Brief regering : Verslag Raad Buitenlandse Zaken d.d. 15 juni 2026
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3451
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 juni 2026
Hierbij bied ik u het verslag aan voor de Raad Buitenlandse Zaken van 15 juni 2026.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
VERSLAG RAAD BUITENLANDSE ZAKEN VAN 15 JUNI 2026
Op maandag 15 juni 2026 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken deelgenomen aan de
Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) in Luxemburg. Op de agenda stonden de volgende onderwerpen:
de Russische agressie tegen Oekraïne, de situatie in het Midden-Oosten, de EU-China
relatie. Onder lopende zaken werden Ebola en Bosnië Herzegovina besproken. Ook vond
een ontbijt met de Armeense Minister van Buitenlandse Zaken plaats. Tevens vond en
marge van de RBZ de EU-Egypte Associatieraad plaats, evenals de intergouvernementele
conferenties met Oekraïne, Moldavië en Montenegro.
Russische agressie tegen Oekraïne
De Raad stond stil bij de voortdurende Russische agressieoorlog tegen Oekraïne, de
noodzaak van voortgezette steun aan Oekraïne en manieren om de druk op Rusland verder
op te voeren. De Oekraïense Minister van Buitenlandse Zaken Sybiha sloot aan bij het
eerste deel van het overleg. Vrijwel alle lidstaten spraken hun afschuw uit over de
luchtaanvallen waarbij het historische kloostercomplex Petsjersk Lavra werd beschadigd.
EU-lidstaten onderstreepten dat dit nogmaals liet zien dat Rusland geen intenties
tot vrede heeft. Nagenoeg alle EU-lidstaten riepen op tot een ambitieus 21e sanctiepakket om de druk op Rusland verder op te voeren. Daarbij spraken verschillende
EU-lidstaten zich uit voor continuering van het gesprek over de mogelijke rol van
de EU bij toekomstige vredesbesprekingen. Verschillende lidstaten, waaronder Nederland,
benadrukten ook het belang van een spoedige en flexibele implementatie van de steunlening
aan Oekraïne, inclusief de mogelijkheid om urgent benodigd militair materieel in derde
landen aan te schaffen. Nederland en verschillende andere lidstaten riepen tevens
op tot het intensiveren van de bilaterale steun aan Oekraïne naast de steunlening
en lasten eerlijker te verdelen onder lidstaten, in lijn met de motie Hoogeveen.1 Een brede groep lidstaten verwelkomde ook de voortgang in het EU-toetredingsproces
van Oekraïne, met de opening van Cluster 1. Verschillende EU-lidstaten bepleitten
hierbij om ook zo snel mogelijk de resterende 5 clusters te openen.
Daarnaast bereikte de Raad een akkoord over aanname van sancties tegen 34 personen
en 47 entiteiten betrokken bij het Russisch militair-industrieel complex, het ecosysteem
van de schaduwvloot en Russische hybride activiteiten. Conform de motie Verkuijlen
c.s.2 heeft het kabinet opgeroepen de export van aluinaarde naar Rusland zoveel mogelijk
aan banden te leggen.
Op 14 februari jl. hebben het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Zweden en
Nederland gezamenlijk geconcludeerd dat Aleksej Navalny is overleden door een dodelijk
gif. De EU heeft nu sancties ingesteld tegen personen die hiervoor verantwoordelijk
zijn.
Situatie in het Midden-Oosten
De Raad stond stil bij de situatie in het Midden-Oosten. De lidstaten verwelkomden
de aankondiging van een akkoord tussen Iran en de VS. Lidstaten benadrukten het belang
van herstel van vrije doorvaart in de Straat van Hormuz, in afwachting van bekendmaking
van de details van het akkoord. De Raad benadrukte ook het belang van strenge afspraken
over en toezicht op het Iraanse nucleaire programma, om te voorkomen dat Iran ooit
een kernwapen kan ontwikkelen. Nederland gaf aan klaar te staan om met militaire middelen
bij te dragen aan de zogeheten Hormuz-coalitie. Nederland benadrukte verder dat de
EU ook oog moet houden voor het lot van de Iraanse bevolking. Tevens riepen lidstaten
op tot naleving van het staakt-het-vuren in Libanon en werd er steun uitgesproken
voor de Libanese autoriteiten en de Lebanese Armed Forces (LAF).
De Raad sprak daarnaast over de situatie in Israël en de Palestijnse Gebieden. De
Hoge Vertegenwoordiger (HV) Kallas onderstreepte dat er te weinig voortgang wordt
geboekt bij de implementatie van het vredesplan, o.a. door het weigeren van Hamas
om te ontwapenen. Nederland onderstreepte in dat licht het belang van aanvullende
sancties tegen Hamas en de Palestinian Islamic Jihad. Nederland sprak zijn diepe zorgen uit over de catastrofale humanitaire situatie
in de Gazastrook en de voortdurende restricties voor hulporganisaties. Nederland onderstreepte
dat een Europese reactie nodig is wanneer Israël de NGO-wetgeving implementeert.3 Nederland benadrukte dat Israël alle grensovergangen moet openen, evenals de medische
corridor tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever.
Er waren breed gedragen zorgen over de situatie op de Westelijke Jordaanoever, die
verder verslechtert door o.m. het toenemende kolonistengeweld en de uitbreiding van
nederzettingen. Nederland riep in dat licht op tot aanvullende sancties tegen gewelddadige
kolonisten en organisaties, alsook sancties tegen extremistische Ministers van de
regering Netanyahu. In lijn met de motie van het lid Dobbe4 riep Nederland n.a.v. de dood van een 7-maanden oude baby op de Westelijke Jordaanoever
op tot onafhankelijk onderzoek.
De Raad stond voorts specifiek stil bij de handel met illegale Israëlische nederzettingen.
Nederland gaf aan, mede in het kader van de eigen verplichtingen onder internationaal
recht, te werken aan nationale maatregelen tegen producten uit illegale nederzettingen
in de door Israël bezette gebieden. Hierbij onderstreepte Nederland wederom dat EU-maatregelen
effectiever zijn en daarom de voorkeur hebben. Nederland verzocht om een analyse van
de naleving van het beleid met betrekking tot de export van goederen uit illegale
nederzettingen uit de Bezette Gebieden. Tevens verzocht Nederland de Commissie om
opties voor mogelijke maatregelen, waaronder maatregelen om de invoer van goederen
uit illegale nederzettingen te voorkomen. Dit verzoek van Nederland kreeg steun van
een grote groep van lidstaten. HV Kallas zegde toe in aanloop naar de volgende Raad
Buitenlandse Zaken van juli de Commissie te vragen opties voor mogelijke maatregelen,
waaronder maatregelen om de invoer van goederen uit illegale nederzettingen te voorkomen,
en een beoordeling van de reikwijdte van kwesties die verband houden met de oorsprongsregels
te presenteren.
EU-China relatie
De Raad sprak over de EU-China relatie, en over de opstelling van de EU in de relatie
met China. Er was aandacht voor de economische aspecten van de relatie. Verder werd
er specifiek ingegaan op de rol die China speelt in het faciliteren van de agressieoorlog
van Rusland tegen Oekraïne, alsook het verspreiden van desinformatie. De Raad besprak
verder de noodzaak tot het beschermen van de toeleveringsketens voor de Europese industrie,
met name op het gebied van kritieke grondstoffen. Nederland onderstreepte dit, en
riep tevens op de dialoog met China te behouden. Er was overeenstemming in de Raad
over de noodzaak voor eenheid tussen lidstaten en de EU richting China.
Lopende zaken
Bosnië en Herzegovina
Tijdens de Raad werd kort stilgestaan bij het proces rondom het benoemen van een nieuwe
Hoge Vertegenwoordiger voor Bosnië en Herzegovina. HV Kallas noemde het belang van
een soepele overgang in aanloop naar de verkiezingen op 4 oktober a.s. in Bosnië en
Herzegovina. Ook onderstreepte zij dat prioriteit moet worden gegeven aan het aanwijzen
van een gezamenlijke EU-kandidaat.
Ebola
De Raad sprak over de recente ebola uitbraak in de Democratische Republiek Congo (DRC)
en Oeganda. EU Commissaris voor gelijkheid, paraatheid en crisisbeheersing Lahbib
gaf een terugkoppeling van haar recente bezoek aan DRC en OEG en benadrukte het belang
van EU solidariteit met getroffen gebieden en bevolking. De EU heeft een bijdrage
gedaan van EUR 15 miljoen aan partners voor de bestrijding van ebola, waaronder aan
de Wereldgezondheidsorganisatie.
Ontbijt met Armeense Minister van Buitenlandse Zaken
Voorafgaand aan de Raad vond een gezamenlijk ontbijt met de Armeense Minister van
Buitenlandse Zaken plaats om terug te blikken op de Armeense parlementaire verkiezingen.
Tijdens het ontbijt werd het belang benadrukt van toenemende lange termijn samenwerking
tussen de EU en Armenië. Na afloop heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een bilateraal
gesprek gevoerd met zijn Armeense collega. In dit gesprek werd gesproken over de verkiezingsuitslag
en de implicaties hiervan op het vredesproces tussen Armenië en Azerbeidzjan.
EU-Egypte Associatieraad
Op 15 juni jl. vond tevens de 11e EU-Egypte Associatieraad plaats. Op de agenda stond onder andere de voortang van
het EU-Egypte Strategische Partnerschap en verschillende regionale conflicten. Aan
EU-zijde werd waardering uitgesproken voor de Egyptische bemiddelende rol bij regionale
conflicten. Ook werd Egypte gecomplimenteerd met doorgevoerde hervormingen in het
kader van het partnerschap maar ook opgeroepen openstaande (politieke) hervormingen
spoedig door te voeren.
Intergouvernementele conferenties met Oekraïne, Moldavië en Montenegro
Na afloop van de RBZ vond een drietal intergouvernementele conferenties (IGC’s) plaats
in het toetredingsproces van Oekraïne, Moldavië en Montenegro.
Tijdens de IGC met Oekraïne werd het openen van Cluster 1 (Fundamentals) gemarkeerd. Lidstaten, waaronder Nederland, spraken breed solidariteit uit met Oekraïne,
veroordeelden de recente grootschalige Russische aanvallen op Oekraïne, en verwelkomden
de opening van dit cluster. Verder riepen meerdere lidstaten op tot het spoedig openen
van de overige clusters. Nederland benadrukte, net als verschillende andere lidstaten,
ook de noodzaak van het maken van voortgang door Oekraïne bij de implementatie van
essentiële hervormingen, in bijzonder op corruptiebestrijding en onafhankelijke rechtspraak.
In de IGC met Moldavië verwelkomden lidstaten de opening van Cluster 1, werd door
verschillende lidstaten opgeroepen tot het snel openen van de resterende clusters,
en spraken lidstaten waardering uit voor de hervormingen die Moldavië heeft doorgevoerd
ondanks Russische inmenging. Lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten verder het
belang van blijvende toewijding aan hervormingen, waaronder op corruptiebestrijding
en justitiële hervormingen.
Met Montenegro werd in het toetredingsproces hoofdstuk 2 over vrij verkeer van werknemers
en hoofdstuk 28 over consumenten- en gezondheidsbescherming onder voorbehoud gesloten.
België intervenieerde namens de Benelux en wees onder meer op de gebalanceerde uitkomst
voor transitiemaatregelen voor vrij verkeer van werknemers en dienstverlening.
Overige zaken
Toezegging aan het lid Ceder op het vlak van de Oslo-akkoorden5
Tijdens het Commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken van 10 juni 2026 heeft de Minister
van Buitenlandse Zaken toegezegd terug te komen op de vraag hoe de geldende Oslo-akkoorden
zich verhouden tot het advies van het Internationaal Gerechtshof uit 2024 en daarbij
specifiek de veronderstelde rechtsgevolgen in het advies, dat alle kolonisten in de
bezette Palestijnse Gebieden (dus ook alle inwoners in Area C onder de Oslo-akkoorden)
actief geëvacueerd zouden moeten worden.
De Oslo-akkoorden zijn – in essentie – afspraken over de overdracht van bestuur op
de Westelijke Jordaanoever en in Gaza van Israël aan de Palestijnse Autoriteit (PA).
Met het akkoord tussen Israël en de Palestine Liberation Organization (PLO) werd de Palestijnse Autoriteit opgericht als een interim-administratie voor
het – tijdelijk, gedeeltelijk en in verschillende mate – besturen van de Palestijnse
Gebieden, opbouw van noodzakelijk instituties en voor het ontwikkelen van een levensvatbare
Palestijnse economie. Na een periode van maximaal vijf jaar zouden Israël en de PA
tot een gedragen definitieve overeenkomst moeten komen, waarin naast de Staat Israël
een Palestijnse Staat opgericht zou worden.
De ontwikkelingen ter plaatse laten sinds het tekenen van de Oslo-akkoorden echter
een beweging weg van een tweestatenoplossing zien. De Palestijnse Autoriteit moet
verder hervormen. Israël gaat door met uitbreiding van nederzettingen en sloop van
Palestijnse bezittingen in het door Israël gecontroleerde Area C op de Westelijke
Jordaanoever. Dit is in strijd met het internationaal recht, zoals opnieuw is bevestigd
in het advies van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024, en de Oslo-akkoorden.
In de Oslo-akkoorden zijn de «legitieme rechten» van het Palestijnse volk opgenomen,
waaronder het recht op zelfbeschikking. De akkoorden verboden de partijen dan ook
om stappen te nemen die de status van de Westelijke Jordaanoever en Gaza veranderen,
in afwachting van de uitkomst van de onderhandelingen. Deze uitkomst is tot op heden
niet definitief.
In het advies van 19 juli 2024 concludeerde het Hof dat de Oslo-akkoorden niet mogen
worden opgevat als een afzwakking van de verplichtingen van Israël op grond van het
internationaal recht dat van toepassing is in de bezette Palestijnse Gebieden. Het
IGH concludeerde in zijn advies tevens dat de Oslo-akkoorden Israël niet toestaan
om delen van de bezette Palestijnse Gebieden te annexeren, noch om een permanente
presentie te behouden – ook niet om veiligheidsredenen. Het Hof is van mening dat
alle nieuwe nederzettingenactiviteiten met onmiddellijke ingang moeten worden stopgezet
en alle kolonisten moeten worden geëvacueerd vanuit de gehele bezette Palestijnse
Gebieden, niet enkel vanuit Area C. Er moet hierbij worden opgemerkt dat het IGH-advies
noch de Oslo-Akkoorden uitgaan van een totale evacuatie van alle inwoners van Area
C, aangezien niet alle inwoners van Area C kolonisten zijn, maar het ook Palestijnen
betreft.
Toezegging aan het lid Dobbe over rapport Amnesty International6
Zoals toegezegd tijdens het commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken van 10 juni jl.
komt het kabinet in dit verslag eveneens terug op het recente rapport van Amnesty
International, dat concludeert dat de Israëlische regering actief aanstuurt op etnische
zuivering van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever, waaronder via nederzettingenbeleid
en de straffeloosheid voor gewelddadige kolonisten.
Etnische zuivering heeft geen eenduidige juridische definitie, maar kan worden omschreven
als het met geweld of dwang overbrengen of verwijderen van de burgerbevolking. De
conclusies van het rapport zijn zorgwekkend. Zoals bekend wordt reeds onderzoek gedaan
naar internationale misdrijven via bestaande VN-onderzoeksmechanismen en het Internationaal
Strafhof. Het kabinet hanteert een combinatie van druk en dialoog om Israël van gedrag
te laten veranderen. Daarbij veroordeelt het kabinet de onrechtmatige bezetting van
de Palestijnse Gebieden en spreekt het kabinet Israël consistent aan op de verslechterende
situatie op de Westelijke Jordaanoever, toenemend kolonistengeweld en de gebrekkige
vervolging en berechting van daders hiervan.
Ook voert het kabinet de druk op door de invoering van de nationale maatregelen tegen
import van goederen uit illegale nederzettingen, pleit het kabinet voor handelspolitieke
EU-maatregelen op dit gebied, en blijft Nederland werken aan EU-sancties tegen gewelddadige
kolonisten. Ook heeft Nederland de Israëlische Ministers Smotrich en Ben Gvir tot
persona non grata verklaard en hen als ongewenste vreemdelingen gesignaleerd in het
Schengen Informatiesysteem (SIS) vanwege extremistische uitlatingen en oproepen tot
geweld. Het kabinet steunt Europese sancties tegen deze extremistische Ministers.
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken