Brief regering : Beleidsreactie op rapport Kwaliteit van de kinderopvang in Caribisch Nederland
31 322 Kinderopvang
Nr. 589
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 juni 2026
Toezicht is een belangrijke waarborg voor de kwaliteit en veiligheid van kinderopvang.
Op Bonaire, Sint Eustatius en Saba is het de Inspectie van het Onderwijs (hierna:
inspectie) die, samen met de lokale inspectie, toezicht houdt op de kinderopvang.
In dat kader heeft de inspectie in 2025 alle kinderopvanglocaties onderzocht en getoetst
op de kwaliteitseisen. Ik stuur het rapport hierover naar uw Kamer. Hierin staan de
uitkomsten van het onderzoek naar de kwaliteit van de kinderopvang in Caribisch Nederland
in 2025.
De inspectie constateert dat de kwaliteit van de kinderopvang in Caribisch Nederland
sinds de start van het programma BES(t) 4 kids in 2018 en de start van het toezicht
op de kinderopvang in 2020 verbeterd is. Kinderen worden steeds beter gestimuleerd
in hun ontwikkeling. Ook stuurt de leiding steeds beter op het verbeteren van de kwaliteit.
Tegelijkertijd constateert de inspectie dat er ook nog ruimte is voor verbetering.
De inspectie laat per thema zien wat positieve ontwikkelingen zijn en benoemt de verbeterpunten.
De inspectie schat in dat die ruimte voor verbetering aanwezig is, omdat er locaties
zijn die op de specifieke punten een positieve waardering hebben gekregen. Organisaties
kunnen dus van elkaar leren. Aandachtspunten zijn onder andere het opleidingsniveau
van beroepskrachten en het hebben van de Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG).
In deze brief geef ik, mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie,
mijn reactie op het rapport. Allereerst schets ik de context van het toezicht op de
kinderopvang in Caribisch Nederland. Vervolgens ga ik in op de belangrijkste bevindingen
en daarna op de aanbevelingen.
1. Context: toezicht kinderopvang Caribisch Nederland
Sinds 1 januari 2026 is de Wet kinderopvang BES (hierna: Wko BES) in werking getreden
en houdt de inspectie toezicht op de kwaliteit en veiligheid aan de hand van de eisen
in deze wet en onderliggende regelgeving. Maar ook voor de inwerkingtreding van de
Wko BES was er sprake van toezicht. Sinds 2020 houdt de inspectie toezicht op de kwaliteit
van de kinderopvang in Caribisch Nederland, op basis van de eisen in de Eilandsverordeningen.
Dit doet zij op een stimulerende manier, dat wil zeggen: gericht op samenwerken aan
herstel van verbeterpunten. Dit gebeurt samen met de lokale inspecteurs van de openbare
lichamen. Elke locatie ontvangt na afloop van het onderzoek een rapport. Na afloop
van alle onderzoeken, brengt de inspectie een rapport uit over de kwaliteit en monitort
zo de ontwikkelingen.
Rapport kwaliteit en veiligheid 2025
Ook in 2025 heeft de inspectie de kwaliteit van de kinderopvang op Bonaire, Sint Eustatius
en Saba onderzocht. Er is, samen met de lokale inspectie op de drie eilanden, onderzoek
uitgevoerd op alle 79 kinderopvanglocaties voor dagopvang, buitenschoolse opvang en
gastouderopvang. Tijdens de onderzoeken werd gekeken of i. de kinderopvang voldeed
aan de eisen op het gebied van administratie, personeel en accommodatie, ii. de kinderen
voldoende werden gestimuleerd in hun ontwikkeling, iii. de opvang veilig en gezond
was voor kinderen en iv. de leiding stuurt op het verbeteren van de kwaliteit. Daar
waar tekortkomingen werden geconstateerd, werden herstelafspraken met een termijn
afgesproken. De inspectie vergelijkt de uitkomsten met eerdere jaren en volgt zo de
ontwikkelingen door de jaren heen.
2. Bevindingen inspectie over 2025
Het algemene beeld is dat de kwaliteit van de kinderopvang in 2025 is verbeterd. In
dit hoofdstuk licht ik de belangrijkste bevindingen van de inspectie toe.
Kwaliteit van de kinderopvang
Steeds meer beroepskrachten hebben een mbo-opleiding op niveau 3 of 4, gericht op
het signaleren van leer- en ontwikkelachterstanden. Echter, bij meer dan de helft
van de locaties hebben niet alle beroepskrachten een opleiding op het vereiste niveau
hebben. Dat is vergelijkbaar met 2024.
Verder stimuleert ongeveer de helft van de kinderopvangorganisaties kinderen steeds
meer in hun ontwikkeling. Dit wil zeggen dat de kinderen spelenderwijs uitgedaagd
worden in hun ontwikkeling. En dat de inrichting van de ruimtes en de spelmaterialen
hierop afgestemd zijn. Ook is er op de meeste locaties een positief pedagogisch klimaat,
wat betekent dat er op een sensitieve en responsieve manier omgegaan wordt met de
kinderen.
Op 19 locaties heerst er geen positief pedagogisch klimaat. Hier was sprake van een
onrustige sfeer, ongewenst gedrag van kinderen en een gebrekkige sensitieve en responsieve
omgang met kinderen. Dit moet volgens de inspectie beter. Een positief pedagogisch
klimaat is een voorwaarde voor de ontwikkeling van kinderen. Daarnaast ontbreekt bij
meer dan de helft van de locaties een (volledig) pedagogisch beleidsplan of er wordt
niet naar gehandeld.
Professionalisering kinderopvangorganisaties
In vergelijking met voorgaande jaren blijkt dat organisaties meer de samenwerking
opzoeken met ouders, onderwijs en andere partners. Een andere positieve bevinding
is dat de houders van organisaties beter sturen op de verbetering van de kwaliteit
van de kinderopvang. Ook valt op dat meer organisaties hun visie, ambitie en doelen
formuleren dan in voorgaande metingen.
Veiligheid en gezondheid
Op het gebied van veiligheid en gezondheid constateert de inspectie dat iets meer
dan de helft van de locaties een veiligheids- en gezondheidsbeleid heeft. Dat is een
sterke verbetering ten opzichte van 2024. Deze plannen voldoen slechts bij een derde
van de locaties aan de gestelde eisen. Ook zijn er nog steeds veel organisaties die
niet voldoen aan de vereisten ten aanzien van de VOG’s. Op dit onderdeel is er zelfs
sprake van achteruitgang in vergelijking met 2024. Op bijna de helft van de locaties
zijn er medewerkers zonder een VOG. Als de VOG’s wel aanwezig zijn, komt het ook nog
vaak voor dat deze niet actueel zijn of niet bewaard worden in de administratie.
Het blijft voor de organisaties moeilijk om aan de eisen omtrent VOG’s te voldoen,
onder andere vanwege de grote hoeveelheid personeelswisselingen – bij een overstap
naar een andere organisatie is een nieuwe VOG nodig – en de lange doorlooptijden voor
het verkrijgen van een VOG.
Tot slot wordt geconstateerd dat de veiligheid, toegankelijkheid en passendheid van
binnen- en buitenruimtes op meer dan de helft van de locaties niet voldoet aan de
vereisten. In vergelijking met 2024 is er sprake van een verbetering, maar de locaties
zijn nog niet op het niveau van 2023. Daarnaast blijkt dat op minder locaties dan
in 2024 de verhouding beroepskracht-kinderen op orde is. Bijvoorbeeld doordat een
houder ondersteunend personeel meetelt in de beroepskracht-kindratio. Wel zorgt het
overgrote deel van de organisaties voor gezonde en gevarieerde voeding en dat is een
verbetering in vergelijking met voorgaande jaren.
3. Reactie op bevindingen
Ik ben blij dat er vorig jaar wederom een stap voorwaarts is gezet in de kinderopvang
in Caribisch Nederland. Er is een stijgende lijn in de kwaliteit en veiligheid van
de kinderopvang. Daar wil ik mijn waardering voor uitspreken. Door samen te werken
met alle betrokkenen, de kinderopvangorganisaties, de openbare lichamen, de inspectie
en het Rijk, kunnen we kinderopvang een plek geven in de samenleving, die bijdraagt
aan een beter toekomstperspectief voor kinderen in Caribisch Nederland. Dat betekent
niet dat de weg altijd eenvoudig is. Maar de vooruitgang die de kinderopvang heeft
doorgemaakt en die terug te lezen is in het onderzoek van de inspectie is bemoedigend.
Hoewel over het algemeen een stijgende lijn zichtbaar is, is een aantal onderdelen
nog niet op orde, ook op fundamentele punten. Het gaat bijvoorbeeld om het pedagogisch
klimaat bij ongeveer twintig organisaties. Dat terwijl een positief pedagogisch klimaat
een voorwaarde is voor de ontwikkeling van kinderen. Het is van belang dat pedagogisch
medewerkers op een sensitieve en responsieve manier omgaan met kinderen en dat er
sprake is van een prettige sfeer in de kinderopvang. Om dit te blijven versterken,
is vanuit het programma BES(t) 4 kids sinds begin 2026 een online trainingsdatabase
opgezet. Hier ga ik bij paragraaf 4 (Aanbevelingen) verder op in.
Daarnaast voldoen steeds meer beroepskrachten aan het vereiste opleidingsniveau, maar
blijft de helft van de locaties nog achter op dit gebied. Dat is een punt van zorg.
Een voorwaarde voor kwalitatief goede kinderopvang en educatieve kwaliteit is goed
opgeleide pedagogische professionals. Bovendien, om als kinderopvangorganisatie in
de toekomst te kunnen blijven voldoen aan de wettelijke eisen voor het opleidingsniveau
van personeel, is het noodzakelijk nieuwe werknemers op het passende niveau in de
regio te blijven opleiden. Het is voor kinderopvangorganisaties niet eenvoudig om
gekwalificeerd personeel te vinden. Dat heeft voor een deel te maken met het (beperkte)
opleidingsaanbod op de eilanden, waar ik verder op in ga bij de aanbevelingen.
Ook het op het gebied van veiligheid zijn er nog belangrijke stappen te zetten. Ouders
moeten erop kunnen vertrouwen dat hun kind op een veilige plek is. Dat moet beter
en daar moeten we in samenwerken. Ik vind het zorgelijk dat niet alle medewerkers
in de kinderopvang beschikken over een VOG, omdat dit een belangrijke waarborg is
voor de veiligheid van kinderen.
Op basis van de Wko BES mogen er op dit moment alleen VOG’s uit Caribisch Nederland
ingezet worden.
De kinderopvangorganisaties lopen regelmatig aan tegen de lange doorlooptijden voor
het aanvragen van een VOG in Caribisch Nederland. Ik ben voornemens de Wko BES te
wijzigen op dit onderdeel, zodat ook VOG’s uit Europees Nederland ingezet kunnen worden.
Aangezien dit een kleine wijziging betreft, bezie ik momenteel of dit in een breder
wetgevingstraject mee kan lopen. Dit voorkomt extra regeldruk.
In overleg met de inspectie heb ik besloten om tot die tijd VOG’s uit Europees Nederland
te gedogen zodat ook houders, pedagogisch medewerkers en stagiaires die nog maar kort
of tijdelijk in Caribisch Nederland verblijven eenvoudiger kunnen voldoen aan de VOG-vereisten.
VOG’s uit Europees Nederland bieden voldoende waarborgen voor de veiligheid van de
kinderen.
In mijn brief van 16 april jl. informeerde1 ik uw Kamer dat de VOG’s één van de drie aandachtsgebieden is voor de handhaving
in 2026. Dat betekent dat er een bestuurlijke boete opgelegd kan worden als niet aan
de vereisten wordt voldaan.
Een andere waarborg ten aanzien van de veiligheid is het verplicht melden van vermoedens
van strafbare feiten. Het is belangrijk dat mogelijke signalen van strafbare feiten
tijdig naar boven komen. In de Wko BES is deze meld-, overleg- en aangifteplicht geregeld,
echter zijn de betreffende artikelen nog niet in werking getreden. In mijn brief van
16 april jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over deze meldplicht. Er mist een grondslag
voor gegevensuitwisseling tussen de onafhankelijk deskundigen. Daarvoor is een wijziging
van de wet nodig, welke onderdeel uitmaakt van de Verzamelwet SZW 2027. De verdere
uitwerking van de gegevensverwerking wordt vormgegeven in onderliggende regelgeving.
Zorgvuldige uitwerking hiervan kost tijd, daarom werk ik samen met de inspectie in
Europees Nederland en de advies- en meldpunten huiselijk geweld en kindermishandeling
in Caribisch Nederland aan een tussentijdse werkwijze die voor de kortere termijn
meer waarborgen biedt voor de veiligheid van de kinderen.
Het feit dat organisaties steeds meer samenwerken met scholen, ouders en andere partners
op de eilanden en dat ze zelf steeds meer werken aan kwaliteitsverbetering stemt mij
positief voor de toekomst van de kinderopvang, en dus voor de kinderen, in Caribisch
Nederland.
4. Aanbevelingen
Naar aanleiding van de bevindingen heeft de inspectie verschillende aanbevelingen
in haar rapport opgenomen, gericht aan beroepskrachten, houders, openbare lichamen
en het Rijk. Ik ga hierin op de belangrijkste aanbevelingen die in het rapport worden
gedaan voor het Rijk.
Ondersteuning kinderopvangorganisaties
De inspectie vraagt aan het Rijk de kinderopvangorganisaties ook de komende jaren
te blijven ondersteunen om te voldoen aan de eisen in de Wko BES. Dit blijf ik ook
doen. Het programma BES(t) 4 kids monitort de voortgang op de ondersteuningsstructuur
voor de kinderopvangorganisaties, waarvan de verantwoordelijkheid sinds 1 januari
2026 bij de openbare lichamen ligt. Er zijn inmiddels zowel eilandelijke ondersteuningsstructuren
als een eiland-overstijgende ondersteuningsstructuur opgezet, om de gedeelde uitdagingen
op te pakken. Deze laatste heeft de vorm van een online trainingsdatabase waarin professionals
in de kinderopvang trainingsmaterialen, hulpmiddelen en tools kunnen vinden die betrekking
hebben op verdere professionalisering van de kinderopvangsector.
Meer concreet gaat het om online te volgen trainingen, onder andere over de vier pedagogische
basisdoelen en interactievaardigheden, en om hulpmiddelen zoals presentaties, formats
en templates rond thema’s als veiligheid en gezondheid en pedagogisch beleid en praktijk.
Deze trainingen en tools zijn beschikbaar in drie talen (Nederlands, Engels en Papiaments).
Stimuleren verbeteren arbeidsvoorwaarden / sector
Een andere aanbeveling van de inspectie aan het Rijk is het stimuleren van een kinderopvangsector
die aantrekkelijk is om in te werken, bijvoorbeeld door ondersteuning te bieden in
het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden voor de kinderopvangsector en het komen tot
een CAO. Het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden en het opstellen van een CAO zijn
de verantwoordelijkheid van de werkgevers en werknemers. Ik vind het belangrijk dat
er goede afspraken zijn tussen werkgever en werknemer en dat de kinderopvang ook een
aantrekkelijke sector is om in te werken. Helaas is er nu veel uitstroom naar andere
domeinen, nadat nieuwe medewerkers hun opleiding hebben afgerond. Omdat een CAO tot
stand komt tussen de werkgever en werknemer vind ik het niet gepast hierin vanuit
het Rijk een eigenstandige rol in te pakken die afbreuk doet aan de verantwoordelijkheden
van werkgevers en werknemers. Wel moedig ik de verantwoordelijke partijen aan om hier
stappen in te zetten. Daarnaast worden binnen het programma BES(t) 4 kids op korte
termijn kennis en ervaringen uitgewisseld rondom het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden
op de eilanden.
Voldoende opleidingsaanbod
De inspectie beveelt aan om te zorgen voor voldoende passende en toegankelijke opleidingsmogelijkheden
voor de kinderopvangsector. In het verleden is gebleken dat door de schaalgrootte
van de eilanden de uitvoering van een eilandspecifiek aanbod complex en kostbaar is.
Het is voor de individuele BES-eilanden bijvoorbeeld niet mogelijk om jaarlijks voor
elk mbo/CVQ-niveau een cohort te laten starten aan de opleiding tot pedagogisch professional.
Daarom werkt OCW aan een duurzaam, eilandoverstijgend opleidingsconcept voor pedagogisch
professionals in de kinderopvang in Caribisch Nederland. Dit moet aansluiten op wetgeving,
arbeidsmarktbehoefte, uitvoerbaar zijn binnen de schaal van de eilanden, en voorzien
in structurele basisbekostiging. Hierbij staat continuïteit van het opleidingsaanbod,
ook bij weinig aanmeldingen, centraal. Uiteraard moet er tegelijkertijd rekening worden
gehouden met de specifieke context per eiland. Na de zomer start een externe projectleider
die zich hier gedurende anderhalf jaar op gaat richten.
Alertheid op signalen houders en gastouders
In de aanbevelingen roept de inspectie het Rijk op om alert te blijven op signalen
van houders en gastouders over de kwaliteit en financiën en bij te sturen waar nodig
en mogelijk is. Het wordt aanbevolen ook het toezicht hierin mee te nemen. Voor deze
aanbeveling kan ik aangeven dat er vanuit het Rijk wordt gewerkt aan de voorbereidingen
voor een invoeringstoets. Met deze toets worden de effecten van de nieuwe regelgeving
op de praktijk in kaart gebracht. Daarnaast wordt de voortgang ook de komende jaren
gemonitord vanuit het programma BES(t) 4 kids, dat nog doorloopt tot 2028. Door de
nauwe samenwerking tussen en met de Openbare Lichamen, de verschillende ministeries,
de inspectie, en de RCN Unit SZW kunnen signalen van houders en gastouders tijdig
opgemerkt worden en kan er indien nodig en mogelijk bijgestuurd worden.
Evaluatie implementatie Wko BES
De inspectie roept het Rijk op om de implementatie van de Wko BES te evalueren en
daar ook het toezicht in mee te nemen.
Hierop kan ik aangeven dat de Wko BES binnen vijf jaar na inwerkingtreding (in 2031)
geëvalueerd wordt. In deze evaluatie worden alle onderdelen van de wet en onderliggende
regelgeving meegenomen, waaronder ook het toezicht. Alle betrokken partijen worden
meegenomen in deze evaluatie. Waar nodig en mogelijk wordt bezien of aanpassing van
de Wko BES en/of onderliggende regelgeving nodig is.
5. Conclusie en vervolg
De inspectie constateert in haar rapport dat de kwaliteit en de veiligheid van de
kinderopvang in Caribisch Nederland sinds de start van het programma BES(t) 4 kids
verbeterd is. Er is echter nog steeds ruimte en noodzaak tot verdere verbetering,
waarbij de veiligheid van de kinderopvang voorop moet staan. Dit blijft een proces
waarin alle betrokkenen een rol vervullen. Met de inwerkingtreding van de Wko BES
komt deze ontwikkeling in een nieuwe fase. Samen met de kinderopvangorganisaties,
de bestuurscolleges van de openbare lichamen, en alle andere betrokken partners blijf
ik mij inzetten om deze verbeteringen door te zetten, zodat alle kinderen in Caribisch
Nederland gebruik kunnen maken van kwalitatief goede en veilige kinderopvang. En daarmee
uiteindelijk een beter perspectief op de toekomst hebben.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Indieners
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid