Brief regering : Kabinetsreactie op de initiatiefnota van het lid Kisteman over naar de beste overheid van Europa: een overheid die weer doet wat nodig is (Kamerstuk 36870)
36 870 Initiatiefnota van het lid Kisteman over naar de beste overheid van Europa: een overheid die weer doet wat nodig is
Nr. 4
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 juni 2026
Op 18 december jl. publiceerde het Lid Silvio Erkens (VVD) een initiatiefnota waarin
de richting wordt geschetst om te komen tot de beste overheid van Europa.1 Op 21 april jl. heeft het lid Kisteman (VVD) aangegeven de verdediging over te nemen.2 Middels deze brief reageert het kabinet op de initiatiefnota.
Initiatiefnota: Naar de beste overheid van Europa
Allereerst bedanken we de indiener en de mensen die betrokken waren bij de totstandkoming.
Uw initiatiefnota schetst een kritisch, maar herkenbaar en gelaagd beeld van het functioneren
van de overheid. U legt de patronen bloot die tot dusverre hebben belemmerd om te
verbeteren en concludeert dat de overheid in de afgelopen jaren weliswaar groter is
geworden, maar niet significant beter functioneert op haar kerntaken. Onder meer een
toenemende complexiteit en verlies aan wendbaarheid hebben gezorgd dat het vertrouwen
in overheidsinstanties in de samenleving is afgenomen.
U stelt dat als deze tendens zich doorzet de uitvoeringskracht verder afneemt, terwijl
de maatschappelijke kosten verder toenemen. Daarom is het cruciaal te werken aan een
modernisering van het overheidsapparaat zodat het sterker, sneller en beter gaat functioneren.
U benadrukt tenslotte dat het belangrijk is dat overheidsorganisaties sturen vanuit
publieke waarden, meer als één overheid optreden, en zich richten op burgers en ondernemers.
U roept, kortom, de regering op te werken aan een overheid die doet wat nodig is,
keuzes maakt en levert en zo uitgroeit tot de beste overheid van Europa.
Kabinetsambitie: Een slanke en slagvaardige overheid
In lijn met uw nota onderschrijft het kabinet het belang om te komen tot een slanke
en slagvaardige overheid en heeft het tot één van haar prioriteiten benoemt. Met alle
betrokken organisaties bouwt het kabinet de komende periode verder aan een overheid
die eenvoudig en betrouwbaar is, die eerlijk is over wat kan en verantwoordelijkheid
neemt voor haar handelen. Zo herstellen we vertrouwen door te laten zien: de overheid
kan wél leveren.
We kiezen voor een actiegerichte aanpak met zichtbaar resultaat. Hierbij realiseren
we ons dat de opgave complex is. Wat ons belemmert als overheid is immers niet het
gevolg van één besluit, maar het gevolg van keuzes over een langere periode en is
vooral merkbaar over organisatiegrenzen heen. Het kabinet zet daarom onverminderd
voort op samenwerking. Zowel binnen het kabinet en de Rijksoverheid, als met medeoverheden,
publieke dienstverleners, maatschappelijke organisaties en wetenschap. En bovenal
met burgers en bedrijven. Een slagvaardige overheid is immers geworteld in de samenleving
en staat dichtbij mensen.
Hierbij realiseren we dat niet alles tegelijk kan. We kiezen daarom voor de activiteiten
die het meest impact hebben, sluiten aan en versterken de fundamenten die al liggen
én maken gebruik van zoveel mogelijk (leer)ervaringen van anderen in soortgelijke
ambities. Zo laten internationale vergelijkingen zien dat hoog presterende overheden
zich niet uitsluitend onderscheiden door efficiëntie of digitalisering, maar vooral
door institutioneel vertrouwen, uitvoeringskracht, professioneel ambtelijk vakmanschap
en een consistente focus op dienstverlening vanuit het perspectief van burgers en
ondernemers.
En hoewel Nederland het in vergelijking tot omliggende landen over het algemeen goed
doet zijn er ook zaken waar de Rijksoverheid nog grote stappen op te zetten heeft.
Denk aan het beter verbinden van beleid en uitvoering, de vaardigheid om opgavegericht
te werken en dienstverlening als één overheid aan te bieden. Ook gaan bepaalde landen
verder in het scheppen van randvoorwaarden om burgers centraal te stellen, onder meer
kijkend naar gegevensuitwisseling. Naast de in de nota genoemde voorbeelden uit Singapore,
Estland en Scandinavië halen we onder meer inspiratie uit stappen die Nieuw-Zeeland,
België, Frankrijk en Portugal op deelgebieden hebben gezet.3 Hierbij maken we de vertaling naar de Nederlandse bestuurlijke context en nemen dit
mee in onze beleidsvorming.
Uw voorstellen
De voorstellen die u in uw initiatiefnota doet worden meegenomen in de totstandkoming
van de Actieagenda Slagvaardige Overheid. Hierover informeer ik uw in een aparte brief
aan uw Kamer. Daarnaast heeft een deel van de voorstellen inmiddels een plek gekregen
in lopend beleid. Onderstaand neem ik u op hoofdlijnen mee wat al in gang is gezet.
Ik structureer hierbij op de door u genoemde vijf verbeterdoelen: (1) uitvoerbaar
beleid, (2) een professionele overheid, (3) meer ruimte voor vakmanschap, (4) vermindering
van bureaucratie en (5) een modern digitaal fundament.
1. Beleid dat werkt: Verbeter de verbinding tussen beleid, uitvoering en techniek.
Het is cruciaal dat beleid uitvoerbaar is, regels aansluiten op de praktijk en doenvermogen
centraal staat. Er lopen diverse initiatieven die hieraan werken. Zo is Werk aan Uitvoering
uitgegroeid tot een brede beweging van beleidsmakers, publieke dienstverleners, toezichthouders,
medeoverheden en politici. Gezamenlijk werken zij aan betere dienstverlening voor
burgers, ondernemers en professionals in de uitvoering. Onlangs heb ik u middels een
voortgangsrapportage geïnformeerd over de resultaten die al geboekt zijn.4
Ook zijn er diverse initiatieven gestart om regels eenvoudiger en uitvoerbaarder te
maken én de parlementaire en administratieve behandeling versneld en voorspelbaar
te laten plaatsvinden. Zo wordt op dit moment de eerste versie van de periodieke Vereenvoudigingswet
voorbereid. Binnenkort ontvangt uw Kamer een brief over dit instrument, de opzet en
het tijdspad.
Het zomaar schrappen van wetten en regels leidt echter niet automatisch tot minder
bureaucratie en meer impact. Om de maatschappelijke waarde van beleid van de rijksoverheid
verder te vergroten, werkt het kabinet aan het versterken van de beleidskwaliteit.
Dit vraagt onder meer het verbeteren van de toepassing van instrumenten zoals het
Beleidskompas, artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet en evaluatie-instrumenten. Naast
gebruiksvriendelijkheid wordt gekeken naar aspecten als ondersteuning door expertiseteams,
inrichting van werkprocessen en sturing door leidinggevenden. Dat gebeurt samen met
de portefeuillehouders beleidskwaliteit in de bestuursraad van elk departement.
Het is belangrijk om bij het maken van beleid de doelgroep vanaf het begin goed te
betrekken en de opgave centraal te stellen, om vervolgens de beleidsopties uit te
kunnen werken. Door het op te lossen probleem meer centraal te stellen, krijgen beleidsambtenaren
meer inhoudelijke ruimte om tot afgewogen adviezen voor hun bewindspersonen te komen.
Dit vergt tijd, maar komt het beoogde doel om maatschappelijke problemen effectief
op te lossen ten goede.5
Een belangrijk uitgangspunt bij beleidsontwikkeling is dat uitvoeringsorganisaties
zo vroeg mogelijk worden betrokken. De instrumenten voor een uitvoeringstoets zijn
inmiddels beschikbaar en worden getest in een pilot met uitvoeringsorganisaties en
departementen. De resultaten worden in het vierde kwartaal van 2026 verwacht. Omdat
de huidige uitvoeringstoets al aandacht heeft voor digitale uitvoerbaarheid, gegevensuitwisseling
en de gevolgen voor ICT-systemen ziet het kabinet geen meerwaarde in een afzonderlijke
uitvoerbaarheidstoets voor digitalisering.
Het samenspel tussen kabinet, politiek en ambtenarij is een essentiële factor in het
versterken van beleidskwaliteit en het verbinden van beleid en uitvoering.
Vanuit de controlerende functie van uw Kamer heeft u een belangrijke rol bij de totstandkoming
van besluiten die uitvoerbaar, uitlegbaar en houdbaar zijn. Ook amendementen kunnen
een grote impact hebben op de uitvoerbaarheid van wetgeving. Daarom wordt gewerkt
aan een uitvoeringsscan waarmee de uitvoering de gevolgen van een amendement vroegtijdig
in beeld brengt en de politiek beter in staat stelt om een geïnformeerde afweging
te maken. Naar verwachting wordt deze pilot in het vierde kwartaal van 2026 gestart.
Goede wetgeving vraagt in alle fasen aandacht voor maatschappelijk effect, juridische
kwaliteit, uitvoerbaarheid en begrijpelijkheid. In de komende tijd blijft het kabinet
inzetten om de verbinding te versterken. Onder meer via de Dag van de Publieke Dienstverlening,
het jaarlijkse evenement dat beleidsmakers, publieke dienstverleners en politici samenbrengt
om knelpunten op te lossen en de dienstverlening voor burgers en bedrijven te verbeteren.
Wie beleid maakt, moet de uitvoering kennen. Hier hebben we direct bij de start van
een loopbaan aandacht voor. Trainees binnen het Rijkstraineeprogramma doen gedurende
twee jaar ervaring op in verschillende onderdelen van de overheid. Zij vervullen minimaal
drie werkplekken, verspreid over verschillende domeinen (zoals beleid, uitvoering,
toezicht of bedrijfsvoering) en bij minimaal twee ministeries of overheidslagen. Daarnaast
vervult iedere trainee minimaal één functie waarin wordt gewerkt aan een maatschappelijke
opgave, gericht op het realiseren van concrete veranderingen of verbeteringen in de
praktijk.
2. Zet in op een krachtige overheid vol expertise
De overheid heeft vakmensen nodig en sterk en deskundig leiderschap. Kennis van de
uitvoering is daarbij van grote waarde. Daarom wordt bij de werving en selectie van
topambtenaren expliciet gekeken naar de kennis en ervaring met uitvoeringspraktijk
die relevant zijn voor de functie. De werving en selectie is gericht op het behalen
van de (maatschappelijke) opgaven. Die opgave staat vervolgens centraal in de werk-
en resultaatafspraken die de topambtenaar met de leidinggevende maakt en waaraan hij/zij
zich committeert. Daarnaast vindt net als bij alle ambtenaren jaarlijks een personeelsschouw
plaats, waarbij ontwikkeling en inzetbaarheid centraal staan. Ten slotte wordt bezien
op welke wijze meer inzicht kan worden verkregen in de kwaliteit en de performance
van het leiderschap waarop effectief kan worden geïntervenieerd.
Hierbij vindt het kabinet kennis en kennisbehoud bij topambtenaren relevant in verband
met het realiseren van de opgave. Het uitgangspunt is daarom voor ABD functies dat
elke topambtenaar deze tenminste vier jaar, maar bij voorkeur langer, vervult. Bij
functies in de topmanagementgroep geldt een standaardbenoemingstermijn van zeven jaar
met mogelijke verlenging van twee jaar. Naast positief stimulerende maatregelen verkent
het kabinet momenteel de mogelijke aanpassingen van de benoemingstermijnen, al dan
niet binnen een domein. Daarbij wordt opgemerkt dat er ruimte moet blijven voor een
frisse blik en nieuw talent, ook van buiten de rijksoverheid. Het gaat om de balans
tussen mobiliteit enerzijds en continuïteit voor de organisatie anderzijds.
Naast specifieke aandacht voor topambtelijk leiderschap wordt gezorgd dat de professionaliteit
van álle ambtenaren wordt versterkt. Tot het benodigde ambtelijk vakmanschap behoort
versterking op vakinhoudelijke kennis, maar ook het kunnen samenwerken aan grote maatschappelijke
opgaven, rechtstatelijk besef, een stevig moreel kompas, reflectief vermogen en digitaal
vakmanschap.
Om die reden versterkt het kabinet de rijksbrede opleidings- en ontwikkelprogramma’s
en maakt deze minder vrijblijvend. Naast basisopleidingen digitaal vakmanschap worden
er onder meer opleidingen gericht op Ambtelijk Vakmanschap en Beleidskunde. Samen
met een vernieuwd profiel voor de ambtenaar van de toekomst en geactualiseerde profielen
voor de functiegroep beleidsmedewerkers, wordt zo verder gewerkt aan een overheid
die beter ingericht is op het realiseren van maatschappelijke waarde. Voor optimale
samenwerking worden opgavecoaches opgeleid en op dit moment al ingezet bij het werken
in interdisciplinaire teams. Hierbij wordt uiteraard gezorgd dat kennis breed beschikbaar
wordt gesteld in communities en met de wetenschap.
3. Ruimte voor de professional om maatwerk te leveren
Het is belangrijk dat professionals in de uitvoering de ruimte hebben om binnen de
kaders van wet- en regelgeving, afwegingen te maken die passen bij de specifieke context
en behoeften van burgers en ondernemers. Ruimte is geen luxe, maar een noodzaak voor
een slagvaardige overheid. De mate waarin die ruimte wordt ervaren is de optelsom
van vele initiatieven. Van zorgen voor een veilige werkomgeving en cultuur tot en
met het (leren) sturen op resultaat in plaats van op proces of inspanning. En van
afschaffen van onnodige administratie tot het vereenvoudigen van wet- en regelgeving.
Het kabinet onderschrijft de in de nota expliciet benoemde zaken. Allereerst de kracht
van het experiment in regelvrije zones en beleidsluwe labs. Durven experimenteren
door patronen los te laten en nieuwe manieren uit te proberen is niet altijd makkelijk,
maar cruciaal om te komen tot doorbraken. Het kabinet zorgt voor meer samenhang en
verbinding tussen innovatieagenda’s en initiatieven en versterkt de randvoorwaarden
om succesvolle experimenten sneller te kunnen opschalen. Denk bijvoorbeeld aan de
mogelijkheden van het Innovatiebudget Digitale Overheid, een financieringsinstrument
dat innovatie in de Generieke Digitale Infrastructuur stimuleert. Het budget helpt
overheden bij het versnellen van digitale vernieuwing en het verbeteren van de dienstverlening.
Daarnaast benadrukt de initiatiefnota het belang om tijdig signalen van burgers, ondernemers
en professionals in de uitvoering op te vangen. Ook dit onderschrijft het kabinet.
Door klachten, ideeën, vragen en zorgen gestructureerd te verzamelen, te analyseren
en op te volgen kan de overheid proactief inspelen op maatschappelijke behoeften en
problemen in de dienstverlening vroegtijdig oplossen. Het kabinet blijft inzetten
om de instrumenten te versterken en maakt hierbij onder meer gebruik van de inzichten
die middels initiatieven in gemeenten zijn opgedaan.
4. Een efficiënte overheid en het verminderen van bureaucratie
De wijze waarop de overheid zelf is georganiseerd, bepaalt uiteindelijk de slagkracht
waarmee ze met de ambitie aan de slag kan. Het kabinet vergroot op verschillende manieren
de efficiëntie en effectiviteit van de overheid. Zo werkt de Rijksoverheid gezamenlijk
onder regie van de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijk (ICBR) aan het
normeren, harmoniseren en standaardiseren van de bedrijfsvoering. Het doel is de versnippering
en complexiteit te doorbreken en zo meer efficiënt en effectief te kunnen opereren.
Ook wordt gewerkt aan het versterken van de inkoopfunctie van het Rijk. In 2025 heeft
het Rijk contracten met circa 25.000 bedrijven afgesloten, veelal ging het daarbij
om meerdere contracten per bedrijf.6 Om het voor bedrijven eenvoudiger te maken en daarbij ook de administratieve last
voor de overheid te verminderen wordt nu onder meer gewerkt aan één digitaal ecosysteem
voor het hele proces van offerte-aanvraag tot factuur.
Tevens blijft het kabinet werken aan het terugbrengen van de externe inhuur. In de
Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2025 heeft u kunnen lezen dat de externe inhuur
over 2025 gedaald is ten opzichte van het jaar 2024. In de komende jaren werkt het
kabinet om deze lijn door te zetten, ook door mensen met specialistische kennis vaker
in dienst te nemen. De stand van zaken met betrekking tot de externe inhuur kunt u
vinden op Dashboard Externe Inhuur.
Tenslotte wordt een Rijksbrede doorlichting door een externe commissie uitgevoerd.
Deze doorlichting richt zich op het functioneren van de Rijksdienst als geheel. De
centrale vraag is of de Rijksdienst – in inrichting, werkwijze en systemen – klaar
is voor de toekomst. Deze doorlichting is geen beoordeling van wat er misgaat, maar
een eerlijke blik vooruit: wat kan en moet beter en efficiënter? De eerste resultaten
hiervan worden eind dit jaar verwacht.
5. Een modern digitaal fundament
De meeste contacten tussen overheid en burgers en ondernemers zijn tegenwoordig digitaal.
Informatie die hierbij wordt uitgewisseld is de basis voor besluiten die worden genomen
en dienstverlening die wordt geleverd. Het kabinet onderschrijft daarmee de cruciale
rol van doordachte digitalisering om de overheid slagvaardig te maken. Met de Nederlandse
Digitaliseringsstrategie (NDS) is vorig jaar een start gemaakt met een overheidsbrede
samenwerking om meer als één digitale overheid op te trekken en versnippering tegen
te gaan onder andere door middel van standaardisatie.7 We zetten stevig in op innovatie en de verdere ontwikkeling van AI-toepassingen binnen
de overheid. Hierbij kan de overheid optreden als launching customer en zo de kracht
van Europese en Nederlandse marktpartijen beter dan nu benutten. Daarbij gaat het
niet alleen om nieuwe toepassingen ontwikkelen, maar juist ook om de implementatie
en opschaling in de dagelijkse praktijk van overheidsorganisaties. Daarbij werkt het
kabinet in het kader van de NDS ook aan het wegnemen van juridische belemmeringen
voor verantwoord gebruik van AI en data.
Een slagvaardige overheid vraagt ook om voldoende digitale expertise. Daarom investeren
we in kennisontwikkeling, opleiding en een aantrekkelijke werkomgeving voor IT-professionals.
Daarnaast werken we aan het uniformeren en professionaliseren van de gegevenshuishouding
van de overheid. Zo verbeteren we onder andere dataminimalisatie, datakwaliteit, transparantie
en publieke verantwoording. Ook om zo het delen van gegevens tussen overheidsorganisaties
eenvoudiger te maken, en maatschappelijke opgaven slagvaardiger aan te kunnen pakken.
De Centrale Commissie Gegevensgebruik speelt een belangrijke rol in het aanpakken
van de knelpunten rondom gegevensdeling.
Burgers en ondernemers mogen daarbij verwachten dat de overheid toegankelijk, begrijpelijk
en dienstbaar is. Daarom werken we aan dienstverlening die beter aansluit op de leefwereld
van mensen en ondernemers, volgens het principe: altijd de juiste deur. Het moet niet
uitmaken waar iemand aanklopt; de overheid zorgt gezamenlijk voor een passend antwoord
of een goede doorverwijzing. Dat vraagt ook dat we processen anders organiseren: niet
vanuit systemen, maar vanuit de behoeften en knelpunten van burgers en bedrijven.
Om dit realiseren introduceren we onder meer een persoonlijke assistent die burgers
duidelijkheid biedt over rechten en plichten die passen bij hun situatie.
Kortom
De sleutel tot een slagvaardige overheid is de gezamenlijkheid en het in kleine stappen
gericht werken aan een overheid die niet vanuit systemen denkt, maar vanuit wat burgers
en ondernemers nodig hebben. Stap voor stap versterken we zo de beweging die beleidsmakers,
publieke dienstverleners, toezichthouders en medeoverheden inmiddels hebben ingezet
en zorgen we samen dat de Nederlandse overheid binnenkort weer te vinden is in de
kopgroep van Europa.
Ik kijk er naar uit om dit in de komende periode verder met u vorm te geven.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg
Indieners
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties