Brief regering : Reactie op petitie 'Betrouwbare Toegang Nederlandse Vaarwegen' door KNWV van 12 mei 2026
36 800 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
Nr. 64
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 juni 2026
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft mij verzocht te reageren
op de petitie «Betrouwbare Toegang Nederlandse Vaarwegen» van het Koninklijk Nederlands
Watersportverbond (KNWV), die op 12 mei 2026 aan uw Kamer is aangeboden.
Allereerst wil ik de indieners danken voor hun betrokkenheid en voor het meedenken
in hoe we samen beter uitvoering kunnen geven aan de instandhoudingsopgave met oog
voor de bereikbaarheid en betrouwbaarheid van de Nederlandse vaarwegen. Nederland
staat voor een omvangrijke instandhoudingsopgave van bruggen, sluizen, tunnels en
andere infrastructuur. Deze werkzaamheden zijn noodzakelijk om de veiligheid, betrouwbaarheid
en beschikbaarheid van de wegen en vaarwegen ook op langere termijn te waarborgen.
De totale opgave is groter dan het beschikbare budget en wat maakbaar is voor Rijkswaterstaat.
De financiële opgave voor de instandhouding van de hoofdvaarwegen loopt mee in het
brede afweegproces dat momenteel wordt uitgewerkt voor de prioritering op de fondsen.
De Kamer is hierover in de Kamerbrief van 16 maart 2026 geïnformeerd1 en ontvangt voor het zomerreces een nadere toelichting op dit afweegproces.
We werken buiten hard aan de instandhouding van de vaarwegen en moeten tegelijkertijd
scherpe keuzes blijven maken. Dit leidt onvermijdelijk tot hinder. Ik realiseer mij
dat deze hinder voor vaarweggebruikers, ondernemers en recreatievaart aanzienlijk
kan zijn. Daarom zet ik mij in om de hinder waar mogelijk te beperken en erover te
communiceren.
Rijkswaterstaat past bij de werkzaamheden de Hinderaanpak2 toe. Zoals toegelicht in de technische briefing aan uw Kamer op 12 maart jl. bestaat
die aanpak uit slim plannen, slim bouwen en slim reizen, zowel voor wegen als voor
vaarwegen. Prioritering van de werkzaamheden vindt op dit moment plaats langs de indeling
van de vaarwegklasse en hinderklasse.
Daarbij is duidelijk dat met de toepassing van de Hinderaanpak niet alle hinder kan
worden voorkomen én dat het aantal oplossingen om de hinder te beperken voor vaarwegen
beperkter is dan voor wegen. De groeiende omvang van de opgave betekent helaas ook
dat werkzaamheden op meerdere plekken in het netwerk leiden tot grotere overlast voor
de vaarweggebruiker. Juist omdat hinder niet volledig kan worden voorkomen, is een
zorgvuldige afweging van belangen en een tijdige betrokkenheid van gebruikers van
groot belang bij de programmering en uitvoering van de werkzaamheden.
In de programmering en planning van de werkzaamheden heeft Rijkswaterstaat rekening
te houden met een scala aan belangen van verschillende doelgroepen. In de planfase
maakt Rijkswaterstaat gebruik van verschillende principes, waaronder rekening houden
met bedrijfsvoering van bedrijven langs de vaarweg en rekening houden met het recreatieve
vaarseizoen, van 1 april tot 1 oktober.
Daarbij probeert Rijkswaterstaat de input en belangen van de betrokkenen zo mogelijk
mee te nemen door op landelijk niveau via zijn gebruikerstafels (twee keer per jaar)
en overleg met branche- en belangenorganisaties te communiceren. Op regionaal niveau
gebeurt dit via de RWS-regio’s en regionale mobiliteitsorganisaties met regionale
belangenvertegenwoordigingen, zoals ondernemersverenigingen. Per project gebeurt dit
via omgevingsmanagement. Voor geplande werkzaamheden starten de contacten ruimschoots
voorafgaand aan de start van de uitvoering, afhankelijk van de hinderklasse.
We blijven de hinderaanpak verbeteren en daar helpen de signalen uit de petitie van
het KNWV bij. Zo is er een externe evaluatie uitgevoerd naar de werking van de beleidslijn
en hinderaanpak in de praktijk. De conclusies en aanbevelingen van deze evaluatie
worden betrokken in de actualisatie van de beleidslijn voor hinder3. Over de uitkomsten van de evaluatie wordt de Kamer nog voor de zomer geïnformeerd.
Ik blijf samen met Rijkswaterstaat, provincies, waterschappen en gebruikersorganisaties
werken aan een balans tussen noodzakelijke werkzaamheden en een zo betrouwbaar mogelijke
toegang tot de Nederlandse vaarwegen. De signalen uit deze petitie vormen daarbij
een waardevolle bijdrage.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Indieners
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat