Brief regering : Reactie op verzoek commissie over landelijke versnippering rondom gehandicaptenparkeerkaart en mobiliteitsregels
24 170 Gehandicaptenbeleid
31 305
Mobiliteitsbeleid
Nr. 408
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 juni 2026
Uw Kamer heeft mij verzocht een reactie te geven op een binnengekomen brief over landelijke
versnippering rondom de gehandicaptenparkeerkaart en mobiliteitsregels (Z07466). Via
deze brief doe ik uw Kamer mijn reactie toekomen. Allereerst ga ik in op de kaders
van het huidig beleid. Daarna ga ik in op de verhouding tussen het huidig beleid en
het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap. Vervolgens licht ik
toe welke ontwikkelingen er zijn.
Beleidsvrijheid van gemeenten
Voor veel van de onderwerpen uit de brief zijn gemeenten verantwoordelijk. Bijvoorbeeld
als het gaat om voorwaarden waarop toegang tot parkeerplekken mogelijk is, de vaststelling
van milieuzones, zero-emissiezones en autoluwe zones, het plaatsen van verkeersborden
en het verlenen van ontheffingen of vrijstellingen. Deze beleidsvrijheid is ook vastgelegd
in wet- en regelgeving. Dit biedt gemeenten de mogelijkheid om beleid op te stellen
dat past bij de lokale situatie.
Ook voor de gehandicaptenparkeerkaart geldt dat de uitgifte o.a. is belegd bij gemeenten.
Daarvoor gelden enerzijds landelijke kaders waar gemeenten zich toe te verhouden hebben.1 Zo stelt de Regeling gehandicaptenparkeerkaart dat een geneeskundige keuring moet
plaatsvinden. Anderzijds is er sprake van beleidsvrijheid. Deze beleidsvrijheid leidt
tot verschillen tussen gemeenten, zoals blijkt uit een recente verkenning die ik op
17 juni jl. aan uw Kamer heb aangeboden.2 In deze verkenning zijn «illustratieve voorbeelden» bij 8 gemeenten uitgewerkt. De
gehandicaptenkaart is één van deze voorbeelden, waarvoor o.a. de verschillen in kosten
en beleid rondom de gehandicaptenparkeerkaart zijn onderzocht.
Ik kan mij voorstellen dat de verschillen voor een houder van een gehandicaptenparkeerkaart
als lastig wordt ervaren. Daarom zet de VNG stappen in de communicatie richting leden
door in de communicatie richting hen op te roepen om na te gaan of de informatie over
de gehandicaptenparkeerkaart goed vindbaar is. En door het delen van goede voorbeelden
krijgen de leden een beeld bij de mogelijkheden die er zijn om de beleidsverschillen
te verkleinen. Ook hebben de meeste gemeenten een speciale website over parkeer- en
toegangsvoorwaarden en specifiek over parkeren voor gehandicapten.
Naar aanleiding van de verkenning «Verschillen tussen gemeenten in beleid t.a.v. mensen
met een beperking – een verkenning» heb ik in mijn beleidsreactie u toegezegd de uitkomsten
van het onderzoek te agenderen in een bestuurlijk overleg met de VNG.3
Verhouding tot het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap
In de brief wordt gesteld dat het huidig beleid rondom de gehandicaptenparkeerkaart
in strijd is met het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap. Artikel
20 van het verdrag verplicht staten ertoe doeltreffende maatregelen te nemen om de
persoonlijke mobiliteit van mensen met een handicap te bevorderen op de wijze en het
tijdstip van hun keuze en tegen een betaalbare prijs. Tegelijkertijd hebben gemeenten
volgens de Gemeentewet beleidsvrijheid. Het voeren van gemeentelijke beleidsvrijheid
op dit terrein is niet verboden, tenzij mensen met een beperking onnodig zwaar wordt
belast of er geen duidelijke rechtvaardiging van dit beleid is. Hoewel gemeenten andere
regels hanteren, beperkt dit niet de mobiliteit van gebruikers van een gehandicaptenparkeerkaart.
Ontwikkelingen en andere oplossingen
De belangrijkste ontwikkeling om het voor houders met een gehandicaptenparkeerkaart
makkelijker te maken, is het Parkerenplussysteem. Dit systeem is door een aantal gemeenten
ontwikkeld, via het samenwerkingsverband SHPV (Stichting Huis Parkeren en Verblijven).
Met het Parkerenplussysteem kan een houder van een gehandicaptenparkeerkaart na één
aanmelding terecht in het betaald parkeren gebied van alle aangesloten gemeenten.
Hoewel de gemeenten aanvullende lokale voorwaarden kunnen hanteren, is een onderdeel
van Parkerenplus een website en een app met informatie per gemeenten over de parkeervoorwaarden.
Daarnaast is er een centrale telefonische hulplijn, die 24 uur per dag bereikbaar
is. Ook wil ik benadrukken dat de meeste gemeenten naast Parkerenplus nog conventionele
gehandicaptenparkeerplaatsen in stand houden, waar zonder gebruik van een app kan
worden geparkeerd als de kaart op het dashboard wordt gelegd. Dit ter vergroting van
de toegankelijkheid, voor degenen die bijvoorbeeld minder digitaal vaardig zijn.
Parkerenplus is in ongeveer dertig gemeenten ingevoerd. Gemeenten zijn op de hoogte
van het bestaan van ParkerenPlus, en het is een lokale afweging om hierbij aan te
sluiten.
De brievenschrijver heeft daarnaast aangegeven dat er versnipperd beleid is rondom
milieuzones en zero-emissiezones. De Rijksoverheid heeft een website opgesteld waar
informatie kan worden gevonden over alle milieuzones in Nederland: www.milieuzones.nl. Via het intoetsen van een kenteken kan snel worden nagegaan welke belemmeringen
voor een specifiek voertuig gelden. Er bestaat ook een soortgelijke website voor zero-emissiezones
www.opwegnaarzes.nl. Hoewel zero-emissiezones alleen gelden voor bestelauto’s en vrachtauto’s, is er
bij de ontwikkeling ervan uitgebreid aandacht besteed aan bestel- of vrachtauto’s
die zijn aangepast voor een beperking. Deze kunnen via de website van de RDW een ontheffing
aanvragen, die geldt in alle gemeenten met een zero-emissiezone.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Indieners
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport