Brief regering : Jaarverslag Adviescommissie VOG politiegegevens
29 628 Politie
Nr. 1324
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 juni 2026
De Adviescommissie VOG politiegegevens (hierna: de Adviescommissie) heeft haar jaarverslag
over 2025 vastgesteld. Deze bied ik u aan conform artikel 10, tweede lid van het Benoemingsbesluit
Adviescommissie VOG politiegegevens. Tevens geef ik met deze brief mijn beleidsreactie
op het jaarverslag.
1. Samenvatting jaarverslag
De Adviescommissie heeft tot taak om besluiten over aanvragen voor de VOG politiegegevens
(hierna: VOG P) van Justis te beoordelen op transparantie, kwaliteit en zorgvuldigheid.
De Adviescommissie heeft in het bijzonder aandacht voor aanwijzingen van (bedoeld
of onbedoeld) etnisch profileren in de beoordeling van aanvragen voor een VOG P. In
het jaarverslag vat de Adviescommissie haar werkzaamheden, bevindingen en adviezen
over 2025 samen.
De Adviescommissie heeft 46 VOG P-dossiers beoordeeld in 2025. Daarbij heeft zij geen
aanwijzingen gevonden voor bedoelde of onbedoelde vormen van discriminatie. De Adviescommissie
heeft wel de volgende aandachtspunten gesignaleerd en aanbevelingen gedaan.
a. Kwaliteit en zorgvuldigheid ten aanzien van politiegegevens
De Adviescommissie vraagt aandacht voor de kwaliteit en volledigheid van politiegegevens
bij zowel de politie als Justis. Ten eerste benadrukt de Adviescommissie in algemene
zin dat het uitgangspunt bij verstrekking van politiegegevens door de politie «verstrekken,
tenzij» dient te zijn. Ten tweede vraagt de Adviescommissie doorlopende aandacht voor
de samenvatting van politiegegevens door de politie en de volledigheid van verstrekte
gegevens wanneer deze door Justis worden gebruikt voor het afwijzen van VOG P-aanvragen.
De volledigheid van politiegegevens is ook van belang voor de Adviescommissie om mogelijke
discriminatoire effecten te herkennen. Ten derde beveelt de Adviescommissie aan om
gegevens te betrekken bij de VOG P-screening van andere diensten met een politietaak
dan de politie, zoals de Koninklijke Marechaussee, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst
en de Rijksrecherche. Daarbij beveelt de Adviescommissie aan om niet te wachten op
de wetsevaluatie van de VOG P. Ten slotte vraagt de Adviescommissie, naar aanleiding
van een aantal casussen waarin oudere politiegegevens zijn verstrekt, aandacht voor
de bewaartermijn van politiegegevens die gehanteerd wordt door de politie.
b. Belangen van derden in de VOG P-beoordeling
De Adviescommissie signaleert een dilemma. Er is een maatschappelijk belang om politiegegevens
te betrekken bij de VOG P-beoordeling. Afwijzingen die op politiegegevens gebaseerd
zijn, moeten daarnaast voldoende gemotiveerd worden. Dat kan spanning opleveren met
de belangen van derden als meldingen herleidbaar zijn naar specifieke personen. Daarom
vraagt de Adviescommissie aandacht voor deze belangen in VOG P-beoordelingen.
c. Duur van het strafproces
De Adviescommissie constateert dat veel tijd kan verstrijken tussen de registratie
van politiegegevens en vervolgingsbeslissingen door het Openbaar Ministerie (hierna:
OM). In dergelijke gevallen beslist Justis op basis van informatie uit de politiegegevens
waar nog geen inhoudelijk oordeel over is geveld door het OM of de rechter. Dit leidt
tot een kwetsbare en onzekere positie voor aanvragers, vooral in gevallen waar weigeringen
zijn gebaseerd op één enkel politiegegeven. De Adviescommissie moedigt Justis daarom
aan om na te gaan in hoeveel gevallen deze situatie zich voordoet en, in samenwerking
met het OM, te onderzoeken of het mogelijk is de vervolgingsbeslissing door het OM
in deze gevallen te versnellen.
d. Gebruik van een voornemen tot afwijzen en leesbaarheid van de beslissing
Met het «voornemen tot afwijzen» communiceert Justis aan een aanvrager dat het van
plan is om de aanvraag te weigeren en biedt het de mogelijkheid aan de aanvrager om
een zienswijze in te dienen. De Adviescommissie constateert echter dat Justis in voorkomende
gevallen een «voornemen tot afwijzen» verstuurt waar de aanwezige justitiële- en politiegegevens
te summier zijn en behoefte is aan aanvullende informatie. De Adviescommissie adviseert
om alleen een «voornemen tot afwijzen» te versturen als de beschikbare informatie
de weigering van een VOG P-aanvraag kan dragen.
Ook beveelt de Adviescommissie aan om herhalingen van informatie in beslissingen te
vermijden om de leesbaarheid van de beslissingen te vergroten.
2. Beleidsreactie
Ik ben de Adviescommissie erkentelijk voor het werk dat zij verricht en de bijdrage
die zij levert aan de verdere ontwikkeling van de VOG P. Ik ga hieronder puntsgewijs
in op de aanbevelingen van de Adviescommissie.
a. Kwaliteit en zorgvuldigheid ten aanzien van politiegegevens
Ik neem de aanbevelingen ten aanzien van «verstrekken, tenzij», de volledigheid van
politiegegevens en de bewaartermijnen ter harte. Het uitgangspunt is dat de politie
gegevens verstrekt, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dat niet te doen. Verder
zijn, zoals de Adviescommissie aangeeft, reeds nadere afspraken gemaakt over de bewaartermijnen.
Ook hebben Justis en de politie de onderlinge werkafspraken aangepast over welke gegevens
de politie verstrekt, hoe deze worden samengevat en de mogelijkheden tot nadere duiding.
Hiermee is reeds invulling gegeven aan deze aanbevelingen van de Adviescommissie.
Justis en de politie evalueren periodiek de werkafspraken en scherpen deze waar nodig
verder aan.
De aanbeveling om gegevens van aanvullende organisaties in het politiedomein te betrekken
bij de beoordeling van VOG P-aanvragen neem ik vooralsnog niet over. Dit is onderdeel
van de wetsevaluatie van de VOG P die momenteel wordt uitgevoerd door Dialogic in
opdracht van het WODC. Om tot een grondig onderbouwde beleidskeuze te komen, acht
ik een wetsevaluatie van de VOG P noodzakelijk. Deze wordt voor 1 juli 2027 inclusief
reactie met uw Kamer gedeeld.
b. Belangen van derden in de VOG P-beoordeling
Naar aanleiding van de aanbeveling van de Adviescommissie en gesprekken met de politie
heeft Justis haar interne werkprocessen aangepast, zodat in meer algemene bewoordingen
wordt verwezen naar politiemeldingen in beslissingen en proces-verbaalnummers niet
genoemd worden. Justis heeft daarnaast aangegeven in het vervolg zaken voor te leggen
aan de Adviescommissie waarin sprake is van een dilemma tussen de belangen van de
aanvrager en van derden. Ook gaat Justis graag in op het aanbod van de Adviescommissie
om mee te denken bij doorontwikkeling van het uitvoeringsbeleid.
c. Duur van het strafproces
Ik herken de impact die de duur van het strafproces kan hebben op VOG P-aanvragers.
Het OM streeft er altijd naar om zo spoedig mogelijk een vervolgingsbeslissing te
nemen. Het OM moet hierbij onafhankelijk en zelfstandig te werk gaan. Een verzoek
van Justis tot het nemen van een versnelde vervolgbeslissing kan afdoen aan de onafhankelijkheid
en zelfstandigheid van het OM. Bovendien is bij de VOG P ervoor gekozen om ook te
kunnen weigeren enkel op basis van politiegegevens, omdat de VOG P gebruikt wordt
voor functies die een hogere mate van integriteit vereisen. Dat betekent dat Justis
VOG P-aanvragen moet beoordelen op basis van de justitiële- en politiegegevens die
op dat moment beschikbaar zijn. Justis houdt in de beoordeling van politiegegevens
wel altijd rekening met de zwaarte, de onderlinge samenhang en het tijdsverloop. Met
het oog op het voorgaande acht ik het niet nodig dat bij een VOG P-aanvraag in voorkomende
gevallen Justis een verzoek indient voor een versnelde vervolgbeslissing door het
OM.
d. Gebruik van een voornemen tot afwijzen en leesbaarheid van de beslissing
Ik ben het eens met de Adviescommissie dat een voornemen tot afwijzen enkel verstuurd
dient te worden als Justis van plan is de VOG-aanvraag te weigeren en als de op dat
moment beschikbare gegevens voldoende zijn om deze beslissing te dragen. Deze aanbeveling
geldt breder dan de VOG P, omdat het voornemen tot afwijzen ook wordt gehanteerd in
het reguliere VOG-proces. Justis heeft deze aanbeveling overgenomen. Zo wordt er in
twijfelgevallen eerst overgegaan tot aanvullend onderzoek, waardoor een voornemen
tot afwijzen enkel wordt verstuurd daar waar Justis daadwerkelijk voornemens is om
de aanvraag af te wijzen. Ook heeft Justis reeds een project opgestart om aanvragers
proactief telefonisch te benaderen als er behoefte is aan aanvullende informatie.
Tenslotte neemt Justis de aanbeveling van de Adviescommissie over ten aanzien van
de leesbaarheid. Justis voert een extra controle uit op beslissingen om onnodige herhalingen
te voorkomen. Justis schrijft brieven daarnaast reeds op B1-niveau ter bevordering
van de leesbaarheid.
3. Tot slot
De VOG P is een belangrijk instrument dat bijdraagt aan de bescherming van de samenleving
en de integriteit van de overheid. De hierboven beschreven aanbevelingen van de Adviescommissie
dragen bij aan de continue ontwikkeling van het instrument. Deze ontwikkeling hoop
ik verder te bestendigen na de wetsevaluatie van de VOG P die ik voor 1 juli 2027
met uw Kamer deel.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
K.T. van Bruggen
Indieners
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid