Brief regering : Geannoteerde Agenda Formele Raad WSB van 29 juni 2026 en Informele Raad WSB van 6 juli 2026
21 501-31 Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
Nr. 828
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 juni 2026
Op maandag 29 juni aanstaande vindt de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid
(WSB) plaats te Luxemburg. Een week later, op 6 juli, vindt de Informele Raad WSB
plaats in Ballina, Ierland. Hierbij zend ik u een gecombineerde Geannoteerde Agenda
voor beide Raden toe. Conform de vastgestelde afspraken informeer ik uw Kamer middels
de Geannoteerde Agenda tevens over de voortgang van de onderhandelingen inzake de
wijziging van de EU-Richtlijnen met betrekking tot het versterken van het raamwerk
voor bedrijfspensioenvoorziening (IORP-II). Uw Kamer is op 10 juni jl.1 reeds geïnformeerd over de laatste stand van zaken met betrekking tot de herziening
van de Coördinatieverordening Sociale Zekerheid.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
GEANNOTEERDE AGENDA FORMELE RAAD WERKGELEGENHEID EN SOCIAAL BELEID 29 juni 2026 en
de INFORMELE RAAD WERKGELEGENHEID EN SOCIAAL BELEID 6 juli 2026
In deze Geannoteerde Agenda treft u aan:
• De kwartaalrapportage t.a.v. het voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement
en de Raad tot wijziging van de richtlijnen (EU) 2016/2341 en 2016/97 met betrekking
tot het versterken van het raamwerk voor bedrijfspensioenvoorziening (IORP, COM(2025)
842);
• Informatie over de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 29 juni 2026;
• Informatie over de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 6 juli 2026.
Kwartaalrapportage t.a.v. het voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement
en de Raad tot wijziging van de richtlijnen (EU) 2016/2341 en 2016/97 met betrekking
tot het versterken van het raamwerk voor bedrijfspensioenvoorziening (herziening IORP
II richtlijn), COM(2025) 842
Conform de informatieafspraken met uw Kamer informeer ik u hierbij over de stand van
zaken rond de behandeling van het richtlijnvoorstel tot herziening van de IORP II-richtlijn.
Stand van zaken
Sinds de vorige kwartaalrapportage2 hebben drie technische raadswerkgroepen plaatsgevonden. Inmiddels zijn alle artikelen
en overwegingen besproken. Lidstaten hebben uitgebreid de gelegenheid gekregen om
vragen over het voorstel te stellen. Deze zijn tijdens de Raadswerkgroepen door de
Europese Commissie beantwoord. Voorts zijn lidstaten na afloop van alle raadswerkgroepen
uitgenodigd om tekstvoorstellen in te dienen. Ook Nederland heeft van die mogelijkheden
gebruik gemaakt. In de raadswerkgroep die op 22 mei plaatsvond, is een eerste compromistekst
besproken. Op 10 juni is een tweede versie van een compromistekst besproken.
In de raadswerkgroepen zijn de posities van de lidstaten op de verschillende onderwerpen
nader geïnventariseerd. Door veel lidstaten is ingezet op proportionaliteit (bij de
toepassing van de richtlijn rekening houden met de omvang van de IORP), beperking
van administratieve lasten en het behoud van het minimum harmonisatie karakter van
de richtlijn.
Nederland heeft inbreng geleverd in lijn met het BNC-fiche3. Het kabinet onderschrijft in algemene zin de noodzaak om de aanvullende pensioensector
in de EU te versterken, zodat in het licht van de vergrijzing en de druk op publieke
pensioenstelsels zowel een adequaat pensioeninkomen wordt gewaarborgd als huishoudelijk
spaargeld effectiever wordt gemobiliseerd voor productieve, innovatieve langetermijninvesteringen
in de EU-economie. Tegelijkertijd benadrukt het kabinet dat pensioenproducten niet
alleen financiële producten zijn, maar dat de wijze waarop een pensioenstelsel in
een lidstaat bestendig kan worden ingericht, sterk samenhangt met de sociale en culturele
context in die lidstaat. In dit verband is het kabinet van mening dat bij de vormgeving
van Europese regels ten aanzien van het versterken van nationale pensioenstelsels
gewaarborgd moet zijn dat deze regels geen afbreuk mogen doen aan al goed werkende
pensioenstelsels zoals dat van Nederland. De Nederlandse inzet is er daarom op gericht
dat er voldoende ruimte blijft voor de specifieke nationale kenmerken en dat de bevoegdheidsverdeling
tussen de EU en de lidstaten gerespecteerd wordt. Veel lidstaten delen deze positie,
waardoor het momenteel de verwachting is dat de uiteindelijke Raadspositie op onderdelen
wordt aangepast ten opzichte van het voorstel van de Europese Commissie, ook op de
onderdelen waar Nederland aanpassing wenst.
Vervolg
Het Cypriotisch Voorzitterschap is voornemens de onderhandelingen in de Raad af te
ronden op 24 juni a.s. Het Voorzitterschap zal dan een concept-Raadspositie aan het
Coreper voorleggen. Deze compromistekst is bij het opstellen van deze Geannoteerde
Agenda nog niet beschikbaar. Indien de compromistekst voldoet aan de BNC-inzet en
geen substantiële nieuwe elementen bevat die afwijken van de Nederlandse inzet, zal
Nederland instemmen met deze concept-Raadspositie.
Het Europees Parlement (EP) is ook van start gegaan om te komen tot een standpuntbepaling.
Rapporteur Boeselager (Groenen) heeft een voorlopig rapport opgesteld met amendementen
op het herzieningsvoorstel van de richtlijn4. Het meest noemenswaardig is dat de rapporteur een nieuw concept van «qualifying productive investments» voorstelt, investeringscategorieën die het nauwst verbonden zijn met productieve
activiteiten om de lange termijn financiering van de reële economie van de Europese
Unie te ondersteunen. Daarnaast is ook een voorstel opgenomen dat pensioenfondsen
met meer dan € 1 miljard vermogen minstens 2% daarvan beleggen in durfkapitaal. Ook
wordt voorgesteld dat lidstaten verplicht een pensioen volgsysteem moeten hebben (in
Nederland mijnpensioenoverzicht.nl). Leden van de Commissie Economische en Monetaire
zaken (Committee on Economic and Monetary Affairs, ECON) van het EP kunnen tot 25 juni a.s. amendementen indienen op het voorlopig
rapport. Het EP stemt naar verwachting dit najaar in plenaire zitting over het rapport.
Zoals de onderhandelingen er nu voorstaan, krijgen lidstaten na een uiteindelijk politiek
akkoord tussen de Raad en het EP twee jaar de tijd om de gewijzigde IORP II richtlijn
in nationale wetgeving om te zetten. Bij deze omzetting zal ik – zoals reeds aan uw
Kamer gemeld5 de voorgenomen wetswijziging over het stichtingsvereiste voor verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen
hierin meenemen. Zoals ik heb gemeld, was de vraag of de verplichtstelling als zodanig
strijdig is met EU-recht geen onderdeel van de EU-pilot en daar zijn dan ook geen
conclusies aan verbonden.
Informatie over de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 29 juni 2026
In het nu volgende informeer ik u over de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal
Beleid van 29 juni 2026, waaraan ik voornemens ben deel te nemen. De Formele Raad
vindt plaats in Luxemburg.
Agendapunt: Beleidsdebat over de bevordering van eerlijke arbeidsmobiliteit door middel
van gemoderniseerde en vereenvoudigde regels voor de coördinatie van de sociale zekerheid
Doel Raadsbehandeling
Het Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden over vereenvoudiging en
modernisering van de regels voor de coördinatie van de sociale zekerheid zoals neergelegd
in Verordening (EU) 883/2004.
Inhoud
Het beleidsdebat vindt plaats in het kader van het eerlijke arbeidsmobiliteitspakket
(Fair Labour Mobility Package) dat de Europese Commissie (hierna: Commissie) naar verwachting na de zomer van 2026
zal publiceren. Nu op 22 april jl. in de trilogen een voorlopig politiek akkoord6 is bereikt over de herziening van Verordening 883/2004 (hierna: Verordening) wil
de Commissie onderzoeken hoe de coördinatieregels in de Verordening verder kunnen
worden vereenvoudigd en gemoderniseerd. In het Coreper-overleg van 29 april jl. –
waarin een meerderheid van lidstaten het voorlopig politiek akkoord over de herziening
heeft gesteund – heeft de Commissie een verklaring afgelegd met deze boodschap. In
die verklaring heeft de Commissie ook aangekondigd voorstellen te zullen doen voor
versterking van de samenwerking tussen lidstaten op het terrein van controle en arbeidsbemiddeling
bij de export van werkloosheidsuitkeringen. In het voorliggende stuk wordt onder meer
ingegaan op gegevensuitwisseling, activeringsmaatregelen en controle.
Inzet Nederland
In 2025 heeft Nederland, in het kader van de onderhandelingen over de herziening van
de Verordening, een non-paper opgesteld.7 Dat non-paper bevat een inventarisatie van uitdagingen, en voorstellen voor vervolgstappen
die nodig zijn om de Verordening te moderniseren en vereenvoudigen. Deze noodzaak
bestaat vanwege fundamentele veranderingen op de arbeidsmarkt, zoals een toename in
het tijd en plaatsonafhankelijk werken. Daarnaast bestaat er vanuit de uitvoeringsinstanties
de wens om de Verordening te vereenvoudigen. In het non-paper doet Nederland voorstellen
voor onder andere het bevorderen van arbeidsparticipatie bij geëxporteerde uitkeringen
en het tegengaan van misbruik en fraude.
Ik zal tijdens het beleidsdebat, conform het non-paper, het belang van verdere modernisering
en vereenvoudiging onderstrepen met het oog op een toekomstbestendige uitvoering en
begrijpelijke regels voor burgers en bedrijven. Ik zal ook aandacht vragen voor het
vastleggen van effectieve afspraken in de Verordening die de samenwerking tussen de
werkloosheidsinstanties van de lidstaten op het terrein van arbeidsbemiddeling en
controle verbeteren.
Agendapunt: Beleidsdebat over de uitvoering van de Europese Anti-Armoedestrategie
en de wegen naar een effectieve implementatie
Doel Raadsbehandeling
Het Cypriotisch Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden over de onlangs
gepubliceerde mededeling over de Europese Anti-Armoedestrategie.
Inhoud
Op 6 mei jl. heeft de Europese Commissie het Sociaal Pakket gepubliceerd, bestaande
uit drie mededelingen en een voorstel voor een raadsaanbeveling.8 Onderdeel van dit Sociaal Pakket is de Europese Anti-Armoedestrategie (hierna: Strategie).
Deze mededeling zal de basis vormen voor het beleidsdebat. Het discussiedocument is
ten tijde van het opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.
In de Strategie spreekt de Commissie de ambitie uit om in 2050 een einde te maken
aan armoede in de EU. De Strategie schets een alomvattende, integrale aanpak om armoede
in de EU te voorkomen en te bestrijden en zo bij te dragen aan de verwezenlijking
van de Europese pijler van sociale rechten. Het eerste deel van de Strategie richt
zich op maatregelen om armoede te bestrijden gedurende de gehele levenscyclus, en
daarnaast op het belang van werk, voor wie kan werken, als bescherming tegen armoede.
Het tweede deel van de Strategie ziet op maatregelen om horizontale uitdagingen die
armoede verergeren, aan te pakken. Het derde deel van de Strategie ziet op het versterken
van bestuurlijke aansturing, financiering en verbetering van de monitoring om armoede
te verminderen en voorkomen. De Strategie kondigt daarnaast een aantal actualisaties
aan van bestaand beleid en voorstellen voor nieuw beleid die in 2026 en 2027 gepubliceerd
zullen worden.
Inzet Nederland
Zoals toegelicht in het BNC-fiche9, verwelkomt het kabinet de Strategie. Hoewel armoede een nationale competentie is,
kunnen Europese landen veel van elkaar leren op het gebied van armoedebestrijding.
Ter ondersteuning en beïnvloeding van de ontwikkeling van deze Strategie heeft het
kabinet in 2025 een non-paper10 opgesteld dat voortbouwt op het Nationaal Programma Armoede en Schulden (NPAS)11. Het kabinet verwelkomt dat de Strategie in grote mate aansluit bij de punten die
het kabinet in het non-paper heeft benoemd, zoals het belang van ervaringsdeskundigheid,
preventie, en het hanteren van een geïntegreerde aanpak die gericht is op intergenerationele
armoede. Het kabinet onderschrijft dat de beschikbaarheid en toegankelijkheid van
inkomensondersteunende regelingen en diensten van groot belang is en dat het tegengaan
van niet-gebruik van regelingen gebaat is bij een proactieve aanpak.
De Commissie zal in 2027 met een aanbeveling komen om armoede onder werkenden te voorkomen
en te bestrijden. Het kabinet kijkt hier naar uit en ik zal dit ook tijdens het debat
benoemen. Het kabinet ziet gelijke kansen op de arbeidsmarkt en het begeleiden van
mensen naar werk als een belangrijke prioriteit en werkt aan een aanpak gericht op
het eerder bereiken van werkenden met een laag inkomen, zodat deze groep zo vroeg
mogelijk wordt geholpen in geval van geldzorgen en/of beginnende schulden. Ik zal
tijdens het beleidsdebat, conform het BNC-fiche, daarnaast aandacht vragen voor het
belang van preventie van geldzorgen en (beginnende) schulden, en het belang van financiële
educatie voor kinderen en jongeren benadrukken.
Agendapunt: Aanname Raadsconclusies inzake het voorkomen en bestrijden van cybergeweld
tegen meisjes
Doel Raadsbehandeling
Aanname van de Raadsconclusies.
Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingen
Het Cypriotische Voorzitterschap presenteerde concept-Raadsconclusies (hierna: Raadsconclusies)
over het voorkomen en bestrijden van cybergeweld tegen meisjes. De Raadsconclusies
bouwen voort op al bestaande EU-instrumenten over het tegengaan van geweld tegen vrouwen,
gendergelijkheid en digitale veiligheid, zoals de richtlijn «Geweld tegen Vrouwen
en Huiselijk Geweld».12
De Europese Commissie constateert dat meisjes steeds vaker slachtoffer worden van
online geweld. De Raadsconclusies benadrukken dat cybergeweld ernstige gevolgen heeft
voor de mentale gezondheid, het zelfvertrouwen en het welzijn van meisjes en hun rechten
en veiligheid in digitale ruimtes. De Raadsconclusies roepen EU-lidstaten op om cybergeweld
tegen meisjes te erkennen als een ernstige vorm van gendergerelateerd geweld en via
preventie, bescherming en handhaving de online veiligheid van meisjes structureel
te verbeteren.
Inzet Nederland
Ik ben namens Nederland voornemens in te stemmen met de Raadsconclusies. Nederland
verwelkomt de aandacht voor het voorkomen en bestrijden van online geweld tegen meisjes
op Europees niveau. De Raadsconclusies zijn in lijn met staand Nederlands beleid en
de ambities van het kabinet.
Op dit moment vindt op nationaal niveau de doorontwikkeling plaats van de integrale
aanpak van geweld tegen vrouwen en meisjes.13 Eén van de ambities hierbinnen, zoals ook verwoord in het Coalitieakkoord, is het
beter borgen van de aanpak van online geweld tegen vrouwen en meisjes. Het kabinet
zet hierbij in op het versterken van de coördinatie door het zo snel mogelijk aanstellen
van een «Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld».
De Raadsconclusies noemen ook interventies via het onderwijs. Nederland heeft erop
toegezien dat de genoemde interventies voldoende ruimte bieden aan lidstaten om hun
eigen onderwijscurriculum in te richten.
Indicatie krachtenveld Raad en Europees Parlement
Naar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met de Raadsconclusies. Er is geen
rol voor het Europees Parlement.
Agendapunt: Aanname Raadsconclusies inzake wonen; veranderende demografie en de vormgeving
van beleid
Doel Raadsbehandeling
Aanname van de Raadsconclusies.
Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingen
Het Cypriotisch Voorzitterschap heeft concept-Raadsconclusies (hierna: Raadsconclusies)
gepresenteerd over huisvesting. De Raadsconclusies benadrukken dat huisvesting een
nationale bevoegdheid van de lidstaten blijft, maar erkennen tegelijkertijd dat Europese
samenwerking kan bijdragen aan het aanpakken van gedeelde uitdagingen op het gebied
van betaalbaarheid, woningtekorten, verduurzaming en sociale inclusie.
Een belangrijk onderdeel van de Raadsconclusies betreft de relatie tussen huisvesting
en demografische ontwikkelingen. De Raadsconclusies wijzen onder meer op vergrijzing,
veranderende huishoudsamenstellingen, urbanisatie en regionale bevolkingskrimp als
structurele factoren die de vraag naar woningen beïnvloeden. Daarbij is specifieke
aandacht voor de positie van jongeren, ouderen, gezinnen en kwetsbare groepen op de
woningmarkt. Verder richten de Raadsconclusies zich op het stimuleren van publieke
en private investeringen, het versnellen van woningbouw en renovatie, vereenvoudiging
van procedures, innovatie in de bouwsector, betere benutting van de bestaande woningvoorraad
en het verbeteren van dataverzameling en kennisuitwisseling tussen lidstaten.
Inzet Nederland
Ik ben namens Nederland voornemens in te stemmen met de Raadsconclusies. Het uitgangspunt
blijft dat huisvestingsbeleid primair een nationale bevoegdheid is en dat Europese
samenwerking aanvullend en ondersteunend moet zijn. Dat is voldoende geborgd in deze
Raadsconclusies. Het kabinet vindt het positief dat de samenhang tussen demografie
en huisvesting nadrukkelijk wordt benoemd. In Nederland hebben bevolkingsgroei, vergrijzing
en veranderende huishoudenssamenstellingen grote impact op de woningmarkt en de groeiende
behoefte aan passende woningen voor verschillende doelgroepen. Demografie moet daarom
het vertrekpunt zijn van het woningbeleid. Het kabinet verwelkomt daarnaast de aandacht
voor vereenvoudiging, innovatie, circulair bouwen en kennisuitwisseling tussen lidstaten.
Ook de focus op het versnellen van vergunningverlening en het verminderen van administratieve
lasten sluit goed aan bij de Nederlandse inzet op woningbouwversnelling.
Indicatie krachtenveld Raad en Europees Parlement
Naar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met de Raadsconclusies. Er is geen
rol voor het Europees Parlement.
Agendapunt: Beleidsdebat woonzekerheid voor iedereen: inspelen op de behoeften van
studenten en gezinnen met een middeninkomen
Doel Raadsbehandeling
Het Cypriotisch Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden over woonzekerheid.
Inhoud
De Europese Commissie (hierna: Commissie) is voornemens om op 7 juli haar voorstel
voor de Afforable Housing Act te presenteren. In aanloop naar deze publicatie heeft het Cypriotische voorzitterschap
een beleidsdebat geagendeerd over woonzekerheid. Een discussiedocument ten behoeve
van de gedachtewisseling is ten tijde van het opstellen van deze Geannoteerde Agenda
nog niet beschikbaar.
Inzet Nederland
Wonen betaalbaarder maken is een topprioriteit voor het kabinet. Om wonen voor middeninkomens
betaalbaarder te maken, zet Nederland in op de bouw van meer betaalbare koop- en huurwoningen.
Daarnaast heeft Nederland in 2024 huurprijsregulering ingevoerd in het middensegment,
met als doel om te zorgen dat woningen die kwalitatief gezien in het middensegment
thuishoren, ook voor een midden huurprijs worden verhuurd. Met het staatssteunbesluit
van de Commissie als onderdeel van het pakket voor betaalbaar wonen (Afforable Housing Package)14, zal staatssteun voor betaalbare huisvesting (inclusief midden huur) mogelijk worden.
Nederland verwelkomt daarom de herziene staatssteunregels van de Europese Commissie.
Het kabinetsbeleid is er verder op gericht voor alle aandachtsgroepen betaalbare huisvesting
te realiseren, waaronder studenten. In het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting15 maken we afspraken over aantallen en typen woningen voor aandachtsgroepen.
Agendapunt: Europees Semester 2026
a) Presentatie van de Europese Commissie over het Lentepakket 2026 en aanname van
de werkgelegenheids- en sociale beleidsaspecten van de landspecifieke aanbevelingen
(LSA’s) voor 2026.
Doel Raadsbehandeling
De Raad zal de presentatie van de Europese Commissie aanhoren over het voorstel voor
het Lentepakket 2026. Ook wordt de Raad gevraagd in te stemmen met de aanname van
de werkgelegenheids- en sociale beleidsaspecten van de landspecifieke aanbevelingen.
Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingen
Op 3 juni 2026 publiceerde de Commissie het Lentepakket in het kader van het Europees
Semester. Het Lentepakket bestaat uit (i) een overkoepelende mededeling over de economische
situatie van de EU, (ii) landenrapporten inclusief een analyse van het economisch
beleid van de lidstaten, (iii) voorstellen voor landspecifieke aanbevelingen (LSA’s),
(iv) de uitkomsten van de onderzoeken naar macro-economische onevenwichtigheden en
(v) de richtsnoeren voor werkgelegenheidsbeleid. Tijdens de Raad staan de ontwikkelingen
op sociaal en werkgelegenheidsterrein op de agenda.
De voorgestelde landspecifieke aanbevelingen voor Nederland op sociaal- en werkgelegenheidsterrein
luiden als volgt:
5.1 Neem en implementeer maatregelen om de prikkels voor flexibele en tijdelijke arbeidscontracten
te verminderen.
5.2 Pak de tekorten op de arbeidsmarkt en het gebrek aan vaardigheden aan, onder meer
door onbenut arbeidspotentieel beter te benutten en door sterker in te zetten op bij-
en omscholingsmaatregelen. Moedig mobiliteit aan naar hoogproductieve sectoren en
sectoren waar een maatschappelijke uitdaging is. Verbeter de werk en leefomstandigheden
van arbeidsmigranten van binnen en buiten de EU.
De LSA’s komen grotendeels overeen met die van voorgaande jaren. Nieuw is de aanbeveling
om de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten van binnen en buiten de EU
te verbeteren.
Inzet Nederland
Ik ben namens Nederland voornemens in te stemmen met de werkgelegenheids- en sociale
beleidsaspecten van de landspecifieke aanbevelingen. Zoals toegelicht in de nagestuurde
Geannoteerde Agenda over de Ecofinraad van 12 juni16, herkent het kabinet zich in de eerste aanbeveling van de Commissie om prikkels te
verminderen om flexibele of tijdelijke contracten te gebruiken. In nauw overleg met
sociale partners zijn de afgelopen jaren een aantal belangrijke stappen gezet op het
gebied van flexibilisering. Hierbij is naar een nieuwe balans op de arbeidsmarkt gezocht,
met voldoende wendbaarheid voor werkgevers. Het wetsvoorstel «Meer zekerheid flexwerkers»17 ziet erop dat werknemers met een oproepcontract meer zekerheid over hun inkomen en
werktijd krijgen.
Het kabinet kan zich ook vinden in de tweede aanbeveling. Hoewel de arbeidsparticipatie
in Nederland tot de hoogste van Europa behoort,18 blijft het kabinet zich inzetten om belemmeringen weg te nemen die verschillende
groepen ervan weerhouden om te werken of meer uren te werken. Het kabinet zet daarnaast
specifiek in op een Talentstrategie, die uw Kamer voor de zomer van 2026 zal ontvangen.19 Hiermee wil het kabinet beleid rondom onder andere de arbeidsmarkt, onderwijs en
migratie meer in samenhang inzetten om talent op te leiden voor en te bewegen naar
sectoren die van belang zijn voor onze economische groei en voor het realiseren van
de belangrijke maatschappelijke doelen. De Talentstrategie geeft ook richting aan
het instrumentarium voor een Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Uw Kamer ontvangt voor
de zomer van 2026 een brief over LLO namens de Ministers van SZW, OCW en EZK.
Verder zet het kabinet zich in voor de aanpak van misstanden door onverminderd de
aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten en het SER-advies «Arbeidsmigratie
naar waarde» uit te voeren.
Indicatie krachtenveld Raad en Europees Parlement
Op het moment van het schrijven van deze Geannoteerde Agenda zijn de LSA’s nog niet
besproken in de Brusselse comités, er is derhalve nog geen beeld van het krachtenveld.
Het Europees Parlement heeft geen rol.
b) Aanname opinie van het Werkgelegenheidscomité en het Sociaal Beschermingscomité
over het Europees Semester 2026
Doel Raadsbehandeling
Aanname van de opinie.
Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingen
De opinie beschrijft het gedane werk door het Werkgelegenheidscomité (Employment Committee, EMCO) en het Sociaal Beschermingscomité (Social Protection Committee, SPC) sinds de verschijning van het Lentepakket van afgelopen jaar. De comités keken
onder meer naar de voortgang met nationaal beleid aan de hand van de LSA’s uit 202520, de nationale doelen voor 203021, de voorbereiding van de 2026 Aanbevelingen aan de eurozone22 en het opstellen van het Gezamenlijk Werkgelegenheidsrapport 202623. Ook toetsen de comités het werkgelegenheids- en sociale beschermingsbeleid in de
budgettair-structurele plannen24. Tevens werd in maart 2026 de Raadsaanbeveling over menselijk kapitaal aangenomen.
Deze Raadsaanbeveling is bedoeld als aanvulling op de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid
van de lidstaten, door menselijk kapitaal aan te wijzen als een drijver van concurrentievermogen.
Ten slotte verwijst de opinie naar het gedane werk door EMCO en SPC rondom de behandeling
van de LSA’s, ter voorbereiding op de behandeling in de Raad WSB van 29 juni.
Inzet Nederland
Het kabinet herkent het waardevolle werk van de comités in het kader van het Europees
Semester. Ik ben voornemens om in te stemmen met de aanname van de opinie.
Indicatie krachtenveld Raad en Europees Parlement
Op het moment van het schrijven van deze Geannoteerde Agenda is de opinie nog niet
gefinaliseerd, dit zal naar verwachting gebeuren tijdens de EMCO-SPC vergadering van
18 juni. Het is de verwachting dat de opinie tijdens de Raad zal worden aangenomen.
Het Europees Parlement heeft geen rol.
Agendapunt: Presentatie Kernboodschappen gender-gerelateerde aspecten van kwaliteitsbanen
Doel Raadsbehandeling
De Raad zal de presentatie aanhoren.
Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingen
De voorzitter van het Werkgelegenheidscomité (Employment Committee, EMCO) zal de uitkomsten presenteren van een overleg van EMCO dat op 24 en 25 maart
plaatsvond. Sociale partners namen hier ook aan deel. Lidstaten wisselden daarbij
ervaringen uit over recent ingevoerde beleidsmaatregelen die gericht zijn op het verbeteren
van de arbeidspositie van vrouwen. De verwachting is dat de presentatie geleerde lessen
van nationale maatregelen benoemt over de aanpak van verschillen in inkomen, pensioenopbouw,
carrièrekansen, kinderopvang en werkgerelateerde stress, zoals mentale klachten en
de balans tussen werk-privé.
Inzet Nederland
Nederland zal de presentatie aanhoren. Het kabinet gaat door met bijna gratis kinderopvang
voor werkende ouders, want met het afschaffen van de grootste toeslag, wordt de grootste
onzekerheid in de portemonnee van werkende ouders weggenomen. Verder moet het eenvoudiger
worden om werk met een gezin en zorg te kunnen combineren. Daarom vereenvoudigt het
kabinet het verlofstelsel met het SER-advies «Balans in maatschappelijk verlof» als
startpunt. Ook moet het lonen om meer uren te werken. Het kabinet onderzoekt onorthodoxe
maatregelen om dit te realiseren, zoals het versoepelen van de Wet onderscheid arbeidsduur
(voltijdsbonus), een arbeidskorting per uur en een meerurenvoordeel. Ook werkt het
kabinet onverminderd door aan de implementatie van de richtlijn loontransparantie.
Ten slotte roept het kabinet sociale partners op om een constructieve dialoog te blijven
voeren om de genderkloof te dichten.
Informatie over de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 6 juli 2026
In het nu volgende informeer ik u over de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal
Beleid van 6 juli 2026. De Informele Raad vindt plaats in Ballina, Ierland. Nederland
zal bij deze bijeenkomst op ambtelijk niveau worden vertegenwoordigd gelet op de substantiële
reistijd en andere verplichtingen.
Agendapunt: Beleidsdebat over de benaderingen voor het aanpakken en voorkomen van
armoede gedurende de hele levenscyclus
Doel Raadsbehandeling
Het Cypriotisch Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden over het aanpakken
en voorkomen van armoede.
Inhoud
Op 6 mei 2026 heeft de Europese Commissie de mededelingen over de Europese Anti-Armoedestrategie
en de versterking van de Europese Kindergarantie gepubliceerd als onderdeel van het
Sociaal pakket. In beide mededelingen is aandacht voor het aanpakken en voorkomen
van armoede gedurende de hele levenscyclus. Een discussiedocument ten behoeve van
de gedachtewisseling is ten tijde van het opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog
niet beschikbaar.
Inzet Nederland
Het kabinet verwelkomt de Europese Anti-Armoede strategie25 en de versterking van de Europese Kindergarantie26. Het kabinet is, net als de Commissie, van mening dat werk de beste manier uit armoede
is. Het kabinet verwelkomt daarom de aandacht die wordt besteed aan werkenden in beide
mededelingen.
Ook onderschrijft het kabinet het belang van de beschikbaarheid en toegankelijkheid
van inkomensondersteunende maatregelen evenals een proactieve aanpak om niet gebruik
tegen te gaan. Nederland heeft reeds een goed ontwikkeld multi-pijler pensioenstelsel,
met een kapitaal gedekte aanvullende pensioenpijler, en onderschrijft dat dit kan
bijdragen aan minder risico op armoede onder ouderen.
Het kabinet vindt het verstandig om de Kindergarantie en Jeugdgarantie nauwer met
elkaar te verbinden, zoals benoemd in de mededeling over de versterking van de Europese
Kindergarantie. Dit om te voorkomen dat kinderen tussen verschillende regelingen terecht
komen.
Daarnaast zal Nederland tijdens deze Raad aandacht vragen voor financiële educatie
door de hele levenscyclus als instrument om armoede te voorkomen.
Agendapunt: Beleidsdebat over effectieve handhaving in een veranderende arbeidsmarkt
– toezichtsysteem voor werkgelegenheid, arbeidsinspectie en de bescherming van werknemers
Doel Raadsbehandeling
Het Ierse Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden over effectieve handhaving
in een veranderende arbeidsmarkt.
Inhoud
Een discussiedocument ten behoeve van de gedachtewisseling is ten tijde van het opstellen
van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.
Inzet Nederland
Nederland juicht toe dat het Ierse voorzitterschap aandacht besteedt aan effectieve
handhaving. De veranderende arbeidsmarkt wordt onder andere gekenmerkt door toenemende
internationalisering en grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit. Dit vraagt om een
intensieve samenwerking en informatie-uitwisseling tussen nationale autoriteiten om
te bevorderen dat werknemers de bescherming ontvangen waar zij recht op hebben en
om oneerlijke concurrentie tegen te gaan. De Europese Arbeidsautoriteit (ELA) speelt
hierin een belangrijke rol. De ELA bevordert de samenwerking tussen EU-landen, coördineert
gezamenlijke inspecties, maakt analyses en risicobeoordelingen, en bemiddelt in geschillen
tussen EU-landen op het gebied van grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit en handhaving.
De Europese Commissie zal naar verwachting na de zomer van 2026 een voorstel publiceren
om het mandaat van de ELA te herzien. Dit voorstel zal deel uitmaken van een breder
pakket ter bevordering van eerlijke arbeidsmobiliteit. Tijdens de Raad zal Nederland
zich uitspreken voor versterking van het ELA-mandaat, zodat de impact van de ELA kan
worden vergroot. In lijn met het eerder door Nederland opgestelde position paper27 zal Nederland tijdens het beleidsdebat pleiten voor: (1) een sterkere rol van ELA
ten aanzien van (gedetacheerde) derdelanders, (2) een ruimer onderzoeksmandaat voor
de ELA, met name op het terrein van persoonsgegevensverwerking, zodat een gerichte
grensoverschrijdende aanpak mogelijk wordt op basis van EU-brede risicoanalyses, (3)
een meer proactieve rol voor de ELA bij het initiëren en coördineren van gezamenlijke
inspecties, en (4) betere toegang tot relevante informatie, teneinde de positie en
rechtsbescherming van kwetsbare groepen arbeidsmigranten verder te versterken.
Agendapunt: Beleidsdebat over het aanpakken van de kloof in de werkgelegenheid voor
mensen met een beperking voor een meer inclusieve en concurrerende EU
Doel Raadsbehandeling
Het Ierse Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden over het aanpakken
van de kloof in de werkgelegenheid voor mensen met een beperking.
Inhoud
Een discussiedocument ten behoeve van de gedachtewisseling is ten tijde van het opstellen
van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.
Inzet Nederland
Het kabinet acht het van belang dat zoveel mogelijk mensen, binnen hun mogelijkheden,
meedoen via betaald werk. Dat geldt voor mannen en vrouwen, jongeren en ouderen en
mensen zonder en met een beperking. Uitval vanwege werkloosheid of arbeidsongeschiktheid
moet worden voorkomen. Daarom zet Nederland stevig in op Leven Lang Ontwikkelen en
het van werk-naar-werk begeleiden van werknemers. Dit is belangrijk voor de mensen
zelf en voor de samenleving als geheel en daarnaast nodig om de concurrentiepositie
van Nederland en van de Europese Unie te bevorderen.
Het kabinet heeft in de Werkagenda VN-Verdrag Handicap28 belangrijke maatregelen opgenomen die gericht zijn op een inclusieve arbeidsmarkt.
Enkele voorbeelden van maatregelen die beogen om de kloof in de werkgelegenheid voor
mensen met een beperking te dichten, zijn de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur
en de komst van regionale werkcentra, het versterken van de sociale infrastructuur
en beschut werk, de agenda inclusief werkgeverschap en de wet «van School naar Duurzaam
werk». Nederland zal tijdens het beleidsdebat deze en mogelijk andere voorbeelden
onder de aandacht brengen.
Indieners
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.