Brief regering : Voortgang kabinetsreactie op het onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar fouten bij de WIA en verbetering organisatie(cultuur) UWV
26 448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
Nr. 895
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 juni 2026
Op 19 december 2025 heeft u de kabinetsreactie ontvangen op het rapport van de Algemene
Rekenkamer over fouten bij de WIA1. Mijn ambtsvoorganger heeft toegezegd u rond de zomer over de voortgang te informeren.
Op 7 april 2026 heb ik per brief een aantal maatregelen aangekondigd die UWV treft
gericht op verbetering van de organisatie(cultuur)2. In deze brief informeer ik u over de voortgang van de in deze brieven aangekondigde
maatregelen.
1. Stand van zaken kabinetsreactie op het rapport van de Algemene Rekenkamer over
fouten bij de WIA
De Algemene Rekenkamer oordeelde dat de kwaliteit van met name de sociaal-medische
dienstverlening niet op orde was en dat het toezicht daarop vanuit SZW onvoldoende
scherp was. Zoals aangegeven in de brief van 19 december 2025 zetten UWV en SZW zich
in om de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer zo effectief mogelijk op te volgen,
ieder vanuit de eigen rol, maar ook in de samenwerking. UWV werkt hard aan verbetering
van de kwaliteit van de dienstverlening en de kwaliteitsbeheersing. SZW zorgt voor
(wettelijke) kaders en verantwoordingsafspraken en ziet er op toe dat belangrijke
systemen en interne processen, zoals de financiële controlesystemen, het kwaliteitsmanagement
en het risicomanagement, er zijn en functioneren. Samen moeten UWV en SZW ervoor zorgen
dat met behulp van duidelijke uitvoeringsinformatie, structureel zicht is op mogelijke
knelpunten en risico’s bij de uitvoering van de dienstverlening, zodat tijdig wordt
gehandeld als dat nodig is. In 2026 zijn inmiddels tal van maatregelen in gang gezet
en worden de eerste resultaten geboekt, zoals weergegeven in het vervolg van deze
brief. Tegelijkertijd heeft het tijd nodig om de ingezette veranderingen te realiseren,
te borgen en stapsgewijs vooruitgang te boeken, terwijl duizenden UWV-ers zich in
het hier en nu inzetten voor de dagelijkse dienstverlening aan burgers en bedrijven.
2.1 Verbeteren kwaliteit dienstverlening en kwaliteitsmanagement
In de loop der jaren zijn verschillen ontstaan tussen kantoren en organisatieonderdelen
binnen UWV, onder meer in kwaliteitsdefinities en werkwijzen voor beheersing en ontwikkeling
van kwaliteit. Deze verschillen zorgen voor complicaties en tonen het belang aan van
uniformering van processen en systemen zodat de kwaliteit van de dienstverlening verbetert
en cliënten te maken krijgen met één UWV en dezelfde dienstverlening krijgen en ervaren.
UWV erkent dit belang en werkt daartoe aan een drietal initiatieven.
2.1.1 Programma Kwaliteit op orde
UWV heeft het programma Kwaliteit op Orde in november 2025 gestart met als doel de
organisatie in staat te stellen de kwaliteit van dienstverlening goed en uniform te
monitoren, en aantoonbaar continu te verbeteren. In 2026 worden in overleg met SZW
uniforme kaders (definities, normen, meetmethodes) ontwikkeld en vastgelegd. In 2027
volgt de implementatie binnen de organisatieonderdelen en het verder versterken van
de lerende organisatie. Inmiddels is het UWV-brede beheersingsraamwerk gedefinieerd
en is, als vertrekpunt van verbetering, een nulmeting uitgevoerd van de huidige kwaliteitssystematiek.
Tevens zijn eerste kwaliteitsdefinities en kwaliteitsnormen geconcretiseerd. De andere
kaders, waaronder verantwoordelijkheden, normen en rapportages, procesbeheersing en
signaalmanagement, worden gefaseerd vastgesteld na consultatie van de werkvloer. Daarnaast
is een Kwaliteits- en Risicocomité ingericht, dat onder voorzitterschap van een lid
van de Raad van Bestuur van UWV de kwaliteit van dienstverlening en de beheersing
van (kwaliteit)risico’s in de uitvoering monitort. Hiermee is de bestuurlijke aandacht
voor het thema kwaliteit versterkt en geborgd. De komende periode staat in het teken
van de verdere ontwikkeling van de kwaliteitskaders, alsook de voorbereiding op brede
implementatie in 2027, met aandacht voor verschillen in volwassenheid tussen organisatieonderdelen
en het versterken van sturing op kwaliteit.
2.1.2 Verandermotor
Met de invoering van de Verandermotor werkt UWV aan een nieuwe manier van realiseren
van veranderingen in de dienstverlening en IT. Doel is om beter te kunnen prioriteren,
sneller te veranderen, fouten te voorkomen en vernieuwingen effectiever door te voeren.
Vanuit een uniforme werkwijze worden veranderingen beter en merkbaarder doorgevoerd
in de dienstverlening ten behoeve van cliënten en werkgevers en de ondersteuning van
medewerkers van UWV. Binnen de Verandermotor werken multidisciplinaire teams samen
om werkprocessen en systemen te verbeteren, waarbij aandacht is voor vakontwikkeling
en professionele groei van medewerkers. Per 1 mei 2026 is de eerste fase van start
gegaan met de inrichting van een aantal nieuwe teams. Eind 2026 start de tweede fase,
waarna begin 2027 de laatste nieuwe teams van start gaan. Om de voortgang te volgen
worden dashboards ontwikkeld die inzicht geven in de mate waarin sneller en effectiever
wordt veranderd. Vanaf de zomer van 2026 zullen de eerste resultaten zichtbaar worden.
Leiderschap en cultuur zijn aandachtspunten voor de Verandermotor en integraal onderdeel
van de veranderaanpak.
2.1.3 Ontwikkelagenda sociaal-medische dienstverlening
Over de Ontwikkelagenda sociaal-medische dienstverlening, bedoeld om de basis op orde
te krijgen, wordt u geïnformeerd in de voortgangsbrief over dit onderwerp, die u gelijktijdig
ontvangt.
2.2 Verbetering sturing, toezicht en samenwerking tussen SZW en UWV
Een algemeen punt van de Algemene Rekenkamer is om meer scherpte aan te brengen in
de sturing van SZW. Dit heeft betrekking op de gesprekken die UWV en SZW op alle niveaus,
zowel formeel als informeel, voeren, de verantwoordingsdocumenten die UWV levert en
de afspraken over informatievoorziening. Verbetering hiervan is een continu proces
waarover SZW en UWV volop in gesprek zijn. Hierbij gaat het naast de afspraken rond
informatievoorziening en verantwoording (zie paragraaf 2.2.3) ook om werkwijze, expertise,
houding en gedrag etc. Tezamen vormt dit de invulling van de motie Ceder (Christenunie)
om voldoende geïnformeerd te worden over de geleverde kwaliteit door uitvoeringsorganisaties.3 De leerpunten uit de afspraken met UWV worden ook meegenomen in de relatie met de
SVB.
2.2.1. Inhoudelijk toezicht op de bedrijfsvoering van UWV
De Algemene Rekenkamer riep SZW op «het inhoudelijk toezicht op UWV te versterken om zich te verzekeren van de juistheid
van de informatie over de rechtmatigheid van uitkeringen» en te zorgen voor «voldoende kennis en diepgang. zodat de risico’s in de beheersing van kwaliteit worden
herkend, geduid en kritisch besproken». In de afgelopen maanden zijn afspraken gemaakt tussen SZW en de Auditdienst van
UWV om de samenwerking te intensiveren. Dit versterkt de informatiepositie van SZW.
Deze samenwerking omvat onder meer:
– Betere benutting van bestaande onderzoeken en rapportages;
– Aandragen en bespreken van onderzoeksonderwerpen;
– Periodiek overleg tussen SZW en de directeur van de Auditdienst en de voorzitter van
de Audit Advies Commissie (AAC).
Verder geeft SZW opvolging aan de oproep voor voldoende kennis en diepgang door aanwezige
expertise binnen SZW beter bijeen te brengen, onder meer op het gebied van financiën,
ICT, kwaliteits- en risicomanagement en opdrachtgeverschap. Hiermee worden krachten
gebundeld en de aanwezige kennis verdiept en beter benut. Verder blijft SZW periodiek
evalueren of verbetering mogelijk is in het inhoudelijk toezicht op de bedrijfsvoering
van UWV.
2.2.2. Inzicht in financiële risico’s op onjuiste uitkering
De Algemene Rekenkamer adviseerde UWV en SZW in haar onderzoek «binnen de wettelijke kaders een rechtmatigheidsdefinitie voor de WIA (en eventueel
andere uitkeringen) te ontwikkelen die representatief is voor het risico dat mensen
te veel of te weinig uitkering ontvangen», en «zorg dat de rechtmatigheidsdefinitie aansluit bij de kwaliteitsdefinitie».
Dit omdat het huidige WIA-rechtmatigheids-percentage geen goed beeld geeft van het
totaal aan fouten in WIA-uitkeringen en het (financiële) risico van burgers op een
onjuiste uitkering (zie kader).
Financiële rechtmatigheid WIA
Dit financiële rechtmatigheidscijfer heeft uitsluitend betrekking op nieuwe financiële
fouten of onzekerheden in het betreffende verslagjaar, afgezet tegen het totaal aan
WIA-uitkeringslasten. WIA uitkeringen zijn over het algemeen langlopend. Bij de meeste
WIA-uitkeringen in de steekproef heeft de claimbeoordeling daarom al eerder plaatsgevonden,
dat wil zeggen vóór het verslagjaar. Geconstateerde oude fouten worden daarom niet
meegenomen in het rechtmatigheidspercentage. Daarnaast – zoals ook opgemerkt door
de Algemene Rekenkamer – tellen onjuiste sociaal-medische beoordelingen door verzekeringsartsen
en/of arbeidsdeskundigen niet mee bij de berekening van het rechtmatigheidspercentage.
Conform de kabinetsreactie zijn UWV en SZW hiermee aan de slag langs twee lijnen:
(1) verrijken verantwoordingsinformatie rechtmatigheid en (2) verkennen aanpassing
rechtmatigheidsdefinitie.
1) UWV heeft de verantwoordingsinformatie over rechtmatigheid vanaf het jaarverslag van
2024 uitgebreid met een toelichting op de gepresenteerde cijfers. In het jaarverslag
van 2025 is deze informatie verrijkt met bijvoorbeeld meer inzicht in de financiële
gevolgen voor mensen. In het verslagjaar over 2026 wordt de informatie over zogenaamde
oude en nieuwe fouten verder uitgebreid.
2) SZW en UWV hebben samen verkend welke aanpassingen in de definitie of systematiek
bijdragen aan meer betekenisvolle verantwoordingsinformatie over rechtmatigheid. UWV
gaat voor het verslagjaar 2027 specifiek voor de WIA een pilot uitvoeren, waarbij
de systematiek van de meting van financiële rechtmatigheid wordt aangepast. Hierdoor
komt meer focus op nieuwe WIA-vaststellingen. De uitkomsten bieden meer inzicht in
het «huidige handelen» van UWV en daarmee in de actuele staat van de dienstverlening.
De rechtmatigheidsmeting wordt hiermee meer in lijn gebracht met de reguliere kwaliteitsmetingen,
waardoor de uitkomsten beter vergelijkbaar zijn. Bij een succesvolle pilot gaat UWV
de nieuwe systematiek ook toepassen op andere wetten, zoals de Wajong, WW en Ziektewet.
UWV toetst de kwaliteit van het sociaal-medisch handelen als onderdeel van de reguliere
kwaliteitscontroles. De financiële rechtmatigheid en kwaliteitsmetingen gezamenlijk
geven vanuit verschillende invalshoeken een beter beeld van de kwaliteit van de dienstverlening
inclusief de financiële juistheid van uitkeringen. Het (sociaal-)medisch oordeel zelf
is een professioneel en tijdgebonden oordeel, dat moeilijk achteraf objectief te toetsen
en lastig financieel te kwantificeren is. Het sociaal-medisch oordeel maakt daarom
geen deel uit van de financiële rechtmatigheidsmeting.
2.2.3. Informatievoorziening en verantwoording
In lijn met de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer is het van belang dat informatie
over de kwaliteit van de dienstverlening, de staat van de organisatie en mogelijke
risico’s bij de uitvoering naar boven komen en SZW bereiken, zodat UWV en SZW daarover
het gesprek kunnen voeren, tijdig kunnen bijsturen en gemaakte afspraken worden opgevolgd.
Dit voorjaar is een traject gestart langs drie lijnen:
1. Herijking: Nagaan of de huidige beschrijving van rollen en verantwoordelijkheden en
de bestaande (wettelijke) kaders nog aansluit bij de dagelijkse praktijk en de actuele
maatschappelijke en politieke context en waar nodig aanpassen.
2. Concretisering: Actualisering van de huidige set van waarden, doelen en (prestatie-indicatoren)
waarop wordt gestuurd en beschrijven van de bijpassende wijze van informatievoorziening
3. Borging: Werkend maken van de onder 1 en 2 gemaakte afspraken en zorgen dat deze doorwerken
in houding en gedrag.
Onderdeel 1 en 2 zijn op dit moment in uitvoering. Vanaf 2027 en verder zullen UWV
en SZW zich richten op de borging.
2.2.4. Risicodialoog UWV en SZW
SZW wil met UWV scherper het gesprek voeren over de dilemma’s en risico’s bij de uitvoering
van de dienstverlening en de maatregelen om deze risico’s te verminderen. UWV is vorig
jaar gestart met het systematisch inventariseren van risico’s en per kwartaal deze
risico’s te bespreken binnen de Raad van Bestuur als onderdeel van een lerende aanpak.
Op basis van deze informatie bespreekt SZW sinds begin dit jaar met UWV elk kwartaal
systematisch risico’s, dilemma’s en gekozen handelingsperspectieven. Doel is om een
gezamenlijk beeld te vormen over de ontwikkelingen in de dienstverlening en de organisatie
waarop UWV monitort en stuurt, zodat signalen worden opgepakt en er kan worden bijgestuurd.
Ook wordt intensiever het gesprek gevoerd over het geheel van beleidsvoornemens. Dit
biedt de mogelijkheid om samenloop van (beleids)wijzigingen vroegtijdig in kaart te
brengen, knelpunten te adresseren en gezamenlijk prioriteiten te stellen.
2.2.5 Overige punten
In de kabinetsreactie van 19 december 2025 werd tot slot nog ingegaan op een tweetal
punten:
– Aanvullende sturingsvormen: In de kabinetsreactie is op basis van een verkenning naar
aanvullende sturingsvormen aangekondigd om mogelijke verbeteringen in de cliëntparticipatie
(horizontale sturing) te bezien, onder andere in opvolging van de motie Patijn (GroenLinks-PvdA)4. Cliëntparticipatie is ook een onderwerp van de wettelijk verplichte vijfjaarlijkse
evaluatie van het SUWI-stelsel, die u na de zomer ontvangt. In de kabinetsreactie
op deze evaluatie zullen maatregelen worden opgenomen om de aangekondigde versterking
van de cliëntparticipatie in het sociaal domein gestalte te geven.
– Vereenvoudiging WIA: Hierop wordt ingegaan in de voortgangsbrief sociaal-medische
dienstverlening die u gelijktijdig ontvangt en in de voortgangsbrief brief Routekaart
Hervormingsagenda inkomensondersteuning die u voor het zomerreces ontvangt.
3 Stand van zaken Opvolging van de maatregelen om de organisatie(cultuur) bij UWV
te verbeteren
UWV heeft, zoals op 7 april aangekondigd, op mijn verzoek een plan opgesteld gericht
op verbetering van de organisatie(cultuur) (bijgevoegd als bijlage). In het plan beschrijft
UWV de kernwaarden die UWV als organisatie wil uitdragen, de organisatie-ontwikkeling
die de Raad van Bestuur vorig jaar in gang heeft gezet en wat uit beschikbare data
uit het meest recente medewerkersonderzoek blijkt.
UWV heeft de afgelopen jaren reeds diverse initiatieven getroffen.
Aanvullend op bestaande maatregelen treft UWV de volgende maatregelen:
– Bespreken en aanspreken: UWV zet een moreel leertraject op waarmee leidinggevenden
en medewerkers een laagdrempelig en praktisch handvat krijgen dat hen helpt te komen
tot een handelingsperspectief bij een moreel dilemma. Deze zomer start een pilot.
– Leiderschapsontwikkeling: UWV investeert verder in de ontwikkeling van leidinggevenden.
Doel is richtinggevend en faciliterend leiderschap te creëren. Specifiek binnen de
Verandermotor zijn ontwikkellijnen ingericht en ondersteunen tijdelijke transitiecoaches
bij het vasthouden van de uniforme werkwijze en het gewenste gedrag, zodat de gewenste
nieuwe patronen ontstaan. Daarnaast start in juni 2026 de pilot voor uniforme onboarding
voor nieuwe leidinggevenden.
– Signaalmanagement: Naast het op orde brengen van het kwaliteitsmanagementsysteem is
ook een speerpunt van het programma Kwaliteit op Orde om het signaalmanagement verder
te ontwikkelen, onder andere door het inrichten van een register waarin signalen uit
verschillende bronnen worden samengevoegd, geduid en geanalyseerd, zodat passende
maatregelen kunnen worden genomen. De eerste stap is het centraal registreren van
de bevindingen van toetsen en audits. Dat wordt voor het einde van dit jaar gerealiseerd.
– De wervingsprocedure voor het extra lid van de Audit Adviescommissie (AAC), met als
aandachtspunt organisatie-, leiderschaps- en cultuurontwikkeling wordt naar verwachting
in juli afgerond.
– De aangekondigde visitatiecommissie toetst komend najaar in hoeverre de organisatieveranderingen
die UWV doorvoert bijdragen aan de gewenste cultuur en herhaalt de werkzaamheden een
jaar later. UWV heeft prof. Dr. Zeger van der Wal bereid gevonden om deze commissie
voor te zitten.
Tot slot heeft UWV naar aanleiding van de signalen over het district Groot Amsterdam
een onderzoek ingesteld naar het werk- en opleidingsklimaat voor verzekeringsartsen.
Hierbij wordt ook breder gekeken naar andere districten. UWV verwacht de uitkomsten
van dit onderzoek dit najaar.
Dit pakket maatregelen, dat UWV in overleg met SZW voortvarend heeft getroffen, geeft
mij in combinatie met de ingezette organisatieverandering het vertrouwen dat goede
stappen worden gezet in de richting van een stabiele, publieke dienstverlener voor
burgers en bedrijven. Uiteraard volg ik de ontwikkelingen bij UWV nauwgezet en zetten
SZW en UWV zich in om de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer effectief op te
volgen. In de stand van de uitvoering blijf ik u informeren over de voortgang.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Indieners
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid