken uit het MFK-akkoord en de MFK-herziening gerespecteerd worden. De prioriteiten
uit het Commissievoorstel weerspiegelen de uitdagende geopolitieke situatie en komen
grotendeels overeen met de inhoudelijke Nederlandse beleidsdoelstellingen voor het
lopende MFK: defensie en veiligheid, migratie, onderzoek en innovatie en de groene
en digitale transities.
Bij de onderhandelingen over de jaarbegroting in de Raad zal Nederland prioriteit
geven aan het binnen de begroting dekken van de gestegen rentekosten voor NGEU in
de context van het EURI-cascademechanisme en van de rentesubsidie van de Ukraine Support Loan (USL), omdat deze kosten anders betaald moeten worden door extra afdrachten van de
lidstaten. Het voorstel van de Commissie voldoet aan de afspraak uit de tussentijdse
MFK-herziening van 2024 om 50% van de kostenoverschrijding van de NGEU rentekosten
te dekken met herprioriteringen en de inzet van speciale instrumenten. Het voorstel
bevat echter geen herprioriteringen en de 50% wordt volledig gedekt door de inzet
van de beschikbare marge en het Flexibiliteitsinstrument. Nederland zal in de onderhandelingen
over de Raadspositie inzetten op het deels dekken van de kostenoverschrijding via
herprioriteringen om de inzet van speciale instrumenten te beperken en extra afdrachten
van de lidstaten te voorkomen, waarbij Nederlandse beleidsprioriteiten (defensie en
veiligheid, migratie, onderzoek en innovatie) zoveel mogelijk worden ontzien van herprioritering.
Het voorstel van de Commissie voldoet ook aan de verklaring van Nederland en gelijkgestemde
lidstaten van april jl. om de rentesubsidie voor de USL volledig binnen de Europese
begroting te dekken, waardoor de inzet van het speciaal gecreëerde Ukraine Support Loan Instrument dat als backstop zou kunnen fungeren niet nodig zal zijn.6 Het bedrag wordt echter bijna volledig gedekt door inzet van overgebleven marges
uit eerdere jaarbegrotingen en door inzet van het SMI en flexibiliteitsinstrument.
Nederland zal ook hier inzetten op herprioriteringen.
Nederland heeft zich samen met een brede groep gelijkgestemden landen in de afgelopen
jaren doorgaans hard gemaakt voor voldoende flexibiliteit binnen de begroting, om
te kunnen reageren op onvoorziene omstandigheden gedurende het jaar. Dit jaar is de
resterende flexibiliteit in het voorstel beperkt, namelijk 0,5 miljard euro. Dit is
op zich begrijpelijk, omdat de beschikbare vrije ruimte wordt ingezet voor het dekken
van de rentekosten voor NGEU en USL. Nederland zal in de onderhandelingen over de
Raadspositie inzetten op het beperken van de inzet van speciale instrumenten en het
vinden van herprioriteringen voor het dekken van de rentekosten, teneinde de resterende
flexibiliteit te vergroten om ruimte te houden voor onvoorziene omstandigheden gedurende
het begrotingsjaar. Indien dit leidt tot genoeg flexibiliteit, bovenop de noodzakelijke
marge, zal Nederland inzetten op vervroegde aflossing van NGEU om zo de druk op het
volgende MFK te verminderen.
Tot slot is Nederland kritisch op het voorstel om het SMI in te zetten voor de administratieve
uitgaven onder begrotingscategorie 7. Nederland erkent daarbij wel dat het handelingsperspectief
om op administratieve uitgaven te bezuinigen beperkt is, aangezien dit juridisch verplichte
kosten zijn.
Proces en krachtenveld
Conform artikel 314 van het werkingsverdrag van de Europese Unie, onderhandelt de
Raad eerst over een Raadspositie over de Europese begroting 2027. Naar verwachting
zal de Raad halverwege juli een Raadspositie bereiken. Het Europees Parlement (EP)
zal in september een positie innemen. Vervolgens dient de Raad overeenstemming te
bereiken met het EP. Hiertoe dient de jaarlijkse conciliatieperiode, die eindigt met
een Ecofin-begrotingsraad in november 2026. Daarvoor publiceert de Commissie in oktober
naar verwachting nog een wijzigingsvoorstel van de begroting voor 2027 met een actualisatie
van de ramingen. Voorafgaand aan de Begrotingsraad wordt uw Kamer geïnformeerd over
dit wijzigingsvoorstel, de Nederlandse inzet en, na afloop, over het resultaat. De
Raad stemt met gekwalificeerde meerderheid over de EU-begroting en het EP met gewone
meerderheid.
Wat betreft het krachtenveld zijn er meerdere lidstaten die, zoals Nederland, inzetten
op een prudente en moderne begroting met voldoende flexibiliteit onder de MFK-plafonds.
Er zijn ook meerdere lidstaten die over het algemeen voorstander zijn van een grotere
begroting (met name wat betreft de betalingen) die de plafonds van het MFK benadert.
Het Europees Parlement zet normaliter in op een begroting die volledig aansluit bij
de plafonds uit het MFK, en dus niet of zeer beperkt voorziet in marges voor onvoorziene
gebeurtenissen.
Technische aanpassing MFK
Naast de jaarbegroting 2027 presenteerde de Commissie op 10 juni jl. de jaarlijkse
technische aanpassing van het MFK van 2021–2027, conform artikel 4 van de MFK-verordening.
In deze jaarlijkse technische aanpassing van het MFK past de Commissie de plafonds
van het MFK aan op een aantal punten. Zo worden de MFK-plafonds door de Commissie
geactualiseerd met de standaard afgesproken MFK-deflator van 2%. Dit is in de raming
van de Nederlandse afdrachten reeds verwerkt.
Daarnaast worden ook de speciale instrumenten en de boete-opbrengsten geactualiseerd.
Dit heeft gevolgen voor het MFK-betalingenplafond. Aangezien de raming van de Nederlandse
EU-afdrachten gebaseerd is op het MFK-betalingenplafond plus de maximale omvang van
de speciale instrumenten, wijzigt ook de raming van de Nederlandse EU-afdrachten.
Voor wat betreft de technische aanpassing is er geen vervolgproces. De Commissie heeft
conform artikel 4 van de MFK-verordening de Raad en het EP geïnformeerd, die hierbij
geen beslissingsbevoegdheid hebben.
Boete-opbrengsten
In artikel 5 van de MFK-verordening is vastgelegd dat in de periode 2022–2027 jaarlijks
een bedrag gelijk aan de opbrengsten uit mededingingsboetes van twee jaar geleden
(voor 2027 dus de boete-opbrengsten uit 2025) worden toegevoegd aan de Europese begroting
en de MFK-uitgavenplafonds. Het maximumbedrag dat mag worden toegevoegd is 11 miljard
in prijzen 2018. Deze opbrengsten worden volgens een verdeelsleutel over bepaalde
MFK-programma’s verdeeld, zoals vastgelegd in Annex II van de MFK-verordening.
De Commissie actualiseert in de technische aanpassing nu het cijfer voor 2027. Het
gevolg hiervan is dat de raming van de Nederlandse bni-afdracht met 69 miljoen euro
naar beneden wordt bijgesteld in 2027.
Aanpassing plafond SMI
In artikel 4 van de MFK-verordening is vastgelegd dat in de periode 2022–2027 ieder
jaar in de technische aanpassing het MFK-uitgavenplafond opgehoogd mag worden met
de ongebruikte betalingen onder het SMI van het jaar daarvoor (tot een bepaald maximum).
In de MFK-herziening van 2024 is afgesproken dat het ongebruikte deel van het SMI
van 2025 opgeteld mag worden bij de maximale inzet van het SMI in 2026. Hiervoor was
in de raming van de Nederlandse afdrachten een inschatting gemaakt. In de technische
aanpassing van 2026 is duidelijk hoeveel er resteert in het SMI van 2025 en doorgeschoven
mag worden naar 2026 en 2027. De SMI inzet voor 2027 ligt circa 359 miljoen lager
dan eerder in de raming werd voorzien. Het maximale bedrag voor 2027 is in de raming
naar beneden bijgesteld. Dit heeft als gevolg dat de raming van de Nederlandse bni-afdrachten
naar beneden wordt bijgesteld met 22 miljoen euro in 2027.
Aanpassing van speciale instrumenten
De speciale instrumenten boven de MFK-plafonds zijn bedoeld om te reageren op onvoorziene
omstandigheden en bieden additionele flexibiliteit. In de technische aanpassing worden
de uitgavenplafonds van de speciale instrumenten door de Commissie geactualiseerd
met de standaard afgesproken MFK-deflator van 2%. Dit is in de raming van de Nederlandse
afdrachten reeds verwerkt.
De Commissie stelt voor om ruim 2 miljard euro vanuit het Flexibiliteitsinstrument
in te zetten in 2027, door ongebruikte middelen van dit instrument uit eerdere jaren
door te schuiven naar 2027. Daarmee is de inzet van het Flexibiliteitsinstrument hoger
dan eerder in de raming van de Nederlandse afdrachten voorzien. Het opwaartse effect
hiervan op Nederlandse bni-afdracht is 27 miljoen euro.
Voor het subsidiedeel van de Oekraïne-faciliteit houdt de Nederlandse raming rekening
met het jaarlijkse maximumbedrag dat in een bepaald jaar beschikbaar mag worden gesteld
van 5 miljard euro. De Commissie stelt voor om 1,4 miljard euro niet benutte middelen
uit eerdere jaren door te schuiven naar de Oekraïne-faciliteit van 2027. Dit leidt
tot een opwaarts effect van 87 miljoen euro in 2027 op de raming van de Nederlandse
bni-afdracht.
Als laatst wordt, zoals eerder benoemd, de helft van de kostenoverschrijding van de
rentekosten van NGEU gefinancierd door het opnieuw inzetten van decommiteringen (EURI).
Dit zijn middelen die eerder niet tot betaling zijn gekomen. Dit bedraagt 2,5 miljard
euro en wordt bovenop de MFK-plafonds gefinancierd. Hiermee werd in de raming van
de Nederlandse EU-afdrachten nog geen rekening gehouden omdat nog onvoldoende cijfers
beschikbaar waren over de omvang van de betalingen in 2027. De Nederlandse bni-afdracht
wordt hierdoor met 153 miljoen euro naar boven bijgesteld in 2027.
Overzicht gevolgen voor de raming van de Nederlandse afdrachten
De voorgestelde betalingen in de Europese jaarbegroting 2027 hebben impact op de raming
van de Nederlandse afdrachten, omdat het voorgestelde betalingenniveau hoger ligt
dan voorzien in de huidige raming van de afdrachten (stand Voorjaarsnota 2026). Het
betreft vooralsnog een door de Commissie voorgesteld betalingenniveau. De Raad en
het Europese Parlement zullen zich hiertoe verhouden en hierover in november een akkoord
bereiken. Het Commissievoorstel voor de jaarbegroting van 2027 bevat informatie over
bijvoorbeeld de overige ontvangsten van de Unie en de bni-korting. Dit heeft gevolgen
voor de raming van de EU-afdrachten, en deze zullen naar verwachting niet meer wijzigen
in de verdere onderhandelingen. Daarom worden deze nu verwerkt in de Ontwerpbegroting
2027 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Wijzigingen aan de inkomstenkant, waaronder de actualisatie van de overige ontvangsten(bijdrage
Verenigd Koningrijk, financiële- en administratieve ontvangsten en ontvangsten van
derde landen)en de bni-kortingen leiden eveneens tot een verandering van de raming
van de Nederlandse afdrachten. Deze worden hieronder kort toegelicht, waarna een overzicht
van alle mutaties in tabel 2 wordt gepresenteerd.
Overige ontvangsten
De overige ontvangsten vallen voor 2027 hoger uit dan waar de raming van de Nederlandse
EU-afdrachten rekening mee werd gehouden. Dit heeft als gevolg dat de raming van de
Nederlandse bni-afdracht naar beneden wordt bijgesteld met 24 miljoen euro.
Bijstelling bni-korting
Ieder jaar worden de kortingen die Nederland en enkele andere lidstaten krijgen op
de bni-afdracht geactualiseerd op basis van de meest recente deflator voor het bbp
die beschikbaar is wanneer de ontwerpbegroting wordt opgesteld, zoals vastgelegd in
het eigenmiddelenbesluit.7 Dit leidt tot een hogere brutokorting voor Nederland en daarmee lagere raming van
de Nederlandse bni-afdracht van 24 miljoen euro in 2027.
Tabel 2: Gevolgen voor de raming van de NL-afdrachten (in miljoenen euro; + is saldoverslechterend)
2027
Jaarbegroting 2027
EURI
153
Oekraïnereserve
87
Actualisatie overige ontvangsten
– 24
Actualisatie kortingscijfers
– 24
Technische aanpassing
Boete-inkomsten
– 69
SMI-plafond
– 22
Flexibiliteitsinstrument
27
Totaal
128
In totaal worden de Nederlandse afdrachten in 2027 met 128 mln. opwaarts bijgesteld.
De mutaties worden verwerkt in de Ontwerpbegroting 2027 van het Ministerie van Buitenlandse
Zaken.
Annex – toelichting begrotingscategorieën
H1) Interne markt, innovatie en digitaal
De eerste begrotingscategorie betreft voornamelijk investeringen in de versterking
en modernisering en vergroening van de Europese economie. Programma’s als Horizon
Europe, InvestEU en Digital Europe dragen hier aan bij.
H2) Cohesie, veerkracht en waarden
Begrotingscategorie 2 is in omvang de grootste begrotingscategorie van het MFK. In
de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen twee onderdelen: subcategorie 2a Economische,
sociale en territoriale cohesie en subcategorie 2b Veerkracht en waarden.
2a Economische, sociale en territoriale cohesie
Het cohesiebeleid, dat onder begrotingscategorie 2a valt, wordt voornamelijk uitgevoerd
via drie fondsen: het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees
Sociaal Fonds+ (ESF+), en het Cohesiefonds (CF). Dit beleid heeft als doel om economische
en sociale verschillen tussen regio’s binnen de EU te verkleinen. Dit gebeurt op verschillende
terreinen; van het bijdragen aan huishoudens voor verduurzaming tot het bieden van
ondersteuning op de arbeidsmarkt.
2b Veerkracht en Waarden
Onder begrotingscategorie 2b vallen onder andere de programma’s die zijn opgezet in
reactie op de Covid-19-pandemie, zoals de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit en REACT-EU.
De rentebetalingen voor de leningen voor de financiering van het Europees Herstelinstrument
(NGEU) vallen ook onder deze begrotingscategorie.
Daarnaast bevat deze categorie een aantal programma’s en agentschappen ter versterking
van de sociale cohesie en de waarden van de EU zoals Erasmus+ maar ook het gezondheidsprogramma
EU4Health en het mechanisme voor civiele bescherming (UCPM) vallen hieronder.
H3) Landbouw en milieu
Begrotingscategorie 3 is gericht op een veilige voedselvoorziening van hoge kwaliteit,
door middel van modern landbouw-, visserij- en maritiem beleid. Het bevat onder andere
het Programma voor het Milieu en Klimaatactie (LIFE), het fonds voor Rechtvaardige
Transitie (Just Transition Fund; JTF) en de strategische GLB-plannen van de afzonderlijke lidstaten. Sinds 2023 voorziet
de begrotingscategorie ook in financiering voor het EU-mechanisme voor een «CO2-grensheffing» (CBAM), dat als overkoepelende doelstelling heeft de klimaatverandering
aan te pakken door de uitstoot van broeikasgassen in de EU en mondiaal terug te dringen.
Het herziene en gemoderniseerde Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is in 2023
van start gegaan. Het GLB omvat twee fondsen, het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF)
en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). Het ELGF is met
name bedoeld om boeren onder voorwaarden van inkomenssteun, steun te voorzien voor
het uitvoeren van ecoregelingen en marktgerelateerde steun. Het ELFPO steunt structurele
veranderingen in plattelandsgebieden, onder meer om bij te dragen aan een duurzaam
beheer van natuurlijke hulpbronnen in het kader van de groene transitie.
H4) Migratie en grensmanagement
De begrotingscategorie migratie en grensmanagement bevat alle uitgaven die gerelateerd
zijn aan het beschermen van de buitengrenzen van de EU. Hieronder vallen bijvoorbeeld
het fonds voor Geïntegreerd Grensbeheer (Integrated Border Management Fund; IBMF) en uitgaven ter ondersteuning van de lidstaten op het gebied van asiel en
migratie via het fonds voor Asiel, Migratie en Integratie (AMIF). Onderdeel van het
fonds voor Geïntegreerd Grensbeheer is het instrument voor Grensbeheer en Visa (Border Management and Visa; BMVI). Het overgrote deel van de middelen onder deze begrotingscategorie valt onder
gedeeld beheer. Ook vallen het Europese grens- en kustwachtagentschap Frontex en het
Europees Ondersteuningsbureau voor Asielzaken (European Asylum Support Office; EASO) onder deze begrotingscategorie.
H5) Veiligheid en defensie
De begrotingscategorie veiligheid en defensie is gericht op het bewaken van de veiligheid
van burgers binnen de grenzen van de Unie via het fonds voor Interne Veiligheid (Internal Security Fund; ISF) en samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van rechtshandhaving via
het agentschap Europol. Daarnaast richt deze begrotingscategorie zich op het ontwikkelen
van defensiecapaciteiten via het Europees Defensiefonds (European Defence Fund; EDF) en het versterken van de Europese infrastructuur ter bevordering van militaire
mobiliteit.
H6) Extern beleid
De begrotingscategorie extern beleid omvat verschillende financieringsinstrumenten
om het externe optreden van de EU te financieren. Hieronder valt bijvoorbeeld het
instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI),
het instrument voor humanitaire hulp (HUMA), pre-toetredingssteun (IPAIII) en voor
landen en gebieden overzee (OCT) onder.
H7) Administratieve uitgaven
Onder de begrotingscategorie administratieve uitgaven vallen onder andere de personeelskosten
van de Europese instellingen, de pensioenen en de Europese scholen.
Speciale thematische instrumenten
De speciale thematische instrumenten zijn bedoeld om adequaat te kunnen reageren op
onvoorziene omstandigheden gedurende een begrotingsjaar. Deze instrumenten worden
ingezet buiten de MFK-plafonds, maar zijn wel onderdeel van de MFK-verordening.
Het Europees Globaliseringsfonds (EGF) financiert eenmalige assistentie in de vorm
van opleiding en begeleiding naar nieuw en/of vervangend werk voor personeel dat door
grote herstructureringen als gevolg van globalisering werkloos raakt.
De Europese Solidariteitsreserve verleent steun aan getroffen landen en regio’s die
binnen het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (SFEU) vallen.
De Brexit Adjustment Reserve (BAR) is gericht op het verminderen van nadelige gevolgen van Brexit in de zwaarst
getroffen lidstaten en sectoren.
Oekraïnereserve
De Oekraïnereserve is bedoeld om stabiele, niet-terugbetaalbare steun aan Oekraïne
te bieden in de periode 2024–2027. Deze steun heeft betrekking op alle drie de pijlers
van de Oekraïne-faciliteit, zijnde macro-financiële steun gekoppeld aan het Oekraïneplan,
het Oekraïne Investeringskader en pre-toetredingssteun en capaciteitsopbouw, evenals
de administratieve lasten van de faciliteit. Het totaalbedrag voor de periode 2024–2027
is maximaal 17 miljard euro aan subsidies. De vastleggingen en de betalingen worden
jaarlijks gemobiliseerd, waarbij het jaarlijks maximumbedrag 5 miljard euro is.
European Union Recovery Instrument (EURI)
Het EURI-instrument is overeengekomen in de MFK-herziening. Het instrument kan worden
gebruikt voor de financiering van de overschrijding van de oorspronkelijk in het MFK-geraamde
rentekosten, die voortkomen uit leningen die de Commissie namens de Unie is aangegaan
voor het herstelinstrument NGEU. Door de rentestijging sinds 2022 zijn de rentekosten
hoger dan voorzien, waardoor het oorspronkelijke budget zoals opgenomen in de MFK-verordening
niet voldoet.
In de MFK-herziening is een cascademechanisme geïntroduceerd ter dekking van de kostenoverschrijdingen.8 Het cascademechanisme werkt volgens een vaste volgorde. In de eerste stap wordt het
reeds begrote budget voor de rente (EURI-line) gebruikt. In stap twee is overeengekomen
dat als benchmark circa 50% van de overschrijding van het begrote budget wordt gedekt
door herprioriteringen binnen de begroting en de inzet van de speciale instrumenten
bij het MFK. Het overige deel kan worden gedekt met het EURI-instrument waarbij decommiteringen
opnieuw worden ingezet. Dit zijn eerdere vastleggingen die uiteindelijk toch niet
tot betaling zijn gekomen. Indien er onvoldoende decommiteringen zijn dragen de lidstaten
extra bij om de overschrijding te dekken.
Enkelvoudig marge-instrument
Het enkelvoudig marge-instrument maakt het mogelijk om niet-gebruikte middelen onder
het MFK-plafond te verschuiven tussen verschillende begrotingscategorieën of tussen
begrotingsjaren. Dit instrument kan daardoor de marge in toekomstige jaren vergroten.
Flexibiliteitsinstrument
Het Flexibiliteitsinstrument kan ingezet worden voor de financiering van onvoorziene
omstandigheden, zowel voor vastleggingen als betalingen, indien er onvoldoende ruimte
is onder een deelplafond voor een bepaalde MFK-begrotingscategorie. In artikel 12
van de MFK-verordening is het jaarlijkse bedrag vastgelegd. Elk ongebruikt deel van
het jaarlijkse bedrag kan worden gebruikt tot jaar t+2.
Ukraine Support Loan instrument
Voor de voortzetting van steun aan Oekraïne in 2026 en 2027 is eind 2025 de Ukraine Support Loan(USL) overeengekomen, waarbij de Commissie middelen leent op de kapitaalmarkten en
deze doorleent aan Oekraïne. Daarbij is afgesproken dat de EU de rentekosten van de
USL voor haar rekening neemt middels een rentesubsidie. Hiervoor is een speciaal instrument
opgericht, het Ukraine Support Loan Instrument, wat als achtervang dient indien het niet mogelijk zou zijn de rentesubsidie volledig
te dekken binnen de EU-begroting. Nederland heeft samen met gelijkgestemde lidstaten
een verklaring afgegeven in april jl. waarin de Commissie verzocht wordt om de rentesubsidie
voor de USL binnen de EU-begroting te dekken. Hierdoor zou het instrument niet geactiveerd
te hoeven worden.
Ondertekenaars
E. Heinen, minister van Financiën