Brief regering : Digitalisering in het funderend onderwijs
32 034 Digitale leermiddelen
31 293
Primair Onderwijs
31 289
Voortgezet Onderwijs
Nr. 82
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 juni 2026
Digitalisering en AI raken in toenemende mate de kern van het onderwijs. Zij bieden
kansen om leerlingen beter te ondersteunen, leraren te versterken en onderwijsprocessen
te verbeteren. Tegelijkertijd brengen deze ontwikkelingen vraagstukken met zich mee
rond publieke waarden zoals veiligheid, privacy, gelijkwaardigheid, toegankelijkheid,
professionele autonomie en afhankelijkheid van technologiebedrijven. Ik vind het daarom
belangrijk dat digitalisering op een veilige, verantwoorde en toekomstbestendige manier
plaatsvindt. Dit vraagt om publieke regie en een gezamenlijke aanpak van de overheid
en het onderwijsveld.
Tegen deze achtergrond werk ik samen met publieke partners en in afstemming met andere
relevante partijen aan het regieplan digitalisering funderend onderwijs. Tijdens het
commissiedebat Digitalisering, leermiddelen en ondersteuningsstructuur in het funderend
onderwijs van 9 april 2026 heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over de stand van
zaken van dit regieplan, inclusief de rol van de Inspectie van het Onderwijs bij digitale
veiligheid op scholen. Daarnaast is gevraagd om een reflectie op de position papers
die zijn ingebracht tijdens het rondetafelgesprek over artificiële intelligentie (AI)
in het funderend onderwijs van 1 april 2026, evenals een reactie op het Bring Your
Own Device (BYOD)-beleid. Met deze brief geef ik invulling aan deze toezeggingen.
Stand van zaken regieplan digitalisering funderend onderwijs
Het Ministerie van OCW werkt samen met de PO-Raad, VO-raad, Kennisnet1 en SIVON2 aan het regieplan digitalisering funderend onderwijs. Daarbij zijn ook leraren, schoolleiders,
bestuurders, ouders en leerlingen betrokken. Het regieplan heeft als doel dat digitalisering
blijvend bijdraagt aan (steen)goed, veilig en kansrijk onderwijs door met het onderwijsveld
meer samenhang, richting en duidelijke kaders te scheppen bij de digitalisering van
het funderend onderwijs. Binnen het regieplan staan zes samenhangende thema’s centraal:
digitaal veilig onderwijs, digitale autonomie, nieuwe technologieën en AI, versterking
van leiderschap en digitale geletterdheid, leermiddelen en leeromgevingen, en grip
op het digitale landschap.
De komende periode werken het Ministerie van OCW en publieke partners samen aan de
concretisering van deze thema’s. Daarbij formuleren we gezamenlijke ambities, randvoorwaarden
en mogelijke maatregelen rondom digitalisering in het funderend onderwijs. Ook onderzoeken
we hoe de verschillende thema’s elkaar kunnen versterken en gezamenlijk kunnen bijdragen
aan veilige, toegankelijke en betrouwbare digitalisering van het onderwijs, met blijvende
aandacht voor publieke waarden zoals privacy, autonomie en kansengelijkheid. We bundelen
onze krachten omdat we ervan overtuigd zijn dat we alleen samen dit vraagstuk verder
kunnen brengen en spannen ons tot het uiterste in om onze gezamenlijke ambities waar
te maken.
Het streven is om in het najaar van 2026 een gezamenlijk regieplan met uw Kamer te
kunnen delen, waarin publieke partners samen met scholen, leraren, experts en andere
betrokken partijen richting geven aan de verdere ontwikkeling van digitalisering in
het funderend onderwijs.
Toezicht op digitale veiligheid
In het commissiedebat van 9 april heb ik Uw Kamer toegezegd om nader in te gaan op
de bevoegdheden van de Inspectie van het Onderwijs ten aanzien van digitale veiligheid
op scholen in het funderend onderwijs. Er bestaat op dit moment geen expliciet wettelijk
kader voor digitale veiligheid in de sectorwetgeving. Wel bevatten de onderwijswetten
voor het funderend onderwijs algemene verplichtingen voor het bevoegd gezag om zorg
te dragen voor een goed bestuurde school, de kwaliteit van het onderwijs en voor de
veiligheid op school3. Mede op basis daarvan kan de inspectie in het kader van haar stimulerende taak in
gesprek gaan met schoolbesturen over digitale veiligheid. De inspectie kan reactief
optreden bij ICT-incidenten, omdat die vrijwel altijd doorwerken op de kwaliteit van
het onderwijs of de in de sectorwetten geregelde sociale, psychische en fysieke veiligheid.
Al met al is er nu te weinig concreet geregeld om de inspectie consistent en robuust
toe te laten zien op digitale veiligheid in brede zin. Ook mijn ambtsvoorganger noemde
dat in de brief Digitale veiligheid in het funderend onderwijs van 5 november 2025.4 We werken aan het vastleggen van de bevoegdheden voor de Inspectie van het Onderwijs
en informeren uw Kamer daarover in het najaar van 2026.
Naast de inspectie heeft ook de Autoriteit Persoonsgegevens een rol bij toezicht als
het gaat om persoonsgegevens. Ook hebben bestuurders op basis van het Burgerlijk Wetboek
een taak.
Reflectie op position papers artificiële intelligentie (AI)
Experts op het gebied van AI deelden hun inzichten tijdens het rondetafelgesprek over
AI in het funderend onderwijs van 1 april 2026. In het commissiedebat van 9 april
2026 is gevraagd om een reflectie op deze bijdragen.
De position papers laten zien dat AI geen los technologisch vraagstuk is, maar direct
raakt aan de kwaliteit en publieke waarden van het onderwijs. AI beïnvloedt hoe leerlingen
leren, hoe leraren werken en welke kansen leerlingen krijgen. Daarbij wordt benadrukt
dat technologie altijd ten dienste moet staan van goed onderwijs en de ontwikkeling
van leerlingen. Die opvatting deel ik.
De bijdragen maken ook duidelijk dat AI nieuwe dilemma’s met zich meebrengt. AI kan
leraren ondersteunen en onderwijs toegankelijker maken, maar roept ook vragen op over
privacy, afhankelijkheid van technologiebedrijven, commerciële invloed en het risico
dat verschillen tussen leerlingen groter worden. Ook vraagt de snelle ontwikkeling
van AI om blijvende aandacht voor deskundigheid van scholen en leraren en om duidelijke
publieke randvoorwaarden.
De centrale vraag is daarom onder welke voorwaarden AI verantwoord kan bijdragen aan
goed, veilig en kansrijk onderwijs. Dat vraagt om publieke regie, heldere kaders en
beter inzicht in wat werkt. Daarom werk ik aan de ondersteuning van scholen via onder
andere SIVON en Kennisnet. Bijvoorbeeld door meer duidelijkheid te geven over de Europese
AI-verordening. Zo heeft SIVON, samen met Kennisnet, het AI-toetsingskader ontwikkeld:
een hulpmiddel waarmee scholen en leveranciers AI-toepassingen kunnen beoordelen en
waarmee de Europese AI-Verordening wordt vertaald naar de onderwijspraktijk. Ook doet
onder meer NOLAI5 onderzoek naar de effecten van AI op onderwijskwaliteit, het leerproces en de pedagogische,
sociale en maatschappelijke gevolgen van AI.
Daarnaast ontwikkelen Kennisnet en NOLAI gezamenlijk een AI-landkaart die bestaande
initiatieven, kennisvragen en ondersteuningsstructuren samenbrengt. Daarmee wordt
duidelijker waar scholen terecht kunnen voor ondersteuning en waar nog hiaten bestaan.
Deze vraagstukken werk ik met partijen verder uit binnen het thema «nieuwe technologieën
en AI» van het regieplan digitalisering funderend onderwijs. Daar ga ik ook in op
de op 16 juni aangenomen moties6, 7. De voortgang op dit thema neem ik mee in het regieplan dat uw Kamer in het najaar
van 2026 ontvangt.
Reflectie op Bring Your Own Device (BYOD)-beleid
Tijdens het rondetafelgesprek en het debat is aandacht gevraagd voor het Bring Your
Own Device-beleid. Daarbij zijn vragen gesteld over kansengelijkheid, digitale veiligheid,
privacy en de rol van scholen en ouders. Ook is de wens uitgesproken om scholen meer
regie te geven op het gebruik van devices in het onderwijs.
Uit onderzoek8 blijkt dat scholen er eigenlijk altijd in slagen leerlingen toegang te geven tot
een device, onder meer met ondersteuning van gemeenten en maatschappelijke organisaties.
Daarmee weten scholen de toegang tot digitaal onderwijs in de praktijk veelal te waarborgen.
Uit hetzelfde onderzoek komt wel naar voren dat a) de ondersteuningsstructuur in de
praktijk complex is voor ouders en b) ouders die normaliter kunnen rondkomen maar
geen ruimte hebben voor een dergelijke grote aanschaf niet altijd bereikt worden met
de bestaande regelingen, denk aan werkende ouders met geldzorgen en gezinnen met meerdere
kinderen. Het Ministerie van OCW heeft in 2025 eenmalig € 5 miljoen euro beschikbaar
gesteld via Leergeld Nederland om het bereik van bestaande ondersteuningsregelingen
verder te vergroten. De inzet van deze subsidie is tweeledig. Een aanzienlijk deel
van de subsidie wordt ingezet voor daadwerkelijk bereiken van leerlingen uit bovengenoemde
gezinnen. Daarnaast, om te kunnen bewegen richting een duurzame verbetering, kijkt
Leergeld Nederland ook hoe de bekendheid van bestaande regelingen kan worden vergroot.
Een structurele overstap naar devices in eigendom en beheer van scholen zou 400–600
miljoen euro jaarlijkse kosten met zich meebrengen9. Scholen kunnen ook op andere manieren dan eigenaarschap van devices passende maatregelen
treffen om risico’s te beheersen en hun informatiebeveiliging en privacybeleid goed
te organiseren. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om duidelijke afspraken over het gebruik
van devices met ouders en leerlingen, beheer van applicaties, veilige toegang tot
systemen, bescherming van persoonsgegevens en het verantwoord gebruik van digitale
toepassingen, waaronder AI.
De discussie over Bring Your Own Device-beleid laat zien dat digitalisering niet alleen
vraagt om toegang tot technologie, maar ook om duidelijke keuzes rondom veiligheid,
privacy, deskundigheid en publieke regie. Deze vraagstukken neem ik mee in de verdere
uitwerking van het regieplan digitalisering funderend onderwijs, evenals de aangenomen
motie van het lid Moorman.10
Afsluiting
Met het regieplan digitalisering en ai in het funderend onderwijs werken overheid,
scholen en publieke partners aan een toekomstbestendig digitaal onderwijslandschap
waarin technologie ondersteunend is aan goed onderwijs en publieke waarden blijvend
worden beschermd. Daar gaan we komende jaren samen mee aan de slag.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen
Indieners
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap