Brief regering : Nationale werkagenda vrouwengezondheid
31 765 Kwaliteit van zorg
Nr. 986
BRIEF VAN DE MVWS
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 juni 2026
Onze gezondheid is een serieuze zaak en helaas voor vrouwen, een zaak die nog niet
altijd serieus genoeg genomen wordt. Denk aan een vrouw die steeds last heeft van
buikpijn, of een vrouw met pijn tussen haar schouderbladen, die misselijk is en kortademig.
Of een vrouw die steeds moe is. Drie willekeurige vrouwen met klachten die iedere
zorgverlener regelmatig tegenkomt, waarbij niet gelijk alarmbellen gaan rinkelen.
Maar wat als die vermoeidheid wordt veroorzaakt door een aandoening die jarenlang
niet wordt herkend? Wat als de buikpijn endometriose blijkt te zijn, en wat als die
pijn tussen de schouderbladen het signaal is van een hartinfarct? Vrouwen en mannen
zijn niet gelijk. Dat wisten we al. Maar ook hun symptomen zijn niet gelijk. Als gevolg
daarvan is op dit moment ook de kwaliteit van zorg die vrouwen krijgen niet gelijk.
Daar wil het kabinet iets aan doen.
Op 25 juni 2026 wordt de Nationale Werkagenda Vrouwengezondheid gelanceerd. Met deze
brief biedt het kabinet de Kamer de werkagenda aan (bijlage 1). De werkagenda vormt
de uitwerking van de Nationale Strategie Vrouwengezondheid 2025–2030 en geeft invulling
aan de toezegging om de Kamer hierover vóór het zomerreces te informeren. Tevens is,
conform het verzoek van de Kamer, een financiële paragraaf opgenomen (bijlage 2).
Deze financiële bijlage geeft een inventarisatie (niet uitputtend) van de activiteiten
op gebied van vrouwengezondheid en de financiële middelen die hiervoor beschikbaar
zijn.
Het doel van de werkagenda is om met doelen en acties te komen om de gezondheid van
vrouwen en meisjes verder te verbeteren door middel van gerichte acties. Daarbij heeft
de werkagenda oog voor zowel de lichamelijke, mentale en sociale aspecten van gezondheid.
De totstandkoming van de werkagenda is, in opdracht van en in samenwerking met het
Ministerie van VWS, gecoördineerd door ZonMw. De inhoud is gebaseerd op bijdragen
van een brede vertegenwoordiging van betrokken partijen. Daarnaast zijn de Ministeries
van SZW en OCW nauw betrokken geweest. Het kabinet dankt alle betrokkenen die met
hun kennis, inzet en betrokkenheid hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze
agenda.
In de werkagenda zijn de tussentijdse resultaten opgenomen van twee opdrachten die
zijn uitgezet rondom het ophalen van de stem van vrouwen, om invulling te geven aan
de motie Vliegenthart1: een landelijke survey onder vrouwen en meisjes die in mei 2026 is uitgezet via onafhankelijk
peilingbureau Kieskompas, en een analyse van ervaringsverhalen en meldingen van vrouwen
met langdurig onverklaarde klachten vanuit het meldpunt van Stichting Voices for Women.
Tot slot zijn er meer dan 30 zogenaamde pledges van organisaties te vinden in de syntax van de werkagenda, waarin zij aangeven hoe
zij bijdragen aan betere gezondheid voor vrouwen.
Achtergrond
Vrouwen brengen gemiddeld minder jaren van hun leven in goede gezondheid door dan
mannen. Daarnaast weten we soms nog onvoldoende over sekseverschillen in diagnostiek
en behandeling. Dit raakt rechtstreeks aan de kwaliteit van zorg en daar moeten we
ons van bewust zijn, in opleidingen, in onderzoek, in de spreekkamer en op de behandeltafel.
Om deze achterstand te verkleinen, investeert het kabinet via het Kennisprogramma
Vrouwspecifieke Gezondheid (2024–2030) van ZonMw in onderzoek, kennisontwikkeling
en innovatie. Inmiddels zijn meerdere onderzoeksprojecten gestart naar onder meer
de overgang, hormooncycli, en bekkenbodemproblematiek. Deze kennis moet op den duur
in de spreekkamer terecht komen. Daarnaast wordt gewerkt aan een landelijk multidisciplinair
samenwerkingsverband dat zich richt op kennisdeling, netwerkvorming en bewustwording
rondom vrouwengezondheid. De inzet is dat dit netwerk zich in de toekomst gaat richten
op gynaecologische aandoeningen en op aandoeningen die voornamelijk bij vrouwen voorkomen
en waar de hormonale dynamiek een rol speelt.
Hoe komen we van strategie naar werkagenda en wat vraagt dat van partijen?
De werkagenda laat zien welke veranderingen nodig zijn om passende zorg en ondersteuning
te kunnen bieden en welke beweging en inzet daarvoor nodig is. De werkagenda is opgebouwd
rond drie samenhangende actielijnen:
1. Herkennen en erkennen van klachten. Versterking van de kennis en bewustwording bij zowel zorgprofessionals als vrouwen
zelf, zodat klachten eerder worden herkend en adequaat worden behandeld. Bijvoorbeeld:
a) Spreekuur voor vrouwen met vrouwspecifieke aandoeningen (VSA-poli Amsterdam UMC);
b) TNO, Smart Health en InHealth werken nauw samen met werkgevers en arbodiensten om
vrouwengezondheid in de werkcontext zichtbaar te maken. Kennis en data helpen werkgevers
om HR-beleid en vitaliteitsbeleid aan te passen.
2. Kennisontwikkeling, implementatie en innovatie. Bevordering van onderzoek en een betere vertaling van wetenschappelijke inzichten
naar de zorgpraktijk, het onderwijs en beleid.
Bijvoorbeeld:
a) Aanpassing van subsidiecriteria en gerichte investeringen in vrouwengezondheid door
bijv. publieke en private fondsen. Bij onderzoeken expliciet rekening houden met sekse-
en genderverschillen.
b) Investering Health-Holland in enkele gerichte publiek-private samenwerkingen rondom
vrouwengezondheid. Het is belangrijk dat de positionering, zichtbaarheid en internationale
profilering van Women’s Health een impuls krijgt.
3) Infrastructuur en samenwerking. Intensivering van multidisciplinaire samenwerking en gegevensuitwisseling, met als
doel de zorg beter rondom de vrouw te organiseren en samenhang in diagnostiek en behandeling
te bevorderen. Bijvoorbeeld:
a) Het H3-netwerk (hoofd, hart en hormonen) kennisdeling – over vakgebieden heen – over
de invloed van hormonale veranderingen op het fysieke en mentale welzijn van vrouwen.
In het H3-netwerk worden huisartsen en specialisten regionaal samengebracht zodat
vrouwen sneller en beter geholpen worden door de zorg beter op elkaar af te stemmen.
b) Het Erasmus MC heeft een belangrijke stap gezet met de oprichting van het Netherlands
Women’s Health Center. Zonder voldoende kennis over vrouwspecifieke aandoeningen blijft
de kans op onder diagnose en onjuiste behandeling bestaan, dit initiatief is een belangrijke
stap om daar verandering in te brengen.
Binnen deze actielijnen wordt tevens expliciet aandacht besteed aan de mentale en
sociale aspecten van gezondheid. Om die reden is het thema vrouwengezondheid uit de
Versterkingsagenda Mentale Gezondheid en ggz geïntegreerd in deze werkagenda.
Vervolg
Met de werkagenda wordt beoogd deze ontwikkelingen verder te versterken en te versnellen.
De werkagenda vormt geen eindpunt, maar een kader voor verdere gezamenlijke uitvoering.
De stap van strategie naar actie vraagt om de gezamenlijke inzet van vele partijen
en vraagt ook om een actieve bijdrage van de uiteenlopende stakeholders. Er ligt dan
ook uitdrukkelijk een gezamenlijke opgave. Tijdens de werkconferentie vrouwengezondheid
in februari hebben ZonMw en VWS aan organisaties het volgende gevraagd: hoe kan uw
organisatie bijdragen aan betere vrouwengezondheid? De organisaties hebben hiervoor
voorstellen gedaan in de vorm van zogenaamde «pledges», waarmee zij laten zien hoe
zij bijdragen aan de beweging. Het groeiend aantal organisaties die hiervoor voorstellen
heeft ingediend en/of aan de slag zijn gegaan met thema vrouwengezondheid draagt bij
aan het grotere geheel: het beter inrichten van systemen op wensen en behoeftes van
vrouwen. In bijlage 3 is een overzicht bijgevoegd van de tot nu toe ingediende pledges.
Het kabinet zal in samenwerking met ZonMw de komende periode werken aan een vorm van
monitoringssystematiek om de voortgang en maatschappelijke impact inzichtelijk te
maken. De definitieve resultaten van de landelijke enquête en de analyse van ervaringsverhalen
worden na het zomerreces gepubliceerd en vervolgens aan de Kamer aangeboden.
Een goede en tijdige behandeling maakt voor duizenden vrouwen het verschil in het
dagelijks functioneren of leven met voortdurende pijn. Het verschil tussen mannen
en vrouwen en de aandacht voor de specifieke medische situatie van vrouwen moet onderdeel
worden van de dagelijkse praktijk. Daarom moeten we blijven investeren in kennis,
in onderzoek en in bewustwording.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Indieners
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.