Brief regering : Jaarlijks rapport dossiers vertrouwensinspectie kinderopvang
31 322 Kinderopvang
Nr. 586
BRIEF VAN DE MINISTER VAN WERK EN PARTICIPATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 juni 2026
De kinderopvang moet een veilige omgeving bieden, waar ouders hun kinderen met vertrouwen
heen brengen. Kinderen moeten zich er kunnen ontwikkelen terwijl ouders participeren
in de arbeidsmarkt. Daarom zijn kwaliteit- en veiligheidseisen in wet- en regelgeving
opgenomen, waarop de GGD toezicht houdt en de gemeente handhaaft. Onderdeel van deze
eisen is de meld-, overleg- en aangifteplicht (MOA), die geldt bij een mogelijk vermoeden
van seksueel misbruik of mishandeling van een opgevangen kind door een medewerker
of gastouder. Elk geval van misbruik en mishandeling is er één te veel en betreur
ik ten zeerste. Daarom is de MOA essentieel om de veiligheid van kinderen op de kinderopvang
te waarborgen.
De meld-, overleg- en aangifteplicht
De medewerkers hebben een meldplicht. Zij melden een vermoeden van seksueel misbruik
of mishandeling van een opgevangen kind door een medewerker of gastouder, bij de houder
van de kinderopvangorganisatie of het gastouderbureau. De houder van de kinderopvangorganisatie
of het gastouderbureau is vervolgens verplicht om direct te overleggen met de vertrouwensinspecteurs
van de Inspectie van het Onderwijs (IvhO). Als uit het overleg inderdaad een redelijk
vermoeden van een mogelijk strafbaar feit wordt vastgesteld, dan heeft de houder een
aangifteplicht. De vertrouwensinspecteurs zien erop toe dat de houder ook daadwerkelijk
aangifte doet.
Naast deze wettelijke verplichting kunnen ouders en andere professionals bij vermoedens
van misbruik of mishandeling van een kind tijdens de opvang vrijblijvend advies vragen
aan de vertrouwensinspecteurs.1 Ouders en andere professionals kunnen bij vermoedens uiteraard ook altijd rechtstreeks
aangifte doen bij de politie.
Stijging totaal aantal dossiers en daling MOA dossiers
Vandaag heeft de IvhO het jaarlijkse rapport van het aantal dossiers in het kader
van de MOA gepubliceerd. In de bijlage bij deze brief treft u het Rapport dossiers vertrouwensinspecteurs kinderopvang over de jaren 2023–2025 aan.
In 2025 bedroeg het totaal aantal dossiers 462. Dit is een stijging van 89 dossiers
ten opzichte van 2024. De IvhO hanteert de volgende categorieën: seksueel misbruik,
seksuele intimidatie, psychisch geweld, fysiek geweld en discriminatie.
De MOA geldt in de kinderopvang voor seksueel misbruik en mishandeling (subcategorie
van fysiek geweld). Om die reden benoem ik deze dossiers hieronder. In deze twee (sub)categorieën
is het aantal dossiers gedaald.
In 2025 zijn er 37 dossiers geregistreerd die gaan over mogelijk seksueel misbruik
(t.o.v. 41 dossiers in 2024). Het aantal dossiers waarbij de beklaagde een met taken
belast persoon2 is, is gedaald naar 28 dossiers (bij de overige 9 dossiers was de MOA niet van toepassing)
t.o.v. 35 dossiers in 2024. Het aantal dossiers waarbij de houder verplicht was om
aangifte te doen bedraagt 22 in 2025 (t.o.v. 23 dossiers in 2024).
Tabel 1. Aantal dossiers over mogelijk seksueel misbruik
Dossiers
Seksueel misbruik
Waarvan met taken belast persoon
Waarvan aangifte
2024
41
35
23
2025
37
28
22
Het aantal dossiers waar sprake is van mogelijke mishandeling is gedaald naar 57 dossiers
in 2025 (t.o.v. 77 in 2024). Deze daling wordt ook teruggezien in het aantal dossiers
waar de beklaagde een met taken belast persoon is: 51 dossiers (bij de overige 6 dossiers
was de MOA niet van toepassing) t.o.v. 69 dossiers in 2024. Het aantal dossiers waarbij
de houder verplicht was om aangifte te doen is gestegen van 22 dossiers in 2024 naar
31 dossiers in 2025.
Tabel 2. Aantal dossiers over mogelijke mishandeling
Dossiers
Mishandeling
Waarvan met taken belast persoon
Waarvan aangifte
2024
77
69
22
2025
57
51
31
Het is niet met zekerheid vast te stellen of de stijging van het totaal aantal dossiers
het gevolg is van een toename van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag of van een
grotere bekendheid met de MOA en de vertrouwensinspectie. De afgelopen jaren is er
binnen de sector meer aandacht geweest voor de MOA. Mogelijk weet men hierdoor de
vertrouwensinspectie vaker te vinden.
Bekendheid en kennis MOA
Het blijft belangrijk om de bekendheid van en de kennis over de MOA te vergroten en
hierbij aandacht te houden voor eventuele handelingsverlegenheid bij medewerkers en
kinderopvangorganisaties. Gezien de kwetsbaarheid van jonge kinderen en de ingrijpende
gevolgen van misbruik of mishandeling, is snelle signalering en adequaat handelen
door professionals en houders van groot belang.
In de beantwoording van de Kamervragen over het bericht «Misbruikverdachte Jan B.
kon ondanks schorsing in de kinderopvang blijven werken»3 heb ik aangegeven dat ik het als onze (overheid en sector) gezamenlijke plicht zie
om te blijven kijken hoe we veiligheidsrisico’s binnen de kinderopvang zoveel mogelijk
kunnen minimaliseren.
In het najaar zal ik uw Kamer informeren over de uitkomsten van gesprekken met de
sector over verbetermogelijkheden en mogelijke aanvullende maatregelen die die we
zien om de praktijk te optimaliseren en de veiligheid op de kinderopvang te vergroten.
Samen blijven we ons inzetten voor een veilige kinderopvang.
De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen
Indieners
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie