Brief regering : Achtste monitoringsbrief zero-emissiezones
30 175 Luchtkwaliteit
31 305
Mobiliteitsbeleid
Nr. 484
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 juni 2026
Op 17 december 2024 is een motie1 van lid Veltman aangenomen. Deze motie verzoekt de regering om vanaf 1 januari 2025
iedere twee maanden, of vaker indien nodig, aan de Tweede Kamer te rapporteren wat
de gevolgen van de ingestelde zero-emissiezones (ZE-zones) zijn voor de ondernemers
die nog niet aan de eisen kunnen voldoen of ondernemers die anderszins in de knel
komen.
Op 21 mei 2026 heeft de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat mij verzocht
om deze brief voortaan per kwartaal aan de Kamer te zenden2 in plaats van eens per twee maanden. Deze achtste monitoringsbrief heeft daarom betrekking
op de data van de maanden maart, april en mei 2026.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de invoering van hun ZE-zone en voor de monitoringsdata.
In bijlage 1 vindt u een overzicht van de verzonden waarschuwingsbrieven en boetes
per gemeente, binnen hun specifieke context.
Verder gaat deze Kamerbrief in op het aflopen van de overgangsregeling voor bestelauto’s
met emissieklasse 5 per 1 januari 2027. Daarbij wordt er aandacht besteed aan wat
dit betekent voor de laadvraag in en rondom de ZE-zones.
Data voor monitoring
Gemeenten constateren in hun ZE-zone ook in maart, april en mei 2026 een hoge nalevingsgraad.
Tussen de 99.81 en 99.98% van de bestel- en vrachtautopassages in de ZE-zones voldoet
aan de toegangsregels. Dit percentage is inclusief vrijgestelde en ontheven voertuigen.
Ondernemers die nog niet aan de gestelde eisen voldoen, worden ondersteund door gemeentelijke
adviseurs (logistiek makelaars). Daarnaast kunnen zij ontheffingen aanvragen, zoals
de landelijke ontheffing voor situaties waarin nog geen geschikt elektrisch alternatief
beschikbaar is.
Bijlage 1 geeft een overzicht van de verstuurde boetes en waarschuwingsbrieven per
gemeente. Vanwege de specifieke lokale context zijn de aantallen niet eenvoudig onderling
te vergelijken. Factoren zoals de plaatsing van het nieuwe verkeersbord, de omvang
van een zone en de duur van de periode tussen het versturen van waarschuwingsbrieven
en het daadwerkelijk opleggen van boetes spelen een rol. Veel gemeenten hebben de
afgelopen maanden de verkeersborden vervangen, waarna twee maanden geen boetes worden
opgelegd.
Cijfers Centraal Loket
Gemeenten hebben samen met de RDW een Centraal Loket ingericht, waar ondernemers op
één centrale plek een ontheffingsaanvraag kunnen indienen. Vanuit dit loket worden
aanvragen namens de gemeenten op een uniforme en geharmoniseerde wijze beoordeeld
en afgehandeld. Langdurige ontheffingen krijgen in de meeste gevallen een landelijke
geldigheid en zijn daarmee van kracht in alle gemeenten waar een ZE-zone van toepassing
is.
Langdurige ontheffingen
Sinds het Centraal Loket op 1 juli 2024 is geopend, zijn er 7.638 aanvragen voor langdurige
ontheffingen binnengekomen.
Figuur 1. Totaal aantal aangevraagde langdurende ontheffingen bij het Centraal Loket, uitgesplitst
per maand sinds de opening op 1 juli 2024.
Hieronder is te zien hoe deze aanvragen zijn verdeeld over de verschillende typen
ontheffingen. Bij 1.194 ontheffingen ging het om een lokale ontheffing.
Tabel 1. Verdeling van aantallen landelijke ontheffingen sinds de opening op 1 juli
2024.
Type ontheffing
Aantal
Percentage
Particulier gebruik bedrijfs- en vrachtauto
3.179
42%
Een bedrijfs- en vrachtauto's dat vanwege een handicap is aangepast
547
7%
Bijzondere voertuigen met een DET tot 13 jaar oud
445
6%
Voertuigen die emissieloos niet verkrijgbaar zijn
1.727
23%
In verband met de levertijd van een vervangend emissieloos voertuig
365
5%
In verband met bedrijfseconomische omstandigheden
683
9%
In verband met de afwijkingsbevoegdheid – Hardheidsclausule (gemeentelijke ontheffing)
511
7%
In verband met netcongestie
115
2%
Overige categorie (verlengingen en dierenambulances)
66
1%
Van de afgehandelde aanvragen (1 juli 2024 tot en met 31 mei 2026) voor een landelijke
ontheffing is 89% toegekend. Van de aanvragen is 8% buiten behandeling gesteld, bijvoorbeeld
omdat de aanvraag is ingetrokken of omdat ondanks een verzoek geen aanvullende informatie
is aangeleverd. Daarnaast is 3% afgewezen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer
een aanvraag wordt ingediend onder de categorie «niet-emissieloos verkrijgbaar», terwijl
het voertuig volgens de geldende criteria wél emissieloos beschikbaar is. Ook kan
een aanvraag worden afgewezen wanneer de indiener verklaart dat het voertuig uitsluitend
voor particuliere doeleinden wordt gebruikt, terwijl uit de ingediende documentatie
blijkt dat dit niet het geval is.
Dagontheffingen
Dagontheffingen worden per gemeente uitgegeven en zijn sinds de invoering van de ZE-zones
een periode geleidelijk toegenomen. Na het aflopen van de eerste waarschuwingsperiodes
op 1 juli 2025 is het aantal dagontheffingen verder gestegen. In de periode maart
t/m mei is het aantal dagontheffingen stabiel gebleven ten opzichte van de periode
hiervoor.
Vragen via redactie opwegnaarZES.nl
De website www.opwegnaarZES.nl is de algemene informatiewebsite van de rijksoverheid over ZE-zones. Een overzicht
van het aantal bezoekers van de website en het aantal vragen dat binnengekomen is
per maand staat in de onderstaande tabel weergegeven.
Jaar
’24
’25
’26
Onderdeel van opwegnaarZES.nl
D
J
F
M
A
M
J
J
A
S
O
N
D
J
F
M
A
M
Websitebezoek actieve gebruikers (x1000)
39
33
19
29
33
20
27
38
15
28
21
23
26
16
13
13
12
20
Aantal paginabezoeken (x1000)
236
232
139
211
228
134
170
194
102
143
127
128
145
110
92
91
78
127
Gesprekken AI Chatbot (x1000)
16,5
16,5
10,8
16,2
13,2
7,7
4,6
4,1
3,3
4,8
2,6
1,8
1,4
1,2
1,0
0,8
0,6
0,8
Vragen aan redactie per email
308
487
281
336
283
172
208
246
87
102
76
88
79
80
81
82
83
84
Beëindiging overgangsregeling bestelauto’s met emissieklasse 5
Per 1 januari 2027 loopt de overgangsregeling voor bestelauto’s met emissieklasse
5 af. Vanaf dat moment moeten ook deze voertuigen voldoen aan de toegangsregels van
de ZE-zones en kunnen zij niet langer zonder meer de zones inrijden. Richting deze
datum wordt door zowel het Rijk als de gemeenten en branchepartijen uitgebreid gecommuniceerd
met voertuigeigenaren met een bestelauto met emissieklasse 5. In 2025 ontvingen zij
voor het eerst een brief van de RDW. In mei en juni 2026 zijn/worden opnieuw brieven
verstuurd vanuit de RDW. In deze brieven worden ondernemers geïnformeerd over het
aflopen van de overgangsregeling en over hun handelingsperspectief. Daarnaast is er
een landelijke campagne gestart om voertuigbezitters te informeren, online en op de
radio. Ook op www.opwegnaarZES.nl kunnen ondernemers terecht voor meer informatie en tips. Daar is onder meer een kentekenchecker
beschikbaar waarmee zij kunnen nagaan tot wanneer ze toegang hebben. Daarnaast kunnen
ondernemers kosteloos gebruikmaken van logistiek makelaars, die gratis advies op maat
bieden over de mogelijkheden om zich voor te bereiden op de overgang naar emissievrije
mobiliteit.
De RDW verstuurt brieven aan circa 182.000 voertuigeigenaren met een bestelauto met
emissieklasse 5. In totaal zijn er ongeveer 220.000 bestelauto’s met emissieklasse
5 in Nederland, maar zij komen niet allemaal (regelmatig) in de ZE-zones. Vanwege
privacy-redenen is het niet mogelijk om inzicht te krijgen in het aantal unieke Euro-5
voertuigen dat de ZE-zones inrijdt. Op basis van de geanonimiseerde data die wel beschikbaar
is, heeft de Specialisten Pool Experts Stadslogistiek (SPES) een inschatting gemaakt
van hoeveel bestelauto’s te maken krijgen met het aflopen van de overgangsregeling
per 1 januari 2027. Hieruit blijkt dat ongeveer 15% van de unieke bestelautopassages
in de zones emissieklasse 5 betreft. De ruwe inschatting is dat ongeveer 35.000 bestelauto’s
met emissieklasse 5 regelmatig (minstens één keer per maand) de ZE-zones binnenkomen.
Een deel hiervan zal in aanmerking komen voor (dag-)ontheffingen, bijvoorbeeld als
zij minder dan 12 keer per jaar per stad binnenrijden. De rest zal de bedrijfsvoering
moeten aanpassen, bijvoorbeeld door over te stappen op elektrisch vervoer of een tweedehands
Euro-6 voertuig aan te schaffen.
Laaddruk in en rondom de ZE-zones
De ondernemers die de overstap naar emissieloos vervoer maken moeten kunnen laden.
Om voldoende laadpunten voor elektrisch vervoer te realiseren en te zorgen dat dit
aantal meegroeit met de toename van elektrisch vervoer werken overheden, laadpaalexploitanten
en netbeheerders samen in de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL)3. In de Kamerbrief «Regionale uitrol laadinfrastructuur» wordt u jaarlijks geïnformeerd
over de voortgang van de NAL4.
De NAL voert over het jaar 2025 een laaddrukanalyse uit, waarin wordt gekeken naar
de bezettingsgraad van de publieke laadpalen in de vijf drukste uren van de week.
Deze analyse wordt later in 2026 gepubliceerd, maar op basis van interne NAL-data
is al wel iets te zeggen over de laaddruk in gemeenten met ZE-zones en de omliggende
gemeenten. Er zijn vier resultaten mogelijk, variërend van druk tot rustig. Uit de
analyse volgt dat het zelfs in de vijf drukste uren van de week bij 53% van de laadpalen
in gemeenten met of aangrenzend aan een ZE-zone rustig is. Tijdens diezelfde uren
is er bij 21% van de laadpalen daadwerkelijk sprake van drukte. Buiten deze vijf drukste
uren per week is er (veel meer) beschikbaarheid. Naast publieke laadpalen zijn er
ook private laadvoorzieningen. Omdat hierover geen data beschikbaar is, zijn deze
niet meegenomen in de analyse. De totale beschikbare laadcapaciteit ligt daardoor
hoger dan hier wordt weergegeven, aangezien een deel van de ondernemers thuis of op
het eigen bedrijventerrein kan laden.
Het Nationaal Laadonderzoek is een jaarlijkse grootschalige enquête onder Nederlandse
EV-rijders, naar hun ervaringen over het opladen van elektrische voertuigen. Het onderzoek
wordt uitgevoerd door RVO, Elaad en de Vereniging Elektrische Rijders (VER), in samenwerking
met de NAL. Op basis van enquête-data uit dit onderzoek heeft RVO een nadere analyse
gedaan van de beschikbaarheid van publieke laadpalen in gemeenten met een ZE-zone
of grenzend daaraan. Hieruit blijkt dat 12% van de respondenten aangeeft dat er «altijd»
(10 van de 10 keer) een publieke laadpaal beschikbaar is. Voor 46% is dit «meestal»
(9 van de 10 keer) het geval. Voor 35% «regelmatig (6 van de 10 keer). In 6% «af en
toe» (4 van de 10 keer) en in 1% van de gevallen «bijna niet» (1 van de 10 keer).
Deze cijfers wijken af van de bovenstaande percentages, omdat het hier gaat om enquête-data
gericht op ervaringen van gebruikers. Het valt ook niet te achterhalen of deze gebruikers
op de drukste of rustige momenten een laadpaal zochten. Al met al laten deze cijfers
wel zien dat er regelmatig tot meestal een laadpaal beschikbaar is in ZE-zones, wanneer
de gebruiker deze nodig heeft.
Kortom, op dit moment is er een uitgebreid bestaand publiek netwerk aan laadinfrastructuur.
De verwachting is dat er in principevoldoende ruimte is om de elektrificatie voor
de groep bestelauto’s met emissieklasse 5 te faciliteren. Ondernemers die vanwege
netcongestie niet kunnen elektrificeren, komen in aanmerking voor de ontheffing netcongestie.
De ontwikkeling van laadcapaciteit blijft mijn aandacht houden, ook in relatie tot
netcongestie en de verdere ingroei binnen de ZE-zones. De NAL blijft de laaddruk monitoren,
ook in samenwerking met de partners van de UAZ.
Inbreng koepelorganisaties ONL en MKB-Nederland
Er zijn ten aanzien van de vorige brief geen nieuwe inzichten vanuit deze partijen
opgehaald.
Conclusie achtste monitoring
De eerste vijf maanden van dit jaar zijn rustig verlopen. We blijven streven naar
een balans tussen haalbaarheid voor ondernemers en een prikkel voor emissieloze logistiek.
Er is een uitgebreid vangnet, dat goed gevonden wordt door ondernemers. We blijven
ook de rest van het jaar met alle relevante partijen in gesprek om de kansen en uitdagingen
rondom de ZE-zones in het zicht te houden. In aanloop naar 1 januari 2027 richten
de betrokken partijen zich op het informeren van bezitters van bestelauto’s met emissieklasse
5, zodat zij zich tijdig kunnen voorbereiden op het aflopen van de overgangsregeling.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Indieners
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat