Brief regering : Stand van zaken voorhang afronden Besluit collectieve warmte
36 576 Regels omtrent productie, transport en levering van warmte (Wet collectieve warmte)
Nr. 121
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juli 2026
Op 29 mei jl. heeft het kabinet u het ontwerpbesluit Besluit collectieve warmte toegestuurd.1 Het Besluit collectieve warmte (Bcw) bevat een nadere uitwerking van de delegatiegrondslagen
uit de Wet collectieve warmte (Wcw). De voorhang vindt plaats in het kader van de
wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure in de Wcw. Het ontwerpbesluit zal na de
voorhang voor advies worden aangeboden aan de Raad van State.
De voorhangprocedure geldt op grond van artikel 12.9, vierde lid, van de Wcw alleen
voor de uitwerking van fase 1 tariefregulering in het Bcw. De Kamer heeft vragen gesteld
naar aanleiding van de voorhang. Gezien het hoge aantal en de brede insteek van de
door de Kamer ingediende vragen, duurt de beantwoording ervan langer dan eerder was
voorzien. De beantwoording volgt spoedig, maar niet meer voor aanvang van het reces.
Ik begrijp echter de wens van een deel van uw Kamer om de beantwoording van de vragen
te ontvangen alvorens de voorhangprocedure af te ronden.
Ik constateer dat het merendeel van de vragen geen betrekking heeft op het voorliggende
Bcw, maar zich richt op brede vraagstukken die bij collectieve warmte spelen, op onderdelen
die zien op keuzes die reeds in de Wcw zijn verankerd of op kwesties die nog nader
uitgewerkt worden ten behoeve van fase 2 en 3 van de tariefregulering. Voor de fase
2 en 3 geldt echter dat het Bcw later wordt gewijzigd en publiek geconsulteerd, waarna
voorhang bij beide Kamers is voorzien. De wijziging van het Bcw waarin fase 2 wordt
uitgewerkt zal in 2027 bij de Kamers worden voorgehangen.
De zorg die ik bij enkele fracties proef, dat met het afronden van de voorhang van
dit Bcw er geen debat meer mogelijk is over fase 2 en 3 van de tariefregulering van
de Wcw, is dan ook onterecht. Ik hecht eraan deze fracties te verzekeren dat het afronden
van de voorhang van dit Bcw niet in de weg staat van een verdere discussie over de
uitwerking van fase 2 en 3. Binnen de kaders van de wet is er ruimte om met elkaar
in gesprek te gaan over de verschillende elementen van fases 2 en 3 die uitwerking
behoeven, en op basis daarvan ontwerpkeuzes te maken voor deze fases van de tariefregulering.
Er worden in het Bcw dat nu is voorgehangen geen onomkeerbare stappen gezet richting
de verdere uitwerking van de kostengebaseerde tariefregulering.
Er leeft een brede wens bij stakeholders om tempo te behouden met de inwerkingtreding
van de Wcw, het Bcw en de ministeriële regeling. Daarom hecht het kabinet eraan om
de inwerkingtreding van de Wcw per 1 januari 2027 binnen bereik te houden. Dat is
nog mogelijk als het Bcw tijdig voor advisering naar de Raad van State gestuurd kan
worden. Indien het Bcw pas na het zomerreces naar de Raad van State verstuurd kan
worden is het hoogst onzeker of de Wcw per 1 januari 2027 in werking kan treden.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei