Brief regering : Ontwikkelingen in het gevangeniswezen
24 587 Justitiële Inrichtingen
Nr. 1136
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 juni 2026
Zoals ieder jaar wordt u voor de zomer geïnformeerd over de ontwikkelingen in het
gevangeniswezen. In deze brief ga ik in op verschillende onderwerpen, zoals de inzet
op re-integratie en de ontwikkelingen als het gaat om de positie van (jong)volwassen
vrouwen in detentie.
Uw Kamer wordt apart geïnformeerd over de aanpak van de capaciteitstekorten bij DJI,
daarom gaat deze brief hier niet nader op in. Dit geldt eveneens voor de aanpak van
voortgezet crimineel handelen in detentie.
In deze brief ga ik in op de volgende onderwerpen:
1. Re-integratie van (ex-)gedetineerden
1.1. Verbetering ketensamenwerking
1.2 Werklastmeting casemanagers
1.3 Pilot UWV en DJI herleving Wajong-uitkering
2. (Jong)volwassen vrouwen in detentie
3. Overige onderwerpen
3.1 Stemmen door justitiabelen
3.2 Evaluatie Orthodoxe Zendende Instantie (OZI)
3.3 Voorkeurspeiling geestelijke verzorging
3.4 Nationaal Preventie Mechanisme BES-eilanden
3.5 Motie respect voor gezag
3.6 Motie meer maatwerk voor bezoek van schoolgaande kinderen aan gedetineerde ouders
In de vorige brief is aangegeven dat de visie «Recht doen, kansen bieden» uit 2018
toe is aan een opvolger. De huidige situatie in het gevangeniswezen is een heel andere
dan acht jaar geleden. Er is sprake van capaciteitsdruk, een veranderde detentiepopulatie
met meer hoogrisicogedetineerden en een groeiende groep met een licht verstandelijke
beperking of psychische problematiek. Dit brengt andere uitdagingen met zich mee dan
voorheen. De huidige detentiepopulatie vraagt om een gedifferentieerde benadering
die tegelijkertijd moet passen binnen de krapte van personeel en plekken. Dit alles
vraagt om een herijking van de koers. Deze koers is al ingezet met het Actieplan «Ruimte
voor recht: meerjarig actieplan gevangeniswezen», dat op 26 juni jl. aan uw Kamer
is verzonden.
1. Re-integratie van (ex-)gedetineerden
Detentie moet naast vergelding ook perspectief bieden. De samenleving heeft baat bij
een goede terugkeer van ex-gedetineerden. Ik vind het dan ook belangrijk dat tijdens
detentie wordt gewerkt aan een veilige terugkeer en het helpen terugdringen van recidive,
door in te zetten op re-integratie-activiteiten. De inspanningen die hiervoor nodig
zijn, liggen bij verschillende partners en vragen om een gezamenlijke aanpak. Hieronder
wordt ingegaan op de inzet en de resultaten die bereikt zijn op het gebied van re-integratie.
Ook geef ik een stand van zaken op de werklastmeting casemanagers en kondig ik een
pilot aan van het UWV en DJI waarmee gewerkt wordt aan het verbeteren van de inkomenssituatie
van ex-gedetineerde Wajongers.
1.1 Verbetering ketensamenwerking
Op 1 juli 2019 hebben Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), JenV, Vereniging van Nederlandse
Gemeenten (VNG) en de reclassering het Bestuurlijk Akkoord «Kansen bieden voor re-integratie»
ondertekend. In dat akkoord is afgesproken intensiever samen te werken om een succesvolle
terugkeer van gedetineerden naar de samenleving en vermindering van recidive te bewerkstelligen.
Dit is terug te zien; het Bestuurlijk Akkoord heeft eraan bijgedragen dat er meer
urgentie is ontstaan om samen te werken.1 De verschillende initiatieven die zijn ontwikkeld om meer betrokkenheid van ketenorganisaties
te creëren in de opstartfase van het re-integratietraject, zoals de structurele aanwezigheid
van ketenorganisaties in de PI, hebben de samenwerking verbeterd. Daarbij blijkt uit
verschillende onderzoeken dat er ook kansen zijn voor verbetering.2 Daarom werk ik samen met DJI, de reclassering, de VNG, gemeenten, de Nederlandse
Vereniging van Zorg- en Veiligheidshuizen en het Platform Sociaal Domein aan de verdere
versterking van de samenwerking. Er wordt ingezet op het versterken van samenwerkingsverbanden,
een geactualiseerde (landelijke) werkwijze waarbij gegevensdeling en privacyaspecten
worden meegenomen, en een divers aantal praktische zaken zoals het beter beschikbaar
maken van contactgegevens van betrokken functionarissen en de verdere verbetering
van informatie-uitwisseling tussen de samenwerkende organisaties. Verder organiseert
mijn ministerie eind 2026 een landelijke bijeenkomst voor ketenpartners waarbij het
belang van een goede samenwerking tussen de betrokken organisaties centraal zal staan.
1.2 Werklastmeting casemanagers
In 2025–2026 heeft een kwalitatieve en kwantitatieve werklastmeting van de casemanager
plaatsgevonden door een onafhankelijk adviesbureau.3 De werklastmeting moet antwoord geven op de vraag in hoeverre de verhouding tussen
het aantal justitiabelen (dossiers) en het aantal fte casemanagers realistisch en
werkbaar is. Het definitieve rapport wordt dit najaar verwacht. Nadat deze is opgeleverd
zal DJI bezien hoe om te gaan met de uitkomsten en dit bezien in samenhang met de
maatregelen uit het actieplan «Ruimte voor recht: meerjarig actieplan gevangeniswezen».
1.3 Pilot UWV en DJI herleving Wajong-uitkering
Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en DJI starten deze zomer een
pilot van zes maanden om de Wajong-uitkering voor ex-gedetineerden sneller te laten
herleven. Deze pilot zal bij circa 5 inrichtingen plaatsvinden.
UWV signaleert dat Wajong-gerechtigden in de jaren 2014–2024 relatief vaak voorkomen
onder uitkeringen die zijn beëindigd wegens detentie: 51% betrof Wajong. Bij detentie
langer dan een maand wordt de Wajong-uitkering stopgezet. Na invrijheidsstelling kan
herleving op eigen initiatief worden aangevraagd. In de praktijk zit er vaak aanzienlijke
tijd tussen invrijheidsstelling en aanvraag. Dit inkomensgat vergroot het risico op
recidive. Schulden en een gebrek aan financiële stabiliteit zorgen immers voor een
toename van de kans dat ex-gedetineerden opnieuw de fout in gaan. In de pilot wordt
de herleving al tijdens detentie aangevraagd, waarbij UWV de opgegeven einddatum controleert
bij DJI om eventueel misbruik te voorkomen. Zo wordt de periode tussen invrijheidsstelling
en eerste betaling verkort, in de pilot wordt gestreefd naar een periode van 72 uur.
De Kamer wordt na afloop van de uitvoering van de pilot geïnformeerd over de resultaten
en eventuele verdere opvolging.
2. (Jong)volwassen vrouwen in detentie
Naar aanleiding van een toezegging gedaan door mijn voorganger tijdens het debat over
het Gevangeniswezen op 24 september 2025 en de aangenomen motie van 2 april jl. van
lid Abdi (PRO) informeer ik u hierbij over hoe de aanbevelingen inzake de sociale
veiligheid in vrouweninrichtingen worden uitgevoerd. Hiermee doe ik de toezegging
en motie af. Daarna ga ik in op de herbezinning op vrouwendetentie en medische zorg
in detentie.
Onderzoeken sociale veiligheid in vrouweninrichtingen afgelopen jaren
De afgelopen jaren zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd naar grensoverschrijdend gedrag
en sociale veiligheid binnen het gevangeniswezen. Specifiek gericht op de vrouweninrichting
deed de Inspectie Justitie en Veiligheid in 2023 onderzoek naar niet-integer gedrag,
waaronder seksueel grensoverschrijdend gedrag, in PI Nieuwersluis. Daarnaast hebben
de regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag (RCGOG), de Raad voor
de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) en de Universiteit Leiden onderzoek
verricht naar deze thema’s. In diverse Kamerbrieven is uw Kamer over deze onderzoeken
en de opvolging hiervan geïnformeerd. Hieronder ga ik in op een aantal openstaande
punten en/of vervolgacties.
Voortgang maatregelen
– Advies van de inspectie van JenV en RCGOG over het inrichten van een meldpunt waar
vrouwelijke gedetineerden een melding kunnen doen zonder medeweten van afdelingspersoneel:
in augustus 2025 is door DJI een audit uitgevoerd naar het aanstellen van een functionaris
– de portefeuillehouder sociale veiligheid- in de inrichtingen. Uit de audit bleek
dat deze rol in alle vrouweninrichtingen is ingevuld en dat de benaderbaarheid en
meldingsbereidheid als positief werden beoordeeld: justitiabelen gaven middels interviews
aan dat zij deze functionaris weten te vinden, dat deze zichtbaar en benaderbaar is
en dat zij zich veilig voelen om meldingen te doen. Eind 2026 volgt een vervolgaudit
die nader ingaat op de werking van de portefeuillehouder sociale veiligheid – ook
in relatie tot ingerichte alternatieven zoals een vertrouwenspersoon. De resultaten
van de vervolgaudit worden verwacht in de eerste helft van 2027. Uw Kamer wordt daar
over geïnformeerd.
– Aanbevelingen inzake Bureau Integriteit (BI) van DJI: er waren nog twee openstaande
punten naar aanleiding van het advies van de RCGOG. Dit betrof de aanbeveling om te
overwegen dat gedetineerden ook direct melding kunnen doen bij BI en om BI de bevoegdheid
te geven om zonder opdracht van een diensthoofd onderzoek te kunnen doen. Na een interne
verkenning heeft DJI besloten deze aanbevelingen niet over te nemen. Op dit moment
kunnen leidinggevenden en medewerkers melden bij BI. Naar aanleiding van het advies
van de RCGOG is het reeds aanvullend mogelijk gemaakt dat de Commissie van Toezicht
(CvT’s) kunnen melden bij BI. Gedetineerden en advocaten kunnen eventuele meldingen
bij de CvT doen. Daarmee staat er altijd een gepaste meldroute open. Indien BI een
melding onderzoek waardig vindt, maar het diensthoofd geen opdracht wil geven, dan
kan geëscaleerd worden naar de dienstleiding of de directeur-generaal DJI. Het zou
daarom beperkte toegevoegde waarde hebben om te regelen dat BI onderzoek kan doen
zonder een opdracht. Bovendien zou dat grote gevolgen hebben voor de inrichting van
het BI.
Herbezinning vrouwendetentie
Mede naar aanleiding van hierboven genoemde onderzoeken is eerder aan uw Kamer gemeld
dat er een fundamentele herbezinning nodig is op vrouwendetentie omdat detentie voor
vrouwen te zeer een afgeleide is van detentie voor mannen en daarmee onvoldoende recht
doet aan de specifieke kenmerken en behoeften van vrouwelijke gedetineerden4.
DJI heeft in het afgelopen jaar twee symposia georganiseerd met een grote groep interne
en externe deskundigen, ketenpartners en ervaringsdeskundige vrouwen. De opbrengst
hiervan wordt meegenomen in de ontwikkeling van een handreiking voor vrouwen in detentie.
De handreiking biedt handvatten, tools en aanbevelingen aan medewerkers en inrichtingen
om gendersensitief te werken. Met de handreiking wordt ook invulling gegeven aan de
aanbevelingen van de RCGOG die zien op de omgangscultuur en de balans tussen professionele
afstand en nabijheid binnen de vrouwendetentie. Het streven is om de handreiking in
de tweede helft van 2026 gereed te hebben. Op de lange termijn kan de herbezinning
leiden tot een wijziging van het detentieconcept voor gedetineerde vrouwen.
Het onderzoek van Universiteit Leiden heeft aangetoond dat in een gesloten gesprekscultuur
ook (seksueel) grensoverschrijdend gedrag niet goed herkend wordt of bespreekbaar
is. Deze bevinding werd ook herkend door behandelaren in de Penitentiair Psychiatrische
Centra (PPC). Naar aanleiding van de aanbeveling van Universiteit Leiden om (praten
over) seksualiteit in detentie te normaliseren, voert DJI op een aantal vrouwen- en
PPC-afdelingen een pilot uit in het kader van seksuele gezondheid. De pilot is bedoeld
om seksuele gezondheid en een open gesprekscultuur te bevorderen. Onderdeel van de
pilot is het toestaan van een beperkte selectie aan hulpmiddelen binnen de veiligheids-
en hygiënekaders.
Medische zorg
In de vorige voortgangsbrief is uitgebreid ingegaan op het misstandenboek van Bureau
Clara Wichmann5. In navolging daarvan is inmiddels het Vademecum6 aangepast op twee punten: 1) kosten van onderzoek en vervoer voor een second opinion
kunnen voor rekening van DJI komen en 2) de kosten- en doelmatigheidsaspecten van
zorg zijn verduidelijkt. Daarmee zijn twee belangrijke verbeteringen door DJI doorgevoerd
er staan geen toegezegde actiepunten meer open.
3. Overige onderwerpen
3.1 Stemmen door justitiabelen
Naar aanleiding van het RSJ-advies «Uitvoerbaar en effectief stemrecht voor ingesloten
justitiabelen» van 19 september 2025 heeft DJI, in samenspraak met het Ministerie
van Binnenlandse Zaken, enkele verbeteringen aangekondigd.7 Sindsdien is het voorlichtingsmateriaal voor gedetineerden over de volmacht procedure
in eenvoudiger, toegankelijker taal geschreven en is ervoor gezorgd dat het materiaal
in het Nederlands, Engels en Papiaments beschikbaar is. Tevens is ervoor gezorgd dat
de landelijke online stemwijzers beschikbaar zijn voor justitiabelen die toegang hebben
tot het internet en heeft het personeel een actievere rol gekregen bij het informeren
van justitiabelen over het stemproces en de volmacht procedure.
Zoals aangegeven in de beleidsreactie zou DJI in één PI bezien of tijdens de Tweede
Kamerverkiezing van oktober 2025, op een voldoende veilige manier een stembureau ingericht
kon worden dat voldeed aan de vereisten van de Kieswet. In samenspraak met de betreffende
gemeente is een stembureau ingericht op een openbaar toegankelijke locatie op het
terrein van PI Ter Peel, in het Bajescafé. De opkomst bestond uit 24 gedetineerden.
Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 is wederom bij PI Ter Peel en
ook in het vergadercentrum bij de PI Nieuwersluis een openbaar toegankelijk stembureau
ingericht. De verkiezingen zijn zonder incidenten verlopen. In Ter Peel hebben 10
gedetineerden een stem uitgebracht, in Nieuwersluis heeft geen enkele gedetineerde
ter plaatse gestemd. In PI Ter Peel en Nieuwersluis leent de gebouwelijke situatie
en de aard van de doelgroep (relatief licht beveiligd) zich, nu en in de toekomst,
voor het op een veilige manier inrichten van een openbaar toegankelijk stemlokaal.
De kans dat ook andere locaties geschikt zijn voor een openbaar toegankelijk stembureau
is niet groot. Om die reden, en met het oog op het geringe aantal justitiabelen dat
een stem heeft uitgebracht in het stemlokaal in verhouding tot de door DJI te verrichten
inspanningen, is het verder onderzoeken van een uitbreiding van het aantal DJI-locaties
waar gestemd kan worden niet opportuun.
Voor de justitiabelen blijft de volmacht procedure dan ook de geijkte route om te
kunnen stemmen. DJI heeft een aantal maatregelen getroffen om dit beter te faciliteren.
Het personeel is door middel van het beschikbare voorlichtingsmateriaal goed geïnformeerd
en toegerust om eventuele vragen van gedetineerden over het stemproces en de volmacht
procedure te beantwoorden. Hier is evenwel weinig gebruik van gemaakt tijdens de laatste
twee verkiezingen. Uit een uitvraag bij een aantal Penitentiaire Inrichtingen en Forensisch
Psychiatrische Centra is gebleken dat de verkiezingen niet erg leefden bij justitiabelen.
De Re-integratiecentra (RIC’s), waar de landelijke stemwijzers konden worden geraadpleegd,
zijn niet of nauwelijks met dit doel bezocht. Exacte cijfers zijn niet beschikbaar,
maar op basis van ervaringen vanuit de inrichtingen bestaat de indruk dat slechts
weinigen via volmacht hun stem hebben uitgebracht. De eerdergenoemde verbeteringen
ten aanzien van informatie over het stemproces en de volmacht procedure, waaronder
de mogelijkheid tot het gebruik van online stemwijzers, blijven uiteraard wel gehandhaafd
voor volgende verkiezingen.
3.2 Evaluatie Orthodoxe Zendende Instantie (OZI)
De Orthodox Zendende Instantie (OZI) heeft in 2019 het verzoek gedaan om erkend te
worden als Zendende Instantie (ZI) bij DJI. Naar aanleiding van een eerder onderzoek
van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) is in 2023 eerst een voorlopige erkenningsovereenkomst
overeengekomen voor een periode van drie jaar8. Onderdeel van deze overeenkomst was dat na deze periode zou worden getoetst of de
OZI aan alle criteria van een zendende instantie voldoet en of er kon worden overgegaan
tot een definitieve erkenning. Deze toetsing is uitgevoerd door de Universiteit voor
Humanistiek (UvH), die de evaluatie in mei dit jaar heeft afgerond. Voor de beoordeling
van de OZI als ZI heeft de UvH vier criteria gehanteerd, die ook zijn gebruikt bij
eerdere aanvragen van een ZI9:
1. Representativiteit van de OZI;
2. Kwantiteit en kwaliteit van het aanbod geestelijke verzorging;
3. Functioneren van de OZI als zendende instantie binnen DGV;
4. Beschikbaarheid en inbedding van een universitaire opleiding.
De UvH concludeert dat de OZI op alle vier de beoordelingscriteria in voldoende mate
voldoet aan de gestelde criteria. De aandachtspunten die in het rapport uit 2021 werden
benoemd, met name rond het opleidingsniveau van geestelijk verzorgers en de prille
bestuurlijke samenwerking, zijn volgens de onderzoekers in de tussenliggende periode
«in overwegende mate geadresseerd»10. De UvH adviseert om de voorlopige erkenning van de OZI als zendende instantie bij
DJI om te zetten in een erkenning voor onbepaalde tijd. Op basis van het onderzoek
van de UvH heb ik besloten om de OZI definitief te erkennen als zendende instantie.
In bijlage 1 is het volledige rapport te vinden.
3.3. Voorkeurspeiling geestelijke verzorging
De Voorkeurspeiling is een peiling onder gedetineerden waarbij gevraagd wordt welke
vorm van geestelijke verzorging hun voorkeur heeft. De uitslag wordt gebruikt om de
voorkeur voor geestelijke verzorging in beeld te brengen en betreft geen categorisering
tot welke religie of levensbeschouwing men zich rekent.
De peiling is uitgevoerd door Ipsos I&O. De onderzoekers hebben 80% van alle ingeslotenen
kunnen benaderen en 95% hiervan heeft deelgenomen aan de voorkeurspeiling. Hieronder
volgen de resultaten:
Resultaten 2026 ten opzichte van de voorkeurspeiling 2017
Voorkeur denominatie
Voorkeurspeiling 2017
Voorkeurspeiling 2026
Pastor (rooms-katholiek)
20,77%
15,87%
Dominee of pastor (protestants-christelijk)
12,21%
13,76%
Rabbijn (joods)
1,86%
0,98%
Humanist (humanistisch)
10,04%
6,98%
Imam (islamitisch)
29,00%
31,87%
Pandit (hindoe)
1,50%
1,86%
Boeddhist (boeddhistisch)
1,81%
2,33%
Priester (orthodox christen)
2,79%
3,17%
Anders
2,34%
1,52%
Ik wil geen geestelijke verzorging
17,68%
21,67%
De voorkeurspeiling is richtinggevend bij het verdelen van de totale formatie van
geestelijk verzorgers. Op die manier wordt het recht van gedetineerden op de geestelijke
verzorging die hun voorkeur geniet, geborgd. DJI zal de komende maanden de nieuwe
verdeling effectueren.
3.4 Nationaal Preventie Mechanisme BES-eilanden
Op 27 september 2023 heeft de toenmalige Minister voor Rechtsbescherming uw Kamer
geïnformeerd over het besluit om het Nationaal Preventie Mechanisme (hierna NPM) opnieuw
in te richten.11 De taak van een NPM is het bezoeken van plaatsen van vrijheidsbeneming12 om foltering en mensonwaardige behandeling te voorkomen, door onder meer monitoring,
het doen van aanbevelingen aan autoriteiten en het adviseren over wet- en beleidsvoorstellen.
De NPM-taak wordt sinds april 2024 uitgevoerd door het College voor de Rechten van
de Mens (hierna CRM). Bij het besluit tot de herinrichting van het NPM is besloten
te wachten met de uitrol van het NPM naar Caribisch Nederland tot de herinrichting
afgerond was. De herinrichting is afgerond en het CRM voert de NPM-taak nu ruim twee
jaar uit. Er is daarom een impactanalyse uitgevoerd hoe het NPM uitgebreid kan worden
naar Caribisch Nederland. Bij de analyse is gekeken naar de uitvoeringsimpact voor
het CRM en de ontvangende partijen in Caribisch Nederland. Op basis van de impactanalyse
zijn gesprekken gevoerd met de belangrijkste stakeholders in Caribisch Nederland,
waaronder de Dienst Justitiële Inrichtingen, de Rijksdienst en de Raad voor de Rechtshandhaving.
Ik heb naar aanleiding hiervan besloten het CRM te verzoeken de NPM-taak uit te bereiden
naar Caribisch Nederland. Het streven is dat het CRM in de loop van 2027 start met
de uitvoering van de NPM-taak op de BES. Ik bereid samen met de Minister van BZK een
wetsvoorstel voor om de NPM-taak te verankeren in de Wet College voor de Rechten van
de Mens. Dit besluit zal in het wetsvoorstel worden meegenomen.
3.5 Motie respect voor gezag
De motie van het lid Van Hijum c.s. verzoekt de regering ervoor te zorgen dat bij
relschoppers die zich tegen hulpverleners, journalisten en andere gezag dragende personen
of organisaties keren tijdens hun detentie wordt gewerkt aan het bijbrengen van respect
voor gezag13. Naar aanleiding van deze motie is onderzocht of en welke (gedragsprogramma)»s er
al zijn. Hieruit is gebleken dat er al verschillende (gedrags)programma’s zijn.
In algemene zin kunnen tijdens detentie door DJI verschillende trainingen aangeboden
worden die zich richten op het gedrag van gedetineerden en normen, waarden en respect
voor anderen. Welke interventies nodig zijn en tijdens detentie worden ingezet, is
onderdeel van een op maat toegesneden persoonsgerichte aanpak. Voorbeelden van trainingen
die in detentie worden gegeven zijn: de agressieregulatie-training waarbij het gedrag
van gedetineerden centraal staat en de landelijke re-integratie training «Aan de bak»
met daarin aandacht voor de keuzes die iemand heeft gemaakt. Ook kan het respect voor
gezag terugkomen in (individuele) gesprekken met bijvoorbeeld de trainer of de geestelijk
verzorger.
Als er wordt gekeken naar de mogelijkheden van (gedrags)programma’s buiten detentie,
biedt de huidige wetgeving verschillende mogelijkheden voor het opleggen van educatieve
maatregelen en gedragsinterventies. In het kader van een voorwaardelijk strafdeel
kan de rechter bij oplegging van bijzondere voorwaarden de individuele persoonlijke
omstandigheden van de verdachte meenemen en in dat kader een gedragsinterventie opleggen.
De officier van justitie kan dit doen als gedragsaanwijzing binnen een OM-strafbeschikking.
De reclassering kan de rechter of de officier van justitie adviseren over wat nodig
en mogelijk is. Een gedragsinterventie is een cursus of training gericht op het verbeteren
van bijvoorbeeld sociale en cognitieve vaardigheden, agressieregulatie, alcohol- en
drugsgebruik of arbeidsvaardigheden van de veroordeelde. Voorbeelden hiervan die worden
gegeven door de reclassering zijn de CoVa(-Plus); een sociale probleemoplossingstraining
met aandacht voor zelfbeheersing, geïntegreerd met een oplossingsgerichte aanpak.
De training Alcohol en Geweld, met als belangrijkste doel om herhaling te voorkomen
van strafbare feiten met geweld waarbij alcohol een rol speelde. En de i-Respect(-Plus),
waarbij wordt geleerd om woede en agressie te beheersen. Deze cursussen vinden zowel
tijdens als buiten detentie plaats.
Er zijn dus verschillende bestaande mogelijkheden om te werken aan het bijbrengen
van gezag. Ik doe de motie hiermee gestand.
3.6 Motie meer maatwerk voor bezoek van schoolgaande kinderen aan gedetineerde ouders
De motie van het lid Dobbe (SP) verzoekt de regering om te zorgen voor meer maatwerk
in bezoekuren voor bezoek van schoolgaande kinderen aan gedetineerde ouders14, zodat schoolgaande kinderen hun ouders kunnen bezoeken. Hierover ben ik in gesprek
gegaan met DJI.
Kinderen kunnen tijdens reguliere bezoekuren bij hun ouder op bezoek komen. Incidenteel
kan dit plaatsvinden in de familiekamer. Voor schoolgaande kinderen kan het echter
een uitdaging zijn om tijdens de ingeroosterde bezoekuren op bezoek te komen, omdat
de bezoekuren op vaste momenten doordeweeks en overdag plaatsvinden. Het is echter
niet mogelijk om voor elke situatie een apart bezoekmoment te faciliteren. DJI heeft
verkend of andere bezoekmomenten, zoals in de avond of het weekend, mogelijk zijn.
Vanwege diverse factoren, waaronder personele capaciteit en de samenstelling van het
dagprogramma, is dit niet uitvoerbaar. Daarbij geldt dat als het kinderen niet lukt
om fysiek op bezoek te komen, beeldbellen soms een goed alternatief is. Alhoewel dit
ook tijdens de reguliere bezoekuren plaatsvindt, scheelt dit reistijd.
Om invulling te geven aan de motie gaat DJI zich er voor inzetten om samen met gedetineerden
naar andere werkbare oplossingen te zoeken. Zo kan worden bekeken of het mogelijk
is dat de gedetineerde intern wordt overgeplaatst naar een afdeling met een meer passende
bezoektijd of dat kan worden aangeschoven bij het bezoekmoment van een andere afdeling,
waar het bezoekmoment geschikter is voor het betreffende kind. Dit betreft maatwerk
en door capacitaire (on)mogelijkheden kan niet in iedere inrichting op elk moment
van de standaardbezoektijden worden afgeweken.
Naast de bezoekuren zijn er ook andere mogelijkheden voor contact tussen ouder en
kind, zoals de zogeheten Herfst- en/of Lentekampen die in samenwerking met stichting
Exodus worden georganiseerd. Tijdens deze dagen kunnen ouders en kinderen tijd met
elkaar doorbrengen en activiteiten ondernemen. Ook organiseren inrichtingen meerdere
keren per jaar een ouder-kind dag.
Conform de motie van uw Kamer blijf ik mij samen met DJI inzetten voor de belangen
van (schoolgaande) kinderen en het contact met een gedetineerde ouder en voor maatwerk
waar dit mogelijk is. Ik beschouw de motie hiermee als afgedaan.
4. Tot slot
Ik vind het goed om te zien dat er het afgelopen jaar op deze thema’s stappen zijn
gezet. En ik blijf mij hier, naast alle inspanningen voor het Actieplan «Ruimte voor
recht: meerjarig actieplan gevangeniswezen», ook de komende periode met volle kracht
op inzetten.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
K.T. van Bruggen
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid