Brief regering : Beleidsreactie op het WODC-rapport 'Seksueel grensoverschrijdend gedrag in religieuze gemeenschappen'
34 843 Seksuele intimidatie en geweld
Nr. 132
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 juni 2026
Hierbij bied ik uw Kamer, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, het
onderzoeksrapport «Seksueel grensoverschrijdend gedrag in religieuze gemeenschappen.
Een verkenning van het fenomeen en de factoren die de omgang met, visie op en hulpvragen
van slachtoffers beïnvloeden» aan. Het onderzoek is uitgevoerd door het Wetenschappelijk
Onderzoek- en Datacentrum (WODC) van juli 2023 t/m juni 2026.
In deze brief deel ik eerst de aanleiding en onderzoeksopzet. Vervolgens zet ik de
rapportstructuur, belangrijkste uitkomsten en aanbevelingen van het onderzoek uiteen.
Daarna geef ik een inhoudelijke reactie op het onderzoek.
Aanleiding
Voorliggend onderzoek is een vervolg op het in 2019 in opdracht van het WODC uitgevoerde
onderzoek door de Universiteit Utrecht dat zich richtte op de invloed die patronen,
regels, gebruiken en structuren van de Christelijke gemeente van Jehovah’s Getuigen
in Nederland hebben/hadden op de omgang met (vermeend) seksueel misbruik en de aangiftebereidheid
van seksueel misbruik (Van den Bos et al., 2019). Naar aanleiding van de bevindingen
en de reacties op het onderzoek, heeft de Minister voor Rechtsbescherming in de zomer
van 2020 aan de Tweede Kamer toegezegd het onderzoek te laten herhalen.1
De onderzoeksresultaten van Van den Bos et al. (2019), samen met de meldingen van
seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen diverse religieuze gemeenschappen in binnen-
en buitenland, vormden de aanleiding voor het opzetten van een breder vervolgonderzoek.
Hoewel de aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag is toegenomen, is er weinig
bekend over hoe religieuze gemeenschappen zich de afgelopen twintig jaar hebben aangepast
na media-aandacht en groeiend maatschappelijk bewustzijn. Ook is onduidelijk hoe slachtoffers
adequaat ondersteund kunnen worden bij seksueel grensoverschrijdend gedrag. Daarom
richt het huidige onderzoek zich op de mate waarin seksueel grensoverschrijdend gedrag
voorkomt binnen verschillende religieuze gemeenschappen, welke invloed de religieuze
context heeft op slachtoffers, hulpverlening en herstel, en welke lessen daaruit getrokken
kunnen worden voor beleid en praktijk.
Onderzoeksopzet
Dit onderzoek heeft als doel om inzicht te verkrijgen in de factoren die de visie
op en omgang met seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen religieuze gemeenschappen
beïnvloeden, het aantal gerapporteerde ervaringen van seksueel grensoverschrijdend
gedrag in deze context te onderzoeken, de hulpbehoeften van slachtoffers in kaart
te brengen, en de ontwikkeling van beleid rondom de omgang met seksueel grensoverschrijdend
gedrag binnen religieuze gemeenschappen in de afgelopen twintig jaar te analyseren.
Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van verschillende vormen van dataverzameling,
waaronder interviews met slachtoffers, hulpverleners, experts en vertegenwoordigers
van de religieuze gemeenschappen, en een panelstudie. Het onderzoek omvat ook een
uitgebreide literatuur-/documentenstudie die in kaart brengt of in de afgelopen jaren
binnen religieuze gemeenschappen protocollen, voorlichting en regels zijn ontwikkeld
en aangepast. Ook zijn factoren vastgesteld die de visie op en omgang met seksueel
grensoverschrijdend gedrag in deze gemeenschappen beïnvloeden.
Rapportstructuur
In het rapport is eerst het aantal gerapporteerde ervaringen met seksueel grensoverschrijdend
gedrag beschreven van de volgende negen religieuze gemeenschappen:
1 Boeddhistische gemeenschap
2 Christelijke gemeente van Jehovah’s Getuigen
3 Evangelische en pinksterbeweging
4 Hindoeïstische gemeenschap
5 Islamitische gemeenschap
6 Joodse gemeenschap
7 Migrantenkerken
8 Protestantse kerken
9 Rooms-Katholieke Kerk
Vervolgens is het rapport in drie delen verdeeld. In het eerste deel wordt, mede vanwege
de beperkte tijd, van zes van deze religieuze gemeenschappen de ontwikkelingen in
de visie op, omgang met, en de huidige situatie van interne procedures en beleid over
seksueel grensoverschrijdend gedrag in Nederland besproken. In het tweede deel zijn
specifieke factoren omschreven die de omgang met seksueel grensoverschrijdend gedrag
binnen religieuze gemeenschappen kunnen beïnvloeden: factoren rondom seksualiteit
en gender, factoren binnen de organisatiestructuur en gemeenschap, en factoren binnen
hun interne procedures. In het derde deel zijn ervaringen van slachtoffers van seksueel
grensoverschrijdend gedrag in religieuze gemeenschappen beschreven, gevolgd door het
perspectief van hulpverleners op hun specifieke hulpvraag.
Belangrijkste uitkomsten
1. Vooral seksueel grensoverschrijdend gedrag buiten religieuze gemeenschap
Mensen die zich verbonden voelen aan een religieuze gemeenschap worden vaker slachtoffer
van seksueel grensoverschrijdend gedrag door een dader van buiten de religieuze gemeenschap
dan door een dader van binnen de religieuze gemeenschap. In geval van seksueel grensoverschrijdend
gedrag waarin wel een dader vanuit een religieuze gemeenschap is betrokken, worden
mannen daar vaker slachtoffer van dan vrouwen.
2. Toegenomen bewustzijn en blijvende aandachtspunten
Het bewustzijn over seksueel grensoverschrijdend gedrag in de onderzochte religieuze
gemeenschappen is de laatste twintig jaar toegenomen, onder meer door maatschappelijke
aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag. De visie op en omgang met seksueel
grensoverschrijdend gedrag binnen deze gemeenschappen kennen blijvende aandachtspunten,
zoals het vergroten van dit bewustzijn op lokaal niveau.
3. Drie domeinen van beïnvloedende factoren: seksualiteit en gender, organisatiestructuur
en gemeenschap, interne procedures
Er zijn drie domeinen vastgesteld waarin de religieuze context een rol kan spelen
bij seksueel grensoverschrijdend gedrag in religieuze gemeenschappen: seksualiteit
en gender, de organisatiestructuur en interne procedures. Daarbinnen zijn specifieke
thema’s en factoren geïdentificeerd die de visie op en omgang met seksueel grensoverschrijdend
gedrag binnen de onderzochte religieuze gemeenschappen kunnen beïnvloeden. Hoewel
sommige factoren ook in andere contexten voorkomen, worden de factoren en de ervaringen
door de religieuze context gekleurd, bijvoorbeeld door geloofsovertuigingen, een religieus
wereldbeeld en denken over goed en kwaad.
4. Aanvullende hulpbehoeften van slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag
in religieuze context
De religieuze context van seksueel grensoverschrijdend gedrag in religieuze gemeenschappen
kan voor deze slachtoffers complicerend werken en meerdere leefgebieden raken, zoals
de identiteitsontwikkeling, het wereldbeeld en het sociale vangnet. Daardoor kunnen
aanvullende hulpbehoeften ontstaan, zoals behoefte aan religieuze duiding.
5. Betere afstemming seculiere en religieuze zorg
Hulpverlening na seksueel grensoverschrijdend gedrag in religieuze gemeenschappen
moet beter worden afgestemd op de aanvullende (psychologische, sociale én religieuze)
hulpbehoeften die vanuit seksueel grensoverschrijdend gedrag in deze specifieke context
naar voren komen.
Aanbevelingen
Hieronder wordt een selectie aanbevelingen weergegeven uit het rapport.
Aanbevelingen voor de overheid
1. De in dit onderzoek genoemde thema’s en factoren bieden aanknopingspunten om de samenwerking
tussen overheid en religieuze gemeenschappen ten aanzien van het voorkomen van en
de omgang met seksueel grensoverschrijdend gedrag in religieuze gemeenschappen verder
vorm te geven, met inachtneming van de scheiding tussen kerk en staat. Dit vergt actieve
inzet van alle betrokkenen: overheid, religieuze gemeenschappen, religieuze leiders
en leden van lokale religieuze gemeenschappen. De onderzoekers stellen dat gemeenschappen
met meer ervaring en voorzieningen tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag andere
gemeenschappen inspireren en op weg helpen bij het instellen daarvan. De onderzoekers
geven aan dat de overheid dit proces kan faciliteren door verschillende partijen samen
te brengen en waar mogelijk middelen en expertise beschikbaar te stellen, voor bijvoorbeeld
het subsidiëren van trainingen, (kerk)juridische hulp bij het ontwikkelen van interne
procedures, of voor het inrichten of het professionaliseren van een meldpunt.
2. Daarnaast benadrukken de onderzoekers dat sommige van in dit rapport vastgestelde
thema’s die een rol spelen bij seksueel grensoverschrijdend gedrag in religieuze gemeenschappen,
zoals normatieve genderrollen en factoren in de organisatiestructuur en leiderschap,
dynamieken betreffen die ook bij seksueel grensoverschrijdend gedrag in andere contexten
kunnen voorkomen, zoals in de sportwereld en het bedrijfsleven. Aandacht voor deze
thema’s in die sectoren van alle betrokken partijen kunnen ook in die context helpen
om seksueel grensoverschrijdend gedrag verder aan te pakken.
Aanbevelingen voor religieuze gemeenschappen
Voor religieuze gemeenschappen worden verschillende aanbevelingen gedaan in het rapport
aangaande de omgang met seksueel grensoverschrijdend gedrag, kennis over seksueel
grensoverschrijdend gedrag, interne procedures, de omgang met daders en de omgang
met slachtoffers.
Aanbevelingen voor hulpverlening
Daarnaast zijn meerdere aanbevelingen geformuleerd voor de reguliere hulpverlening.
Zo wordt geadviseerd de kennis uit dit rapport aan te bieden in een training voor
behandelaren, om hen beter bekend te maken met de specifieke kenmerken en gevolgen
van seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen religieuze gemeenschappen. Verder wordt
onder andere gepleit voor religie-sensitieve hulpverlening, bijzondere aandacht voor
mannelijke slachtoffers, praktische ondersteuning bij re-integratie en, waar mogelijk,
het betrekken van religieuze leiders, geestelijk verzorgers of pastoraal werkers bij
de behandeling. Dit kan tegemoetkomen aan slachtoffers hun (eventuele) behoefte aan
hulp bij zingevingsvragen of het geven van duiding aan hun ervaring, die door het
seksueel grensoverschrijdende gedrag zijn ontstaan.
Aanbevelingen voor meldpunten
Ook voor meldpunten die zijn verbonden aan religieuze gemeenschappen, zijn aanbevelingen
opgesteld. Zo moeten meldpunten onder meer meldingen eenduidig, consequent en geanonimiseerd
registreren om inzicht te krijgen in aantal en type meldingen, religieuze achtergrond
van slachtoffers en afhandeling. Meldpunten dienen ruimhartig om te gaan met binnenkomende
meldingen, ook bij oudere zaken en gevallen waarbij geen sprake is van een pastorale
relatie. Bij uitval is vervanging wenselijk om de continuïteit van hulp te waarborgen.
Aanbevelingen voor vervolgonderzoek
Op basis van dit onderzoek worden drie richtingen voor vervolgonderzoek onderscheiden,
aangevuld met enkele verdiepende deelthema’s. De onderzoekers geven aan dat verdiepend
en vergelijkend onderzoek nodig is om beter inzicht te krijgen in de omvang, aard
en omgang met seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen religieuze gemeenschappen.
Dit kan zich richten op afzonderlijke religieuze tradities, maar wel op een vergelijkbare
onderzoeksmethodiek. Daarnaast adviseren de onderzoekers verdiepend onderzoek naar
de institutionele context van religieuze gemeenschappen en hun omgang met seksueel
grensoverschrijdend gedrag. Ook wordt aanbevolen om de menselijke ervaring en de impact
van seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen religieuze contexten, evenals mogelijke
beschermende en herstellende factoren nader te onderzoeken.
Beleidsreactie
Het voorliggend onderzoeksrapport beschrijft een zorgvuldig opgezet en omvangrijk
onderzoek naar seksueel grensoverschrijdend gedrag in verschillende religieuze gemeenschappen
in Nederland, hoe religieuze gemeenschappen ermee omgaan, de specifieke hulpvraag
van deze slachtoffers en de hulpverlening aan hen binnen en buiten religieuze gemeenschappen.
Zoals ook door de onderzoekers wordt geconstateerd, is seksueel grensoverschrijdend
gedrag geen uniek fenomeen en niet beperkt tot bepaalde groepen. De afgelopen jaren
hebben gebeurtenissen in de sport, media, cultuursector, politiek, het studentenleven
én religieuze gemeenschappen opnieuw duidelijk gemaakt dat seksueel grensoverschrijdend
gedrag overal voorkomt. Het is een structureel maatschappelijk probleem, geworteld
in diep verankerde patronen binnen onze samenleving. Dagelijks worden mensen slachtoffer
van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Dit is een ernstige aantasting
van de veiligheid en het welzijn van de slachtoffers met vaak langdurige en ingrijpende
gevolgen.
Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld
Voor de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld is een brede
cultuurverandering nodig. Daarom startte het kabinet in 2023 het interdepartementaal
Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld
(NAP). Het NAP heeft als doel om seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld
te voorkomen, te herkennen, aan te pakken en om hulp te bieden aan slachtoffers. Dit
is nadrukkelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de hele samenleving. Actielijn
3 van het NAP roept organisaties op om hun processen voor preventie, signalering en
opvolging op orde te hebben. Er wordt verwacht dat zij alles in het werk stellen om
seksueel grensoverschrijdend gedrag tegen te gaan en slachtoffers te ondersteunen.
Vervolgstappen voor geloofsgemeenschappen
Uit het onderzoek valt op te maken dat er de afgelopen jaren binnen veel religieuze
gemeenschappen groeiende aandacht is gekomen voor de preventie en aanpak van seksueel
grensoverschrijdend gedrag. Maar er zijn grote verschillen in de aanpak. Zo zijn er
niet overal gedragscodes, meldstructuren of een zorgvuldig aanstellingsbeleid van
personen die een functie bekleden binnen de gemeenschap. Ik zal de aanbevelingen in
het onderzoek die gericht zijn aan de geloofsgemeenschappen onder de aandacht brengen
bij de verschillende religieuze en levensbeschouwelijke (koepel)organisaties.
In het onderzoek wordt aanbevolen dat gemeenschappen met meer ervaring en voorzieningen
tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag andere gemeenschappen kunnen inspireren
en op weg kunnen helpen bij het instellen daarvan. Een voorbeeld van een initiatief
met kennis over seksueel grensoverschrijdend gedrag dat ook genoemd wordt in het onderzoek
is stichting Veilige Kerk. Veilige Kerk is een samenwerking van de meldpunten van
kerken in Nederland om grensoverschrijdend gedrag en huiselijk geweld te (h)erkennen,
te voorkomen en aan te pakken. Vanaf eind november 2023 tot en met 2025 kreeg Veilige
Kerk in het kader van het NAP subsidie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap (OCW). Hiermee heeft stichting Veilige Kerk gewerkt aan cultuurverandering
en duurzame inbedding van preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel
geweld in de kerken.
Het Ministerie van OCW zal stichting Veilige Kerk in 2026 opnieuw subsidie toekennen
om in het laatste jaar van het NAP haar activiteiten te continueren en uit te bouwen.
Bovendien is op basis van de bevindingen uit voorliggend onderzoek met Veilige Kerk
besproken om in het najaar van 2026 extra impact te maken binnen kerken en andere
geloofsgemeenschappen door extra voorlichtingssessies, trainingen en begeleiding aan
te bieden. Hiermee beoogt de overheid kennisdeling en uitwisseling over het voorkomen
van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in religieuze gemeenschappen te stimuleren
en geloofsgemeenschappen aan te zetten na te denken over het belang van maatregelen
ter voorkoming van seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Vervolgstappen voor hulpverlening
Het onderzoek laat zien hoe verschillende factoren zoals religieuze opvattingen, sociale
druk en interne procedures samen kunnen komen op een manier die het voor een slachtoffer
extra moeilijk maakt om een uitweg te vinden. Door de specifiek religieuze context
van het seksueel grensoverschrijdende gedrag hebben deze slachtoffers aanvullende
hulpbehoeften: behoefte aan het bespreekbaar maken van het religieuze deel van hun
ervaring met seksueel grensoverschrijdend gedrag in zowel de religieuze gemeenschap
als reguliere hulpverlening, behoefte aan (formele)erkenning vanuit de religieuze
gemeenschap en behoefte aan autonomie in zowel reguliere hulpverlening als interne
procedures van religieuze gemeenschappen.
De slachtoffers in dit onderzoek geven aan dat passende hulp moeilijk te vinden is.
Het onderzoek geeft voor mij dan ook aanleiding om tegemoet te komen aan de hulpbehoeften
van slachtoffers. Het is cruciaal dat reguliere hulpvoorzieningen niet alleen toegankelijk
zijn, maar waar mogelijk ook specifiek afgestemd op de unieke context en behoeften
van deze doelgroep waarbij aandacht is voor cultuursensitieve en religieus verantwoorde
hulpverlening. Sinds eind 2025 is een samenwerking opgezet tussen het CSG, SHN, The
Safe Space Club en Veilige Kerk in de vorm van een driemaandelijks overleg. Het doel
hiervan is het delen van kennis en ervaring, professionalisering te bevorderen, en
doorverwijzing te organiseren. SHN is bovendien betrokken bij de organisatie en uitvoering
van lotgenotendagen van Veilige Kerk, waar slachtoffers erkenning en herkenning vinden.
Ik zal de zeven genoemde punten voor adequate hulpverlening aan slachtoffers van seksueel
grensoverschrijdend gedrag in geloofsgemeenschappen delen met deze en andere relevante
hulporganisaties zodat kan worden bekeken hoe de dienstverlening kan worden geoptimaliseerd.
Hierover zal een terugkoppeling worden gegeven in de eindrapportage van het NAP die
eind dit jaar naar de Tweede Kamer wordt gestuurd.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
K.T. van Bruggen
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid