Brief regering : Reactie op het verzoek van het lid Heutink, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 26 mei 2026, over berichtgeving tekorten bij gemeenten en provincies om infrastructuur overeind te houden
36 800 B Vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2026
36 800
C
Vaststelling van de begrotingsstaat van het provinciefonds voor het jaar 2026
Nr. 29
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 juni 2026
Het lid Heutink (Groep Markuszower) heeft op dinsdag 26 mei jl. tijdens de Regeling
van Werkzaamheden het verzoek gedaan (Kenmerk: 2026Z10931) om een inhoudelijke reactie op de berichtgeving over tekorten bij gemeenten en provincies
om infrastructuur overeind te houden.
Met deze brief informeer ik u ook over het rapport «Vernieuwing, beheer en onderhoud
Infrastructuur decentrale overheden»1. De brief gaat in op de belangrijkste bevindingen en de meerwaarde en bekostiging
van infrastructuur bij gemeenten en provincies. Vervolgens gaat de brief in op de
rol en verantwoordelijkheid van het Rijk en eindigt met een doorkijk op vervolgstappen.
Rapport Vernieuwing, beheer en onderhoud Infrastructuur decentrale overheden
Dit rapport2 is een verdiepende analyse op het Tweede Landelijk prognose rapport: Vernieuwingsopgave
infrastructuur rapport uit 2023 van TNO3. Het rapport is tot stand gekomen in opdracht van IPO, VNG en IenW, in samenwerking
met de Ministeries van BZK en FIN. Het onderzoek maakt onderdeel uit van de bredere
afspraak, gemaakt bij Voorjaarsnota 20244 tussen Rijk en medeoverheden dat onderzoek nodig is naar de vraag of de bbp-systematiek
evenredig meebeweegt met de ontwikkeling van de kosten van de provinciale en gemeentelijke
taken op het gebied van infrastructuur, openbaar vervoer en natuur. Afgesproken is
om te kijken naar uitvoeringscapaciteit, trends, ontwikkelingen en prognoses, juridische
en financiële obstakels. Dit wordt bezien in het licht van de gehele overheidsfinanciën.
Op deze dossiers is afgesproken dat in samenspraak met de betrokken beleidsverantwoordelijke
departementen tot een verdere concretisering van de handelingsperspectieven en oplossingsrichtingen
wordt gekomen. Daarbij is het streven om door de verdere uitwerking, indien mogelijk,
zo snel mogelijk tot een meer compleet beeld te komen over de aard en omvang van de
opgave en mogelijke maatregelen.
Belangrijkste bevindingen van het rapport Vernieuwing, beheer en onderhoud Infrastructuur
decentrale overheden
• Door het uitvoeren van deze verdiepende analyses ontstaat een scherper beeld over
de omvang van de opgave bij decentrale overheden.
• De verwachte kosten van vernieuwing, beheer en onderhoud van civiele infrastructuur,
in eigendom/beheer bij medeoverheden, liggen hoger dan wat provincies en gemeenten
momenteel besteden.
• De opgave gaat in de komende tientallen jaren geleidelijk oplopen. In 2100 verwachten
de onderzoekers dat de jaarlasten oplopen voor gemeenten tot ca. € 1,7 miljard (nu:
€ 600 miljoen) en voor provincies tot ca. € 450 miljoen (nu: € 200 miljoen).
• De opgave is niet alleen financieel, ook de uitvoerbaarheid staat onder druk door
schaarse capaciteit bij de beheerders en in de markt. Ook vanwege investeringen in
andere sectoren zoals netcongestie, woningbouw, defensie en Rijksinfrastructuur5. Niet alles kan tegelijk worden uitgevoerd. Dit betekent dat ook medeoverheden keuzes
moeten maken.
• In het rapport wordt de aanbeveling gedaan om werk te maken van een gefaseerde oplossing.
De onderzoekers bevelen aan nu al rekening te houden met een groei van middelen die
nodig zijn in de komende tien tot twintig jaar.
Meerwaarde en bekostiging infrastructuur in eigendom en beheer bij gemeente en provincies
Bruggen en viaducten, tunnels en onderdoorgangen, steigers, gemalen, stuwen, kades,
duikers en wegen in beheer en eigendom bij gemeenten en provincies zijn belangrijk
voor de leefbaarheid, economie en bereikbaarheid van Nederland. Het rapport bevestigt
dat gemeenten en provincies, net als het Rijk, te maken hebben met een toenemende
opgave om de bestaande infrastructuur te vernieuwen, te beheren en onderhouden. Gemeenten
en provincies zijn zelf verantwoordelijk voor de bekostiging van infrastructuur in
hun eigendom en beheer, onder meer vanuit de middelen die ze ontvangen via het gemeente-
en provinciefonds.
Rol en verantwoordelijkheid Rijk
Het Rijk heeft twee onderscheidende rollen. De Minister van IenW is systeemverantwoordelijk
voor mobiliteit en infrastructuur in Nederland. Als systeemverantwoordelijke zorgt
IenW voor instrumentarium en gremia om de bereikbaarheidsopgaven te signaleren, en
deelt de verantwoordelijkheid voor het borgen en verbeteren van die bereikbaarheid
met mededepartementen en medeoverheden waaronder gemeenten en provincies. Daarbij
draagt IenW een eigenstandige verantwoordelijkheid voor het functioneren van de nationale
hoofdinfrastructuurnetwerken.
De Minister van BZK en Staatssecretaris van Financiën zijn gezamenlijk de fondsbeheerders
van het Gemeente- en Provinciefonds.
Doorkijk naar vervolgstappen
Het rapport zal langs twee sporen besproken worden met de medeoverheden te weten:
1) tijdens het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv), onder leiding van
de Minister van BZK. Hierbij ligt het accent op de rol van de fondsbeheerders in het
kader van het bewaken van de balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht.
2) tijdens het Bestuurlijk overleg Mobiliteit (BOM), onder regie van de Minister van
IenW. Hierbij zal het accent liggen op hoe partijen, elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheid,
kunnen bijdragen aan het vergroten van het lerend vermogen over de vernieuwingsopgave,
(datagedreven) assetmanagement, het uitwisselen van expertise alsook op welke manieren
samen met de markt aan deze opgave invulling kan worden gegeven (bv. met een portefeuille
aanpak).
Over de uitkomsten zal de Kamer nader geïnformeerd worden.
Tot slot
Het beheer en onderhoud en de vernieuwing van zowel Rijksinfrastructuur als infrastructuur
bij medeoverheden is een omvangrijke opgave. De komende decennia neemt de budgetbehoefte
om dit op orde te houden toe. Tegelijkertijd staat de uitvoerbaarheid onder druk.
Het op peil houden van de bestaande infrastructuur is essentieel voor alle maatschappelijke
activiteiten, van ondernemen, boeren tot recreëren. Er is begrip voor de toenemende
opgave en uitdagingen die gemeenten en provincies signaleren. Net als het Rijk, zullen
ook medeoverheden scherpe keuzes moeten maken. Rijk en regio gaan samen, ieder vanuit
hun eigen verantwoordelijkheid en rol, verkennen op welke manier we invulling kunnen
geven aan deze opgave.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat