Brief regering : Hoofdlijnen en uitgangspunten nieuwe Wet wapens en munitie
33 033 Wapen- en munitiebezit
Nr. 40
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 juni 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister van Langdurige Zorg,
Jeugd en Sport (LJS), de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en de
Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), over de voorbereiding
van de nieuwe Wet wapens en munitie. In deze brief ga ik in op de aanleiding en noodzaak
voor het ontwikkelen van een nieuwe wet, de hoofdlijnen voor deze nieuwe wet en de
uitgangspunten op verschillende thema’s die richtinggevend zijn bij de ontwikkeling
van voorstellen voor nieuw beleid en wetgeving. Tot slot ga ik in op de vervolgstappen
en de planning voor het wetsvoorstel. Met deze brief geef ik tevens uitvoering aan
de toezegging van mijn voorganger aan het lid Mutluer (GroenLinks-PvdA) tijdens de
begrotingsbehandeling Justitie en Veiligheid op 29 januari jl. over een planning voor
de nieuwe Wwm.
Het primaire doel van de huidige Wet wapens en munitie is om de openbare orde en veiligheid
te beschermen door wapens en munitie te verbieden voor alle burgers. Daarnaast biedt
de wet een aantal mogelijkheden voor uitzonderingen op het wapenverbod waar een burger
een beroep op kan doen.1 Ook in de nieuwe wet is het uitgangspunt dat het bezit en gebruik van wapens voor
burgers verboden zijn. Tegelijkertijd wil het kabinet ruimte blijven bieden voor wettelijk
vastgestelde uitzonderingen op het wapenverbod voor burgers en daarbij duidelijk blijven
maken welke uitzonderingen mogelijk zijn, onder welke voorwaarden en met welk toezicht.
Uitzonderingen op het verbod op wapens gelden voor de jacht, faunabeheer, de schietsport,
schutterijen, musea, archeologie en particuliere wapenverzamelaars. Dit zogenaamde
gerechtvaardigd belang wordt bepaald door de verantwoordelijke Ministers op de beleidsterreinen
jacht en faunabeheer, cultuur en sport. Daarbij staat voorop dat het bezit en gebruik
van wapens in veel gevallen vanuit veiligheidsoogpunt goed verloopt. Tegelijkertijd
bestaan er zorgen en knelpunten, met name in situaties waarin geen sprake meer is
van zinvol en gerechtvaardigd wapenbezit of -gebruik door burgers. Dit is niet alleen
een gevaar voor de openbare orde en veiligheid, maar wapens toestaan aan burgers onder
de noemer van sport en hobbymatig verzamelen is niet altijd te rechtvaardigen naar
de samenleving. De samenleving moet kunnen begrijpen waarom de uitzonderingen worden
gemaakt en erop kunnen vertrouwen dat dit zorgvuldig wordt toegepast en gecontroleerd.
De zorgen komen ook voort uit grote incidenten met wapenvergunninghouders die hebben
plaatsvonden in het buitenland, zoals recent in Sydney, Oostenrijk, Servië en Zweden.
Maar ook in Nederland hebben er ernstige incidenten plaatsgevonden. Bekend is het
schietincident in Alphen aan den Rijn in 2011, maar ook recent in Stampersgat waar
een persoon (met een vergunning voor het verzamelen van wapens) in 2024 zijn buurman
doodde vanwege een parkeerruzie. En in Weiteveen, eveneens in 2024, waar een persoon
(met een jachtvergunning) twee mensen ombracht vanwege een ruzie over de verkoop van
een huis. Dergelijke incidenten zijn aanleiding om kritisch naar het stelsel te kijken,
zowel op de voorschriften en eisen die aan de persoon en aan het gebruik en bezit
van de wapens worden gesteld als de beoordeling en handhaving daarvan.2
Aanleiding nieuwe Wet wapens en munitie
In Nederland is met de inwerkingtreding van de Vuurwapenwet 19193 en de opvolger Wet wapens en munitie 19864 een algeheel verbod op wapens van toepassing voor alle burgers. Dit algehele verbod
is een eeuw geleden ingevoerd omdat wapens in handen van burgers als een groot gevaar
worden gezien voor de openbare orde en veiligheid en voor de veiligheid van andere
burgers. De wet biedt een aantal mogelijkheden voor uitzonderingen op het wapenverbod
waar een burger een beroep op kan doen, veelal via een aanvraag voor een wapenvergunning.
Deze uitzonderingen zijn in de wettelijke uitgangspunten stringent van aard en brengen
verantwoordelijkheid met zich mee, voor de wapenbezitter én voor de overheid. De wet
staat alleen wapens aan burgers toe als sprake is van een gerechtvaardigd belang.
Ook moeten er geen indicaties zijn die kunnen duiden op onbetrouwbaarheid van de persoon
of indicaties voor vrees voor misbruik door de persoon.
De laatste decennia is met name op de invulling van het gerechtvaardigd belang sprake
geweest van verruimingen. Zo is de feitelijke beslissingsbevoegdheid over welke wapens
en munitie zinvol zijn voor de schietsport en private verzamelingen aan de wapenverenigingen
zelf overgelaten. Dat is een taak voor de overheid, zoals ook blijkt uit uitspraken
van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.5 De overheid dient dan ook zelf de nadere kaders te ontwikkelen voor het gebruik van
wapens in de schietsport en voor culturele doeleinden. In diverse rechterlijke uitspraken
en adviezen wordt de overheid op deze verantwoordelijkheid gewezen.6 Voor jacht en faunabeheer zijn deze kaders al gedetailleerd uitgewerkt in de Omgevingswet
en onderliggende regelgeving, maar voor schietsport en culturele doeleinden nog niet.
Daarnaast is tijdens juridische procedures en in rechterlijke uitspraken geconcludeerd
dat bepaalde regels en voorschriften in de Wet wapens en munitie en onderliggende
regelgeving onvolledig, onduidelijk of ontoereikend zijn of zelfs geen juridische
grondslag hebben, en daarom niet meer toegepast mogen worden. Een voorbeeld is de
zogenoemde e-screener, een digitale vragenlijst waarmee indicaties voor de aanwezigheid
van risicofactoren op de psychische gesteldheid bij de aanvrager of houder van een
wapenvergunning konden worden opgemerkt, die in juli 2022 is opgeschort. Uit een onderzoeksrapport
van deskundigen van de Erasmus Universiteit van 2 mei 2022 dat was opgesteld in opdracht
van de Rechtbank Den Haag, bleek namelijk dat het instrument onvolledig was mede omdat
de uitkomsten van de vragenlijst niet werden beoordeeld door een psychologisch expert.7 Deze risicofactoren op psychische gesteldheid en het toetsingsinstrument e-screener
waren na uitvoerig onderzoek door het Trimbos Instituut en TNO opgesteld om uitvoering
te geven aan de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid over het schietincident
in Alphen aan den Rijn in 2011.8 Op dit moment is er nog geen toereikend alternatief gereed voor de beoordeling van
de psychische gesteldheid van de aanvrager en houders van wapenvergunningen.9 Ook worden nu geen eisen gesteld aan de fysieke gesteldheid waarmee kan worden bepaald
of een persoon fysiek nog in staat is om veilig en bekwaam met een wapen kan om te
gaan.
Regels en voorschriften die door rechterlijke uitspraken niet meer van toepassing
zijn verklaard, zijn veelal niet vervangen door alternatieven omdat die raken aan
de fundamenten van het stelsel. De uitvoering van het stelsel van vergunningverlening,
controle, toezicht en handhaving is hiermee onder druk komen te staan. Ook sluit de
wet niet aan bij de hedendaagse maatschappelijke en technologische ontwikkelingen,
zoals de ontwikkeling in de luchtdrukwapens. Tevens bestaat onvoldoende zicht op waar
vergunde munitie zich bevindt en of dit al dan niet weglekt richting het illegale
circuit. Daarnaast zijn de eisen voor kennis en bekwaamheid niet verankerd in regelgeving
(met uitzondering van jacht en faunabeheer). Verder ontbreekt een verplichte aansprakelijkheidsverzekering
(met uitzondering van jacht en faunabeheer) waardoor slachtoffers en nabestaanden
met hoge schade achterblijven omdat de veroorzaker niet altijd draagkrachtig is. Ook
zijn de kosten van het stelsel niet kostendekkend belegd. Een andere zorg betreft
het wapenbezit in huis bij de vergunninghouder waardoor de persoon 24 uur per dag
de beschikking heeft over werkende vuurwapens en munitie, terwijl deze uitsluitend
bedoeld zijn voor gebruik op een schietbaan of in een jachtgebied.
Verder kampen uitvoeringsdiensten die verantwoordelijk zijn voor de verlening van
de vergunningen en de controle, en het toezicht en de handhaving daarop met uiteenlopende
kwaliteits- en capaciteitsvraagstukken en leiden de onduidelijkheid en inconsistenties
in wet- en regelgeving tot variërende interpretaties tussen politie-eenheden. Tenslotte
is er onvoldoende gegevensdeling tussen betrokken diensten met als gevolg dat niet
volledig kan worden voorkomen dat personen met een hoger risico toch legaal een wapen
verkrijgen.
Mijn ambtsvoorgangers zijn begonnen met de voorbereidingen van een herziening van
de Wet wapens en munitie. In 2020 heeft de toenmalige Minister van Justitie en Veiligheid
uw Kamer geïnformeerd over deze voorgenomen herziening en de voorbereiding van een
nadere verkenning van een aantal knelpunten in het stelsel.10 Op verzoek van uw Kamer heeft een commissie een basisplan opgesteld voor een nieuwe
Wet wapens en munitie. In haar eindrapport adviseerde de Commissie Wet wapens en munitie
eind 2022 een wetswijziging te initiëren voor het oplossen van een aantal knelpunten
op de korte termijn. Daarbij werd ook geadviseerd om een traject op te starten om
de wet te vernieuwen en over enkele contouren voor de nieuwe wet.11
Bij de verdere uitwerking van de adviezen van de Commissie Wwm op de knelpunten voor
een tussentijdse wetswijziging, bleek dat de problematiek achter deze knelpunten raakt
aan fundamentele vraagstukken over legaal wapenbezit onder burgers. Om die reden heeft
de toenmalige Minister van Justitie en Veiligheid eind 2023 besloten direct over te
gaan op het ontwikkelen van een nieuwe wet in plaats van het aanpassen van de oude
wet.12 Alleen een nieuwe wet en een flinke verbeterslag in het stelsel kunnen zorgen voor
het oplossen van de knelpunten.
De periode tot de inwerkingtreding van de nieuwe wet kan lang duren. Sommige knelpunten
zijn echter acuut of zorgen voor veel onduidelijkheid. Om die reden zal getracht worden
om een aantal knelpunten waarvoor geen aanpassing in de wet nodig is, eerder tot uitvoering
te brengen. Zo verken ik – naar aanleiding van de technologische ontwikkelingen van
de laatste jaren en de recente berichtgeving in het AIVD-jaarverslag – of het mogelijk
is om in een versneld traject het voorhanden hebben van zware luchtdrukwapens te verbieden
door middel van een aanpassing van de Regeling wapens en munitie, vooruitlopend op
het wetsvoorstel voor de nieuwe Wwm.13
Stappen in de aanpak
Voor de ontwikkeling van nieuw beleid en wetgeving zijn in 2024 een interdepartementale
stuurgroep en projectgroep opgericht met medewerkers van de vier verschillende ministeries.
Hierbij wordt gebruikgemaakt van de Rijksbreed voorgeschreven methodiek van het Beleidskompas.
Als onderdeel van deze methodiek is eerst stilgestaan bij de ervaringen, trends, successen
en zorgen rondom legaal wapenbezit in het brede veld van stakeholders en in de samenleving.
De opgehaalde zienswijzen van circa 80 geïnterviewde stakeholders zijn gebundeld in
een bloemlezing (zie bijlage 2). Ook is een burgerconsultatie uitgevoerd (zie bijlage
3). Deze stukken vormen de basis van de hoofdlijnenvisie.
De hoofdlijnenvisie omvat de opgehaalde knelpunten in het stelsel. Op basis daarvan
heeft een nadere verdieping plaatsgevonden om de geïnventariseerde knelpunten in het
huidige stelsel beter in kaart te brengen. Ook worden de knelpunten verder geanalyseerd
in relatie tot mogelijke oplossingsrichtingen. De oplossingen worden meegenomen in
nieuw beleid en de nieuwe wet. Stakeholders uit het veld zijn en blijven actief betrokken
via gesprekken en sessies om de problematiek achter de knelpunten in het huidige stelsel
goed in kaart te brengen en mee te denken over oplossingen.
In de onderstaande paragrafen wordt de ontwikkelde hoofdlijnenvisie voor het legaal
vuurwapenbeleid toegelicht en de uitgangspunten die worden gebruikt als richtsnoeren
voor de ontwikkeling van oplossingsrichtingen voor in nieuw beleid en wetgeving.
Hoofdlijnenvisie legaal wapenbeleid
Het kabinet handhaaft in nieuw beleid en wetgeving de vertrekpunten van de huidige
wet: het bezit en gebruik van wapens door burgers is in beginsel verboden en uitzonderingen
op deze regel zijn alleen mogelijk als sprake is van een gerechtvaardigd belang en
geen indicaties bestaan van onbetrouwbaarheid of vrees voor misbruik door de betreffende
persoon. Uitzonderingen zijn verder slechts mogelijk voor specifiek afgebakende doeleinden
en er worden strenge eisen gesteld aan de aanvrager en het gebruik en/of bezit van
wapens. Bij het maken van een uitzondering op het wettelijk verbod om wapens te mogen
bezitten en/of te gebruiken, streeft de overheid naar het beperken van de risico’s
voor de samenleving en het beperken van incidenten.
Deze visie is gestoeld op artikel 11 van de Grondwet, waarin het recht op de onaantastbaarheid
van het lichaam is verankerd.14 Omdat wapens per definitie een verhoogd risico voor de veiligheid in de samenleving
vormen (en om die reden zijn verboden voor eenieder), worden uitzonderingen op het
verbod beperkt tot die gevallen waarin een zwaarwegend en publiek gerechtvaardigd
belang bestaat en de risico’s aantoonbaar beheersbaar zijn. De risico’s worden zoveel
mogelijk beperkt door hoge eisen te stellen aan de uitzonderingspositie die vergunninghouders
verkrijgen en (her)inrichting van het stelsel van toezicht gericht op de naleving
daarvan.
Deze hoofdlijnenvisie legaal wapenbeleid is van toepassing op vuurwapens alsook op
andere voorwerpen die als wapen zijn aangewezen in de huidige wet. Anders dan bij
de meeste andere wapens, is er bij vuurwapens een uitgebreid stelsel van vergunningverlening,
controle, toezicht en handhaving van toepassing. Bij de andere voorwerpen die in de
wet als wapens zijn aangewezen gaat het ofwel om voorwerpen die grotendeels zijn vrijgesteld
van verboden (kruisbogen, sabels, luchtdrukwapens, e.d.) of om voorwerpen die dusdanig
gevaarzettend zijn dat er geen vergunningen worden verleend (dodelijke chemische stoffen,
wurgstokken, ploertendoders, e.d.). Door technologische ontwikkelingen zijn bepaalde
wapens die nu grotendeels zijn vrijgesteld van verboden even gevaarzettend of zelfs
gevaarzettender dan vuurwapens, zoals zware luchtdrukwapens. In de nieuwe wet wordt
rekening gehouden met deze ontwikkelingen.
Uitgangspunten voor nieuw beleid en wetgeving
Er komt een nieuwe wet, waarin het huidige stelsel heringericht wordt. De nieuwe wapenwet
brengt de samenhang en helderheid terug. De wet maakt duidelijk voor welke doelen
uitzonderingen mogelijk zijn, onder welke voorwaarden en met welk toezicht. Het zorgt
ervoor dat die uitzonderingen helder, begrenst en uitlegbaar blijven. Zo blijft het
uitgangspunt van het verbod leidend en worden risico’s zoveel mogelijk beperkt. De
nieuwe wet bouwt voort op de bestaande wet en pakt de belangrijkste juridische tekortkomingen
aan. De huidige wet is complex en onoverzichtelijk, sluit onvoldoende aan op de Europese
regelgeving, en sommige regels en voorschriften zijn niet op het juiste niveau van
regelgeving verankerd (wet, besluit, regeling en circulaire). Deze punten worden in
de nieuwe wet aangepast.
Daarnaast wordt in kaart gebracht welke acties nodig zijn om de verbeteringen in de
praktijk te realiseren. Om tot een juiste balans aan verbeterpunten te komen wordt
het beoordelingskader van de 5 B’s gebruikt bij de uitwerking van beleidsaanpassingen.
Eerst wordt het belang getoetst: er moet een duidelijk, zwaarwegend en publiek gerechtvaardigd
doel zijn dat een uitzondering op het verbod kan rechtvaardigen. Vervolgens wordt
de bevoegdheid beoordeeld: de aanvrager moet rechtmatig en onder gestelde voorwaarden
bevoegd zijn om een wapen te bezitten of te gebruiken. Daarna volgt de bekwaamheid:
de aanvrager moet aantoonbaar beschikken over de noodzakelijke kennis en vaardigheden
om veilig en verantwoord met het wapen om te gaan. De vierde afweging betreft de betrouwbaarheid:
via beoordeling en screening van de persoon en relevante signalen wordt vastgesteld
of er geen vrees voor misbruik bestaat, mede op basis van antecedenten en psychische
en fysieke gesteldheid. Tot slot wordt de beheersbaarheid beoordeeld: het totale effect
van de uitzonderingen moet voor de overheid uitvoerbaar, controleerbaar en handhaafbaar
blijven, met voldoende zicht op aantallen, typen en locaties van vergunde wapens en
munitie.
Uitgangspunten bij de uitwerking van voorstellen voor beleidsaanpassingen
Hieronder volgen de uitgangspunten die, aansluitend bij de hoofdlijnenvisie, de basis
vormen voor de uitwerking van de voorstellen voor nieuw beleid en wetgeving.
Doeleinden
De uitzonderingen op het verbod zijn enkel voor specifiek afgebakende doeleinden waarvoor
er een gerechtvaardigd doel geldt. De Ministeries van VWS, OCW en LVVN hebben oog
voor het publieke belang van werkende wapens onder burgers. Wapens worden gebruikt
in de jacht en faunabeheer, in de sport en voor enkele culturele doeleinden, zoals
in museale collecties en door schutterijen. JenV, VWS, OCW en LVVN zijn verantwoordelijk
voor het bepalen van de proportionele en gerechtvaardigde doeleinden voor gebruik
en/of bezit van wapens en munitie door burgers. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid
is het coördinerende departement op de Wet wapens en munitie, en richt zich beleidsmatig
– vanuit het belang van de bescherming van de openbare orde en veiligheid – primair
op de handhaving van het algemeen geldende verbod op wapens onder burgers.
Kosten
Vergunninghouders die met hun wapen schade aanbrengen of slachtoffers maken moeten
daarvoor financieel verantwoordelijk zijn voor de veroorzaakte schade, zodat slachtoffers
beter worden beschermd en de maatschappelijke kosten eerlijker worden toegerekend.
Degene die profijt heeft van de vergunning, dient de kosten die de overheid maakt
voor de vergunningverlening, controle en toezicht te vergoeden. Eerder heeft de toenmalige
Minister van Justitie en Veiligheid aangegeven dat een kostendekkend stelsel gewenst
is, zodat de financiële lasten niet bij de overheid liggen.15 Dit sluit aan bij het toetsingskader van het Kenniscentrum voor beleid en regelgeving
(KCBR) vanuit de rijksoverheid en bij Europese richtlijnen. Momenteel inventariseert
een extern onderzoeksbureau de totale kosten van het stelsel en wordt er een onderbouwd
kostprijsmodel ontwikkeld ten behoeve van het innen van onkostenvergoedingen.
Gesteldheid
Aanvragers en houders van wapenvergunningen dienen psychisch stabiel, emotioneel weerbaar
en fysiek geschikt te zijn. Psychische en fysieke gesteldheid zijn bepalend voor de
betrouwbaarheid en de bekwaamheid van het handelen van de wapenbezitter. Sommige psychische
en/of fysieke problemen zijn permanent, andere hebben een tijdelijk karakter. Het
meten van gesteldheid is daarmee altijd een momentopname. De uitwerking richt zich
momenteel op de eisen die gesteld worden bij de aanvraag van een vergunning maar ook
wat er tussentijds nodig is om tijdig signalen van zorgwekkende situatie te krijgen.
Hierbij wordt een psychologisch onderzoek bij aanvragers en houders van een wapenvergunning
verplicht gesteld. De eisen aan een dergelijk onderzoek worden in afstemming met experts
op psychische gesteldheid opgesteld. Ook wordt onderzocht wat een minimale vorm van
fysieke geschiktheid is en of dit voor alle vergunde vormen van wapenbezit gelijk
is. Daarnaast speelt ook de vraag hoe om te gaan met informatie van degenen die mogelijk
signalen over aanvragers en houders van een wapenvergunning krijgen zoals huisgenoten,
professionele zorg of verenigingen.
Wapens thuis
Burgers die vuurwapens en munitie in huis bewaren vormen een risico voor de directe
omgeving en samenleving wegens directe toegankelijkheid (bijvoorbeeld bij conflicten
in de privésfeer). Dit risico dient zoveel mogelijk te worden beperkt. Momenteel worden
aanscherpingen en alternatieven voor thuisbezit in kaart gebracht. Ook de eisen omtrent
vervoer van wapens door wapenbezitters worden in deze verkenning meegenomen.
Sancties
Sancties dienen in verhouding te staan tot de ernst van de overtreding en geconstateerde
overtredingen dienen te worden gehandhaafd. Sancties worden waar nodig herijkt, zodat
zij in verhouding staan tot de ernst van overtredingen met inachtneming van de potentiële
risico’s en handhaving effectief is; tevens wordt de scheidslijn tussen bestuursrecht
en strafrecht verduidelijkt en volledig gebruik gemaakt van beschikbare handhavingsmiddelen.
Onbesproken gedrag en integere motivatie
Aanvragers en houders van wapenvergunningen dienen van onbesproken gedrag te zijn
en een integere en serieuze motivatie te hebben, en deze voorwaarden en eisen dienen
met toereikende instrumenten te worden beoordeeld. Dit betekent dat wapenvergunningen
uitsluitend worden afgegeven na zorgvuldige toetsing van het vuurwapen aan het beoogde
doel en de beoordeling van betrouwbaarheid, integriteit en motivatie van (potentiële)
vergunninghouders. Er mag geen vrees voor misbruik bestaan en het uitgangspunt is
dat de aanvrager van onbesproken gedrag is. Bij de beoordeling van een aanvraag dient
alle relevante informatie beschikbaar te zijn en te worden geraadpleegd.
Beslissingsbevoegdheid bij overheid
De beslissingsbevoegdheid over toekenning en voortzetting van vergunningen en de feitelijke
beoordeling ligt te allen tijde bij de overheid. In huidige wet- en regelgeving is
een deel van de beslissingsbevoegdheid binnen de schietsport en de culturele doeleinden
feitelijk bij verenigingen neergelegd. Denk aan beslissingen over het toewijzen van
bepaalde wapens en munitie aan personen, de beoordeling van «vrees voor misbruik»
en de motivatie van de vergunninghouder om een vergunning aan te vragen. De feitelijke
beslissingsbevoegdheden kunnen echter uitsluitend door een wettelijk aangewezen publiekrechtelijke
entiteit worden uitgevoerd.16 Het huidige beleid is daardoor tegenwettelijk. De rol van verenigingen wordt in het
nieuwe beleid aangepast zodat zij geen feitelijke beslissingsbevoegdheden meer hebben.
Tevens wordt bezien op welke wijze verder benadrukt kan worden dat exploitanten of
eigenaren van schietbanen een verantwoordelijkheid hebben voor het melden van misstanden
en (vermoedens van) vrees voor misbruik.
Bekwaamheid en veilige omgang wapens
Voor het toekenning en voortzetting van een vergunning is het essentieel dat de vergunninghouder
vaardig is en veilig met het wapen kan omgaan. De huidige wet biedt de mogelijkheid
om eisen te stellen aan de opleiding, kennis en vaardigheid van vergunninghouders.
Op dit moment is daar geen invulling aan gegeven, met uitzondering van de jacht. Wel
wordt binnen de huidige schietsportbeoefening door verenigingen voorzien in bepaalde
vaardigheidstrainingen. In de uitwerking van de nieuwe wet wordt bekeken welke minimale
eisen er aan kennis en vaardigheid in regelgeving gesteld moeten worden voor een veilige
omgang met vuurwapens. De opbouw van de kennis en vaardigheid dient zich daarbij tegelijkertijd
te beperken tot hetgeen voor het specifieke doeleinde noodzakelijk is. Maatregelen
zien tevens toe op periodieke herhaling en bijhouding.
Zicht op wapens en munitie
De overheid moet te allen tijde zicht hebben op waar legale wapens en munitie zich
bevinden binnen het Nederlandse grondgebied, evenals in welke getalen. Daarbij wordt
waar nodig aansluiting gezocht bij Europese partners en regelgeving, en worden verdere
eisen uitgewerkt waar dat voor de nationale context gewenst is. Nader te bepalen maatregelen
dienen toe te zien op het vergroten van de traceerbaarheid van wapens en munitie,
en ook op de kwaliteit en deugdelijkheid ervan.
Gegevensuitwisseling voor screening
De uitvoeringsdiensten dienen te beschikken over alle gegevens die nodig zijn om aanvragers
en houders toereikend te kunnen beoordelen op risico’s. De procedure voor het verkrijgen
van een wapenvergunning kent een multidisciplinaire beoordeling. Hiervoor dienen gegevens
te kunnen worden uitgewisseld, zodat tijdig en alert kan worden geacteerd op risicosignalen
ter bescherming van de veiligheid in de samenleving.
Kwaliteit uitvoeringsdiensten
Een goede kwaliteit van de uitvoeringsdiensten is randvoorwaardelijk voor het toestaan
van vergunde wapens aan burgers. Een goed functionerend stelsel van vergunningverlening,
toezicht, controle en handhaving is essentieel. De uitvoeringstaken rondom controle,
toezicht en handhaving van de Wwm liggen momenteel voornamelijk bij de teams Korpscheftaken
(KCT) van de politie, Justis en de Douane. Knelpunten betreffen onder meer het ontbreken
van duidelijk en consistent beleid en onvoldoende specifieke kennis over wapens.
Verdere proces
Aan de hand van de hoofdlijnenvisie en de uitgangspunten worden oplossingsrichtingen
voor de opgehaalde knelpunten/beleidsaanpassingen uitgewerkt en getoetst op uitvoerbaarheid,
proportionaliteit en juridische houdbaarheid waarbij ook expliciet aandacht komt voor
de gevolgen voor de deelsectoren. Er worden structurele gesprekken gevoerd met de
handhavingsdiensten en andere ketenpartners, brancheorganisaties en andere belangenbehartigers,
en maatschappelijke organisaties om de uitvoerbaarheid en wenselijkheid van de oplossingsrichtingen
en voorstellen voor beleidsaanpassingen te bespreken. Bij de verdere uitwerking van
de herziening worden de adviezen uit het eindrapport Ringen rond de roos van de Commissie Wwm meegenomen.17 Ik streef ernaar uw Kamer na de zomer te informeren over de uitwerking van bovenstaande
richtingen.
Parallel aan dit inhoudelijke traject wordt de opbouw en systematiek van de nieuwe
wet nader uitgewerkt. Bij een voorspoedige voortgang kan, na afstemming met het veld,
in de eerste helft van 2027 het wetsvoorstel in consultatie gaan. Na de uitwerking
van de consultatieadviezen en uitvoeringstoetsen wordt het conceptwetsvoorstel voor
advies aan de Raad van State aangeboden. De planning is om het wetsvoorstel eind 2027
aan de uw Kamer aan te bieden.
Samen met uw Kamer onderschrijf ik de wens en erken ik de noodzaak om het legale wapenbeleid
en de daar bijhorende wetgeving te vernieuwen. Ik wil daarbij benadrukken dat dit
een omvangrijk traject is met een volledig nieuwe wet en een herinrichting van het
stelsel. Dat vereist een zorgvuldige voorbereiding en uitwerking.
Ik neem uw Kamer mee in de stappen in bovengeschetst proces. Indien uw Kamer daar
prijs op stelt, kan mijn departement een briefing verzorgen.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Indieners
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid