Brief regering : Reactie op een vraag van het lid Kostić over de relevantie van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en ‘de huidige wet- en regelgeving voor bestrijdingsmiddelen, inclusief de afstandsnormen’
35 756 Wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (grondslag voor maatregelen inzake het (particulier) gebruik van gewasbeschermingsmiddelen)
28 089
Gezondheid en milieu
Nr. 30
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 juni 2026
Het lid Kostić (PvdD) heeft gevraagd te reflecteren op de relevantie van artikel 8
van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en «de huidige wet- en regelgeving
voor bestrijdingsmiddelen, inclusief de afstandsnormen»1.
Mede namens de Staatssecretaris van LVVN deel ik u het volgende mee.
Onder de verzamelnaam «bestrijdingsmiddelen» vallen biociden en gewasbeschermingsmiddelen.
Beide zijn bedoeld voor de bestrijding of beheersing van schadelijke organismen. Zij
kunnen door professionele en niet-professionele («particuliere») gebruikers worden
toegepast.
Bij biociden gaat het bijvoorbeeld om desinfectiemiddelen in ziekenhuizen of om middelen
tegen muizen. Gewasbeschermingsmiddelen worden op planten en gewassen toegepast tegen
bijvoorbeeld insecten, schimmels of onkruiden. Deze middelen kunnen zowel binnen als
buiten de landbouw worden toegepast.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft uitgesproken2 dat: «volgens vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
het EVRM geen uitdrukkelijk recht toe kent op een schone omgeving, maar dat artikel
8 in het geding kan zijn als de overlast van dien aard is dat die de betrokkene in
ernstige mate in zijn gezondheid treft of hem belet in zijn woongenot en zijn privé
of gezinsleven (zie bijvoorbeeld EHRM Jugheli tegen Georgië, arrest van 13 juli 2017,
ECLI:CE:ECHR:2017:0713JUD003834205, punt 62 en de daar aangehaalde rechtspraak).»
Vanuit deze optiek is er geen aanleiding tot aanpassing van de wet- en regelgeving.
Voor zover het gebruik van biociden negatieve effecten kan hebben voor het milieu, kan «integraal plaag management» als
instrument worden ingezet om die effecten te voorkomen of te minimaliseren.
Het professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw is sinds 2017 verboden, behoudens enkele noodzakelijke uitzonderingen. Het gebruik
van die middelen is beperkt.
Ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen binnen de landbouw geeft de Staatssecretaris van LVVN aan dat het beleid is gericht op het terugdringen
van de afhankelijkheid van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen, met
bijzondere aandacht voor schadelijke middelen op basis van milieu belastingpunten.
De beleidsmatige aanpak loopt langs drie sporen: (1) de toelating van gewasbeschermingsmiddelen
en de goedkeuring van werkzame stoffen, (2) de toepassing/het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
en bijbehorende maatregelen, en (3) het toezicht op en de handhaving van de relevante
regelgeving. Onder meer is hiervoor het proces ingericht om te komen tot bindende
afspraken in een convenant. De ambitie is om dit convenant op hoofdlijnen nog voor
de zomer te sluiten.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Ondertekenaars
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat