Brief regering : Betaalbaarheid van het Openbaar Vervoer
23 645 Openbaar vervoer
Nr. 904
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 juni 2026
Betaalbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde voor een toegankelijk en aantrekkelijk
openbaar vervoer. Het openbaar vervoer stelt mensen in staat om deel te nemen aan
werk, onderwijs, zorg en sociale activiteiten. Juist in een periode waarin veel huishoudens
de gevolgen van stijgende kosten ervaren, is het van belang dat reizen met het openbaar
vervoer betaalbaar blijft. Daarom vormt betaalbaarheid een van de speerpunten van
mijn inzet voor het openbaar vervoer,
samen met het verbeteren van de regionale bereikbaarheid. Wat mij betreft gaat dat
hand in hand.
Tegen deze achtergrond heeft de Kamer met de motie van het lid Klaver c.s. aandacht
gevraagd voor maatregelen die het openbaar vervoer voor reizigers financieel aantrekkelijker
maken.1 Met de introductie van Nederland Dal Vrij Trein van 15 juni tot en met 31 augustus,
is uitvoering gegeven aan het eerste deel van deze motie. Tegelijkertijd vraagt de
motie ook om een bredere verkenning naar mogelijkheden om de betaalbaarheid van het
openbaar vervoer structureel te versterken.
Ik informeer de Kamer in deze brief over de vervolgstappen die het Rijk, de decentrale
overheden en vervoerders gezamenlijk zetten om de betaalbaarheid van het openbaar
vervoer verder te verbeteren.
Advies ABDTopconsult
Allereerst ben ik daarom blij om u het opgeleverde betaalbaarheidsonderzoek aan te
bieden.2 Ik heb dit onderzoek zelf op de Dag van het OV mogen ontvangen. Hierbij geef ik invulling
aan mijn toezegging om de Kamer voor de zomer te informeren over de uitkomsten van
dit onderzoek.3
Om inzicht te krijgen in de uitdagingen en mogelijke oplossingsrichtingen is onderzoek
gedaan naar de betaalbaarheid van het openbaar vervoer. Dit onderzoek gaat over de
betaalbaarheid van het openbaar vervoer systeem in brede zin, niet alleen voor de
reiziger maar ook voor de overheid; de houdbaarheid en stabiliteit van de bekostiging
van het systeem. Het rapport roept op onder meer op tot meer regie vanuit het Rijk,
dat doelen moet bepalen, een koers uit moet zetten, moet kunnen monitoren en evalueren
en daarin de leiding moeten nemen. Daarmee beziet het rapport niet alleen het IenW
domein.
Ik ben erg blij met dit zeer goed leesbare rapport en de concrete knelpunten en mogelijke
interventies die worden voorgesteld. De komende zomer benut ik om het rapport van
ABDTopconsult te bespreken met mede overheden – die op verschillende plekken al invulling
geven aan bepaalde initiatieven en vervoerders, maar ook binnen het kabinet. Op basis
daarvan bereid ik de komende periode een kabinetsreactie voor waarin ik meer concreet
in wil gaan op de voorgestelde interventies uit het rapport en hoe ik daaraan invulling
wil geven. Ik herken veel van de aangestipte punten in het rapport en op onderdelen
sluit dat ook naadloos aan bij lopende initiatieven zoals publieke mobiliteit waarbij
we al in de praktijk kijken naar het efficiënter inrichten en meer kunnen doen met
de bestaande middelen. Ook de integrale blik ondersteun ik; we moeten kijken naar
het totale vervoerssysteem en ik voel ook de urgentie om ermee aan de gang te gaan,
willen we ons systeem betaalbaar houden nu en in de toekomst. Hiervoor is in relatie
tot betaalbaarheid een taskforce ingericht waarin de leden van het NOVB met elkaar
de verschillen opties verkennen.
NOVB Taskforce Betaalbaar ov
De sector en IenW voeren gesprekken in de NOVB Taskforce Betaalbaar ov. Deze Taskforce
richt zich op de betaalbaarheid van het ov voor de reiziger en kent drie sporen gericht
op (1) korte, (2) middellange en (3) lange termijn maatregelen rondom betaalbaarheid.
De actie Nederland Dal Vrij Trein voor € 49,– per maand gedurende 2,5 maand in de
zomerperiode past binnen het korte termijn spoor. Het onderzoek naar concrete vervolgmogelijkheden
op het gebied van betaalbaarheid voor het gehele ov past binnen het tweede spoor.
De maatregelen die mogelijk voortvloeien uit het advies van ABDTopconsult passen in
het derde.
Ik hecht er waarde aan de Kamer mee te nemen in de gezamenlijk met sectorpartijen
geformuleerde uitgangspunten voor een vervolg, waarbij onder andere aandacht is voor
de algemene betaalbaarheid en de betaalbaarheid voor bepaalde doelgroepen zoals mensen
met een laag inkomen (minima). Hiermee wordt ook voldaan aan de gevraagde voorbereiding
in de motie Klaver c.s.
De motie Klaver c.s. roept ook op om voorbereidingen te treffen voor een abonnement
waarmee in het gehele openbaar vervoer gereisd kon worden voor een vast bedrag per
maand in de daluren. De resultaten van het opgeleverde onderzoek van ABDTOPconsult
en de ervaringen met Nederland Dal Vrij Trein dienen daarvoor als input. Er bestaat
binnen de Taskforce behoefte aan een duidelijk vertrekpunt bij het ontwikkelen van
een eventueel nieuw reisproducten of abonnementen.
Vooral mensen met een laag inkomen hebben moeite met het betalen van ov, of ze blijven
thuis omdat ze een bepaalde reis niet kunnen maken. Dat is natuurlijk geen wenselijke
situatie. Ik heb u in het commissiedebat Spoor toegezegd hier nog een keer goed naar
te kijken.4 Hier is ook veel aandacht voor vanuit de sector. Maar met de huidige inrichting van
het stelsel moet er oog gehouden worden voor de verdeling van de bevoegdheden.
Op dit moment wordt dit soort ondersteuning vormgegeven via sectorafspraken. Waarbij
dergelijke producten soms onderdeel uit maken van (regionale) concessies, en soms
door vervoerders zelf worden aangeboden aan gemeenten in lijn met hun eigen business
case. Daarmee verschillende de soorten producten en tarieven per concessie.
Bij de totstandkoming van nieuwe landelijke producten binnen de Taskforce is er oog
voor de rol die gemeenten spelen bij het aanbieden van gratis en/of goedkoop ov aan
inwoners met lagere inkomens of van een bepaalde leeftijdscategorie. De gemeente is
immers verantwoordelijk voor het lokale armoedebeleid.5 Hiervan zijn in het stedelijk en regionaal ov in Nederland vele voorbeelden te vinden.
De ervaringen en lessen uit het traject met de Onderwegpas worden in de uitwerking
in de Taskforce uiteraard ook meegenomen.
De Taskforce neemt bij de verdere uitwerking hiervan meerdere uitgangspunten mee:
– Een heldere en goed beredeneerbare relatie is nodig tussen het beoogde doel, de beoogde
doelgroep en de te kiezen maatregel.
– Houd aandacht voor wat er al wordt aangeboden. Zo wordt in het regionaal ov gewerkt
aan een landelijk dekkend gratis reizen product voor kinderen onder de 12 die samen
reizen met een ouder. Tezamen met het Kids Vrij NS kunnen kinderen daarmee landelijke
gratis reizen. Ook is in veel gemeenten een aanbod voor goedkoper of gratis ov voor
minima.
– De beschikbaarheid van (structurele) rijksmiddelen. Betaalbaarder ov in de vorm van
proposities of structurele verlagingen betekent dat financiering moet worden vrijgemaakt,
los van gesuggereerde systeem ingrepen zoals benoemd in het ABDTopconsult rapport.
– Aandacht voor de business cases van de vervoerders is belangrijk. Zij werken via concessies
waarin veel afspraken zijn vastgelegd, waaronder over producten en tarieven. Een nieuw
(gesubsidieerd) product verandert de (financiële) balans van de concessies.
– Niet alle concessies kennen daluren, waardoor een landelijk dal-product op dit moment
niet uitvoerbaar is. Algemene kortingen of het koppelen van (bestaande) regionale
abonnementen met een abonnement voor het hoofdrailnet zijn beter haalbaar.
– Een abonnement voor onbeperkt reizen geniet niet de voorkeur en heeft tevens hogere
aanschafkosten. Dit is voor mensen met een kleinere beurs niet altijd een alternatief.6
– Veruit de meeste dagelijkse verplaatsingen van mensen zijn binnen de eigen regio.
Een breed afkoopproduct voor heel Nederland is daarom niet altijd de meest logische
keuze.
– Eventuele vervolginitiatieven komen beschikbaar op OVpay en niet meer op de ov-chipkaart.
Dat houdt in dat eventuele nieuwe initiatieven pas na migratie (voorzien in 2026 en
2027) beschikbaar kunnen komen.
Overig
Naast deze update over betaalbaarheid van het ov benut ik deze brief ook om in te
gaan op een motie naar aanleiding van het commissiedebat OV en taxi van 1 april jl.
Wervingscampagne voor meer medewerkers Veiligheid & Service (V&S) bij NS
Conform de motie-Van der Plas heeft NS inzicht gegeven welke acties worden ondernomen
bij de werving van V&S-personeel, inclusief de huidige wervingscampagne.7
Om de instroom van geschikte kandidaten te vergroten, zet NS in op een combinatie
van maatregelen. Dit betreft:
– De lopende grote nieuwe arbeidsmarktcampagne «de Buddy Check», ontwikkeld samen met V&S-collega’s: https://www.werkenbijns.nl/veiligheid-en-service-buddycheck
– Zogeheten V&S Experience Days op locaties in het land waar relatief veel behoefte is aan V&S-medewerkers, inclusief
praktijksimulaties.
– Online meet & greets om laagdrempelig geïnteresseerden te informeren en te binden.
– Naast korte video’s op social media en online kanalen zijn er langere video’s waarin
collega’s meer vertellen over een echte situatie uit hun werk. Ook zijn er commercials
te horen op onder andere Qmusic en NPO Radio 2.
– Vergroting van zichtbaarheid van het vak via media-exposure, waaronder programma’s
als Meldkamer Centraal (RTL5 en Videoland) en Amsterdam Centraal (National Geographic)
– Momenteel werkt NS aan de inrichting van een dedicated V&S-recruitmentteam, met focus
op structurele verbetering van kwalitatieve instroom, inclusief inzet op referral
(aandraagbonus)
De hierboven beschreven inspanningen bouwen voort op ervaringen uit eerdere campagnes
voor andere functiegroepen binnen NS. De arbeidsmarkt voor V&S-personeel is krap,
mede omdat andere werkgevers uit dezelfde groep werven. Denk aan werkgevers als Politie,
Defensie, uit de beveiligingsbranche, en andere (boa)werkgevers zoals gemeenten en
vervoerders. Door bovenstaande maatregelen lukt het NS om elke week nieuwe V&S-medewerkers
aan te nemen. Het aantal geschikte kandidaten blijft hierbij wel een aandachtspunt.
NS is zich ervan bewust dat het aantrekken en behouden van voldoende V&S-medewerkers
essentieel is voor de uitvoering en veiligheid in de trein en houdt hier continu nadrukkelijk
oog voor. Gelet op het bovenstaande acht IenW het verstandig dat NS eerst actief het
effect van de ingezette maatregelen monitort. Op basis daarvan kan NS, eventueel in
overleg met IenW, beoordelen of er aanvullende stappen nodig zijn.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Ondertekenaars
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat